Besluit tot vervanging van Omgevingsvisie De Ronde Venen

Wijzigartikel I

De tekst van het Omgevingsvisie De Ronde Venen wordt vervangen zoals gegeven in Bijlage A van dit Besluit.

Het college besluit:

1. De gewijzigde ontwerp-omgevingsvisie “De Ronde Venen 2040” vast te stellen.

2. Kennis te nemen van de Nota van Participatie.

3. De PlanMER omgevingsvisie De Ronde Venen vast te stellen.

4. De ontwerp-omgevingsvisie samen met de Nota van Participatie en de plan-MER in het kader van zienswijzen voor een periode van 8 weken ter inzage te leggen.

5. De raad door middel van bijgevoegde gewijzigde raadsinformatiebrief te informeren.

6. Mandaat te verlenen aan wethouder Van der Greft om de stukken aan te passen.

Artikel II

De ontwerp-omgevingsvisie ligt ter inzage vanaf 28‑06‑2025

Bijlage A Wijziging Omgevingsvisie De Ronde Venen

Omgevingsvisie

Omgevingsvisie De Ronde Venen

Voorwoord

20250612_Ontwerp_omgevingsvisie_De_Ronde_Venen_Page_01_AANGEPAST.jpg

Beste inwoners en ondernemers van De Ronde Venen,

Gemeente De Ronde Venen is in 2011 ontstaan uit een herindeling van voormalig gemeente De Ronde Venen en gemeente Abcoude. De geschiedenis van onze gemeente gaat terug naar een tijd waarin de streek uitsluitend werd bewoond door een groep turfstekers, die in cirkels het gebied ontgonnen. Vandaar de naam De Ronde Venen. Turfwinning was een belangrijke economische activiteit in de regio, waarbij veen werd afgegraven en gedroogd om als brandstof te dienen. Onze gemeente is landschappelijk gevormd door de turfwinning en inpoldering.

Vanouds hadden onze dorpen een agrarisch karakter. In de jaren ’60 kwam de maakindustrie tot ontwikkeling, met name in Mijdrecht. Verspreid in het veenweidegebied liggen 8 dorpen, met ieder een eigen identiteit en is onze gemeente gegroeid naar ruim 45.000 inwoners. We zijn centraal gelegen tussen Amsterdam en Utrecht, met veel ruimte en natuur. Door onze ligging hebben we een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor inwoners en ondernemers.

Onze gemeente is de afgelopen jaren veranderd en gaat de komende jaren flink groeien. Er zijn veel externe factoren die van invloed zijn op wat er mogelijk is om in de gemeente de optimale leef- en werkomstandigheden te creëren. Denk aan regels vanuit het Rijk en de provincie, maar ook aan trends en ontwikkelingen, zoals de grote behoefte aan woningen, verkeersdruk, klimaatadaptatie, meer aandacht voor gezondheid en welzijn en de behoefte aan recreatie en groen.

De Ronde Venen heeft zich inmiddels ontwikkeld tot een veelzijdige gemeente. We merken ook dat groeien betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden. Keuzes met betrekking tot het ambitieniveau en hoe we met elkaar omgaan met de beschikbare schaarse ruimte. Als gemeentebestuur dienen we met elkaar de belangen van alle inwoners en ondernemers af te wegen bij toekomstige ontwikkelingen. Om dat laatste te ondersteunen is de Omgevingsvisie opgesteld: een toekomstbeeld voor het jaar 2040, waaraan beslissingen de komende jaren worden getoetst. Dit hebben wij gedaan samen met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, andere overheden en de gemeenteraad. Voor u ligt het resultaat: een doorkijk naar De Ronde Venen 2040. Op deze manier zorgen we er met elkaar voor dat De Ronde Venen een veelzijdige gemeente blijft, waar het fijn wonen, werken, ondernemen en recreëren is.

Het college van burgemeester en wethouders van gemeente De Ronde Venen

20250612_OntwerpomgevingsvisieDeRondeVenen_Page_04_1.jpg

Samenvatting

De Omgevingsvisie De Ronde Venen 2040 schetst een beeld van hoe we willen dat De Ronde Venen er in 2040 uitziet. Het geeft duidelijkheid over de richting die de gemeente De Ronde Venen de komende jaren op wil en maakt heldere keuzes die nodig zijn om dit te realiseren. De omgevingsvisie raakt allerlei onderwerpen: waar en hoe gaan wij fijn wonen, hoe zit het met onze economie, ondernemers en duurzame energie-opwek, hoe gaan wij om met milieu, water en bodem? Hoe zorgen wij ervoor dat de gemeente De Ronde Venen in 2040 een gezonde en leefbare leefomgeving is, waar er ook fijn gecreëerd kan worden en de rijke cultuurgeschiedenis nog voelbaar is?

De omgevingsvisie is ontwikkeld samen met inwoners, ondernemers, organisaties en andere overheden. Ook is de omgevingsvisie een oproep aan alle betrokkenen om actief bij te dragen aan deze toekomst, door middel van eigen initiatieven. Samen maken we De Ronde Venen een prettige plek om te wonen, werken en recreëren, ook in 2040.

Lees meer over hoe en waarom de omgevingsvisie is opgesteld in hoofdstuk 1.

Het werken aan de toekomst van De Ronde Venen begint bij een duidelijke stip op de horizon: wat is die gewenste toekomst precies waar we naartoe willen werken? Om die reden start de omgevingsvisie met het toekomstverhaal: een wenkend perspectief dat het gewenste beeld van De Ronde Venen in 2040 schetst. In 2040 zien we De Ronde Venen voor ons als een plek waar gezond en groen wonen en werken mogelijk blijft, in levendige dorpen waar mensen naar elkaar omkijken. Dorpen met een goede variatie in het woningaanbod, een slimme clustering van hoogwaardige voorzieningen, een verbeterde bereikbaarheid met de fiets en OV, om het bestaande wegennet te ontlasten, en een sterke en duurzame economie. Een gemeente waar een kwalitatief, open en groen buitengebied altijd dichtbij is, waar de landbouw toekomstbestendig is en waar de cultuurhistorische waarden van de Hollandse Waterlinies optimaal beleefbaar zijn.

Lees meer over het toekomstverhaal van De Ronde Venen in hoofdstuk 2.

De unieke kwaliteiten en kenmerken van De Ronde Venen vormen het fundament voor dit toekomstverhaal. We bouwen in de omgevingsvisie voort op de rijke geschiedenis van de gemeente: van de turfwinning en de monumentale kwaliteiten van de dorpen tot het agrarische landschap en de forten van de Hollandse Waterlinies. Van oudsher tot nu bekleedt De Ronde Venen een eigen rol binnen de regio: ook dit vormt een belangrijk vertrekpunt voor de omgevingsvisie.

Lees meer over de historische ontwikkeling en ruimtelijke karakteristiek van De Ronde Venen in hoofdstuk 3.

Met de omgevingsvisie geven we antwoord op de grote (ruimtelijke) uitdagingen en kansen die op De Ronde Venen afkomen. De 5 belangrijkste uitdagingen die we hierin onderscheiden zijn:

  • a.

    Groeien met kwaliteit: de noodzaak om voldoende nieuwe, betaalbare en duurzame woningen toe te voegen, met aandacht voor de kwaliteit van de woonomgeving en voorzieningen.

  • b.

    Werken aan een herkenbaar, weerbaar en toekomstbestendig buitengebied: de transitie naar toekomstbestendige landbouw, het tegengaan van bodemdaling en het benutten van kansen voor recreatie en cultuurhistorie.

  • c.

    Borgen aantrekkelijkheid op grote schaal én lokaal profijt: het beschermen en beter benutten van de recreatieve aantrekkingskracht van de gemeente, waarbij ook lokale behoeften goed worden meegenomen en balans dient te zijn tussen rust en reuring.

  • d.

    Verstevigen economisch profiel: het versterken van de lokale economie en werklocaties, met aandacht voor duurzaamheid, bereikbaarheid en het vergroten van de recreatieve potentie.

  • e.

    Het creëren en stimuleren van meerdere vervoersvormen als smeermiddel van ontwikkelingen: het verbeteren van de bereikbaarheid met verschillende vervoersvormen door te investeren in fietsnetwerken, openbaar vervoer en deelmobiliteit om verkeersknelpunten te ontlasten en de bereikbaarheid te verbeteren.

Lees meer over de 5 belangrijkste uitdagingen voor De Ronde Venen in hoofdstuk 4

Met het toekomstverhaal richting 2040 en de 5 belangrijkste uitdagingen in het achterhoofd zijn 3 integrale strategische kernambities geformuleerd met bijbehorende strategische keuzes. Deze kernambities zijn:

  • a.

    Groen en gezond wonen in levendige en betrokken dorpen: gericht op een groei van 4.800 woningen tot 2040 met behoud van kwaliteit, verdichting binnen dorpen, koppeling met mobiliteit, klimaatadaptatie, verduurzaming van bestaande woningen en behoud van voorzieningenniveau. Hierbij wordt waar mogelijk ingezet op het bouwen van woningen binnen de contouren van de dorpen. Voor alle dorpen geldt daar waar mogelijk een ‘straatje erbij’. Bij nieuwe woningbouwlocaties wordt gekeken naar plekken buiten de rode contour die goed bereikbaar zijn met het ov, de fiets en de auto. Hier ligt de focus op geclusterde woningbouw om de impact op het groen en landelijke karakter in zijn totaliteit te beperken. Voor de periode na 2030 is gekozen voor het onderzoeken van woningbouwlocaties nabij Amstelhoek, Mijdrecht-West en Abcoude Zuidoost.

  • b.

    Lokaal sterk in een dynamische regio: gericht op het versterken van het economisch profiel met onder andere een uitbreiding van 12 hectare van Bedrijventerrein Mijdrecht en de verbreding van het economische profiel naar recreatie en toerisme. Daarnaast wordt gekozen voor het verbeteren van de bereikbaarheid met meerdere vervoersvormen volgens het STOMP-principe (Stappen, Trappen, Openbaar Vervoer, Mobility as a Service, Privéauto). Hierbij vormt knooppuntontwikkeling de basis voor nieuwe (grootschalige) ontwikkelingen: wonen, werken en voorzieningen brengen we zoveel mogelijk in de nabijheid van ov-haltes of hubs. Tevens wordt maximaal ingezet op frequent vervoer langs de gestrekte ov-as als alternatief voor de auto. Daar waar de gestrekte ov-as over de N201 wordt ingezet op een verbeterde doorstroming van het openbaar vervoer. De mogelijkheden van vrijliggende infrastructuur voor het openbaar vervoer wordt daarin verkend.Ook wordt in deze strategische kernambitie ingezet op klimaatneutraliteit en circulariteit in 2050.

  • c.

    Een beleefbaar, veerkrachtig en toekomstbestendig buitengebied: gericht op het behoud van landbouw als drager van de kwaliteit van het buitengebied, ondersteuning van toekomstbestendige landbouw en alternatieve verdienmodellen, aanpak van bodemdaling, natuurontwikkeling, bescherming van landschappelijke en cultuurhistorische waarden (o.a. Hollandse Waterlinies), het benutten van recreatieve potentie en de opwek van duurzame energie in de vorm van zonnevelden. Voor grootschalige zonnevelden worden op termijn de mogelijkheden onderzocht om deze te clusteren en goed te borgen dat de landschappelijke structuur altijd de basis vormt voor goede inpassing.

Lees meer over de 3 integrale strategische kernambities en bijbehorende strategische keuzes voor de Ronde Venen in hoofdstuk 5.

De Ronde Venen bestaat uit 8 dorpen, meerdere werklocaties en landschapstypen met ieder hun eigen kwaliteiten en opgaven. Daarom vertalen we de 3 integrale strategische kernambities en strategische keuzes naar gebiedsgerichte keuzes voor ieder deelgebied. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de volgende gebieden:

  • a.

    Dorpen: grote dorpen (Abcoude, Mijdrecht, Wilnis en Vinkeveen) en kleine dorpen (Amstelhoek, Baambrugge, De Hoef en Waverveen).

  • b.

    Werklocaties: Bedrijventerrein Mijdrecht en lokale bedrijventerreinen.

  • c.

    Buitengebied: droogmakerijen, veenweidelandschap, Angstel- en Geinlandschap, Plassengebied en Botshol.

Lees meer over de gebiedsgerichte uitwerkingen in hoofdstuk 6.

De omgevingsvisie vormt een afwegingskader voor alle nieuwe, ruimtelijke ontwikkelingen. Het is daarom opgesteld samen met bewoners, maatschappelijke en regionale partners en de provincie Utrecht. De ruimtelijke en maatschappelijke opgaven overstijgen vaak de gemeentegrenzen en daarom is het essentieel dat deze samenwerking wordt voortgezet. Waar nodig en mogelijk nemen wij hierbij een sturende of regisserende rol aan: in sommige gevallen hebben wij hiervoor instrumenten en middelen tot onze beschikking.

De omgevingsvisie is een levend document. De veranderende wereld vraagt ons om regelmatig terug te blikken op deze visie en het bij te stellen voor nieuwe opgaven die op onze gemeente af komen. Daarom wordt de omgevingsvisie in ieder geval iedere 4 jaar geëvalueerd.

Lees meer over de uitvoering van de omgevingsvisie in hoofdstuk 7.

1 Inleiding

20250612_OntwerpomgevingsvisieDeRondeVenen_Page_08.jpg

Het jaar 2040 lijkt nog ver weg.Toch is het in termen van ruimtelijke ontwikkeling heel dichtbij. De beslissingen die we nú nemen, bepalen mede hoe onze leefomgeving er dán uitziet. Met deze omgevingsvisie kijken we vooruit naar het jaar 2040 en schetsen we wat voor gemeente we dan willen zijn. In 2040 zien we De Ronde Venen als plek waar het groen en gezond wonen is in onze acht prachtige dorpen. Waar de lokale economische kracht is benut als schakel in een dynamische regio. Én waar het landschap, het erfgoed en het buitengebied nog steeds de parels zijn van de gemeente; veelzijdig, veerkrachtig en toekomstbestendig om zo op een passende manier het hoofd te bieden aan de opgaven die voorliggen. Hoe we willen dat onze leefomgeving er dan uitziet, welke keuzes we daartoe maken en hoe we hier met elkaar aan willen werken, staat in deze omgevingsvisie.

Werken aan een duurzame en toekomstbestendige leefomgeving doe je samen. We hebben deze omgevingsvisie dan ook gemaakt samen met inwoners, ondernemers, belanghebbenden en de gemeenteraad. De visie geeft richting aan toekomstige ontwikkelingen, initiatieven en beleid van onze gemeente voor de komende jaren. Daarnaast beschrijven we hoe we daar op hoofdlijnen uitvoering aan willen geven. We willen hiermee uitnodigen, inspireren en tegelijkertijd ruimtelijke kaders stellen.

We zien deze omgevingsvisie ook als een uitnodiging om samen met ons te werken aan een toekomstbestendige leefomgeving. Onze gemeente staat aan de vooravond van een groeistap van onze dorpen, maar ook ons buitengebied zal de komende jaren veranderen. Deze ontwikkelingen kunnen en willen we als gemeente niet alleen vormgeven; dat willen we samen doen met onze inwoners, agrariërs en ondernemers. Tijdens het opstellen van deze omgevingsvisie hebben we gemerkt dat er animo is in onze dorpen en het buitengebied om mee te denken over de toekomst van onze leefomgeving. Deze energie houden we graag vast – om ook richting 2040 te zorgen voor een gemeente waarin het fijn wonen, werken, ondernemen en verblijven is.

20250612_OntwerpomgevingsvisieDeRondeVenen_Page_09_1.jpg
1.1 Grote opgaven vragen om een integrale visie

Veel mensen vinden in De Ronde Venen een fijne plek om te wonen, werken en recreëren. Dat bleek ook uit de enquête en de vele gesprekken die de afgelopen tijd zijn gevoerd. Daar zijn we trots op en dat willen we in de toekomst zo houden. Dat is niet vanzelfsprekend, want de komende jaren krijgen we te maken met een groot aantal ontwikkelingen die effect hebben op onze leefomgeving.

Ontwikkelingen op de woningmarkt en veranderingen in de bevolkingssamenstelling, zoals de vergrijzing, vragen om voldoende en passende woningen. Met name voor jongeren en ouderen in De Ronde Venen is het steeds lastiger om een passende woning te vinden. Ook ligt er een opgave om de bestaande woningvoorraad, bedrijventerreinen en de openbare ruimte te verduurzamen en klaar te maken voor de toekomst. Daarnaast zoeken we voor onze grotere en kleinere dorpen naar manieren om voorzieningen voor iedereen zo goed mogelijk bereikbaar te houden. Als we naar ons buitengebied kijken, zien we dat dit volop in beweging is. De agrarische sector, een belangrijke drager van ons buitengebied, werkt aan een omslag naar duurzame landbouw. Ook water- en klimaatopgaven vragen hier om ruimte, terwijl er tegelijkertijd een groeiende behoefte is aan recreatieve mogelijkheden in ons buitengebied. Dit vraagt aanpassingen in onze leefomgeving, zowel in ons buitengebied als in ons bebouwd gebied. Tegelijkertijd zitten we midden in de omschakeling naar meer duurzame, hernieuwbare energiebronnen. Al met al rijst de vraag hoe De Ronde Venen in de toekomst een aantrekkelijke, gezonde en veilige gemeente blijft om te wonen, werken, ondernemen en recreëren.

Duidelijk is dat alle opgaven – met ieder hun afzonderlijke ruimteclaim – niet eenvoudig naast elkaar passen. We gaan in onze omgevingsvisie daarom op zoek naar slimme verbindingen en kansen voor meervoudig gebruik van ruimte. Soms zijn er kansrijke koppelingen  tussen opgaven, soms vragen opgaven juist om heldere keuzes. Om onze doelen en ambities richting 2040 te realiseren, is het duidelijk dat we nu integrale keuzes en afwegingen moeten maken. Hierbij is het uitgangspunt in onze omgevingsvisie dat we recht doen aan volgende generaties, ofwel we willen niet afwentelen.

Deze omgevingsvisie kijkt ver vooruit, waarbij de toekomst onzeker is. We kunnen niet precies voorspellen hoe de wereld er over 15 jaar uitziet. Dit vraagt om een flexibele houding. De omgevingsvisie van De Ronde Venen is daarom geen blauwdruk, maar een dynamisch document. Als het nodig is, kunnen we de komende jaren, samen met de samenleving en onze partners, doelen en ambities bijstellen. Hoe we dit doen beschrijven we in ons uitvoeringshoofdstuk.

1.2 Omgevingsvisie en Omgevingswet

De omgevingsvisie is een beleidsinstrument voor gemeenten als onderdeel van de Omgevingswet. De Omgevingswet gaat over de ruimte waarin mensen wonen, werken en ontspannen. In de basis is het een bundeling van een groot aantal voorgaande wetten en regelingen over de fysieke leefomgeving. En veel belangrijker nog: de wet biedt lokale overheden meer integrale afwegingsruimte in regels en beleid en dus meer mogelijkheden om in overleg te gaan over plannen en initiatieven.

Elke gemeente is verplicht een omgevingsvisie op te stellen voor het gehele eigen grondgebied. Een omgevingsvisie moet een integrale en strategische visie op hoofdlijnen zijn, gericht op de lange termijn en voor het hele grondgebied van de gemeente. Niet alleen gemeente De Ronde Venen stelt een omgevingsvisie op, maar ook het Rijk, provincies en gemeenten in Nederland zijn wettelijk verplicht om een omgevingsvisie op te stellen.

De omgevingsvisie voor De Ronde Venen staat dan ook niet op zichzelf. Het staat altijd in relatie tot andere belangrijke gemeentelijke beleidsstukken en visies en afspraken van hogere overheden, zie figuur 2. Zo richt de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zich op de lange termijn en focust op het verbeteren van de kwaliteit van de omgeving, waarbij aspecten zoals natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid voorop staan. De omgevingsvisie van de Provincie Utrecht (POVI) schetst hoe Utrecht het groene, gezonde en slimme middelpunt van Nederland blijft, ook in 2050. Dat is vertaald in ambities op het gebied van een gezonde en veilige leefomgeving, de energietransitie, een klimaatbestendig Utrecht, Utrecht duurzaam en veilig bereikbaar en levendig landschap. Bij het opstellen van de omgevingsvisie voor De Ronde Venen is rekening gehouden met de ambities en kaders van regionaal, provinciaal en nationaal beleid. Daarnaast vormde bestaand en actueel beleid een belangrijk uitgangspunt voor de keuzes in deze omgevingsvisie.

Naast het traject van de omgevingsvisie waren er binnen gemeente De Ronde Venen ook voortdurend parallelle trajecten van beleid in ontwikkeling. In de afgelopen periode was dat het geval op het gebied van wonen, bedrijventerreinen, mobiliteit en duurzaamheid. Ook zal er de komende jaren weer nieuw beleid ontwikkeld worden. Door de dynamische aard van de omgevingsvisie kunnen we de komende jaren regelmatig doelen en ambities bijstellen wanneer dit nodig blijkt te zijn.

20250612_OntwerpomgevingsvisieDeRondeVenen_Page_11_1.jpg
1.3 Hoe en met wie maakten we deze omgevingsvisie

We beschouwen deze omgevingsvisie als een verhaal van ons allemaal. Juist daarom hebben we gedurende het ontwikkelproces met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, alle ambtelijke afdelingen en de gemeenteraad nagedacht en samengewerkt. Dat deden we in de vorm van digitale ophaalmomenten, fysieke werkateliers en reflectiegesprekken. In 3 fasen - gevolgd door een besluitvormende fase - is toegewerkt naar de omgevingsvisie voor De Ronde Venen.

Fase 1: Verdiepen

In de eerste fase hebben we de belangrijke kenmerken van gemeente De Ronde Venen op een rij gezet en is in beeld gebracht welke trends en ontwikkelingen op de gemeente afkomen. Concluderend is aangegeven wat de belangrijkste, integrale kansen en opgaven voor de gemeente zijn, waarvoor de omgevingsvisie in de toekomst een richting en handvatten moet bieden. Dit deden we via uitgebreide bureaustudie, een beleidsinventarisatie en werksessies met ambtenaren en ketenpartners van de gemeente. Daarnaast hebben we de samenleving bevraagd op hun visie op de leefomgeving. Dit gebeurde door een digitale enquête en straatgesprekken op verschillende plekken in de dorpen in de gemeente. Ook is de gemeenteraad meegenomen aan de hand van deze bevindingen. De resultaten van deze eerste, verdiepende fase zijn gebundeld in het Raamwerk De Ronde Venen 2040.

Fase 2: Koers bepalen

Met de opbrengsten van de eerste fase als vertrekpunt, is in de tweede fase gewerkt aan het scherpstellen van de koers van De Ronde Venen richting 2040. Hiertoe is gewerkt met 3 sporen die verschillende ‘toekomsten’ voor De Ronde Venen in beeld brachten. Ze gaven inzicht in de keuzes en gevolgen voor verschillende gebieden in De Ronde Venen. Met deze sporen als werksessiemateriaal hebben verschillende gespreksrondes plaatsgevonden, zoals met de ambtelijke organisatie en ketenpartners, de gemeenteraad, het college en met de samenleving. Met deelnemers bespraken we wat ze als voorstelbare en gewenste ontwikkelingen zagen. We hebben ook geduid welke onderdelen niet bij het toekomstbeeld van De Ronde Venen passen. Met de opbrengsten van deze gesprekken hebben we het Koersdocument De Ronde Venen 2040 opgesteld, dat is vastgesteld door de gemeenteraad. Dit koersdocument omvat het toekomstbeeld van de gemeente in 2040 en de strategische keuzes die daarbij passen.

Fase 3: Ontwikkelen omgevingsvisie

In de derde fase hebben we de omgevingsvisie opgesteld. De ambities en strategische keuzes uit het Koersdocument zijn vertaald in gebiedsgerichte keuzes voor 9 deelgebieden in De Ronde Venen. In werksessies met ambtenaren, ketenpartners, college en gemeenteraad hebben we geverifieerd of we voor de verschillende gebieden de juiste keuzes voor ogen hadden. In deze fase hebben we de samenleving intensiever betrokken: in 5 dorpsavonden, op verschillende plekken in de gemeente, hebben we bij inwoners, ondernemers en (maatschappelijke) organisaties accenten, aandachtspunten en aanscherpingen opgehaald. Al deze gesprekken hebben geleid tot aanvullingen en aanpassingen die zijn verwerkt in de omgevingsvisie.

20250612_OntwerpomgevingsvisieDeRondeVenen_Page_13_1.jpg

Participatie: samen nadenken over de leefomgeving van morgen

De omgevingsvisie daagt ons als gemeente, inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties uit om samen te werken aan de leefomgeving van morgen. We streven daarbij naar een gedeelde en breed gedragen visie. Daarom hebben we tijdens de totstandkoming van deze omgevingsvisie op vele momenten inzichten, perspectieven en verhalen met elkaar gedeeld. Een aantal belangrijke momenten waren:

  • a.

    Digitale enquête en straatgesprekken

    In de eerste fase hebben we inwoners bevraagd op kwaliteiten, opgaven en dromen die ze voor De Ronde Venen zien. Dit hebben we gedaan door straatgesprekken en 1.647 reacties op de digitale enquête, die onder andere via het inwonerpanel is verspreid. Alle resultaten staan in het Raamwerk De Ronde Venen 2040.

  • b.

    Ambtelijke werksessies

    In alle 3 de fases van het proces hebben ambtenaren van verschillende beleidsvelden hun inhoudelijke bijdrage geleverd aan de verschillende tussenproducten en de uiteindelijke omgevingsvisie. Hierbij waren belangrijke ketenpartners ook uitgenodigd, zoals het waterschap, woningcorporatie, de provincie Utrecht, de veiligheidsregio, de omgevingsdienst en de GGD. Tijdens deze sessies stond de integrale blik op de leefomgeving altijd centraal.

  • c.

