Wijzigingsregeling Subsidieregeling Sociale Basis, Jeugd en Preventie - professionele organisaties Ede

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede;

gelezen het voorstel van 24 juni 2025, zaaknummer 488043;

gelet op artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Ede 2017;

besluit:

Artikel I  

De Subsidieregeling Sociale Basis, Jeugd en Preventie - professionele organisaties Ede wordt las volgt gewijzigd:

 

A

 

Artikel 1 komt als volgt te luiden:

 

Artikel 1. Begripsbepalingen

 

In deze regeling wordt verstaan onder:

 

  • a)

    ASV: De vigerende Algemene subsidieverordening van de gemeente Ede;

  • b)

    Basisvaardigheden en doenvermogen: basisvaardigheden zijn vaardigheden als taal, rekenen en digitale vaardigheden. Doenvermogen is een overkoepelend begrip voor verschillende niet-cognitieve mentale vermogens die ervoor zorgen dat we in staat zijn dingen te doen, acties uit te voeren en vol te houden en om met tegenslagen om te kunnen gaan. Om een plan te kunnen maken en uit te voeren gebruikt iemand zowel doenvermogen als denkvermogen. Weten is nog geen doen.

  • c)

    bestaande subsidieontvanger: een aanvrager die het voorgaande kalenderjaar een subsidie heeft ontvangen op grond van deze regeling of de hieraan voorafgaande subsidieregeling Jeugdactiviteiten en -preventie 2023 of subsidieregeling Sociale Basis en Preventie.

  • d)

    inwoners in kwetsbare omstandigheden: betreft mensen die - al of niet tijdelijk - in een kwetsbare positie verkeren, bijvoorbeeld vanwege (niet-limitatieve opsomming) levensgebeurtenissen, fysieke en/of verstandelijke beperkingen (al of niet aangeboren), sociaaleconomische en/of sociaal-culturele omstandigheden (achterstanden). Mensen zijn kwetsbaar als de draaglast van de ervaren problemen en tegenslagen te groot is voor de beschikbare draagkracht van het individu en/of diens netwerk.

  • e)

    Levensgebeurtenissen: gedenkwaardige, ongewone of belangrijke gebeurtenissen in het leven van een persoon

  • f)

    Organisaties met beroepsinzet: organisaties die lichte, vrij toegankelijke hulpverlening en preventieve activiteiten aanbieden, waarbij de uitvoering in handen is van beroepskrachten. Het gaat hierbij om een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid.

  • g)

    Organisaties met vrijwillige inzet: organisaties die activiteiten en ondersteuning aanbieden, uitgevoerd door vrijwilligers, evt. met ondersteuning van betaalde coördinatie. Het kan hier gaan om allerlei samenwerkingsverbanden, inclusief rechtspersonen zonder winstoogmerk.

  • h)

    PvE: Programma van Eisen. Voor jaarlijkse subsidies hoger dan €50.000 stellen burgemeester en wethouders programma’s van eisen vast, die als uitgangspunt dienen voor de subsidieaanvraag, zoals beschreven in de ASV 2017.

  • i)

    sociaal werk; Sociaal werkers zijn generalist en expert in het (methodisch) begeleiden en activeren van individuen, groepen en netwerken. Ze bieden aandacht en vertrouwen, en weten hoe ze gewenste acties en gedragsveranderingen kunnen aanmoedigen. Ze brengen burgers bij elkaar, koppelen vrijwilligers en cliënten, en begeleiden hen. Ze werken in de buurt, op straat, in buurt- en dorpshuizen. Ze signaleren en zijn herkenbaar in de wijk. Ze faciliteren wat nodig is om burgerinitiatieven duurzaam succesvol te maken;

  • j)

    sociale basis: het geheel van informele sociale verbanden van mensen (buurten, gemeenschappen, verengingen, netwerken, gezinnen), aangevuld en ondersteund vanuit de lokale overheid en partnerorganisaties. De sociale basis voorziet in vrij toegankelijke activiteiten en voorzieningen gericht op het elkaar ontmoeten en ondersteunen, ontplooien en ontspannen die zorgen dat mensen kunnen samenleven en meedoen. Deze activiteiten en voorzieningen vormen de tegenhanger van de - niet vrij-toegankelijke - geïndiceerde zorg en ondersteuning.

