Gemeenteblad van Enschede
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Enschede | Gemeenteblad 2025, 292856 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Enschede | Gemeenteblad 2025, 292856 | beleidsregel |
Beleidsregels verlagen uitkering in verband met de woonsituatie in de gemeente Enschede 2025
Het college van burgemeester en wethouders;
gelet op titel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;
gelet op artikel 27 van de Participatiewet;
overwegende dat het om redenen van rechtszekerheid en doelmatigheid wenselijk is beleidsregels vast te stellen voor het verlagen van de bijstandsuitkering in verband met de woonsituatie in de gemeente Enschede.
Artikel 2. Verlaging uitkeringsnorm in verband met woonsituatie
De verlaging in verband met de woonsituatie, als bedoeld in artikel 27 van de wet, bedraagt:
Artikel 3. Geen verlaging van de uitkeringsnorm in verband het onbewoonbaar zijn van een woning als gevolg van een onvoorzienbare overmachtssituatie.
Er wordt gedurende een periode van maximaal 3 maanden geen verlaging van de uitkeringsnorm, als bedoeld in artikel 27 van de wet, toegepast indien:
Artikel 4. Intrekken beleidsregel
De “Beleidsregel verlagen uitkering in verband met schoolverlaters Participatiewet Enschede 2018” wordt met ingang van 1 januari 2025 met terugwerkende kracht ingetrokken.
Vastgesteld bij besluit van burgemeester en wethouders d.d.1 juli 2025.
Burgemeester en Wethouders van Enschede,
de loco-Secretaris, E.A. Smit
de Burgemeester, R.W. Bleker
Op grond van artikel 27 van de wet kan het college de norm, bedoeld in artikel 21 van de wet, lager vaststellen voor zover de belanghebbende lagere algemene noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de norm voorziet als gevolg van zijn woonsituatie, waaronder begrepen het niet aanhouden van een woning. Het college kan beleidsregels vaststellen als er lagere woonkosten, woonlasten of geen woonkosten of woonlasten zijn. De bevoegdheid van het college is vastgelegd in artikel 27 van de wet.
Deze beleidsregels zijn van toepassing op belanghebbenden van 21 jaar of ouder maar jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd met een uitkering ingevolge de Participatiewet, de IOAW, IOAZ en Bbz.
Deze beleidsregels zijn niet van toepassing op een commerciële huurovereenkomst en de kostendelersnorm als bedoeld in artikel 22a, artikel 22 jongerennorm, artikel 23 norm inrichting en artikel 24 niet rechthebbende partner van de wet.
Artikel 2 Verlaging uitkeringsnorm in verband met woonsituatie
Er is gekozen voor een vast percentage van de gehuwdennorm. Dit is duidelijker en makkelijker uitvoerbaar. Bovendien wordt de uitkeringsnorm (half) jaarlijks geïndexeerd.
Het college kan, op grond van artikel 27 van de Participatiewet, de bijstandsnorm lager vaststellen voor zover de belanghebbende lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft als gevolg van zijn woonsituatie. Dit geldt niet alleen voor de huur- en hypotheekkosten, maar ook voor de kosten voor gas, water en elektriciteit.
De kortingspercentages gebaseerd /afgestemd zijn op de basishuur uit artikel 16 van de wet op de huurtoeslag (bij ontbreken woonkosten) en de gemiddelde Nibud-bedragen voor gas, water en licht (bij ontbreken woonlasten). Dat de korting hiermee evenredig wordt geacht en dat in het geval toepassing van de beleidsregel voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen, er via artikel 4:84 Awb afgeweken kan worden van de beleidsregel.
Lid d is van toepassing bij dak- en thuislozen (ook diegenen die vaak van adres wisselen) en een postadres hebben.
Voor het lager vaststellen van de uitkeringsnorm gebruikt het college de uitkeringsnorm voor gehuwden. Ook als de inwoner een alleenstaande uitkeringsnorm heeft wordt de korting gebruikt van de gehuwden uitkeringsnorm. Dit heeft te maken met het feit dat de woonkosten en woonlasten voor gehuwden en een alleenstaande nagenoeg hetzelfde zijn. Ook voor dak- en thuislozen die geen woonkosten en woonlasten hebben wordt de uitkeringsnorm van gehuwden gebruikt.
Artikel 3. Geen verlaging van de uitkeringsnorm in verband het onbewoonbaar zijn van een woning als gevolg van overmacht.
Als een woning tijdelijk onbewoonbaar is vanwege een onvoorzienbare overmachtssituatie, waardoor geen woonkosten en/of woonkosten hoeven worden betaald, dan wordt gedurende een periode van maximaal 3 maanden de uitkering niet verlaagd. Voorbeelden hiervan zijn: woningen die onbewoonbaar raken als gevolg van brand- storm- of waterschade. Gelet op de (negatieve) impact van een dergelijke situatie op de belanghebbende(n) in combinatie met het tijdelijke karakter wordt het niet redelijk geacht om gedurende de eerste 3 maanden de verlaging toe te passen. Dit artikel is niet van toepassing op renovatie en groot onderhoud van de woning. Deze werkzaamheden zijn voorzienbaar en er is geen sprake van een acute noodsituatie.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-292856.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.