Gemeenteblad van Veendam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Veendam | Gemeenteblad 2025, 285830 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Veendam | Gemeenteblad 2025, 285830 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Ligplaatsenverordening gemeente Veendam 2025
Deze verordening heeft als doel regels te stellen voor ligplaatsen voor de recreatievaart en
woonschepen binnen de gemeente Veendam
Artikelen 5.25 en 5.26 van de APV gemeente Veendam
Raads-, college- en burgemeester besluiten:
Van rechtswege vervalt het besluit van de ligplaatsenverordening gemeente Veendam 2016
Gemeenteraad Veendam: 12 oktober 2016
Datum nieuw vastgestelde besluiten:
Gemeenteraad Veendam: 23 juni 2025
College en burgemeester Veendam: 01 juli 2025
Datum bekendmaking en inwerkingtreding: 02 juli 2025
De raad van de gemeente Veendam,
overwegende, dat het in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid,
milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente noodzakelijk is regels te stellen met betrekking
tot het aanleggen, ligplaats innemen en ankeren van vaartuigen in de wateren in de gemeente,
en gelet op het besluit van Provinciale Staten van Groningen van 4 november 1998 waarin
besloten is dat burgemeester en wethouders van gemeenten het bevoegd gezag zijn betreffende
de gemeentelijke wateren waarin de scheepvaartweg is gelegen.
Gelet op artikel 149 en artikel 156, lid 1 en 3, van de Gemeentewet;
Vast te stellen de 'Ligplaatsenverordening gemeente Veendam 2025'
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel4 Ligplaats innemen buiten aangewezen gedeelten
Het is verboden met een schip een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor
een schip beschikbaar te stellen buiten de in het aanwijsbesluit en de ligplaatsen kaart -als
bedoeld in artikel 3, lid 2,-voor dat type schip aangewezen gedeelten van openbaar water.
Hoofdstuk 2 Bedrijfsschepen, historische schepen en woonarken
Hoofdstuk 4 Overige bepalingen
Artikel 12 Het nakomen van aanwijzingen
leder is verplicht terstond te gehoorzamen aan de mondelinge aanwijzingen, gegeven door een
ambtenaar, door burgemeester en wethouders, belast met de uitvoering van deze verordening.
Artikel 14 Verwaarloosde schepen
Het is in het belang van het aanzien van de gemeente verboden om af te meren of een ligplaats
in te nemen of ingenomen te houden met een vaartuig dat in verwaarloosde toestand verkeert.
Van een verwaarloosd vaartuig is in ieder geval sprake:
Hoofdstuk 5 Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Overtreding van ge- of verbodsbepalingen, bij of op grond van deze verordening gesteld, wordt
gestraft met ten hoogste een geldboete van de tweede categorie.
Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij
of op grond van deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de
openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn
bevoegd tot het binnentreden van een schip zonder toestemming van de bewoner, gebruiker of
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 23 juni 2025.
De voorzitter, De griffier,
Annelies Pleyte Ariën Swart
Toelichting Ligplaatsenverordening Gemeente Veendam 2025
Deze verordening heeft tot doel het gebruik van de beschikbare ruimte voor ligplaatsen te
regulieren. Daarnaast heeft deze verordening tot doel regels te stellen in het belang van het
ordelijk gebruik van ligplaatsen, openbare orde, veiligheid, milieuhygiëne, volksgezondheid en
het aanzien en de toeristische promotie van de gemeente. Ook kunnen regels worden gesteld
ten behoeve van het nautisch beheer voor zover het de ligplaatsen betreft die zijn ingelegen
binnen de gemeente gelegen wateren die in beheer zijn bij het waterschap en de gemeente.
De verordening heeft niet alleen betrekking op recreatieschepen, maar ook op bedrijfsschepen,
beroepsschepen, historische schepen en schepen voor bijzondere doeleinden.
Het actualiseren van deze verordening is geschied vanuit de behoefte om de voorgaande
Ligplaatsenverordening gemeente Veendam 2016 te verbinden aan de huidige wet- en
regelgeving. Ten opzichte van de Ligplaatsenverordening gemeente Veendam 2016 zijn de
• Het verwijderen van vrijstellingen voor historische schepen;
• Het toevoegen van de werkingssfeer van de verordening;
• Het opnemen van een uitgebreider artikel over wat verstaan wordt onder een verwaarloosd
Bij het opstellen van deze verordening zijn de van toepassing zijnde bepalingen uit de
Scheepsvaartverkeerswet (SVW) en het Binnenvaart Politie Reglement (BPR) in acht genomen.
