Gemeenteblad van Hellendoorn
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Hellendoorn | Gemeenteblad 2025, 287760 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Hellendoorn | Gemeenteblad 2025, 287760 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Deze publicatie bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
De publicatie wordt standaard getoond met verschilmarkering. Door te kiezen voor ‘Was’ of ‘Wordt’ kunt u de voormalige of vernieuwde tekst op zichzelf bekijken.
Toon versie van document
Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst.
Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
De gemeenteraad van de Gemeente Hellendoorn
gelezen de tekstinhoud van ”Wijziging Omgevingsplan Noordelijke Hoofddijk 21” d.d. 08‑07‑2025
Overwegende dat:
het omgevingsplan wordt gewijzigd voor de locatie Noordelijke Hoofddijk 21 te Nijverdal.
Besluit:
"Omgevingsplan gemeente Hellendoorn" opgenomen in Bijlage A wordt vastgesteld.
Dit besluit treedt in werking op donderdag 07‑08‑2025. Het plan wordt voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd. In deze periode is het mogelijk om een beroep in te dienen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Het besluit treedt in werking 4 weken na bekendmaking, tenzij een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de voorzieningen rechter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Aldus vastgesteld door de Gemeente Hellendoorn, 24 juni 2025.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hellendoorn
A
Het opschrift van subparagraaf 22.5.2.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
B
Artikel 23.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Binnen het Bouwvlak Stationsweg 36 Haarle is maximaal één woning toegestaan;
Hoofdgebouwen
hoofdgebouw(en) mogen worden gebouwd binnen het Bouwvlak Stationsweg 36 Haarle met dien verstande dat bestaande woningen in stand kunnen worden gehouden en worden verbouwd of nieuw gebouwd op de bestaande plaats;
De goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen bedragen niet meer dan 3,5 m en 10 m. In afwijking van het hiervoor gestelde zijn de bestaande goot- en bouwhoogten toegestaan;
De inhoud van een woning, althans het hoofdgebouw hoofdgebouw(en), mag niet meer bedragen dan 750 m³, of de bestaande inhoud indien die meer bedraagt;
De grenzen van het bouwvlak naar de buitenzijde mogen worden overschreden door:
plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken;
(hoek-)erkers over maximaal de halve gevelbreedte, ingangspartijen, luifels en balkons, mits de bebouwingsgrens met niet meer dan 1,20 m wordt overschreden en niet gebouwd wordt op of boven openbaar gebied.
C
Na hoofdstuk 24 wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:
De regels in dit hoofdstuk zijn een aanvulling op de regels in dit Omgevingsplan en vervangen (hebben voorrang op) de tijdelijke regels die in tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a van de Omgevingswet, zijn opgenomen voor de aangegeven locatie (werkingsgebied) Noordelijke Hoofddijk 21, Nijverdal.
Met het oog op de evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden binnen het Agrarisch gebied alleen de volgende gebruiksactiviteiten verricht:
agrarische bedrijvigheid;
één plattelandswoning, ter plaatse van de aanduiding 'Plattelandswoning';
niet-agrarische nevenactiviteiten binnen het Agrarisch Bouwvlak tot een gezamenlijke brutovloeroppervlakte van 300 m² binnen bestaande gebouwen;
instandhouding en ontwikkeling van natuurvriendelijke oevers met een breedte van maximaal 10 m langs watergangen;
instandhouding van landschapselementen;
voorzieningen ten behoeve van extensieve openluchtrecreatie, zoals fiets- en voetpaden en picknickplaatsen;
watergangen en waterpartijen; en
bij een en ander behorende voorzieningen, waaronder begrepen nutsvoorzieningen.
Voor zover de niet-agrarische nevenactiviteiten als bedoeld in 25.2 , onder d, detailhandel, mag bovendien binnen eenzelfde bouwvlak de
verkoopvloeroppervlakte van detailhandel niet meer bedragen dan 1/3 van de totale brutovloeroppervlakte van de bedrijfsbebouwing en in ieder geval niet meer dan 100 m2.
