Gemeenteblad van Westland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Westland | Gemeenteblad 2025, 295704 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Westland | Gemeenteblad 2025, 295704 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Nadere regels Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Westland 2025
Deze Nadere regels Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Westland 2025 zijn een uitwerking van de Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Westland 2025. Een nadere regel kadert de bevoegdheden van het college op grond van de verordening. Beleid, of beleidsregels, beschrijven de manier waarop het college met de bevoegdheid omgaat. Van beleid mag het college gemotiveerd afwijken.
De wet, Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Westland 2025 en Nadere regels Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Westland 2025 vormen een onlosmakelijk samenhangend geheel, waarbij de één voortborduurt op de ander en nader concretiseert. De wet staat boven de Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Westland 2025 die op haar beurt boven de Nadere regels staat. De gemeentelijke Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Westland 2025 is een op gemeentelijk niveau vastgesteld algemeen verbindend voorschrift. Het is een wetgevende regeling op gemeentelijk niveau.
Deze Nadere regels zijn per artikel van de verordening geschreven. Eerst wordt het artikelnummer uit de verordening genoemd, en met een opvolgende nummering worden de Nadere Regels geduid. Dus bij artikel 1x van de Verordening hoort, artikel 1.1 van de Nadere Regels. Als een Nadere regel specifiek van toepassing is op een lid van een artikel uit de verordening, wordt dat artikel erbij vermeld.
De Wet en de Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning Westland 2025 regelen de bevoegdheden van de gemeenteraad en het college. De uitvoering van de wet zal echter in de regel door deskundige Wmo-consulenten, namens het college, worden gedaan (in mandaat).
Mocht er onverhoopt een verschil zijn tussen de Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning en deze Nadere regels, dan gaan de bepalingen van de verordening voor.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westland,
gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht:
gelet op artikel 3, lid 6; artikel 5, lid 7; artikel 6, lid 4;artikel 7, lid 15; artikel 9, lid 8; artikel 10, lid 5; artikel 13, lid 8; artikel 14, lid 9; artikel 16, lid 10; artikel 18, lid 6; artikel 20, lid 8;van de Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Westland 2025;
van de Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Westland 2025;
Nadere regels Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Westland 2025.
Lid 2 sub h: gebruikelijke zorg
Het college hanteert voor het bepalen of zorg als gebruikelijk aangemerkt kan worden de Wmo richtlijn Indicatieadvisering voor Hulp bij het Huishouden van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) als richtlijn1.
Het college maakt een uitzondering op het protocol ten behoeve van mantelzorgers tot de leeftijd van 24 jaar.2
Spoedsituaties zijn uitzonderlijke omstandigheden waarin directe inzet van ondersteuning onvermijdelijk is om ernstige gevolgen of ontwrichting te voorkomen. Spoedmeldingen worden vroegtijdig herkend en beoordeeld via een spoedtriage door het college. Als de situatie als spoedeisend wordt beoordeeld, verstrekt het college binnen 48 uur een tijdelijke maatwerkvoorziening.
Voorrangsituaties (geen spoed, wel prioriteit)
Naast spoedsituaties kunnen bepaalde omstandigheden aanleiding geven om een aanvraag met voorrang te behandelen. Dit betekent dat de beoordeling met prioriteit plaatsvindt, maar niet dat inzet binnen 48 uur noodzakelijk is. Voorbeelden van voorrangssituaties zijn:
De toetsingscriteria hiervoor zijn dat de voorziening:
met een inkomen op minimumniveau financieel kan worden gedragen. Het college acht een voorziening (in beginsel) financieel draagbaar als deze met een inkomen op bijstandsniveau binnen 36 maanden kan worden terugbetaald bij een aflossing van 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm per maand, op grond van de Wet vereenvoudigde beslagvrijevoet. Het college berekent dit als volgt: bedrag geldende bijstandsnorm x 5 % x 36 maanden. Door deze berekeningswijze wordt er rekening mee gehouden dat een inwoner in ieder geval over het bestaansminimum kan blijven beschikken.
