Gemeenteblad van Geertruidenberg
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Geertruidenberg | Gemeenteblad 2025, 294396 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Geertruidenberg | Gemeenteblad 2025, 294396 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Integrale verordening Sociaal Domein gemeente Geertruidenberg 2025
Integrale verordening Sociaal Domein gemeente Geertruidenberg 2025
Integrale verordening sociaal domein gemeente Geertruidenberg 2025
Hoofdstuk 1. Inleiding verordening sociaal domein gemeente Geertruidenberg
1.3 Kernwaarden Beleidskader Sociaal Domein
1.4 De bedoeling van de wet staat centraal
Hoofdstuk 2. Van melding tot besluit
2.1 Melding ondersteuningsvraag
2.7 Aanvraag en gesprek na aanvraag
Hoofdstuk 3. Werk en Participatie
3.6 Kinderopvang sociaal medische indicatie
Hoofdstuk 4. Gezond en veilig opgroeien
4.1 Uitgangspunten bij ondersteuning
4.2 Verantwoordelijkheid ouders
4.5 Geen ondersteuning-op-maat
4.6 Overgang naar volwassenheid (18- naar 18+)
4.7 Afstemming met andere vormen van ondersteuning
Hoofdstuk 5. Wonen in een veilige en gezonde omgeving
5.2 Zelfstandig en veilig wonen
Hoofdstuk 6. De vorm van de ondersteuning
6.1 Ondersteuning in natura (een dienst of een product)
6.4 Wat is uw bijdrage in de kosten?
Hoofdstuk 7. Inkomen werk en schulden
7.4 Individuele inkomenstoeslag
8.4 Handhaving Wet inburgering
Hoofdstuk 9. Afspraken tussen inwoner en gemeente
9.1 Hoe gaan we met elkaar om?
9.2 Afspraken en verplichtingen
9.4 Beëindigen en terugvorderen voorziening
9.5 Hoe controleert de gemeente of u de afspraken nakomt?
Hoofdstuk 10. Inspraak voor inwoners
Hoofdstuk 11. Klachten en bezwaar
11.1 Verschil tussen bezwaar en klacht
11.2 Doelen klacht- en bezwaarprocedure
11.3 Klachten over de gemeente
11.6 Klachten over andere personen of organisaties
Hoofdstuk 12. Kwaliteit, inkoop en aanbesteding
12.3 Meldingsregeling calamiteiten en geweld
12.4 Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning
Hoofdstuk 13. Van oud naar nieuw
13.1 Onderzoek naar de werking van de verordening
13.3 Afwijken van de verordening (hardheidsclausule)
13.5 Ingangsdatum nieuwe verordening en intrekking oude verordening
Hoofdstuk 1. Inleiding verordening sociaal domein gemeente Geertruidenberg
Het is de taak van de gemeente om inwoners te ondersteunen op het gebied van zorg, meedoen in de samenleving, zelfredzaamheid, werk en jeugdhulp. We gaan uit van uw zelfredzaamheid. Samen met u zoeken we naar oplossingen voor ondersteuningsvragen. Daarbij wordt ook de ondersteuning die uw familie, vrienden en uw sociale netwerk kan bieden in kaart gebracht en zo nodig versterkt. Daar waar nodig biedt de gemeente ondersteuning-op-maat. We kijken samen naar het effect dat u wilt bereiken en we bekijken uw hulpvraag integraal en vanuit uw leefwereld.
Wij streven naar goede aansluiting met andere ondersteuning, zowel binnen de gemeente als bij samenwerkingspartners van de gemeente.
Deze verordening geeft gemeentelijke regels over de volgende onderwerpen:
In Nederland vinden we het belangrijk dat:
Het is onze taak u hierbij te ondersteunen als dit (tijdelijk) niet zelfstandig lukt. De wetgever heeft wetten gemaakt om dit te bereiken. Het gaat om de:
De regels in deze verordening vullen de wettelijke regels aan. Het zijn regels op hoofdlijnen die de gemeenteraad heeft vastgesteld. Daarnaast zijn er regels nodig om de wettelijke taken goed te kunnen uitvoeren, zoals uitvoeringsregels. Door dit bij elkaar te brengen in één verordening Sociaal Domein ontstaat een goede basis om de inwoner beter en passender te helpen als er een ondersteuningsvraag ligt.
1.3 Kernwaarden Beleidskader Sociaal Domein
Bij het toepassen van de regels uit deze Integrale Verordening houden wij rekening met de doelen van de Jeugdwet, Wet maatschappelijke ondersteuning, Participatiewet, de IOAW, de IOAZ, Wet gemeentelijke Schuldhulpverlening, Bbz, Wet op het primair onderwijs, Wet op het voorgezet onderwijs, Wet op expertisecentra, Wet Kinderopvang, Leerplichtwet, RMC, Wet Passend Onderwijs, Algemene Wet Bestuursrecht, Gemeentewet en de Wet Inburgering. Wij zorgen ervoor dat het effect van een besluit past bij die doelen.
Naast de doelen van de verschillende wetten in het sociaal domein sluiten we aan bij de ambities van het lokale Beleidskader Sociaal Domein. Hieruit hebben we drie kernwaarden geformuleerd, die niet individueel gelezen kunnen worden, maar in samenhang met elkaar en in samenhang met de doelen uit de verschillende wetten richting geven aan de uitvoering van de verordening. Het gaat om de volgende drie kernwaarden:
Deze kernwaarden zijn van toepassing op het hele sociaal domein. Per hoofdstuk worden nog specifieke kernwaarden benoemd. De begrippen die in deze verordening worden gebruikt, worden toegelicht in hoofdstuk 14.
1.4 De bedoeling van de wet staat centraal
Bij het toepassen van de regels uit deze verordening houden wij rekening met de landelijk geldende wetten. Wij gaan niet alleen uit van de letter van de wet, maar juist van de bedoeling van de wet. Het beleid wat wij voeren, past bij het beoogde effect van de wet. We vinden daarbij de volgende uitgangspunten van belang:
Deze verordening is gebaseerd op de wetten die bij 1.1 zijn genoemd. Die wetten vormen de wettelijke basis voor de artikelen in deze verordening. Maar niet voor alle artikelen geldt dat in iedere wet daarover iets is terug te vinden. Dat verschilt per artikel. Daarom is per artikel aangegeven op welke wetten dat artikel is gebaseerd. Waar de Gemeentewet als grondslag wordt genoemd, wordt daarmee de bevoegdheid van de gemeenteraad bedoeld om regels vast te stellen (artikel 121 Gemeentewet). Bij een aantal artikelen wordt ook ‘Awb’ (de Algemene wet bestuursrecht) genoemd. Die verwijzing staat erin als er in de Awb specifieke bepalingen zijn opgenomen die op dat artikel van toepassing zijn.
