Besluit tot wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving Amersfoort inzake uitwegvergunningen

De raad van de gemeente Amersfoort;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 22 april met zaaknummer 2022718;

 

overwegende dat het wenselijk is om de melding voor een uitweg om te zetten naar een vergunningplicht en daarvoor een duidelijk toetsingskader te hebben;

 

gelet op de artikelen 121, 147 en 149 van de Gemeentewet;

 

besluit vast te stellen:

 

Besluit tot wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving Amersfoort inzake uitwegvergunningen

Artikel I Wijzigingen

 

I

De Verordening fysieke leefomgeving Amersfoort wordt als volgt gewijzigd:

 

A

In artikel 1.1. wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Het kopje ‘Bruikbaarheid van de weg: terras’ gewijzigd in: ‘Bruikbaarheid van de weg’

  • 2.

    Onder het kopje ‘Bruikbaarheid van de weg’ wordt een begripsbepaling toegevoegd, luidende:

    ‘- nieuwe ruimtelijke ontwikkeling: stedelijke ontwikkeling die een nieuw of groter planologisch beslag legt op de ruimte, of indien sprake is van een wijziging van de gebruiksfunctie waarbij wezenlijke ruimtelijke effecten zijn;’

B

Artikel 5.6 komt te luiden:

 

‘Artikel 5.6 Vergunningplicht voor het maken of veranderen van een uitweg

  • 1.

    Het is verboden om zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders een uitweg te maken naar de weg, of een verandering aan te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.

  • 2.

    Bij een aanvraag voor een vergunning wordt een situatietekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie en maatvoeringen van de activiteit verstrekt.

  • 3.

    De vergunning wordt geweigerd:

    • a.

      als de uitweg ten koste gaat van een houtopstand waar, voor het vellen, een omgevingsvergunning nodig is op grond van artikel 2.1;

    • b.

      als de uitweg ten koste gaat van een groenvoorziening van de gemeente, indien de aanvraag ziet op een uitweg ten behoeve van een reeds bestaand perceel waar geen sprake is van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling.

  • 4.

    De vergunning kan worden geweigerd:

    • a.

      indien de aanvraag ziet op een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten;

    • b.

      indien onvoldoende ruimte op het eigen terrein beschikbaar is voor het kunnen parkeren, stallen of opladen van een personenauto;

    • c.

      in het belang van de bruikbaarheid van de weg;

    • d.

      in het belang van de verkeersveiligheid;

    • e.

      in het belang van het behoud van openbare parkeerplaatsen;

    • f.

      in het belang van het behoud van groenvoorzieningen van de gemeente, indien het gaat om een aanvraag voor een uitweg ten behoeve van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling;

    • g.

      indien het parkeren niet is toegestaan in het omgevingsplan, voor zover het een uitweg betreft voor het ontsluiten van parkeergelegenheid.

  • 5.

    Burgemeester en wethouders kunnen aanvrager verzoeken om een Bomen Effect Analyse te overleggen, om te kunnen beoordelen of sprake is van de weigeringsgrond bedoeld in het vierde lid, onder f of dat er voorschriften nodig zijn ter bescherming van een of meerdere bomen.

C

In Hoofdstuk 2 van de Toelichting komt ‘Hoofdstuk V Bruikbaarheid en aanzien weg’ te luiden:

 

‘Hoofdstuk V Bruikbaarheid en aanzien weg

Hoofdstuk 2, afdeling 5, artikel 2.10 A, 2.10 B, 2.10 C, 2.10 D, 2.11 en 2.12 ‘Bruikbaarheid ten aanzien van de weg’ uit de Algemene plaatselijke verordening Amersfoort is geheel geïntegreerd in voorliggende Verordening fysieke leefomgeving Amersfoort.

 

Artikel 5.6 over het maken of veranderen van een uitweg is van een meldingsplicht gewijzigd in een vergunningplicht.

 

Als een uitweg is aangevraagd bij het omgevingsloket worden leges in rekening gebracht voor het behandelen van de aanvraag, ook wanneer er uiteindelijk geen vergunning voor de uitweg wordt verleend. Als een vergunning wordt verleend, wordt de uitweg door de gemeente aangelegd op kosten van de vergunninghouder. Ook de eventuele kosten voor het beschermen van groenvoorzieningen, het uitvoeren van een Bomen Effect Analyse en het verplaatsen of verwijderen van objecten in de openbare ruimte komen voor rekening van de aanvrager. De kosten worden altijd van tevoren afgestemd met de aanvrager.

 

Een uitweg, ook wel inrit, uitrit of oprit genoemd, is de openbare ruimte die dienst doet als aansluiting voor rijdend wegverkeer vanaf een particulier erf op de openbare weg. De aansluiting van een voet- of tuinpad van eigen perceel op de openbare weg/trottoir is geen uitweg. Daarop is dit artikel dan ook niet van toepassing.

