Gemeenteblad van Amersfoort
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amersfoort | Gemeenteblad 2025, 290446 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amersfoort | Gemeenteblad 2025, 290446 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Besluit tot wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving Amersfoort inzake uitwegvergunningen
De raad van de gemeente Amersfoort;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 22 april met zaaknummer 2022718;
overwegende dat het wenselijk is om de melding voor een uitweg om te zetten naar een vergunningplicht en daarvoor een duidelijk toetsingskader te hebben;
gelet op de artikelen 121, 147 en 149 van de Gemeentewet;
Besluit tot wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving Amersfoort inzake uitwegvergunningen
De Verordening fysieke leefomgeving Amersfoort wordt als volgt gewijzigd:
In artikel 1.1. wordt als volgt gewijzigd:
Onder het kopje ‘Bruikbaarheid van de weg’ wordt een begripsbepaling toegevoegd, luidende:
‘- nieuwe ruimtelijke ontwikkeling: stedelijke ontwikkeling die een nieuw of groter planologisch beslag legt op de ruimte, of indien sprake is van een wijziging van de gebruiksfunctie waarbij wezenlijke ruimtelijke effecten zijn;’
‘Artikel 5.6 Vergunningplicht voor het maken of veranderen van een uitweg
In Hoofdstuk 2 van de Toelichting komt ‘Hoofdstuk V Bruikbaarheid en aanzien weg’ te luiden:
‘Hoofdstuk V Bruikbaarheid en aanzien weg
Hoofdstuk 2, afdeling 5, artikel 2.10 A, 2.10 B, 2.10 C, 2.10 D, 2.11 en 2.12 ‘Bruikbaarheid ten aanzien van de weg’ uit de Algemene plaatselijke verordening Amersfoort is geheel geïntegreerd in voorliggende Verordening fysieke leefomgeving Amersfoort.
Artikel 5.6 over het maken of veranderen van een uitweg is van een meldingsplicht gewijzigd in een vergunningplicht.
Als een uitweg is aangevraagd bij het omgevingsloket worden leges in rekening gebracht voor het behandelen van de aanvraag, ook wanneer er uiteindelijk geen vergunning voor de uitweg wordt verleend. Als een vergunning wordt verleend, wordt de uitweg door de gemeente aangelegd op kosten van de vergunninghouder. Ook de eventuele kosten voor het beschermen van groenvoorzieningen, het uitvoeren van een Bomen Effect Analyse en het verplaatsen of verwijderen van objecten in de openbare ruimte komen voor rekening van de aanvrager. De kosten worden altijd van tevoren afgestemd met de aanvrager.
Een uitweg, ook wel inrit, uitrit of oprit genoemd, is de openbare ruimte die dienst doet als aansluiting voor rijdend wegverkeer vanaf een particulier erf op de openbare weg. De aansluiting van een voet- of tuinpad van eigen perceel op de openbare weg/trottoir is geen uitweg. Daarop is dit artikel dan ook niet van toepassing.
Een aanvraag wordt getoetst aan de weigeringsgronden uit het derde en vierde lid. Indien er geen sprake is van één of meerdere weigeringsgronden, dan is het maken of veranderen van de uitweg toegestaan.
Is er sprake van een situatie als omschreven in een of beide weigeringsgronden uit het derde lid dan wordt de vergunning geweigerd. In het derde lid is geregeld dat als voor het realiseren van een uitweg een boom gekapt moet worden waarvoor een kapvergunning nodig is, de uitwegvergunning wordt geweigerd. De uitwegvergunning wordt ook geweigerd als een groenvoorziening wordt aangetast bij een uitweg ten behoeve van een reeds bestaand perceel als daar geen sprake is van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. Als er sprake is van een uitweg ten behoeve van een perceel dat ontstaan is na splitsing van een perceel of als sprake is van een gewenste nieuwe ruimtelijke ontwikkeling waar de aanvraag voor een uitwegvergunning onderdeel van uitmaakt, wordt getoetst aan de weigeringsgrond in het vierde lid onder f.
Is er sprake van de situatie als omschreven in een of meer van de weigeringsgronden uit het vierde lid, dan kan de vergunning worden geweigerd.
De weigeringsgronden uit het vierde lid worden op als volgt getoetst:
Geen tweede uitweg: een aanvraag voor een nieuwe uitweg wordt in beginsel niet toegekend, indien er sprake is van een uitweg voor een perceel dat al door een andere uitweg is ontsloten.
Indien een tweede uitweg de verkeersveiligheid ten goede komt, hetgeen moet blijken uit een verkeerskundige rapportage, dan kan hiervan worden afgeweken.
Onvoldoende ruimte voor het parkeren van een personenauto: een aanvraag voor een nieuwe uitweg wordt geweigerd als op eigen terrein onvoldoende ruimte obstakelvrij te maken is voor het kunnen parkeren of opladen van een personenauto. Dit wordt getoetst aan de afmetingen zoals opgenomen in Bijlage 1 van de Beleidsregels POET (parkeren op eigen terrein) en GROP (geen recht op parkeervergunning) zoals vastgesteld door het college. Als de vergunning wordt verleend en de vereiste minimale ruimte voor het parkeren van een personenauto beschikbaar is, wordt het adres opgenomen op de adressenrestrictielijst met het kenmerk POET of GROP. Voor toelichting hierop zie de Beleidsregels POET (parkeren op eigen terrein) en GROP (geen recht op parkeervergunning).