Hoofdstuk 2. Van melding tot besluit
Dit hoofdstuk gaat over hoe u ons ondersteuning vraagt als het gaat om één of meer onderwerpen uit deze verordening. Hierin staat hoe u een vraag indient, hoe de afhandeling gaat en wat wij van u verwachten. Al uw vragen om ondersteuning kunt u in één keer stellen. Wij kijken breed naar uw vraag en uw persoonlijke situatie. We informeren u over de procedures. Voor jeugdhulpvragen geldt een andere procedure. Dit leest u vanaf paragraaf 2.6.
2.1 Melding ondersteuningsvraag
2.1.1. Indienen ondersteuningsvraag bij de gemeente
[Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Wi2021]
Heeft u ondersteuning nodig? Meldt u zich dan bij de gemeente. U, of een persoon namens u, kan deze melding op de volgende manieren doen:
2.2.1 Uitnodiging voor gesprek
[Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Wi2021]
Meldt u zich met een ondersteuningsvraag? Dan krijgt u een uitnodiging voor een gesprek met een
medewerker. Het gesprek vindt eventueel via de telefoon plaats, naar inschatting van de medewerker en met uw instemming.
In de uitnodiging staat waar en wanneer het gesprek plaatsvindt, wie hierbij mag zijn en waarover het gaat. U krijgt van de medewerker ook informatie over de mogelijkheid om:
2.2.2 Doel en procedure gesprek
[Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Wi2021]
Het doel van het gesprek is om een goed beeld te krijgen van uw persoonlijke situatie en het effect dat u wilt bereiken. Heeft u een persoonlijk plan gemaakt? Dan betrekt de medewerker dit bij het gesprek. Als u wilt, kan er iemand bij het gesprek zijn (bijvoorbeeld een familielid/mantelzorger/ onafhankelijk cliëntondersteuner).
[Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Wi2021]
1. De medewerker bespreekt met u welk effect u wilt bereiken. In het gesprek tussen de medewerker, u en, waar mogelijk, de mantelzorger, familie of iemand uit het sociaal netwerk onderzoekt de medewerker:
2. De medewerker informeert u over mogelijkheden om uw ondersteuningsvraag te beantwoorden.
Na de melding en het gesprek met de medewerker, kunt u een aanvraag indienen. Dat kan schriftelijk door het tekenen van het aanvraagformulier, gespreksverslag, ondersteuningsplan of het indicatieadvies. Stuur dit dan terug naar de gemeente.
2.3.2 Aanvraag voor ondersteuning-op-maat
U krijgt geen ondersteuning als:
U de voorziening al heeft gerealiseerd of heeft gekocht voordat u zich bij de gemeente meldde voor hulp óf nadat u zich bij de gemeente meldde voor hulp, maar vóórdat er een besluit is genomen. Dit geldt niet als de gemeente hiervoor toestemming gaf of als we achteraf de noodzaak nog kunnen vaststellen.
2.3.3 Eigen kracht en gebruikelijke hulp
Met eigen kracht bedoelen we datgene wat we in alle redelijkheid van u mogen vragen om tot een verbetering van zelfredzaamheid en het meedoen in de samenleving te komen, of om een oplossing te vinden voor uw behoefte aan beschermd wonen en opvang, en om op die manier ondersteuning-op-maat te voorkomen.
Kan uw ondersteuningsvraag met gebruikelijke hulp opgelost worden? Dan krijgt u geen ondersteuning-op-maat. Gebruikelijke hulp is hulp die u naar algemeen aanvaardbare opvattingen in redelijkheid mag verwachten van uw partner, echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Bij de beoordeling hiervan houden we, voor zover daartoe aanleiding is, rekening met:
De medewerker die een melding of aanvraag behandelt heeft de nodige kennis en deskundigheid om deze te behandelen. Heeft de medewerker die kennis niet? Dan zorgen wij voor een onafhankelijke deskundige die met de juiste kennis een advies uitbrengt. De onafhankelijk deskundige heeft bijvoorbeeld sociaal-medische kennis op het niveau van een arts, ergonomische kennis, bouwkundige/technische kennis of gedragswetenschappelijke kennis. Dit hangt af van de eisen aan het onderzoek. Dit deskundig oordeel betrekken we bij de beoordeling van uw aanvraag. We laten u weten welke deskundigheid er op welk moment nodig is en welke we inzetten.
[Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Wi2021]
U krijgt een brief met het besluit. U weet dan of u wel of geen ondersteuning krijgt. Krijgt u ondersteuning? In het besluit staat om welke ondersteuning het gaat. Bijvoorbeeld ondersteuning in natura, een persoonsgebonden budget (pgb), geld of een andere vorm van ondersteuning. De voorwaarden en verplichtingen voor ondersteuning staan ook in het besluit.
Deze paragraaf gaat over jeugdhulpvragen. Voor jeugd- hulpvragen moet de ouder en/of jeugdige bij het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) zijn. Het CJG is de organisatie die voor de gemeente zorgt voor de jeugdhulp.
2.7 Aanvraag en gesprek na aanvraag
Heeft u zich gemeld? Dan bellen we u om een goed beeld te krijgen. Wat is het effect dat u wilt bereiken en wat is uw persoonlijke situatie? Daarna kunnen we een intakegesprek plannen.
2.7.2 Uitnodiging voor (intake)gesprek
Na melding bij het CJG kunt u een uitnodiging krijgen voor een gesprek met een professional. In die uitnodiging staat waar en wanneer het gesprek is, wie hierbij mag aansluiten en waarover het gesprek gaat. U kunt gratis hulp van een onafhankelijk cliëntondersteuner krijgen, als u dat wilt.
Na de melding en het eerste telefonisch gesprek met de professional, kunt u een aanvraag doen. Dat kan schriftelijk door het aanvraagformulier in te vullen, te ondertekenen en terug te sturen naar het CJG. Of door dit samen in te vullen tijdens het intakegesprek met de professional.
2. Gebruikelijke hulp is hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders. Zij zijn namelijk verplicht om minderjarige jeugdigen behorende tot hun gezin, te verzorgen, op te voeden, te begeleiden en toezicht op hen te houden. Dit geldt ook als de jeugdige een ziekte, aandoening, beperking of ander problematiek heeft. Bij uitval van één van de ouders neemt de andere ouder de gebruikelijke hulp over. Dit geldt ook bij gescheiden ouders. We houden ook rekening met gebruikelijke hulp van de ouder waar de jeugdige niet woont.
We kunnen hier uitvoeringsregels over opstellen.
4. Als er sprake is van gebruikelijke hulp, geven wij geen individuele voorziening tot jeugdhulp. Een (tijdelijke) uitzondering kan er zijn als de ouders door (dreigende) overbelasting de gebruikelijke hulp niet kunnen geven. Er moet een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige.
Als a t/m j niet tot problemen leiden bij het verlenen van hulp door de ouders, krijgen zij geen individuele voorziening tot jeugdhulp.
7. Als ouders een beroep kunnen doen op het sociale netwerk voor ondersteuning bij de nodige hulp aan de jeugdige dan verwachten wij van hen dat ze hier gebruik van maken. De ondersteuning van het sociale netwerk valt onder eigen kracht. Wij verstrekken hiervoor geen individuele voorziening tot jeugdhulp.