  • k)

    structurele activiteiten; activiteiten die van jaar tot jaar plaatsvinden en een continu karakter hebben.

  • l)

    vrijwilliger(swerk): inzet gebaseerd op intrinsieke motivatie die in enig georganiseerd verband, onverplicht en in beginsel onbetaald wordt verricht ten behoeve van anderen of de samenleving waarbij een (maatschappelijk) belang wordt gediend.

B

 

Artikel 3 komt als volgt te luiden:

 

Artikel 3. Aanvragen en verantwoorden van subsidie

 

  • 1.

    In aanvulling op hetgeen is bepaald in artikel 6 van de ASV dient bij de aanvraag te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de voorwaarden zoals benoemd in de paragraaf op grond waarvan subsidie wordt aangevraagd;

  • 2.

    Conform artikel 3 van de ASV dient voor jaarlijkse subsidies hoger dan €50.000 het programma van eisen als basis voor de subsidieaanvraag. De aanvraag moet tenminste bevatten:

    • a.

      een analyse van de huidige situatie met gebruikmaking van beschikbare, openbare data;

    • b.

      een onderbouwing van hoe de activiteiten bijdragen aan de beleidsdoelen zoals genoemd in de relevante beleidsstukken in het PvE;

    • c.

      een beschrijving van in te zetten samenwerkingsverbanden om de voorgestelde doelen te bereiken, waarbij wordt aangegeven hoe de samenwerking wordt aangewend om het resultaat te versterken.

    • d.

      een uitweiding op de reflectievragen uit het PvE

  • 3.

    De aanvragende organisatie levert bij de aanvraag een berekening aan. Deze berekening maakt in elk geval inzichtelijk:

    • a.

      het toegepaste uurtarief en het aantal FTE’s, voor zover mogelijk en waar relevant uitgesplitst naar activiteit, zodat inzicht gegeven wordt in de opbouw van de personele kosten.

    • b.

      overige personele kosten, waaronder ook overhead.

    • c.

      Indien van toepassing: het gehanteerde percentage bij loonindexeringen in relatie tot de Cao.

  • 4.

    Bij de verantwoording van de subsidie dient hetzelfde format te worden gebruikt als het format waarmee de begroting is opgesteld.

C

 

Artikel 4, derde lid, onder e komt te luiden:

 

  • e)

    Loonkosten die het maximale salaris van de Wet normering topinkomens overschrijden. Het gaat om de kosten per persoon per jaar, zoals vastgesteld in artikel 2.3, eerste lid van de Wet normering topinkomens;

D

 

In artikel 5, tweede lid, onder a wordt ‘’Kortdurende ondersteuning’’ vervangen door: « Kort- en middellange durende ondersteuning ».

 

E

 

In artikel 6, eerste lid wordt ‘’aantoonbaar’’ vervangen door: « actief ».

 

F

 

De titel van paragraaf 3 komt te luiden: Paragraaf 3 Preventie Mentale gezondheid

 

G

In artikel 7, eerste lid wordt ‘’volksgezondheid’’ vervangen door: « mentale gezondheid ».

 

H

Onder vernummering van paragraaf 4 en 5 naar paragraaf 5 en 6, waarbij artikel 9 tot en met artikel 13 worden vernummerd tot artikel 12 tot en met artikel 16, wordt een nieuwe paragraaf ingevoegd die komt te luiden:

 

Paragraaf 4 Inloopvoorzieningen

 

Artikel 9. Subsidiabele activiteiten

  • 1.

    Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verlenen voor het structureel organiseren van een inloop voor inwoners in een kwetsbare positie waar zij ervaringen kunnen uitwisselen, elkaar kunnen ondersteunen en waar zo nodig kunnen worden doorverwezen naar de juiste (zorg)ondersteuning.

  • 2.

    Om voor subsidie in aanmerking te komen dient sprake te zijn van een ontmoetings-, inloopactiviteit en/of lotgenotencontact .

  • 3.

