Gemeente Nijkerk - Actieprogramma van afval naar grondstof 2025-2028

De raad van de gemeente Nijkerk;

 

gelezen het collegevoorstel van 4 maart 2025;

gelet op de Wet milieubeheer;

 

met inachtneming van de door de raad aangenomen amendementen 6.1 en 6.2 van 17 april 2025;

 

b e s l u i t :

 

  • 1.

    Het Actieprogramma van afval naar grondstof 2025-2028 vast te stellen en daarmee:

    • 1.1.

      De inzameling van oud papier en karton stapsgewijs te optimaliseren (optie 1);

    • 1.2.

      Gedurende de planperiode 2025-2028 een vergoeding te garanderen voor de inzamelaars van oud papier;

    • 1.3.

      GFE (groente-, fruit- en etensresten) bij hoogbouw in te zamelen;

    • 1.4.

      Te focussen op monitoring en communicatie; dit met uitzondering van de inzet van een afvalcoach/ schonebuurtcoach zoals genoemd op blz. 30 en 31 van de bijlage ‘Ontwerp Actieprogramma van afval naar grondstof 2025’ en deze daar te schrappen en de berekening in bijlage 2 ‘Kostenberekening maatregelen’ daarop aan te passen;

    • 1.5.

      In te zetten op afvalpreventie met name het terugdringen van reclamedrukwerk door de introductie van de Ja-Ja sticker;

    • 1.6.

      Niet in te stemmen met een subsidieregeling voor de aanschaf van compostvaten en een subsidieregeling voor wasbare luiers en tevens uit bijlage 1 ‘Ontwerp actieprogramma van afval naar grondstof 2025-2028’ actie 6: ‘subsidie compostvaten’ en actie 7: ‘subsidie wasbare luiers’ te verwijderen en uit bijlage 2 ‘Kostenberekening maatregelen’ actie 6 en 7 te verwijderen en de berekening hierop aan te passen.

    • 1.7.

      Het college te vragen het Actieprogramma verder uit te werken zodat dit meegenomen kan worden bij de Kadernota 2026. De investering hiervoor benodigd is € 695.000. De kapitaallasten die samenhangen met deze investeringen zijn circa € 64.000 per jaar. De kapitaalslasten worden gedekt binnen het gesloten systeem van de afvalstoffenheffing.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Nijkerk d.d. 17 april 2024,

de griffier,

mevrouw A.G. VERHOEF-FRANKEN

de voorzitter,

mevrouw T.T.E. DE JONGE-RUITENBEEK

Bijlage 1 Actieprogramma van afval naar grondstof 2025-2028

 

Inleiding

In 2050 leven we in een circulaire economie. Dat is het streven. Het Rijk heeft hier een programma over opgesteld waarin de ambities en stappen staan beschreven.

 

“In een circulaire economie gaan we zuinig en slim om met grondstoffen en producten. We gebruiken minder grondstoffen doordat we producten langer gebruiken en gebruikte grondstoffen weer inzetten voor nieuwe producten. Ook kiezen we grondstoffen die steeds weer aan te vullen zijn.

 

Voor een circulaire economie zijn ambitie, heldere regels, circulair ondernemerschap en een omslag in het denken en doen nodig. Zo houden we de aarde leefbaar, ook voor de generaties na ons.”

 

Uit: www.nederlandcirculairin2050.nl

 

Gemeente Nijkerk vindt het belangrijk om deze ambitie in gezamenlijkheid te halen. In het coalitieakkoord 2022-2026 staat opgenomen dat Nijkerk ernaar streeft om circulariteit te laten doorwerken in alles wat ze doet als gemeente. Haar circulaire ambities komen terug in het in 2024 vastgestelde Circulaire Actieprogramma 2024-2027. Het thema Inkoop en Grondstoffen is een onderdeel hiervan, en daarbinnen valt de belangrijke bouwsteen Afvalscheiding Huishoudelijk.

 

Het voor u liggende Actieprogramma van afval naar grondstof volgt het vorige afvalbeleidsplan (2017) op en neemt de circulaire ambities mee. De wensen vanuit inwoners (middels een inwonerraadpleging in 2022 en een verdiepingsonderzoek in 2023) en de raad (middels een raadsconsultatie in januari 2025) zijn in het Actieprogramma meegenomen.

 

1. Naar een afvalloze gemeente

 

De Nederlandse Rijksoverheid heeft in het programma ‘Nederland Circulair in 2050’ uitgesproken dat in 2050 het gebruik van overbodige producten en materialen voorkomen moet worden. Dat wat wel nodig is te gebruiken, moet zo intensief mogelijk worden gebruikt en kan ook worden hergebruikt, zonder schadelijke emissies naar het milieu. Afvalbeheer speelt hierin een belangrijke rol. Het is van belang dat niet-herbruikbaar materiaal (restafval) sterk vermindert en producten worden hergebruikt, dan wel hoogwaardig kunnen worden gerecycled. Dit lukt alleen als al het afval goed gescheiden wordt aangeleverd, de kwaliteit van het gescheiden ingezamelde materiaal hoog is en afval wordt voorkomen, zoals te zien in Figuur 1.

 

 

Figuur 1. Op weg naar een afvalloze gemeente

 

In 2050 zitten we op de bovenste twee treden van de afvalprestatieladder1 (Figuur 1). Omdat gemeenten de taak hebben huishoudelijk afval gescheiden in te zamelen, spelen zij een belangrijke rol in de transitie naar hoogwaardigere recycling en circulariteit. Echter, de invloed die zij hebben op de hoeveelheid en recyclebaarheid van de producten en materialen die zij inzamelen, is beperkt. In dit proces blijven gemeenten afhankelijk van producenten en het gedrag van inwoners om de gewenste resultaten te realiseren. In Figuur 2 is de relatieve invloed van gemeenten in de keten weergegeven. Hoe gekleurder de pijl, hoe meer invloed de gemeente heeft2:

 

 

Figuur 2. Invloed van gemeente m.b.t. recycling

 

1.1 Landelijk afvalbeleid

De Europese afvalwetgeving is in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm). Onder de Wet milieubeheer hangt het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP). Daarin is vastgelegd hoe we in Nederland met huishoudelijk afval omgaan. Het LAP is een instrument in de transitie naar een circulaire economie en focust zich op het verbeteren van het landelijke afvalbeheer. Het derde Landelijk Afvalbeheerplan (LAP3) dat sinds 2017 in werking was, gold tot eind 2024. Vanaf 2025 wordt dit opgevolgd door een Circulair Materialenplan (CMP). Het CMP legt nog meer de nadruk op het bovenste deel van de afvalprestatieladder: hergebruik en preventie. Het CMP geeft ook meer richting die de Rijksoverheid op wil met circulair materialengebruik. Tijdens het schrijven van dit beleidsplan is het CMP nog niet officieel vastgesteld, daarom worden de doelstellingen van het LAP3 nog aangehouden.

 

Om gemeenten te helpen bij het nastreven van de LAP3 doelstellingen is het uitvoeringsprogramma ‘VANG - huishoudelijk afval’ opgezet3. VANG staat voor Van Afval Naar Grondstof. Dit programma bestaat uit een breed scala aan activiteiten die vooral tot doel hebben een hoogwaardigere afvalscheiding te realiseren en is erop gericht gemeenten te ondersteunen hun zorgplicht (het gescheiden inzamelen van huishoudelijk afval) zo goed mogelijk uit te voeren. De belangrijkste doelstellingen van het VANG-programma waren:

 

  • het realiseren van 75% afvalscheiding in 2020, 85% in 2023

  • het realiseren van maximaal 100 kilo restafval per inwoner in 2020;

  • het realiseren van maximaal 30 kilo restafval per inwoner in 2025.

De gemeente Nijkerk zit op dit moment rond de 75% afvalscheiding en de 100kg restafval per inwoner per jaar. Daarmee haalt zij de gestelde doelen voor 2020 en heeft daarmee al belangrijke stappen gezet.

 

Het is voor de gemeente Nijkerk niet haalbaar gebleken om 85% afvalscheiding in 2023 na te streven en het is ook niet haalbaar om 30 kg per inwoner per jaar in 2025 te realiseren. Deze landelijke doelstellingen blijken voor verreweg de meeste gemeenten niet realistisch.

 

Sinds 2024 is er een nieuwe milieuprestatie-indicator geïntroduceerd in de benchmark: het recyclepercentage4. Dit geeft aan hoeveel procent van het vrijkomende huishoudelijk afval uiteindelijk wordt ingevoerd in het recycleproces. Op dit moment voldoet de gemeente Nijkerk aan de doelstelling van 60% daadwerkelijk gerecyclede grondstoffen. Het is nog een indicatie. Verwacht wordt dat de komende jaren deze landelijke doelstelling en de meting ervan verder wordt uitgewerkt.

 

Samen met deze nieuwe indicator zijn recentelijk de VANG-doelstellingen aangepast naar:

  • Meer aandacht voor het aandeel daadwerkelijke gerecyclede grondstoffen van het huishoudelijk afval. Deze moet minimaal 60% bedragen in 2030 en 65% in 2035;

  • het nog beter scheiden van afval;

  • het verbeteren van de kwaliteit van de deelstromen, zoals GFT(e) (groente-, fruit- en tuinafval (en etensresten)) OPK (oud papier en karton) en PMD (plasticverpakkingen, metalenverpakkingen en drinkpakken).

