Gemeenteblad van Rotterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rotterdam | Gemeenteblad 2025, 281183 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rotterdam | Gemeenteblad 2025, 281183 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling verbeteren kwaliteit voor- en vroegschoolse educatie Rotterdam 2025
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam,
gelezen het voorstel van de directeur Sport, Onderwijs en Cultuur van het cluster Maatschappelijke Ontwikkeling van 24 juni 2025, met kenmerk M2505-3831;
gelet op de artikelen 3, derde lid, 4, tweede lid, 6, derde lid en 12a van de Subsidieverordening Rotterdam 2014;
overwegende, dat het wenselijk is een subsidieregeling vast te stellen voor het verbeteren van de doorgaande leerlijn van voorschool naar vroegschool en het versterken van de educatieve kwaliteit van de voor- en vroegschoolse educatie in Rotterdam;
Deze subsidieregeling is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van eenmalige subsidies door het college voor de in artikel 4 bedoelde activiteiten.
Deze subsidieregeling heeft als doel de kwaliteit van de voor- en vroegschoolse educatie in Rotterdam verder te versterken.
Artikel 8 Kosten die niet voor subsidie in aanmerking komen
Niet voor subsidie in aanmerking komen:
Artikel 9 Hoogte van de subsidie
Een subsidie bedraagt ten hoogste € 15.000 per locatie, met een maximum van € 150.000 per aanvraag.
Indien de subsidie wordt aangevraagd door een samenwerkingsverband wordt bij de aanvraag een door de wederpartij in het samenwerkingsverband getekende verklaring gevoegd, waarin deze verklaart dat de penvoerder gemachtigd is om hem in het kader van de subsidieverstrekking in en buiten rechte te vertegenwoordigen, en dat alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording door de penvoerder van de besteding van de subsidie, op verzoek aan de penvoerder worden verstrekt.
Artikel 14 Aanvullende weigeringsgronden
Subsidie kan worden geweigerd indien:
de subsidieaanvraag betrekking heeft op een kindercentrum waarbij op het moment van de subsidieaanvraag sprake is van een formeel herstellend dan wel formeel bestraffend handhavingstraject met gebruikmaking van de handhavingsmiddelen last onder dwangsom, last onder bestuursdwang, exploitatieverbod, dan wel oplegging van een bestuurlijke boete als bedoeld in de Nalevingstrategie kwaliteit kinderopvang gemeente Rotterdam in verband met geconstateerde overtredingen van de Wet kinderopvang op het domein Pedagogisch klimaat dan wel het domein Personeel en groepen waarbij de overtredingen naar het oordeel van de toezichthouder niet of niet volledig zijn hersteld.
Artikel 17 Verantwoording en vaststelling subsidies vanaf € 25.000
Bij subsidies vanaf € 25.000 dient de subsidieontvanger uiterlijk op 31 maart 2026 een aanvraag tot vaststelling in bij het college met behulp van een vastgesteld formulier.
Aldus vastgesteld in de vergadering van 24 juni 2025,
De secretaris,
G.J.D. Wigmans
De burgemeester,
C.J. Schouten
Dit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 010-267 2514 of bir@rotterdam.nl
Toelichting bij de Subsidieregeling verbeteren kwaliteit voor- en vroegschoolse educatie Rotterdam 2025
Op 30 november 2023 heeft de gemeenteraad het Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid vastgesteld, het beleidsplan van de gemeente Rotterdam voor onderwijs voor de periode 2024 tot en met 2027.
In het Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid is het doel opgenomen om de doorgaande leerlijn tussen voor- en vroegschool alsmede de educatieve kwaliteit verder te versterken. Met deze regeling stelt het college subsidie beschikbaar aan houders, schoolbesturen en samenwerkingsverbanden van schoolbesturen en houders, om bij te dragen aan dit doel. De subsidies op grond van deze regeling vormen voor ve-houders een aanvulling op de jaarlijkse subsidie aan deze organisaties op grond van de Subsidieregeling voorschoolse educatie Rotterdam 2025.
Een sterke verbinding tussen de voorschoolse en vroegschoolse educatie is cruciaal voor het bevorderen van de ontwikkeling van kinderen. Kinderen kunnen zich optimaal ontwikkelen als ze zonder onderbreking kunnen doorgroeien van voorschoolse educatie naar de basisschool.
De opbrengsten van de voorschoolse educatie moeten aansluiten en uitgebouwd worden in de vroegschool (groep 1 en 2 van het basisonderwijs).
Deze subsidie kan onder andere gebruikt worden om urenuitbreiding te realiseren voor een pedagogisch medewerker, coach of onderwijsassistent die werkzaamheden uitvoert die bijdragen aan de beleidsdoelen.