    De activiteit(en) dragen eraan bij dat:

    • a.

      deelnemers elkaar kunnen ontmoeten en zich daardoor meer onderdeel voelen van en gesteund worden door een sociaal netwerk;

    • b.

      inwoners beter regie kunnen voeren over het eigen leven door inzet op:

      • i.

        Ontdekken en versterken van eigen talenten,

      • ii.

        Versterken van basisvaardigheden en doe-vermogen;

      • iii.

        Vergroten of versterken van het sociale netwerk;

      • iv.

        hen praktische ondersteuning te bieden.

Artikel 10. Aanvrager

De volgende categorie komt in aanmerking voor subsidie:

 

  • a)

    Organisaties waarin gewerkt wordt met betaalde medewerkers, al dan niet ondersteund door vrijwilligers.

Artikel 11. Subsidievoorwaarden en verplichtingen subsidieontvanger

  • 1.

    De inloopvoorziening dient minimaal 1x per week plaats te vinden.

  • 2.

    De activiteiten hebben een open en toegankelijk karakter en worden zo laagdrempelig mogelijk georganiseerd. De activiteiten zijn inclusief en zo toegankelijk mogelijk georganiseerd. Inwoners voelen zich welkom en hebben de mogelijkheid om deel te nemen zonder barrières.

  • 3.

    Er kan geen subsidie aangevraagd worden voor (wekelijkse) sport- en beweegactiviteiten.

  • 4.

    Subsidieontvangers dienen aantoonbaar samen te werken met andere organisaties in de sociale basis en andere aanbieders van zorg.

  • 5.

    Om inwoners zo passend en duurzaam mogelijk hulp en ondersteuning te bieden leggen Subsidieontvangers voor zover relevant verbinding met maatschappelijke organisaties, aanbieders van zorg, sociaal teams en CJG, gebiedsmanagers en/of gemeentelijke afdelingen als W&I en/of Werkgeversserviceloket.

I

 

Artikel 9 wordt vernummerd tot artikel 12 en komt als volgt te luiden:

 

Artikel 12. Subsidiabele formele activiteiten

  • 1.

    Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verlenen voor vormen van lichte, preventieve ondersteuning met als doel het voorkomen of als opvolging van geïndiceerde ondersteuning. Het preventieve aanbod kan ook gelijktijdig met geïndiceerde zorg geboden worden, met als doel dat de zorg eerder afgebouwd kan worden. Uitvoering geschiedt door professionals. Het gaat om het verlenen van algemene en specifieke vormen van begeleiding en ondersteuning, groeps- en maatschappelijk werk door een professionele organisatie met personeel dat gekwalificeerd is voor de uitvoering van de werksoort, aan jeugdigen of hun opvoeders van de gemeente met een (ondersteunings-)vraag op het gebied van opgroeien of opvoeden.

  • 2.

    Structurele activiteiten die in ieder geval in aanmerking komen voor subsidie:

    • a)

      Jeugdmaatschappelijk- en gezinswerk; ondersteuning van jeugdigen en/of hun opvoeders met een niet-complexe hulpvraag. Kortdurende ondersteuning, zowel individueel als in groepsverband, die laagdrempelig is, vrij toegankelijk en bereikbaar voor inwoners en professionals, bestaande uit de volgende subsidiabele activiteiten:

      • i)

        screening en vraagverheldering;

      • ii)

        het geven van voorlichting en advies;

      • iii)

        het bieden van lichte ondersteuning;

      • iv)

        signalering en op- of afschalen naar passende ondersteuning;

      • v)

        versterking van de gezinsstructuur, sociale netwerkversterking en het versterken van de pedagogische civil society.

    • b)

      Jeugdmaatschappelijk werk collectief; het verzorgen van trainingen en cursussen aangeboden vanuit het CJG.

    • c)

      Schoolmaatschappelijke werk; ondersteuning van jeugdigen vanuit en in samenwerking met de basisschool en/of voortgezet onderwijs; bestaande uit de volgende subsidiabele activiteiten:

      • i)

        schoolondersteuning;

      • ii)

        hulpverlening aan opvoeders en kinderen;

      • ii)

        signalering en op- of afschalen naar passende ondersteuning;

      • iv)

        participatie binnen het CJG, vraaggericht en vindplaatsgericht werken.