Voor zover de niet-agrarische nevenactiviteiten als bedoeld in lid 24.2, onder d, recreatief nachtverblijf betreffen, gelden bovendien de
volgende bepalingen:
de brutovloeroppervlakte van een plattelandskamer of plattelandsappartement mag niet
meer dan 50 m² bedragen;
standplaatsen voor kampeermiddel(en) zijn ook buiten een bouwvlak toegestaan tot een
afstand van 50 m uit de grens van het bouwvlak;
het gebruik als standplaats voor kampeermiddelen geldt per bouwvlak voor ten hoogste
10 kampeermiddelen, in de periode van 15 maart t/m 31 oktober.
Als beroep aan huis mogen uitsluitend de volgende beroepen worden uitgeoefend:
Een beroep aan huis wordt in de woning en/of de daarbij behorende bijgebouw(en) uitgeoefend en mag niet meer bedragen dan 30% van de totale brutovloeroppervlakte van de betreffende woning en de daarbij behorende bijgebouw(en), tot een maximum van 60 m².
De ruimtelijke uitstraling van een aan huis verbonden beroep is in overeenstemming met de woonfunctie.
permanente bewoning is uitsluitend toegestaan in woningen en niet in voorzieningen voor recreatief verblijf waaronder begrepen plattelandskamer(s), plattelandsappartement(en) en kampeerboerderij(en).
Het gebruik van gronden als paardenbak is niet toegestaan.
Binnen het werkingsgebied Noordelijke Hoofddijk 21, Nijverdal, geldt een beperking op het aantal stuks vee conform de geldende Natuurbeschermingswetvergunning.
Het maximale aantal stuks vee is vastgesteld op basis van de volgende voorwaarden:
De maximale veebezetting mag niet meer bedragen dan het aantal dat in de meest recente en geldige Natuurbeschermingswetvergunning is toegestaan.
De veebezetting dient te voldoen aan de emissienormen zoals vastgelegd in de vergunning en relevante regelgeving voor ammoniakuitstoot en andere stikstofdepositie.
Tot een met de functie strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 25.2 opgenomen functieomschrijving, zonder de aanleg en instandhouding van landschapsmaatregelen aangeduid met letters i, j, k, l, m, en n zoals opgenomen in het in Bijlage III opgenomen erfinrichtingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.
in afwijking van het bepaalde onder a mogen woningen overeenkomstig de in artikel 25.2 opgenomen functieomschrijving worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen twee jaar na het onherroepelijk worden van deze aanvulling op het omgevingsplan uitvoering is gegeven aan de aanleg en instandhouding van landschapsmaatregelen aangeduid met letters i, j, k, l, m, en n zoals opgenomen in het in Bijlage III opgenomen erfinrichtingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.
Binnen het Agrarisch Bouwvlak binnen het werkingsgebied Noordelijke Hoofddijk 21, Nijverdal zijn maximaal twee woningen toegestaan;
Hoofdgebouwen mogen worden gebouwd binnen het Agrarisch Bouwvlak met dien verstande dat bestaande woningen in stand kunnen worden gehouden en worden verbouwd of nieuw gebouwd op de bestaande plaats;
Binnen het Agrarisch Bouwvlak is ten hoogste één bedrijfswoning toegestaan';
Ter plaatse van de aanduiding 'Plattelandswoning' is één plattelandswoning toegestaan;
De goot- en bouwhoogte van hoofdgebouw(en) bedragen niet meer dan respectievelijk 3,5 m en 10 m. In afwijking van het hiervoor gestelde zijn de bestaande goot- en bouwhoogten toegestaan;
De goot- en bouwhoogte van de agrarische bijgebouw(en) bedragen niet meer dan respectievelijk 6 en 10 meter. In afwijking van het hiervoor gestelde zijn de bestaande goot- en bouwhoogten toegestaan;
De inhoud van een woning, althans het hoofdgebouw(en), mag niet meer bedragen dan 750 m³, of de bestaande inhoud indien die meer bedraagt;
Agrarische bijgebouw(en) mogen gebouwen mogen gebouwd worden binnen het Agrarisch Bouwvlak met een Maximale oppervlakte gebouwen exclusief bedrijfswoning.