    Bewonersavonden: Ateliers De Ronde Venen 2040

    Gedurende het proces om de omgevingsvisie te ontwikkelen, zijn in totaal 6 bewonersavonden georganiseerd, op verschillende plekken in de gemeente. Hier gingen inwoners, ondernemers en (maatschappelijke) organisaties met elkaar in gesprek over hun visie op de leefomgeving. Deelnemers konden hun dromen, vragen, zorgen en ambities delen. Aan de hand van deze ateliers zijn keuzes in de visie bijgesteld of aangescherpt.

  • d.

    Raads- en collegesessies

    In elke fase zijn de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders op regelmatige basis geïnformeerd en betrokken. Zo hebben er strategische sessies met het voltallige college plaatsgevonden, zijn er voorbereidende bijeenkomsten gehouden om de raad bij te praten en zijn er 2 werksessies met de raad georganiseerd om langer en dieper stil te staan bij de koers en keuzes. Op deze manier heeft het bestuur en de politiek ook haar bijdrage aan deze omgevingsvisie kunnen leveren.

De resultaten van het participatietraject rondom het opstellen van deze omgevingsvisie zijn te vinden in de Nota van Participatie.

20250612_OntwerpomgevingsvisieDeRondeVenen_Page_15_1.jpg
1.4 Milieu- en omgevingseffecten in beeld

De verschillende ambities en keuzes die in deze omgevingsvisie worden gemaakt, leggen allemaal hun beslag op de beperkt beschikbare ruimte in De Ronde Venen. Een milieu-effectenrapport (MER, tegenwoordig ook wel omgevingseffectrapport (OER)genoemd) brengt de gevolgen van deze keuzes op het milieu en de omgeving in De Ronde Venen in beeld ten opzichte van de nulsituatie zoals in de Raamwerk De Ronde Venen staat omschreven. Zo kan het bestuur en de politiek de belangrijkste milieu-informatie meenemen in de afwegingen, keuzes en besluitvorming van de omgevingsvisie.

Het uitvoeren van een MER is wettelijk verplicht voor omgevingsvisies die kaderstellend zijn voor toekomstige ontwikkelingen met een m.e.r.-plicht, zoals woningbouw. Dit geldt ook wanneer er Natura 2000-gebieden zijn, zoals Botshol, waarbij het op voorhand niet uit te sluiten is dat hier (significante) effecten optreden door ontwikkelingen die voortkomen uit de omgevingsvisie. Kortom, voor De Ronde Venen is het verplicht om een MER op te stellen.

We hebben ervoor gekozen om het proces van de omgevingsvisie en het MER gelijktijdig op te laten lopen. Op deze manier konden keuzes en ambities in de concept-omgevingsvisie al beoordeeld worden op hun effecten en is de uiteindelijke omgevingsvisie op onderdelen aangescherpt om ongewenste effecten op het milieu en de omgeving van De Ronde Venen te dempen.

20250612_OntwerpomgevingsvisieDeRondeVenen_Page_16_1.jpg
1.5 Leeswijzer

Na dit eerste, inleidende hoofdstuk kent deze omgevingsvisie nog 6 hoofdstukken. In hoofdstuk 2 beschrijven we de stip op de horizon richting 2040 waar we met deze omgevingsvisie naartoe werken. Dit is het Toekomstverhaal van De Ronde Venen: een wenkend perspectief voor onze gemeente in 2040. In hoofdstuk 3 beschrijven we de belangrijkste ruimtelijke kwaliteiten en kernwaarden van De Ronde Venen: het vertrekpunt van deze omgevingsvisie. In hoofdstuk 4 schetsen we vervolgens op hoofdlijnen de belangrijkste opgaven waar gemeente De Ronde Venen een antwoord op moet formuleren. In hoofdstuk 5 gaan we in op onze 3 integrale kernambities richting 2040. Dit hoofdstuk sluiten we af met de kaart van de omgevingsvisie. In hoofdstuk 6 volgt een gebiedsgerichte uitwerking van het toekomstverhaal naar 9 deelgebieden. Tot slot beschrijven we in hoofdstuk 7 hoe we uitvoering gaan geven aan de omgevingsvisie en hoe we gaan samenwerken met andere partijen aan de ambities in deze visie. Ook beschrijven we hier hoe we de komende jaren vooruitgang monitoren en hoe de bekostiging eruitziet.

20250612_OntwerpomgevingsvisieDeRondeVenen_Page_17_1.jpg

2 Toekomstverhaal

20250612_OntwerpomgevingsvisieDeRondeVenen_Page_18.jpg

In het toekomstverhaal beschrijven we hoe we willen dat er in 2040 ziet en wat voor gemeente we willen zijn.

In 2040 is De Ronde Venen een plek waar het gezond en groen wonen en werken is, in levendige dorpen, en waar de natuur en het open landschap altijd dichtbij zijn. Het is ook een plek waar de hoogstedelijke functies in Amsterdam en Utrecht met uitstekende verbindingen nooit ver weg zijn. Hiermee biedt De Ronde Venen het beste van 2 werelden: een groenblauwe parel in de luwte van 2 metropoolregio’s. De verhaallijnen die de gemeente hebben gevormd, zijn benut om een toekomstbestendig antwoord te geven op de opgaven waar de gemeente anno 2024 voor stond.

Hiervoor waren scherpe keuzes nodig. Want de complexe opgaven en transities – op het gebied van wonen, gezondheid, duurzaamheid, mobiliteit, voorzieningen, klimaat, erfgoed, landbouw en economie – lieten ons inzien dat doorgaan op de oude voet niet altijd mogelijk was. We hebben echt een stap naar voren gezet en zijn pro-actief aan de slag gegaan met deze opgaven én kansen. We hebben onze schouders eronder gezet en dat heeft zijn vruchten afgeworpen. We zien deze keuzes terug in het leven en landschap in De Ronde Venen in 2040.

In 2040 is het nog steeds goed wonen in De Ronde Venen. Door de vele nieuwbouwontwikkelingen is de woningvoorraad gevarieerder geworden en zijn er nieuwe woonmilieus toegevoegd die aansluiten bij de behoeften van vandaag. Het woningtekort uit de jaren ‘20 voelt alweer als een ver verleden. We kozen voor een duidelijke clusteringsstrategie: bouwen op plekken die strategisch liggen, in de buurt van voorzieningen en goed bereikbaar met het openbaar vervoer en de fiets. Daardoor zijn de grotere dorpen Abcoude, Mijdrecht, Vinkeveen en Wilnis gegroeid en is het open karakter van het buitengebied goed behouden gebleven. In Amstelhoek, Baambrugge, De Hoef en Waverveen zochten we ook naar ruimte voor woningen binnen de bestaande dorpen. Daarnaast boden we via maatwerk ruimte voor kleinschalige woningbouwprojecten op goed bereikbare locaties buiten de contouren – het ‘straatje erbij’ – ten behoeve van de vitaliteit van deze hechte lokale gemeenschappen. Hierdoor onderscheiden we ons in de regio als Groene Hart-gemeente, direct omgeven door de hoogstedelijke dynamiek uit Amsterdam en Utrecht. Er zijn woningen voor starters bijgebouwd, waar zowel lokale jongeren als starters uit de regio zijn ingetrokken. Ook zijn er aantrekkelijke woonmilieus voor senioren verrezen, die op sommige plekken zijn gecombineerd met zorgvoorzieningen. Hierdoor kwam de doorstroming op gang en werden de sociale gevolgen van vergrijzing zo goed mogelijk opgevangen. Dit alles bleek van grote waarde om de dorpen vitaal te houden en mensen te binden aan onze gemeente. De sociale cohesie in zowel de grote als kleine dorpen is nog steeds hoog. Inwoners kijken naar elkaar om; oude bekenden en nieuwkomers, jong en oud.

Wie in 2040 door de gemeente loopt, ziet dat Abcoude en Mijdrecht de belangrijkste voorzieningenkernen zijn. In Abcoude zijn is het dorp aan de zuidwestkant uitgebreid door ontwikkeling van de BON-gronden en is het dorpscentrum een compact en levendig voorzieningenhart in het dorp. Ook in Mijdrecht is de omgeving flink veranderd. De uitbreidingen aan de westzijde van het dorp hebben de dorpsrand aantrekkelijk afgerond met ruime, groene woonmilieus in een gevarieerd programma. Ook is er in de uitbreidingen ruimte gemaakt voor voorzieningen en openbaar vervoer. In het centrum van Mijdrecht zijn aantrekkelijke appartementen bijgebouwd, compacter en in hogere dichtheden. Het is een duidelijk centrum in de gemeente geworden, met een ruim aanbod aan voorzieningen en mobiliteitsopties nabij. 

Door de betere bereikbaarheid van de voorzieningen in Abcoude, Mijdrecht, Vinkeveen en Wilnis en de komst van nieuwe inwoners, is de draagkracht onder de voorzieningen vergroot. Deze voorzieningen worden ook steeds meer door de verschillende dorpen gedeeld. Hierdoor is het mogelijk gebleken om hoogwaardige voorzieningen zoals het zwembad in stand te houden, en in de grotere dorpen wordt nu zelfs gesproken over de komst van meer culturele voorzieningen, zoals een bioscoop of een nieuw theater. Vanuit Amstelhoek, Baambrugge, De Hoef en Waverveen is de (fiets)bereikbaarheid van de voorzieningen in de grote dorpen vergroot. De basisscholen zijn nog steeds dichtbij en veel dorpen zijn voorzien van een geclusterd zorgpunt. Inwoners van De Ronde Venen – zowel jong als oud – ontmoeten elkaar in het dorpshuis, op de sportvereniging of buiten in de groene openbare ruimte. De afgelopen jaren hebben we ons ingezet om de groene kwaliteiten van het buitengebied ook meer de dorpen in te trekken. Dit is goed gelukt; grote stukken asfalt en steen hebben plaatsgemaakt voor groene bermen, kleine parken en plantsoenen. Bomen zorgen voor schaduwrijke koele plekken en wadi’s zorgen voor tijdelijke waterberging tijdens piekbuien.

Voor de dagelijkse boodschappen of andere korte ritten pakken inwoners van De Ronde Venen in 2040 steeds vaker de (elektrische) fiets, met dank aan de aanwezigheid van het  comfortabele,veilige fietsnetwerk. Voor degenen die slecht ter been zijn, rijdt een flexibele bus een route door de dorpen. De mogelijkheden voor actieve, gezonde en duurzame mobiliteit voor korte ritjes hebben een positief effect op de gezondheid en (verkeers)veiligheid van inwoners. Dit betekent dat er stevig is geïnvesteerd in het fietsnetwerk. Hoewel veel mensen nog steeds afhankelijk zijn van de auto voor (met name) woon-werkverkeer of lange afstanden, is de keuzevrijheid voor andere vervoersvormen toegenomen. Sinds een aantal jaar is de verbinding met de regio via het openbaar vervoer van De Ronde Venen namelijk aanzienlijk verbeterd. De komst van de Uithoornlijn richting Amstelhoek heeft de reis naar Amsterdam verkort. De ov-as vanuit Uithoorn, via Mijdrecht en Vinkeveen naar Abcoude en Breukelen is de hoofdader van onze gemeente. De maatregelen om de doorstroming van het openbaar vervoer te verbeteren, hebben effect gehad, waardoor steeds meer mensen het openbaar vervoer gebruiken. We hebben ons ingezet om de directe busverbinding richting Utrecht terug te brengen. Vergeleken met de jaren ‘20 is de kwaliteit en keuzevrijheid van reizen verbeterd.

Ondanks deze verruiming van de keuzevrijheid, heeft de auto in 2040 nog steeds een belangrijke functie binnen het gemeentelijk vervoerssysteem. Er zijn maatregelen genomen om de doorstroming op de N201 te verbeteren. Daarnaast is een nieuwe aansluiting op de N201 bij Mijdrecht West gerealiseerd. De ruimte voor innovatieve concepten heeft wel gezorgd voor een grotere keuzevrijheid: zo zijn nieuwbouwontwikkelingen van de afgelopen jaren grotendeels ontwikkeld met vormen van deelmobiliteit die aansluiten bij de Ronde Veense schaal en praktijk. Ook in de bestaande wijken zijn er mogelijkheden om een deelauto te gebruiken. Het zorgt voor enige verlichting van de parkeerdruk in deze wijken. Daarnaast zorgen fiets en ov ervoor dat oude doorstromingsknelpunten zoals de N201, Mijdrechtse Dwarsweg, Industrieweg en Dukaton beheersbaar zijn gebleven. Ondanks deze maatregelen is het drukker geworden op de wegen. Door de juiste maatregelen, zoals het invoeren van een 30 km/u regime op noodzakelijke plekken, is de verkeersveiligheid en leefbaarheid wel gewaarborgd.

Met de wisselwerking tussen het lokale en regionale ondernemerschap enerzijds en de maakindustrie anderzijds, heeft De Ronde Venen in 2040 het beste van 2 werelden: een krachtige, toekomstbestendige economie met bovenregionale betekenis, omringd en gedragen door een hechte en betrokken samenleving. De uitbreiding van het Bedrijventerrein Mijdrecht – met voldoende ruimte voor het lokale MKB en de circulaire economie – droeg hieraan bij. Naast uitbreiding is goed ingezet op een kwaliteitsverbetering van werklocaties, via vergroening en herstructurering. We bieden nog steeds milieuruimte aan bedrijven om te blijven ondernemen. Op geschikte plekken heeft wel functiemenging plaatsgevonden, zoals op bedrijventerrein Bovenkamp. Werken, wonen en recreëren komen zo samen. Dit is zowel een voorbeeld van efficiënt omgaan met de ruimte als bevorderlijk voor de levendigheid.

We liggen inmiddels ook goed op schema met onze klimaatambities. In 2040 hebben we grote stappen gezet, waarmee onze doelstelling om in 2050 klimaatneutraal en circulair te zijn, binnen handbereik is. We wekken onze eigen duurzame energie op via een beperkt aantal landschappelijk ingepaste zonnevelden en deze stroom wordt ook grotendeels lokaal gebruikt. Hiervoor waren veel ingrepen in de energie-infrastructuur nodig, maar ook slimme innovatieve oplossingen zoals het energiehub op het duurzame Bedrijventerrein Mijdrecht. Zonnedaken op de bedrijfspanden zijn nu voor een groot deel aangesloten op lokale opslagvoorzieningen, waardoor de vraag en aanbod van duurzame energie beter in balans is. De weg naar een aardgasvrije bebouwde omgeving leek in 2024 nog lang en moeilijk. We hebben samen met bewoners, corporaties en andere stakeholders de afgelopen 15 jaar de schouders eronder gezet en inmiddels zijn een aantal wijken al volledig aardgasvrij; zowel nieuwbouwwijken als bestaande bouw. De komende 10 jaar volgen de resterende wijken, en helpen we de laatste individuele huiseigenaren de stap te zetten naar aardgasvrij.

In ons buitengebied kwamen veel opgaven samen. Anno 2040 zien we de waarde van de heldere keuzes en kaders die we hebben meegegeven aan ons landschap en agrarisch gebruik. Er was in de jaren ‘20 al een omslag in gang gezet richting een klimaatrobuuste en toekomstbestendige landbouw. We hebben meebewogen met de opgaven en kansen die zich voordeden en we zijn er trots op dat we nu, in 2040, nog steeds innovatieve agrariërs in ons buitengebied hebben. Zij laten zien dat onze gemeente, met haar droogmakerijen en veenweidelandschap, haar agrarische identiteit opnieuw heeft weten uit te vinden. De vernattingsopgave is aangegrepen om kwaliteit toe te voegen aan ons buitengebied. Er zijn experimentele boeren die hun bedrijfsvoering hebben aangepast op deze nieuwe condities, waarmee zij koplopers zijn geworden binnen de sector. In het Angstel- en Geinlandschap is juist samengewerkt aan een sterkere recreatieve en cultuurhistorische kwaliteit. Hier is het fijn fietsen en wandelen en de rivierlinten komen weer mooi tot hun recht. We hebben onze opgave van vrijkomende agrarische bebouwing voortvarend opgepakt en hiermee ruimte gegeven aan nieuwe functies en tevens de kwaliteiten van het landschap versterkt.

Werelderfgoed Hollandse Waterlinies is nog steeds een belangrijke cultuurhistorische parel in ons buitengebied; om dit toekomstbestendig te maken koppelen we vernatting, cultuurhistorie en recreatie. Hiermee hebben we een duurzaam toeristisch-recreatief gebied gecreëerd, dat bijdraagt aan het leefklimaat van inwoners en aantrekkelijk is voor bezoekers. Zo wordt de Hollandse Waterlinie weer in volle glorie gezien en beleefd: dit stuk verleden is een vanzelfsprekend onderdeel van onze toekomst geworden.

20250612_OntwerpomgevingsvisieDeRondeVenen_Page_22_1.jpg

3 Het DNA van De Ronde Venen

20250612_OntwerpomgevingsvisieDeRondeVenen_Page_23.jpg

De bestaande kwaliteiten van De Ronde Venen vormen het fundament voor het gesprek van de toekomst. Dit hoofdstuk beschrijft bondig de onderlegger van onze gemeente; het ‘ruimtelijk DNA’ waar we in de omgevingsvisie op voortbouwen. De Ronde Venen is een prachtige, groene gemeente, met betrokken gemeenschappen in hechte dorpen. Unieke landschappen wisselen af met cultuurhistorisch erfgoed van wereldformaat. Ook heeft het economische slagkracht in de luwte van Amsterdam en Utrecht. De kwaliteiten en kenmerken staan uitgebreider beschreven in het Raamwerk De Ronde Venen 2040.

20250612_OntwerpomgevingsvisieDeRondeVenen_Page_24_1.jpg
3.1 De Ronde Venen door de jaren heen

Het gebied dat tegenwoordig tot de gemeente De Ronde Venen behoort, kent een rijke geschiedenis. Voordat we vooruit kijken naar 2040, is het van belang te weten hoe de gemeente zich op politiek, sociaal en ruimtelijk vlak heeft ontwikkeld. Met behulp van openbare bronnen als het Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen en het Panorama Landschap van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed schetsen we een (niet uitputtend) beeld van de ontstaansgeschiedenis van De Ronde Venen in deze tijdlijn.

20250612_OntwerpomgevingsvisieDeRondeVenen_Page_25_1.jpg
20250612_OntwerpomgevingsvisieDeRondeVenen_Page_26_1.jpg
3.2 Ruimtelijke karakteristiek

Het veenweidelandschap – dat De Ronde Venen zo kenmerkt – is een karakteristiek open, Hollands polderlandschap, met smalle percelen, lintbebouwing en veel sloten en weteringen. De Ronde Venen is onderdeel van het Nationaal Landschap het Groene Hart. Als open groen gebied tussen de omliggende grote steden, zoals Utrecht en Amsterdam, is het niet alleen een gebied met een duidelijke agrarische identiteit, maar ook voor veel mensen een plek om te recreëren. Mensen waarderen met name de ruimte voor natuur en de openheid van het landschap. Daarnaast kent het landschap de cultuurhistorisch waardevolle ontginningsstructuren, militair verdedigingslandschap en watersystemen. Het landschap is ontstaan door de veenafgraving en inpoldering. De kenmerkende stervormige verkaveling komt voort uit de manier waarop het landschap is ontgonnen. Rond het gebied liggen de rivieren de Kromme Mijdrecht, de Amstel, de Waver, de Winkel en de Angstel. Deze wateren vormen een bijna gesloten, ronde cirkel. Het veengebied werd ontgonnen vanuit een centraal groot veeneiland. Zo ontstond een cirkelvormige verkavelingsstructuur, met kavels in de vorm van pizzapunten. Na het afgraven van het veen ontstonden er veenplassen, zoals de Vinkeveense Plassen. Tegenwoordig is het een spectaculair gezicht en een van de grote redenen waarom bezoekers naar de gemeente komen.

Aan de noordzijde van De Ronde Venen liggen de Hollandse Waterlinies (Stelling van Amsterdam). Dit is UNESCO Werelderfgoed. Deze waterlinie was een vernuftige verdedigingslinie waarbij met sluizen, dijken en inundatiegebieden de vijand op afstand gehouden werd. Dit weerspiegelt zich in een strategisch landschap dat nog steeds herkenbaar is – open en groen – met her en der militaire werken, zoals de forten bij Botshol, Waverveen en Abcoude.

De grotere dorpen van De Ronde Venen liggen verspreid in het open polderlandschap. Mijdrecht en Wilnis vormen hierin een dubbelnederzetting, ontstaan als agrarische nederzettingen tijdens de ontginningen. Mijdrecht is ongeveer dubbel zo groot als Wilnis – met respectievelijk 16.000 en 7.500 inwoners – maar ze zijn door de jaren naar elkaar toe gegroeid via de oude ontginningsas langs de Herenweg. Mijdrecht functioneert als  het bestuurscentrum en beschikt over  het grootste aanbod aan voorzieningen in de gemeente. In Wilnis, Vinkeveen en Abcoude zijn ook verschillende (dagelijkse) voorzieningen aanwezig. Abcoude is vanaf de Middeleeuwen ontstaan door bewoning op de oeverwallen van de Angstel. Het heeft daardoor een historische dorpskern met tegenwoordig een beschermd dorpsgezicht.

De kleine dorpen Amstelhoek, Baambrugge, De Hoef en Waverveen zijn uniek op hun eigen manier. Het pittoreske Amstelhoek, met haar imposante Fort bij Uithoorn en de Kruiskerk. De Hoef, met haar unieke ligging aan de Kromme Mijdrecht. Waverveen, omringd door de uitgestrekte weilanden en weidevogels. Baambrugge, met haar karakteristieke gevels, oude panden en buitenplaatsen, die het dorp de status van beschermd dorpsgezicht hebben gegeven, net als Abcoude. Ondanks het feit dat geen van deze dorpen meer dan 1.500 inwoners telt, draagt elk dorp op haar eigen manier bij aan de ruimtelijke karakteristiek van de gemeente.

Alles bij elkaar biedt De Ronde Venen een uniek ruimtelijk aanbod: de legakkers van de Vinkeveense Plassen, het agrarische erfgoed, het veenweidelandschap en de historische linten en dorpskernen. Bijzonder zijn de buitenplaatsen en de Hollandse Waterlinies als UNESCO Werelderfgoed.

3.3 De Ronde Venen in de regio

Als centraal gelegen gemeente in de Metropoolregio Utrecht (MRU) en op de grens met de Metropoolregio Amsterdam (MRA) zijn er verschillende ontwikkelingen die onze gemeente direct of indirect raken. Ondanks de ligging binnen de provincie Utrecht, heeft de gemeente een relatief sterke binding met de MRA. Zo is 40% van het woon-werkverkeer van en naar Amsterdam, verhuizen relatief veel mensen tussen de MRA-gemeenten en De Ronde Venen, en zijn veel inwoners qua voorzieningen en relaties sterk georiënteerd op Amsterdam.

Binnen de provincie Utrecht behoort De Ronde Venen tot de U10-regio. De U10 is een netwerkorganisatie waarin 16 gemeenten samenwerken als antwoord op grote maatschappelijke thema's en uitdagingen, rondom thema's zoals mobiliteit, duurzaamheid en economische ontwikkeling. De Ronde Venen is in 2021 tot de U10 toegetreden. Het samenwerkingsverband heeft in 2021 haar ruimtelijke doelen vastgelegd in het Integraal Ruimtelijk Perspectief 2021-2040. Dit omvat een gezamenlijk perspectief op de aanpak van verschillende opgaven in de regio. Daarnaast werkt gemeente De Ronde Venen samen met een aantal belangrijke regionale ketenpartners. De meest relevante voor de omgevingsvisie zijn onder andere de GGD Regio Utrecht (GGDRU), de Veiligheidsregio Utrecht (VRU), het waterschap Amstel, Gooi en Vecht en de Omgevingsdienst Regio Utrecht.

Het grondgebied van gemeente De Ronde Venen valt onder 3 NOVEX-gebieden: de MRU, de Schipholregio en het Groene Hart. Het eerste NOVEX-programma geeft in het ontwikkelperspectief ‘Utrecht Nabij’ aan dat de MRU een regio wil zijn waarin alle belangrijke functies dicht bij elkaar zijn. Nabijheid als leidend principe legt de focus op binnenstedelijk bouwen en transformeren, met duidelijke koppelingen met mobiliteit en de gezonde leefomgeving. De lokale centrumfunctie van MIjdrecht ende stationsomgeving van Abcoude, spelen hierin een rol. Het tweede NOVEX-programma – die van de Schipholregio – is erop gericht om een nieuwe balans te vinden tussen het belang van een internationale luchthaven voor Nederland en de kwaliteit van de leefomgeving rond de luchthaven, waartoe De Ronde Venen behoort. Binnen dit programma worden afspraken gemaakt over vermindering van emissies zoals stikstof en geluid, maar ook over nieuwe ontwikkelingen in woningbouw, natuur, infrastructuur en het elektriciteitsnet. Het derde NOVEX-programma schetst het toekomstperspectief voor Groene Hart in 2050. Opgaven op het gebied van bodem, water, klimaat en erfgoed krijgen hierin prioriteit. Voor De Ronde Venen vertaalt dit zich onder andere in de aanpak van bodemdaling en (grond)wateroverlast en in het ruimte bieden voor woningbouw en toekomstbestendige landbouw.

4 Uitdagingen en kansen voor De Ronde Venen

20250612_OntwerpomgevingsvisieDeRondeVenen_Page_29.jpg

In deze omgevingsvisie beschrijven we welke keuzes we willen maken richting 2040. Voordat we ingaan op welke keuzes dit zijn, is het goed om even stil te staan bij waarom het nodig is dat we deze keuzes maken.

Verschillende trends en ontwikkelingen komen op onze gemeente af en leiden tot opgaven en uitdagingen waar we een antwoord op moeten geven. In het Raamwerk De Ronde Venen 2040 is hiervan een uitvoerige beschrijving te vinden. De 5 belangrijkste uitdagingen voor gemeente De Ronde Venen richting 2040 zijn:

1.       Groeien met kwaliteit

2.       Werken aan een herkenbaar, weerbaar en toekomstbestendig buitengebied

3.       Borgen aantrekkelijkheid op grote schaal én lokaal profijt

4.       Verstevigen economisch profiel

5.       Het creëren en stimuleren van meerdere vervoersvormen als smeermiddel van ontwikkelingen

Op de volgende pagina’s worden de 5 belangrijkste uitdagingen voor De Ronde Venen nader toegelicht.