2.7.7 Deskundig onderzoek, deskundige toeleiding en beoordeling
Bij een aanvraag voor jeugdhulp zetten we voor het onderzoek de benodigde specifieke deskundigheid in. We zorgen ervoor dat de deskundigheid bekend is bij de aanvrager. Het onderzoek vindt plaats door of onder verantwoordelijkheid van SKJ- of BIG- geregistreerde professionals. Als dat nodig is, vragen we extern (medisch) advies.
Hoofdstuk 3. Werk en Participatie
Wij vinden het belangrijk dat u duurzaam en passend werk vindt. Dat u zo goed mogelijk meedoet in de samenleving, het liefst in een gewone betaalde baan. Heeft u een arbeidsbeperking? Dan ondersteunen wij u bij het krijgen en behouden van werk. Is betaald werk voor u (nog) niet haalbaar? Dan kijken we hoe u wel kunt meedoen in de samenleving. Bijvoorbeeld met zogenaamde voorzieningen. Welke dat zijn, staat in dit hoofdstuk. Het hoofdstuk gaat ook over de tegenprestatie die wij van u kunnen vragen. Verder gaat het over meedoen aan activiteiten in de samenleving als u een beperking heeft. Meedoen is niet alleen een verantwoordelijkheid van de inwoner zelf of van de gemeente, maar ook van de samenleving (omkijken naar elkaar).
Wij beoordelen per persoon of een voorziening zinvol is. Is dit het geval? Dan kijken wij welke voorziening en voor hoe lang. We kijken naar uw omstandigheden, eventuele beperkingen, zorg voor kinderen tot vijf jaar, mantelzorg, wettelijke verplichtingen en beschikbaarheid van voldoende budget. Het college kan hiervoor uitvoeringsregels vaststellen.
Heeft u een uitkering, bent u 27 jaar of ouder en heeft u weinig kans op betaald werk? Dan is een participatieplaats misschien iets voor u. Een participatieplaats is te combineren met scholing, opleiding en/of andere activiteiten voor uitstroom naar betaald werk. De participatieplaats staat in een overeenkomst tussen u, de gemeente en de werkgever.
Het doel van een participatieplaats is om uw kans op betaald werk te vergroten. U werkt met behoud van uitkering op een bepaalde werkplek. Zo doet u werkervaring op. Het werk moet passend zijn. Scholing of opleiding krijgt u als u dit werk minimaal zes maanden doet en als u geen startkwalificatie heeft. Scholing of opleiding vergroot uw kans op werk.
3.4.7 Persoonlijke begeleiding bij werk
U kunt persoonlijke ondersteuning krijgen om u te helpen uw werk goed te doen. In artikel 3.4.13 staat hoe en wanneer wij dit aanbieden.
Een voorwaarde voor elke ondersteuning-op-maat is dat werk geen andere werknemers bij dezelfde werkgever verdringt en ook geen oneerlijke concurrentie betekent voor andere organisaties. Dit geldt bij de proefplaatsing, werkstage, incidentele loonkostensubsidie en sociale activering.
Gaat u aan het werk en stopt uw uitkering? Dan nemen wij na drie maanden contact met u op. Wij kijken samen of u nog ondersteuning nodig heeft om aan het werk te blijven.
3.4.13a Structurele loonkostensubsidie
Om vast te stellen of u in aanmerking komt voor de loonkostensubsidie, bepaalt de gemeente uw loonwaarde op de werkplek. Dit gebeurt met een erkende methode. Dit doen we binnen zestien weken na de aanvraag, behalve als in overleg met de werkgever artikel 10d, lid 5 van de Participatiewet wordt gevolgd.
3.4.13b Voorwaarden persoonlijke ondersteuning bij werk en andere voorzieningen
Heeft u een arbeidsbeperking? Dan kunt u recht hebben op persoonlijke ondersteuning bij werk en andere voorzieningen. U moet dan voldoen aan de volgende voorwaarden:
3.4.13c Aanvraagprocedure persoonlijke ondersteuning bij werk en andere voorzieningen
3.4.15 Overige vergoedingen en re-integratievoorzieningen
Wij kunnen uitvoeringsregels maken over welke voorzieningen nog meer mogelijk zijn en welke vergoedingen wij verstrekken.
3.4.16 Combinatie van voorzieningen
Wij kunnen zo nodig meerdere voorzieningen tegelijk voor u inzetten.
3.5.2 Duur en omvang tegenprestatie
De tegenprestatie die wij van u verwachten duurt maximaal twaalf dagen per jaar en maximaal zestien uur per week. Dit is om de volgende redenen:
Bent u door een beperking niet in staat de dag goed in te vullen? Dan kunt u ondersteuning-op-maat krijgen voor een zinvolle dagbesteding, waarbij zingeving centraal staat. De activiteiten variëren van arbeidsmatige tot recreatieve activiteiten en andere groepsactiviteiten voor één of meer dagdelen per week. Ze dragen bij aan uw zelfredzaamheid en meedoen in de samenleving. De activiteiten sluiten aan op wat u (nog) kunt leren/ontwikkelen en/of bijdragen in de samenleving. Als het kan helpt de dagbesteding u op weg naar werk. Stabiliseren van de situatie en begeleiding bij achteruitgang, signaleren van en acteren op veranderingen in de gezondheid, de leefomstandigheden en de sociale omgeving horen hier ook bij.
Bent u niet in staat tot normale dagelijkse activiteiten? Dan kunt u ondersteuning-op-maat krijgen. Ondersteuning-op-maat betekent dat een individueel begeleider u ondersteunt bij dagelijkse activiteiten en u helpt om goed om te gaan met uw omgeving. De begeleider kan u ook ondersteunen u bij vaak terugkerende zaken, zoals het structureren van de dag, het doen en beheren van de administratie en de financiën. De begeleider neemt het niet volledig van u over. Doel van de individuele begeleiding is bevordering, behoud of compensatie van zelfredzaamheid en meedoen in de samenleving. Stimuleren van verandering in gedrag en vaardigheden en begeleiden bij achteruitgang horen hier ook bij. Net als signaleren van en acteren op veranderingen in de gezondheid, de leefomstandigheden en de sociale omgeving.
Bent u door een beperking onvoldoende mobiel om binnen redelijke grenzen contact met anderen te hebben? Dan kunt u ondersteuning-op-maat krijgen. Dit betekent hulp bij het vervoer dichtbij huis zodat u bijvoorbeeld mee kunt doen aan recreatieve, maatschappelijke en religieuze activiteiten en zelf dagelijkse boodschappen kunt doen.
Bent u door een beperking niet in staat om u voldoende te verplaatsen in en om uw woning? Dan kunt u ondersteuning-op-maat krijgen. De ondersteuning-op-maat is een rolstoel voor dagelijks zittend gebruik.
