Gemeenteblad van Borsele
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Borsele | Gemeenteblad 2025, 297378 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Borsele | Gemeenteblad 2025, 297378 | beleidsregel |
Beleidsregels gebiedsontzeggingen en gebiedsverboden regio Oosterscheldebekken - gemeente Borsele 2025
gelezen het voorstel voor besluitvorming voor d.d. 2 juli 2025
de afstemming met de politie en het team handhaving leefbaarheid van de gemeente Borsele;
overwegende, dat de burgemeester op grond van artikel 2:78 van de Algemene Plaatselijke Verordening Borsele (APV) bevoegd is om aan openbare orde verstorende / overlastgevende personen een gebiedsontzegging op te leggen;
dat de burgemeester op grond van artikel 172a en 172b van de Gemeentewet (de Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast) met een gebiedsverbod, groepsverbod, meldingsplicht en begeleidingsplicht kan optreden tegen (ernstige) verstoring van de openbare orde;
dat als gevolg van de mogelijke samenloop van de maatregelen in de APV en de Gemeentewet een integraal beleid en een afwegingskader gewenst is omtrent de toepassing van deze maatregelen door de burgemeester;
gelet op artikel 172a en 172b van de Gemeentewet, artikel 2:78 van de APV en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;
‘Beleidsregels gebiedsontzeggingen en gebiedsverboden regio Oosterscheldebekken - gemeente Borsele 2025’.
Maatregelen tegen overlastgevend of ordeverstorend gedrag, de manier waarop de burgemeester de bevoegdheden toepast zijn als volgt, van het lichtste middel tot het zwaarste middel:
Bevoegdheden op grond van de APV
Een waarschuwing kan worden afgegeven indien door betrokkene (herhaaldelijk) overlastgevend gedrag, strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen binnen de gemeentegrenzen zijn begaan, zoals opgenomen in de feitentabel van bijlage 1. De feitentabel betreft een niet-limitatieve opsomming van lichte en zware feiten en geeft een indeling in drie categorieën.
Indien er op het moment van constatering van overtredingen sprake is van vrees voor verdere verstoring van de openbare orde, uitzondering artikel 1 lid 5 sub a, kan zonder waarschuwing overgegaan kunnen worden op een bevel tot gebiedsontzegging van maximaal 12 uren indien er sprake is van overlastgevend gedrag, strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen.
Een gebiedsontzegging kan enkel worden opgelegd nadat een betrokkene door gemandateerde of aangewezen personen is aangehouden en/of geverbaliseerd voor overtreding van een of meer van de onder bijlage 1 genoemde wettelijke bepalingen. De feitentabel betreft een niet-limitatieve opsomming van lichte en zware feiten en geeft een indeling in drie categorieën.
Bij overtreding van het 12-uursontzegging wordt als volgt gehandeld:
Bij overtreding van een 12-uursontzegging tijdens de looptijd van de ontzegging, al dan niet vergezeld van een nieuwe openbare ordeverstoring, kan indien de vereiste spoed dat nodig heeft voor een tweede keer een 12-uursontzegging opgelegd worden met dien verstande dat de nieuwe ontzegging ingaat op de het moment dat de geldende ontzegging afloopt.
Artikel 3.1. Gebiedsontzegging
Nadat een waarschuwing is gegeven en betrokkene heeft wederom overlastgevend gedrag, strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen binnen de gemeentegrenzen begaan, zoals opgenomen in de feitentabel van bijlage 1, zal overgegaan worden tot een (reguliere) gebiedsontzegging. De feitentabel betreft een niet-limitatieve opsomming van lichte en zware feiten en geeft een indeling in drie categorieën.
Voor overtredingen gelden de termijnen voor de gebiedsontzegging zoals vermeldt in de tabel ‘duur gebiedsontzegging of -verbod’ (bijlage 2). Van de betreffende periode kan gemotiveerd worden afgeweken indien de mate van verstoring van de openbare orde of andere specifieke omstandigheden hiertoe aanleiding geven.
Wanneer de strafbare feiten of de openbare orde verstorende handelingen dusdanig ernstig zijn dat direct optreden aangewezen is en een ontzegging zoals vermeldt in artikel 2 onvoldoende is, zal de burgemeester gemotiveerd een gebiedsontzegging bevelen zonder dat sprake hoeft te zijn van herhaaldelijk zoals bedoeld in artikel 3.1.