Artikel 5, lid 5 aanvraag voorziening in de leveringsvorm pgb
Als een inwoner niet het door het college vastgestelde format gebruikt, is het nodig dat het pgb plan voldoet aan de volgende vereisten en vermeldt:
de kosten van de voorziening, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief. Deze doelen moeten SMART geformuleerd worden. Dit houdt in dat de doelen specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden moeten zijn. Daarnaast zijn de doelen een concretisering van de doelen die zijn opgenomen in het ondersteuningsplan;
Het college kan in voorkomende gevallen de verkorte procedure voor het onderzoek naar de behoefte aan een maatwerkvoorziening volgen. Bij het reguliere onderzoek voert het college een uitgebreid onderzoek uit, meestal via een huisbezoek. Met een uitgebreid onderzoek op alle leefgebieden brengt het college de hulpvraag en de mogelijke oplossingen in kaart. Met het toepassen van de Verkorte Procedure handelt het college meldingen sneller af. Het onderzoek richt zich alleen op de in melding gevraagde ondersteuning en de daarbij horende leef- en compensatiegebieden. Het onderzoek is telefonisch.
Als sprake is van een verhuizing van een inwoner die naar de gemeente Westland verhuist, en van buiten de gemeente Westland, die een maatwerkvoorziening in de vorm van een dienst had uit de gemeente die de inwoner verlaat, dan kan het college via de verkorte procedure de meest gelijke beschikbare voorziening verstrekken voor een periode van maximaal drie maanden. Binnen drie maanden na de verstrekking voert het college dan een regulier onderzoek uit.
Als een inwoner van buiten de H5 gemeente3 verhuist naar Westland en heeft de inwoner een maatwerkvoorziening op het gebied van Sociaal Persoonlijk Functioneren (SPF) dan verstrekt het college een indicatie in Trede 2 .
Als er sprake is van een inwoner die naar de gemeente Westland verhuist, en van buiten de gemeente Westland komt, en die een maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel had uit de gemeente die de inwoner verlaat, dan volgt het college de afspraken die genoemd staan in het Convenant meeverhuizen van individuele mobiliteitshulpmiddelen en roerende woonvoorzieningen bij een verhuizing.4
HOOFDSTUK 3 DE TE BEREIKEN RESULTATEN
Artikel 7.4 Criteria maatwerkvoorzieningen - Huiselijk geweld en kindermishandeling
De toegang tot voorzieningen op grond van voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld en kindermishandeling gebeurt via de door de regiogemeenten Haaglanden vastgestelde regiovisie ’Aanpak huiselijk geweld huiselijk geweld Haaglanden 2019-2022’7.
Artikel 7.6 Criteria maatwerkvoorzieningen – maatschappelijke opvang en beschermd wonen
De toegang tot dag-, nacht- en 24-uurs opvang gebeurt volgens de Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Delft houdende regels omtrent landelijke toegankelijkheid maatschappelijke opvang (Beleidsregels landelijke toegankelijkheid maatschappelijke opvang regio DWO), voor zover het college besloten heeft dat dit via de Centrumgemeente Delft verloopt.8
De toegang ten behoeve van Beschermd Wonen gebeurt voor zover het college besloten heeft dat dit via de Centrumgemeente Delft verloopt, conform de Beleidsregel Beschermd wonen, Beschermd thuis (centrum)gemeente Delft.9
Inwoners met behoefte aan maatschappelijke opvang of beschermd wonen kunnen zich melden bij Delft Support10 van de gemeente Delft.
Artikel 7.13 Criteria maatwerkvoorzieningen – Goedkoopste adequate voorziening
In geval van een traplift verstrekt het college de goedkoopste, functionele voorziening, vanwege het gebruik van de trap voor met de inwoner samenlevende huisgenoten zonder beperking. Als het voor het optimaal lopend op- en afgaan van de trap benodigd is dat de traplift aan de spilzijde wordt bevestigd, is dat mogelijk.