De eerdere VANG-doelstellingen worden door de nieuwe doelstellingen niet losgelaten, maar mogen niet ten koste gaan van de nieuwe kwaliteitsdoelstellingen. Het doel is dus nog altijd zo weinig mogelijk restafval, evenals een zo goed en hoogwaardig mogelijke afvalscheiding, met als uiteindelijk doel een circulaire economie.

 

In 2023 is in Nederland het Nationale Programma Circulaire Economie (NPCE) van start gegaan. Hierin staan maatregelen om de komende jaren zuiniger om te gaan met grondstoffen. De ambitie van het rijk is om de milieueffecten van de Nederlandse productie en consumptie in 2050 binnen de draagkracht van de aarde te laten vallen. Hiervoor zijn vier circulariteitsknoppen als strategieën benoemd:

  • Grondstoffenverbruik verminderen: vanuit productie- en consumptieperspectief.

  • Grondstoffen substitutie: meer gebruik maken van secundaire grondstoffen en duurzame biogrondstoffen, of andere grondstoffen met een lagere milieudruk.

  • Levensduurverlenging: aansturen op een maximale levensduur voor producten en onderdelen, o.a. door hergebruik, refurbishment en reparatie.

  • Hoogwaardige verwerking: het verbeteren van schone, goed gesorteerde grondstofstromen en terugwinning van materialen om dit zoveel mogelijk als het oorspronkelijke materiaal te recyclen.

Omdat voorheen het Nederlandse Circulaire Economiebeleid vooral gericht was op vrijwilligheid en vrijblijvendheid, zijn in het NPCE 2023-2030 meer beprijzende, normerende en stimulerende maatregelen opgenomen.

 

1.2 Harde doelen of ambities?

Gemeenten bepalen ieder hun eigen afvalinzamelstrategie, welke past bij hun eigen ambitie en de lokale context. Veelal geven gemeenten aan de landelijke doelstelling te handhaven of na te streven. De doelstellingen genoemd in het LAP3 worden daarmee vaak verkondigd als harde doelen die gehaald moeten worden. Nuancering is hier echter op zijn plaats. De gestelde doelen binnen het gegeven tijdskader in LAP3 blijken voor de meeste gemeenten niet haalbaar. Het doel van gemiddeld nog maar 30 kilo restafval per inwoner in 2025 kan alleen worden gehaald als de ketens financieel en waar mogelijk materieel gesloten zijn. Dat is nog niet het geval. Het sluiten van de productketens is één van de belangrijkste beoogde activiteiten binnen het NPCE. Met het sluiten van de productketens wordt bedoeld dat producten efficiënter worden ontworpen en materialen zoveel mogelijk hergebruikt worden. Hierdoor kan er efficiënter omgegaan worden met grondstoffen en blijft er dus minder afval over. Het realiseren van de 30 kilo moet dan ook in dit licht worden gezien. Daarmee is het geen harde doelstelling, maar wel een duidelijk wensbeeld.

Het VANG-Uitvoeringsprogramma 2021-2025 geeft aan dat het accent vooral wordt gelegd op hoogwaardigere (kwalitatief betere) ingezamelde stromen. Er wordt ook meer ingezet gemeenten te ondersteunen in mogelijkheden om de hoeveelheid afval te beperken door in te zetten op afvalpreventie.

 

1.3 Producentenverantwoordelijkheid en maatregelen tegen plastic

In het uitvoeringsprogramma Circulaire Economie van het Rijk krijgen producenten en importeurs van steeds meer producten te maken met een Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV). Dat houdt in dat producenten financieel en vaak ook organisatorisch verantwoordelijk zijn voor het afvalbeheer van de producten die door hen in de handel worden gebracht. Een UPV geldt onder andere al voor elektrische en elektronische apparatuur en verpakkingen. In 2023 is daar een UPV voor textiel bijgekomen. Ook zijn er sinds 2021 verscheidene maatregelen ingegaan om plastic (zwerf)afval te voorkomen, zoals het verbod op de verkoop van bepaalde plastic wegwerpproducten en een statiegeldsysteem voor kleinere plastic flesjes en blikjes. Stichting Afvalfonds Verpakkingen heeft de taak om jaarlijks namens het verpakkende bedrijfsleven te rapporteren aan de overheid over het behalen van wettelijke recyclingdoelstellingen en is verantwoordelijk voor het behalen ervan. Binnen de landelijke beweging richting een meer circulaire economie heeft gemeente Nijkerk ook haar eigen ambities en doelstellingen opgesteld.

 

1.4 CO2-heffing op restafval

Bedrijven in de industrie met een hoge CO2-uitstoot betalen straks meer belasting over dat deel CO2wat ze teveel uitstoten. Voor de afvalbranche heeft dit financiële consequenties. De afvalcentrales waarin restafval wordt verbrand stoten veel CO2 uit en vallen zo goed als allemaal onder het Europese emissierechtenhandelssysteem (EU ETS). Van 2024 tot 2030 stijgt de netto CO2-heffing voor bedrijven onder het EU ETS jaarlijks met €10,73 tot €72,05 per ton in 2030. Hoe dit gaat uitvallen is afhankelijk van de EU, wisselt per afvalverwerker en per jaar. Hierbij is de jaarlijkse inflatiecorrectie van de afvalstoffenbelasting, de al bestaande heffing voor het verbranden van afval, nog niet meegenomen. Ook is er nog geen rekening gehouden met duurzame investeringen die afvalverwerkers moeten maken.

 

1.5 Verbrandingsbelasting op restafval

Het Rijk heeft sinds een aantal jaren al een verbrandingsbelasting voor restafval ingesteld. Waar deze in de beginperiode nog stond op rond de €13,- per ton, is de afgelopen jaren de belasting verhoogd naar ruim €39,- per ton. Daarmee maakt de verbrandingsbelasting een groot deel uit van de verwerkingskosten van restafval. Voor de Rijksoverheid is de verbrandingsbelasting zowel een middel om inkomsten op te halen als een manier om te verhogen de druk om beter afval te scheiden, immers het verwerken van restafval wordt duurder.

 

2. Nijkerk - Ambities en doelstellingen

 

2.1 Circulair Actieprogramma 2024-2027

In lijn met het Nationale Programma Circulaire Economie ambieert Nijkerk om circulariteit te laten doorwerken in alles wat ze doet als gemeente. De gemeentelijke circulaire ambities zijn opgenomen in het Circulair Actieprogramma, welke strategisch van aard is. In het Circulair Actieprogramma is speciale aandacht voor het thema Inkoop en Grondstoffen, zie figuur 3 uit dit actieprogramma. De vlakken geven aan waar we nu als gemeente Nijkerk staan en de doorgetrokken lijnen waar we met onze ambities naartoe willen.

 

 

Figuur 3. Ambitieweb om actierichtingen te bepalen.

 

Een belangrijke doelstelling bij de bouwsteen Afvalscheiding huishoudelijk in het thema Inkoop en Grondstoffen is het realiseren van meer circulariteit en het voorkomen van afval (afvalpreventie). Binnen hetzelfde thema is ook aandacht voor de bouwsteen Hergebruik producten en materialen/inkoop. In het programma is bijvoorbeeld vastgelegd dat verkend wordt hoe inwoners kunnen worden gestimuleerd om bruikbare spullen een tweede leven te geven. Ook wordt onderzocht hoe de milieustraat kan worden geoptimaliseerd. Op deze manier zal de hoeveelheid restafval verder teruggedrongen kunnen worden.

 

Dit ligt in lijn met de ambities van gemeente Nijkerk voor dit uitvoeringsprogramma, om grondstoffen zoveel mogelijk te scheiden van het restafval en om de kwaliteit van de grondstoffen geschikt te laten zijn voor hergebruik.

 

Naast het Circulair Actieprogramma worden de uitkomsten van een onderzoek door de Rekenkamercommissie meegenomen in dit Actieprogramma VANG.

 

2.2 Aanbevelingen van Rekenkamercommissie Vallei & Veluwerand

In 2022 is er een onafhankelijk onderzoek uitgevoerd door de Rekenkamer naar de opstelling en de uitvoering van het afvalbeleid. Hier kwamen de volgende aanbevelingen uit voort:

  • Formuleer nieuwe doelstellingen voor 2025 en zorg voor een betere scheiding en preventie om de 30 kilo per inwoner te halen.

  • Geef aan hoe deze doelstelling gehaald kunnen worden.

  • Beleidswijzigingen dienen samen te gaan met kwaliteitsmonitoring. Wijzigingen in beleid kunnen namelijk leiden tot een mindere kwaliteit van grondstofstromen.

  • Geef de gemeenteraad meer inzicht in de afvalbeheerprestatie, zoals uitleg over de voortgang van het beleid en de kwaliteit van grondstofstromen.

2.3 Doelstellingen

Gemeente Nijkerk streeft de landelijke VANG-richtlijnen na. De gemeente heeft wel de balans te houden tussen het streven naar ambities en doelen, het meekrijgen van inwoners (zij moeten het doen) en het betaalbaar houden van de kosten.

 

De nadruk zal komende beleidsperiode liggen op het verder verminderen van de hoeveelheid restafval, het behouden van een goede kwaliteit van de grondstoffen en het recyclepercentage op niveau houden om zo aansluiting te houden op de VANG-richtlijn. Om de kwaliteit van gescheiden grondstoffen hoog te houden, is het belangrijk om:

  • aan te blijven sluiten bij landelijke richtlijnen betreffende afvalscheiding;

  • de service naar inwoners hoog te houden als het gaat om faciliteiten om afval te scheiden;

  • in te zetten op verbeteringen in service daar waar nog teveel drempels (door inwoners) worden ondervonden;

  • continu te monitoren op kwaliteit.