Indien sprake is van intimidatie, bedreiging en/of (zware) mishandeling van een werknemer met een publieke taak en/of een politieke ambtsdrager kan de burgemeester, zonder dat sprake is van herhaaldelijk zoals bedoeld in artikel 3.1 en zonder voorafgaande waarschuwing, een gebiedsontzegging opleggen volgens categorie 3 uit bijlage 1.
Artikel 3.2. Gebiedsontzegging evenement
Indien het overlastgevend gedrag, strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen heeft plaatsgevonden tijdens een evenement kan zonder waarschuwing een ontzegging worden opgelegd voor het gebied waar het evenement plaatsvindt en de directe omgeving. Dit kan gebeuren indien vrees is voor verdere verstoring van de openbare orde tijdens het evenement.
Een bevel tot gebiedsontzegging wordt gegeven in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid. De daartoe gemandateerde of aangewezen personen die krachtens mandaat het bevel geeft dient in het bevel eenduidig aan te geven op grond waarvan de ontzegging wordt opgelegd. Er moet omschreven worden welke belangen door welke gedragingen zijn geschaad.
Indien sprake is van intimidatie, bedreiging en/of (zware) mishandeling van een werknemer met een publieke taak en/of een politieke ambtsdrager kan de burgemeester, zonder dat sprake is van herhaaldelijk zoals bedoeld in artikel 3.1 en zonder voorafgaande waarschuwing, een gebiedsverbod opleggen volgens categorie 3 uit bijlage 1.
Begaat een groep personen in groepsverband (groepshandelen) herhaaldelijk overlastgevend gedrag, strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen binnen de gemeentegrenzen, zoals opgenomen in de feitentabel van bijlage 1, dan legt de burgemeester een groepsverbod op voor de duur behorende bij het laatste gepleegde feit. In dit geval wordt direct een gebiedsverbod opgelegd.
Een meldingsplicht kan door de burgemeester op grond van de gemeentewet naast een gebiedsverbod of groepsverbod als verplichting opgelegd worden. De persoon aan wie de meldingsplicht wordt opgelegd dient zich op een bepaalde plaats en op een bepaald tijdstip te melden. Dit wordt gezien als verzwarende factor boven op een gebiedsverbod of groepsverbod. Bij een groepsverbod is het een oplegging op individueel niveau.
Ten aanzien van minderjarigen 12 jaar en jonger.
Een persoon die het gezag uitoefent over een minderjarige die herhaaldelijk (in groepsverband) de openbare orde heeft verstoord en de leeftijd van twaalf jaren nog niet heeft bereikt, kan bij ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde het bevel van de burgemeester krijgen:
dat de minderjarige zich niet bevindt in of in de omgeving van een of meer bepaalde objecten binnen de gemeente, dan wel in een of meer bepaalde delen van de gemeente. Dit tenzij de minderjarige wordt begeleid door een persoon die het gezag over hem uitoefent of door een andere in het bevel aangewezen meerderjarige.
dat de minderjarige zich op bepaalde dagen gedurende een aangegeven tijdvak tussen 8 uur ’s avonds en 6 uur ’s ochtends niet bevindt op voor het publiek toegankelijke plaatsen. Dit tenzij de minderjarige wordt begeleid door een persoon die het gezag over hem uitoefent of door een andere in het bevel aangewezen meerderjarige.
Bij minderjarigen, in het bijzonder de categorie 12-minners, dient een zwaardere afweging te worden gemaakt bij de beoordeling of het (kind)gedrag als overlastgevend kan worden aangemerkt. Joelen, stoeien en belletje trekken worden in beginsel niet als overlastgevend aangemerkt. De wet Mulder-feiten worden alleen dan meegenomen indien deze overtredingen een onevenredige druk leggen op de openbare orde in een bepaald gebied.
De burgemeester neemt in de afweging bij een verplichting als genoemd onder artikel 7 het belang van een (lopend of op te starten) hulpverleningstraject mee. De maatregel is altijd onderdeel van een integrale, persoonsgebonden aanpak. De maatregel wordt in beginsel alleen ingezet als de persoonsgerichte aanpak, met minder vergaande middelen, niet tot een vermindering van het overlastgevend gedrag van de persoon leidt. Bij de persoonsgerichte aanpak wordt aangesloten bij de reguliere aanpak van overlast en jeugdgroepen in de gemeente.