1.       Groeien met kwaliteit

De komende jaren heeft De Ronde Venen de uitdaging om voldoende woningen toe te voegen. Hierbij ligt zowel een opgave om te voorzien in de lokale behoefte als een ambitie om in te spelen op de regionale woningzoeker. Hiertoe zullen er tot 2040 circa 4.800 nieuwe woningen worden toegevoegd voor verschillende doelgroepen. Deze moeten betaalbaar, levensloopbestendig en duurzaam zijn. Tot 2030 zijn de locaties al goed in beeld,. Richting de verdere toekomst moeten er nog belangrijke keuzes gemaakt worden over de locaties van woningbouwprojecten. Moeten deze woningbouwlocaties bijvoorbeeld vooral gericht zijn op het versterken van de 4 grote dorpen – Abcoude, Mijdrecht, Vinkeveen en Wilnis – of juist inzetten op spreiding over alle dorpen? Niet alleen de aantallen woningen zijn belangrijk. Minstens zo belangrijk is de beoogde kwaliteit van de woningen én de woonomgeving. Hieronder valt bijvoorbeeld het voorzieningenniveau en maatschappelijk vastgoed, dat enerzijds moet meebewegen met een veranderende bevolkingssamenstelling en dat zich anderzijds steeds meer zal clusteren in de 4 grote dorpen. Ook de koppeling tussen woningbouw en mobiliteit vraagt om keuzes: laten we de groei van de gemeente sterk verbinden aan de ov-bereikbaarheid of grijpen we nieuwbouwontwikkelingen aan om meer actieve en duurzame mobiliteitsopties te stimuleren, zoals de fiets of de elektrische auto? Denk ook aan het versterken van de basis onder bestaande voorzieningen. Specifiek voor de kleinere dorpen in De Ronde Venen ligt er immers een opgave om de leefbaarheid en vitaliteit van de gemeenschappen op peil te houden. Hieraan zou woningbouw ook een bijdrage kunnen leveren. Bij nieuwbouw liggen er kansen om gelijktijdig maatregelen te nemen op het gebied van verduurzaming, het versterken van de gezonde leefomgeving en klimaatadaptatie. Onderdeel van een kwalitatieve woonomgeving vormt ook een sterke openbare ruimte, waar ruimte is voor sport, bewegen en ontmoeten. Het vergroenen van bestaande openbare ruimte dan wel het groen aanleggen  van nieuwe openbare ruimte kan verbindend werken om al deze functies een plek te geven. Dat is belangrijk, want er zijn steeds meer functies die een plek zoeken in de openbare ruimte, dus het inzetten op combinaties van functies is nodig. Groen biedt daarvoor tal van mogelijkheden en heeft tevens een positieve invloed op de (mentale en fysieke) gezondheid van bewoners. Met name in het kader van de toenemende vergrijzing en het dalend aantal mantelzorgers is dit essentieel.

2.       Werken aan een herkenbaar, weerbaar en toekomstbestendig buitengebied

Met het herkenbare veenweidelandschap dat grotendeels voor melkveehouderijen wordt gebruikt, ligt er in het buitengebied van De Ronde Venen een belangrijke opgave om de transitie naar een duurzamere en toekomstbestendige landbouw een plek te geven. Daaronder valt ook het verlagen van de milieudruk op de omliggende beschermde natuurgebieden, zoals Botshol, alsook het tegengaan van bodemdaling en veenoxidatie, het omgaan met verzilting en het halen van waterkwaliteitsdoelen. Ook zijn er andere opgaven die ruimte vragen in het buitengebied, zoals natuurontwikkeling, woningbouw en duurzame energieopwek. Deze ontwikkelingen en opgaven vragen daarom om een integrale afweging – keuzes in de aanpak van bodemdaling hebben invloed op woningbouwontwikkelingen, en vice versa. In De Ronde Venen is de agrariër van oudsher een zeer belangrijke landschapsbeheerder. Het bieden van voldoende ruimte om deze omslag te maken is dan ook een wezenlijke opgave. Tegelijkertijd liggen hier kansrijke koppelingen met andere opgaven, zoals het versterken van recreatieve mogelijkheden, het toevoegen van bijzondere woonmilieus, het beter uitdragen van de cultuurhistorische verhaallijnen in het gebied, het vergroten van de landschapsbeleving en het invullen van vrijkomende agrarische bebouwing. Richting de toekomst valt nog een belangrijke keuze te maken in welke gebieden, en eventueel onder welke voorwaarden, welke vorm van agrarische bedrijvigheid het beste aansluit bij het halen van deze doelen.

3.       Borgen aantrekkelijkheid op grote schaal én lokaal profijt

Het buitengebied van De Ronde Venen is een parel van wereldformaat. Met het werelderfgoed van de Hollandse Waterlinies, de Vinkeveense Plassen en het turfontginningslandschap met de legakkers is de recreatieve aantrekkingskracht van de gemeente zeer groot. Samen met de beschermde dorpsgezichten van Baambrugge en Abcoude en de buitenplaatszone is De Ronde Venen belangrijk recreatief uitloopgebied voor de steden Amsterdam en Utrecht. Tegelijkertijd brengen deze kwaliteiten ook verplichtingen en kosten met zich mee, evenals een recreatiedruk die op plekken schuurt met natuurdoelstellingen en een druk legt op de bereikbaarheid en toegankelijkheid. Richting de toekomst ligt er een uitdaging in het duiden van de positie van het landschap. Is het bijvoorbeeld een recreatiegebied waar ook natuur te vinden is, of vice versa? Daarnaast ligt er een belangrijke kans om investeringen in landschapsbeleving en recreatieve voorzieningen nadrukkelijk ook ten goede te laten komen aan de lokale behoefte van inwoners. Denk hierbij ook aan het verbeteren van de (openbare) toegankelijkheid van de Vinkeveense Plassen voor bewoners.

4.       Verstevigen economisch profiel

Voor De Ronde Venen liggen er kansen om het economisch profiel richting de toekomst te versterken. Sectoren zoals de (maak)industrie, vervoer, bouw en groothandel zijn van oudsher belangrijke pijlers voor de lokale economie. De afgelopen jaren is dit verbreed. Zo is de laatste jaren de dienstverlening sterk in opkomst, wat andere voorwaarden stelt aan werklocaties. Het versterken en toekomstbestendig maken van het economische profiel en de bijbehorende (werk)locaties is een belangrijke opgave richting de toekomst. Daarbij hoort onder andere het beter benutten van de ruimte op bedrijventerreinen, net als vergroening, de opwekking van duurzame energie en het op peil houden van de bereikbaarheid. Hiermee kunnen we lokale ondernemers aan ons blijven binden en hun ruimtevraag faciliteren. Verder is de clustering van detailhandel in de centrumgebieden belangrijk voor het versterken van het economisch profiel, net als het laten groeien van de recreatieve potentie tot volwaardige pijler onder de economie van De Ronde Venen. Daarmee vallen ook goede koppelingen te leggen met lokale meerwaarde op het gebied van leefbaarheid, vitaliteit en een gezonde leefomgeving.

5.       Het creëren en stimuleren van meerdere vervoersvormen als smeermiddel van ontwikkelingen

Het borgen van de bereikbaarheid blijft een belangrijke voorwaarde voor geplande ontwikkelingen in De Ronde Venen. Knelpunten op het wegennet – in combinatie met de bescheiden ov-bereikbaarheid van de gemeente – kunnen de ontwikkelmogelijkheden op het gebied van woningbouw, werklocaties en recreatieve voorzieningen in de toekomst beperken. Daarnaast zetten ze ook de leefbaarheid en verkeersveiligheid onder druk. Daarom is het belangrijk om hier tijdig en strategisch op te anticiperen en fietsen en openbaar vervoer tot aantrekkelijke alternatieven voor de auto te maken. Denk hierbij aan het verbeteren van de ov-bereikbaarheid op de lange termijn, het investeren in duurzame en beweegvriendelijke infrastructuur, zoals een fijnmazig fietsnetwerk en het introduceren van nieuwe vormen van (deel)mobiliteit. Zo blijft De Ronde Venen bereikbaar voor zowel bewoners als bezoekers en werkenden en kan de gemeente haar strategische ligging tussen 2 belangrijke metropoolregio’s optimaal benutten. Tegelijkertijd hoort hierbij ook het vraagstuk of de toenemende drukte altijd kan en moet leiden tot (infrastructurele) ingrepen: tot op welke hoogte vinden we toenemende drukte acceptabel?

20250612_OntwerpomgevingsvisieDeRondeVenen_Page_32_1.jpg

5 Drie integrale strategische kernambities

20250612_OntwerpomgevingsvisieDeRondeVenen_Page_33.jpg

In het Raamwerk De Ronde Venen 2040 is op 9 thema’s verkend waar we als gemeente De Ronde Venen nu staan, wat er op ons afkomt en tot welke kansen en opgaven dit leidt. Met deze informatie als vertrekpunt hebben we een aantal strategische keuzes geformuleerd waarmee we kunnen werken aan een toekomst die we wensen voor de Ronde Venen in 2040. Deze strategische keuzes zijn ondergebracht in 3 integrale kernambities:

  • a.

    Groen en gezond wonen in levendige en betrokken dorpen

  • b.

    Lokaal sterk in een dynamische regio

  • c.

    Een beleefbaar, veerkrachtig en toekomstbestendig buitengebied

De strategische kernambities staan op de volgende pagina’s weergegeven. Meer achtergrond en uitleg bij deze kernambties is te lezen in het vastgestelde Koersdocument De Ronde Venen 2040.

5.1 Groen en gezond wonen in levendige en betrokken dorpen

Als gemeente De Ronde Venen zijn we trots op de manier van samenleven in onze dorpen. We hebben hechte dorpen, met een sterke sociale basis. De onderlinge netwerken, de maatschappelijke voorzieningen, het gevoel van ons-kent-ons onder de inwoners: dit zijn kernwaarden waar we de komende decennia op willen voortbouwen. Tegelijkertijd zien we de druk op de woningmarkt toenemen, zowel vanuit de lokale als de regionale woningzoeker. Ook zien we dat de samenstelling van onze bevolking naar de toekomst verder verandert: het aandeel ouderen groeit, wat leidt tot een andere woonvraag en een hogere zorgvraag. Daarnaast zien we dat het een uitdaging is om in de kleinere dorpen (Amstelhoek, Baambrugge, De Hoef) het voorzieningenniveau op peil te houden.

Richting 2040 zetten we daarom in op een groei van onze gemeente ten opzichte van nu. Daarvoor gebruiken we de bestaande kwaliteiten en verschillen tussen de dorpen in onze gemeente als vertrekpunt, om te werken aan groene, gezonde en levendige dorpen. Hierbij is het uitgangspunt dat het toevoegen van nieuwe woningen altijd een bredere meerwaarde oplevert dan enkel het toevoegen van een woning. Denk aan een verduurzamingsslag, het op peil houden of zelfs verhogen van de ruimtelijke kwaliteit, de vergroening van de leefomgeving, het verbeteren van de klimaatbestendigheid van de leefomgeving, het inspelen op demografische veranderingen (zoals vergrijzing en een toenemende zorgvraag), het inspelen op de mobiliteitstransitie en het versterken van de vitaliteit, leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit.

20250612_OntwerpomgevingsvisieDeRondeVenen_Page_35_1.jpg

Strategische kernambitie 1 in het kort: we kiezen voor…

  • a.

    Een groei met 4.800 woningen tot 2040, waarbij we duidelijke kaders meegeven om te borgen dat de kwaliteit van de leefomgeving meegroeit (Groen Groeit Mee) en het bestaande karakter van kernen wordt versterkt. Op de schaal van de hele gemeente leidt dit tot een afwisseling in meer dynamische en dorps-stedelijke woonmilieus in de grotere dorpen Mijdrecht, Abcoude, Wilnis en Vinkeveen en meer rustige en landelijke woonmilieus in de Amstelhoek, Baambrugge, De Hoef en Waverveen.

  • b.

    Waar mogelijk realiseren we woningbouwlocaties binnen de contouren van de dorpen. Daarnaast kijken wij voor nieuwe woningbouwlocaties naar plekken in de gemeente die goed bereikbaar zijn met het ov, de fiets en de auto. Hier ligt de focus op geclusterde woningbouw om de impact op het groen en landelijke karakter in zijn totaliteit te beperken. Daarnaast bieden we dorpen via maatwerk de mogelijkheid voor een ‘straatje erbij’ op goed te ontsluiten locaties.

  • c.

    Een stevige koppeling van de woningbouwopgave met andere opgaven, zoals de mobiliteitstransitie, klimaatadaptatie, natuurinclusiviteit en biodiversiteit, gezonde leefomgeving en water en bodem sturend. Een belangrijk uitgangspunt hierbij is het Convenant Toekomstbestendig Bouwen. In alle nieuwbouwprojecten integreren we de ambities van het convenant, waarbij we minimaal streven naar ambitieniveau brons (m.u.v. de ambities rond de parkeernorm uit het Convenant).

  • d.

    Het toekomstbestendig maken van de huidige woningvoorraad via een wijkgerichte aanpak.

  • e.

    Behoud van het huidige voorzieningenniveau in de gemeente, via concentratie van voorzieningen in Mijdrecht, Wilnis, Abcoude en Vinkeveen en met minimaal 1 ontmoetingsplek in alle dorpen.

  • f.

    Het toevoegen van meer kwalitatieve groenblauwe openbare ruimte in de dorpen, zowel ten behoeve van de (mentale) gezondheid van inwoners en als voor klimaatrobuustheid van de bebouwde omgeving.

  • g.

    Een goed woon- en leefklimaat waarin we zorg dragen voor het milieu. Dit betekent onder andere voldoende aandacht voor (externe) veiligheid en een aanvaardbaar niveau van geluid-, licht- en geurhinder.

  • h.

    Het koesteren en versterken van ons erfgoed.

5.2 Lokaal sterk in een dynamische regio

Als gemeente De Ronde Venen zien we de waarde van onze lokale kracht en eigenheid. Door onze strategische ligging tussen de belangrijke stedelijke regio’s van Utrecht en Amsterdam bevinden we ons tegelijkertijd in een (inter)nationaal krachtenveld. Dit vertaalt zich in een specifieke regionale dynamiek die zijn weerslag heeft op onze gemeente.

Op economisch gebied is er bijvoorbeeld veel interregionaal woon-werk verkeer en is het Bedrijventerrein Mijdrecht een echte economische speler van formaat met een stevige uitbreidingsopgave. Op het gebied van mobiliteit ligt er een grote opgave in het op peil houden van de bereikbaarheid van de dorpen in De Ronde Venen; dit geldt voor zowel de dorpen onderling als voor de bereikbaarheid naar de omliggende grotere steden. Hierin ligt zowel een uitdaging voor auto- en (snel)fietsverkeer als voor openbaar vervoer. Daarnaast zijn de opgaven op het gebied van de energietransitie lokaal van aard, maar is het ook ingebed in een regionaal energiesysteem.

Richting 2040 willen we deze opgaven aanpakken vanuit onze eigen kracht, maar we doen dit in synergie met (onze buren in) de regio. We versterken ons economisch profiel en benutten de regionale kansen, bijvoorbeeld op het gebied van wonen, economie en mobiliteit. Daarbij kijken we wat goed past bij onze lokale schaal en eigenheid. We borgen dat het benutten van economische kansen ook bijdraagt aan de brede welvaart en vitaliteit van onze gemeente. Ook op het gebied van mobiliteit en energie benutten we de regio om onze gemeente klaar te maken voor verdere groei. We hanteren het STOMP-principe en zetten zo in op het vergroten van de multimodale bereikbaarheid van onze gemeente. Op die manier verbreden we ons vervoersaanbod en dragen we bij aan onze ambitie om in 2050 een klimaatneutrale én circulaire gemeente te zijn.

20250612_OntwerpomgevingsvisieDeRondeVenen_Page_37_1.jpg

Strategische kernambitie 2 in het kort: we kiezen voor…

  • a.

    Het versterken van onze huidige economische structuur. Daarbij zien we een hoofdrol voor Bedrijventerrein Mijdrecht, waar we een uitbreiding van 12 hectare voorzien. Bij deze ontwikkeling geven we duidelijke kaders mee op het gebied van duurzaamheid, circulariteit en klimaatadaptatie. Het is een voorwaarde dat deze ontwikkeling een duidelijke meerwaarde biedt aan de lokale economie en werkgelegenheid van De Ronde Venen.

  • b.

    Het verbreden van het economisch profiel door meer in te zetten op recreatie en toerisme met oog voor de beheersbaarheid ervan voor zowel inwoners als bezoekers en het zoeken van een goede balans tussen economie, ecologie, bereikbaarheid en leefbaarheid.

  • c.

    Het herstructureren en revitaliseren van alle werklocaties, waarbij we – indien mogelijk – ook ruimte bieden aan functiemenging.

  • d.

    Het hanteren van het STOMP-principe en daarmee het verbeteren van de mogelijkheden voor bijvoorbeeld fiets en openbaar vervoer en het beter aansluiten van deze netwerken op de regio.

  • e.

    Het zoveel mogelijk ontzien van bestaande en toekomstige knelpunten in ons lokale wegennet bij nieuwe ontwikkelingen. Daartoe zetten we in op:

    • 1.

      Knooppuntontwikkeling als basis voor nieuwe (grootschalige) ontwikkelingen: wonen, werken en voorzieningen brengen we zoveel mogelijk in de nabijheid van ov-haltes of hubs.

    • 2.

      Verbeteren van de ov-bereikbaarheid van De Ronde Venen. We zetten  maximaal in op frequent vervoer langs de gestrekte ov-as. Waar de gestrekte ov-as over de N201 loopt, zetten we in op een verbeterde doorstroming van het openbaar vervoer. Daartoe verkennen we ook de mogelijkheid van vrijliggende infrastructuur voor het openbaar vervoer.

    • 3.

      Het opwaarderen van Amstelhoek tot ov-knooppunt voor De Ronde Venen, door de verbindingen met de nabijgelegen tramhalte van Uithoorn te verbeteren.

  • f.

    Klimaatneutraliteit en circulariteit in 2050, via slimme strategieën in energieopwek, -opslag en -verbruik.

  • g.

    Het clusteren van duurzame energieopwek op grote daken en in het buitengebied alsook voor het faciliteren van bottom-up initiatieven vanuit de dorpen.

5.3 Een beleefbaar, veerkrachtig en toekomstbestendig buitengebied

Als gemeente De Ronde Venen zijn we trots op ons buitengebied. Het veenweidelandschap is een karakteristiek open, Hollands polderlandschap, met smalle percelen, lintbebouwing en veel sloten en weteringen. Als groot groen gebied tussen de omliggende grote steden, is het zowel een gebied met een duidelijke agrarische identiteit als een plek voor veel mensen om te recreëren en tot rust te komen. Dit is een kernwaarde van onze gemeente. Inwoners en bezoekers waarderen met name de ruimte voor natuur en de openheid van het landschap. Daarnaast kent het landschap de cultuurhistorisch waardevolle veenontginningsstructuren, militair verdedigingslandschap en watersystemen. Deze historische wortels vormen een stevige basis voor de toekomst. Door de jaren heen is het buitengebied altijd in verandering geweest. Van ontginning en inpoldering van een aantal eeuwen geleden tot de stevige uitbreidingen van de dorpen en bedrijventerreinen in de 20ste eeuw. Ook de komende decennia zal het buitengebied van De Ronde Venen in beweging blijven, vanwege de vele opgaven die spelen, zoals de transitie naar toekomstbestendige landbouw, het hoge aandeel agrariërs zonder opvolging, de bodemdalingsopgave, het opwekken van duurzame energie en de forse opgave in water- en natuurkwaliteit.

Ook in 2040 zien we landbouw op veel plekken nog steeds als belangrijke identiteitsdrager van het buitengebied. Deze landbouw is toekomstbestendig. Dat betekent dat we ons buitengebied zien als plek voor duurzame en toekomstbestendige landbouw, in balans met het natuurlijke bodem- en watersysteem. Zo kunnen we ruimte bieden aan oplossingen voor urgente opgaven die een plek zoeken in het buitengebied, in synergie met passende agrarische activiteiten. Daarnaast wordt ons buitengebied in 2040 in belangrijke mate gekleurd door recreatie, cultuurhistorie en erfgoed en is er plek voor energieopwek. We onderstrepen het belang van een heldere gemeentelijke visie op de toekomst van ons buitengebied en deze ontwikkelen we in lijn met de gesprekken op de provinciale en nationale tafels.

20250612_OntwerpomgevingsvisieDeRondeVenen_Page_39_1.jpg

Strategische kernambitie 3  in het kort: we kiezen voor…

  • a.

    Een toekomstbestendig buitengebied, met de landbouw als drager en hoeder van de kwaliteit van het buitengebied en met een belangrijke rol in de voedselvoorziening.

  • b.

    Actief meedenken met de agrariërs in onze gemeente om werk te maken van een leefbaar, klimaatrobuust en toekomstbestendig buitengebied. Waar nodig en wenselijk bieden we agrariërs hiervoor planologische ruimte.

  • c.

    Een gebiedsgerichte uitwerking van wat een duurzaam en klimaatrobuust buitengebied is dat past bij De Ronde Venen. Zo kunnen we agrariërs in de gemeente duidelijkheid en houvast bieden.

  • d.

    Meer mogelijkheden voor transformatie van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB), met duidelijke kaders over wat waar wel en niet goed past.

  • e.

    Het realiseren van de noodzakelijke natuurontwikkeling, in lijn met landelijke en provinciale doelstellingen.

  • f.

    Het ontwikkelen van een strategie van vernatting en waterberging, vanuit het principe ‘bodem-water-sturend’, op plekken waar dat het hardste nodig is. Op deze plekken zoeken we koppelkansen met natuurontwikkeling en recreatie. De provincie, het waterschap en lokale agrariërs zijn hierin belangrijke strategische partners.

  • g.

    Het koesteren van de landschappelijke en cultuurhistorische waarde van het buitengebied. We borgen daarom dat nieuwe ontwikkelingen aansluiten bij de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten en ze waar mogelijk zelfs versterken.

  • h.

    Het benutten van de grote recreatieve kracht van het buitengebied. Hier bieden we meer ruimte voor nieuwe, alternatieve verdienmodellen.

  • i.

    Het blijven uitdragen, koesteren en beschermen van De Hollandse Waterlinies (UNESCO Werelderfgoed ), waarbij we verkennen hoe we de recreatieve potentie beter kunnen benutten, in harmonie met de cultuurhistorische erfgoedwaarden. We ontwikkelen de Hollandse Waterlinies tot een aantrekkelijk recreatief netwerk.

  • j.

    Het borgen van ons buitengebied als prettig woongebied, zoals in de buurtschappen en linten, waar een goede kwaliteit van leven te vinden is, rustig wonen en een gezonde leefomgeving.

6 Gebiedsgerichte uitwerkingen

20250612_OntwerpomgevingsvisieDeRondeVenen_Page_41.jpg

De Gemeente De Ronde Venen is veelzijdig. De verschillende gebieden in onze gemeente verdienen daarom ook een gebiedsgerichte, integrale aanpak. In dit hoofdstuk vertalen we onze ambities voor De Ronde Venen in gebiedsgerichte keuzes. Op deze manier geven we elke plek in onze gemeente een passende ontwikkelrichting mee voor de toekomst. We onderscheiden in totaal 9 gebieden:

3 gebiedstypen met hun verschillende deelgebieden:

  • a.

    DORPEN

    • 1.

      Grote dorpen

      • i.

        Abcoude

      • ii.

        Mijdrecht

      • iii.

        Vinkeveen

      • iv.

        Wilnis

    • 2.

      Kleine dorpen

      • i.

        Amstelhoek

      • ii.

        Baambrugge

      • iii.

        De Hoef

      • iv.

        Waverveen

  • b.

     WERKLOCATIES

    • 1.

      Bedrijventerrein Mijdrecht

    • 2.

      Lokale bedrijventerreinen

      • i.

        Baambrugge Noord

      • ii.

        Bovenkamp

      • iii.

        Hollandse Kade

      • iv.

        Spoorlaan

      • v.

        Voorbancken

  • c.

    BUITENGEBIED

    • 1.

      Droogmakerijen

      • i.

        Eerste bedijking, Tweede bedijking, Derde Bedijking,

      • ii.

        Wilnis Veldzijde

      • iii.

        Groot-Mijdrecht West, Groot-Mijdrecht Oost

    • 2.

      Veenweidelandschap

      • i.

        Groot Wilnis-Vinkeveen

      • ii.

        Wilnisse Bovenlanden

      • iii.

        Mijdrechtse Bovenlanden en Blokland

      • iv.

        Polder Nellestein

    • 3.

      Angstel- en Gein landschap

      • i.

        Broekzijdse Polder, Baambrugge Oostzijds, Baambrugge Westzijds, Holendrecht-Waardassacker

    • 4.

      Plassengebied

      • i.

        Vinkeveense plassen

      • ii.

        Achterbos West

    • 5.

      Botshol

      • i.

        Botshol

20250612_OntwerpomgevingsvisieDeRondeVenen_Page_43_1.jpg
6.1 Dorpen

Kenschets van deelgebied

De gemeente Ronde Venen heeft anno 2025 in totaal bijna 20.000 huishoudens met circa 45.800 inwoners, grotendeels verspreid over de acht aantrekkelijke dorpen die de gemeente rijk is. De dorpen vallen uiteen in de 4 grote dorpen Abcoude, Mijdrecht, Vinkeveen en Wilnis, met veel voorzieningen, zoals winkels, horeca en sportvoorzieningen. Daarnaast zijn er 4 kleine dorpen met weliswaar een beperkt voorzieningenaanbod, maar met zeer aantrekkelijke woonmilieus: Amstelhoek, Baambrugge, De Hoef en Waverveen. De centrale ligging tussen Amsterdam en Utrecht maakt de dorpen van De Ronde Venen een aantrekkelijke woongemeente, met vooral een sterke binding met Amsterdam als werkgemeente.