bijgebouw(en) en overkapping(en) mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het Agrarisch Bouwvlak op ten minste 1 m achter het verlengde van de voorgevel van een hoofdgebouw;
de gezamenlijke oppervlakte van bij eenzelfde plattelandswoning behorende vergunningplichtige bijgebouw(en) en overkapping(en) mag niet meer dan 123 m2 bedragen;
De goothoogte en bouwhoogte van gebouwen, niet zijnde woningen, en overkapping(en) mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 3 m en 6 m of niet meer dan de bestaande goothoogte en bouwhoogte indien deze meer bedragen dan 3 m en 6 m;
De bouwhoogte van andere bouwwerk(en) geen gebouw zijnde mag niet meer bedragen dan hierna is aangegeven:
D
Het opschrift van hoofdstuk 25 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
E
Het opschrift van artikel 25.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
F
Bijlage I wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
/join/id/regdata/gm0163/2024/62ba759693e548b4aaaa0efe8d8b3c07/nld@2025‑04‑07;08093813
/join/id/regdata/gm0163/2024/ee82a06bf3fa443c90af4490b87f5abe/nld@2025‑04‑07;08093813
/join/id/regdata/gm0163/2024/4cc345b2712d42d6b010f9b013f9aed6/nld@2024‑07‑13;09393509
/join/id/regdata/gm0163/2024/984f8228a4ce43c1aec06885dc4b82b0/nld@2025‑04‑07;08093813
/join/id/regdata/gm0163/2024/dbbd702758bd4425a84bb357d68ef822/nld@2025‑04‑07;08093813
/join/id/regdata/gm0163/2024/da3ec023cec84903aae0af9bdac11e52/nld@2025‑04‑07;08093813
/join/id/regdata/gm0163/2024/6520a9bd6b93462695702d67e47ef8aa/nld@2025‑04‑07;08093813
/join/id/regdata/gm0163/2024/7fb9efc339bf4799b35ae83650b5a9ad/nld@2024‑07‑13;09393509
/join/id/regdata/gm0163/2024/2b61ceb6163d48f58915bc62fb323d09/nld@2025‑04‑07;08093813
/join/id/regdata/gm0163/2024/62ba759693e548b4aaaa0efe8d8b3c07/nld@2025‑04‑07;08093813
/join/id/regdata/gm0163/2025/3ab75646e0d647d28f852e7591e0f72f/nld@2025‑06‑30;10273226
/join/id/regdata/gm0163/2024/ee82a06bf3fa443c90af4490b87f5abe/nld@2025‑04‑07;08093813
/join/id/regdata/gm0163/2024/4cc345b2712d42d6b010f9b013f9aed6/nld@2024‑07‑13;09393509
/join/id/regdata/gm0163/2024/984f8228a4ce43c1aec06885dc4b82b0/nld@2025‑04‑07;08093813
/join/id/regdata/gm0163/2024/dbbd702758bd4425a84bb357d68ef822/nld@2025‑04‑07;08093813
/join/id/regdata/gm0163/2025/f8dfa4424e154b46a30bbd07d5d58dd4/nld@2025‑06‑30;10273226
/join/id/regdata/gm0163/2025/e842e268e050495a8be694c98a856868/nld@2025‑06‑30;10273226
/join/id/regdata/gm0163/2025/2d0cb1708230479e9bcf8a29f6ddf161/nld@2025‑06‑30;10273226
/join/id/regdata/gm0163/2024/da3ec023cec84903aae0af9bdac11e52/nld@2025‑04‑07;08093813
/join/id/regdata/gm0163/2024/6520a9bd6b93462695702d67e47ef8aa/nld@2025‑04‑07;08093813
/join/id/regdata/gm0163/2024/7fb9efc339bf4799b35ae83650b5a9ad/nld@2024‑07‑13;09393509
/join/id/regdata/gm0163/2025/7050e240397841dcaa29596199eb502a/nld@2025‑06‑30;10273226
G
Bijlage II wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor de toepassing van dit omgevingsplan wordt verstaan onder:
afstand tussen een leiding van het distributienet en het deel van het bouwwerk dat zich het dichtst bij die leiding bevindt, gemeten langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting zonder bezwaren kan worden gemaakt;
gebouwerf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het gebouwerf achter het hoofdgebouw te komen, waarbij als op een perceel meer gebouwen aanwezig zijn die noodzakelijk zijn voor het verrichten van de op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit op het perceel toegestane activiteiten of als het hoofdgebouw geen woning is, maar op het perceel wel een of meer op de grond staande woningen aanwezig zijn, voor het leggen van deze lijn bepalend is het hoofdgebouw, de woning of een van de andere hiervoor bedoelde gebouwen, waarvan de voorkant het dichtst is gelegen bij openbaar toegankelijk gebied;