Ten aanzien van jongeren in de leeftijd van 12 tot 18 jaar.
De maatregelen uit deze beleidsregel zijn ook van toepassing op overlastgevende jongeren in de leeftijd 12 tot 18 jaar. Vanwege de specifieke aandacht en aanpak ten aanzien van jongeren ligt het voor de hand hier op een andere manier mee om te gaan; de bepalingen ten aanzien van de bevelen artikel 1 tot en met artikel 6 worden daarom aangevuld met een persoonsgebonden aanpak.
De maatregel is altijd onderdeel van een integrale, persoonsgebonden aanpak. Voorafgaand of naast de inzet van een maatregel wordt onderzocht of door een hulpverleningstraject ook met minder vergaande middelen tot een vermindering van het overlastgevend gedrag van de persoon gekomen kan worden. Daarbij wordt aangesloten bij de reguliere aanpak van overlast en jeugdgroepen in de gemeente. Bij een gebiedsverbod of gebiedsontzegging van 12 uur of minder of een gebiedsverbod of gebiedsontzegging voor de duur van een evenement zal de persoonsgebonden aanpak inhouden dat naast de maatregel een hulpverleningstraject zal worden ingezet of aangeboden. Bij de overige gebiedsverboden of gebiedsontzeggingen zal de persoonsgebonden aanpak inhouden dat voor de maatregel wordt ingezet een hulpverleningstraject zal worden ingezet of aangeboden. De burgemeester neemt in de afweging het belang van een (lopend of op te starten) hulpverleningstraject mee.
Bij jongeren dient een zwaardere afweging te worden gemaakt bij de beoordeling of het (kind)gedrag als overlastgevend kan worden aangemerkt. Joelen, stoeien en belletje trekken worden in beginsel niet als overlastgevend aangemerkt. De wet Mulder-feiten worden alleen dan meegenomen indien deze overtredingen een onevenredige druk leggen op de openbare orde in een bepaald gebied, zoals bijv. het op de stoep rijden met een scooter.
Wanneer de betrokkene binnen het aangewezen gebied belangrijke adressen binnen de persoonlijke levenssfeer heeft die naar het oordeel van de burgemeester noodzakelijkerwijs moeten worden kunnen bereikt, wordt er een looproute aangewezen. Via deze looproute mag de betrokkene zich naar het adres begeven. De looproute mag uitsluitend door betrokkene worden gebruikt om zich naar het betreffende adres te begeven indien hij daar ook daadwerkelijk moet zijn (redelijk doel). Hij mag zich derhalve niet zonder redelijk doel ophouden in de looproute. Indien betrokkene zich in een looproute bevindt, dient hij desgevraagd aantoonbaar te maken dat hij op het betreffende adres moet zijn. Indien er sprake is van een looproute, wordt deze route vermeld in het besluit. Indien geen looproute is vermeld in het besluit is er geen looproute.
Onder belangrijke adressen binnen de persoonlijke levenssfeer worden de volgende adressen verstaan: huisadres, werkadres, huis- en tandarts of andere medische- of hulpverleningsinstanties waar betrokkene voor oplegging van de gebiedsontzegging / het gebiedsverbod al contact mee had of waarvoor noodzaak is om mee in contact te komen.
Vastgesteld door de burgemeester van de gemeente Borsele op 2 juli 2025.
De burgemeester voornoemd,
G.M. Dijksterhuis
Deze beleidsregels zijn bekendgemaakt op 9 juli 2025
De gemeente Borsele zet hoog in op openbare orde en veiligheid. Desondanks komen er situaties voor waarin verstoorders van de openbare orde en veiligheid of overlastgevende personen een halt toe moet worden geroepen. Dit doet de burgemeester (onder meer) door inzet van het instrument van de gebiedsontzegging en gebiedsverbod.
Deze beleidsregel is een integraal afwegingskader voor de burgemeester bij de aanpak van (groepsgewijze) verstoring van de openbare orde in de gemeente. Aangegeven wordt hoe de burgemeester omgaat met de bevoegdheden op grond van de APV en die op grond van 172a en 172b van de Gemeentewet.
