Verordening tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Tilburg, 2025.2

De raad van de gemeente Tilburg;

 

  • -

    gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;

  • -

    gelet op artikel 149 Gemeentewet;

Besluit

 

de volgende verordening vast te stellen, waarbij artikel 76 en de toelichting op dit artikel wordt gewijzigd:

 

Verordening tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Tilburg, 2025.2

Artikel I  

De Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Tilburg wordt als volgt gewijzigd:

 

  • A.

    Artikel 76 en de toelichting daarop komen te luiden:

     

    Artikel 76.

    Neerzetten van fietsen en dergelijke.

    • 1.

      Het is verboden op of aan de weg een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan, indien daarmee hinder of gevaar voor het verkeer ontstaat of als daardoor anderszins overlast veroorzaakt kan worden.

    • 2.

      Het is verboden fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, dan wel ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen.

    • 3.

      Het is verboden fietsen of bromfietsen, die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud zijn of die in een verwaarloosde toestand verkeren op de weg te laten staan.

    • 4.

      Het is verboden op of aan de weg een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen of voor een deur, de gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek als dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek of als daardoor die ingang versperd wordt.

    • 5.

      Het is verboden om een fiets langer dan op achtentwintig achtereenvolgende dagen op de weg te laten staan.

    • 6.

      Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan.

  • Toelichting

     

    Het eerste lid verbiedt het neerzetten van fietsen wanneer daardoor hinder of gevaar ontstaat ten aanzien van het overige verkeer of als daardoor overlast kan ontstaan. De overlast is niet alleen gericht tegen een verkeersdeelnemer.

     

    Op grond van het tweede lid kan het college plaatsen aanwijzen, waar het verboden is fietsen te stallen buiten de aanwezige stallingsvoorzieningen. Reden voor een dergelijke aanwijzing kan o.a. gelegen zijn het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente en/of het voorkomen van overlast.

     

    Het college heeft delen van de stad aangewezen als een gebied in de zin van het tweede lid.

     

    Het vierde lid verbiedt het neerzetten van fietsen en bromfietsen tegen panden, terwijl de eigenaar heeft aangegeven dat dit niet gewenst is of waardoor de toegang tot het gebouw wordt gehinderd. Dit geeft vaak aanleiding tot klachten.

     

    Op grond van het zesde lid is het verboden om fietsen of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde tijdsduur onafgebroken te laten staan op door het college aangewezen plaatsen. Het college wijst de gebieden aan waar dit verbod geldt.

     

    Reden voor een dergelijke aanwijzing is het tegemoetkomen van bezoekers van de binnenstad die daar slechts kort hoeven te zijn, bijvoorbeeld voor een snelle boodschap, en het voorkomen van overlast en hinder.

Artikel II  

Deze verordening treedt in werking daags na haar bekendmaking.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 21 mei 2025.

de griffier,

Naar boven