cluster aaneengesloten percelen met overwegend bedrijfsbestemmingen, binnen een in het omgevingsplan als bedrijventerrein aangewezen gebied, daaronder niet begrepen een gezoneerd industrieterrein of een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld;
bedrijf, die geheel of overwegend gericht is op het bedrijfsmatig voortbrengen van agrarische producten door het telen van gewassen en het houden van dieren, waaronder begrepen paardenfokkerij en intensieve kwekerij; uitgezonderd zijn: paardenhouderij en manege;
AS SIKB 2000: Accreditatieschema Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodem- en waterbodemonderzoek, versie 2.8, 07‑02‑2014, met wijzigingsblad van 10‑02‑2018;
overdekte en geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten toegankelijke ruimte of ruimten, die direct of indirect met de grond is of zijn verbonden;
achtererfgebied en de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw;
het in procenten uitgedrukte deel van een bouwwerkperceel bouwwerkperceel dat ten hoogste mag worden bebouwd;
het bieden van de ten opzichte van het hoofdgebruik ondergeschikte mogelijkheid tot recreatief nachtverblijf en ontbijt aan personen die hun hoofdverblijf elders hebben;
niet voor bewoning bestemde bebouwing ten dienste van een bedrijf, instelling of voorziening;
een woning in of bij een gebouw of op een terrein kennelijk slechts bedoeld voor het huishouden van een persoon wiens huisvesting daar gelet op de functie van het gebouw of het terrein noodzakelijk is;
beperkt kwetsbaar gebouw als bedoeld in bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;
beroeps- of bedrijfsactiviteit waarvan de activiteiten niet specifiek publiekgericht zijn en dat op kleine schaal in een woning en of in het bijbehorend bouwwerk wordt uitgeoefend;
situatie waarin het object wordt kan worden gebruikt voor het doel waarvoor het is gebouwd of aangelegd, dan wel kan worden gebouwd of aangelegd krachtens een omgevingsvergunning;
uitbreiding van een hoofdgebouw(en) of functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;
een gebouw of een overkapping die in bouwkundig opzicht ondergeschikt is, en voor zover aan het hoofdgebouw gebouwd, in de kap zichtbaar en feitelijk gescheiden is van het op hetzelfde perceel gelegen bijbehorende hoofdgebouw(en);
plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten;
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder;
bouwwerk of gedeelte daarvan, voor zover dat geen gebouw of onderdeel daarvan is;
constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren, met inbegrip van de daarvan deel uitmakende bouwwerkgebonden installaties anders dan een schip dat wordt gebruikt voor verblijf van personen en dat is bestemd en wordt gebruikt voor de vaart;
perceel dat als uitgangspunt dient bij het toetsen van een bouwwerk aan de regels van dit omgevingsplan;
BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn 2000, Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, versie 5, 12‑12‑2013;
BRL SIKB 7000: Beoordelingsrichtlijn 7000, Uitvoering van (water)bodemsaneringen en ingrepen in de waterbodem, versie 5, 19‑06‑2014, met wijzigingsblad van 12‑02‑2015;
gebied I of gebied II, bedoeld in bijlage I bij de Meststoffenwet, of een in dit omgevingsplan aangewezen concentratiegebied;
een constructie ter vergroting van een gebouw die zich boven de dakvoet bevindt waarbij deze constructie deels boven de oorspronkelijke daknok uitkomt en de onderzijden van de constructie in een of beide dakvlakken is zijn geplaatst;