3.7.5 Vervanging vervoersvoorziening over korte afstand en rolstoel
Wilt u ondersteuning-op-maat en gaat het gaat om vervanging van een eerder verstrekte rolstoel of vervoersvoorziening over korte afstand? Wij doen dit alleen als deze:
Hoofdstuk 4. Gezond en veilig opgroeien
Jeugdigen moeten zo gezond en veilig mogelijk kunnen opgroeien. Dit is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de ouders/opvoeders, jeugdigen, hun netwerk en onze samenwerkingspartners in de maatschappij. Als zij dit zelf niet kunnen, dan kunnen zij om hulp vragen bij de gemeente. Daarbij staat het versterken van eigen kracht van de ouders, de jeugdigen, hun netwerk en het systeem om hen heen voorop. Wanneer ouders en jeugdigen ons vragen om ondersteuning wijzen wij hen eerst op de voorliggende voorzieningen. De gemeente zorgt voor passende ondersteuning als dat echt nodig is.
4.6 Overgang naar volwassenheid (18- naar 18+)
Het is mogelijk dat ten behoeve van uw kind ondersteuning op grond van de Wmo of zorg op grond van de Zorgverzekeringswet wordt gegeven. Dit hoort ook in het plan, net als de financiële gevolgen die een beroep op deze voorzieningen met zich meebrengt, zoals het wettelijk verplicht eigen risico (Zvw) en de eigen bijdrage Wmo.
4.7 Afstemming met andere vormen van ondersteuning
Wij zorgen dat ondersteuning-op-maat aansluit bij andere vormen van ondersteuning aan u of uw kind. Om dat te bereiken maken wij afspraken met hulpverleners, instellingen, onderwijs, zorgverzekeraars en/of andere personen of organisaties. De afspraken leggen we vast en kunnen gaan over onder andere:
Hoofdstuk 5. Wonen in een veilige en gezonde omgeving
Inwoners met een beperking en/of langdurige psychische of psychosociale problemen hebben soms hulp nodig om zo lang en zelfstandig mogelijk in hun eigen leefomgeving te kunnen blijven wonen. Wij ondersteunen u als u niet zelf of met mensen in uw omgeving oplossingen kunt vinden voor knelpunten in uw woning, bij normale dagelijkse activiteiten en in de huishouding. Wij kijken niet alleen naar de korte termijn, maar ook naar te verwachten ontwikkelingen. Wij verwachten dat u zelf ook rekening houdt met de toekomst en dat u hierop inspeelt om problemen te voorkomen. In dit hoofdstuk staan regels over de ondersteuning die wij u kunnen bieden.
Het is belangrijk dat u zo lang mogelijk zelfstandig woont, de normale dagelijkse activiteiten doet en uw eigen huishouden voert. Dat is in de eerste plaats uw eigen verantwoordelijkheid. Het kan zijn dat u hulp nodig heeft, vanwege een beperking of door een langdurig psychisch of psychosociaal probleem. U kunt ons om ondersteuning vragen als u zelf geen oplossing kunt vinden voor uw problemen.
Wij willen u op een aanvaardbaard niveau van meedoen en zelfredzaamheid brengen, dat past bij uw situatie. Hierbij is uw situatie voordat u beperkingen had van belang. Net als de situatie van mensen in vergelijkbare omstandigheden en in dezelfde leeftijdscategorie zonder beperkingen. Aanvaardbaar wil soms ook zeggen dat u zich er misschien bij moet neerleggen dat er belemmeringen of beperkingen blijven. De ondersteuning beperkt zich tot wat noodzakelijk is voor versterking of behoud van zelfredzaamheid en meedoen. De ondersteuning gaat niet zo ver dat wij rekening kunnen en moeten houden met al uw wensen, waaronder persoonlijke voorkeuren, smaak, luxe en gewoontes.
5.2 Zelfstandig en veilig wonen
Wij onderzoeken of een Blijverslening een oplossing is voor uw probleem. Bent u eigenaar van een koopwoning? Dan kunt u een aanvraag voor een Blijverslening doen om uw woning levensloopbestendig te maken, zodat u langer zelfstandig kunt blijven wonen. Een Blijverslening is ook bedoeld voor een zorgvraag die aanpassing van uw woning vereist. Voor de Blijverslening gelden de regels uit de Verordening Blijverslening van de gemeente Geertruidenberg.
U krijgt geen ondersteuning-op-maat in de vorm van een woonvoorziening in de volgende situaties:
Het gaat om voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder veel meerkosten meegenomen kunnen worden. In geval van renovatie zijn de aanpassingen algemeen gebruikelijk en dus voor eigen rekening. Met renovatie bedoelen we dat de aan te passen woonruimte (badkamer/keuken) economisch is afgeschreven ten tijde van vervanging. Bij een badkamer of keuken geldt een termijn van 20 jaar.
5.2.2 Afschrijvingsregeling woningaanpassing
Verkoopt u als eigenaar een koopwoning? Kreeg u hiervoor eerder een (vaste) bouwkundige woningaanpassing? En verkoopt u de woning binnen vijf jaren na de datum van gereedmelding van de werkzaamheden? Dan moet u dit schriftelijk melden bij de gemeente. Dit moet u doen binnen één week na het passeren van de akte.
Als de afschrijvingsregeling voor u geldt, dan staat in de beschikking dat u de Wmo-middelen voor de voorziening gedeeltelijk moet terugbetalen bij verkoop van de woning, zoals bedoeld in het eerste lid. We stellen in uitvoeringsregels vast boven welk bedrag de afschrijvingsregeling van toepassing is.
5.2.3 Een schone en leefbare woning
De ondersteuning-op maat betekent dat u de voorziening ‘huishoudelijke ondersteuning’ krijgt. De hulp bij het huishouden maakt, waar mogelijk samen met u, het huis schoon. Op basis van maatwerk doet de schoonmaakhulp soms meer, zoals maaltijden klaarzetten of helpen bij de was. Als het nodig is, ondersteunt de hulp ook bij het organiseren van het huishouden. Bijvoorbeeld met advies, instructie of voorlichting. Dat helpt u om het huishouden zelfstandig te doen.
Hoofdstuk 6. De vorm van de ondersteuning
Als u ondersteuning van ons krijgt, bepalen wij de vorm van de ondersteuning. Onze ondersteuning is er in de vorm van geld of in natura. Natura betekent dat de ondersteuning in de vorm van een dienst of een product wordt gegeven. Bij Wmo-hulp of jeugdhulp kunt u een persoonsgebonden budget (pgb) krijgen, als u aan de voorwaarden voldoet. Dit hoofdstuk regelt in welke vorm we de ondersteuning geven en welke regels daarbij horen. En wanneer wij een financiële bijdrage aan u vragen op grond van de Wmo.
U moet de taken die bij het pgb horen op een verantwoorde manier kunnen uitvoeren. Daarom kunt u pas een pgb krijgen als wij vinden dat u (of uw wettelijk- of pgb-vertegenwoordiger) in staat bent uw belangen voldoende te behartigen. Wij toetsen dit met een 10-puntenlijst “Pgb-vaardigheid” van het Ministerie van VWS.