Daarbij wordt de inzet op maatregelen die afvalpreventie tot doel hebben ook steeds belangrijker. Door deze punten centraal te zetten in het Actieprogramma van afval naar grondstof, en acties te nemen die op deze punten aansluiten, sluit gemeente Nijkerk aan bij de speerpunten van het VANG-uitvoeringsprogramma, zonder de ambitie naar een afvalloze gemeente op de langere termijn uit het oog te verliezen. De kosten die hiermee gepaard gaan moeten maatschappelijk aanvaardbaar zijn.

 

De doelstelling voor dit Actieprogramma wordt opgehangen aan de totale daling van de hoeveelheid restafval die wordt geraamd bij de uit te voeren acties. De doelstelling is 90 kilogram restafval per inwoner per jaar voor de komende planperiode. Op de langere termijn is de ambitie om naar 80 kilogram restafval per inwoner per jaar te gaan.

 

3. Hier staan we nu

 

Om te weten waar veranderingen nodig zijn, is het van belang inzicht te hebben in de inzamelwijze en inzamelresultaten op dit moment en hoe deze zich verhouden tot vergelijkbare gemeenten.

 

3.1 Maatregelen die zijn uitgevoerd

In november 2017 heeft de raad het vorige afvalbeleidsplan vastgesteld. Op basis hiervan zijn een aantal wijzigingen doorgevoerd in de afvalinzamelstructuur, samen met nog enkele tussentijdse aanpassingen, vanaf januari 2019. Het doel van de wijzigingen was te streven naar de toen geldende landelijke ambities.

 

  • 1.

    Start pilot in de wijk Doornsteeg met omgekeerd inzamelen (2018): deze inwoners brengen hun restafval naar een ondergrondse verzamelcontainer. Deze pilot is geëvalueerd en laat zien dat er minder restafval wordt ingezameld door omgekeerd inzamelen.

  • 2.

    Plasticverpakkingen en Drankenkartons (PD) is uitgebreid naar Plasticverpakkingen, Metalenverpakkingen en Drinkpakken (PMD) (december 2018).

  • 3.

    In de zomerperiode (juni t/m augustus) wordt het GFT wekelijks opgehaald (december 2018).

  • 4.

    Uitrol van inzameling PMD aan huis met naar keuze een zak of minicontainer (januari 2019). Inmiddels maakt ca. 70% van de huishoudens in laagbouw gebruik van een minicontainer.

  • 5.

    Frequentie van inzameling van GFT, restafval en PMD gaat van elke twee weken naar elke drie weken alternerend (januari 2019).

  • 6.

    Uitrol van de luierinzameling via wijkverzamelcontainers (januari 2019).

  • 7.

    Geen papieren afvalkalender meer vanaf 2024.

  • 8.

    Mogelijkheid recyclen matrassen (mei 2024).

  • 9.

    Nieuwe afval-app: Afval in Nijkerk (mei 2024).

 

Figuur 4. Recente beleidswijzigingen ingevoerd in de gemeente Nijkerk.

 

Onder andere door deze beleidswijzigingen heeft gemeente Nijkerk een restafvalhoeveelheid van gemiddeld 99 kilo per inwoner per jaar gehaald in 2023 en 98 kg in 2024. In 2016 lag de restafvalhoeveelheid nog op 133 kilo per inwoner per jaar. De mate van afvalscheiding is opgeklommen van 69% in 2016 naar 74% in 2023.

 

3.2 Huidige afvalinzameling gemeente Nijkerk

In de volgende figuur wordt duidelijk hoe de huidige inzamelwijze van de gemeente Nijkerk op dit moment is vormgegeven.

Figuur 5. Afvalinzamelstructuur gemeente Nijkerk

* in juni, juli en augustus elke week

 

Voor laagbouw geldt dat inwoners in principe drie minicontainers (restafval 140/240 liter, GFT 140/240 liter, PMD 240 liter) aan huis hebben, die eens per drie weken ingezameld worden. Het gebruik van een minicontainer voor restafval en PMD is niet verplicht. Voor PMD hebben inwoners de keuze om in plaats van een minicontainer gebruik te maken van PMD-zakken. De PMD-zakken zijn gratis af te halen bij een aantal afhaalpunten. Voor het aanbieden van het restafval geldt Diftar op frequentie. Dat houdt in dat ieder huishouden betaalt per keer dat het restafval aanbiedt. Dat kan zijn via het aanbieden van restafval in een minicontainer of via een speciale koopzak. Deze zakken zijn te koop bij een aantal afhaalpunten. Oud papier wordt weggebracht naar brengvoorzieningen. Het beheer van de meeste brengvoorzieningen voor oud papier ligt bij scholen en verenigingen. De gemeente verzorgt voor hen de inzameling van de brengvoorzieningen.

 

Afbeelding 1. Ondergrondse en bovengrondse brengvoorziening voor oud papier en karton

 

Inwoners van hoogbouw maken voor restafval gebruik van de speciale koopzak die wordt meegenomen tijdens de reguliere huis-aan-huis inzamelrondes, of brengen hun restafval naar een ondergrondse container. De ondergrondse restafvalcontainer kunnen de inwoners van hoogbouw openen met een toegangspas. Per keer dat zij de ondergrondse container voor restafval gebruiken moeten ze een bedrag betalen.

 

Afbeelding 2. Ondergrondse container voor restafval

 

Hoogbouwcomplexen kunnen van de mogelijkheid gebruikmaken om hun voedselresten (ook wel GFE genoemd, een afkorting voor Groente, Fruit en Etensresten) gescheiden in te zamelen. Er wordt dan op verzoek en onder voorwaarden een minicontainer voor GFE geplaatst waar dat mogelijk is. Deze moet toegankelijk zijn voor meerdere bewoners, met één bewoner als aanspreekpunt. In de praktijk is de gescheiden inzameling van GFE bij hoogbouw op 15 locaties op deze manier gerealiseerd. Het overgrote deel van de hoogbouw kent geen inzamelmiddel voor GFE. Voor het PMD maken inwoners uit hoogbouw vooral gebruik van PMD-zakken die ze aan straat leggen op de inzameldag.

Voor de overige stromen als glas, luiers, en textiel geldt dat dit door alle inwoners (hoogbouw en laagbouw) naar verzamelcontainers wordt gebracht.

 

Afbeelding 3. Milieuplein bij een supermarkt en in Doornsteeg

 

Naast dat textiel naar een voorziening kan worden gebracht, wordt het vier keer per jaar aan huis opgehaald door charitatieve instellingen. Voor het bladafval worden er in het najaar bladkorven neergezet. Grofvuil en grof groenafval worden één keer per maand tegen betaling opgehaald aan huis. Afvalstromen als grofvuil, puin, grond en zoden, groenafval, hout en asbest kunnen naar de milieustraat worden gebracht, waar er voor sommige stromen betaald moet worden. Momenteel wordt er onderzoek gedaan naar het optimaliseren van de milieustraat.

 

3.3 Zwerfafval

 

3.3.1 Zwerfafvalmetingen

Waar afval kan worden aangeboden bestaat altijd een hoger risico op het ontstaan van zwerfafval, ook als de service voor het aanbieden en kunnen scheiden van afval hoog ligt. Om inzicht te krijgen in de hoeveelheid zwerfafval in de gemeente Nijkerk worden er regelmatig metingen gedaan om dit te monitoren. De meting onderzoekt de hoeveelheid zwerfafval op verschillende ondergronden. Uit de laatste meting die gemeente Nijkerk heeft laten uitvoeren, van september 2022, kwamen de volgende resultaten, vergeleken met het jaar ervoor:

 

Figuur 6 : najaarsmeting 2022 - 169 metingen 5

 

Figuur 7: najaarsmeting 2021 – 180 metingen 6

 

De gemiddelde totale uitkomst van 2022 ligt op een 8,1, oftewel een A-beoordeling6. Dit betekent dat er vrijwel geen zwerfafval ligt in het merendeel van de gemeente Nijkerk. In vergelijking met 2021 lag er wel iets meer.

 

De ingevoerde regelgeving rondom Single-use plastic (SUP) en het statiegeldsysteem op kleine plastic flesjes en blikjes moet bijdragen aan een landelijke vermindering van zwerfafval waardoor de impact van zwerfafval op het milieu verder wordt teruggedrongen. Een volgende zwerfafvalmeting zal naar verwachting op korte termijn ingepland worden. Dan zal ook effect van de ingevoerde regelgevingen duidelijk worden.

 

3.3.2 Inzet Zwerfafvalbrigade en Rotary

In de gemeente Nijkerk is een groep inwoners actief betrokken bij het opruimen en voorkomen van zwerfafval. In 2024 werd er ook in gemeente Nijkerk meegedaan aan de World Cleanup Day, waar o.a. de zwerfafvalbrigade initiatiefnemer van was. De Zwerfafvalbrigade is een trouw team dat op vrijwillige en regelmatige basis met elkaar zwerfafval gaat opruimen, gefaciliteerd door de gemeente. De relatief goede resultaten van de zwerfafvalmetingen hierboven betekenen dat inwoners en bezoekers van Nijkerk weinig afval op straat gooien, en/of dat de actieve zwerfafvalbrigade snel zwerfafval opruimt. Ook heeft de Rotary lesmateriaal ontwikkeld rondom het onderwerp Plasticsoep en heeft dit in 2023 gedeeld met de scholen van het basisonderwijs. Ook hebben ze op strategische locaties en bij regenwaterkolken ca. 150 tegels en borden geplaatst om bewustwording rondom dit thema te vergroten.

