Gemeenteblad van Oosterhout
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Oosterhout | Gemeenteblad 2025, 282182 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Oosterhout | Gemeenteblad 2025, 282182 | ander besluit van algemene strekking |
Uitvoeringsbesluit Jeugdhulp gemeente Oosterhout 2025
Het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Oosterhout;
gelezen het daartoe strekkend voorstel behandeld in zijn vergadering van 6 mei 2025;
gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel en artikel 30 van de Verordening Jeugdhulp gemeente Oosterhout 2025;
overwegende dat het noodzakelijk is het toegangsproces Jeugdhulp en daaraan gerelateerde zaken bij uitvoeringsbesluit te regelen;
besluit vast te stellen: “het Uitvoeringsbesluit Jeugdhulp gemeente Oosterhout”.
Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen
Alle begrippen die in dit uitvoeringsbesluit worden gebruikt en die niet nader worden
omschreven hebben dezelfde betekenis als in de verordening Jeugdhulp Oosterhout, de Jeugdwet, het Besluit Jeugdwet en de Algemene wet bestuursrecht. In dit uitvoeringsbesluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
de jeugdige of zijn ouders: Gebruik van ‘of’ impliceert ook de betekenis ‘en’. Met de aanduiding ‘de jeugdige of zijn ouders’ bedoelen we: de jeugdige (van bijvoorbeeld 16 jaar of ouder) zelfstandig, de jeugdige met een of beide ouders (in de definitie van artikel 1 van de wet: de gezaghebbend ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet zijnde een pleegouder) (bij een jeugdige tussen de 12 en de 16 jaar), of de ouders namens de jeugdige (bij een jeugdige jonger dan 12 jaar);
Stevig Lokaal Team: het team van professionals vanuit het gemeentelijk sociaal domein, de sociale basis en de gespecialiseerde jeugdhulp. Vanuit hun eigen expertise en verantwoordelijkheid zorgen zij samen voor een preventieve, effectieve en efficiënte uitvoering en coördinatie van de jeugdhulp binnen de daartoe aangewezen wijk. Jeugdigen en ouders uit het aangewezen gebied zoals bedoeld in artikel 2 van de verordening kunnen bij het Stevig Lokaal Team terecht.
Hoofdstuk 2: Toegangsproces bij jeugdhulp
2.2 Vooronderzoek en identificatie
Het Sociaal Team of Stevig Lokaal Team maakt vervolgens zo spoedig mogelijk met de jeugdige of zijn ouders een afspraak voor een gesprek. Hierbij brengt het college de jeugdige en zijn ouders op de hoogte van de mogelijkheid om binnen een redelijke termijn een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet op te stellen. Als de jeugdige en zijn ouders daarom verzoeken, draagt het college zorg voor ondersteuning bij het opstellen van een familiegroepsplan.
Het Sociaal Team of Stevig Lokaal Team stelt de cliënt op de hoogte dat persoonsgegevens en informatie aangaande de cliënt geregistreerd en uitgewisseld worden met andere instanties betrokken bij de uitwerking van het plan. De registratie en uitwisseling vindt plaats met inachtneming van de bij of krachtens de Jeugdwet of de Algemene verordening gegevensbescherming gestelde voorschriften.
Het college stelt de cliënt op de hoogte dat de gemeente en de partners, betrokken bij de levering van de maatwerkvoorziening, persoonsgegevens en informatie aangaande de cliënt registreren en uitwisselen. De registratie en uitwisseling vinden plaats met inachtneming van de bij of krachtens de Jeugdwet of de AVG gestelde voorschriften.
Door de wettelijke verwijsbevoegdheid van huisartsen, medische specialisten en jeugdartsen, is de gemeente verplicht om een medische verwijzing te accepteren als toegang tot jeugdhulp. In de praktijk zullen de huisarts, de medisch specialist en de jeugdarts vaak niet bepalen welke specifieke vorm van jeugdhulp een jeugdige nodig heeft, maar slechts een verwijzing geven voor een vorm van jeugdhulp (bijvoorbeeld psychiatrische hulp).