Overlastgevend of ordeverstorend gedrag is bijvoorbeeld: intimiderend (groeps)gedrag, het plegen van strafbare feiten zoals bijvoorbeeld handel in en gebruik van drugs, (openlijke) geweldpleging, samenscholing van personen, vernielingen, vechten op straat, rondhangen en hinderlijk gedrag op de weg, luidruchtig en agressief gedrag en het anderszins lastigvallen van burgers (niet-limitatieve opsomming).
De APV biedt de mogelijkheid voor de burgemeester om op te treden tegen de lichtere vormen van overlastgevend of ordeverstorend gedrag middels een gebiedsontzegging. De artikelen 172a en b Gemeentewet (Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast) geven de burgemeester bevoegdheden om op te treden tegen zwaardere vormen van of meer structureel overlastgevend of ordeverstorend gedrag door onder andere een gebiedsverbod, groepsverbod, meldingsplicht of begeleidingsplicht.
Deze beleidsregel bevat een handhavingsarrangement. Het handhavingsarrangement geeft de burgemeester de bevoegdheid, afhankelijk van de feiten en omstandigheden, te besluiten tot of af te zien van een bevel of te volstaan met een waarschuwing. De burgemeester kan echter ook besluiten een stap in het handhavingsarrangement over te slaan, te kiezen voor een cumulatie van bevelen of te kiezen voor oplegging van een andersoortig bevel als de concrete situatie, de feiten of omstandigheden dit vereisen. De burgemeester zal dit in het besluit expliciet motiveren.
De bevoegdheden van APV en de Gemeentewet houden een beperking in van de bewegingsvrijheid van het individu. Dit is een beperking van het recht om zich zonder inmenging van de overheid te verplaatsen (vrijheidsbeperking). Een juiste toepassing van de bevoegdheden moet daarom zijn gewaarborgd. Dit betekent dat de maatregel een legitiem doel moet dienen, waarbij tevens wordt voldaan aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. De burgemeester heeft te allen tijde de bevoegdheid hiervan af te wijken indien (bijzondere) omstandigheden, gelet op de openbare orde, daartoe aanleiding geven. Hierbij voert de burgemeester een consistent en stelselmatig beleid. Deze beleidsregels geven een nadere invulling voor de vraag in welke situaties een beperking van het verplaatsingsrecht wordt opgelegd, de afkadering van het betreffende gebied, de tijdsduur en de werkwijze.
Een beperking van de bewegingsvrijheid wordt opgelegd in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- en leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid.
Het opleggen van een gebiedsontzegging en/of -verbod door de burgemeester laat onverlet de bevoegdheid van het Openbaar Ministerie om strafrechtelijke vervolging in te stellen tegen de gepleegde strafbare feiten1.
Deze beleidsregels hebben geen betrekking op woonoverlast als bedoeld in artikel 151d van de Gemeentewet en artikel 2:79 van de APV. Die overlast heeft betrekking op overlast vanuit een woning of erf of in de onmiddellijke nabijheid daarvan.
Voor het opleggen van een gebiedsontzegging / -verbod geldt een vaste werkwijze.
Politie en andere opsporingsambtenaren
Pleegt iemand een overtreding zoals genoemd in de feitentabel van deze beleidsregel, dan wordt hiervan door de politie een proces-verbaal opgemaakt of betrokkene wordt anderszins aangesproken. De betrokkene wordt voorts door de politie gewaarschuwd dat bij herhaling aan hem een gebiedsontzegging of -verbod zal worden opgelegd door de burgemeester. De politie maakt aantekening van hetgeen geconstateerd is en dat betrokkene is gewaarschuwd voor de mogelijke gebiedsontzegging of -verbod en van zijn eventuele reactie hierop. Indien de overtredingen aanleiding geven om een gebiedsontzegging of -verbod op te leggen worden de geconstateerde feiten door middel van een bestuurlijke rapportage aan de burgemeester beschikbaar gesteld. In de bestuurlijke rapportage is in ieder geval opgenomen wanneer welke feiten zijn geconstateerd en op welk moment betrokkene is gewaarschuwd voor het instrument van gebiedsontzegging of -verbod. De bestuurlijke rapportage wordt zo spoedig mogelijk opgemaakt na constatering van het laatste feit waarna een gebiedsontzegging of -verbod kan worden opgelegd. Wat hiervoor als werkwijze voor de politie is beschreven kan in voorkomende gevallen ook door buitengewoon opsporingsambtenaren, belast met toezicht en handhaving in de openbare ruimte worden uitgevoerd.