De rechtsbasis van deze verordening is gelegen in de artikelen 149 en 156, lid 3, van de
Gemeentewet (Gemw). Artikel 149 Gemw bepaalt dat de raad de verordeningen maakt die hij in
het belang van de gemeente nodig oordeelt. Artikel 156, lid 3, Gemw bepaalt dat het mogelijk is
aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid te delegeren tot het stellen van nadere regels
over in de betrokken verordening aangewezen onderwerpen.
Deze verordening is van toepassing op al het openbaar water in de gemeente Veendam maar
alleen voor wat betreft de aspecten die van belang zijn vanuit de optiek van hetgeen deze
verordening beoogt te regelen. De beheers verantwoordelijkheden van de provincie en het
waterschap Hunze en Aa's liggen op een ander vlak (met name wateraanvoer, waterafvoer en
waterkwaliteit). Een uitzondering bestaat ten aanzien van de ligplaatsen in de in de gemeente
gelegen wateren die in beheer zijn bij het waterschap.
De individuele ligplaatsen zullen worden aangegeven in een aanwijsbesluit en op een
ligplaatsen kaart. Het is wenselijk dat de ligplaatsen, voor zover dat nog niet gebeurt, ook
worden opgenomen in de bestemmingsplannen dan wel omgevingsplannen (met name die
waarvoor vergunning of ontheffing vereist is). De Ligplaatsenverordening blijft echter ook dan de
eisen bepalen waaraan in de verordening genoemde schepen moeten voldoen.
Dit is de definitie van een schip zoals deze is opgenomen in artikel 1, lid 1, sub b, van de SVW en
artikel 1.01, sub A, van het BPR, met uitzondering van de zinsnede over waterverplaatsing
omdat die al is opgenomen onder sub c. Sub e.
Onder een recreatieschip moet worden verstaan een schip dat uitsluitend is ingericht, bestemd
is en gebruikt wordt voor recreatiedoeleinden. Commerciële doeleinden vallen hierbuiten. Een
Botel bijvoorbeeld valt niet onder deze definitie.
Het beroep of bedrijf op een bedrijfsschip kan worden uitgevoerd ten behoeve van:
• scheepsbouw, -reparatie, -inrichting of -onderhoud;
• scheepsbevoorrading c.q. levering van scheepsbenodigdheden voor beroeps- en
• schepen of pontons benodigd voor de uitvoering van de kleine watersport.
Onder een schip voor bijzondere doeleinden moet onder andere worden verstaan;
• nautische opleidingen met een schip.
Het begrip verwaarloosd schip is zodanig omschreven dat er met enige kans van succes kan
worden opgetreden in geval van verwaarlozing. Met deze omschrijving is het niet meer arbitrair
en subjectief wat moet worden verstaan c.q. waar de grens ligt waar verwaarlozing begint.
Lid 1 van dit artikel beschrijft op welk openbaar water de verordening van toepassing is en welke
specifieke belangen beschermd worden. Lid 2 maakt duidelijk dat in sommige gevallen naast de
gemeente Veendam ook regelgeving van andere waterbeheerders van toepassing zijn.
Uitgangspunt is dat het slechts is toegestaan om binnen de gemeente met een bepaald type
schip een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar te stellen op de daartoe aangewezen
plaatsen. Bij het aanwijzen als ligplaatsen gaat het om een afweging van diverse belangen, zoals
planologische en nautische. Gezien het besluit van 4 november 1998 van Provinciale Staten zijn
burgemeester en wethouders wel bevoegd tot het aanwijzen van ligplaatsen in de wateren die in
beheer zijn bij het waterschap.
In de verordening wordt geen verschil gemaakt tussen tijdelijk aanleggen (om voor een korte tijd
op of rond het schip te recreëren) en ligplaats innemen (het afmeren en het vervolgens doen of
laten liggen van een schip aan of op de oever, aan de oeverbescherming, aan of op een
natuurlijke of een voor dit doel aangebrachte voorziening of aan een ander schip, anders dan
Artikel 4 spreekt over het beschikbaar stellen van een ligplaats. Daarvan is sprake als een
eigenaar actief een bepaalde situatie toelaat. De eigenaar van het water kan dan door
burgemeester en wethouders worden aangesproken op grond van de verordening.