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en leveren van goederen voor gebruik, verbruik of aanwending overwegend anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
collectief circulatiesysteem voor het transport van warmte door een circulerend medium voor verwarming of warmtapwater;
terreindeel dat bij een pand of overig bouwwerk hoort dat niet nader wordt ingewonnen en dat bestaat uit een mengvorm van begroeiing verharding en of water;
vormen van recreatief medegebruik van het agrarisch of natuurgebied door middel van al dan niet aangelegde en aanwezige voorzieningen, waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte, zoal wandel-, ruiter- en fietspaden, vis- en picknickplaatsen;
gebouw als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
geluidgevoelig gebouw als bedoeld in bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving:
gebouw:
dat op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en;
dat gezien de aard, indeling en inrichting geschikt is om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en
dat permanent of op een daarmee vergelijkbare wijze wordt gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; of
geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is, maar op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebouwd;
industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet;
veehouderij-, akkerbouw- of tuinbouwbedrijf, dat functioneel geheel of hoofdzakelijk afhankelijk is van de ter plaatse bij het bedrijf behorende grond als agrarisch productiemiddel:
gebouw, of bouwkundig en functioneel te onderscheiden gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor het verrichten van andere activiteiten dan bouwactiviteiten die op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit op het perceel zijn toegestaan en, als meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die toegestane activiteiten het belangrijkst is;
persoon of groep personen die een huishouden voert waarbij sprake is van een onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan, die binnen een woning gebruik maakt van dezelfde voorzieningen;
een agrarisch bedrijfmet een in hoofdzaak niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering in de vorm van het telen van gewassen of het kweken van dieren, niet zijnde vee, waarbij nagenoeg geen gebruik wordt gemaakt van daglicht, zoals een kwekerij van paddenstoelen, witlof, vis, wormen of maden;
een agrarisch bedrijf of deel daarvan met een bruto-vloeroppervlakte van ten minste 250 m², dat wordt gebruikt voor veehouderij volgens de Omgevingswet; onder veehouderij wordt hier niet verstaan: het houden van melkrundvee, schapen en paarden, het "biologisch" houden van dieren en het houden van dieren uitsluitend of in hoofdzaak ten behoeve van natuurbeheer;
ISO 11423-1:1997: Water – Bepaling van het gehalte aan benzeen en enige afgeleiden – Deel 1: Gaschromatografische methode met bovenruimte, versie 1997;
het gebruik van onzelfstandige woonruimtes van een woning dan wel een hoofdgebouw met bijbehorende bouwwerken door meer dan één huishouden;
voorzieningen binnen al of niet voormalige agrarische bebouwing, bedoeld voor recreatief nachtverblijf;
een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een caravan;
een terrein ingericht voor recreatief verblijf met kampeermiddelen;
kwetsbaar gebouw als bedoeld in bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;
landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling een emissiefactor voor geur is vastgesteld en die vallen binnen een van de volgende diercategorieën:
landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen emissiefactor voor geur is vastgesteld, met uitzondering van pelsdieren.