U kunt pas een pgb krijgen als naar ons oordeel is gewaarborgd dat de ondersteuning-op-maat die wordt ingekocht veilig, doeltreffend en cliëntgericht is. Ook moet deze bijdragen aan het bereiken van het beoogde resultaat dat in het Pgb-plan is opgenomen. Voor de Jeugdwet beoordelen we ook nog of u voldoet aan alle genoemde voorwaarden in artikel 8.1.1 Jeugdwet.
6.3.2 Professionele hulp of niet-professionele hulp
Van professionele hulp voor jeugdhulp is sprake als deze voldoet aan de kwaliteitseisen in hoofdstuk 4 van de Jeugdwet. Om in aanmerking te komen voor een maximum van het gecontracteerde tarief van ZIN, moet de aanbieder een SKJ- of BIG-registratie hebben. Is dit niet het geval? Dan moet er minimaal voldaan worden aan alle volgende eisen:
6.3.3 Hoogte en tarief pgb Wmo
De hoogte van het pgb is gelijk aan de hoogte van de offerte. Er geldt een maximumbedrag. Dat is het bedrag dat de gemeente zou betalen voor de ondersteuning die nodig is (zorg in natura-tarief). Is de offerte hoger dan dit maximumbedrag? Dan vergoeden wij de meerprijs niet en komt deze voor uw rekening.
De hoogte van het pgb voor niet-professionele hulp voor huishoudelijke ondersteuning (Wmo) is ten minste gelijk aan het uurloon van de hoogste periodiek, behorende bij hulp bij het huishouden van de voor de betreffende periode geldende cao Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg (VVT), te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van verlofuren.
De hoogte van het pgb voor niet-professionele hulp voor individuele begeleiding (Wmo) is gelijk aan het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij FWG 30 van de voor de betreffende periode geldende cao Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg (VVT), te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van verlofuren.
6.3.4 Hoogte en tarief pgb Jeugdwet
U maakt een pgb-plan voor de besteding van het pgb. Hierin staat welke ondersteuning u met het pgb betaalt en wie de ondersteuning geeft. Nadat we het plan goedgekeurd hebben, stellen we het pgb vast.
Wij baseren de hoogte van het pgb bij een professionele aanbieder op de tarieven van de contracten bij zorg in natura (ZIN). Een pgb mag maximaal de kosten van ZIN bedragen. De pgb tarieven voor jeugdhulp zijn gebaseerd op de tariefstelling van deze aanbieder met een maximum van het gecontracteerde tarief van ZIN (100%).
6.4 Wat is uw bijdrage in de kosten?
U betaalt een eigen bijdrage in de kosten van Wmo-ondersteuning-op-maat. Dit geldt zolang u die ondersteuning gebruikt of voor de periode waarvoor een pgb is gegeven. Gaat het om een product? Dan betaalt u een bijdrage totdat de kostprijs is betaald. U betaalt de eigen bijdrage per maand aan het Centraal Administratiekantoor (CAK). De hoogte van deze periodieke bijdrage is gelijk aan het bedrag dat u maximaal betaalt op grond van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
Gaat het om kosten van een woningaanpassing voor een minderjarige? Dan betalen de onderhoudsplichtige ouders de bijdrage. Dat geldt ook voor de ouder tegen wie een vaderschapsactie is ingesteld en de rechter dit verzoek heeft toegewezen (artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek). En voor degene die als niet-ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een minderjarige inwoner.
De eigen bijdrage kan gepauzeerd worden als u langer dan zes weken niet thuis aanwezig bent en de ondersteuning-op-maat niet gebruikt, bijvoorbeeld bij opname in een zorginstelling, bij vakantie of als de aanbieder de ondersteuning-op-maat langer dan zes weken niet levert. Dan kan de eigen bijdrage na zes weken op pauze worden gezet. Dit geldt alleen voor ondersteuning-op-maat in de vorm van een dienst. Het pauzeren van de eigen bijdrage is niet mogelijk als u een andere voorziening heeft waarvoor u een eigen bijdrage betaalt.
Hoofdstuk 7. Inkomen werk en schulden
Heeft u geen of een laag inkomen en geen of weinig vermogen om de dagelijkse kosten te betalen? Wij bieden een financieel vangnet in de vorm van een bijstandsuitkering en ook een aantal aanvullende uitkeringen en regelingen. In dit hoofdstuk staan de belangrijkste extra’s. Voor een aantal extra’s geldt een inkomens- en vermogensgrens. Er zijn basisregels voor ondersteuning bij een schuldenprobleem.
In deze paragraaf staat waar wij rekening mee houden bij het maken en uitvoeren van beleid, om bij te dragen aan het voorkomen van armoede en schulden en verergering tegen te gaan.
7.4 Individuele inkomenstoeslag
Moet u al jaren rondkomen van een laag inkomen en is er geen uitzicht op verbetering van uw inkomen? Dan kunt u recht hebben op inkomenstoeslag. Dit is een extra bedrag om het inkomen aan te vullen. Dit kunt u jaarlijks aanvragen. Hier staat voor wie de inkomenstoeslag is bedoeld en wat aanvullende voorwaarden zijn. De verdere regels voor individuele inkomenstoeslag staan in de uitvoeringsregels.
Bij gehuwden en samenwonenden geldt dat als één van de partners geen recht op inkomenstoeslag heeft (zoals bedoeld in artikel 13 van de Participatiewet), de ander het bedrag krijgt voor een alleenstaande of alleenstaande ouder. Als één van de partners niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 36 van de Participatiewet bestaat er geen recht voor beide partners.
Er zijn aanvullende regelingen en vergoedingen voor inwoners met een laag inkomen en geen of weinig vermogen. In de uitvoeringsregels staat wanneer u in aanmerking komt voor deze ondersteuning en welk bedrag u krijgt.
Kinderen zijn een belangrijke en kwetsbare groep. Wij voelen ons verantwoordelijk voor hen. In de Kindregeling staan maatregelen om armoede onder kinderen tegen te gaan, en hen te helpen om mee te doen aan sportieve, culturele, educatieve en sociale activiteiten en activiteiten voor school.
Wij hebben de taak om inwoners met schuldproblemen te ondersteunen. Inwoners kunnen vragen om ondersteuning bij het vinden van een oplossing voor hun schulden. Hieronder staan de belangrijkste uitgangspunten van de gemeente, als inwoners om ondersteuning vragen. Ondersteuning kan bijvoorbeeld zijn: advies, schuldbemiddeling, saneringskrediet, budgetbeheer.
De gemeente is sinds 1 januari 2022 verantwoordelijk voor begeleiding en ondersteuning van inwoners tijdens hun inburgering. Het doel van inburgering is dat inburgeraars zo snel mogelijk meedoen in de Nederlandse samenleving. Daarvoor gebruiken we inburgeringsvoorzieningen waarin we taal en praktijk zoveel mogelijk combineren.