Elk dorp in De Ronde Venen heeft duidelijk een eigen ontstaansgeschiedenis en karakter. Toch zien we dat enkele overkoepelende keuzes gelden voor alle dorpen, of specifieker voor alleen de grote dorpen of kleine dorpen. Voor de keuzes geldt dat ze in ieder dorp op een eigen manier kunnen worden vertaald, passend bij het karakter van het betreffende dorp. Zo kan bijvoorbeeld de keuze voor het inrichten van een leefomgeving die een gezonde levensstijl stimuleert, in elk dorp anders worden ingevuld, passend bij de huidige openbare ruimte en de behoeften van inwoners.

Een belangrijke opgave die in alle dorpen speelt, is het bieden van voldoende ruimte voor het inpassen van de woningbouwopgave. Voor de hele gemeente is immers de inzet tot 2040 om 4.800 woningen toe te voegen. Hierbij ligt een specifieke opgave om deze woningbouwontwikkeling in nauwe samenhang te bekijken met de bereikbaarheid van de dorpen; er zijn momenteel al knelpunten met de doorstroming op de N201.Ook andere wegen lopen geregeld vast. Daarnaast speelt in alle dorpen de opgave om de bestaande woningvoorraad te verduurzamen en toekomstbestendig te maken. Een andere belangrijke uitdaging richting de toekomst is het op peil houden van het voorzieningenniveau, waarbij steeds lokale verschillen te duiden zijn over de omvang en invulling van het voorzieningenniveau. Ten slotte is het borgen van voldoende ‘groen en blauw’ een opgave die alle dorpen - groot en klein - van belang is voor de toekomst.

Gebiedsspecifieke keuzes voor alle dorpen:

  • a.

    Elk nieuwbouwplan moet uit 2/3e betaalbaar woningaanbod bestaan. Hieronder verstaan we 30% sociale huur en 36% betaalbare koop of middeldure huur. Op grotere ontwikkellocaties realiseren we altijd een mix van woningtypen en prijsklassen voor verschillende leeftijdsgroepen, huishoudenstypen en inkomensgroepen. Zo werken we aan evenwichtige wijken.

  • b.

    Bij ontwikkeling van de woningvoorraad in De Ronde Venen is het vertrekpunt dat nieuwbouw helpend moet zijn voor lokale woningzoekenden uit De Ronde Venen. Hiertoe nemen we als gemeente in onze huisvestingsverordening voorrangsregels op voor woningzoekenden met binding aan de gemeente of dorp. Daarnaast is de inzet dat nieuwe woningen bijdragen aan de doorstroming. Door aantrekkelijke woningen toe te voegen voor ouderen die nu in een grote woning wonen, kan een verhuisketen op gang komen, waardoor er vervolgens woningen voor gezinnen en starters op de markt komen. Ook bieden we waar mogelijk ruimte aan gemeenschappelijke woonvormen, bijvoorbeeld voor jongeren of ouderen.

  • c.

    Bij de locatiekeuze voor gebiedsontwikkelingen en het opstellen van kaders hiervoor is het principe ’water en bodem sturend’ het vertrekpunt.

  • d.

    Het toevoegen van woningen dient altijd te gebeuren met oog voor de geldende eisen voor duurzaamheid en circulariteit. Hierbij volgen we het Convenant Toekomstbestendig Bouwen, waarbij we inzetten op ambitieniveau brons (m.u.v. de ambities rond de parkeernorm uit het Convenant). Daarnaast dienen nieuwe (gebieds)ontwikkelingen gepaard te gaan met een versterking van de kwaliteit en gebruikswaarde van het landschap (Groen Groeit Mee), de identiteit en ruimtelijke samenhang in de dorpen en de gezondheid en het welzijn van inwoners. Het bestaande groen dient bij de ontwikkeling van nieuwe woningen als belangrijk uitgangspunt.

  • e.

    Naast nieuwbouw gaan we aan de slag met de bestaande woningvoorraad. Dit doen we in samenwerking met onze bewoners en woningcorporaties. Er ligt een stevige opgave in kwaliteitsverbetering, verduurzaming en energiebesparing. Daarom zetten we in op het toekomstbestendig maken van de huidige woningvoorraad. Voor het klimaatadaptief maken van de (bestaande en nieuwe) woningvoorraad, volgen we de afspraken uit het kader Klimaatadaptief Bouwen Utrecht. Ook zien we in de bestaande woningvoorraad kansen voor verdichting. Daarom bieden we mogelijkheden om woningen toe te voegen binnen de bestaande voorraad, bijvoorbeeld door ruimte te bieden aan woningdelen, woningsplitsen, optoppen of transformeren.

  • f.

    We zetten maximaal in op frequent vervoer langs de gestrekte ov-as die vanuit Uithoorn, via Mijdrecht, Wilnis en Vinkeveen naar Breukelen en Amsterdam Bijlmer Arena loopt. Deze as is te zien als hoofdader van onze gemeente waarlangs we wonen, werken en voorzieningen zoveel mogelijk bij elkaar brengen. Om de kwaliteit van deze openbaarvervoer-verbinding te garanderen, zetten we zoveel mogelijk in op het verbeteren van de doorstroming van het openbaar vervoer. Daartoe verkennen we ook de mogelijkheid van vrijliggende infrastructuur voor het openbaar vervoer. We investeren daarnaast in sterke fietsverbindingen en aanvullende vervoersdiensten, zoals deelmobiliteit en flexibel openbaar vervoer. Met deze combinatie ontstaat een sterke keten die zowel de grote en kleine dorpen als de buurtschappen in de gemeente goed bereikbaar houdt.

  • g.

    Bij nieuwe ontwikkelingen in de dorpen hanteren we het STOMP-principe: we kijken eerst naar de mogelijkheden voor de voetganger (Stappen) en vervolgens de fietser (Trappen), ov en MaaS (Mobility as a Service: deelmobiliteit) en als laatste de privé-auto. Hieraan gekoppeld investeren we met prioriteit in het verbeteren van het fietsnetwerk in onze gemeente.

  • h.

    We faciliteren elektrische mobiliteit en zetten daarom in alle dorpen in op een toereikende laadinfrastructuur, zowel voor de auto als de fiets.

  • i.

    We zetten ons in voor een openbare ruimte die ontmoeting, ontspanning en bewegen stimuleert, onder andere door te borgen dat er voldoende groen, ontmoetingsplekken en sport- en speelvoorzieningen dicht bij huis zijn. Bij de inrichting van onze leefomgeving kiezen we voor ontwikkelingen die een gezonde en veilige leefomgeving versterken en gezondheidsschade en veiligheidsrisico’s zoveel mogelijk voorkomen. Ook zetten we in op het aanleggen van meer wandelverbindingen vanuit de dorpen naar het buitengebied om ommetjes te faciliteren. De exacte vorm van deze wandelverbindingen kan op basis van de karakteristieken van het landschap en de intensiteit van het gebruik verschillen per dorp.

  • j.

    We maken ons energiesysteem qua netcapaciteit gereed voor de toekomst. We zorgen dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen inspelen op het optimaliseren van het energiesysteem, bijvoorbeeld door zoveel mogelijk energie lokaal op te wekken en te gebruiken.

  • k.

    We stimuleren duurzame energieopwekking via lokale initiatieven, zoals via energiecoöperaties.

  • l.

    We zetten in op een veilige en gezonde leefomgeving. Zo houden we in gebiedsontwikkelingen - bijvoorbeeld via zonering - slim rekening met lucht-en geluidsoverlast door bijvoorbeeld (lucht)verkeer. Daarnaast nemen we bij nieuwbouw bij loodverontreiniging in de bodem extra maatregelen, indien nodig ook bij hoeveelheden onder de interventiewaarde. Hiervoor werken we samen met de GGD.

Omgevingsveiligheid

In onze gemeente is het garanderen van (externe) veiligheid altijd een randvoorwaarde bij (nieuwe) ontwikkelingen. We willen risico’s voorkomen en daarom sturen we op Omgevingsveiligheid.

Hiertoe hanteren we als gemeente de volgende uitgangspunten:

  • a.

     In onze gemeente vormt (externe) veiligheid een belangrijk uitgangspunt bij (nieuwe) ontwikkelingen. We willen risico’s zo veel mogelijk voorkomen en daarom sturen we op externe veiligheid.

  • b.

    In onze gemeente werken we nauw samen met de Veiligheidsregio Utrecht om ervoor te zorgen dat de risico’s van activiteiten beheersbaar zijn.

  • c.

    De risico’s voor de omgeving door het gebruik en vervoer van risicovolle stoffen en materialen bij activiteiten en nieuwe ontwikkelingen, zoals duurzame energie, zijn beheersbaar.

  • d.

    We houden rekening met het aantal personen dat wordt blootgesteld aan deze risico’s.

  • e.

    Een risico is onaanvaardbaar als de mogelijkheden van zelfredzaamheid en beheersbaarheid van een ramp ontoereikend worden geacht.

  • f.

    Nieuwe risicobedrijven staan we slechts toe op de aangewezen bedrijventerreinen.

  • g.

    We houden rekening met de aandachtsgebieden die voor brand, explosies en gifwolken gelden. Voor lokale wegen waar gevaarlijke stoffen over worden vervoerd, stellen we veiligheidszones vast als de vervoersaantallen hiervoor aanleiding geven.

  • h.

    We vinden het niet wenselijk dat zeer kwetsbare objecten en locaties, bijvoorbeeld ten behoeve van personen met een verminderde zelfredzaamheid, zich bevinden in het aandachtsgebied van risicobronnen. Voor bestaande situaties streven we naar het verbeteren of opheffen van de risico’s.

  • i.

    In het kader van overstromingsrisico’s wordt rekening gehouden met het toedelen van functies aan gebouwen en locaties, bijvoorbeeld als het gaat om kritieke nutsvoorzieningen en infrastructuur. Dit vormt ook een belangrijk uitgangspunt met betrekking tot de energietransitie. 

  • j.

    We vinden het belangrijk dat de rampenbestrijding en de beheersbaarheid van een ramp op orde zijn. Daarom betrekken we de Veiligheidsregio bij de start van een ruimtelijke ontwikkeling binnen aandachtsgebieden.

6.1.1 Grote dorpen

Kenschets van deelgebied

Gemeente De Ronde Venen kent 4 grote dorpen, verdeeld in 2 grote ‘clusters’. Mijdrecht, Wilnis en Vinkeveen aan de westzijde van de A2 en Abcoude aan de oostzijde ervan.

Mijdrecht is het grootste dorp van de gemeente en kent momenteel een centrumfunctie aan de westzijde. Het is van oorsprong een lintdorp, net als veel andere dorpen in de droogmakerijen van De Ronde Venen. Door de explosieve groei van het stedelijk gebied in de jaren ‘70 en ‘80 – met zowel wonen als werken – is het uitgegroeid tot een kern van formaat met veel woningen, voorzieningen en werkgelegenheid. De komende jaren wordt er aan de westzijde van Mijdrecht gewerkt aan woningbouw op de uitleglocatie Oosterland.

Het dorp Wilnis heeft een rustige, historische kern, maar kent ook een aantal naoorlogse wijken. Het heeft een dagelijkse voorzieningen in het dorp en is voor een groot deel ook afhankelijk van Mijdrecht. De afgelopen decennia is Wilnis steeds meer naar Mijdrecht toegegroeid. Tussen het Bedrijventerrein Mijdrecht en het oorspronkelijke lint van Wilnis ligt nog een open ruimte; de driehoek. Wilnis heeft de afgelopen jaren een bescheiden groei doorgemaakt door de oplevering van de Maricken I en blijft doorgroeien, met name door de bouw van de Maricken II.

Vinkeveen is het ‘dorp aan de plassen’ met een duidelijk recreatief en watergerelateerd imago. De afgelopen jaren is er gewerkt om de relatie met het water te verbeteren. Vinkeveen is ook ontstaan vanuit ontginningslinten maar is na de oorlog ook stevig verder gegroeid in de vorm van de wijken Zuiderwaard en Westerheul. In het dorp zijn dagelijkse en maatschappelijke voorzieningen aanwezig, en langs de Vinkeveense plassen zijn veel luxe woningen gebouwd. De (recreatieve) voorzieningen en het unieke landschap zijn nog steeds belangrijke redenen waarom mensen graag in het dorp wonen of de directe omgeving bezoeken.

Aan de oostzijde van de A2 is het in Abcoude gemoedelijk wonen in een dorpse sfeer. Het dorp ademt dankzij zijn rijke geschiedenis een duidelijker historisch karakter, dat zich uit in de architectuur en ruimtelijke opzet van het dorp. Dit unieke karakter – in combinatie met de ligging in een groene omgeving op een steenworp afstand van Amsterdam, inclusief uitstekende ov-verbindingen – maakt Abcoude al jaren een aantrekkelijk en zeer gewild dorp om te wonen.

De belangrijkste ruimtelijke opgave tot 2040 voor de grote dorpen Abcoude, Mijdrecht, Vinkeveen en Wilnis is het huisvesten van een significant deel van de groeiopgave van de gemeente; deels binnenstedelijk, maar deels ook buitenstedelijk. Dit vraagt afwegingen waar en op welke manier er ruimte geboden moet worden voor woningbouw. Het borgen van voldoende groen in en om de dorpen, met voldoende kwaliteit, is hierbij een belangrijke uitdaging. Het sturen op de voorzieningenstructuur en het bereikbaar houden van de (voorzieningen in de) grote dorpen - en daarbij voldoende passende alternatieven voor de auto ontwikkelen - is een andere belangrijke opgave voor de toekomst.

20250612_OntwerpomgevingsvisieDeRondeVenen_Page_48_1.jpg

Gebiedsspecifieke keuzes voor de grote dorpen:

  • a.

    We kiezen voor groei van de 4 dorpen Abcoude, Mijdrecht, Vinkeveen en Wilnis. Tot 2030 staan er voor de 4 grote dorpen reeds woningbouwontwikkelingen gepland, zoals Oosterland (Mijdrecht), Maricken II (Wilnis), Centrumplan (Vinkeveen) en de Bon-gronden (Abcoude). We kiezen ervoor om deze eerst verder uit te werken.

  • b.

    Voor de woningbouwopgave ná 2030 bewandelen we twee sporen:

    • 1.

      We spannen ons maximaal in om voor deze woningbouwopgave eerst zoveel mogelijk te kijken naar locaties binnen de bestaande dorpen. Goed bereikbare locaties in de buurt van voorzieningen genieten de voorkeur. Daartoe zetten we in op verdichting en transformatie. Waar mogelijk kijken we ook naar ‘middenbouw’: gestapelde bouw met compacte woonvormen die past bij de schaal van De Ronde Venen.

    • 2.

      Voor de resterende opgave die niet past binnen bestaande dorspcontouren kiezen we voor een clustering van beperkte dorpsuitbreidingen rond de dorpen: Mijdrecht en Abcoude.

      • i.

        In Mijdrecht zetten we voor de periode na 2030 in op een uitbreidingslocatie aan de westzijde van het dorp bij Hofland.

      • ii.

        Bij Abcoude verkennen we voor de periode na 2030 de mogelijkheden voor uitbreidingslocaties rond Abcoude-Zuidwest.

  • c.

    Bij de locatiekeuze voor de woningbouwopgave houden we zoveel mogelijk rekening met de verkeersdoorstroming en bereikbaarheid van de gemeente. Daartoe hanteren we een aanpak met de volgende onderdelen:

    • 1.

      De inzet is om te bouwen op locaties die de (potentiële) knelpunten zo min mogelijk verzwaren.

    • 2.

      Gekoppeld aan de uitbreidingslocatie aan de westkant van Mijdrecht onderzoeken we de mogelijkheden voor een nieuwe aansluiting op de N201.

    • 3.

      We investeren in nieuwe en verbeterde fietsverbindingen en volwaardig openbaar vervoer als alternatief voor de auto. Om de doorstroming van het ov te verbeteren, verkennen we - zoals eerder gezegd - ook de mogelijkheid van vrijliggende infrastructuur voor het openbaar vervoer.

    • 4.

      We verkennen de mogelijkheden om doorgaand vrachtverkeer via het hoofdwegennet (A2, A9) te leiden.

  • d.

    In de 4 grote dorpen kiezen we voor een divers woningbouwprogramma dat aansluit op de wensen en behoeften van verschillende doelgroepen: gezinnen, starters en ouderen. In het bijzonder gaat aandacht uit naar de realisatie van betaalbare woningen, het faciliteren van doorstroming voor ouderen en het ruimte bieden aan nieuwe gezinnen. Daarnaast laten we de opgave om zorggeschiktewoningen toe te voegen in De Ronde Venen landen in de 4 grote dorpen, vanwege het aanwezige voorzieningenniveau. Zo faciliteren we dat inwoners zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen in hun eigen vertrouwde omgeving. We werken hieraan door in te zetten op voldoende passende en toegankelijke woningen en geclusterdewoonvormen voor senioren en mensen met een zorgvraag, waarbij de nodige zorg- en ondersteuningsdiensten lokaal beschikbaar zijn. Hierbij benutten we ook kansen voor nieuwe (collectieve) woonconcepten voor ouderen.

  • e.

    Nieuwe ontwikkelingen - denk aan nieuwbouw, verdichting of transformatie, versterken het karakter van Abcoude, Mijdrecht, Vinkeveen en Wilnis als meer dynamische en dorps-stedelijke woonmilieus.

  • f.

    Bij de locatiekeuze voor woningbouw en het opstellen van kaders voor woningbouwontwikkelingen is het principe ’water en bodem sturend’ het vertrekpunt. Dat betekent dat we bij de locatiekeuze zeer kwetsbare gebieden voor overstroming en bodemdaling zoveel mogelijk mijden. Indien mijden echt niet kan, treffen we maatregelen om de negatieve effecten van de water en bodemvraagstukken tegen te gaan. Denk bijvoorbeeld aan het bouwen op een terp of het zettingsarm maken van de ondergrond. Dit leidt bijvoorbeeld tot de keuze om het gebied tussen Wilnis en Vinkeveen niet verder te bebouwen.

  • g.

    We koesteren het groen-blauwe karakter in en om de dorpen, ook - of juist - met het oog op de toenemende woningdruk. Zo zetten we in op het behouden van het bestaande, open landschap tussen Wilnis en Mijdrecht, benutten we dit als groene buffer tussen de dorpen met een eigen identiteit en vergroten we hier de recreatieve gebruiksmogelijkheden. Daarnaast zijn we zuinig op de waardevolle dorpsgroenvoorzieningen binnen de dorpen, zoals het Hugo de Vriespark in Abcoude, Park De Meijert en Wickelhofpark in Mijdrecht, het Speelwoud in Wilnis en het Zwanenpark in Vinkeveen. ‘Ook kleinere groene plekken hebben onze aandacht. We focussen bij het groen zowel op  kwantiteit als kwaliteit, waarbij we extra aandacht besteden aan hoe het groen ook daadwerkelijk door bewoners gebruikt kan worden en de mate waarin het groen bijdraagt aan verkoeling (bomen, schaduw). Specifiek voor de oostzijde van Wilnis zoeken we samen met eigenaren naar mogelijkheden om met vergroenen en verblauwen bij te dragen aan de ecologische verbinding die het dorp hier in noord-zuid richting doorkruist.

  • h.

    We verbeteren de fietsbereikbaarheid van en naar de grote dorpen.

    • 1.

      Enerzijds investeren we in het fietsnetwerk naar de regionale (ov-)knopen. Hiertoe zetten we in op het comfortabel, aantrekkelijk en veilig maken van de volgende regionale fietsroutes:

      • i.

        Mijdrecht - Uithoorn

      • ii.

        Utrecht - Baambrugge - Abcoude - Amsterdam (van Dom tot Dam route)

      • iii.

        Vinkeveen - Baambrugge (als aansluiting op van Dom tot Dam route)

      • iv.

        Wilnis/Vinkeveen - Breukelen

      • v.

        Wilnis - Woerden

    • 2.

      Anderzijds investeren we in het onderlinge fietsnetwerk tussen de (grote) dorpen. Hiertoe zetten we in op het comfortabel, aantrekkelijk en veilig maken van de fietsroutes zoals indicatief weergegeven op de visiekaart.

    Bij het verbeteren van de fietsbereikbaarheid vormt het verbeteren van de verkeersveiligheid voor de fietser een integraal onderdeel. Voor iedere verbinding verkennen we op maat welke maatregelen hierbij het beste passen en welke mogelijkheden er zijn om de verkeersveiligheid te verbeteren. Op sommige plekken gaat dit over de combinatie met landbouwverkeer. Op andere plekken gaat dit over de combinatie met recreanten en bezoekers, zoals bij Achterbos in Vinkeveen. Per deelgebied wordt hiervoor een belangenafweging gemaakt.

  • i.

    In elk van de 4 dorpen zetten we in op een mobiliteitshub die past bij de maat, doelgroep en het voorzieningenaanbod van de kern. Deze plek is uitstekend aangetakt op het fietsnetwerk en hier komen verschillende modaliteiten samen, zoals (flex)bushaltes, deelvervoer, veilige stallingsmogelijkheden en oplaadpunten voor e-bikes. Specifiek voor Abcoude kiezen we voor het ontwikkelen van het stationsgebied tot buitenpoort voor de regio. Specifiek voor Vinkeveen kiezen we voor een meer lokale mobiliteitshub die vooral bijdraagt aan de bereikbaarheid voor de eigen inwoners.

  • j.

    Abcoude, Mijdrecht, Vinkeveen en Wilnis zijn de voorzieningenkernen in onze gemeente. Richting 2040 zetten we in op verdere concentratie van voorzieningen (maatschappelijke voorzieningen, detailhandel, horeca) in Mijdrecht, Vinkeveen, Abcoude en Wilnis. Hierbij ligt het zwaartepunt aan voorzieningen in Mijdrecht en Abcoude. In de 4 grote dorpen zetten we ons in om een zogeheten dorpshuis of ‘Multifunctionele Accommodatie’ te faciliteren. Specifiek voor Abcoude geldt dat er expliciete aandacht uitgaat naar het compact en aantrekkelijk houden van de winkelstructuur.

  • k.

    We zetten in op een klimaatrobuuste inrichting van de openbare ruimte. Waarbij de nadruk ligt op waterberging en het vergroenen van de dorpen, ter voorkoming van hittestress en wateroverlast. Hiertoe zullen we, ook bij verdichtingsprojecten, zuinig zijn op de bestaande groenstructuren in de dorpen, inzetten op het verwijderen van onnodige verharding en toezien op het creëren van voldoende schaduwrijke plekken. Daarbij gaan we ook in gesprek met eigenaren van privétuinen om hier een rol in te vervullen. Vanuit gezondheidsoogpunt (tegengaan van hittestress) geven we hierbij extra prioriteit aan buurten met kwetsbare ouderen en aan gebieden met zorggeschikte- en geclusterde woningen.

  • l.

    We koesteren en versterken de monumenten en het erfgoed in de dorpen. We zoeken hierbij de koppeling met de verduurzamings- en verdichtingsopgave. Voor het beschermd dorpsgezicht Abcoude geldt dat we kiezen voor een strategie van behoud door ontwikkeling. We zetten de toekomst niet op slot, maar zoeken naar manieren om via het inpassen van nieuwe en eigentijdse functies bij te dragen aan het versterken van de cultuurhistorische kwaliteiten.

6.1.2 Kleine dorpen

Kenschets van deelgebied

De gemeente kent 4 kleine dorpen verspreid over de gemeente, met Amstelhoek, De Hoef aan de westgrens van de gemeente, Waverveen in het hart van de droogmakerij tussen Mijdrecht en de Vinkeveense Plassen en Baambrugge ten oosten van de A2.

Amstelhoek is een klein dorp in het uiterste noordwesten van de gemeente aan de Amstel. Het ontwikkelde zich bij een brug over de Amstel en omvatte aanvankelijk alleen een buurtschap dat Mennonietenbuurt heette. Door de jaren ontwikkelde zich het dorp zich vooral ten noorden van de Mijdrechtse Zuwe. Deze kern stond vanaf de 20e eeuw bekend als Amstelhoek, naar de bocht in de rivier. Tegenwoordig wordt Mennonietenbuurt als onderdeel van Amstelhoek gezien en telt het dorp anno 2024 zo’n 1.000 inwoners. Het ligt op de provinciegrens met Noord-Holland en daarmee direct tegen de grotere kern en gemeente Uithoorn aan. Het is voor de voorzieningen in sterke mate gericht op Uithoorn, maar beschikt zelf over een buurtvereniging, een café, een kleine supermarkt, een evenementenlocatie in de voormalige kerk en diverse kleine bedrijfjes.

Iets zuidelijker ligt het lintdorp De Hoef. Het dankt zijn naam aan de plek langs de Kromme Mijdrecht waar het ontstond: hier leek de vorm van de rivier op de hoef van een paard. Het dorp ontwikkelde zich door de jaren heen aanvankelijk met name in de lengte (langs beide zijden van de rivier). Omdat de Kromme Mijdrecht de provinciegrens vormt, ligt het kleinere, westelijke deel van De Hoef in Zuid-Holland. In recentere jaren is het dorp ook meer ‘in de breedte’ gegroeid ten opzichte van de rivier, met name rond de Merelslag. Het Utrechtse deel van De Hoef heeft anno 2024 zo’n 900 inwoners en beschikt over een kerk, gemeenschapshuis, basisschool, een pannenkoekenrestaurant en enkele bedrijven, waaronder een zand-en grindhandel.

Waverveen ligt midden in de droogmakerij en is een echt lintdorp. Het ontleent zijn naam aan het ten noorden van het dorp gelegen riviertje de Waver. Waverveen lag oorspronkelijk in agrarisch gebied, waarvan de omgeving vanaf de 17e eeuw werd verveend voor turfwinning. Hierdoor ontstonden grote plassen ten noorden en zuiden van het dorp. Toen de plassen werden drooggemalen kwam het dorp hoger te liggen dan de omgeving, aan een smalle dijk die Polder Groot Mijdrecht in tweeën deelt. Vrijwel alle bebouwing gelegen aan de Cliffordweg die over de dijk loopt, op de woningen aan de Selijnsweg na. Het dorp telt tegenwoordig zo’n 800 inwoners en heeft, op de Hervormde Kerk, een boerderijautomaat en wat kleine bedrijvigheid na, geen voorzieningen.