gebouw of gedeelte van een gebouw met alleen logiesfuncties of nevengebruiksfuncties daarvan, waarin meer dan een logiesverblijf ligt, dat is aangewezen op een gezamenlijke verkeersroute;
NEN 5725:2017: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, versie 2017;
NEN 5740:2009/A1:2016: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, versie 2009+A1 en 2016;
NEN 6090:2017: Bepaling van de vuurbelasting, versie 2017;
NEN 6578:2011: Water – Potentiometrische bepaling van het totale gehalte aan totaal fluoride, versie 2011;
NEN 6589:2005/C1:2010: Water – Potentiometrische bepaling van het gehalte aan totaal anorganisch fluoride met doorstroomsystemen (FIA en CFA), versie 2010;
NEN 6600-1:2019: Water – Monsterneming – Deel 1: Afvalwater, versie 2019;
NEN 6965:2005: Milieu – Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire-absorptiespectrometrie met vlamtechniek, versie 2005;
NEN 6966:2006: Milieu – Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma, versie 2005 + C1:2006;
NEN-EN 858-1:2002/A1:2004: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) – Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2002 + A1: 2004;
NEN-EN 858-2:2003: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) – Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2003;
NEN-EN 872:2005: Water – Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen – Methode door filtratie over glasvezelfilters, versie 2005;
NEN-EN 1825-1:2004: Vetafscheiders en slibvangputten – Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2004 + C1:2006;
NEN-EN 1825-2:2002: Vetafscheiders en slibvangputten – Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2002;
NEN-EN 12566-1:2016: Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties ≤ 50 IE – Deel 1: Geprefabriceerde septictanks, versie 2016;
NEN-EN 12673:1999: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal geselecteerde chloorfenolen in water, versie 1999;
NEN-EN 16693:2015: Water – Bepaling van de organochloor pesticiden (OCP) in watermonsters met behulp van vaste fase extractie (SPE) met SPE-disks gecombineerd met gaschromatografie-massaspectrometrie (GC-MS), versie 2015;
NEN-EN-ISO 2813:2014: Verven en vernissen – Bepaling van de glans (spiegelende reflectie) van niet-metallieke verflagen onder 20 graden, 60 graden en 85 graden, versie 2014;
NEN-EN-ISO 5667-3:2018: Water – Monsterneming – Deel 3: Conservering en behandeling van watermonsters, versie 2018;
NEN-EN-ISO 5815-1:2019: Water – Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) – Deel 1: Verdunning en enting onder toevoeging van allylthioureum, versie 2019;
NEN-EN-ISO 5815-2:2003: Water – Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) – Deel 2: Methode voor onverdunde monsters, versie 2003;.
NEN-EN-ISO 9377-2:2000: Water – Bepaling van de minerale-olie-index – Deel 2: Methode met vloeistofextractie en gas-chromatografie, versie 2000;
NEN-EN-ISO 9562:2004: Water – Bepaling van adsorbeerbare organisch gebonden halogenen (AOX), versie 2004;
NEN-EN-ISO 10301:1997: Water – Bepaling van zeer vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen – Gaschromatografische methoden, versie 1997;
NEN-EN-ISO 10523:2012: Water – Bepaling van de pH, versie 2012;
NEN-EN-ISO 11885:2009: Water – Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES), versie 2009;
NEN-EN-ISO 12846:2012: Water – Bepaling van kwik – Methode met atomaire-absorptiespectrometrie met en zonder concentratie, versie 2012;
NEN-EN-ISO 14403-1:2012: Water – Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) – Deel 1: Methode met doorstroominjectie analyse (FIA), versie 2012;
NEN-EN-ISO 14403-2:2012: Water – Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) – Deel 2: Methode met continu doorstroomanalyse (CFA), versie 2012;
NEN-EN-ISO 15587-1:2002: Water – Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water – Deel 1: Koningswater ontsluiting, versie 2002;