 

Afbeelding 4. Stoeptegel leggen met de Rotary

 

3.4 Overige initiatieven

Inwoners kunnen bij de Repairclub terecht als zij een kapot apparaat willen laten maken. De Repairclub is een particulier initiatief. Dankzij deze groep kan de levensduur van veel apparaten worden verlengd, wat (elektrisch) afval voorkomt. Het sociale aspect van De Repairclub binnen de lokale gemeenschap is ook erg belangrijk. In de regel komen ze iedere eerste zaterdagochtend van de maand samen in de bibliotheek van Nijkerk en iedere derde zaterdagmiddag in Dorpshuis De Stuw in Hoevelaken.

 

Voor inwoners die interesse hadden in het composteren van hun eigen GFT-afval gold een subsidieregeling voor de aanschaf van een compostvat. De gemeente gaf € 25 korting op de aanschaf van een compostvat van Intratuin en De Westermolen. Hiermee gaf de gemeente extra aandacht aan het vele GFT-afval en voedselverspilling. Deze regeling is verouderd en bij de meeste inwoners niet bekend. Wel is er nog een project in samenwerking met Regio Foodvalley dat zich richt op voedselresten van restaurants. Daarnaast is er jaarlijks een verspillingsvrije week waar er op scholen met voedselresten wordt gekookt.

 

3.5 Tarieven en kosten

De afvalinzameling in gemeenten mag maximaal 100% kostendekkend zijn. Gemeenten opereren hiermee met een gesloten beurs-principe. Dat houdt in dat alle middelen die binnen komen via de afvalstoffenheffing moeten worden ingezet binnen het domein afval. Doordat de gemeente Diftar op restafval heeft, is de afvalstoffenheffing opgesplitst in een vast deel (gelijk voor ieder huishouden) en een variabel deel (hoogte is afhankelijk van het aantal keren dat het huishouden restafval aanbiedt). De tarieven staan genoemd in onderstaand overzicht.

 

Tarief 2023

Tarief 2024

Tarief 2025

Vastrecht per huishouden

€ 153,20

€ 179,10

€ 208,00

Minicontainer restafval 140 ltr, lediging per keer

€ 3,40

€ 3,60

€ 3,70

Minicontainer restafval 240 ltr, lediging per keer

€ 7,00

€ 7,30

€ 7,50

Ondergrondse container restafval, per aanbieding

€ 1,40

€ 1,50

€1,55

Extra minicontainer restafval 140 ltr, eenmalige kosten

€ 35,40

€ 37,00

€ 38,00

Milieustraat

Tarief 2023

Tarief 2024

Tarief 2025

Grof Huisvuil per 10 kilo

€ 2,30

€ 2,40

€ 2,50

Puin per 10 kilo

€ 0,24

€ 0,25

€ 0,25

Grond en zoden per 10 kilo

€ 0,21

€ 0,25

€ 0,26

Hout per 10 kilo

€ 1,30

€ 1,40

€ 1,45

Asbest per 10 kilo

€ 2,30

€ 2,40

€ 2,50

Autobanden met velg max. 4 per aanbieding

€ 2,30

€ 2,40

€ 2,50

Tabel 1. Tarieventabel

 

De afvalbeheerkosten stijgen voor de gemeente Nijkerk door oplopende inzamel- en verwerkingskosten en lagere opbrengsten voor gescheiden stromen. Investeringen in extra maatregelen, welke van maatschappelijk (milieu)belang zijn, leiden ook vaak tot een hogere afvalbeheerkosten, maar bieden de inwoner wel een handreiking om minder restafval aan te bieden. Om deze redenen, en om de kosten 100% dekkend te krijgen, stijgt de afvalstoffenheffing ook. Het investeringen in extra maatregelen voor gescheiden stromen biedt inwoners meer mogelijkheden te besparen op hun variabele deel van de afvalstoffenheffing (ze bieden door betere scheidingsmogelijkheden minder restafval aan). De variabele afvalstoffenheffing is voor 2025 naar verwachting rond de € 43 per huishouden.

 

Volgens Rijkswaterstaat, die jaarlijks een rapport uitbrengt over de ontwikkeling van de afvalstoffenheffing en de afvalbeheerkosten, is de gemiddelde afvalstoffenheffing in 2023 met 4,1% gestegen. Sinds 2019 is een landelijke stijgende lijn te zien in de hoogte van de heffing en de afvalbeheerkosten. Wel zijn de afvalbeheerkosten in gemeenten met diftar gemiddeld lager dan in gemeenten zonder diftar.

 

3.6 Afvalcijfers

 

3.6.1 Mate van afvalscheiding

Aan de hand van afvalcijfers en een analyse van het restafval kan worden bekeken hoeveel afval inwoners gemiddeld aanbieden en of zij dit goed gescheiden aanbieden. Uit de afvalcijfers van 2023 blijkt dat van het totale afval dat een inwoner heeft aangeleverd, gemiddeld 74% gescheiden wordt aangeleverd. De overige 26% wordt als restafval aangeleverd. In vergelijking met gemeenten in dezelfde stedelijkheidsklasse (landelijk gezien) doet gemeente Nijkerk het goed, maar regionaal gezien zijn er meer gemeenten met vergelijkbare cijfers.

 

Naast de mate van afvalscheiding geeft een analyse van het restafval een goed beeld van de samenstelling van het restafval. De gemeente laat daarom met regelmaat een analyse uitvoeren7. Figuur 8 geeft de gemiddelde samenstelling van het restafval in de gemeente Nijkerk (2023) weer. Uit de analyse blijkt dat het overgrote deel van het aangeboden restafval bestaat uit grondstoffen die goed gescheiden kunnen worden via containers en brengvoorzieningen (milieustraat) voor gescheiden stromen.

 

 

Gewichtspercentages

 

 

Volumepercentages

Figuur 8. Uitkomst sorteeranalyse huishoudelijk restafval 2023 in gewichts- en volumepercentages 8

 

Concluderend is te stellen dat het aangeboden gewicht aan restafval gemiddeld voor 74% bestaat uit te nog te scheiden stromen, waaronder met name GFT/etensresten. Slechts 26% is echt onbruikbaar restafval (15% overige restfracties + 11% niet-herbruikbaar papier). Gekeken naar aangeboden volume restafval, valt op dat het aandeel van PMD in het restafval hoog ligt. GFT/etensresten is een relatief zware afvalstroom, maar neemt dus minder ruimte in ten opzichte van PMD.

Een andere manier om te kijken hoe de gemeente Nijkerk het doet zijn de resultaten van de Benchmark huishoudelijk afval.

 

3.6.2 Vergelijking Nijkerk en de Benchmark

De volgende tabel laat de inzamelgegevens van de gemeente Nijkerk zien. Deze worden vergeleken met het gemiddelde van vergelijkbare gemeenten uit de meest recente benchmark. Er wordt in de gemeente gemiddeld per inwoner 99 kg per jaar aan restafval ingezameld (fijn en grof samen). Gemeente Nijkerk zamelt hiermee minder restafval in dan het benchmarkgemiddelde van 118 kg per inwoner per jaar. De mate van afvalscheiding (%) ligt iets lager dan de benchmark. Dit komt omdat er in de benchmark veel meer aan grof huishoudelijk afval en GFT wordt ingezameld.

 

Nijkerk 2023*

Benchmark hoogbouwklasse D 2023

kg/inw

kg/inw

Ongescheiden ingezameld

Restafval (fijn)

82

97

Restafval (grof)

16

21

 

Gescheiden ingezameld

GFT-afval

102

140

OPK

49

50

Glas

25

22

Textiel

5

5

PMD

29

32

Luiers

5

5

Overig

-

-

Grof huishoudelijk afval (gescheiden)

64

138

 

Totaal ongescheiden restafval

99

118

Totaal gescheiden

280

394

Totaal afval

379

512

Mate van afvalscheiding bij huis door inwoners

74%

77%

Recyclepercentage**

63%

Tabel 2. Inzamelgegevens Nijkerk vergeleken met de landelijke benchmark 2023

*Afgerond op hele cijfers

**Percentagedeel wat daadwerkelijk ter recycling wordt aangeboden. Landelijk doel is 60% in 2030. Bron: www.benchmarkafval.nl/tools/vangrecycletool/

 

4. Richting geven aan nieuw beleid

 

4.1 Voorgeschreven beleid nieuwbouw

In de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) staat opgenomen dat bij nieuwbouwprojecten en bij grotere wooneenheden van meer dan 10 huishoudens ondergrondse containers voor PMD, papier, glas en restafval geplaatst moeten worden. De investeringskosten voor de ondergrondse containers, milieupleinen en GFE-berging bij nieuwbouwprojecten worden bekostigd vanuit het betreffende project. Tijdens de opstartfase van een dergelijk nieuwbouwproject is het zaak om goede verdere afstemming te vinden tussen de projectontwikkelaar en de betreffende beleidsafdelingen van de gemeente, waaronder ook specifiek het afvalbeleid.