Om de regierol van de gemeenten in het stelsel te borgen, is het noodzakelijk dat over de invulling van de verwijzingsmogelijkheid van de huisarts, de medisch specialist en de jeugdarts en de voorwaarden die hieraan kunnen worden gesteld goede afspraken tussen de partijen (onder andere gemeenten, huisartsen, medisch specialisten, zorgverzekeraars) worden gemaakt. De partijen worden hiertoe verplicht op grond van artikel 2.6, derde lid. Zie de toelichting bij die bepaling: Tweede Kamer, vergaderjaar 2012–2013, 33 684, nr. 3 148.
Het Sociaal Team ofwel Stevig Lokaal Team kan, zoals opgenomen in artikel 9 lid 2 van de verordening, bij een aanvraag na een medische verwijzing, een inhoudelijke toets uitvoeren die gericht is op de noodzakelijkheid en de invulling van jeugdhulp. Bij medische verwijzingen bepaald in de praktijk de jeugdhulpaanbieder welke jeugdhulp nodig is. Via een inhoudelijke toets kan met aanbieders het gesprek worden aangegaan of de hulp, duur en omvang die ze willen inzetten passend is en of de beoogde resultaten voldoende concreet zijn geformuleerd.
Zoals opgenomen in artikel 9 lid 3 van de verordening is met de medische verwijzers het uitgangspunt afgesproken dat zij alleen verwijzen naar jeugdhulp in de vorm van jeugd GGZ. Waar passend kan de praktijkondersteuner jeugd ook directe hulp bieden door het begeleiden en behandelen van problematiek. Eventueel kan de praktijkondersteuner jeugd ook medische verwijzers adviseren over passende verwijzingen. Indien er geen medische gronden zijn voor een verwijzing naar jeugdhulp is het uitgangspunt dat medische verwijzers (eventueel via de praktijkondersteuner jeugd) jeugdigen en ouders in contact brengen met het Sociaal Team of het Stevig Lokaal Team. Het Sociaal Team of het Stevig Lokaal Team draagt dan zorg voor vraagverheldering, advies en waar nodig bieden ze ondersteuning of zorgen voor een verwijzing naar een jeugdhulpaanbieder.
Hoofdstuk 3 Beschikbare jeugdhulpvoorzieningen en vormen van jeugdhulp
3.1 Nadere omschrijving vormen van Jeugdhulp
Hoofdstuk 4 Nadere omschrijving persoonsgebonden budget (pgb)
In de Jeugdwet is opgenomen dat indien de cliënt dit wenst, hij de jeugdhulp kan ontvangen in de vorm van een pgb. Het pgb is een bedrag waaruit, namens het college, betalingen gedaan worden, zodat de cliënt in staat wordt gesteld jeugdhulp van derden te betrekken.
Met een pgb voert de cliënt dus zelf de regie. Zo kan hij kiezen voor een professionele (formele) aanbieder, waarmee de gemeente geen overeenkomst heeft gesloten, maar ook voor het financieren van ondersteuning die wordt verleend via informele ondersteuning, zoals beschreven in artikel 14 van de verordening. In de praktijk wordt informele ondersteuning vaak verleend door het eigen sociale netwerk van de cliënt. Tot het sociale netwerk behoren personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt. Tot de huiselijke kring worden gerekend familieleden, huisgenoten, echtgenoot of mantelzorger. Andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt, zijn personen met wie de cliënt regelmatig contact onderhoudt, zoals bijvoorbeeld buren en medeleden van een vereniging.
In het gesprek met de medewerker kan de cliënt de wens uitspreken om het sociale netwerk of mantelzorgers in te willen zetten voor de in te zetten jeugdhulp.
Om oneigenlijk gebruik en fraude met pgb te beperken, is onder meer het trekkingsrecht ingevoerd. Dat houdt in dat de gemeente op grond van de Jeugdwet wettelijk verplicht is het beheer, de uitbetaling en de administratieve uitvoering van het pgb te laten uitvoeren door de Sociale Verzekeringsbank (SVB).
Dit betekent dat, nadat de cliënt heeft gekozen voor een pgb, het in het toekenningsbesluit opgenomen budget en zorgovereenkomst aangemeld wordt bij de SVB. De SVB neemt contact op met de cliënt en verzorgt de uitbetaling rechtstreeks aan de aanbieder.