Als de aanvrager aannemelijk kan maken dat de uitweg niet is bedoeld voor het parkeren, stallen of opladen van een voertuig op 4 of meer wielen, dan kan een uitwegvergunning worden verleend voor een uitrit die smaller is dan 1,60 meter.
Bruikbaarheid van de weg: een aanvraag voor een nieuwe uitweg mag het huidig gebruik van de weg niet belemmeren. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het verloren gaan van een verzamelpunt van afval(containers), de bruikbaarheid van een laad- en losplaats, het moeten verplaatsen of verwijderen van straatmeubilair, een lantaarnpaal, speeltoestellen, een ondergrondse container, een bushalte, een gehandicaptenparkeerplaats (op kenteken), een buurthub, een straatkolk, een laadplaats voor elektrische auto’s of een nog niet gerealiseerde laadpaal uit het laadpalengrid zoals gepubliceerd op de webpagina https://amersfoort-in-beeld.nl/#laadpalen als deze objecten of voorzieningen wegens verlichtingseisen en/of andere belemmeringen niet binnen een acceptabele afstand te verplaatsen zijn of als verwijdering of verplaatsing niet gewenst is.
Verkeersveiligheid: De aangevraagde uitweg mag de verkeersveiligheid niet belemmeren. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een te beperkte manoeuvreerruimte waardoor niet direct kan worden ingereden, een te groot snelheidsverschil bij gebiedsontsluitingswegen en geen of nauwelijks zicht op de weg (bijvoorbeeld vanwege een bocht), het trottoir of het fietspad.
Het toetsingskader hiervoor is de meest recente publicatie van het ASVV (aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom) van het kennisinstituut CROW. Daarnaast wordt de verkeersveiligheid in ieder geval belemmerd in de volgende gevallen:
Als de uitweg binnen 5 meter van een bocht, t-splitsing, rotonde, OV-halte en/of voetgangersoversteekplaats wordt aangebracht. Een uitzondering hierop kunnen uitwegen zijn binnen 5 meter van een bocht, t-splitsing of voetgangersoversteekplaats gelegen ineen 30 km/u zone die verkeerskundig goed is ingericht en waarbij het aanbrengen van de uitweg niet tot verkeersonveilige situaties leidt;
Behoud van openbare parkeerplaatsen: de aangevraagde uitweg mag het aantal openbare parkeergelegenheid in de omgeving niet verminderen.
Om te bepalen of het aantal openbare parkeerplaatsen vermindert, wordt gebruik gemaakt van de CROW-richtlijnen met betrekking tot de afmetingen van een parkeerplaats en van de beschikbare weglengtes voor het kunnen parkeren van voertuigen voor en na het aanbrengen van de uitrit. Voor een voorbeeld van hoe dit wordt gemeten, verwijzen we graag naar uitspraak ECLI:NL:RBMNE:2020:1793.
Groenvoorziening: een aanvraag voor een uitweg wordt geweigerd indien daardoor openbaar groen wordt aangetast. Als het realiseren van een uitweg nodig is voor het kunnen realiseren van een wenselijke ruimtelijke ontwikkeling, bijvoorbeeld voor het kunnen ontsluiten van een parkeerterrein bij een nieuwe woonontwikkeling, en als kan worden aangetoond dat de aantasting van het openbaar groen beperkt is en de uitweg niet op een andere wijze te realiseren is, dan kan een uitwegvergunning worden verleend.
Als er sprake is van een gewenste nieuwe ruimtelijke ontwikkeling waarbij de aanleg van een uitweg noodzakelijk is, maar de uitweg alleen kan worden aangelegd binnen de kroonprojectie van een gemeentelijke boom, kunnen burgemeester en wethouders aanvrager verzoeken een Bomen Effect Analyse uit te voeren. Dit is opgenomen in het vijfde lid.
Gaat het om een boom in verharding, dan moet de uitweg op minimaal 2 meter afstand van de stam van een boom kunnen worden aangelegd, waarbij de boomwortels niet beschadigd mogen worden en de groeiplaats wordt beschermd. Dit moet onderbouwd worden aangetoond met een Bomen Effect Analyse. Op grond van die analyse kan dan worden bepaald of de vergunning wordt geweigerd of kan worden verleend met eventuele maatregelen om de boom te beschermen. In specifieke gevallen kan de afstand van de uitweg tot de stam op aangeven van een adviseur van de gemeente worden vergroot. Deze afstand is mede afhankelijk van de stamomtrek van de boom. Gaat het om een boom in het groen dan wordt er geen verharding aangebracht en niet gegraven binnen de kroonprojectie van een boom. Als dit aan de orde is leidt dit dus tot een weigering van de vergunning.
Strijdigheid met Omgevingsplan. Van deze weigeringsgrond is bijvoorbeeld sprake indien de aangevraagde uitweg leidt naar een (voor-)tuin waar parkeren niet is toegestaan in het Omgevingsplan, voor zover het een uitweg betreft voor het ontsluiten van parkeergelegenheid . Als de uitweg niet wordt aangevraagd ten behoeve van parkeren in de (voor-) tuin, dan kan een uitwegvergunning worden verleend voor een uitrit die smaller is dan 1,60 meter. ‘
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-290446.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.