Voornemen en zienswijzemogelijkheid
Alvorens een definitief besluit te nemen, wordt de betrokkene een voornemen tot het opleggen van de gebiedsontzegging toegezonden dan wel uitgereikt. Zo nodig wordt van dit voornemen mondeling in plaats van schriftelijk melding gedaan. Het voornemen benoemt de feiten waarop de gebiedsontzegging zal worden gebaseerd. Betrokkene heeft na ontvangst van het voornemen in beginsel 5 dagen de tijd om zijn zienswijze kenbaar te maken.
Afzien van voornemen en zienswijze mogelijkheid
Van de mogelijkheid om een zienswijze te geven kan op grond van artikel 4:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) worden afgezien indien de vereiste spoed zich hiertegen verzet. Daarnaast kan een voornemen met de mogelijkheid een zienswijze in te dienen achterwege worden gelaten indien de ordeverstoringen door de betrokkene alleen kunnen worden voorkomen als de betrokkene niet van tevoren in kennis wordt gesteld van de op te leggen maatregel. Tot slot zal worden afgezien van de mogelijkheid een zienswijze kenbaar te maken indien betrokkene niet bereikbaar is hiervoor, bijvoorbeeld doordat hij geen bekende woon- of verblijfsplaats heeft. In dat geval reikt de politie in plaats van een voornemen direct de gebiedsontzegging uit zodra betrokkene ergens wordt gesignaleerd. Een andere werkwijze zou betekenen dat de termijn dat de gebiedsontzegging in werking kan treden onzeker is, omdat niet duidelijk is wanneer betrokkene twee keer zal worden gesignaleerd. Aangezien een gebiedsontzegging snel na de betreffende overtredingen in werking dient te treden, is dit niet aanvaardbaar (vereiste spoed).
Bij het opleggen van een gebiedsverbod (artikel 4) wordt afgezien van de mogelijkheid voor het indienen van een zienswijze. Dit wordt gerechtvaardigd door het feit dat betrokkene in deze situatie al de nodige waarschuwingen en kansen heeft gehad, maar desondanks zijn orde verstorende gedrag niet heeft aangepast. Er is daarom een gerechtvaardigde vrees voor een hernieuwde openbare orde verstoring.
De gebiedsontzegging / -verbod wordt bekendgemaakt conform de Awb door toezending of uitreiking aan de betrokkene.
Indien de politie of buitengewoon opsporingsambtenaar de gebiedsontzegging / -verbod uitreikt in persoon, wordt een korte toelichting gegeven over de inhoud van het besluit en de strafbaarheid om het betreffende gebied toch te betreden. Er wordt melding gemaakt van de feiten waarop de gebiedsontzegging / -verbod is gebaseerd, de periode dat de gebiedsontzegging/ -verbod van kracht is en het gebied waarop de ontzegging / -verbod betrekking heeft. Van de uitreiking wordt een aantekening, mutatie of proces-verbaal gemaakt.
In plaats van uitreiking in persoon kan de gebiedsontzegging / -verbod per post (aangetekend) aan de betrokkene verzonden, voor zover van de betrokkene, dan wel zijn vertegenwoordiger, een adres bekend is. In principe is dit het adres waar de persoon op staat ingeschreven volgens de Basisregistratie personen. Indien bekend is dat deze persoon feitelijk niet woonachtig is op dit adres kan er voor gekozen worden, indien een adres bekend is, het besluit naar een ander adres te versturen.
De praktijk laat zien dat plegers van een openbare ordeverstoring na een voorval langere tijd geagiteerd zijn. Al dan niet onder invloed van drank en of drugs. Dan helpt een waarschuwing onvoldoende om op dat moment de orde te herstellen. Zeker op bekende plaatsen van overlast zoals schoolpleinen. Wegsturen van de ordeverstoorder van de plaats waar de openbare ordeverstoring plaats vond is niet afdoende. De betrokken persoon komt vaak na korte tijd weer terug of veroorzaakt iets verderop weer problemen op een andere plaats maar met dezelfde effecten.