 

Een aanvraag wordt getoetst aan de weigeringsgronden uit het derde en vierde lid. Indien er geen sprake is van één of meerdere weigeringsgronden, dan is het maken of veranderen van de uitweg toegestaan.

 

Is er sprake van een situatie als omschreven in een of beide weigeringsgronden uit het derde lid dan wordt de vergunning geweigerd. In het derde lid is geregeld dat als voor het realiseren van een uitweg een boom gekapt moet worden waarvoor een kapvergunning nodig is, de uitwegvergunning wordt geweigerd. De uitwegvergunning wordt ook geweigerd als een groenvoorziening wordt aangetast bij een uitweg ten behoeve van een reeds bestaand perceel als daar geen sprake is van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. Als er sprake is van een uitweg ten behoeve van een perceel dat ontstaan is na splitsing van een perceel of als sprake is van een gewenste nieuwe ruimtelijke ontwikkeling waar de aanvraag voor een uitwegvergunning onderdeel van uitmaakt, wordt getoetst aan de weigeringsgrond in het vierde lid onder f.

 

Is er sprake van de situatie als omschreven in een of meer van de weigeringsgronden uit het vierde lid, dan kan de vergunning worden geweigerd.

 

De weigeringsgronden uit het vierde lid worden op als volgt getoetst:

  • Geen tweede uitweg: een aanvraag voor een nieuwe uitweg wordt in beginsel niet toegekend, indien er sprake is van een uitweg voor een perceel dat al door een andere uitweg is ontsloten.

    Indien een tweede uitweg de verkeersveiligheid ten goede komt, hetgeen moet blijken uit een verkeerskundige rapportage, dan kan hiervan worden afgeweken.

  • Onvoldoende ruimte voor het parkeren van een personenauto: een aanvraag voor een nieuwe uitweg wordt geweigerd als op eigen terrein onvoldoende ruimte obstakelvrij te maken is voor het kunnen parkeren of opladen van een personenauto. Dit wordt getoetst aan de afmetingen zoals opgenomen in Bijlage 1 van de Beleidsregels POET (parkeren op eigen terrein) en GROP (geen recht op parkeervergunning) zoals vastgesteld door het college. Als de vergunning wordt verleend en de vereiste minimale ruimte voor het parkeren van een personenauto beschikbaar is, wordt het adres opgenomen op de adressenrestrictielijst met het kenmerk POET of GROP. Voor toelichting hierop zie de Beleidsregels POET (parkeren op eigen terrein) en GROP (geen recht op parkeervergunning).

    Als de aanvrager aannemelijk kan maken dat de uitweg niet is bedoeld voor het parkeren, stallen of opladen van een voertuig op 4 of meer wielen, dan kan een uitwegvergunning worden verleend voor een uitrit die smaller is dan 1,60 meter.

  • Bruikbaarheid van de weg: een aanvraag voor een nieuwe uitweg mag het huidig gebruik van de weg niet belemmeren. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het verloren gaan van een verzamelpunt van afval(containers), de bruikbaarheid van een laad- en losplaats, het moeten verplaatsen of verwijderen van straatmeubilair, een lantaarnpaal, speeltoestellen, een ondergrondse container, een bushalte, een gehandicaptenparkeerplaats (op kenteken), een buurthub, een straatkolk, een laadplaats voor elektrische auto’s of een nog niet gerealiseerde laadpaal uit het laadpalengrid zoals gepubliceerd op de webpagina https://amersfoort-in-beeld.nl/#laadpalen als deze objecten of voorzieningen wegens verlichtingseisen en/of andere belemmeringen niet binnen een acceptabele afstand te verplaatsen zijn of als verwijdering of verplaatsing niet gewenst is.

  • Verkeersveiligheid: De aangevraagde uitweg mag de verkeersveiligheid niet belemmeren. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een te beperkte manoeuvreerruimte waardoor niet direct kan worden ingereden, een te groot snelheidsverschil bij gebiedsontsluitingswegen en geen of nauwelijks zicht op de weg (bijvoorbeeld vanwege een bocht), het trottoir of het fietspad.