    • d)

      Jongerenwerk; ondersteuning aan jeugdigen en jongeren in de leeftijd tot en met 23 jaar bestaande uit de volgende subsidiabele activiteiten:

      • i)

        begeleiden, coachen en ondersteunen van jongeren (individueel en groepsgewijs) naar volwassenheid en actief burgerschap. Er is specifieke aandacht voor jongeren uit kwetsbare groepen;

      • ii)

        initiëren en (mede) organiseren of ondersteunen van organisatie van (inloop)activiteiten en jongerenontmoetingsplaatsen op basis van wijkgerichte afstemming;

      • iii)

        stimuleren van actieve deelname van jeugdigen en jongeren aan activiteiten in de wijk, dorp of in de stad, waar het kan mede door henzelf georganiseerd;

      • iv)

        het zo nodig tijdig betrekken van andere personen uit de omgeving van de jongere(n) bij het oplossen van vraagstukken of voorkomen daarvan;

      • v)

        interveniëren bij overlast gevende of hinderlijke situaties in de buurten;

      • vi)

        het geven van advies en voorlichting aan opvoeders over de leefwereld van jongeren.

  • 3.

    Geen subsidie wordt verleend voor jeugdhulp die vanuit de Jeugdwet op indicatie wordt geleverd.

J

 

Artikel 12 wordt vernummerd tot artikel 15 en in het eerste lid, wordt na onderdeel een nieuw onderdeel toegevoegd dat komt te luiden:

  • d)

    paragraaf 5.

K

 

Artikel 13 wordt vernummerd tot artikel 16 en komt het vijfde lid als volgt te luiden:

 

  • 5.

    Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Sociale Basis, Jeugd en Preventie Ede - organisaties met beroepsinzet.

Artikel II  

  • 1.

    Dit besluit treedt in werking op de dag na die van bekendmaking.

  • 2.

    Dit besluit is voor het eerst van toepassing op de voorbereiding en besluitvorming van de subsidies voor het kalenderjaar 2026. Dit geldt ook voor aanvragen die reeds zijn ingediend voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze subsidieregeling.

Vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders d.d. 24 juni 2025, zaaknummer 488043.

Het college voornoemd,

drs. R.F. Groen MPA

de secretaris,

mr. L.J. Verhulst

de burgemeester.

Toelichting  

Beleidsvrijheid gemeente

In deze regeling wordt een kader gegeven voor subsidiëring van activiteiten rondom de sociale basis, jeugd en preventie in de gemeente Ede. In de verschillende bovengenoemde artikelen wordt nadrukkelijk gesteld dat ‘burgemeester en wethouders subsidie kunnen verlenen voor de aangewezen (beoogde/bedoelde) activiteiten …’. Subsidieverlening is dus geen automatisme, ook als er geen specifieke weigeringsgronden van toepassing zijn. Met andere woorden, ook al voldoet de aanvraag aan alle criteria dan kan het college van B&W alsnog anders besluiten op grond van eigen overwegingen. Voorbeeld: mocht uit de resultaten van een eerder uitgevoerde pilot blijken dat een bepaalde aanpak niet of onvoldoende bijdraagt aan de doelstellingen van een activiteit, dan kan het college van B&W een vergelijkbare subsidieaanvraag afwijzen.

 

Samenwerking binnen de sociale basis

In de subsidieregelingen van de sociale basis en bijbehorende Programma’s van Eisen wordt nadrukkelijk aandacht gevraagd voor samenwerking met andere partners. De sociale basis is volop in ontwikkeling; het aantal initiatieven is de afgelopen jaren flink gegroeid. Dit maakt de onderlinge samenwerking des te belangrijker om de inwoners goed te kunnen ondersteunen.

 

We constateren dat nieuwe en bestaande organisaties soms onvoldoende rekening houden met het bestaande aanbod wanneer zij een aanvraag doen. Er wordt onvoldoende onderbouwd wat de toegevoegde waarde is van het gepresenteerde voorstel. Het is essentieel dat organisaties afstemmen met elkaar voordat zij een subsidieaanvraag indienen.

Naar boven