Het is in het belang van de handhaving van de openbare orde daarom wenselijk dat - in aanvulling op alle genomen maatregelen en de beheersing van de openbare orde in andere risicogebieden (subsidiariteit) - de orde verstoorder(s) direct wordt geweerd uit deze risicovolle omgevingen. De persoon dient de omgeving te verlaten en daar gedurende enige tijd weg te blijven om de rust te laten terug keren en de ordeverstoorder te laten afkoelen. De mogelijkheden van de politie om dit te bewerkstelligen met reguliere middelen blijken daarvoor niet afdoende. De politie stuurt de ordeverstoorder nu vaak weg op basis van de APV maar dit kan niet verhinderen dat de persoon korte tijd later weer ter plaatse is. Zo ook bij aanhouding. Ook dan zal de ordeverstoorder na een paar uur weer terug in het gebied kunnen en is – zeker omdat het dan om zwaardere openbare orde verstoringen zal gaan - de kans op herhaling aanwezig.
Daarom wordt in deze beleidsregel ervoor gekozen om in de in de bijlage genoemde gebieden na een eerste openbare orde verstoring als genoemd in de feitentabel direct een gebiedsverbod op te leggen. Vanuit de eis van proportionaliteit moet deze gebiedsontzegging echter voor korte duur zijn. De gebiedsontzegging wordt opgelegd voor de duur van 12 uur. Dit wordt voldoende geacht als afkoelingsperiode waarbij het belang van het beschermen van de openbare orde in een kwetsbaar gebied met de ontzegging proportioneel wordt geacht ten opzichte van de inbreuk die de ontzegging maakt op het recht op bewegingsvrijheid van de ordeverstoorder. Gelet op het hiervoor aangehaalde doel van de gebiedsontzegging wordt daarbij geen gelegenheid gegeven voor een zienswijze.
Artikel 3.1 Besluit gebiedsontzegging
Bij de vaststelling van een tweede en iedere daarop volgende overtreding zoals genoemd in de feitentabel van deze beleidsregels kan een gebiedsontzegging worden opgelegd. De tweede en iedere daarop volgende overtreding dient binnen 12 maanden na uitreiking van de waarschuwing of na afloop van de laatste gebiedsontzegging te zijn begaan. Wanneer er meer dan 12 maanden tussen twee opeenvolgende overtredingen of tussen het aflopen van de gebiedsontzegging en de eerstvolgende overtreding zit, dan telt deze niet als herhaling en wordt eerst opnieuw gewaarschuwd. Bij overtredingen die als bovenmatig ernstig worden beoordeeld door de burgemeester kan worden besloten zonder voorafgaande waarschuwing direct een gebiedsontzegging op te leggen (dus direct na het eerste feit, vergelijk artikel 3.1 lid 7 en artikel 3.1 lid 9).
Er is sprake van groepsgewijze verstoring van de openbare orde wanneer de groep waarvan de overlastgever onderdeel uitmaakt bestaat uit drie of meer personen.
In een reguliere situatie waarbij er overtredingen plaatsvinden en een gebiedsverbod wordt opgelegd zou artikel 4 van toepassing zijn op een individu. Echter als er bij overtredingen waarvoor een gebiedsverbod opgelegd kan worden sprake is van groepshandelen dan zal artikel 5 toegepast worden in plaats van artikel 4. Het overtreden van de regels in groepsverband weegt zwaarder dan het besluit richten op slechts één persoon.
Onder begeleiding betekent dat een persoon geen looproutes krijgt toegewezen om in een bepaald gebied te komen. Zoals aangegeven mag de betrokkene slechts met een ander persoon welke het gezag heeft over de minderjarige betrokkene in het gebied komen waarvoor de begeleidingsplicht wordt opgelegd.
Artikel 9 Inwerkingtreding gebiedsontzegging / -verbod
De gebiedsontzegging / -verbod treedt in werking na bekendmaking van het besluit. Het besluit geeft het tijdvak aan.