    Het toetsingskader hiervoor is de meest recente publicatie van het ASVV (aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom) van het kennisinstituut CROW. Daarnaast wordt de verkeersveiligheid in ieder geval belemmerd in de volgende gevallen:

    • o

      Als de uitweg binnen 5 meter vanaf het tangentpunt van een bocht wordt aangebracht;

    • o

      Als de uitweg binnen 5 meter van een bocht, t-splitsing, rotonde, OV-halte en/of voetgangersoversteekplaats wordt aangebracht. Een uitzondering hierop kunnen uitwegen zijn binnen 5 meter van een bocht, t-splitsing of voetgangersoversteekplaats gelegen ineen 30 km/u zone die verkeerskundig goed is ingericht en waarbij het aanbrengen van de uitweg niet tot verkeersonveilige situaties leidt;

    • o

      Binnen een afstand van 25 meter tot een spoorwegovergang, een kruispunt met verkeerslichten of op kruispunten met gebiedsontsluitingswegen of bij voorsorteervakken dan wel opstelstroken over een afstand van 25 meter tot de stopstreep;

    • o

      Bij een uitweg die smaller is dan 2,5 meter en die bedoeld is voor het parkeren van een voertuig met 4 of meer wielen;

    • o

      Als de uitweg uitkomt op een wegversmalling, chicane, drempel, plateau of midden-geleider en bij verplaatsing van deze objecten het beoogde effect verdwijnt;

    • o

      Op 50, 70 of 80 k/mu wegen waarbij verwacht wordt dat de uitweg een negatieve invloed heeft op de verkeersveiligheid als gevolg van een te groot snelheidsverschil;

    • o

      bij het moeten passeren van een druk voet- of fietspad, bijvoorbeeld langs een gebiedsontsluitingsweg of in een winkelgebied.

  • Behoud van openbare parkeerplaatsen: de aangevraagde uitweg mag het aantal openbare parkeergelegenheid in de omgeving niet verminderen.

    Om te bepalen of het aantal openbare parkeerplaatsen vermindert, wordt gebruik gemaakt van de CROW-richtlijnen met betrekking tot de afmetingen van een parkeerplaats en van de beschikbare weglengtes voor het kunnen parkeren van voertuigen voor en na het aanbrengen van de uitrit. Voor een voorbeeld van hoe dit wordt gemeten, verwijzen we graag naar uitspraak ECLI:NL:RBMNE:2020:1793.

  • Groenvoorziening: een aanvraag voor een uitweg wordt geweigerd indien daardoor openbaar groen wordt aangetast. Als het realiseren van een uitweg nodig is voor het kunnen realiseren van een wenselijke ruimtelijke ontwikkeling, bijvoorbeeld voor het kunnen ontsluiten van een parkeerterrein bij een nieuwe woonontwikkeling, en als kan worden aangetoond dat de aantasting van het openbaar groen beperkt is en de uitweg niet op een andere wijze te realiseren is, dan kan een uitwegvergunning worden verleend.

    Als er sprake is van een gewenste nieuwe ruimtelijke ontwikkeling waarbij de aanleg van een uitweg noodzakelijk is, maar de uitweg alleen kan worden aangelegd binnen de kroonprojectie van een gemeentelijke boom, kunnen burgemeester en wethouders aanvrager verzoeken een Bomen Effect Analyse uit te voeren. Dit is opgenomen in het vijfde lid.

    Gaat het om een boom in verharding, dan moet de uitweg op minimaal 2 meter afstand van de stam van een boom kunnen worden aangelegd, waarbij de boomwortels niet beschadigd mogen worden en de groeiplaats wordt beschermd. Dit moet onderbouwd worden aangetoond met een Bomen Effect Analyse. Op grond van die analyse kan dan worden bepaald of de vergunning wordt geweigerd of kan worden verleend met eventuele maatregelen om de boom te beschermen. In specifieke gevallen kan de afstand van de uitweg tot de stam op aangeven van een adviseur van de gemeente worden vergroot. Deze afstand is mede afhankelijk van de stamomtrek van de boom. Gaat het om een boom in het groen dan wordt er geen verharding aangebracht en niet gegraven binnen de kroonprojectie van een boom. Als dit aan de orde is leidt dit dus tot een weigering van de vergunning.

  • Strijdigheid met Omgevingsplan. Van deze weigeringsgrond is bijvoorbeeld sprake indien de aangevraagde uitweg leidt naar een (voor-)tuin waar parkeren niet is toegestaan in het Omgevingsplan, voor zover het een uitweg betreft voor het ontsluiten van parkeergelegenheid . Als de uitweg niet wordt aangevraagd ten behoeve van parkeren in de (voor-) tuin, dan kan een uitwegvergunning worden verleend voor een uitrit die smaller is dan 1,60 meter. ‘

Artikel II Inwerkingtreding

  • 1.

    Dit besluit treedt in werking op de 8e dag na bekendmaking.

  • 2.

    Dit besluit wordt aangehaald als: ‘Besluit tot wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving Amersfoort inzake uitwegvergunningen’.

Vastgesteld in de openbare vergadering van 24 juni 2025

de griffier

de voorzitter

Naar boven