NEN-EN-ISO 15587-2:2002: Water – Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water – Deel 2: Ontsluiting met salpeterzuur, versie 2002;
NEN-EN-ISO 15680:2003: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal monocyclische aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en verscheidene gechloreerde verbindingen met «purge-and-trap» en thermische desorptie, versie 2003;
NEN-EN-ISO 15682:2001: Water – Bepaling van het gehalte aan chloride met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en fotometrische of potentiometrische detectie, versie 2001;
NEN-EN-ISO 15913:2003: Water – Bepaling van geselecteerde fenoxyalkaanherbicide, inclusief bentazonen en hydroxybenzonitrillen met gaschromatografie en massaspectrometrie na vastefase-extractie en derivatisering, versie 2003;
NEN-EN-ISO 17294-2:2016: Water – Toepassing van massaspectrometrie met inductief gekoppeld plasma – Deel 2: Bepaling van geselecteerde elementen inclusief uranium isotopen, versie 2016;
NEN-EN-ISO 17852:2008: Water – Bepaling van kwik – Methode met atomaire fluorecentiespectometrie, versie 2008;
NEN-EN-ISO 17993:2004: Water – Bepaling van 15 polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in water met HPLC met fluorescentiedetectie na vloeistof-vloeistof extractie, versie 2004;
NEN-ISO 15705:2003: Water – Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik (ST-COD) – Kleinschalige gesloten buis methode, versie 2003;
NEN-ISO 15923-1:2013: Waterkwaliteit – Bepaling van de ionen met een discreet analysesysteem en spectrofotometrische detectie – Deel 1: Ammonium, chloride, nitraat, nitriet, ortho-fosfaat, silicaat en sulfaat, versie 2013;
ambachtelijke landbouwproducten verwerkende bedrijven, zoals een wijnmakerij, zuivelmakerij, slachterij, imkerij;
aan agrarische functies verwante bedrijven, zoals een paardenpension, paardenopleidingscentrum, agrarisch loonwerkbedrijf, fouragehandel, hoefsmederij en hoveniers- en boomverzorgingsbedrijven;
ambachtelijke bedrijven, zoals een dakdekker, rietdekker, schildersbedrijf, meubelmaker, installatiebedrijf;
opslag- en stallingsbedrijven;
zakelijke dienstverlening, zoals een adviesbureau of een computerservicebureau;
bezoekers- en cursuscentrum;
atelier, museum, galerie en kunsthandel;
detailhandel overwegend in ter plaatse voortgebrachte of streekeigen producten;
horeca, zoals een theetuin, een ijs-/snackverkooppunt, een terras;
dagrecreatieve voorzieningen, zoals een speeltuin en verhuur van fietsen;
verblijfsrecreatieve voorzieningen in de vorm van plattelandskamers, plattelandsappartementen en kampeerboerderij en in de vorm van standplaatsen voor kampeermiddelen, met uitzondering van stacaravans;
sociale en medische dienstverlening, zoals een kinderdagverblijf, verpleeghuis, zorgboerderij, dierenkliniek, artsenpraktijk, kuuroord;
andere niet-agrarische bedrijfs- en andere activiteiten, die in ruimtelijk en functioneel opzicht met de hiervoor genoemde gelijk kunnen worden gesteld;
ondergeschikte delen aan een gebouw zoals trappen, bordessen, funderingen, kelderingangen, overstekende daken, goten, luifels, balkons, balkonhekken, schoorstenen, liftopbouwen en andere ondergeschikte dakopbouwen;
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal die onder het straatpeil is gelegen;
woonruimte die geen eigen toegang heeft en die niet door een huishouden kan worden bewoond zonder gebruik te maken van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte;
openbare weg als bedoeld in de Wegenwet;
met de aarde verbonden duurzaam bouwwerk dat niet valt onder de definities van een pand of kunstwerk;
een bouwwerk, geen gebouw zijnde voorzien van een dak;
een niet overdekt omheind terrein met een andere ondergrond dan gras, ingericht voor het africhten, trainen en berijden van paarden en pony’s en het anderszins beoefenen van de paardensport;
het bedrijfsmatig, op agrarische productie gericht houden en stallen van paarden en pony’s met als hoofdactiviteit het fokken, africhten, trainen en berijden van paarden en pony’s;