Wij verwachten van u dat u meewerkt aan de verschillende onderdelen van het inburgeringstraject en de begeleiding die wij daarin bieden, namelijk:
Wij bieden statushouders ook maatschappelijke begeleiding bij huisvesting en financiële zelfredzaamheid aan. Wij werken samen met professionele partijen voor een goed aanbod.
De voorzieningen en voorwaarden staan in de uitvoeringsregels.
Hoofdstuk 9. Afspraken tussen inwoner en gemeente
Dit hoofdstuk gaat over hoe gemeente en inwoners met elkaar omgaan. Wat mag u van ons verwachten en wat verwachten wij van u. Tegenover uw rechten staan vaak plichten. Komt u die niet na? Dan kunnen wij de uitkering of voorziening beëindigen, geld terugvorderen of uw uitkering verlagen.
9.1 Hoe gaan we met elkaar om?
[Gemeentewet, Awb, Wi2021, Wmo, PW, Jeugdwet, Wko, Wgs, IOAW, IOAZ]
9.2 Afspraken en verplichtingen
9.2.5 Niet nakomen wettelijke arbeidsverplichtingen (geüniformeerde verplichtingen voor arbeidsinschakeling)
9.2.6a Niet nakomen andere arbeidsverplichtingen Participatiewet (niet- geüniformeerde verplichtingen voor de arbeidsinschakeling)
We onderscheiden categorieën gedragingen, waardoor u geen algemeen geaccepteerde arbeid krijgt of een verplichting niet of onvoldoende nakomt (artikelen 9, 9a, 55 en 56a van de Participatiewet):
U voldoet onvoldoende aan de verplichtingen (artikelen 9, eerste lid, of 55 van de Participatiewet), voor zover het gaat om een belanghebbende jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na een melding (artikel 43, vierde en vijfde lid, van de Participatiewet), voor zover deze verplichtingen niet staan in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet.
9.2.6b Niet nakomen andere arbeidsverplichtingen (niet- geüniformeerde verplichtingen voor arbeidsinschakeling)
9.2.7 Te weinig besef van verantwoordelijkheid
Volgens de wet bent u zelf verantwoordelijk voor de kosten van uw leven. U moet zorgen dat u zo weinig mogelijk bijstand nodig heeft. Heeft u bijstand nodig, terwijl u dat kon voorkomen? Dan heeft u te weinig besef van verantwoordelijkheid voor uw levensonderhoud. Dat geldt bijvoorbeeld als u:
De duur van de verlaging wordt verdubbeld als de uitkering binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee de verlaging is opgelegd, voor dezelfde gedraging, opnieuw wordt verlaagd. Als u daarna binnen twaalf maanden nogmaals dezelfde gedraging vertoont, volgen wij voor de volgende verlaging van uw uitkering de wet.
9.4 Beëindigen en terugvorderen voorziening
9.4.2 Terugvordering voorziening
[Wmo, Jeugdwet, PW, IOAW, IOAZ, Wko, Burgerlijk Wetboek, Gemeentewet]
Wij kunnen de voorziening of de waarde daarvan van u of uw wettelijk vertegenwoordiger terugvorderen. Dat kan vanaf het moment waarop u voldoet aan één of meer van de redenen voor beëindiging (artikel 9.4.1). Dit kunnen wij regelen in uitvoeringsregels.
9.5 Hoe controleert de gemeente of u de afspraken nakomt?
[Jeugdwet, Wmo, Wi2021, PW, IOAW, IOAZ]
Wij proberen misbruik te voorkomen (preventie). Daarom informeren wij u duidelijk en volledig over uw rechten en plichten. Ook over de gevolgen van misbruik en onterecht gebruik van uitkeringen en voorzieningen.
[Jeugdwet, Wmo, Wi2021. PW, IOAW, IOAZ, Awb]
Wij wijzen één of meer ambtenaren of instanties aan als toezichthouder. Zij zien erop toe dat de wetten en regels worden nageleefd. Het toezicht richt zich op de kwaliteit en rechtmatigheid bij ondersteuning-op-maat en persoonsgebonden budget. De toezichthouder mag handhaven. Wij kunnen uitvoeringsregels opstellen over de bevoegdheden van de toezichthouder.
Hoofdstuk 10. Inspraak voor inwoners
Het beleid dat wij maken en uitvoeren is er voor u als inwoner. Met uw ervaringen passen wij ons beleid aan en verbeteren het, als het nodig is. In dit hoofdstuk staat hoe inwoners invloed kunnen uitoefenen. Dat heet inspraak. De gemeente Geertruidenberg maakte hiervoor de Verordening Burgerparticipatie. Er is ook een Adviesraad Sociaal Domein (ASD) en de taken van deze raad staan in de Verordening Adviesraad Sociaal Domein.
De Verordening Burgerparticipatie regelt betrokkenheid van inwoners bij ontwikkeling, voorbereiding, uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid. In het sociaal domein draagt de ASD actief bij aan totstandkoming en evaluatie van het beleid. De ASD geeft gevraagd of ongevraagd advies aan het college van burgemeester en wethouders.
In de Verordening Burgerparticipatie en de Verordening Adviesraad Sociaal Domein is geregeld hoe inwoners inspraak hebben op beleid in het sociaal domein. Voor meer informatie verwijzen we naar deze verordeningen.
Hoofdstuk 11. Klachten en bezwaar
Wij proberen beleid en regels zo goed mogelijk uit te voeren. Toch kan het zijn dat u het niet eens bent met onze aanpak. In dit hoofdstuk staan regels over de mogelijkheid om een klacht in te dienen, een vertrouwenspersoon te spreken of bezwaar te maken. Voor klachten sluiten we aan bij de visie op klachtbehandeling van de Nationale ombudsman.
U kunt voor een vertrouwenspersoon terecht bij het Advies- en Klachtbureau Jeugdzorg (AKJ). Deze vertrouwenspersoon helpt u of uw ouders op verzoek bij problemen, klachten en vragen. Bijvoorbeeld bij ondersteuning door ons, de jeugdhulpaanbieder, de gecertificeerde instelling jeugdbescherming en jeugdreclassering en het Advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis).
Hoofdstuk 12. Kwaliteit, inkoop en aanbesteding
De diensten en producten die wij leveren, moeten van goede kwaliteit zijn. Diensten moeten aansluiten bij uw behoefte. Producten moeten degelijk zijn en goed bruikbaar zijn voor u. Wij moeten ons bij de inkoop van diensten en producten houden aan bepaalde regels. Wij maken vaak samen met andere gemeenten in de regio afspraken met aanbieders om de kwaliteit van bestaande producten en diensten te verbeteren en vernieuwingen te stimuleren. Dit hoofdstuk gaat over kwaliteit, inkoop en aanbesteding van diensten en producten in het sociaal domein.
Hoofdstuk 13. Van oud naar nieuw
In dit hoofdstuk staan de laatste bepalingen. Ze regelen welke verordeningen we vervangen door deze verordening en wanneer dit ingaat. Hier staat ook dat wij bepalingen uit deze verordening kunnen uitwerken of verder invullen. Dat we regelmatig beoordelen of de verordening nog goed werkt. Wat de officiële naam is van de verordening. En dat wij van deze verordening kunnen afwijken als dit echt nodig is.