Professionals in de voorschool (bijvoorbeeld pedagogisch medewerkers in de kinderopvang) en de vroegschool (leerkrachten in groep 1 en 2) spelen een essentiële rol in de ontwikkeling van kinderen. Daarom kan deze subsidie onder andere besteed worden aan:
Opleiding en nascholing: medewerkers van zowel voorschool- als vroegschool worden getraind in vergelijkbare pedagogische en didactische methoden. Hierdoor wordt een gezamenlijke visie op ontwikkeling gestimuleerd.
Onderlinge afstemming: regelmatig overleg tussen voorschoolse en vroegschoolse professionals helpt om kennis uit te wisselen over de voortgang van kinderen en over aanpakken in gedrag en leren. Deze communicatie kan bijdragen aan een soepelere overgang voor kinderen.
Observatie en verslaglegging: door gezamenlijke observaties en uniforme registratie-instrumenten te hanteren, kunnen professionals nauwkeuriger volgen waar kinderen staan in hun ontwikkeling. Deze documenten kunnen meegegeven worden bij de overgang naar de basisschool, wat zorgt voor continuïteit in begeleiding.
Ontwikkelingslijnen van kinderen
Een doorgaande leerlijn houdt rekening met de ontwikkeling op verschillende gebieden: sociaal-emotioneel, cognitief, motorisch en taalvaardigheden. Het versterken van de leerlijn kan als volgt:
Samenwerking tussen voorschool en basisschool
Samenwerking tussen kinderopvang en basisscholen is een cruciale factor in het versterken van de doorgaande leerlijn. Op dit moment zijn er echter vaak verschillen in beleid en structuur die de samenwerking belemmeren, vooral tussen kinderopvang en basisscholen die nog geen samenwerkingsverband hebben. Om samenwerking te bevorderen kan bijvoorbeeld worden geïnvesteerd in:
Uitdagingen voor kinderopvangorganisaties zonder samenwerking met basisscholen
Sommige kinderopvangorganisaties hebben geen structurele samenwerking met een basisschool, wat een belemmering vormt voor een vloeiende overgang van voorschool naar vroegschool. Voor deze organisaties kunnen de volgende stappen worden overwogen:
Door in te zetten op betere afstemming tussen voorschoolse en vroegschoolse educatie, een versterkte rol van professionals, en meer samenwerking tussen instellingen, kan de doorgaande leerlijn worden versterkt. Dit draagt bij aan een sterkere ontwikkeling van kinderen en zorgt ervoor dat ze goed voorbereid starten op de basisschool.
Het versterken van de educatieve kwaliteit (artikel 4, eerste lid, onderdeel b) kan bijvoorbeeld worden bereikt, doordat pedagogisch medewerkers kinderen gerichte feedback geven, of door kinderen een rijke speel- en leeromgeving met interessante activiteiten aan te bieden.
Bij versterking van de educatieve kwaliteit kan specifiek gedacht worden aan:
Door deze activiteiten structureel te implementeren verbetert de educatieve kwaliteit verder binnen de voor- en vroegschoolse educatie.
Verder kan bij de educatieve kwaliteit gedacht worden aan: de pedagogische kwaliteit, de didactische kwaliteit, structuur en organisatie, de interactieve vaardigheden van de pedagogisch medewerker, de mate waarin de ouders/verzorgers betrokken worden, en de mate waarin er geëvalueerd en verbeterd wordt.
Artikel 8 Kosten die niet voor subsidie in aanmerking komen
Kosten met betrekking tot reguliere activiteiten van aanvragers komen niet in aanmerking voor subsidie. Met reguliere activiteiten worden bijvoorbeeld bedoeld (in het geval van de schoolbesturen) de wettelijke onderwijstaken die bekostigd worden uit de lumpsum financiering van het Rijk. Ook de activiteiten van houders die worden gesubsidieerd door het college op grond van de Subsidieregeling voorschoolse educatie Rotterdam 2025 worden beschouwd als reguliere activiteiten.
Artikel 9 Hoogte van de subsidie
Het maximale subsidiebedrag van € 15.000 per locatie is ingegeven door de wens om op zoveel mogelijk locaties maatregelen te stimuleren die bijdragen aan het beleidsdoel, en om de impact breed te verspreiden.
Artikel 14 Aanvullende weigeringsgronden
Subsidie kan worden geweigerd als voor dezelfde activiteiten reeds subsidie is verstrekt door het college, of als subsidiëring op grond van een andere regeling van het college mogelijk is, zoals:
de Subsidieregeling Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid 2024-2025, de Subsidieregeling Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid 2025-2026 of de Subsidieregeling voorschoolse educatie Rotterdam 2025.
Artikel 17 Verantwoording en vaststelling subsidies vanaf € 25.000
Bij subsidies vanaf € 25.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college, uiterlijk op 31 maart 2026. Voor deze subsidies vanaf € 25.000 gelden de normen uit artikel 14 van de Subsidieverordening Rotterdam 2014.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-281183.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.