Aan de andere zijde van de A2, aan de rivier de Angstel en ten zuiden van het grotere Abcoude, ligt Baambrugge. Het ontwikkelde zich als rivierlintdorp aan beide zijden van de Angstel, met het oudste deel aan de westzijde van de rivier. Vanaf de 17e eeuw verdichtte de bebouwing van het dorp steeds verder door het ontstaan van buitenplaatsen langs de Angstel en ontstond een zeer karakteristiek dorp, met een inmiddels beschermd dorpsgezicht als bijzondere kwaliteit. Vanaf de tweede helft van de 20e eeuw breidt het dorp verder landinwaarts uit. Het kent vandaag de dag zo’n 1.500 inwoners en diverse voorzieningen, zoals een basisschool, dorpshuis, een door het dorp zelf gerunde supermarkt en een tennisvereniging. Voor de overige voorzieningen is Baambrugge met name gericht op Abcoude.

Specifiek voor de kleinere dorpen in De Ronde Venen ligt er een opgave om de leefbaarheid en vitaliteit van de gemeenschappen op peil te houden. Hieraan zou (kleinschalige) woningbouw ook een bijdrage kunnen leveren. Een andere uitdaging is om de richting de toekomst te zorgen dat vanuit de kleine dorpen de omliggende voorzieningen goed toegankelijk en bereikbaar blijven.

20250612_OntwerpomgevingsvisieDeRondeVenen_Page_53_1.jpg

Gebiedsspecifieke keuzes voor de kleine dorpen:

  • a.

    We kiezen voor kleinschalige groei in de 4 kleine dorpen om bij te dragen aan de vitaliteit van de gemeenschap. We maken daarom kleinschalige ontwikkelingen mogelijk, passend bij de schaal van het dorp en de lokale behoefte. Hierbij kijken we eerst naar mogelijkheden voor verdichting en transformatie binnen de bestaande dorpscontouren. Daarnaast is er via maatwerk de mogelijkheid voor het kwalitatief afhechten van de dorpsranden via een ‘straatje erbij’. Hierbij geldt dat de noodzaak van woningbouw een randvoorwaarde vormt, evenals de meerwaarde die een ontwikkeling biedt voor het dorp en de mate waarin het aansluit op de behoefte vanuit het dorp. Specifiek voor Amstelhoek geldt dat we inzetten op enigszins grootschaligere uitbreiding, vanwege de strategische ligging aan de gestrekte ov-as met de nabijheid van de tramhalte Uithoorn. Hiervoor zullen we als gemeente nauwe afstemming zoeken met de gemeente Uithoorn. Omdat Amstelhoek zelf over relatief weinig voorzieningen beschikt, ligt hier de focus hoofdzakelijk op doelgroepen die goed in staat zijn om gebruik te maken van voorzieningen elders, zoals in Uithoorn.

  • b.

    Nieuwe ontwikkelingen - denk aan nieuwbouw, verdichting of transformatie, versterken het karakter van Amstelhoek, Baambrugge, De Hoef en Waverveen als rustige, landelijke woonmilieus.

  • c.

    In Amstelhoek zetten we in op het nadrukkelijker meeprofiteren van de nabijgelegen tramhalte Uithoorn-centrum en de verbinding van de Uithoornlijn met Amstelveen en Amsterdam-Zuid. We zoeken de samenwerking op met de gemeente Uithoorn om te werken aan het opwaarderen van de tramhalte tot ov-knooppunt rond de busbrug Uithoorn - waarbij we inzetten op een goede verbinding over de Amstel voor voetgangers en fietsers - en het ontwikkelen van een buitenpoort voor de regio vanuit waar recreanten kunnen overstappen op andere vervoersvormen om de nabijgelegen Hollandse Waterlinies (Stelling van Amsterdam) en haar forten te verkennen.

  • d.

    Voor Amstelhoek, Baambrugge, De Hoef en Waverveen zetten we in op het verbeteren van de bereikbaarheid en nabijheid van voorzieningen in de 4 grote dorpen via veilige, snelle en waar mogelijk vrijliggende fietspaden en kleinschalige mobiliteitshubs in elk dorp. Bij deze hubs komen (flex)bushaltes en deelvervoer samen.

  • e.

    Elk van de 4 kleine dorpen houdt minimaal 1 ontmoetingsplek per dorp. Deze zijn passend bij de schaal van het dorp – bijvoorbeeld groene zitplekken in de openbare ruimte, een kleinschalige sportaccommodatie of een dorpshuiskamer. Verder blijven we als gemeente lokale initiatieven faciliteren in de kleine dorpen. Hierbij zijn ook ‘mobiele voorzieningen’ denkbaar, bijvoorbeeld een mobiele bibliotheek. Hierbij vormen de inzet en draagkracht van vrijwilligers en het daadwerkelijk gebruik ervan belangrijke randvoorwaarden.

  • f.

    We zetten in op een klimaatrobuuste inrichting van de openbare ruimte. Waarbij de nadruk ligt op waterberging en het vergroenen van de dorpen, ter voorkoming van hittestress en wateroverlast. Hiertoe zullen we, ook bij verdichtingsprojecten, zuinig zijn op de bestaande groenstructuren in de dorpen, inzetten op het verwijderen van onnodige verharding en toezien op het creëren van voldoende schaduwrijke plekken. Daarbij gaan we ook in gesprek met eigenaren van privétuinen om hier een rol in te vervullen.

  • g.

    In alle dorpen geldt dat we inzetten op het behoud van de cultuurhistorische waarden en een zorgvuldige omgang hiermee bij eventuele ontwikkelingen. Dit geldt in het bijzonder voor Baambrugge, waarvan een groot deel is aangewezen als beschermd dorpsgezicht. We zetten in op ‘behoud door ontwikkeling’. We geven historische bebouwing bestaansrecht door nieuwe functies toe te staan wanneer dit nodig is, zolang deze geen afbreuk doen aan de historische waarden. Hierbij onderscheiden we, in het geval van Baambrugge, het deel van het beschermd dorpsgezicht dat in de dorpskern is gelegen en het deel dat gelegen is in het landelijk gebied. Voor De Hoef geldt dat hierbij speciale aandacht uitgaat naar het borgen van de publieke waarde van de Kromme Mijdrecht: hiertoe zetten we in op het behoud van doorkijkjes, beleefbaarheid en de toegankelijkheid voor wandelaars.

6.2 Werklocaties

Kenschets van deelgebied

De bedrijventerreinen van De Ronde Venen zijn van groot sociaaleconomisch belang: ruim een derde van de banen in de gemeente bevindt zich op een van de bedrijventerreinen en een groot deel van die banen wordt ingevuld door inwoners uit de gemeente zelf. De lokale betrokkenheid van de ondernemers is groot, met tegelijkertijd een duidelijke binding met Amsterdam en Utrecht. Van de bedrijventerreinen is Bedrijventerrein Mijdrecht verreweg de grootste met een netto oppervlakte van zo’n 144 hectare (netto). De overige, lokale bedrijventerreinen in de gemeente zijn relatief kleinschalig, tot zo’n 5 hectare netto. Ondanks dat alle bedrijventerreinen een eigen profiel hebben, zijn er enkele duidelijke overkoepelende keuzes te benoemen voor alle bedrijventerreinen. Gezien het onderscheid in maat, schaal en karakter worden daarnaast nog keuzes nader gespecificeerd voor Bedrijventerrein Mijdrecht en de lokale bedrijventerreinen.

De groeiende economie in de gemeente leidt tot een toenemende ruimtevraag voor bedrijven. Dit gaat zowel over ruimte voor uitbreiding van bestaande bedrijven als over nieuwe bedrijven die een plek zoeken. Deze ruimtevraag speelt op alle bedrijventerreinen in De Ronde Venen. Tegelijkertijd wil de gemeente zorgvuldig met ruimte omgaan en liggen op de bestaande terreinen uitdagingen om de terreinen toekomstbestendig, veilig en aantrekkelijk te houden. Daarbij is het verduurzamen van de terreinen en het tegengaan van netcongestie voor gebruikers ervan een grote opgave voor de toekomst, wat keuzes en ruimte vraagt, evenals het klimaatadaptief maken van de terreinen.

Gebiedsspecifieke keuzes voor alle werklocaties:

  • a.

    We zetten in op het behouden van voldoende, passende ruimte op de werklocaties zodat er ook in de toekomst ruimte is om te (blijven) ondernemen in De Ronde Venen. We kiezen voor het toekomstbestendig maken van onze bestaande bedrijventerreinen en het duurzaam ontwikkelen van nieuw bedrijventerreinareaal op Bedrijventerrein Mijdrecht. Hierbij zetten we in op het verduurzamen van onze bedrijventerreinen en zetten we in op het beter benutten van de bouwvlakken, bouwhoogtes en milieuruimte. Hiertoe stellen we als gemeente per bedrijventerrein randvoorwaarden op, waarbij bijvoorbeeld goed wordt gekeken naar de bestaande karakteristiek van het bedrijventerrein en directe omgeving in relatie tot geschikte locaties om hoger te bouwen.

  • b.

    Het toevoegen van bedrijfspanden op de bedrijventerreinen dient altijd te gebeuren met oog voor de geldende eisen voor duurzaamheid en circulariteit. Hierbij volgen we het Convenant Toekomstbestendig Bouwen, waarbij we inzetten op ambitieniveau brons.

  • c.

    We zetten op de bedrijventerreinen in op het zoveel mogelijk zelf duurzaam opwekken van de benodigde energie, bijvoorbeeld door het benutten van de daken voor zonne-energie van zowel bestaande als nieuwe bedrijven. Hiervoor geven we in de toekomst duidelijke kaders mee. Hierbij houden we oog voor eventuele nieuwe, innovatieve vormen van duurzame energie-opwek in de toekomst.

  • d.

    We zetten in op kwaliteitsverbetering van alle bedrijventerreinen in De Ronde Venen door aan de slag te gaan met herstructurering, revitalisering, vergroening, verblauwing en het vergroten van de biodiversiteit.

  • e.

    Als gemeente zetten we in op een betere fiets- en ov-bereikbaarheid van de werklocaties. Hiertoe stimuleren we als gemeente initiatieven voor deelmobiliteit op de werklocaties. Daarnaast kiezen we voor het verbeteren van de verkeersveiligheid op de terreinen voor fietsers en wandelaar. Dit werken we nader uit in een uitvoeringsplan mobiliteit.

  • f.

    Met het oog op de transitie naar duurzamemobiliteit werken we aan een toereikende laadinfrastructuur op de werklocaties, zowel voor de (vracht)auto als voor de fiets.

  • g.

    We staan geen nieuwe bedrijfswoningen toe op onze bedrijventerreinen.

6.2.1 Bedrijventerrein Mijdrecht

Kenschets van deelgebied

Bedrijventerrein Mijdrecht is niet alleen het grootste bedrijventerrein van de gemeente, het is ook een van de grootste werklocaties van de provincie. Het bedrijventerrein is hét visitekaartje voor de sectoren (maak)industrie, vervoer, opslag en groothandel binnen de gemeente. Het is ruim 144 hectare groot en kent zowel lokaal en regionaal georiënteerde bedrijvigheid. Het terrein kenmerkt zich door een relatief goede ontsluiting via de N201. Het terrein kent verschillende gezichten en is daarom onderverdeeld in 4 deelgebieden, met elk hun eigen profiel. Overkoepelend kent het bedrijventerrein een mix aan ruimte voor lage milieucategorieën - kantoor- en dienstverlening - en hoge milieucategorieën, tot en met categorie 4.

In deelgebied S.C. Johnson is het gelijknamige bedrijf de grootste speler en beeldbepaler. Het deelgebied omvat zo’n 32 hectare en richt zich primair op de chemische industrie. Daarmee opereert het bedrijf in de zware milieucategorieën en kent het grote veiligheidscontouren.

Deelgebied Werkeiland en Oost beslaat zo’n 38 hectare. Hier zijn veel kleinschalige en middelgrote ondernemingen te vinden. Hier zitten relatief veel bedrijven die kantoorfuncties huisvesten.

In deelgebied Industrieweg Noord is relatief veel bedrijvigheid in de groothandel, industriële activiteiten en bouw te vinden. Het deelgebied is zo’n 46 hectare groot en kent daarnaast ook een perifere detailhandelsvestiging. Er wordt ruimte geboden aan zwaardere milieu-activiteiten, tot en met categorie 5.

Het deelgebied Industrieweg Zuid is sterk gericht op sector logistiek en groothandel en bevat eveneens perifere detailhandelsvestigingen. Het deelgebied is met circa 54 hectare het grootste deelgebied van Bedrijventerrein Mijdrecht. Er wordt ruimte geboden aan zwaardere bedrijvigheid, tot en met milieucategorie 4.

Ten noorden van Bedrijventerrein Mijdrecht ligt een uitbreidingsopgave richting de toekomst. Daarnaast liggen er diverse uitdagingen met betrekking tot het verduurzamen en toekomstbestendig maken van het bestaande gebied. Hierbij gaat het om bijvoorbeeld vergroenen en wateropvang op zowel het bestaande als nieuwe bedrijventerrein envooral ook het creëren van ruimte voor de circulaire economie en het verder intensiveren van het bestaande terrein om optimaal gebruik te maken van de beschikbare ruimte. Ten slotte vormen het op peil houden van de bereikbaarheid en opwek van duurzame energie en tegengaan van netcongestie belangrijke aandachtspunten.

20250612_OntwerpomgevingsvisieDeRondeVenen_Page_58_1.jpg

Gebiedsspecifieke keuzes voor Bedrijventerrein Mijdrecht:

  • a.

    We zetten in op versterking van Bedrijventerrein Mijdrecht tot hét economisch cluster van de gemeente met de focus op het lokale MKB. Daarbij geven we als gemeente prioriteit aan het faciliteren van (circulaire) bedrijven met een lokale binding of oorsprong en/of bedrijven die lokale ketens versterken. We stimuleren samenwerking tussen ondernemers en gebouweigenaren op het bedrijventerrein om de kansen te vergroten richting de overstap naar aardgasvrij en een circulaire economie. Ook maken we de bijdrage aan het beoogde profiel, onder andere wat betreft de beoogde types bedrijvigheid, van Bedrijventerrein Mijdrecht en de lokale meerwaarde tot onderdeel van het afwegingskader.

  • b.

    We kiezen voor uitbreiding van het bedrijventerrein met 12 hectare netto, onder de noemer De Bocht. Deze ruimte is nodig om primair te voorzien in doorgroeimogelijkheden van huidige, lokale bedrijven. Voor deze uitbreiding kijken we primair naar ruimte aan de noordzijde van het huidige bedrijventerrein. Dit betreft het deel tussen het huidige bedrijventerrein en het toekomstige tracé van de omgelegde N201(deze omlegging werken we in samenwerking met de provincie nader uit). Bij uitgifte van deze nieuwe kavels stellen we en uitgifteprotocol op. Hierin geven we duidelijke kaders mee op het gebied van type bedrijvigheid en milieucontouren, alsook op het vlak van  duurzaamheid, circulariteit, vergroening en waterberging. Dit laatste vergroot de landschappelijke kwaliteit van het bedrijventerrein en draagt ook positief bij aan klimaatadaptatie. De uitbreiding van bedrijventerrein De Bocht wordt gekoppeld aan het strekken van de huidige bocht in de N201, wat de doorstroming, leefbaarheid en verkeersveiligheid bevordert.

  • c.

    Op Bedrijventerrein Mijdrecht zien we nog onbenutte ruimte. Dit betreft met name onbenutte bouwhoogte. Om het bedrijventerrein naar de toekomst toe beter te benutten, kiezen we voor een strategie van intensiveren. Hiertoe zullen we met ondernemers het gesprek aan gaan.

  • d.

    We koppelen het sleutelen aan Bedrijventerrein Mijdrecht (zowel qua uitbreiding als de inzet op herstructureren, revitaliseren, vergroenen en verblauwen) aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het bedrijventerrein tot aantrekkelijke entree van het dorp bij de Mijdrechtse Dwarsweg/Industrieweg. Onderdeel hiervan is ook het optimaliseren van de verkeerssituatie bij de Mijdrechtse Dwarsweg/Industrieweg. In het Uitvoeringsplan Bedrijventerrein Mijdrecht krijgen deze wegen specifieke aandacht om te verkennen welke maatregelen hiervoor ingezet kunnen worden.

  • e.

    We zetten op Bedrijventerrein Mijdrecht in op het behouden van de huidige milieuruimte. We stimuleren dat het juiste bedrijf op de juiste locatie terecht komt. Hiervoor zoeken we de samenwerking met ondernemers en andere belanghebbenden, zoals de Veiligheidsregio Utrecht, op. Dit werkt 2 kanten op. Enerzijds borgen we dat bedrijven met een hoge milieucategorie zich op meer afstand van de woongebieden (gaan) bevinden. Anderzijds stimuleren we bedrijven die hun milieuruimte nu niet gebruiken - bijvoorbeeld doordat ze meer kantoorfuncties herbergen of een sportschool - te verplaatsen naar plekken in het dorpscentrum, zodat deze ruimte op het bedrijventerrein benut kan worden voor de bedrijven die die (milieu)ruimte echt nodig hebben. Daarnaast zorgt het ervoor dat publieksfuncties worden geconcentreerd in de dorpscentra in plaats van op de bedrijventerreinen en wordt zo voorkomen dat deze met elkaar gaan concurreren.

  • f.

    We maken Bedrijventerrein Mijdrecht ook energetisch klaar voor de toekomst. Om te voldoen aan onze duurzaamheidsambities en om netcongestie voor gebruikers van het bedrijventerrein tegen te gaan, zetten we in op het toevoegen van een 150KV-station bij De Bocht. Daarnaast werken we samen met de ondernemers aan het ontwikkelen van een energiehub op Bedrijventerrein Mijdrecht. Hierbij wordt een uitwisseling mogelijk gemaakt tussen lokale opwek en opslag van duurzame energie.

6.2.2 Lokale bedrijventerreinen

Kenschets van deelgebied

Abcoude kent 2 bedrijventerreinen. Bedrijventerrein Bovenkamp is een klein bedrijventerrein van circa 2 hectare. Het terrein is met name geschikt voor lokale, kleinschalige bedrijvigheid in lage milieucategorieën. Het terrein heeft een gunstige ligging nabij station Abcoude. Ook bedrijventerrein Hollandse Kade ligt dicht bij het station. Dit terrein is ruim 2 keer zo groot als het terrein Bovenkamp. Het kent eveneens veel lokaal gebonden, kleinschalige bedrijvigheid, met het zwaartepunt op de ICT en dienstverlening.

Bedrijventerrein Baambrugge Noord is een particulier bedrijventerrein van zo’n 3 hectare. Het terrein leent zich goed voor lokaal gebonden, relatief kleinschalige bedrijvigheid met een milieucategorie tot maximaal 3.1.

Bedrijventerrein Spoorlaan in Vinkeveen heeft een omvang van circa 4 hectare. Er bevinden zich vooral lokale, kleinschalige bedrijven, met een nadruk op de sectoren industrie, groothandel en bouw. Daarnaast ligt in Vinkeveen ook het bedrijventerrein Voorbancken van eveneens zo’n 4 hectare. Ook hier is veel kleinschalige bedrijvigheid te vinden, met een zeer divers profiel.

Bedrijventerrein Amstelhoek wordt herontwikkeld ten behoeve van woningbouw, waarmee op termijn de functie als werklocatie komt te vervallen.

Op de lokale bedrijventerreinen liggen diverse opgaven, met op ieder terrein een eigen accent. Op sommige terreinen wordt ingezet op het toewerken naar een gemixt woon-werk gebied, op andere terreinen moet op termijn gezocht worden naar een nieuw, toekomstbestendig profiel. Voor alle terreinen geldt dat er uitdagingen liggen op het gebied van opwek van duurzame energie en het tegengaan van netcongestie

20250612_OntwerpomgevingsvisieDeRondeVenen_Page_61_1.jpg

Gebiedsspecifieke keuzes voor de lokale bedrijventerreinen:

  • a.

    Voor de lokale bedrijventerreinen kiezen we voor het verder uitbouwen van een eigen profiel, passend bij de context, maat en schaal van het terrein.

    • 1.

      Voor bedrijventerrein Baambrugge Noord zetten we richting de toekomst in op het vasthouden van de huidige ruimte en het huidige profiel van het terrein.

    • 2.

      Op bedrijventerrein Bovenkamp in Abcoude zetten we in op de transformatie tot een gemixt woon-werkgebied. De ligging nabij het station maakt het een aantrekkelijke locatie voor woningbouw. Menging met functies zoals sport, maatschappelijke voorzieningen en lichte bedrijvigheid zonder omgevingshinder zijn hier goed denkbaar. Richting de toekomst kijken we samen met bedrijven die niet goed binnen dit profiel passen of een alternatieve locatie te vinden is.

    • 3.

      Voor het bedrijventerrein Hollandse Kade in Abcoude kiezen we voor het behouden en vasthouden van de huidige ruimte voor en profiel van bedrijvigheid.

    • 4.

      Voor het bedrijventerrein Spoorlaan geldt dat de toekomstbestendigheid onder druk staat. Het voorzetten van het huidige profiel lijkt lastig haalbaar. We zetten daarom in op transformatie om zo ook ruimte te maken voor woningen.

    • 5.

      Het Vinkeveense bedrijventerrein Voorbancken functioneert momenteel redelijk behoren. Wel geldt dat de toekomstbestendigheid aandacht vraagt. Op de lange termijn willen we samen met de ondernemers het toekomstbeeld opnieuw bepalen en, bijvoorbeeld op basis van milieu- en gezondheidaspecten, de mogelijkheden voor transformatie en functiemenging verkennen.

  • b.

    Ook op de lokale bedrijventerreinen zetten we in op het ontwikkelen van (kleinschaligere) energiehubs - als daar vanuit ondernemers vraag naar is - om te voldoen aan onze duurzaamheidsambities en om netcongestie voor gebruikers van het bedrijventerrein tegen te gaan.

6.3 Buitengebied

Kenschets van deelgebied

Het buitengebied van De Ronde Venen is zeer divers en rijk aan landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Zo maakt een groot deel van het buitengebied van De Ronde Venen deel uit van de cultuurhistorische hoofdstructuur van de provincie Utrecht: zowel vanuit agrarisch cultuurlandschap, de historische buitenplaatsen en het UNESCO Werelderfgoed De Hollandse Waterlinies. Het buitengebied bestaat uit meerdere deelgebieden met ieder een eigen historie en karakter: de verschillende tijdslagen en het onderling functioneren zijn goed afleesbaar in de verschillende deelgebieden. Het buitengebied van De Ronde Venen is een uniek samenspel van landbouw, natuur en recreatie die in ieder deelgebied een eigen plek innemen in het landschap. In het landschap zijn de randen, linten en andere lijnelementen het belangrijkste onderdeel en de basis van (de beleefbaarheid van) het landschap.

In het buitengebied van De Ronde Venen ligt een belangrijke opgave om de transitie naar een duurzamere en toekomstbestendige landbouw een plek te geven. Zoals eerder gesteld, zien we de landbouw in De Ronde Venen ook in de toekomst een drager van de kwaliteit van het buitengebied, waarin de agrarische sector haar belangrijke rol in het beheer en onderhoud hiervan behoudt. Daarbij ligt er een opgave om met het werken aan een toekomstbestendige, duurzame landbouw tegelijkertijd meerdere doelen te dienen, zoals het bijdragen aan de natuurversterkingsopgave, het beter vasthouden van water, het versterken van de biodiversiteit. Ook ligt er een uitdaging om het vertrekpunt ’water en bodem sturend’ te koppelen aan het behoud en versterken van het agrarische cultuurlandschap en het Werelderfgoed van de Hollandse Waterlinies (Stelling van Amsterdam). Een andere belangrijke ruimtevrager in het buitengebied is duurzame energieopwek; richting de toekomst zal in ieder geval voor zonnevelden ruimte gevonden moeten worden. Ten slotte is het van belang om voldoende richting te geven aan de mogelijkheden voor vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) in De Ronde Venen. Mogelijke nieuwe functies moeten in samenhang worden bezien met de bereikbaarheid van voorzieningen en belastbaarheid van de aanwezige infrastructuur.

Gebiedsspecifieke keuzes voor het gehele buitengebied:

  • a.

    We kiezen voor een toekomstbestendig, robuust buitengebied, waarin zowel water en bodem als het (agrarisch) cultuurhistorisch landschap leidend zijn bij ruimtelijke keuzes. Dit betekent een indeling met gebiedsspecifieke keuzes voor de 5 deelgebieden in het buitengebied met ieder een eigen ontstaansgeschiedenis, karakter en waarden: de droogmakerijen, het veenweidelandschap, het Angstel- en Geinlandschap, het plassengebied en Botshol. Zo sluiten we aan op het bestaande karakter en versterken we het onderscheid tussen de deelgebieden. Eventuele ruimtelijke ontwikkelingen sluiten hierbij aan.

  • b.

    In het gehele buitengebied geldt dat we met onze ondernemers, inwoners, grondeigenaren, lokale verenigingen/stichtingen en ketenpartners samen aan de slag gaan met de in dit hoofdstuk beschreven ruimtelijke opgaven die er spelen. We zoeken nadrukkelijk de samenwerking op, omdat we ons bewust zijn dat we veel keuzes niet alleen (kunnen) maken.

  • c.