Zodra de ligplaatsen kaart voor schepen is vastgesteld, is het vervolgens noodzakelijk om de
kaart bij wijziging van bestemmingsplannen i.c. omzetting naar omgevingsplannen actueel te
houden. De situatie dat een aanvraag om ligplaatsenvergunning past in het nieuwe
omgevingsplan, terwijl die aanvraag op grond van de (een eventuele verouderde)
ligplaatsen kaart moet worden geweigerd (of omgekeerd), moet immers worden voorkomen. Op
grond van de bevoegdheid in lid 2 van artikel 3 kunnen burgemeester en wethouders de
ligplaatsen kaart actualiseren ingeval er een nieuw omgevingsplanplan is opgesteld of een
Het aanwijsbesluit is een besluit als bedoel in artikel 1 :3, lid 1, Algemene wet bestuursrecht
(Awb). Tegen dit besluit kan in beginsel bezwaar en beroep worden aangetekend. Burgemeester
en wethouders beoordelen bij iedere wijziging van het aanwijsbesluit over de toepassing van de
uniforme openbare voorbereidingsprocedure (UOV) zoals die is vastgesteld in afdeling 3.4 van
de Awb. Als de UOV is toegepast betekent dit dat tegen het aanwijsbesluit geen bezwaar meer
kan worden aangetekend, maar direct in beroep moet worden gegaan.
In dit artikel is opgenomen dat in de vergunning voorwaarden kunnen worden opgenomen op
het gebied van het ordelijk gebruik van ligplaatsen, openbare orde, veiligheid, gezondheid,
milieuhygiëne, het aanzien en de toeristische promotie van de gemeente.
Voor bedrijfsschepen heeft de overheid geen verplichting om ruimte in het openbaar vaarwater
te bieden. Met het oog op de schaarste aan openbaar vaarwater en met het oog op mogelijk
conflicterende belangen tussen bedrijfsactiviteiten en een woonfunctie op het water, zijn
bedrijfsschepen lang niet altijd en overal gewenst en slechts in uitzonderingsgevallen
toegestaan. Om die reden is voor bedrijfsschepen gekozen voor een ontheffingsstelsel. Hiermee
wordt tot uitdrukking gebracht dat het ligplaats innemen met een bedrijfsschip normaliter
verboden is en moet blijven, maar dat het in uitzonderingssituaties toelaatbaar kan zijn.
De provincie is niet bevoegd regels te stellen over wonen en werken op het water. Daar staat
tegenover dat gemeenten niet bevoegd zijn nautische bepalingen te leggen op wateren die in
In deze artikelen wordt gesteld dat de vergunning of ontheffing vervalt als geen ligplaats is
ingenomen binnen 1 jaar nadat de vergunning onherroepelijk is geworden. Onherroepelijk houdt
in dat tegen de verleende vergunning geen bezwaar of beroep meer kan worden aangetekend als
gevolg van het verstrijken van de daarvoor geldende termijn of dat een uitspraak in beroep de
vergunning in stand heeft gelaten. Het zou onredelijk zijn om de termijn van 1 jaar al eerder te
laten beginnen omdat een bezwaar en beroep traject in veel gevallen minstens een jaar in
In de vergunning of de ontheffing moeten de kenmerken van bedrijfsschip worden opgenomen.
Onder deze kenmerken worden in ieder geval de lengte, de breedte, de hoogte en de diepgang
van het schip begrepen. Als aan het uiterlijk van een schip welstand eisen zijn gesteld, kunnen
deze wellicht worden opgenomen in de vergunning of ontheffing. Bij substantiële wijzigingen van
het bedrijfsschip moet een nieuwe vergunning worden aangevraagd. Van een substantiële
wijziging is in ieder geval sprake als één van de voornoemde kenmerken wijzigt.
Historische schepen zoals bedoeld in deze verordening, kunnen in aanmerking komen voor
ontheffing van in deze verordening opgenomen artikelen. In het kader van waardigheid, cultuur,
geschiedenis en in het bijzonder het maritiem erfgoed van de gemeente Veendam, kan het
college van Burgemeester en Wethouders een historisch schip als zijnde een toegevoegde
waarde op het gebied van voorgenoemde punten beoordelen, en derhalve ontheffing verlenen
op in deze verordening genoemde artikelen.
Uitgangspunt voor het recreatief innemen van een ligplaats is gebruik van de daartoe
aangewezen ligplaatsen en havens in de gemeente of de collectieve steigers.
Voor bewoners van de gemeente wiens huis aan het water ligt, is het mogelijk een boot op het
eigen erf te leggen. Vandaar dat in lid 1 is opgenomen dat het algemene verbod uit artikel 4 niet
van toepassing is op een recreatieschip van de eigenaar dat wordt aangelegd aan het eigen
perceel. Voorwaarde daarbij is dat het recreatieschip alleen voor het perceel van de eigenaar
van het recreatieschip mag liggen en niet voor percelen van andere inwoners van de gemeente.
Sommige vaarwegen in de gemeente zijn smal. Om doorvaart te behouden, kan in bepaalde
gevallen niet worden toegestaan dat recreatieschepen worden aangelegd voor het eigen erf.