 

4.2 Pilot in de wijk Doornsteeg

In 2018 is in de wijk Doornsteeg een pilot gestart met betrekking tot een andere wijze van inzamelen. In deze wijk, die op dat moment geheel nieuw in aanbouw was, wordt het restafval niet aan huis ingezameld, maar brengen bewoners het restafval naar een ondergrondse afvalcontainer in de buurt. Dit wordt ‘omgekeerd inzamelen’ genoemd. De overige grondstoffen worden wel op dezelfde wijze ingezameld als elders in de gemeente Nijkerk. Deze pilot is apart geëvalueerd om de resultaten in beeld te brengen9. Uit de evaluatie kwam een aantal punten naar voren:

  • Een inwoner van de wijk Doornsteeg bood in de periode 2021-2022 gemiddeld 20 kg minder restafval per jaar aan dan een inwoner buiten Doornsteeg.

  • Uit de sorteeranalyse is gebleken dat het restafval van inwoners uit de wijk Doornsteeg relatief meer GFT-afval, luiers, en papier bevat dan de rest van Nijkerk, terwijl zij voor deze stromen over dezelfde inzamelmiddelen beschikken. Meer luiers in het restafval is te verklaren door het relatief hogere aantal jonge gezinnen in de wijk.

Het effect van deze pilot op het gedrag van inwoners is niet goed in beeld te brengen. Het is een nieuwe wijk, waar bij oplevering de ondergrondse containers reeds geplaatst waren en inwoners meteen startten met de nieuwe manier van inzamelen. Er is daarom geen vergelijkingssituatie van vóór de pilotfase (0-situatie).

 

Het feit dat de hoeveelheid restafval in Doornsteeg de afgelopen twee jaren significant lager ligt dan in de rest van de gemeente Nijkerk, geeft wel aan dat het op afstand zetten van het restafval in combinatie met Diftar een positief effect heeft op het restafvalaanbod. In combinatie met de voorgeschreven inzamelmiddelen volgens de LIOR is deze uitkomst waardevol en zinvol om mee te nemen ter overweging voor nieuwe maatregelen de komende periode.

 

4.3 Optimaliseren milieustraat

Als onderdeel van het in 2024 vastgestelde Circulair Actieprogramma 2024-2027 wordt op dit moment voor de langere termijn de mogelijkheden verkend voor het optimaliseren van de milieustraat. Een belangrijk doel daarbij is om hergebruik en recycling zoveel mogelijk te stimuleren om zo de hoeveelheid restafval verder terug te dringen.

Op de milieustraat worden op dit moment 11 betaalde stromen (waaronder hout, asbest, dakleer, harde kunststoffen en puin) en 12 gratis stromen (waaronder groenafval, KCA, metaal en schone matrassen ingezameld).

 

4.4 Beheerplan

Na vaststelling van het Actieprogramma van afval naar grondstof 2025-2028 wordt er een beheerplan opgesteld voor bijvoorbeeld het onderhoud van voorzieningen. Dit leidt mogelijk tot onvoorziene kosten.

 

4.5 Wat kan beter?

 

4.5.1 Een afvalenquête en de uitkomst

In mei 2022 is er een online enquête uitgezet onder inwoners van de gemeente Nijkerk. Een kleine 300 inwoners hebben gereageerd. Deze enquête was bedoeld om in kaart te brengen wat precies knelpunten en wensen zijn van inwoners omtrent de afvalinzameling.10

 

Op basis van de resultaten van de enquête wordt samenvattend (en opsommend) het volgende geconcludeerd.

  • Redenen waarom mensen hun afval scheiden, is dat zij ervan overtuigd zijn dat dit beter is voor het milieu en het de kosten van huishoudelijke afvalinzameling en -verwerking reduceert. Toch wordt het huishoudelijke afval niet altijd goed gescheiden. Veelgenoemde redenen dat te scheiden grondstoffen bij het restafval worden gedaan zijn: stankoverlast of ongedierte zoveel mogelijk voorkomen en ervaren van ruimtegebrek om gescheiden afval op te slaan.

Genoemde verbeterpunten en suggesties zijn:

  • Duidelijke informatie over wat in welke afvalbak moet. Vooral aandacht voor GFT-afval en PMD wordt gevraagd.

  • Meer informatie beschikbaar stellen over de verwerking van huishoudelijk afval: wat gebeurt er met mijn afval als ik het ingeleverd heb?

  • Duidelijke informatie delen via sociale media, de lokale krant, de afvalkalender en de website van de gemeente Nijkerk. Bij deze laatste is veel informatie al beschikbaar, maar ontbreekt de transparantie of het bewustzijn van waar de informatie te vinden is.

  • In de gemeente Nijkerk wordt gebruik gemaakt van de Afvalwijzer-app, maar uit de enquête blijkt dat niet iedereen hiervan op de hoogte is. Een tip is daarom om hier meer bekendheid aan te geven. Inmiddels is sinds 2024 een nieuwe afval-app ingezet. Dit heeft geleid tot een lichte stijging in gebruik.

  • Tot slot geeft meer dan de helft van inwoners aan dat ze een verandering willen voor het inzamelsysteem voor oud papier en karton. Ze opperen de mogelijkheid voor een minicontainer aan huis. Wat niet uit de enquête kwam maar wel belangrijk is om te noemen: omwonenden van de brengpunten voor oud papier ervaren vaak overlast van onder andere zwerfafval en er zijn in het verleden brandstichtingen geweest in de brengvoorzieningen.

4.5.2 Een verdiepend onderzoek en de uitkomst

Omdat de gemeente haar plannen zo veel mogelijk vóór en mét inwoners wil opstellen, is aanvullend op de algemene afvalenquête in februari 2023 een verdiepingsonderzoek uitgevoerd. Het doel was om te onderzoeken wat de intrinsieke motivatie van inwoners is voor het aanbieden van gescheiden grondstofstromen. Het verdiepingsonderzoek heeft zich voornamelijk gericht op inwoners in een aantal straten die hun afval in verhouding minder goed scheiden, en op inwoners die juist relatief goed scheiden.

Door gebruik te maken van acht inwonersprofielen van onderzoeksbureau Citisens heeft de gemeente meer inzicht in welke thema’s in bepaalde wijken meer of minder leven, de mate van betrokkenheid van inwoners op wijkniveau en de beste wijze om inwoners op wijkniveau te benaderen. Door te kijken welke inwonersprofielen gelden voor de straten waar goed en relatief goed afval wordt gescheiden, konden twee verschillende inwonersprofielen gekoppeld worden aan de straten waar minder goed wordt gescheiden, en één profiel aan straten waar er wel goed wordt gescheiden. Alle drie de inwonersprofielen scoren hoog als het gaat om het leveren van een actieve bijdrage aan de wijk. Daarom zijn inwoners uit deze straten uitgenodigd voor diepte-interviews. Het gaat hier specifiek om kwalitatief verdiepend onderzoek. Dat maakt de uitkomsten niet representatief voor de hele gemeente. De resultaten zijn van belang mee te nemen in de overwegingen voor te nemen acties in de komende jaren, om op die manier het Actieprogramma VANG beter aan te laten sluiten bij de wensen van inwoners.11

 

Op basis van de resultaten van het verdiepingsonderzoek wordt samenvattend het volgende geconcludeerd.

 

Afvalstroom

Positieve punten

Knelpunten

Verbeterpunten

Tevreden over beschikbare container aan huis

Geen groot obstakel om OPK naar een centraal punt te brengen

Deel inwoners wil geen extra container aan huis

  • Deel inwoners wil wel een extra container aan huis

  • OPK vaker ophalen

  • Fijn dat het in de zomer vaker wordt opgehaald

  • Tevreden over beschikbare container aan huis

  • Onduidelijkheid over type kattenbakkorrels in GFT-afval

  • Onduidelijkheid over koffiepads en theezakjes bij het GFT-afval

Periode dat het wekelijks wordt opgehaald mag langer omdat er in de herfst veel tuinafval is

Tevreden over beschikbare container aan huis

Zijn een aantal soorten afval (chipszakken, aluminium blikjes, drankkarton, soorten hard en zacht plastic) waarvan niet duidelijk is of het als PMD aangeboden mag worden

Veel inzamelpunten bestaan niet meer

Meer inzamelpunten zijn gewenst

Overig

  • Over het algemeen zijn inwoners positief over hoe afvalscheiding is geregeld in de gemeente Nijkerk.

  • Nieuwe stickers voor op minicontainers gewenst, deze vervagen snel.

  • Meer handhaving gewenst voor bijgeplaatst afval naast of rondom containers.

  • Communicatie over ophaalmomenten wordt als positief ervaren.

  • Motivatie om afval te scheiden is het besparen van kosten en milieuoverwegingen.

  • Een aantal inwoners gaf ook aan hun afval te scheiden ‘omdat het moet’ volgens het afvalbeleid.

  • Inwoners schatten hun eigen gedrag met betrekking tot afvalscheiding positief in.

  • Inwoners hebben de indruk dat andere buurtbewoners minder aan afvalscheiding doen.

Tabel 3. Conclusies uit het verdiepingsonderzoek door Citisens, 2023

 

4.6 Beeldvormende en consulterende raadssessies

Op 9 februari 2023 heeft een beeldvormende raadsessie plaatsgevonden. Hierin is een beeld geschetst over de noodzaak van en de aanpak voor het opstellen van een nieuw actieprogramma voor afval en grondstoffen. De volgende onderwerpen zijn aan bod gekomen:

  • het belang van het hergebruiken van grondstoffen in het kader van de landelijke doelstellingen;

  • de huidige situatie in de gemeente Nijkerk met betrekking tot hoeveelheden restafval en de sorteeranalyse van 2022;

  • de doelen van de gemeente Nijkerk;

  • verdere mogelijkheden om afvalscheiding te bevorderen;

  • opvallendheden van de uitkomsten uit het verdiepende onderzoek;

  • aanbevelingen op basis van het verdiepende onderzoek.