    In meerdere deelgebieden van het buitengebied liggen gebieden die binnen de begrenzing van de Hollandse Waterlinies (dus inclusief de inundatiegebieden) zijn gelegen. We kiezen hier voor beperkte ontwikkelruimte. We kiezen nadrukkelijk voor de bescherming van de unieke cultuurhistorische waarden van het gebied. Ontwikkelingen in het gebied mogen alleen doorgang vinden wanneer deze geen afbreuk doen (of, bij voorkeur, ten goede komen) aan de zogeheten Outstanding Universal Values (OUV) van de Hollandse Waterlinies (Stelling van Amsterdam), zoals beschreven in het kader van de UNESCO werelderfgoedstatus. Bij ontwikkelingen met een mogelijk grote impact op de cultuurhistorische waarden wordt een Heritage Impact Assessment (HIA) uitgevoerd.

  • d.

    We werken samen met Waterschap Amstel, Gooi en Vecht in het kader van de Europese Kader Richtlijn Water (KRW) aan het verbeteren van de waterkwaliteit in de aangewezen KRW-oppervlaktewaterlichamen. Hiervoor zijn de afgelopen jaren al stappen gezet, onder andere in de Vinkeveense Plassen. Om schoon en gezond water voor mens, dier en natuur te (blijven) waarborgen, zetten we samen met het waterschap deze positieve ontwikkeling graag voort.

  • e.

    Voor de klimaatopgave (CO2-uitstoot/bodemdaling) en vanuit het principe ‘water en bodem sturend’ verkennen we in samenwerking met de provincie de mogelijkheden voor vernatting en waterberging op plekken waar dat het hardste nodig is. Op deze plekken zoeken we koppelkansen met natuurontwikkeling, het tegengaan van verzilting en recreatie.

  • f.

    We dragen zorg voor de zorgvuldige bescherming van onze NNN-gebieden en weidevogelkerngebieden.

  • g.

    Voor de opwek van duurzame energie in de vorm van zonnevelden volgen we de redeneerlijn van het Beleidsplan grootschalige zonnevelden De Ronde Venen en het Beleidsplan kleinschalige zonnevelden De Ronde Venen. Voor grootschalige zonnevelden schrijft het beleidsplan voor waar deze wel en niet ingepast mogen worden, met weidevogelgebieden en NNN-gebieden als bijzondere aandachtsgebieden. Voor zowel kleinschalige als grootschalige zonnevelden worden richtlijnen voor de inpassing gegeven: bij grootschalige zonnevelden zijn deze specifiek gemaakt voor verschillende landschapstypen. Daarnaast geldt voor zoekgebieden binnen de contour van de Hollandse Waterlinies dat het Afwegingskader Energietransitie Hollandse Waterlinies als leidraad dient. Voor grootschalige zonnevelden zullen we op termijn de mogelijkheden onderzoeken om ze te clusteren en goed te borgen dat de landschappelijke structuur altijd de basis vormt voor goede inpassing. Dit zullen we nader uitwerken in de herijking van ons zonneveldenbeleid.

  • h.

    Voor opwek van duurzame energie in de vorm van boerderijmolens (ook wel erfmolens, dit zijn windturbines met een ashoogte tot maximaal circa 20 meter) geldt dat deze zijn toegestaan, mits ze voldoen aan de regels zoals beschreven in Bestemmingsplan Buitengebied West.

  • i.

    We streven in het buitengebied naar meer ontwikkelmogelijkheden voor Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB). Gezien de verschillende karakters van de deelgebieden van het buitengebied, zien we voor de droogmakerijen, het veenweidelandschap en het Angstel- en Geinlandschap accentverschillen en worden voor elk deelgebied uitspraken gedaan welke ruimtelijke ontwikkelingen we hier het meest geschikt achten. Verdere uitspraken hierover, bijvoorbeeld m.b.t. de toegestane omvang van ontwikkelingen en richtlijnen voor passende functies, zullen worden gedaan in de komende VAB-visie.

  • j.

    We zoeken naar mogelijkheden om sluipverkeer in het buitengebied zo veel mogelijk te voorkomen.

  • k.

    We zetten in op een veilige en gezonde leefomgeving. In het buitengebied nemen we (op plekken waar dit speelt) extra maatregelen om de bestaande loodverontreiniging aan te pakken.

6.3.1 Droogmakerijen

Kenschets van deelgebied

De droogmakerijen van De Ronde Venen zijn gelegen aan de westzijde van de gemeente en worden globaal begrensd door De Vinkeveense Plassen, Vinkeveen en de N212 aan de oostzijde en de Ringdijk en de Amstel aan de zuid-, west- en noordzijde. De droogmakerijen omvatten voormalig zeer waterrijke gebieden die tussen 1791 en 1926 één voor één werden drooggemalen. Dit resulteerde in de 5 diepe polders die we vandaag de dag onderscheiden: de Eerste, Tweede en Derde Bedijking, Groot Mijdrecht-West, Groot Mijdrecht-Oost en Wilnis Veldzijde.

Kenmerkend voor de droogmakerijen is de zeer rationele, open blokverkaveling met vaste maten van percelen, wegen en watergangen. Hoewel de vorm kenmerkend is voor meerdere Noord-Hollandse polders uit deze tijd, onderscheiden de droogmakerijen in De Ronde Venen zich door de beperktere omvang en maatvoering. In algemene zin hebben alle droogmakerijen een eigen karakter, bijvoorbeeld wat betreft verschillen in openheid. Polder Wilnis Veldzijde onderscheidt zich echter sterker van de andere 4 polders: het is als laatste drooggemalen en wijkt wat betreft inrichting af. De rationele verkaveling is hier minder rigide toegepast met meer verschillen in grootte tussen de afzonderlijke percelen en het ontbreken van wegen in deze polder, waardoor het kenmerken heeft van een strokenverkaveling.

Het huidige gebruik en inrichting van de droogmakerijen is divers. Het merendeel van het buitengebied van de droogmakerijen is in gebruik als grasland. Er komt ook glastuinbouw (in de Derde Bedijking tussen Mijdrecht Proostdijland en de Oude Spoorbaan), natuurontwikkeling (Marickenland ten oosten van Mijdrecht en Groot Mijdrecht-Noordoost) en recreatie voor. Ook komen verschillen voor tussen de droogmakerijen wat betreft de aanwezigheid en herkenbaarheid van de rationele ontginningsstructuur en openheid. Daarnaast liggen in de droogmakerijen oude, hoger gelegen kreekruggen die herinneren aan de historische ligging nabij de kust en de kreken die bij dit toenmalige waddengebied hoorden.

Ten slotte liggen aan de noordwestrand, nabij de Amstel forten en batterijen met bijbehorende schootscirkels en inundatievelden die onderdeel uitmaken van het UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies (Stelling van Amsterdam).

De droogmakerijen kennen een sterk agrarisch gebruik. Hier ligt een grote opgave om ruimte te bieden aan de omslag naar duurzamere, toekomstbestendige landbouw. Dit is mede uitdagend doordat in de diepe droogmakerijen bodemdaling als opgave speelt. Het tegengaan hiervan door hogere waterpeilen levert uitdagingen op in combinatie met het (historische) agrarische gebruik van het gebied. Kortom, er dient een goede balans gevonden te worden tussen de landbouw als drager van het gebied, experiment en technologie, verbreding van de verdienmodellen en ruimte voor water en natuur.

20250612_OntwerpomgevingsvisieDeRondeVenen_Page_67_1.jpg

Gebiedsspecifieke keuzes voor de droogmakerijen:

  • a.

    Gezien de relatief gunstige condities en historische rol van de landbouw in de droogmakerij, kiezen we voor een voortzetting van de landbouw als voornaamste drager van het landschap, met de veehouderijen en haar graslanden als grootste sector.

  • b.

    We bieden agrariërs de (planologische) ruimte om te werken aan een meer toekomstbestendig, duurzaam buitengebied. We ondersteunen het verbreden van verdienmodellen, innovatie en experiment. We kijken hierbij wel goed naar hoe zich dit verhoudt tot de landbouw in de omgeving.

    • 1.

      Schaalvergroting in de droogmakerijen is mogelijk wanneer de landschappelijke en milieu-impact beperkt blijven en de functionele noodzaak aantoonbaar is. Schaalvergroting moet daarnaast gepaard gaan met een verduurzamingsslag en mag niet leiden tot een grotere milieu-impact.

    • 2.

      Er wordt gestreefd naar een goede balans tussen eventuele nieuwe activiteiten en het voorkomen van eventuele overlast hiervan voor de agrariërs in het gebied en vice versa.

    • 3.

      In het kader van alternatieve of aanvullende verdienmodellen en vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) betekent dit dat we in de eerste plaats activiteiten toestaan die goed samengaan met agrarisch gebruik, zoals activiteiten die direct gekoppeld kunnen worden aan agrarische activiteiten (zoals boerderijwinkels), herenboeren, (kleinschalige) transformatie tot woonfunctie of woon-zorgconcepten dichterbij Mijdrecht, Wilnis of Vinkeveen. Ook de productie van duurzame energie behoort hierbij tot de mogelijkheden wanneer dit landschappelijk goed wordt ingepast, bijvoorbeeld om bij te dragen aan het (financieel) mogelijk maken van extensivering. Om onze agrariërs genoeg mogelijkheden te geven wat betreft alternatieve verdienmodellen, zijn we in dit deelgebied bereid om landschappelijke consequenties, tot op bepaalde hoogte, te accepteren. Op locaties nabij de dorpen met goede bereikbaarheid ten opzichte van de voorzieningen liggen mogelijkheden voor transformatie naar woon-zorgconcepten. Bij het afwegen of een VAB-initiatief passend is, wordt de toename van het aantal verkeersbewegingen, de impact hiervan op de verkeersveiligheid en de actuele ontwikkeling van vraag en aanbod met betrekking tot zorgvoorzieningen meegenomen.

    • 4.

      In het gebied komt bodemdaling voor. Maatregelen die dit tegengaan, zoals vernatting, worden aangemoedigd en waar mogelijk (met subsidies van de Provincie Utrecht) ondersteund.

  • c.

    De kreekruggen in de droogmakerijen zijn van hoge landschappelijke en cultuurhistorische waarde. Daarom kiezen we ervoor ze te (blijven) beschermen zoals dit reeds in onder andere het Bestemmingsplan Buitengebied-West is vastgelegd. Dit betekent onder andere dat we op deze ruggen terughoudend zijn met nieuwbouw. Bij ontwikkelingen dient deskundig aangetoond te worden dat dit de landschappelijkekwaliteit niet onevenredig schaadt. Daarnaast zijn activiteiten als vergraven, afgraven, egaliseren of ophogen omgevingsvergunningplichtig.

  • d.

    Aan de noord- en oostrand van de droogmakerijen werken we, in samenwerking met andere overheden en partijen, aan natuurontwikkeling en wateropvang.

    • 1.

      In het oosten van polder Groot Mijdrecht werken we samen met de provincie Utrecht aan de ontwikkeling van natuurgebiedMarickenland. Het vormt een nieuwe ecologische verbinding in het natuurnetwerk tussen de Nieuwkoopse Plassen (gemeente Nieuwkoop) en ons eigen Natura2000 gebied Botshol, onder andere via de Wilnisse Bovenlanden. Met de provincie werken we hier zowel aan biodiversiteit als aan verbetering van de waterkwaliteit. Ook wordt bij deze natuurontwikkeling een hoger waterpeil gehanteerd, om zo ook bodemdaling en verzilting tegen te gaan. Dit alles gaat hand in hand met (deels reeds gerealiseerde) uitbreiding van recreatieve mogelijkheden in het gebied. We voeren de ontwikkeling gefaseerd uit in 2 deelgebieden, waarbij deelgebied 1 in 2025 wordt gestart met de uitvoering. Deelgebied 2 volgt later wanneer er voldoende aangesloten oppervlakte kan worden heringericht. Met de provincie, huidige agrariërs en grondbezitters in het gebied kijken we naar de mogelijkheden voor deze herinrichting.

    • 2.

      In Groot Mijdrecht-Noordoost, een circa 400 hectare groot gebied grenzend aan natuurgebieden Waverhoek en Natura2000-gebied Botshol, werken we met de Provincie Utrecht aan nieuwe natuurinrichting. Dit heeft meerdere doelen: het vergroten van de biodiversiteit, verbeteren van de waterkwaliteit, voorkomen van verdere bodemdaling en het verbinden van waardevolle natuurgebieden. Dit gebeurt door de aanleg van 3 moerasgebieden (‘moerasblokken’) met daaromheen bloemrijkgrasland.

    • 3.

      Aan de noordrand van polders Tweede Bedijking, Derde Bedijking en Groot Mijdrecht West werken we aan de Blauwe Krans, een landschappelijke zone rond de Hollandse Waterlinies (Stelling van Amsterdam) waar in de voormalige inundatiegebieden van de Stelling kansen worden aangegrepen om agrarische activiteiten op geschikte locaties te combineren met waterberging, recreatie en vergroten van natuurwaarden. Dit draagt eveneens bij aan het ontwikkelen van een natuurverbinding tussen de Loosdrechtse Plassen (gemeente Wijdemeren) en de Vinkeveense Plassen. Hierbij worden ook de recreatieve verbindingen in het gebied uitgebreid, zoals door het koppelen van de hoofdverdedigingslijn van de Hollandse Waterlinie aan een fietsverbinding, en de beleefbaarheid van de historische verdedigingslinie vergroot. In deze gebieden verkennen we samen met agrariërs, grondeigenaren en de andere betrokken gemeenten de mogelijkheden om concreter vorm te geven aan de Blauwe Krans.

    • 4.

      In en rond deze natuurontwikkelingszones zien we in het kader van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) meer mogelijkheden voor omschakeling naar recreatieve functies of natuur en bieden daarvoor de (planologische) ruimte.

  • e.

    We kiezen voor een duidelijke clustering van kassen in het glastuinbouwconcentratiegebied in Polder Derde Bedijking. Binnen het concentratiegebied bieden we mogelijkheden aan uitbreiding en nieuwvestiging van glastuinbouwbedrijven, door ze te clusteren kunnen zowel economische als milieutechnische voordelen ontstaan.

    • 1.

      Dit betekent dat buiten de concentratiegebieden geen mogelijkheden worden geboden voor uitbreiding of nieuwvestiging van glastuinbouwbedrijven, met oog op de landschappelijke kwaliteit en de genoemde voordelen van clustering.

    • 2.

      Wanneer de behoefte ontstaat om het economisch profiel van het glastuinbouwconcentratiegebied te verbreden en verruiming van de activiteiten in het gebied toe te staan, willen we daaraan meewerken en wordt samen met de provincie Utrecht de mogelijkheden onderzocht.

6.3.2 Veenweidelandschap

Kenschets van deelgebied

Het veenweidelandschap bevindt zich langs de zuid- en westzijde van de gemeente, tussen de randen van de linten Demmerik, Donkereind en Oudhuijzen, Geerkade, Veenkade, Demmeriksekade en Geuzensloot. Het is op te delen in de gebieden Groot Wilnis-Vinkeveen, de Wilnisse Bovenlanden, de Mijdrechtse Bovenlanden en Blokland. Het zijn gebieden die aanzienlijk hoger liggen (3 à 4 meter) dan de omringende polders. Dit komt doordat het omringende land tijdens de vroegere ontginningen van het veen is afgegraven en drooggemalen, en dit deel niet. Hier dankt (een deel van) het veenweidelandschap de naam Bovenland aan: het ligt ‘boven’ de omliggende droogmakerijen.

Hoewel de verschillende gebieden binnen het veenweidelandschap verschillend zijn qua gebruik, zijn enkele centrale karakteristieken zeer herkenbaar voor het gehele veenweidelandschap. Het gaat hierbij met name om de openheid van het landschap, gegarandeerd door het gebruik als grasland, het smalle, langwerpige verkavelingspatroon en kenmerkendezichtlijnen die over de watergangen ‘meedraaien’ in de richting van de ronde verkaveling.

Het veenweidelandschap wordt zowel gebruikt als natuur- en landbouwgebied. Hierbij komt zowel een op zichzelf staand natuurgebied (Wilnisse Bovenlanden) voor als gecombineerde landbouw- en natuurgebieden (Groot Wilnis-Vinkeveen, Mijdrechtse Bovenlanden en Blokland). De gecombineerde gebieden zijn hoofdzakelijk in gebruik als grasland, met een divers palet aan reguliere en meer natuurlijke graslanden die een waardevolle combinatie vormen voor verschillende soorten weidevogels. In natuurgebied Wilnisse Bovenlanden is een rijkeafwisseling van weidevogelgrasland, kruiden- en faunarijk grasland en nat schraalland, wat een diversiteit van diersoorten aantrekt, van grutto tot otter.

Ten slotte ligt aan de noordzijde van dit deelgebied de Stelling van Amsterdam die onderdeel uitmaakt van het UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies.

Ook in de veenweidegebieden ligt een opgave om ruimte te bieden aan de omslag naar duurzamere, toekomstbestendige landbouw. Ook hier vormt bodemdaling, en de vernatting om dit tegen te gaan, een grote opgave. Om veenoxidatie te voorkomen in deze hogere delen dient zoveel mogelijk water te worden vastgehouden, vooral voor tijdens (langdurige) droge periodes. Er liggen kansen om dit te koppelen aan natuurontwikkeling en recreatie. Een goede inpassing hiervan in combinatie met agrarisch gebruik is hierbij een belangrijk vraagstuk.

20250612_OntwerpomgevingsvisieDeRondeVenen_Page_71_1.jpg

Gebiedsspecifieke keuzes voor het veenweidelandschap:

  • a.

    We kiezen voor een veenweidelandschap waarvan de karakteristiek nadrukkelijk wordt bepaald door de afwisseling van en symbiose tussen natuur en landbouw. Gezamenlijk vormen zij de drager van het landschap, waarbij we op strategische plekken kiezen voor iets meer nadruk op natuur om robuuste natuurlijke verbindingen te realiseren.

    • 1.

      In de Wilnisse Bovenlanden werken we samen met de provincie Utrecht, Staatsbosbeheer, agrariërs en grondeigenaren aan natuurontwikkeling om de ecologische verbinding tussen de Vinkeveense Plassen en Nieuwkoopse Plassen (gemeente Nieuwkoop). Eerder werd 330 hectare getransformeerd naar natuur: we kiezen voor de verdere aanleg van de resterende 100 hectare in het gebied.

    • 2.

      In het gebied komt bodemdaling voor. Natuurontwikkeling wordt daarom, waar zinvol, gekoppeld aan vernatting om een bijdrage te leveren aan het tegengaan hiervan.

  • b.

    We zetten in op een zorgvuldige bescherming van het karakteristieke landschap van het veenweidelandschap. Dit betekent dat ontwikkelingen, waaronder ook natuurontwikkeling, alleen worden toegelaten wanneer deze een aantoonbare bijdrage leveren aan de landschappelijkekwaliteit. Dit betekent ook dat we agrariërs (planologische) ruimte bieden om te werken aan een toekomstbestendig en duurzaam buitengebied, mits binnen de landschappelijke kaders.

    • 1.

      Schaalvergroting en nieuwvestiging zijn daarom in beginsel niet mogelijk in het veenweidelandschap. Uitzonderingen en maatwerk zijn uitsluitend mogelijk wanneer een andere agrariër in het gebied stopt. Hierbij ligt echter de voorkeur voor grondovername bij de huidige agrarische ondernemers in het gebied, bijvoorbeeld om extensivering van de veehouderijen in dit gebied te faciliteren.

    • 2.

      In het kader van alternatieve of aanvullende verdienmodellen en vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) wordt alleen medewerking verleend voor activiteiten die geen afbreuk doen aan het landschappelijk karakter en bij voorkeur bevorderlijk zijn voor de natuurwaarden en/of klimaatopgaven (zoals bodemdaling) in het gebied. Ook de productie van duurzame energie behoort hierbij tot de mogelijkheden wanneer dit landschappelijk goed wordt ingepast,  bijvoorbeeld om bij te dragen aan het (financieel) mogelijk maken van extensivering. Daarnaast liggen er in het gebied veel kansen voor recreatieve nevenfuncties en landschappelijk wonen. Op locaties nabij de dorpen met goede bereikbaarheid ten opzichte van de voorzieningen liggen mogelijkheden voor transformatie naar woon-zorgconcepten. Bij het afwegen of een VAB-initiatief passend is, wordt de toename van het aantal verkeersbewegingen en de impact hiervan op de verkeersveiligheid meegenomen.

    • 3.

      In het gebied komt bodemdaling voor. Maatregelen die dit tegengaan, zoals vernatting of innovatieve maatregelen als onderwaterdrainage worden op passende locaties aangemoedigd en waar mogelijk (met subsidies van de Provincie Utrecht) ondersteund.

  • c.

    In het gebied kiezen we voor het beter benutten van de recreatievepotentie. De natuurlijke en cultuurhistorische kwaliteiten in het gebied maken het een aantrekkelijk gebied om te recreëren. We zetten ons daarom in op het verbeteren van de recreatieve verbindingen in het gebied, bijvoorbeeld van en naar het Plassengebied. Ook zien we kansen voor het aanleggen van wandel- en fietsroutes in (nieuwe) natuurgebieden als de Wilnisse Bovenlanden, de polder Groot Wilnis-Vinkeveen en de polders Groot Mijdrecht Noord en Zuid. Denk hierbij ook aan het koppelen van de hoofdverdedigingslijn van de Hollandse Waterlinie aan een fietsverbinding. Zo bieden we de mogelijkheden om de recreatie beter te spreiden over de gemeente en bieden we agrariërs mogelijkheden om als alternatief verdienmodel (zie ook hierboven) recreatieve activiteiten te ontplooien. Dit is in het bijzonder kansrijk in de directe nabijheid van het Plassengebied, maar zeker ook rond de Wilnisse Bovenlanden en de Kromme Mijdrecht. Ook voor recreatieve voorzieningen geldt dat dit dient te passen binnen het landschappelijk karakter en dat een goede balans tussen rust en reuring, voor inwoner, agrariër en recreant, wordt bewaakt.

  • d.

    We kiezen in de bebouwingslinten in het veenweidelandschap (Demmerik (zuidelijk deel), Donkereind en Oudhuijzen, Geerkade, Veenkade, Demmeriksekade en Geuzensloot) voor het behouden en versterken van de relatie tussen het bebouwingslint, het veenweidelandschap en de nabijgelegen grotere dorpen. Dit betekent het voorkomen van verdere verdichting van de linten en het beschermen van de zichtlijnen over de watergangen naar het omliggend landschap, een zorgvuldige inpassing van eventuele nieuwe bebouwing en functies zodat deze geen afbreuk doet aan deze kwaliteiten en het inzetten op goede, veilige verbindingen van de linten naar de voorzieningen in grotere dorpen Vinkeveen en Wilnis. Daarnaast wordt in het lint ingezet op een goede kwaliteit van leven en een gezonde omgeving waarin men rustig kan wonen. We werken dit nader uit in een (nieuwe) lintenvisie, als onderdeel van het op te stellen Ruimtelijk Kwaliteitskader.

6.3.3 Angstel- en Geinlandschap

Kenschets van deelgebied

Het Angstel- en Geinlandschap bevindt zich aan de oostzijde van de gemeente, begrensd door de rivier de Winkel en bijbehorende Winkeldijk, en vanaf de kruising met de Winkel begrensd door de A2. De Winkel vormt, net als het Gein, een aftakking van de bredere rivier de Angstel. De Angstel ontspringt nabij de Oukoper Molen nabij Loenen (gemeente Stichtse Vecht) en meandert bij Loenersloot de gemeente binnen. In Abcoude splitst de Angstel zich in de Winkel (westwaarts) en het Gein (oostwaarts). Doordat deze rivieren door de eeuwen heen verschillende stroomrichtingen hebben gehad, zijn in het landschap door afzettingen van de rivier stroomruggen ontstaan die ruim 2 meter hoger liggen dan het omringende landschap en zorgen daarmee voor opvallend reliëf.

Het deelgebied kenmerkt zich door de (half)open ruimten van het weidegebied en de (woon)linten op de stroomruggen en langs de dijken. Van oudsher was dit gebied vrij leeg, enkel begrensd door de linten langs de Angstel, Gein, Winkel, Holendrecht en Oude Waver. Met de komst van grootschalige infrastructuur – het Amsterdam-Rijnkanaal, de spoorlijn en de A2 – werd het landschap langzamerhand op meerdere plaatsen doorsneden. Deze infrastructuur vormt vandaag de dag enerzijds een forse barrière in het landschap. Toch maakt het ook dat het landschap ertussen nog altijd open en rustig voelt en vooral wordt gedomineerd door grasland en veehouderijen.

In de 17e eeuw ontstond langs de Angstel en het Gein een landgoederenzone van diverse buitenplaatsen van rijke Amsterdammers die zich hier vestigden. De buitenplaatsen werden met name in de buitenbochten van de rivier gebouwd met de landhuizen en koepels dicht bij de oever, ten behoeve van het zicht over het water. Hoewel inmiddels de meeste buitenplaatsen zijn verdwenen, zijn er nog altijd bijna 30 buitenplaatsen overgebleven binnen De Ronde Venen, waarvan het hoofdhuis nog wisselend aanwezig is. Met name het aanzien van Baambrugge is voor een groot deel bepaald door de aanwezigheid van de landgoederen. Langs het Gein zijn ook diverse boerderijen te vinden die oorspronkelijk als buitenplaats werden ontwikkeld en door de jaren zijn 'teruggevallen' tot boerderijen. De combinatie van kronkelende riviertjes, charmante dorpen en historische buitenplaatsen en boerderijen maken het Angstel- en Geinlandschap een aantrekkelijk recreatief landschap.

Ten slotte liggen langs de Winkel, Angstel en het Gein forten en batterijen met bijbehorende schootscirkels en inundatievelden die onderdeel uitmaken van het UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies (Stelling van Amsterdam).

In het Angstel-en Geinlandschap liggen veel cultuurhistorischewaarden. Het behouden en versterken hiervan vormt een belangrijke opgave in het gebied, bijvoorbeeld in het beschermen van de landschappelijk waardevolle stroomruggen en de beleefbaarheid van de landgoederenzone, het rivierlint en de Hollandse Waterlinies. Daarnaast liggen in het gebied opgaven met betrekking tot (lichte) bodemdaling, het werken aan een toekomstbestendige agrarische sector en het versterken van de recreatieve sector en verbindingen.