Wij kunnen uitvoeringsregels maken over onderwerpen in deze verordening. Deze uitvoeringsregels zijn beleidsregels of (nadere) regelingen. Beleidsregels geven aan hoe wij met een bevoegdheid omgaan. Met een (nadere) regeling werken we bepaalde regels van de verordening verder uit. De wet stelt grenzen aan de mogelijkheid om deze uitvoeringsregels te maken.
13.3 Afwijken van de verordening (hardheidsclausule)
Wij werken volgens onze verordening. Maar wij kunnen afwijken van een bepaling als toepassing van deze bepaling in bijzondere omstandigheden een onredelijke uitkomst heeft voor u of voor iemand anders die direct bij het besluit betrokken is. Een uitkomst is onredelijk als de doelen van de in 1.1 genoemde wetten of de doelen van deze verordening door het toepassen van de regels juist niet worden gehaald.
Aldus vastgesteld in de openbare raadvergadering van de gemeente Geertruidenberg van 19 juni 2025,
De raad voornoemd,
de griffier, de voorzitter,
G.M Brunsveld, M. Witte
In deze verordening gebruiken we allerlei begrippen. Deze hebben dezelfde betekenis als in de wetten waarop deze verordening is gebaseerd.
Soms staan bepaalde begrippen in meerdere wetten en hebben ze in deze wetten een andere betekenis. Hier staat wat de betekenis van deze begrippen in deze verordening is.
Voor een aantal begrippen geldt dat ze in deze verordening een ruimere betekenis hebben dan in de genoemde wetten, omdat we zoveel mogelijk aansluiten bij het dagelijkse taalgebruik.
Ook staan er voor de duidelijkheid enkele wettelijke begrippen in de lijst, die in deze verordening wel dezelfde betekenis hebben, maar die we hier in eenvoudigere woorden omschrijven.
In deze verordening gebruiken we ook begrippen die niet in wetten staan. Ook die omschrijven we.
Aanbieder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die goederen of diensten levert op basis van een besluit van de gemeente.
Activeringsplaats: werken met behoud van uitkering voor personen met een (zeer) grote afstand tot de arbeidsmarkt die wel het perspectief hebben dat zij met langere begeleiding weer inzetbaar zijn in reguliere arbeid.
Agressieprotocol: een verzameling regels waarin wij omschrijven hoe we omgaan met agressie en intimidatie door inwoners tegen medewerkers. Van agressie is sprake bij verbaal of fysiek lastigvallen van een medewerker, bij bedreiging of een aanval.
Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening:
Algemene voorziening: dienst of activiteit die zonder indicatie van de gemeente vrij toegankelijk is.
AOW-leeftijd: leeftijd waarop uw uitkering op grond van de Algemene Ouderdomswet ingaat.
Arbeidsinschakeling: aan het werk (kunnen) gaan.
Arbeidsverplichting: de verplichting om mee te werken aan arbeidsinschakeling of het leveren van een tegenprestatie (artikel 9 van de Participatiewet, artikel 37 IOAW en artikel 37 IOAZ).
Benadelingsbedrag: netto-uitkering (inclusief vakantietoeslag) waarop iemand eerder, langer of tot een hoger bedrag een beroep doet als gevolg van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid om in het bestaan te voorzien. Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid wil zeggen dat u bijstand of een voorziening nodig heeft, terwijl u dat had kunnen voorkomen.
Beslagvrije voet: het bedrag dat u moet overhouden van uw inkomen.
Bestuurlijke boete: een boete van een bestuursorgaan, bijvoorbeeld de gemeente of het UWV.
Bijdrage: bijdrage zoals bedoeld in artikelen 2.1.4, en 2.1.4a van de wet (Wmo).
Bijstandsnorm: de maximale hoogte van de bijstandsuitkering (artikel 5, onderdeel c van de Participatiewet). De hoogte hangt af van uw woon- en leefsituatie en uw leeftijd.
Bijstandsuitkering: de algemene bijstand voor levensonderhoud (artikel 5, onderdeel b van de Participatiewet). Bent u een jongere van 18 tot 21 jaar? Dan bedoelen we met bijstandsuitkering de algemene bijstand plus aanvullende bijzondere bijstand op basis van artikel 12 van de Participatiewet.
CAK: Centraal Administratie Kantoor.
CJG: de Bedrijfsvoeringsorganisatie Centrum voor Jeugd en Gezin Drimmelen Geertruidenberg.
Cliëntondersteuning: professionals of vrijwilligers die gratis met u mee kunnen denken over zorg en ondersteuning.
Duurzaam werk: werk waarbij iemand met een uitkering voor een periode van ten minste een halfjaar onafgebroken werkt.
Effect: het resultaat of doel.
Financiële buffer: vermogen (de waarde van geld en bezittingen). Een goede financiële buffer is een vermogen op of boven de vermogensgrens (artikel 34, lid 3 van de Participatiewet), dat past bij uw leefsituatie.
Gebruikelijke hulp: de hulp die u over het algemeen mag verwachten van uw echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. In beleidsregels staat een nadere uitleg over wat we bedoelen met gebruikelijke hulp.
Gemeente: de gemeente Geertruidenberg.
Gezin: de gehuwden, samenlevenden of alleenstaande ouder met kinderen tot 18 jaar, waarvoor u volgens de wet financieel verantwoordelijk bent.
Inburgeringsplichtige: inwoner die verplicht moet inburgeren (artikel 3 van de Wet inburgering 2021).
Inkomen: uw inkomsten (artikel 32, eerste lid, van de Participatiewet).
Inspraak: met inspraak bedoelen we in hoofdstuk 9 van deze verordening ook het recht om invloed uit te oefenen en over iets mee te beslissen (artikel 150 van de Gemeentewet).
Interne werkbegeleiding: een collega die u dagelijkse helpt bij uw werk op de werkvloer, omdat u anders niet uw werk kunt doen. Dit is meer dan de gebruikelijke begeleiding van een werknemer op een werkplek.
Invorderen: het innen van een schuld die u bij ons heeft.
Inwoner: het begrip inwoner heeft in verschillende wetten een andere betekenis. In deze verordening gebruiken we de definities die in de wet staan. Een persoon met een woonplaats binnen de gemeente, die daar rechtmatig is, volgens de regels van het Burgerlijk Wetboek (titel 3, Boek 1 BW).
Voor de toepassing van de hoofdstukken 8 en 10 verstaan we onder inwoner ook: de persoon die hulp van de gemeente kreeg maar zijn woonplaats niet meer daar heeft. Onder rechtmatig verblijf verstaan we: verblijf zonder wettelijke belemmering voor hulp door de gemeente.
IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.
IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.
Jeugdhulp: hulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.
Jeugdige: als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.
Jobcoaching: door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan personen met een arbeidsbeperking en aan werkgevers, gericht op het vinden en behouden van werk.