Artikel 9.6c maatwerkvoorziening - Collectief vervoer versus individueel vervoer
Als gebruik van de regiotaxi waarvoor een inwoner in aanmerking komt, voor deze inwoner niet mogelijk is, dan kan het college een tegemoetkoming in de kost van vervoer voor gebruik van een (individuele service-) taxi toekennen. De vergoeding is jaarlijks maximaal gelijk aan de jaarlijkse vergoeding voor het ZIN-tarief (zie bijlage 8 voor de berekening).
Het college verstrekt geen vergoeding voor vervoer door personen uit het informele netwerk. Bij gebruik van de Wmo-vervoerspas heeft een inwoner een eigen bijdrage. Door geen vervoerspas te gebruiken, spaart de inwoner deze kosten uit. De inwoner kan deze inzetten voor een tegemoetkoming van de reiskosten bij vervoer door een persoon uit het informele netwerk.
Artikel 9.6c maatwerkvoorziening - andere vervoersmiddelen
Het college kan andere vervoersmiddelen verstrekken als maatwerkvoorziening:
gesloten buitenwagen, zijnde een overdekt voertuig dat niet harder dan 45 km per uur rijdt en waarvoor aparte (verkeers)regels gelden. Het college verstrekt een gesloten buitenwagen alleen als maatwerkvoorziening als deze medisch geïndiceerd is en er geen voordeligere adequate oplossing is voor de problemen bij de zelfredzaamheid en participatie.
auto-aanpassingen: als een inwoner geen gebruik kan maken van collectief vervoer kan het college, indien dit medisch geïndiceerd is, een voorziening verstrekken voor een niet gebruikelijke auto-aanpassing.
Een benodigde aanpassing heeft een minimale levensduur van 7 jaar (uiteraard rekening houdend met de persoonskenmerken van de aanvrager op dat moment). Het college vraagt de inwoner aan te tonen dat de aan te passen auto de investering nog waard is (dus naar verwachting nog minimaal 7 jaar mee kan).
Als een inwoner in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening vervoer kan deze ervoor kiezen om in de plaats daarvan een eigen auto aan te laten passen. Het college kent dan aan de hand van een offerte maximaal een bedrag toe ten hoogste van zeven maal het maximale pgb bedrag per jaar. Het college vraagt de inwoner aan te tonen dat de aan te passen auto de investering nog waard is (dus naar verwachting nog minimaal 7 jaar mee kan).
Artikel 9.6d Maatwerkvoorzieningen – type woonvoorzieningen en voorwaarden
Het college onderscheidt de volgende vormen van woonvoorzieningen:
Een inwoner is niet verplicht om te verhuizen. Kiest de inwoner ervoor om niet te verhuizen dan kan het college een tegemoetkoming van de kosten verlenen voor het uitvoeren van noodzakelijke aanpassingen. Het college kent maximaal het bedrag toe, genoemd in lid 1.
Het bedrag stelt het college beschikbaar aan de hand van facturen.
Het college verleent geen maatwerkvoorzieningen voor gezamenlijke ruimtes in woongebouwen, met uitzondering van benodigde deurautomaten.
De kosten voor het verwijderen van nagelvaste, niet in bruikleen verstrekte, woningaanpassingen vallen niet onder de maatwerkvoorziening en worden door het college niet vergoed, tenzij andere afspraken zijn gemaakt door het college met de woningcorporaties Westland.11
Wanneer een inwoner aantoonbare beperkingen heeft ten gevolge van bijvoorbeeld COPD, astma of allergie (zolang de allergie niet voortvloeit uit de aard van de gebruikte materialen in de woning of de bouwtechnische staat van de woning), waardoor vervanging van vloerbedekking of gordijnen noodzakelijk is, kan het college hiervoor een financiële tegemoetkoming in de kosten verstrekken.