20250612_OntwerpomgevingsvisieDeRondeVenen_Page_75_1.jpg

Gebiedsspecifieke keuzes voor het Angstel-en Geinlandschap:

  • a.

    We kiezen voor een Angstel-en Geinlandschap waarin landbouw, cultuurhistorie en recreatie hand in hand gaan. De rivieren en stroomruggen zijn de belangrijkste aders en landschappelijke dragers van het gebied, vanaf waar historische linten met een rijkdom aan historische buitenplaatsen, boerderijen, molens en forten. Vanuit de halfopen linten kan het omliggende open weidelandschap goed beleefd worden.

    • 1.

      We kiezen in de rivierlinten in het Angstel-en Geinlandschap (langs de Angstel en het Gein) voor het behouden en versterken van de relatie tussen het bebouwingslint, het weidegebied en de nabijgelegen grotere dorpen. Dit betekent het voorkomen van verdere verdichting van de linten en het beschermen van de zichtlijnen vanaf de stroomruggen en dijken naar het omliggend landschap, een zorgvuldigeinpassing van eventuele nieuwe bebouwing en functies zodat deze geen afbreuk doet aan deze kwaliteiten en het inzetten op goede, veilige verbindingen van de linten naar de voorzieningen in grotere dorpen Abcoude en Baambrugge. Daarnaast wordt in het lint ingezet op een goede kwaliteit van leven en een gezonde omgeving waarin men rustig kan wonen. We werken dit nader uit in een (nieuwe) lintenvisie, als onderdeel van het op te stellen Ruimtelijk Kwaliteitskader.

  • b.

    We zetten in op een zorgvuldige bescherming van het karakteristieke landschap van het Angstel- en Geinlandschap. Dit betekent dat ontwikkelingen alleen worden toegelaten wanneer deze een aantoonbare bijdrage leveren aan de landschappelijkekwaliteit. Dit betekent ook dat we agrariërs (planologische) ruimte bieden om te werken aan een toekomstbestendig en duurzaam buitengebied, mits binnen de landschappelijke kaders.

    • 1.

      Schaalvergroting en nieuwvestiging zijn daarom in beginsel niet mogelijk in het Angstel- en Geinlandschap. Uitzonderingen en maatwerk zijn uitsluitend mogelijk wanneer een andere agrariër in het gebied stopt. Hierbij ligt echter de voorkeur voor grondovername bij de huidige agrarische ondernemers in het gebied, bijvoorbeeld om extensivering van de veehouderijen in dit gebied te faciliteren.

    • 2.

      In het kader van alternatieve of aanvullende verdienmodellen en vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) wordt alleen medewerking verleend voor activiteiten die geen afbreuk doen aan het landschappelijk karakter en bij voorkeur bevorderlijk zijn voor de cultuurhistorische en recreatieve waarden van het gebied, zoals kleinschalige verblijfsmogelijkheden, horecafaciliteiten of bijvoorbeeld vergaderlocaties. Ook de productie van duurzame energie behoort hierbij tot de mogelijkheden wanneer dit landschappelijk goed wordt ingepast, bijvoorbeeld om bij te dragen aan het (financieel) mogelijk maken van extensivering. Daarnaast leent het gebied zich goed voor VAB-transformatie naar landschappelijk wonen en  liggen op locaties nabij de dorpen met goede bereikbaarheid ten opzichte van de voorzieningen mogelijkheden voor transformatie naar woon-zorgconcepten. Bij het afwegen of een VAB-initiatief passend is, wordt de toename van het aantal verkeersbewegingen en de impact hiervan op de verkeersveiligheid meegenomen.

    • 3.

      In het gebied komt (lichte) bodemdaling voor. Maatregelen die dit tegengaan, zoals vernatting, worden aangemoedigd en waar mogelijk (door middel van subsidies van de Provincie Utrecht) ondersteund.

  • c.

    We zetten ons in om in het Angstel-en Geinlandschap waar mogelijk de natuurwaarden te vergroten.

    • 1.

      In het gebied ten zuiden van Abcoude en rond het Gein werken we aan de Blauwe Krans, een landschappelijke zone rond de Hollandse Waterlinies (Stelling van Amsterdam) waar in de voormalige inundatiegebieden van de Stelling kansen worden aangegrepen om agrarische activiteiten te combineren met waterberging, recreatie en vergroten van natuurwaarden. Dit draagt eveneens bij aan het ontwikkelen van een natuurverbinding tussen de Loosdrechtse Plassen (gemeente Wijdemeren) en de Vinkeveense Plassen. Hierbij worden ook de recreatieve verbindingen in het gebied uitgebreid, zoals door het koppelen van de hoofdverdedigingslijn van de Hollandse Waterlinie aan een fietsverbinding, en de beleefbaarheid van de historische verdedigingslinie vergroot. In deze gebieden verkennen we samen met agrariërs, grondeigenaren en de andere betrokken gemeenten de mogelijkheden om concreter vorm te geven aan de Blauwe Krans.

    • 2.

      Daarnaast zien we kansen om de stroomruggen en dijken in het gebied (verder) te benutten als ecologische verbindingen. We faciliteren initiatieven op dit vlak en werken hiervoor samen met bijvoorbeeld Waterschap Amstel, Gooi en Vecht of particuliere initiatiefnemers.

  • d.

    De cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten maken het Angstel- en Geinlandschap een aantrekkelijk gebied om in te recreëren. We zetten daarom in op het vergroten van de recreatieve potentie.

    • 1.

      We zetten ons in op het verbeteren van de recreatieve verbindingen in het gebied ten behoeve van zowel de eigen inwoner als recreanten van buiten de gemeente. De aantrekkelijkste recreatieve routes lopen parallel aan de rivieren en worden gedeeld met automobilisten. We zetten ons in om de veiligheid voor fietsers en wandelaars te vergroten: waar mogelijk en nodig zetten we daarom in op losliggende fietspaden of verkeersremmende maatregelen. Hierbij vormt met name de verkeersdruk op Gein Noord en Gein Zuid een aandachtspunt.

    • 2.

      Rond station Abcoude wordt ingezet op het ontwikkelen van een buitenpoort: een ov-knooppunt met verschillende vervoersopties vanuit waar men makkelijk toegang heeft tot het Angstel-en Geinlandschap. Hiermee moedigen we bezoekers aan om met het ov naar het gebied te komen en het vervolgens per fiets te verkennen. Daarnaast zetten we in op het verbeteren van de parkeermogelijkheden van de bestaande TOP (Toeristisch Overstappunt) in Abcoude.

    • 3.

      We bieden meer ruimte voor (kleinschalige) recreatieve voorzieningen wanneer dit past binnen het landschappelijk karakter en een goede balans tussen rust en reuring voor inwoner, agrariër en recreant wordt bewaakt. We zien in het bijzonder kansen voor het verbinden van meer recreatieve functies aan de (voormalige) buitenplaatsen.

  • e.

    In het gebied liggen veel cultuurhistorische waarden. We kiezen nadrukkelijk voor de bescherming hiervan en dragen waar dit kan de bijzondere historie van het gebied nadrukkelijker uit.

    • 1.

      Voor de landgoederenzone geldt dat deze wisselend herkenbaar is in het Angstel- en Geinlandschap. We kiezen daarom voor het versterken van de herkenbaarheid en allure van de landgoederenzone en faciliteren (recreatieve) initiatieven die ervoor zorgen dat (voormalige) buitenplaatsen beter zichtbaar worden in het landschap of weer publiek toegankelijk worden. Ruimtelijke ontwikkelingen in deze zone mogen geen afbreuk doen aan de cultuurhistorische waarden in het gebied en deze waarden bij voorkeur versterken. Hierbij gaat het om monumentale waarden van historische bebouwing en bijvoorbeeld het behoud van historische zichtlijnen.

6.3.4 Plassengebied

Kenschets van deelgebied

De Vinkeveense Plassen liggen ten noordoosten van Vinkeveen, begrensd door de Geuzensloot, Vinkekade/Groenlandsekade, Polder Nellestein, Botshol en de Botsholsedijk. Het natuur, recreatie- en watersportgebied is verbonden met de rivier de Amstel en ontstond vanaf de Gouden Eeuw door afgravingen ten behoeve van de turfwinning. De huidige langwerpige eilanden zijn zogeheten legakkers waar de turf te drogen werd gelegd, er tussenin werd het veen op grote schaal weggebaggerd. Door afslag van de oevers werden de plassen alsmaar groter tot de huidige omvang. Veel later werd in de plassen ook veel zand gewonnen voor de aanleg van de A2 en Amsterdam-Zuidoost: hierdoor heeft de plas een enorme diepte van zo’n 50 meter. Daarnaast werden met het zand twaalf zandeilanden aangelegd om de legakkers te beschermen tegen golfslag.

De Vinkeveense Plassen vormen een belangrijke recreatieve parel van de gemeente en een van de kenmerkende dragers van de identiteit. De plassen hebben een enorme aantrekkingskracht op lokale inwoners en bezoekers uit Amsterdam, Utrecht en de rest van Nederland. Bezoekers komen in grote getale naar de plassen om te genieten van de natuur en om te varen, zwemmen, duiken, waterskiën en meer.  Hierdoor hebben de plassen een grote rol in de economie van de gemeente: zowel door de activiteiten op de plas zelf als door de verblijfsrecreatie en horeca die hieraan gelieerd zijn. De plassen hebben een zonering, waarbij de recreatieve mogelijkheden beperkter zijn nabij Natura2000-gebied Botshol. Dit zorgt ervoor dat voorzieningen veelal op enkele plekken zijn geconcentreerd.

Het gebied herbergt daarnaast grote natuurlijke en cultuurhistorische waarden. De Vinkeveense Plassen zijn een KRW-oppervlaktewaterlichaam en maken vrijwel geheel deel uit van Natuur Netwerk Nederland en herbergt diverse bijzondere plant- en diersoorten. Door meerdere oorzaken staan deze waarden momenteel onder druk. Zo ontstaat door golfslag, een gebrek aan beschoeiing en een teveel aan bosvegetatie het zinken van legakkers en vormen de N201 en (in mindere mate) de Baambrugse Zuwe een barrière voor faunasoorten. Ook de beeldkwaliteit van de legakkers staat onder druk door een regelmatig voorkomen van bebouwing met achterstallig onderhoud.

De voornaamste opgave in het Plassengebied is het creëren van een goede balans tussen de recreatieve aantrekkingskracht van de plassen en het beschermen van de cultuurhistorische en natuurlijke waarden van het gebied. Dit betekent dat gezocht dient te worden in een balans tussen rust en reuring, behoud en ontwikkeling en (jaarrond) aanbod voor zowel eigen inwoner als recreant van buitenaf.

20250612_OntwerpomgevingsvisieDeRondeVenen_Page_79_1.jpg

Gebiedsspecifieke keuzes voor het plassengebied:

  • a.

    We zetten in op het in stand houden van de karakteristieken, de landschappelijke kwaliteit en de natuurwaarden van het KRW-oppervlaktewater en het (NNN-)plassengebied richting de toekomst. Hiertoe gaan we in samenwerking met Recreatieschap Stichtse Groenlanden en de provincie Utrecht actief aan de slag met het beschermen van de legakkers tegen afkalving en het naar boven halen van verzonken legakkers ten behoeve van vissenbossen. Ook gaan we als gemeente aan de slag met de natuurontwikkeling van ‘t Meertje in Vinkeveen, als compensatie voor de bebouwing op de legakkers op de Plassen. De bouwregels en bijbehorende voorwaarden in het plassengebied zijn opgenomen in het Bestemmingsplan Vinkeveense Plassen. 

  • b.

    Richting de toekomst versterken we het diverse recreatieve profiel van de Vinkeveense Plassen.

    • 1.

      We spannen ons ervoor in om de kwaliteit in het aanbod aan recreatieve voorzieningen (dag- en verblijfsrecreatie) te behouden en versterken. Hierbij gaat het om het verbeteren van de kwaliteit van verblijfsaccommodaties en het toevoegen van kwalitatieve dagrecreatie. Hiermee bedoelen we bijvoorbeeld recreatieve functies met maatschappelijke betekenis, zoals de verkoop van lokale souvenirs en streekproducten.

    • 2.

      Bij horeca zetten we ons in voor meer jaarrond aanbod dat ook aantrekkelijk is voor onze inwoners. Hierbij zien we kansen om dit te koppelen aan versterking van het voorzieningenniveau van Vinkeveen.

    • 3.

      We maken werk van promotie en marketing van de Vinkeveense Plassen om daarmee ook nieuwe doelgroepen recreanten en toeristen aan te trekken. We positioneren de Vinkeveense Plassen als als veelzijdig recreatief gebied waar het goed toeven is voor diverse doelgroepen: de stijlzoeker, de rustzoeker, inzichtzoeker en de zakelijke bezoeker zoals beschreven in de Visie Recreatie en Toerisme 2025-2035. Dit betekent een aantrekkelijk plassengebied voor zowel waterrecreatie, als voor natuur, cultuurhistorie en erfgoed.

    • 4.

      We zetten in op het verbeteren kleine toervaartroutes vanuit Vinkeveense Plassen richting Amstel en Loosdrechtse Plassen.

    • 5.

      Voor zowel de gebiedsmarketing als het versterken van de recreatieve voorzieningen werken we onder andere samen met 8 andere ‘Hollandse Plassengemeenten’ in het kader van de Samenwerkingsovereenkomst Hollandse Plassen.

  • c.

    We zetten in op het verbeteren van de bereikbaarheid van de Vinkeveense Plassen, waarbij we expliciet kijken naar mogelijkheden om de recreatiedruk te spreiden. Hiervan profiteren uiteindelijk ook onze eigen inwoners. We zetten in op het versterken van verschillende ‘bronpunten’. Zo verleiden we bezoekers om met het openbaar vervoer en de fiets te komen. Hiertoe richten we ons op het opwaarderen van de ov-halte in Vinkeveen tot mobiliteitshub en vooral ook de ontwikkeling van 2 volwaardige buitenpoorten als aantrekkelijke visitekaartjes van het gebied aan de oostzijde van de plas: een bij The Harbour Club en een bij Zandeiland 1.

    • 1.

      De buitenpoort bij The Harbour Club ligt aan de gestrekte ov-as tussen Mijdrecht, Wilnis, Vinkeveen en Breukelen en vormt daarmee dé buitenpoort voor reizigers die met het ov naar de plassen komen. We onderzoeken of het mogelijk is om in het hoogseizoen vanaf deze buitenpoort bezoekers per pendelboot verder het gebied in te brengen, bijvoorbeeld naar een van de Zandeilanden.

    • 2.

      Zandeiland 1 is juist goed bereikbaar per auto dankzij de parkeervoorzieningen in de Winkelpolder, waar zich ook al een Toeristisch Overstap Punt bevindt. Vanaf hier kunnen Zandeilanden 1 en 2 gemakkelijk per voet bereikt worden en takt de locatie aan op diverse wandel-en fietsroutes. We koesteren deze goede ontsluiting en breiden deze waar nodig uit, bijvoorbeeld door vervoersvormen als deelmobiliteit toe te voegen. We hebben hierbij oog voor het waar mogelijk minimaliseren van overlast voor de bewoners van de Vinkekade en Plaswijk. 

  • d.

    Om de balans tussen rust en reuring richting de toekomst te bewaken, kiezen we op en rond de Vinkeveense Plassen voor een zonering in intensievere recreatie en meer rustzoekende recreatie, in lijn met het Bestemmingsplan Vinkeveense Plassen. Voor intensievere recreatie zien we mogelijkheden op het noordoostelijk deel van de Noordplas (rond de zandeilanden en de recreatieparken en havens ten noorden hiervan), het oostelijk deel van de Zuidplas en rond Vinkeveen. Rustzoekende recreatie, met respect voor flora, fauna en cultuurhistorie, zien we vooral op de meer westelijke delen van de plassen, tussen Vinkeveen en Botshol, in het westelijk deel van de Zuidplas. De exacte (recreatieve) mogelijkheden in het plassengebied zijn terug te vinden in het Bestemmingsplan Vinkeveense Plassen.

  • e.

    Om de instandhouding van de cultuurhistorische legakkerstructuur te borgen, kiezen we ervoor op basis van het Bestemmingsplan Vinkeveense Plassen een beperkte mate van ruimte te bieden wat betreft bebouwing en het gebruik van de legakkers, om ervoor te zorgen  dat eigenaren de legakkers goed beheren en instandhouden. Hiervoor gelden op basis van het Bestemmingsplan Vinkeveense Plassen gebiedsspecifieke regels voor de zones I, II en III om ervoor te zorgen dat de bebouwing passend is bij het karakter van de legakkers en er kwaliteit aan toevoegt.

  • f.

    We zetten in op het versterken en uitbreiden van de natuurwaarden van de Vinkeveense Plassen. Dit betekent op de legakkers het inzetten op meer inheemse beplantingssoorten en het verminderen van de hoeveelheid bomen, zoals beschreven in het Bestemmingsplan Vinkeveense Plassen. Dit betekent onder andere dat elk kavel dat een omgevingsvergunning krijgt om te bouwen, moet voldoen aan de eis van 25% inheemse beplanting op de kavel. Langs de Baambrugse Zuwe en de N201 zetten we daarnaast in op het minimaliseren van de barrièrewerking voor fauna, met name door de aanleg van natuurvriendelijke oevers en het mogelijk maken van dubbele rijen oeverbescherming.

  • g.

    We kiezen in de linten in het plassengebied (Baambrugse Zuwe, Vinkekade en Groenlandsekade) voor het behouden en versterken van de relatie tussen het bebouwingslint, de plassen en de nabijgelegen grotere dorpen. Dit betekent het voorkomen van verdere verdichting van de linten en het beschermen van de zichtlijnen naar de plassen, een zorgvuldige inpassing van eventuele nieuwe bebouwing en functies zodat deze geen afbreuk doet aan deze kwaliteiten en het inzetten op goede, veilige verbindingen van de linten naar de voorzieningen in Vinkeveen. Daarnaast wordt in het lint ingezet op een goede kwaliteit van leven en een gezonde omgeving waarin men rustig kan wonen. We werken dit nader uit in een (nieuwe) lintenvisie,  als onderdeel van het op te stellen Ruimtelijk Kwaliteitskader.

6.3.5 Botshol

Kenschets van deelgebied

Botshol is een typisch Hollands laagveengebied aan de noordwestzijde van de Vinkeveense plassen tussen Vinkeveen en Abcoude. Het is een afwisselend natuurgebied met veenplassen, smalle sloten, rietlanden en moerasbos en omvat 2 grotere plassen, de Grote Wije en de Kleine Wije. Het beschikt over veel karakteristieke flora en fauna, waaronder veel zeldzame soorten, met name vele bijzondere waterplanten. Het oppervlaktewater is aangewezen als KRW-oppervlaktewaterlichaam. Daarnaast geniet het gebied een Natura2000 bescherming en wordt beheerd door Natuurmonumenten en enkele andere landeigenaren.

Gezien de bijzondere natuurwaarden heeft Botshol een aanzienlijke recreatieve aantrekkingskracht. De balans tussen recreatie en natuur is zeer belangrijk voor het gebied: het is daarom niet toegankelijk tijdens het broedseizoen en tevens aangewezen als stiltegebied. Buiten het broedseizoen is het gebied enkel toegankelijk voor wandelaars, met bootjes die op 2 plekken gehuurd kunnen worden of tijdens vaarexcursies georganiseerd door Natuurmonumenten.

Ten slotte behoort ook het Fort in de Botshol, onderdeel van de Hollandse Waterlinies, tot het natuurgebied. De betonnen verdedigingswerken zijn hier nooit gebouwd, maar de ophogingen met zand zijn goed zichtbaar. Ook dit historische terrein valt binnen het Natura2000 gebied en wordt beheerd door Natuurmonumenten.

De voornaamste opgave in Botshol is de bescherming van de natuur, die ondanks reeds genomen maatregelen onder druk staat. Zo moet de stikstofdepositie worden verlaagd en de wegzijging van water uit het gebied worden verminderd. Hoewel het werken aan de opgaven in het gebied zelf niet bij gemeente De Ronde Venen ligt, zijn we wel vertegenwoordigd in gebiedsprocessen omtrent Botshol en vinden hierin de stem van onze inwoners belangrijk. Daarnaast hebben maatregelen of ontwikkelingen in aangrenzende gebieden mogelijk impact op de natuurwaarden van Botshol. Hiermee goed rekening houden in de aangrenzende gebieden vormt daarom een belangrijke opgave.

20250612_OntwerpomgevingsvisieDeRondeVenen_Page_83_1.jpg

Gebiedsspecifieke keuzes voor Botshol:

  • a.

    Gezien de grote natuurwaarden en cultuurhistorische waarden in Botshol, zijn ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied niet mogelijk. De Natura 2000-bescherming die Botshol geniet, bestendigt dit. In de gebieden die aan Botshol grenzen houden we rekening met de aanwezigheid van het natuurgebied en zorgen we dat ontwikkelingen op deze plekken de natuurwaarden van Botshol bij voorkeur ten goede komen, of op zijn minst niet schaden.

  • b.

    We herkennen de recreatieve aantrekkingskracht van Botshol en werken nauw samen met Natuurmonumenten om ervoor te zorgen dat de recreatieve druk op het gebied niet te groot wordt. Dit uit zich onder andere in de ambitie om de recreatieve waarden in de andere deelgebieden te vergroten en zo de recreatie in de gemeente beter te spreiden. Daarnaast monitoren we met Natuurmonumenten of ruimtelijke ontwikkelingen of recreatieve druk in de directe omgeving van Botshol geen negatieve effecten teweegbrengen op de natuurwaarden.

7 Uitvoering

20250612_OntwerpomgevingsvisieDeRondeVenen_Page_84.jpg

Met deze omgevingsvisie zetten we samen met inwoners, ondernemers, partners en organisaties koers naar de toekomstige leefomgeving van De Ronde Venen. We brachten in beeld welke kansen en opgaven we zien voor 2040, en hoe we hier nu en in de toekomst op willen anticiperen. Het uitvoeren van onze visie kunnen we niet alleen. In dit hoofdstuk beschrijven we onze rol als gemeente en formuleren we de uitgangspunten voor samenwerking met andere partijen. Ook gaan we in op het instrumentarium van de Omgevingswet, de afspraken die we maken over monitoring en evaluatie en de bekostiging van de ambities.

20250612_OntwerpomgevingsvisieDeRondeVenen_Page_85_1.jpg
7.1 Samenwerking

Deze visie hebben we opgesteld met uitgebreide participatie met de samenleving. Met de omgevingsvisie nodigen we de samenleving en onze partners uit om samen de geschetste ambities tot uitvoering te brengen. Als gemeente willen wij ruimte bieden voor initiatiefnemers die investeren in een toekomstbestendige leefomgeving en verantwoordelijkheid nemen voor de ruimtelijke ontwikkeling. De omgevingsvisie vormt hierbij het afwegingskader. Dit kan betekenen dat we kritisch zijn op initiatieven die weinig of nauwelijks bijdragen aan de gestelde doelen en dat we initiatieven die goed passen binnen onze visie extra kracht bij willen zetten. Hierbij zullen we als gemeente De Ronde Venen denken en handelen vanuit mogelijkheden, vertrouwen en verbinding en kiezen we voor een houding vanuit het uitgangspunt ‘ja, mits’ in plaats van ‘nee, tenzij’.

De omgevingsvisie als afwegingskader voor initiatieven

De omgevingsvisie geeft overzicht en inzicht in de vele uitdagingen en opgaven waar we in gemeente De Ronde Venen voor staan. Het vormt een uitnodiging aan iedere inwoner, ondernemer en organisatie om hierover mee te denken en de ambities samen te brengen met eigen acties en keuzes. De leefomgeving van 2040 maken we samen.

Deze omgevingsvisie verduidelijkt welke thema’s we meewegen in ons gemeentelijk beleid en onze beslissingen. Op de besluitvorming over initiatieven die zijn voorzien in de voormalige regelgeving onder de Wro, zoals de bestemmingsplannen, heeft deze visie geen directe gevolgen. We bieden ruimte aan nieuwe ontwikkelingen en nodigen initiatiefnemers uit om met hun ruimtelijke plannen actief bij te dragen aan de gestelde doelen. Hierbij staan de kenmerken en identiteit van onze gemeente altijd voorop. Bij een initiatief of ontwikkeling stellen we onszelf en de initiatiefnemer de volgende 3 vragen:

  • a.

    Draagt de ontwikkeling of het initiatief bij aan de geformuleerde kernambities en sluit het aan op de gebiedsgerichte uitwerkingen en in welke mate?

  • b.

    Is er sprake van een negatieve en/of positieve impact op de kwaliteiten van de leefomgeving, zoals verwoord in deze omgevingsvisie?

  • c.

    In welke mate wordt het initiatief of de ontwikkeling gedragen door de directe omgeving en wat zijn daarvoor de redenen?

Samenwerking in de regio

Veel van de ruimtelijke en maatschappelijke opgaven die op ons afkomen, overstijgen onze gemeentegrenzen. Regionale afstemming en samenwerking is daarom van groot belang. Dit is niet nieuw voor De Ronde Venen. Zo is de gemeente onderdeel van verschillende regionale samenwerkingsverbanden, zoals de Metropoolregio Utrecht en de U10-regio; zie voor een volledig overzicht hoofdstuk 2.2. Als gemeente dragen we actief bij aan het integraal oppakken van opgaven en kansen. In de toekomst zal deze regionale samenwerking naar verwachting verder toenemen, bijvoorbeeld in de doorvertaling van regionale visies en programma’s. Denk aan een de regionale Woondeal, het Integraal Ruimtelijk Perspectief, de Regionale Energiestrategie en op thema’s zoals vitaal landelijk gebied en bereikbaarheid. Als De Ronde Venen zoeken we zowel afstemming met  de regio Utrecht als met de Metropoolregio Amsterdam, waarmee onze gemeente veel verhuis- en woon-werkrelaties heeft. Als gemeente brengen we in regionale samenwerkingsprocessen actief de belangen van onze inwoners, bedrijven en organisaties in.