Jongere: als het om werk en inkomen gaat, de inwoner in de leeftijd tot 27 jaar.
Jongerenwerk: basisaanbod van sociaal-culturele voorzieningen voor jongeren, zoals kinderwerk, tiener- en jongerenwerk, buurtsportcoach en jongereninformatie. Het basisaanbod bevat ook activiteiten die de ontwikkeling stimuleren of problemen voorkomen bij jongeren.
Kalenderjaar: een kalenderjaar begint op 1 januari om 0:00:00 uur en eindigt op 31 december om 23:59:59 uur.
Kostendelersnorm: norm voor de hoogte van een uitkering volgens artikel 22a van de Participatiewet. Als er meer inwoners in een huis wonen, krijgt iedere afzonderlijke uitkeringsgerechtigde een lagere uitkering, omdat zij de kosten kunnen delen.
Kostprijs: de waarde van een voorziening in euro’s, eventueel aangevuld met bijkomende kosten zoals onderhoud en bijzondere aanpassingen. Ook de prijs die we gebruiken voor aanmelding bij het CAK voor uitvoering van de eigen bijdrage.
Levensonderhoud: de dagelijkse kosten van uw bestaan, zoals kosten voor eten, kleding, huur, energie, water en (zorg)verzekeringen.
Maatschappelijke ondersteuning:
Maatwerkvoorziening: op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen:
Mantelzorg: langdurige, vrijwillige en onbetaalde zorg aan een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende partner, (schoon)ouder, kind of ander familielid, vriend of kennis. Deze zorg wordt niet-beroepsmatig, voor minimaal acht uur per week en langer dan drie maanden verleend.
MAP: de Module Arbeidsmarkt en Participatie (artikel 6, eerste lid onder b van de Wet inburgering 2021).
Melding: het kenbaar maken van een ondersteuningsvraag aan de gemeente.
Misbruik: onjuiste en/of onvolledige gegevens geven, verzwijgen of niet (op tijd) gegevens doorgeven. Het gaat om gegevens die nodig zijn om te bepalen of u recht heeft op een uitkering of een voorziening. En om de duur en hoogte van die uitkering of voorziening vast te stellen. Als gevolg hiervan krijgt u geheel of gedeeltelijk onterecht een uitkering of voorziening.
Ouder(s): gezaghebbende ouder, adoptieouder, stiefouder of een ander die een jeugdige in zijn gezin verzorgt en opvoedt, en die geen pleegouder is.
Ondersteuning in natura: bij ondersteuning of zorg in natura regelen wij ondersteuning voor u. Wij geven opdracht aan de aanbieder, die het product bij u aflevert of de dienst uitvoert.
Ondersteuning-op-maat: een op u afgestemde voorziening van de gemeente.
Opvang: onderdak en begeleiding voor mensen die de thuissituatie hebben verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor hun veiligheid bij huiselijk geweld, en die zich niet op eigen kracht kunnen redden in de samenleving.
Participatie: meedoen in de samenleving.
Passend onderwijs: zoals bedoeld in de Wet passend onderwijs.
Passend werk: werk dat past bij uw opleiding, ervaring, kwaliteiten en persoonlijke situatie. Afhankelijk van wat er aan werk is en de haalbaarheid van uw ambities, verwachten we dat u openstaat voor andere mogelijkheden, die misschien minder goed passen.
Peildatum: datum waarop een inwoner een voorziening aanvraagt.
Persoonlijke situatie: alle omstandigheden, mogelijkheden en persoonskenmerken van de inwoner die van belang zijn.
Preferent werkproces loonkostensubsidie: landelijk werkproces voor loonkostensubsidie dat het makkelijker maakt voor werkgevers om mensen met een arbeidsbeperking aan te nemen.
Samenwonenden: inwoners met een gemeenschappelijke huishouding (artikel 3 van de Participatiewet).
Sociaal netwerk: familieleden, huisgenoten of andere personen met wie de inwoner een sociale relatie heeft.
SVB: Sociale verzekeringsbank.
Terugvorderen: terugvragen wat u eerder onterecht kreeg.
Uitkering: de bijstandsuitkering, de IOAW- of de IOAZ-uitkering, de bijzondere bijstand die u kreeg (artikel 12 van de Participatiewet).
Uitkeringsnorm: maximale hoogte van een uitkering in de persoonlijke situatie van de inwoner. dit is de bijstandsnorm uit de Participatiewet of de grondslag in de IOAW of IOAZ. Gaat het om een jongere van achttien tot 21 jaar? Dan bedoelen we met uitkeringsnorm de bijstandsnorm plus aanvullende bijzondere bijstand op basis van artikel 12 van de Participatiewet.
Verhalen: vragen van een bijdrage in de door ons betaalde kosten van levensonderhoud aan uw ex-partner of uw kinderen, waarvoor u volgens de wet onderhoudsplicht heeft.
Vermogen: totaal aan bezit in geld en goederen (artikel 34 van de Participatiewet).
Verzamelinkomen: het totaal van uw jaarinkomen uit de 3 boxen van de belastingdienst. De belastingdienst stelt uw verzamelinkomen vast.
Voorliggende voorziening: een voorziening vanuit een andere regeling of organisatie.
Werkgever: degene die op basis van een arbeidsovereenkomst de bevoegdheid heeft om de arbeid van een werknemer voor een bepaalde periode in te zetten in zijn organisatie.
Werknemer: persoon die op basis van een arbeidsovereenkomst arbeid verricht bij de werkgever (artikel 10d eerste of tweede lid van de Participatiewet), met wie de werkgever een dienstbetrekking heeft of dit van plan is.
Wet: in deze verordening verstaan we hieronder de volgende wetten: Participatiewet, IOAW, IOAZ, Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, Wet maatschappelijke ondersteuning, Jeugdwet, Algemene wet bestuursrecht, Wet op het primair onderwijs, Wet op het voortgezet onderwijs, Wet op de expertisecentra of Gemeentewet.
Wettelijk minimumloon: het minimumloon per maand (Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag). Voor een werknemer jonger dan 21 jaar: het voor zijn leeftijd geldende minimumloon per maand (artikel 7, derde lid, en artikel 8, derde lid, van die wet). De vorige zin geldt niet bij het toepassen van artikel 7.3 van deze verordening (studietoeslag) op grond van het Besluit minimumloon en minimumvakantiebijslag.
Wgs: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.
Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
Wmo-hulp: maatschappelijke ondersteuning (artikel 1.1.1 van de Wmo).
Woning: woonruimte waar de inwoner zijn hoofdverblijf heeft.
Woningaanpassing: aanduiding van een bouwkundige ingreep (een verbouwing) of een woontechnische ingreep in of aan een woonruimte (aanbrengen van speciale voorzieningen, bijvoorbeeld een traplift in de woning zonder aantasting van het gebouw). Losse voorzieningen, zoals een tillift of een douchestoel vallen hier niet onder.
Wij, we of ons: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Geertruidenberg.
Zelfredzaamheid: in staat zijn om jezelf te redden op alle levensterreinen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-294396.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.