Voordat tegen een dergelijke situatie handhavend wordt opgetreden moet advies worden
gevraagd aan de beheerder van het water. De beheerder van het water is namelijk op basis van
de Scheepvaartverkeerswet bevoegd handhavend op te treden tegen situaties waarin het vlotte
verloop van het scheepvaartverkeer wordt belemmerd.
Aan een perceel mogen recreatieschepen en bij boten liggen, waarmee een ligplaats wordt
ingenomen evenwijdig aan de oever en één rij breed langs het erf van de eigen woning of
recreatiewoning binnen het grondgebied van de gemeente op voorwaarde dat de doorvaart niet
Voordat burgemeester en wethouders een ontheffing als bedoeld in het tweede lid verlenen,
vindt overleg plaats met de beheerder van het water.
Er bestaat een tweeledig onderscheid tussen beroepsschepen en bedrijfsschepen. Ten eerste
liggen bedrijfsschepen op een vaste plek en meren beroepsschepen slechts voor korte duur af.
Ten tweede worden op of vanaf bedrijfsschepen activiteiten ter plaatse verricht terwijl de
activiteiten van beroepsschepen (goederenvervoer) of grotere afstanden plaatsvindt en niet
plaatsgebonden zijn. Takel- en sleepbedrijven, ook al zijn die in de gemeente gevestigd,
opereren vaak over grotere afstanden en worden om die reden onder de beroepsvaart
Voordat burgemeester en wethouders een ontheffing als bedoeld in lid 3 verlenen, vindt overleg
plaats met de beheerder van het water.
Binnen deze categorie worden schepen begrepen die niet binnen één van de andere in de
verordening genoemde categorieën vallen. Bijvoorbeeld een rondvaartschip of een schip dat
wordt ingezet voor representatieve en/of culturele doeleinden.
Voordat burgemeester en wethouders een ontheffing als bedoeld in het tweede lid verlenen,
vindt overleg plaats met de beheerder van het water.
Een ambtenaar kan enkel een nautische aanwijzing geven als hij daartoe is aangewezen op
basis van artikel 5 van het Vaststellingsbesluit Binnenvaartpolitiereglement.
Burgemeester en wethouders moeten op grond van deze bepaling een aantal plaatsen
aanwijzen waar het mogelijk is om schepen te slopen of droog te zetten. Onder deze
aangewezen plaatsen moeten in ieder geval de in de gemeente gelegen scheepswerven worden
Dit artikel is opgesteld om te waarborgen dat de uitstraling en het aanzien van de gemeente
behouden blijven, vooral in het openbaar toegankelijke wateren. Verwaarloosde schepen
kunnen het visuele beeld van een gemeente sterk aantasten en een negatieve invloed hebben
op de aantrekkelijkheid van de omgeving voor bewoners, bezoekers en toeristen. Daarnaast
kunnen ze veiligheids- en milieuproblemen veroorzaken. Artikel 14 stelt daarom regels voor het
voorkomen en aanpakken van verwaarlozing van schepen die ligplaatsen innemen binnen de
Het artikel geeft een aantal concrete voorbeelden van situaties waarin een vaartuig als
"verwaarloosd" kan worden aangemerkt.
Het innemen van een ligplaats buiten de aangewezen ligplaatsen, het innemen en hebben van
een ligplaats zonder ligplaatsvergunning, het niet nakomen van aanwijzingen en het niet
voldoen aan de voorschriften als bedoeld in artikel 2, lid 1, is een overtreding. Artikel 154, lid 1,
van de Gemeentewet laat aan de gemeentelijke wetgever de keuzemogelijkheid om op
overtreding van verordeningen een geldboete te stellen van de tweede categorie. In artikel 23
van het Wetboek van Strafrecht zijn de geldboetecategorieën opgenomen. De op te leggen
boete voor strafbare feiten in de tweede categorie is maximaal€ 4.100,00. Het is de gemeente
niet toegestaan om een hogere geldboete op te nemen dan in genoemde categorie. Gelet op de
wens om enige preventieve werking te bereiken, is de keuze van de geldboete van de tweede
categorie voor de hand liggend.
De handhaving dient zoveel mogelijk gezamenlijk met eventueel andere betroken instanties,
zoals de beheerder van het water, plaats te vinden.
Onder omstandigheden kan het noodzakelijk zijn om zonder toestemming van de bewoner een
schip binnen te treden. Artikel 149a Gemeentewet bepaalt dat dit alleen toegestaan is als het
gaat om handhaving van de openbare orde of veiligheid, of bescherming van leven en
gezondheid van personen. De in deze verordening opgenomen bevoegdheid tot binnentreden
laat onverlet dat een machtiging op grond van de 'Algemene wet op het binnentreden' vereist is
om van deze bevoegdheid gebruik te kunnen maken. Die machtiging wordt in beginsel door de
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-285830.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.