Wanneer het voor een inwoner zonder sporthulpmiddel niet mogelijk is om een sport te beoefenen en de kosten hiervoor aanzienlijk hoger zijn, dan de gebruikelijke kosten die een persoon zonder beperkingen heeft voor dezelfde (of een vergelijkbare) sport, kan het college een sportvoorziening verstrekken. Dat kan een sportrolstoel zijn, maar ook een ander hulpmiddel.
Artikel 13.2 regels voor het persoonsgebonden budget - voorwaarden gesteld aan pgb vertegenwoordiger
Als een inwoner de levering van een maatwerkvoorziening in een pgb wenst te ontvangen, en deze een vertegenwoordiger inzet voor het beheer ervan, is het nodig dat de vertegenwoordiger voldoet aan de volgende voorwaarden:
de pgb-vertegenwoordiger mag geen financiële relatie hebben tot de hulpverlener in verband met mogelijke belangenverstrengeling als deze geen familieleden tot en met de 2e graad zijn.12
Het college herberekent bij toegestaan verblijf in het buitenland de hoogte van het pgb. Het pgb wordt berekend aan de hand van de aanvaardbaarheidspercentages zoals genoemd in het AWBZ kompas persoonsgebonden budget van het Zorginstituut Nederland, c.q. bijlage D van de Regeling langdurige zorg.13
HOOFDSTUK 5 KWALITEIT VAN DE ZORGVERLENERS
Artikel 18. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning Artikel 18
Het college hanteert ten behoeve van het toezicht op de kwaliteit als kwaliteitsstandaard het Kwaliteitsstandaard Wmo14.
Het college laat het toezicht op de kwaliteit van de Wmo-voorzieningen en Wmo-ondersteuning van zorgaanbieders waarmee het college een contract heeft, uitvoeren door de GGD Haaglanden15.
Artikel 19. Meldingsregeling calamiteiten en geweld
Het college hanteert ten behoeve van het toezicht het calamiteitenprotocol16
HOOFDSTUK 6 HERZIENING VAN DE BESLUITVORMING
Artikel 20.1. Wijzigingen, voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen maatwerkvoorzieningen en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de Wmo 2015
HOOFDSTUK 7 OVERIGE BEPALINGEN
Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze Nadere Regels indien toepassing ervan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
Artikel 32. Inwerkingtreding en citeertitel
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westland,
gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht:
gelet op de Verordening Wet Maatschappelijke Ondersteuning Westland 2025;
Nadere Regels Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Westland 2025.
Aldus vastgesteld in de vergadering van 24 juni 2025
De secretaris
M.L.M Weers
De burgemeester
B.R. Arends
Bijlage 1 Checklist betrekken van de mantelzorger bij het onderzoek
|
Ja -> () geen hulp of weinig hulp |
|
Ja -> () geen hulp of weinig hulp |
|
|
|
Gevolgen voor andere verantwoordelijkheden en activiteiten van de mantelzorg |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
De matrix heeft betrekking op alle cliëntgroepen die onder de Wmo vallen en waarbij een maatwerkvoorziening in de vorm van dienstverlening nodig is. De inhoudelijke beschrijving zijn voorbeelden, het is geen blauwdruk waar iemand aan moet ‘voldoen’.
Bijlage 3 Protocol maximale perioden beschikkingen en monitormomenten als invulling van artikel 2.3.9 Wmo
Hoofdstuk 2. Maatschappelijke ondersteuning.
Paragraaf 3: Maatwerkvoorzieningen
Het college onderscheidt groepen inwoners met een Wmo voorziening in ‘leerbare’ en ‘stabiele’ ondersteuning. Of een inwoner leerbaar is of stabiel blijft, blijkt uit het onderzoek en dat wordt vastgelegd in het ondersteuningsplan. Hierin wordt ook de looptijd van de indicatie aangegeven en het moment dat de monitoring (evaluatie) plaatsvindt. Echter blijft het nog steeds maatwerk, zoals de Wmo bedoeld is.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-295704.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.