In een informele sessie is per afvalthema met elkaar gesproken over mogelijkheden en verbeterpunten, waarvan de resultaten zijn meegenomen in dit actieprogramma. Deze sloten erg goed aan bij de uitkomsten van de inwonersonderzoeken.

 

Op basis van de aanbevelingen en suggesties van inwoners en raadsleden, en op basis van beoogde doelstellingen en inzamelresultaten is een concept opgesteld van een Actieprogramma van afval naar grondstof. Er is vervolgens een tussenstap gemaakt. De raadscommissie is op een aantal punten geconsulteerd in januari 2025. De raadscommissie is gevraagd voorkeur aan te geven op de:

  • toekomstige inzamelfrequenties van restafval, PMD en GFT;

  • toekomstige inzamelwijze van oud papier en karton;

  • verhouding ledigingskosten voor een kleine en grote restafvalcontainer aan huis.

De uitkomst van deze consultatie heeft mede geleid tot het aangeboden actieprogramma in het volgende hoofdstuk.

 

5. Actieprogramma: wat gaan we doen?

 

Het landelijk beleid is gericht op een circulaire economie waar op termijn bijna geen afval meer vrijkomt. De rol van gemeenten hierin is om inwoners te faciliteren en ze te prikkelen tot het zo goed mogelijk scheiden van afval. De komende periode streeft gemeente Nijkerk ernaar om:

  • aan te blijven sluiten bij landelijke richtlijnen betreffende afvalscheiding;

  • de service naar inwoners hoog te houden als het gaat om faciliteiten om afval te scheiden;

  • in te zetten op verbeteringen in service daar waar nog teveel drempels (door inwoners) worden ondervonden;

  • continu te monitoren op kwaliteit, en

  • de kosten maatschappelijk aanvaardbaar te houden.

Daarnaast zijn de aanbevelingen vanuit inwoners, de raad, de pilot omgekeerd inzamelen in Doornsteeg en de relevante beleidspunten die zijn opgenomen in de LIOR ook van belang mee te nemen. Het hieruit voortkomende Actieprogramma heeft uiteindelijk tot gevolg dat de hoeveelheid (rest)afval verder afneemt en de afvalscheiding toeneemt. De hoeveelheid restafval als gevolg van de te nemen maatregelen wordt voor de korte termijn (periode tot en met 2028) geraamd op 90 kg en voor de langere termijn (doorkijk na 2028) op 80 kg per inwoner per jaar. Deze raming is daarmee de tastbare doelstelling voor deze komende beleidsperiode.

 

Doelstelling: voor de komende beleidsperiode is het realistisch te streven naar 90 kg restafval (inclusief grof restafval) per inwoner per jaar. Dat betekent een gemiddelde afname van ca. 10 kg per inwoner per jaar. In deze beleidsperiode wordt ook ruimte gemaakt voor de uitvoering van een pilot. Een wenselijk uit te voeren pilot is het testen van omgekeerd inzamelen in een bestaande wijk en het monitoren van de effecten ervan. Bij succes wordt dit inzamelsysteem per wijk uitgebreid. Vermoedelijk draagt omgekeerd inzamelen substantieel bij aan het verminderen van het restafval richting 80 kg per inwoner per jaar in de beleidsperiode vanaf 2028. Op deze manier wordt doelbewust gekozen voor een passende weg richting een afvalloze gemeente in 2050.

 

De te nemen maatregelen, de globale planning per maatregel en de bijbehorende kostenraming staan in dit hoofdstuk opgenomen.

 

Actie 1: Optimaliseren brengvoorzieningen oud papier en karton

 

Knelpunten huidige brengvoorzieningen uitgelicht

 

Oud papier en karton wordt ingezameld door verenigingen, scholen en kerkgenootschappen volgens een ‘brengsysteem’: inwoners brengen hun papier naar de containers van deze inzamelaars. De opbrengsten van het oud papier zijn voor de verenigingen, scholen en kerkengenootschappen (de inzamelaars) essentieel om activiteiten te ontplooien. Op dit moment wordt echter veel overlast ervaren van een aantal brenglocaties.

 

In de praktijk wordt er veel papier en karton rondom de containers gezet of het verwaait uit de containers. Daarnaast vindt er regelmatig brandstichting in de papiercontainers plaats. Dit alles geeft de nodige onvoorziene kosten voor de verwerker en/of de gemeente. Ook omwonenden ervaren vaak overlast van de inzamelcontainers. Goede afspraken met de inzamelende partijen zijn daarom nodig.

 

Daarnaast zijn er wijken waar in de directe omgeving geen inzamellocatie voor oud papier en karton is (‘witte vlekken’). Het aantal witte vlekken gaat toenemen als er in de toekomst inzamelende partijen wegvallen. Dat komt niet ten goede aan de service voor inwoners en heeft ook een negatief effect op de inzameling van het oud papier en karton en de openbare ruimte. Meer bijplaatsingen en dumpingen van oud papier en karton zijn dan te verwachten.

 

Dit maakt dat een optimalisatie van de huidige inzamelwijze noodzakelijk is om een goede papierinzameling te blijven borgen voor onze inwoners.

 

Wat gaan we doen?

 

Ten eerste maken we duidelijke afspraken met onze inzamelaars. Met de inzamelaars is al gesproken op welke wijze het bestaande systeem van inzameling van oud papier geoptimaliseerd kan worden. Afgesproken is dat de onderstaande maatregelen hieraan bijdragen:

 

  • Het verwijderen van onbeheerde, bovengrondse containers of onder toezicht brengen van deze containers bij de inzamelende partijen.

  • Het verbeteren van de informatievoorziening naar de inwoners via de afvalapp en de media over locaties en tijdstip van inzamelen.

  • De aanwezigheid van vrijwilligers tijdens openingstijden van de brengvoorziening. Dit draagt bij aan de sociale cohesie van de buurt.

Met het optimaliseren van het inzamelen hebben de inzamelaars de mogelijkheid om deze inkomsten in stand te houden en de overlast te beperken. In 2026 wordt met de inzamelaars geëvalueerd of het optimaliseren van de inzameling tot de gewenste resultaten leidt.

 

Ten tweede is het van belang dat de huidige groep van inzamelaars van het oud papier gedurende de planperiode betrokken blijft bij het verbeteren van de afvalinzameling en zij hiervoor ook financieel gecompenseerd blijven. Zou daarom blijken dat een huidige inzamelaar van oud papier niet kan voldoen aan bovenstaande maatregelen, dan wordt met de betreffende inzamelaar gekeken of een tegenprestatie kan worden verwacht om de financiële vergoeding tot het einde van deze planperiode te kunnen blijven ontvangen. De opzet van een tegenprestatie kan het volgende zijn:

  • De betreffende inzamelaar moet kunnen aantonen dat het actief bezig is met het voorkomen van restafval in de eigen organisatie gedurende de looptijd van deze planperiode, en

  • de betreffende inzamelaar houdt gedurende deze planperiode de directe omgeving rondom het terrein zwerfafvalvrij. Als het een school betreft, dan wordt dit in samenwerking met leerlingen uitgevoerd vanwege een educatieve component.

De financiële vergoeding wordt daarmee tot het einde van de planperiode gegarandeerd aan de huidige inzamelaars. Zeer recent gestopte inzamelaars kan de mogelijkheid van een tegenprestatie ook nog worden geboden.

 

Ten derde moet invulling worden gegeven aan de witte vlekken die er zijn, en gaan ontstaan.

 

Optie 1 – Stapsgewijze optimalisatie: Probleemlocaties, daar waar de overlast te groot is en niet kan worden opgelost door middel van bovengenoemde afspraken, worden opgeheven. Er wordt bij een aantal milieupleinen12 verspreid in de gemeente ondergrondse containers voor oud papier en karton geplaatst om de huidige witte vlekken zo goed mogelijk op te vangen, een eerste indicatie is 20 extra containers. Er wordt vervolgens stapsgewijs bekeken of extra uitbreiding van het netwerk aan ondergrondse papiercontainers nodig is. Deze manier voorkomt een forse investering in een groot aantal ondergrondse containers in een keer, en zorgt voor bewuste afwegingen voor het kiezen van locaties in de loop der tijd. In de volgende tabel wordt het verwachte milieurendement weergegeven:

 

Actie 1 Stapsgewijze optimalisatie

(optie 1)

Vermindering restafval (in kg per inwoner)

Stijging afvalscheiding (%)

Optimaliseren brengvoorzieningen en oplossen van witte vlekken

-2 kg

+0,5%

 

Optie 2 – Gehele optimalisatie: Probleemlocaties, daar waar de overlast te groot is en niet kan worden opgelost door middel van bovengenoemde afspraken, worden opgeheven. De huidige witte vlekken, en daar waar door wegvallen van inzamelende partijen witte vlekken gaan ontstaan, worden opgevangen door ondergrondse containers voor oud papier en karton. Er wordt de komende periode geïnvesteerd in een fijnmazig netwerk van ondergrondse brengvoorzieningen voor de inwoners. Dat levert naar verwachting het volgende milieurendement op:

 

Actie 1 Gehele optimalisatie

(optie 2)

Vermindering restafval (in kg per inwoner)

Stijging afvalscheiding (%)