het bedrijfsmatig, niet op agrarische productie gericht houden en stallen van paarden en pony’s, met als ondergeschikte nevenactiviteit het fokken, africhten, trainen en berijden van paarden en pony’s;
parkeren als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
bewoning door een persoon of door groepen van personen van een voor continue bewoning bedoelde ruimte als hoofdverblijf of vaste woon- en verblijfplaats;
(een deel van) een (voorheen agrarisch gebruikt) gebouw voor recreatief nachtverblijf, waarbij wordt overnacht in een zelfstandige eenheid, met eigen keuken en sanitair, al dan niet in combinatie met een dagverblijf;
(een deel van) een (voorheen agrarisch gebruikt) gebouw voor recreatief nachtverblijf, waarbij wordt overnacht in een kamer, al dan niet in combinatie met een dagverblijf, met keuken en sanitair in een gemeenschappelijke ruimte;
verblijf gedurende de nacht door een persoon, gezin, of andere groep van personen, die zijn/hun vaste woon- of verblijfplaats elders hebben
een als een gebouw aan te merken kampeermiddel, voorzien van een as-/wielstelstel, bestaande uit één bouwlaag met een totaal oppervlak van maximaal 60 m², met een bouwhoogte van maximaal 3,75 m en een breedste van maximaal 4,5 m, uitsluitend bestemd om te dienen voor recreatief nachtverblijf;
trillinggevoelig gebouw als bedoeld in artikel 5.80 AMvB BKL;
het bedrijfsmatig telen en kweken van groenten, bomen, heesters, struiken, planten en bloemen of tuinbouwzaden, in de volle grond, al dan niet gecombineerd met als ondergeschikte nevenactiviteit, de handel in ter plaatse geproduceerde tuinbouwproducten;
gebouwerf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied;
besluit over de aanleg van een distributienet voor warmte in een bepaald gebied, waarin voor een periode van ten hoogste 10 jaar, uitgaande van het voor die periode geplande aantal aansluitingen op dat distributienet, de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu, gebaseerd op de energiezuinigheid van dat distributienet en het opwekkingsrendement van de over dat distributienet getransporteerde warmte, bij aansluiting op dat distributienet is opgenomen;
activiteit inhoudende de bewoning van een woonruimte inclusief gebruik bijbehorend erf en/of tuin;
een ruimte of complex van ruimten, bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;
besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden, met inbegrip van een standplaats voor een woonwagen en de ligplaats voor een woonschip;
zeer kwetsbaar gebouw als bedoeld in bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving
H
Bijlage III wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
/join/id/regdata/gm0163/2024/1102e305271d43fc8404359184777055/nld@2025‑04‑07;08093813
/join/id/regdata/gm0163/2025/8f62823f980a41108872277ee1af3bc0/nld@2025‑06‑30;10273226
/join/id/pubdata/gm0163/2025/c5d47062a5e3470c8b71e10523b75167/nld@2025‑06‑30;10273226
/join/id/pubdata/gm0163/2025/9d9c28a9a486441889f36e06b21ea5e5/nld@2025‑06‑30;10273226
Voor de locatie Noordelijke Hoofddijk 21 te Nijverdal is een plan ontwikkeld. Initiatiefnemer is voornemens de niet meer in gebruik zijnde agrarische bedrijfsgebouwen te slopen om in aanmerking te komen voor een extra woning. Hiervoor wordt de rood-voor-rood regeling van de gemeente Hellendoorn toegepast. Meer specifiek wordt beroep gedaan op het zogeheten 'krimpscenario', die inkrimpende agrarische bedrijven kunnen gebruiken om de niet in gebruik zijnde bedrijfsgebouwen te slopen voor een extra woning, en de achterblijvende gebouwen te gebruiken ten behoeve van het voorzetten van het resterende agrarische bedrijf. Deze ontwikkeling past niet binnen het geldende omgevingsplan, waardoor een wijziging op het omgevingsplan noodzakelijk is. Voorliggend omgevingsplan is opgesteld om deze ontwikkeling mogelijk te maken.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-287760.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.