Samenwerking met de ketenpartners

Met de invoering van de Omgevingswet is de samenwerking tussen gemeenten en ketenpartners geïntensiveerd. De vernieuwing ligt met name in de toepassing van de wet in de omgangsvormen tussen (samenwerkende) gemeenten en ketenpartners. We vinden het van groot belang om bij de totstandkoming van beleid en regelgeving van andere overheden mee te kunnen denken als gemeente. Dit om problemen bij lokale toepassing van hogere regelgeving te voorkomen. Bij conflicterende visies van andere overheden gaan we vroegtijdig het gesprek aan. Tegelijkertijd hebben we als gemeente de rol om bij te dragen aan ontwikkelingen ‘van bovenaf’. We kunnen hier naar de lokale context invulling aan geven. We zien meerwaarde in nauwe samenwerking en afstemming met onze ketenpartners, waarbij we onze krachten bundelen als het gaat om het vinden van slimme oplossingen voor complexe, gebiedsoverstijgende opgaven.

Regie waar nodig of gewenst

Als gemeente De Ronde Venen werken we – zoals we al gewend zijn – samen met inwoners, organisaties en andere overheden aan onze fysieke leefomgeving. We vinden het belangrijk om ruimte te bieden aan initiatief van onderop, om zo ook betrokkenheid van onze inwoners en medeverantwoordelijkheid voor onze leefomgeving te stimuleren. Dat betekent ook dat we als gemeente De Ronde Venen zaken soms wat meer zullen loslaten en meer in een faciliterende rol komen. Daarbij staan we partijen bij met onze kennis wanneer dit gevraagd of nodig is. Tegelijkertijd dragen wij als overheid de verantwoordelijkheid voor het algemeen belang. Wanneer (maatschappelijke) partijen niet in staat blijken een oplossing te vinden voor opgaven, vraagt dit van ons als gemeente een meer sturende of regisserende rol. Ook zien we op bepaalde onderwerpen een belangrijke taak weggelegd voor de gemeente. Denk bijvoorbeeld aan grote opgaven als regie op de woningbouwopgave, bereikbaarheid en de gezonde en inclusieve samenleving. Zo kennen we als gemeente meerdere rollen, afhankelijk van de onderwerpen en opgaven. Kortom, in de basis stellen we onszelf op als samenwerkingspartner en facilitator, maar als het nodig is nemen we ook de regie.

7.2 Instrumenten voor uitvoering

Deze omgevingsvisie zien wij als als een dynamisch document, omdat de wereld om ons heen voortdurend in beweging is. Want maatschappelijke ontwikkelingen volgen elkaar in hoog tempo op en we weten niet hoe de wereld er over 5 of 10 jaar uitziet. We kunnen uitvoering geven aan de omgevingsvisie door de inzet van verschillende instrumenten. In de Omgevingswet zijn voor onze gemeente 3 andere relevante beleidsinstrumenten geformuleerd, elk met hun eigen rol: het omgevingsprogramma, het omgevingsplan en de omgevingsvergunning. We lichten deze instrumenten hieronder nader toe.

20250612_OntwerpomgevingsvisieDeRondeVenen_Page_88_1.jpg

Omgevingsprogramma’s

In een omgevingsprogramma worden ambities en keuzes die in de omgevingsvisie zijn vastgelegd nader uitgewerkt voor specifieke thema’s of gebieden. Het omgevingsprogramma is het instrument van het college van burgemeester en wethouders, waarin zij de globale beleidslijnen uit de omgevingsvisie verder uitwerken. Een programma bevat maatregelen voor bescherming, beheer, gebruik en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. In een programma worden de ambities uitgewerkt in concrete maatregelen. Er staat ook in welke middelen nodig zijn om het doel te behalen en op welke manier we als gemeente gaan sturen (sturingsfilosofie). Daarbij gaat het om aspecten zoals financiering en benodigde ruimtelijke en juridische instrumenten.

Er zijn in feite 2 soorten omgevingsprogramma’s: verplichte en onverplichte (vrijwillige) programma’s. Gemeente De Ronde Venen kent op dit moment (nog) geen wettelijk verplichte omgevingsprogramma’s. Dit zal de komende jaren wel aan de orde zijn, bijvoorbeeld in de vorm van een volkshuisvestingsprogramma, in het kader van de voorgenomen Wet versterking regie volkshuisvesting, en het warmteprogramma dat eind 2026 wordt vastgesteld in het kader van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie.

Vrijwillige programma’s zijn gericht op de nadere uitwerking en uitvoering van de omgevingsvisie. Die kunnen themagericht zijn (bijvoorbeeld gericht op mobiliteit, wonen of omgevingsveiligheid) of gebiedsgericht (bijvoorbeeld voor de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk of de herstructurering van een bedrijventerrein). Of en hoe we de komende tijd omgaan met het gebruik van het instrument omgevingsprogramma leggen we nu nog niet vast. Die keuze maken we op het moment dat we met de uitwerking van de visie aan de slag gaan of een nieuwe gebiedsontwikkeling gaan oppakken.

Omgevingsplan

De juridische verankering van deze omgevingsvisie vindt plaats in het omgevingsplan. Dit omgevingsplan vertaalt de ambities uit beleid naar concrete regels en voorschriften. In tegenstelling tot de omgevingsvisie, die bindend is voor de gemeente, is het omgevingsplan bindend voor inwoners, ondernemers en initiatiefnemers. Het omgevingsplan is de opvolger van de huidige bestemmingsplannen, beheers- en gemeentelijke verordeningen. Er komt uiteindelijk 1 omgevingsplan voor de hele gemeente. Het omzetten en samenvoegen van de bestemmingsplannen tot een omgevingsplan is een omvangrijke taak. Daarom zal gemeente De Ronde Venen dit stapsgewijs oppakken. Als gemeente zijn we van plan om dit voor 2032 (de wettelijk verplichte datum) af te ronden.

De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om voor bepaalde onderwerpen omgevingswaarden op te nemen in het omgevingsplan. Met de omgevingswaarden kunnen in bepaalde gebieden of op bepaalde thema’s strengere eisen worden gesteld dan de in rijks- of provinciaal beleid vastgelegde waarden. Deze omgevingswaarden bieden de mogelijkheid om differentiatie in doelen aan te brengen voor verschillende gebieden/thema’s.

Omgevingsvergunning

Initiatiefnemers die met de fysieke leefomgeving aan de slag willen, hebben in veel gevallen een omgevingsvergunning nodig. In het gemeentelijke omgevingsplan leggen we vast voor welke activiteiten een omgevingsvergunning vereist is.

Overige beleidsinstrumenten

Naast de instrumenten uit de Omgevingswet kunnen we ook op andere manieren uitwerking geven aan de omgevingsvisie. Denk hierbij aan (sectorale) beleidsvisies, beleidskaders en beleidsregels. Bestaande en toekomstige (sectorale) beleidsdocumenten en uitvoeringsagenda’s blijven dus naast de omgevingsvisie bestaan. Deze documenten bevatten in principe geen nieuw beleid: ze zijn een uitwerking van de strategische hoofdlijnen uit de omgevingsvisie. Mocht het toch gebeuren dat er sprake is van botsende belangen tussen beleidsnota’s en de omgevingsvisie, dan is de omgevingsvisie leidend.

 

7.3 Uitvoeringsprogramma's

In deze omgevingsvisie hebben we bij een aantal thema’s en gebieden aangegeven dat ze nog nadere uitwerking behoeven. In onderstaand overzicht geven we aan welke onderwerpen opgepakt gaan worden. Hierbij wordt telkens de afweging gemaakt welk instrument hiervoor ingezet wordt, denk hierbij aan een omgevingsprogramma of een thematisch of gebiedsgericht beleidskader.

Visie Vrijkomende Agrarische Bebouwing [Q4 2025]

Ruimtelijk kwaliteitskader [2026]

Uitvoeringsplan mobiliteit

Herijking beleidsplan kleinschalige en grootschalige zonnevelden

Uitvoeringsplan Bedrijventerrein Mijdrecht

De uitwerkingen in het overzicht zijn niet limitatief. Op het moment dat de actualiteit hierom vraagt, kunnen er ook andere gebieden en thema’s opgepakt worden als uitwerking van de omgevingsvisie. Zoals eerder al gezegd, blijven bestaande en toekomstige beleidsdocumenten en uitvoeringskaders dus naast de omgevingsvisie bestaan. Zij bevatten geen nieuwe beleidskeuzes, maar zijn een uitwerking van de strategische hoofdlijnen uit de omgevingsvisie om hieraan uitvoering te geven.

7.4 Evaluatie

Onze omgevingsvisie De Ronde Venen 2040 is nu klaar, maar in feite nooit af. We kijken regelmatig of we nog op de juiste weg zitten. Nieuwe inzichten en opgaven vragen ons steeds opnieuw te kijken naar de relevantie van ons beleid en de rol die we spelen als gemeente. Om onszelf snel aan te kunnen passen vormen monitoring en evaluatie een belangrijke pijler. Zo kunnen we controleren of we onze ambities nog steeds kunnen halen of dat we ze moeten aanpassen. We gebruiken hiervoor een beleidscyclus. Op deze manier zorgen we ervoor dat onze visie blijft aansluiten bij de behoeften en ontwikkelingen in onze gemeente.

Om onze omgevingsvisie zo actueel mogelijk te houden, kiezen we ervoor om deze periodiek te evalueren. Het tempo waarin we de visie aanpassen hangt af van de ervaringen die we opdoen met andere instrumenten en de monitoring van onze doelen. En van de staat van onze fysieke leefomgeving. We evalueren de omgevingsvisie in ieder geval elke 4 jaar, in het jaar volgend op de gemeenteraadsverkiezingen, en starten hiermee in 2030. Dit leidt mogelijk tot een herijking. Daarnaast is het mogelijk om de visie van een herijking te voorzien wanneer (maatschappelijke) opgaven in de fysieke leefomgeving daar aanleiding toe geven.

Om te borgen dat de omgevingsvisie binnen gemeente De Ronde Venen blijft leven en functioneren als spil tussen verschillende beleidsdomeinen wordt verkend of de rol van een aanjager omgevingsvisie belegd kan worden binnen de ambtelijke organisatie. Deze rol borgt dat er uitwisseling tussen de verschillende beleidsdomeinen blijft plaatsvinden, zoals gebeurd is tijdens het opstellen van deze omgevingsvisie. Daarnaast zorgt deze rol ervoor dat er structurele ‘voelsprieten’ zijn in de ambtelijke organisatie om te signaleren of er nieuwe of aangescherpte programma’s of beleidslijnen nodig zijn om doelen te verwezenlijken of dat er tussentijds aanleiding is om de omgevingsvisie te herijken.

Monitoring op programmaniveau

Op programmaniveau zal monitoring van de doelen van de omgevingsvisie plaatsvinden. In de programma’s worden de doelen, de realisatie met tijdspad en de monitoring concreter uitgewerkt. Getracht wordt om zoveel mogelijk de monitoring van de omgevingsvisie te laten voeden door de monitoring die in het kader van een programma wordt uitgevoerd. Doelstellingen worden zoveel mogelijk vertaald naar concrete beleidsindicatoren.

Bijstellen van de omgevingsvisie

In de toekomst kan blijken dat bepaalde ontwikkelingen ertoe leiden dat onderdelen van de omgevingsvisie onvoldoende uitwerking kennen of onvoldoende te handhaven zijn en bijstelling eerder nodig is. Bijvoorbeeld door ontwikkeling van nieuw nationaal, provinciaal en/of lokaal beleid. Het is dan mogelijk dat we de huidige omgevingsvisie op onderdelen moeten aanpassen of aanscherpen.

Wanneer er sprake is van ingrijpende aanpassingen, dan kunnen wij als gemeente de omgevingsvisie bijstellen. Hierbij betrekken we de samenleving actief. De wijze waarop we dit doen wordt vooraf met de gemeenteraad afgestemd. De gemeenteraad stelt uiteindelijk een (herijkte) omgevingsvisie vast.

7.5 Bekostiging

De omvang van de gemeentelijke opgaven en ambities die we in deze omgevingsvisie beschrijven, is groot. Voor veel van deze ambities ligt de verantwoordelijkheid en het initiatief bij ons als gemeente De Ronde Venen, zoals de bereikbaarheid, de inrichting van de openbare ruimte en het voorzien in voldoende voorzieningen zoals scholen en groen. Het geheel aan aanpassingen om onze leefomgeving klaar te maken voor de toekomst is kostbaar.

Een deel van deze investeringen is toe te rekenen aan specifieke delen van het omgevingsplan en zijn rechtstreeks verhaalbaar. Een ander deel van de kosten wordt veroorzaakt door meerdere plannen en zullen breder worden verhaald, bijvoorbeeld binnen specifieke programma’s. Ten slotte is een deel van de investeringen niet zomaar langs de lat van de PTP-criteria (profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit) te leggen, maar zijn wel van toegevoegde waarde voor iedereen op het grondgebied van gemeente De Ronde Venen.

De Omgevingswet verplicht overheden om de kosten voor werken en maatregelen die bij een ontwikkeling horen, proportioneel te verhalen op de initiatiefnemers die profiteren van de aanleg van openbare voorzieningen in het ontwikkelde gebied. Dit noemen we ook wel verplicht kostenverhaal. De Omgevingswet biedt daarbij een wettelijke grondslag voor een (anterieure) overeenkomst tussen de gemeente en een initiatiefnemer. Denk bij ontwikkelingen aan woningbouwprojecten, realisatie of transformatie van bedrijventerreinen en maatschappelijke voorzieningen.

Naast het verplichte kostenverhaal biedt de Omgevingswet de gemeente ook de mogelijkheid om zogenaamde financiële bijdragen voor de ontwikkeling van een gebied te vragen.

  • a.

    Vrijwillige financiële bijdragen kunnen op grond van artikel 13.22 Omgevingswet worden overeengekomen in een overeenkomst, als daarvoor een grondslag is in een omgevingsvisie of omgevingsprogramma. In de artikelen 8.13 en 8.20 Omgevingsbesluit staan de activiteiten opgenomen waarvoor bij overeenkomst een vrijwillige financiële bijdrage kan worden gevraagd.

  • b.

    Afdwingbare financiële bijdragen op grond van artikel 13.23 Omgevingswet worden opgenomen in het omgevingsplan. In artikel 8.22 Omgevingsbesluit staan categorieën ontwikkelingen opgenomen waarvoor in een omgevingsplan een afdwingbare financiële bijdrage kan worden verhaald.

Op 10 maart 2022 is de Verordening sociale woningbouw De Ronde Venen 2022 vastgesteld voor bouwactiviteiten voor meer dan 3 en minder dan 30 zelfstandige woningen, die niet mogelijk zijn binnen het omgevingsplan. Met de verordening is een vereveningsfonds geïntroduceerd als instrument om de voorwaarde van 30% sociale huurwoningen in ieder project te waarborgen. In de eerste plaats door deze woningen fysiek te realiseren en als het niet anders kan door middel van een eenmalige volgens de verordening te bepalen afkoopsom, alsmede het stimuleren van de realisatie van meer dan 30% sociale huurwoningen op een ander plaats door een subsidieaanvraag uit het vereveningsfonds. Een afdracht aan het vereveningsfonds kan gezien worden als een financiële bijdrage voor ruimtelijke ontwikkelingen als bedoeld in artikel 13.22 Omgevingswet. Bij vaststelling van deze omgevingsvisie blijft de Verordening sociale woningbouw De Ronde Venen 2022 van kracht. Vanaf dat moment zal deze omgevingsvisie de basis vormen op grond waarvan met een initiatiefnemer een afdracht aan het vereveningsfonds als vrijwillige financiële bijdrage overeengekomen kan worden.

Mocht het wenselijk zijn dat de gemeente ook voor andere doeleinden een vrijwillige fondsenafdracht met initiatiefnemers van ontwikkelingen in het fysiek domein kan overeenkomen (bijvoorbeeld een fondsenafdracht revitalisering industrieterrein), dan zal dit uitgewerkt worden in een omgevingsprogramma. Het omgevingsprogramma moet in dat geval:

  • a.

    Het gebied omschrijven of aangeven dat ontwikkeld wordt;

  • b.

    Het verband aangeven tussen de activiteit en de ontwikkeling waaraan wordt bijgedragen;

  • c.

    Ingaan op de financiering van de ontwikkeling;

  • d.

    Een indicatie geven van de gewenste bijdrage;

  • e.

    Ingaan op planning en realisatie van de ontwikkeling.

De ambitie van gemeente De Ronde Venen is om het kostenverhaal en de financiële bijdragen zoveel mogelijk - in goed overleg - via anterieure overeenkomsten te regelen met ontwikkelaars. Mocht dit niet tot gewenste uitkomsten leiden, dan loopt het daadwerkelijke opleggen van kostenverhaal langs publiekrechtelijke weg via een beschikking. Een kostenverhaalbeschikking moet worden aangevraagd wanneer sprake is van:

  • a.

    Door de gemeente vastgestelde kostenverhaalregels in het omgevingsplan als activiteiten worden toegelaten door wijziging van het omgevingsplan; of

  • b.

    Door de gemeente vastgestelde kostenverhaalvoorschriften als activiteiten worden toegelaten door verlening van een omgevingsvergunning waarbij wordt afgeweken van het omgevingsplan (een buitenplanse omgevingsplanactiviteit oftewel bopa).

Colofon

Omgevingsvisie De Ronde Venen is tot stand gekomen in samenwerking met de gemeente De Ronde Venen en opgesteld door bureau RUIMTEVOLK. Het copyright van de beelden, kaarten en foto’s berust bij RUIMTEVOLK tenzij anders aangegeven. Hoewel aan de inhoud en samenstelling van dit rapport de grootst mogelijke zorg is besteed, is het mogelijk dat informatie onjuist of onvolledig is. RUIMTEVOLK en gemeente De Ronde Venen aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid voor de volledigheid en juistheid van de gegeven informatie.

Anne Seghers

Tim Kisner

Pieternella Aten

Bijlagen

Bijlage 1 Begrippenlijst

BIODIVERSITEIT

Alle verschillende soorten van leven (dieren en planten) die we op aarde hebben. Een hoge biodiversiteit betekent dat er in een gebied veel verschillende soorten dieren en planten leven.

BLAUWE KRANS

De landschappelijke zone rond de Hollandse Waterlinies (Stelling van Amsterdam) met inbegrip van de Vinkeveense en Loosdrechtse Plassen en met de Vecht als regionale groen-blauwe verbinding ontwikkelt zich tot een landschapspark. - U16 Integraal Ruimtelijk Perspectief 2021-2040

CIRCULAIR

Hergebruiken van producten voor het maken van nieuwe producten en/of materialen.

DEELMOBILITEIT

Het systeem waarbij personen uit verschillende huishoudens een voertuig delen.

EXTENSIVERING

Het proces waarbij agrarische bedrijven in omvang afnemen, oftewel een kleiner aantal dieren per hectare, bijvoorbeeld ten behoeve van natuur en milieu.

OMGEVINGSVEILIGHEID

Bij omgevingsveiligheid gaat het om de risico’s van het gebruik, de productie, opslag en transport van gevaarlijke stoffen en windturbines.

HOLLANDSE WATERLINIES / STELLING VAN AMSTERDAM

Rondom Amsterdam ligt een verdedigingsring van 46 forten en batterijen en een grote hoeveelheid aan dijken en sluizen. Dit is de Stelling van Amsterdam. De stelling staat, samen met de Nieuwe Hollandse Waterlinie, op de lijst van UNESCO Werelderfgoed onder de noemer Hollandse Waterlinies.

KLIMAATADAPTATIE

Het aanpassen van de omgeving om zo voorbereid te zijn op de gevolgen van klimaatverandering, zoals droge perioden, extreme regenbuien en hete zomerdagen.

MULTIMODALE BEREIKBAARHEID

Multimodale bereikbaarheid is de mate waarin een locatie gemakkelijk toegankelijk is via een combinatie van diverse vervoerswijzen, zoals wandelen, fietsen, openbaar vervoer en de auto.

SCHAALVERGROTING

Het proces waarbij agrarische bedrijven in omvang toenemen, oftewel een groter aantal dieren per hectare, bijvoorbeeld ten behoeve van economische efficiëntie.

SLUIPVERKEER

Verkeersstromen die een alternatieve lokale route zoeken als het (te) druk is op snelwegen of belangrijke regionale wegen.

SOCIALECOHESIE

Mate waarin inwoners verbondenheid ervaren en zich medeverantwoordelijk voelen voor het welzijn van de gemeenschap.

STIKSTOFDEPOSITIE

Het op de grond of in het water neerkomen van stikstofdeeltjes uit de lucht.

STRAATJE ERBIJ

Kleinschalige woningbouwlocatie aan de randen van dorpen of steden.

VOORZIENINGEN

Een voorziening zijn alle zaken waar je gebruik van kunt maken in een stad of dorp. Denk aan onderwijs, medische zorg, winkels, sport of ontspanning. Er zijn verschillende soorten voorzieningen, openbare voorzieningen, bijzondere voorzieningen en maatschappelijke voorzieningen.

VRIJKOMENDEAGRARISCHE BEBOUWING

Bij vrijkomende agrarische bebouwing gaat het om een grote hoeveelheid landelijke bedrijfsruimte die leeg komt te staan. - VNG

WATERPEIL

Door middel van het waterpeil zorgt het waterschap voor de juiste hoeveelheid water voor natuur, landbouw en scheepvaart. Zodat het water niet te hoog, maar ook niet te laag staat. – Waterschap AVG

WATERBERGING

Het tijdelijk opvangen van (regen)water in de bodem, sloten, beekjes rivieren, meren, plassen en overige waterbergingsgebieden.

Bijlage 2 Nota van Participatie

1.jpg
2.jpg
3.jpg
4.jpg
5.jpg
6.jpg
7.jpg
8.jpg
9.jpg
10.jpg
11.jpg
12.jpg
13.jpg
14.jpg
15.jpg
16.jpg
17.jpg
18.jpg

Bijlage 3 Plan MER

i
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_001.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_002.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_003.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_004.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_005.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_006.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_007.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_008.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_009.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_010.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_011.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_012.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_013.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_014.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_015.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_016.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_017.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_018.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_019.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_020.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_021.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_022.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_023.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_024.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_025.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_026.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_027.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_028.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_029.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_030.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_031.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_032.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_033.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_034.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_035.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_036.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_037.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_038.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_039.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_040.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_041.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_042.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_043.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_044.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_045.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_046.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_047.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_048.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_049.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_050.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_051.jpg
ii
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_052.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_053.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_054.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_055.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_056.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_057.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_058.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_059.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_060.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_061.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_062.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_063.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_064.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_065.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_066.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_067.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_068.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_069.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_070.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_071.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_072.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_073.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_074.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_075.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_076.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_077.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_078.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_079.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_080.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_081.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_082.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_083.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_084.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_085.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_086.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_087.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_088.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_089.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_090.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_091.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_092.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_093.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_094.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_095.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_096.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_097.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_098.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_099.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_100.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_101.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_102.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_103.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_104.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_105.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_106.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_107.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_108.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_109.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_110.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_111.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_112.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_113.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_114.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_115.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_116.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_117.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_118.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_119.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_120.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_121.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_122.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_123.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_124.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_125.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_126.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_127.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_128.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_129.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_130.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_131.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_132.jpg
iii
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_133.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_134.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_135.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_136.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_137.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_138.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_139.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_140.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_141.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_142.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_143.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_144.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_145.jpg
iv
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_146.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_147.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_148.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_149.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_150.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_151.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_152.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_153.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_154.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_155.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_156.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_157.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_158.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_159.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_160.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_161.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_162.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_163.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_164.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_165.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_166.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_167.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_168.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_169.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_170.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_171.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_172.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_173.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_174.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_175.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_176.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_177.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_178.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_179.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_180.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_181.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_182.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_183.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_184.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_185.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_186.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_187.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_188.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_189.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_190.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_191.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_192.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_193.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_194.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_195.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_196.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_197.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_198.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_199.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_200.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_201.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_202.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_203.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_204.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_205.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_206.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_207.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_208.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_209.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_210.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_211.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_212.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_213.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_214.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_215.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_216.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_217.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_218.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_219.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_220.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_221.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_222.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_223.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_224.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_225.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_226.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_227.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_228.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_229.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_230.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_231.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_232.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_233.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_234.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_235.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_236.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_237.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_238.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_239.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_240.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_241.jpg
v
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_242.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_243.jpg
vi
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_244.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_245.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_246.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_247.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_248.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_249.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_250.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_251.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_252.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_253.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_254.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_255.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_256.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_257.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_258.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_259.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_260.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_261.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_262.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_263.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_264.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_265.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_266.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_267.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_268.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_269.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_270.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_271.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_272.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_273.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_274.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_275.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_276.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_277.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_278.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_279.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_280.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_281.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_282.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_283.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_284.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_285.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_286.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_287.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_288.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_289.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_290.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_291.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_292.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_293.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_294.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_295.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_296.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_297.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_298.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_299.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_300.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_301.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_302.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_303.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_304.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_305.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_306.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_307.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_308.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_309.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_310.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_311.jpg
vii
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_312.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_313.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_314.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_315.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_316.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_317.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_318.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_319.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_320.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_321.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_322.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_323.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_324.jpg
viii
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_325.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_326.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_327.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_328.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_329.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_330.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_331.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_332.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_333.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_334.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_335.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_336.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_337.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_338.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_339.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_340.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_341.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_342.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_343.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_344.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_345.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_346.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_347.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_348.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_349.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_350.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_351.jpg
ix
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_352.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_353.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_354.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_355.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_356.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_357.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_358.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_359.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_360.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_361.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_362.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_363.jpg
x
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_364.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_365.jpg
xi
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_366.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_367.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_368.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_369.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_370.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_371.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_372.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_373.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_374.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_375.jpg
xii
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_376.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_377.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_378.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_379.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_380.jpg
xiii
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_381.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_382.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_383.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_384.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_385.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_386.jpg
Bijlage_3_Plan-MER_OmgevingsvisieDeRondeVenen__1124335___Page_387.jpg

Bijlage I Geografische Informatieobjecten

Deze regeling bevat geen GIO informatie.

Naar boven