Optimaliseren brengvoorzieningen en oplossen van witte vlekken

-4 kg

+1%

 

Actie 2: GFE-inzameling bij hoogbouw

 

Ongeveer een derde deel van het restafval in de gemeente Nijkerk bestaat uit groente-, fruit- en etensresten (GFE). Hier valt dan ook de grootste winst te halen bij het terugdringen van de hoeveelheid restafval. Bij hoogbouwlocaties worden gezamenlijke minicontainers voor voedselresten en plantenafval geplaatst in een behuizing. Er worden infostickers uitgedeeld met wat onder GFE-afval wordt verstaan (en wat niet). Hiermee wordt actief gestimuleerd om GFE gescheiden aan te bieden en wordt de inzamelwijze van deze stroom bij hoogbouwlocaties eenduidig. Deze maatregel zorgt voor aandacht rondom voedselverspilling en sluit dus aan bij de huidige ambities en doelen van de gemeente. Daarnaast sluit het aan bij de verplichting alle huishoudens de mogelijkheid te geven GFE gescheiden aan te bieden. Overwogen wordt daarbij toegangscontrole op de behuizing toe te passen, zodat wordt voorkomen dat deze containers door anderen worden gebruikt dan zij die hiervoor een toegangspas krijgen. Dat leidt tot minder grondstofvervuiling. Goede aansluitende informatie over deze actie aan de betrokken inwoners is noodzakelijk om goed gebruik te stimuleren. Om een goede en zuivere inzameling van GFE bij hoogbouw te realiseren zal eerst worden gestart met een kleinschalige proef die na afstemming verder zal worden uitgezet.

 

Uit de raming blijkt dat deze maatregel kan leiden tot een vermindering van gemiddeld 3 kg restafval per inwoner per jaar.

 

Actie 2

Vermindering restafval (in kg per inwoner)

Stijging afvalscheiding (%)

GFE-inzameling hoogbouw

-3 kg

+1%

 

Actie 3: GFE –aanrechtbak voor voedselafval

 

Het grootste aandeel stoorstoffen in het restafval zijn voedselresten. Met deze maatregel worden er op vrijwillige basis aanrechtbakken voor GFE-afval uitgegeven voor inwoners in hoog- en laagbouw. De aanrechtbak is voorzien van een informatiesticker over wat GFE-afval is (en wat niet) en eenmalig een rol biodegradeerbare zakken. Deze actie vraagt veel en uitgebreide communicatie om de afname en het gebruik (blijvend) te stimuleren. Deze actie kan heel goed samenlopen met de uitrol van brengvoorzieningen voor GFE bij hoogbouw. Door het uitgeven van aanrechtbakken voor GFE-afval kunnen inwoners makkelijker deze grondstofstroom al in de keuken, waar het ontstaat, scheiden. Hierdoor wordt het aandeel GFE in het restafval minder. Deze actie is met name een serviceverhoging en bedoeld om de verspilling van voedselresten in het restafval tegen te gaan (bewustwordingsactie).

 

In onderstaande tabel wordt het verwachte milieurendement weergegeven.

 

Actie 3

Vermindering restafval (in kg per inwoner)

Stijging afvalscheiding (%)

Aanrechtbak voor voedselafval

-2 kg

+0,5%

 

Actie 4: Ruimte extra inzet communicatie en monitoring

 

Uit een enquête, gehouden in 2022, blijkt dat veel mensen onwetend zijn over hoe afval goed gescheiden kan worden. Ook zijn er misverstanden over wat er met het gescheiden afval gebeurt. Inwoners van de gemeente Nijkerk hebben dan ook gevraagd om extra inzet op informatie. Blijvende communicatie over afvalscheiding en preventie is ook zeker van belang voor het behalen van de gemeentelijke doelstellingen en het streven naar ambities. Het moet inwoners niet alleen duidelijk zijn waar ze met hun afval terecht kunnen, maar de redenen waarom acties worden uitgevoerd moet ze ook duidelijk zijn. Daarnaast blijken inwoners graag te willen weten wat nu eigenlijk met hun afval wordt gedaan na inzameling. Eerste stappen zijn gezet door de introductie van een nieuwe afvalapp. Deze app is het primaire communicatiekanaal in de richting van de inwoners. In deze app kunnen inwoners informatie krijgen over afvalpreventie, scheiden van afval, legingsmomenten, enz.

 

Er is (financiële) ruimte nodig om communicatiemiddelen in te zetten wanneer het nodig is, daar waar nodig is en op een manier die aansluit bij de ontvanger. Daar kan nu geen definitieve keuze in worden voorgelegd. Denk bijvoorbeeld aan wijkgerichte (maatwerk)communicatie.

 

Monitoren van het aangeboden afval geeft inzicht in het effect van maatregelen op de kwaliteit van grondstoffen. Omdat de landelijke doelstellingen vooral hameren op zuivere grondstofstromen voor goede recycling, is het controleren van onze aangeboden grondstofstromen van belang. Wordt een nieuwe maatregel uitgevoerd, of wordt bijvoorbeeld een pilot gestart, dan is monitoring voor, tijdens en na afronding van een pilot nodig om het effect van een pilot of maatregel te kunnen meten. Door aangeboden grondstoffen als GFE en PMD regelmatig op wijkniveau te controleren op de kwaliteit kan ook de communicatiewijze effectiever worden ingezet. Met extra inzet op monitoring en (maatwerk)communicatie wordt gestreefd een gedragsverandering van inwoners te bereiken en wordt naar verwachting een volgende milieurendement behaald:

 

Actie 4

Vermindering restafval (in kg per inwoner)

Stijging afvalscheiding (%)

Extra inzet communicatie en monitoring afvalaanbod

-2 kg

+0,5%

 

Actie 5: Invoeren keuzeplicht brievenbussticker

 

Huishoudens worden gevraagd actief aan te geven of zij nog ongeadresseerd reclamedrukwerk willen ontvangen. Door deze keuze verplicht te laten maken, wordt onnodig drukken en verspreiden van ongeadresseerd reclamedrukwerk voorkomen. Alleen huishoudens met een JA/JA sticker ontvangen nog ongeadresseerd reclamedrukwerk. Huishoudens zonder sticker, een NEE/NEE of NEE/JA sticker ontvangen geen ongeadresseerd reclamedrukwerk. De gemeente stelt de brievenbusstickers gratis beschikbaar. Inwoners worden geheel vrijgelaten in de keuze die zij maken. In een verordening kan worden opgenomen wat we onder reclamedrukwerk verstaan, zodat bijvoorbeeld de mogelijkheid blijft bestaan een ongeadresseerde stadskrant (en daarmee de gemeentepagina) te blijven bezorgen op deze adressen

 

Volgens Milieu Centraal wordt er per huishouden zo’n 30 kilo per jaar aan reclamedrukwerk bespaard als een huishouden ervoor kiest geen ongeadresseerd reclamedrukwerk meer te ontvangen. Daarnaast voorkomt het productiekosten en transportuitstoot. Omdat de inwoners van de gemeente Nijkerk het oud papier al goed scheiden, zal deze actie een beperkt effect hebben op het aanbod van restafval. Het leidt vooral tot vermindering van de totale hoeveelheid aangeboden oud papier.

 

Actie 5

Vermindering restafval (in kg per inwoner)

Stijging afvalscheiding (%)

Invoeren brievenbussticker

-1 kg

+0,2%

 

Actie 6: Ruimte voor een pilot Omgekeerd Inzamelen

Om het aanbod van restafval verder te verlagen moeten we open staan voor andere mogelijke wijzen van inzamelen. In de wijk Doornsteeg is eerder een pilot Omgekeerd Inzamelen13 uitgevoerd waaruit blijkt dat in die wijk significant minder restafval wordt aangeboden dan elders in Nijkerk. Mede door deze uitkomst wordt verwacht dat deze inzamelwijze gemeente breed kan leiden tot een verdere daling van het restafvalaanbod. Door het houden van een nieuwe pilot Omgekeerd Inzamelen in een bestaande wijk willen we naast cijfermatige data (als het effect op de hoeveelheid restafval en op grondstofvervuiling) ook lering trekken over hoe dit het beste kan worden opgezet en verder uitgerold over de wijken, in samenwerking met de betreffende inwoners. Het succes van een andere inzamelwijze gaat nu eenmaal gepaard met draagvlak onder de inwoners die het moeten doen, dus de ervaring vanuit een pilot is heel nuttig mee te nemen.

 

Een plan van aanpak (inclusief raming en een voorstel voor de dekking van de kosten) voor de pilot in een bestaande wijk wordt in 2026 opgesteld en aan u voorgelegd. Daarna zal de pilot in 2027 worden uitgevoerd. Zou na de pilotfase worden besloten verder te gaan met het uitrollen van Omgekeerd Inzamelen, dan wordt verwacht dat het restafvalaanbod gemiddeld met ca. 10 kg per inwoner daalt. Echter, de uitkomst van de pilot moet hiervoor worden afgewacht.