De cliënt die een maatwerkvoorziening via een pgb wil, moet voldoen aan de volgende wettelijke criteria:
Hieronder worden deze drie wettelijke criteria verder uitgewerkt.
4.1 Aanvullende / uitgewerkte eisen aan de verstrekking van een pgb
Gemeenten moeten zelf aanvullende regels stellen voor het tegengaan van oneigenlijk gebruik en fraude. Als het college van mening is dat er niet aan één of meer van de wettelijke criteria en/of aan één of meer van de onderstaande aanvullende voorwaarden wordt voldaan, kan een pgb geweigerd worden. Ook als tijdens de looptijd van een pgb blijkt dat er niet (meer) aan één of meer van de voorwaarden wordt voldaan, kan het college het pgb intrekken.
a. Eerdere negatieve ervaring met pgb
Een pgb mag niet eerder herzien of ingetrokken zijn, omdat de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid en/of omdat de cliënt eerder niet heeft voldaan aan de aan het pgb verbonden voorwaarden, en/of het pgb eerder voor een ander doel heeft gebruikt.
De toets of de cliënt in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen en in staat is om de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren (budgetvaardig is), wordt gedaan door middel van het voeren van een pgb-gesprek.
Het doel van het pgb-gesprek is nadrukkelijk niet om de zorgbehoefte vast te stellen en/of om te bepalen welke maatwerkvoorziening er nodig is. Het pgb-gesprek vindt namelijk plaats nádat de zorgbehoefte is vastgesteld en nádat is bepaald voor welke maatwerkvoorziening de cliënt in aanmerking komt.
Als er sprake is van een andere budgetbeheerder dan de cliënt zelf, dan wordt het pgb- gesprek gevoerd met betreffende budgetbeheerder in het bijzijn van de cliënt. Een pgb- gesprek wordt gevoerd bij elke nieuwe pgb-vraag (of verlenging daarvan) en bij elke nieuwe budgetbeheerder.
In het gesprek vormt de pgb-medewerker zich een beeld over benodigde kennis en vaardigheden van de budgetbeheerder.
Het pgb-gesprek wordt gevoerd door de pgb-medewerker van de gemeente. Deze medewerker voert de pgb-gesprekken voor elke pgb-aanvraag en bepaalt pas ná het gesprek het advies over de budgetvaardigheid van de cliënt of diens budgetbeheerder.
Het advies van de pgb-medewerker is bindend. Het advies wordt verwerkt in de beschikking. In geval van onvoldoende budgetvaardigheid en weigering van de pgb-aanvraag gaat de medewerker met de cliënt op zoek naar een andere oplossing, zoals bijvoorbeeld toch zorg in natura.
Het voeren van een pgb-gesprek is een voorwaarde om een pgb te kunnen krijgen. Als een cliënt niet wenst mee te werken aan een pgb-gesprek, is het niet mogelijk om een pgb te krijgen en kan de cliënt alleen kiezen uit de door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieders (zorg in natura). Dit en verdere aanvullende voorwaarden voor verstrekking en besteding van een pgb zijn vastgelegd in de verordening.
Indien de aanvrager een voorstel doet dat zou leiden tot een hoger pgb dan het vergelijkbare zorg in natura aanbod, bieden we de aanvrager de mogelijkheid het verschil in budget zelf te financieren. Daarmee wordt een pgb alleen geweigerd voor dat deel van het budget dat hoger is dan zorg in natura voor een vergelijkbare hulpvraag. Het hele pgb wordt geweigerd als de pgb-houder niet bereid is het verschil in budget zelf te financieren.
4.2 Administratieve taken gemeente
De taken van de gemeente bij de toekenning van een pgb zijn de volgende:
1. verwerking individuele budget in backoffice-systeem;
2. aanmelden individuele budget bij SVB;
3. beoordelen en accorderen zorgovereenkomst;
4. controle individuele budgetten bij jaarafrekening;
5. jaarlijks invoeren en aanmelden nieuw individueel jaarbudget bij SVB;
6. betaling voorschot aan de SVB op basis totaalbedrag toegekende budgetten.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-282182.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.