De omvang van een besluit kan worden gewijzigd. Voorbeeld wijziging omvang:
Z is na 2 overtredingen een gebiedsontzegging opgelegd voor gebied 1. Deze gebiedsontzegging geldt voor de duur van 6 weken. Z houdt zich aan de gebiedsontzegging, maar na 2 weken begaat hij een overtreding in gebied 2. Z ontvangt dan geen waarschuwing en geen voornemen. De geldende gebiedsontzegging wordt in dit geval uitgebreid. Z krijgt een nieuw besluit toegezonden waarin staat dat de gebiedsontzegging voor zowel gebied 1 als gebied 2 is gaan gelden. De termijn van de gebiedsontzegging wordt niet gewijzigd. Hierdoor geldt de gebiedsontzegging voor gebied 1 voor in totaal 6 weken en de gebiedsontzegging voor gebied 2 in totaal 4 weken
Bijlage 1 Tabel feiten en categorie-indeling
|
Vervoeren of bij zich hebben van carbid of soortgelijke stoffen |
|||
|
Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken |
|||
|
*Indien de aangetroffen hoeveelheid groter is dan de gebruikershoeveelheid als bedoeld in de richtlijn van het college van procureurs-generaal. |
|
Bovengenoemde feiten hoeven niet per se op straat plaats te vinden maar er moet wel een relatie zijn met de openbare orde. Zo zullen bedreigingen in een winkel of feiten die zich afspelen in een café of disco relevant zijn voor de openbare orde en derhalve grondslag vormen voor een gebiedsontzegging. Bij overtredingen die als bovenmatig ernstig worden beoordeeld door de burgemeester kan worden besloten zonder voorafgaande waarschuwing direct een gebiedsontzegging op te leggen (dus direct na het eerste feit). Ook kan de burgemeester gemotiveerd de inschaling van de categorie naar beneden of naar boven bijstellen indien verzachtende of verzwarende omstandigheden hiertoe aanleiding geven.
Bijlage 2 Overzicht duur gebiedsontzegging of -verbod
Voor feiten uit categorie 1 wordt voor de duur van 6 weken opgelegd.
Voor feiten uit categorie 2 wordt voor de duur van 8 weken opgelegd
Voor feiten uit categorie 3 wordt voor de duur van 12 weken opgelegd.
Het zwaarste feit in combinatie met de omgeving is leidend voor de toepassing van de betreffende categorie, tenzij de mate van verstoring van de openbare orde of andere specifieke omstandigheden aanleiding geven om hiervan gemotiveerd af te wijken. Feiten uit verschillende categorieën worden bij elkaar opgeteld. Gepleegde strafbare feiten die niet zijn benoemd in bijlage 1 of openbare orde verstorende handelingen worden beoordeeld en ingeschaald door de burgemeester waarbij de indeling van de welgenoemde feiten hiertoe als richtlijn dienen.
Heinkenszand. Stenge en omgeving gebied begrensd door en inclusief de volgende wegen (met trottoir en eventuele groenstroken, voor exacte begrenzing zie bijgevoegde kaart in bijlage 1): Stengeplein, van der Biltplein tot aan de Dorpsstraat, Kraaiendijk tot aan de Mr Dr Meslaan en de Warande, gebied gelegen tussen Kraaiendijk, Hoefbladstraat, Guldenroedestraat en Goudsbloemstraat. Inclusief de beweegtuin gelegen voor de Fonteyne.
Heinkenszand. Gebied rondom voetbal Luctor Heinkenszand, tennis en toekomstige padelbanen. Gebied begrensd door en inclusief de volgende wegen (met trottoir en eventuele groenstroken):
Het gebied betreft het omheinde terrein van het sportpark van Luctor Heinkenszand en het omheinde terrein van tennisvereniging TEBO Heinkenszand, gelegen aan de Dorpsstraat, inclusief de bestaande voetbalvelden, tennisbanen en de geplande padelbanen, alsmede alle daarbij behorende opstallen, verhardingen en groenvoorzieningen binnen deze begrenzingen.
’s-Gravenpolder. SVRZ de Zwake en omgeving gebied begrensd door en inclusief de volgende wegen (met trottoir en eventuele groenstroken, voor exacte begrenzing zie bijgevoegde kaart in bijlage 1): Magnoliastraat tot aan de Elegantierstraat. Elegantierstraat tot Langeweg. Langeweg tot aan de Magnoliastraat. Inclusief de beweegtuin ’s-Gravenpolder.
’s-Heerenhoek. IKC Don Bosco en omgeving gebied begrensd door en inclusief de volgende wegen (met trottoir en eventuele groenstroken, voor exacte begrenzing zie bijgevoegde kaart in bijlage 1): Deken Tomaslaan tot aan Theresiahof, doorlopend tot het voetbalveld van VV De Patrijzen. Pastoor Fronthoffstraat langs IKC Don Bosco tot aan de Deken Tomaslaan.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-297378.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.