 

Totaaloverzicht milieurendement

 

Acties

Vermindering restafval (kg/inw)

Stijging afvalscheiding (%)

Actie 1: Stapsgewijze optimalisatie brengvoorzieningen oud papier en karton en oplossen van witte vlekken (optie 1)

-2

0,5%

Actie 1: Gehele optimalisatie brengvoorzieningen oud papier en karton en oplossen van witte vlekken (optie 2)

-4

+1%

Actie 2: GFE inzameling bij hoogbouw

-3

+1%

Actie 3: GFE aanrechtbak

-2

+0,5%

Actie 4: Extra inzet communicatie en ruimte voor monitoring

-2

+0,5%

Actie 5: keuzeplicht brievenbussticker

-1 kg

-0,2%

Actie 6: Pilot Omgekeerd Inzamelen

Te onderzoeken

Te onderzoeken

Raming totaal

-10/-12 kg restafval per inw/jr

+3% verbeterde afvalscheiding

 

Een kanttekening is te maken. Het aantal kilogram restafval per inwoner per jaar en het totale afvalscheidingspercentage geven beperkte informatie over de mate waarin grondstoffen gerecycled kunnen worden. De kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen is minstens zo belangrijk. Niet voor niets dat monitoring op ingezamelde grondstoffen deze periode als maatregel wordt genoemd. Daarnaast kan een lager afvalscheidingspercentage ook wijzen op minder aangeboden afval.

 

Planning

 

Acties

2025 - juli-dec

2026 - jan-jun

2026 - juli-dec

2027 - jan-jun

2027 - juli-dec

2028 - jan-jun

2028 - juli-dec

Actie 1 – Optimalisatie brengvoorzieningen OPK

X Locatiebepaling nieuwe ondergrondse containers

Aanschaf ondergrondse containers

X monitoring inzamelaars

+ uitbreiden netwerk containers

+ evaluatie

X monitoring inzamelaars + uitbreiden netwerk containers

Actie 2 - GFE-inzameling hoogbouw

Pilot

Pilot

X Aanbestedingsprocedure aanschaf en plaatsing containers

X voorbereidingen plaatsing, incl. communicatie en informatie

X Start inzameling

Actie 3 - Aanrechtbak voor voedselafval

X Voorbereiding, inkopen en communicatie

X Start uitzetten (afstemmen timing met actie 2)

X

X

X

X

Actie 4 – Monitoring en extra inzet communicatie

X Opstart met communicatieplan: per uit te voeren actie doelgroepen vaststellen en communicatieaanpak (welke middelen waar inzetten, wat bereiken?)

X uitvoering communicatieplan

X

X

X

X

X

Actie 5: Invoeren keuzeplicht brievenbussticker

Meenemen in aanpassing verordening/uitvoeringsbesluit

X voorbereiding en informeren reclamebranche, MKB en inwoners

X start

X

X

X

X

Actie 6: Pilot Omgekeerd Inzamelen in een bestaande wijk

X Starten opstellen plan van aanpak

X Starten informeren inwoners en met plaatsen

X voorzieningen en 0-metingen starten pilotperiode (jaar)

X

X Evaluatie

X Besluitvorming

 

Kostenraming*

 

Maatregel

Investeringskosten

Kosten per jaar

Kosten per huishouden/jr (afgerond naar boven)

  • 1.

    Optimalisatie brengvoorzieningen OPK – stapsgewijs (optie 1)

€ 267.275

€ 12.237

€ 1,00

  • 1.

    Optimalisatie brengvoorzieningen OPK – geheel (optie 2)

€ 742.096

€ 109.168

€ 6,00

  • 2.

    GFE - Inzameling GFE bij hoogbouw

€ 302.878

€ 22.800

€ 2,00

  • 3.

    GFE - uitgifte aanrechtbakken (vrijwillige basis), incl. informatiesticker en eenmaal een rol zakken

€ 49.874

€ 827

€ 0,10

  • 4.

    Monitoring en (maatwerk)communicatie

n.v.t.

€ 63.709

€ 4,00

  • 5.

    Inzet keuzeplicht brievenbussticker

€ 75.735

€ 13.184

€ 1,00

  • 6.

    Pilot Omgekeerd Inzamelen in een bestaande wijk

Volgt

Volgt

Volgt

TOTAAL met maatregel OPK 1A (stapsgewijze optimalisatie)

€ 695.763

€ 112.757

€ 8,10

TOTAAL met maatregel OPK 1B (gehele optimalisatie)

€ 1.170.583

€ 209.688

€ 13,10

*Het gaat om een kostenraming gebaseerd op de meest recente bekende tarieven en afvalgegevens 2023. Wijzigingen in deze tarieven en gegevens kunnen van (grote) invloed zijn op de kostenraming. In de investeringskosten is altijd een post onvoorzien meegenomen van 5%. De afschrijvingstermijn en het rentepercentage zijn met de gemeente afgestemd. In de "Kosten per jaar" zijn de kapitaalslasten over de investeringen, inclusief een post onderhoud meegenomen, alsook jaarlijks terugkerende kosten als inzamel- en verwerkingskosten.

Bijlage 2 kostenberekening maatregelen

 

Tabel 1a te verwachten resultaten en kosten van te nemen maatregelen met optie 1 voor optimalisatie van de papierinzameling.

 

Beslis-punt

Actie

Reductie restafval

Scheidings-percentage

Investering

Kapitaallasten

Overige kosten/ opbrengsten

Jaarlijkse kosten

Kosten per hh.

Start

jaar

1.1

Optie 1 Stapsgewijze optimalisatie brengvoorzieningen opk

-2 kg

0,5%

€ 267.275

€ 30.539

€ -18.302

€ 12.237

€ 1,00

2026

1.3

2. Inzameling GFE bij hoogbouw

-3 kg

1%

€ 302.878

€ 24.462

€ -1.663

€ 22.800

€ 2,00

2026

1.3

3. GFE Aanrechtbakjes op vrijwillige basis (alle huishoudens)

-2 kg

1%

€ 49.874

€ 9.055

€ -8.228

€ 827

€ 0,10

2026

1.4

4. Inzetten op communicatie en monitoring

-2 kg

0,5%

-

-

€ 63.709

€ 63.709

€ 4,00

2026- 2028

1.5

5. Inzet brievenbussticker

- 1 kg

-0,20%

€ 75.735

€ 16.302

€ -3.118

€ 13.184

€ 1,00

2027

TOTAAL met optie 1

-10,3 kg

2,9%

€ 695.763

€ 80.357

€ 32.398

€ 112.757

€ 8,10

 

Tabel 1b optie 2 te verwachten resultaten en kosten van te nemen maatregelen met optie 2 voor optimalisatie van de papierinzameling.

 

Beslis-punt

Actie

Reductie restafval

Scheidings-percentage

Investering

Kapitaallasten

Overige kosten/ opbrengsten

Jaarlijkse kosten

Kosten per hh.

Start

jaar

1.1

Optie 2 Gehele optimalisatie brengvoorzieningen opk

-4 kg

1%

€ 742.096

€ 84.791

€ 24.377

€ 109.168

€ 6,00

2026

1.3

2. Inzameling GFE bij hoogbouw

-3 kg

1%

€ 302.878

€ 24.462

€ -1.663

€ 22.800

€ 2,00

2026

1.3

3. GFE Aanrechtbakjes op vrijwillige basis (alle huishoudens)

-2 kg

1%

€ 49.874

€ 9.055

€ -8.228

€ 827

€ 0,10

2026

1.4

4. Inzetten op communicatie en monitoring

-2 kg

0,5%

-

-

€ 63.709

€ 63.709

€ 4,00

2026- 2028

1.5

5. Inzet brievenbussticker

- 1 kg

-0,20%

€ 75.735

€ 16.302

€ -3.118

€ 13.184

€ 1,00

2027

TOTAAL met optie 2

-12 kg

3,3%

€ 1.170.583

€ 134.610

€ 75.077

€ 209.688

€ 13,10

 

Tabel 2a (investeringen) en 2b (jaarlijkse lasten): Kosten oplossen van witte vlekken bij stapsgewijze aanpak (uitgaande van optie 1 van de papierinzameling)

 

Investeringskosten

aantal

prijs/eenheid

kosten

Aanschaf en plaatsing OC-OPK, excl. IRDC

20

€ 11.000,00

€ 220.000,00

IRDC op containers

0

€ 1.200,00

€ -

Toegangspassen huishoudens hoogbouw, aanschaf en verspreiden

0

€ 8,00

€ -

Voorbereiding plaatsing OC's

20

€ 300,00

€ 6.000,00

Innemen bovengrondse containers die openbaar toegankelijk zijn

12

€ 70,00

€ 840,00

Communicatie plaatsing en gebruik ondergrondse

18.472

€ 1,50

€ 27.708,00

Projectbegeleiding

-

€ -

€ -

Onvoorzienbare kosten (5%)

NVT

NVT

€ 12.727,40

Totaal investering

€ 267.275

 

Jaarlijkse lasten

aantal

prijs/eenheid

kosten/jaar

kosten per hh

Kapitaallasten over investering - oc

NVT

€ 267.275

€ 30.538,56

€ 1,65

Onderhoud oc, 2,5% van investeringskosten

2,5%

€ 220.000

€ 5.500,00

€ 0,30

Inzameling OC-OPK obv 1x per week (extra oc's die benodigd zijn)

1.040

€ 36,74

€ 38.209,60

€ 2,07

Vervallen transportkosten onbeheerde containerlocaties

-5

€ 8.635,27

€ -43.176,33

€ -2,34

Extra verwerkingsopbrengst OPK BEOOGD n.a.v.optimalisatie brengsysteem (ton)

91

€ -61,72

€ -5.599,36

€ -0,30

Vermeden verwerking rest BEOOGD n.a.v. optimalisatie brengsysteem (ton)

-91

€ 145,89

€ -13.235,43

€ -0,72

Totaal

€ 12.237

€ 1,00

Naar boven