Gemeenteblad van Bodegraven-Reeuwijk
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Bodegraven-Reeuwijk | Gemeenteblad 2025, 279097 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Bodegraven-Reeuwijk | Gemeenteblad 2025, 279097 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening van de raad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk houdende regels inzake de gemeentelijke ondersteuning op het gebied van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen en opvang (Verordening maatschappelijke ondersteuning Bodegraven-Reeuwijk 2025)
De raad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 april 2025;
gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4, 2.1.4a, 2.1.5, 2.1.6, 2.1.7, 2.3.6 en 2.6.6 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de artikelen 3.8 en 5.4 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015;
Verordening maatschappelijke ondersteuning Bodegraven-Reeuwijk 2025
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
inwoner: persoon die gebruik maakt van een algemene voorziening of aan wie een maatwerkvoorziening of pgb is verstrekt of door of namens wie een melding is gedaan als bedoeld in artikel 2 van deze verordening; een natuurlijk persoon die in de gemeente Bodegraven-Reeuwijk woont en ingeschreven staat in de basisadministratie van de gemeente.
voorliggende voorziening: een algemene voorziening of andere voorziening waarmee geheel of gedeeltelijk aan de hulpvraag wordt tegemoetgekomen en waardoor het toekennen van een maatwerkvoorziening achterwege kan blijven, omdat de cliënt de ondervonden problemen met die voorziening op eigen kracht kan oplossen;
Hoofdstuk 2 Melding en procedure
Artikel 3. Melding behoefte aan maatschappelijke ondersteuning, clientondersteuning en indienen persoonlijk plan
Het college wijst de inwoner en zijn mantelzorger voor het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet, op de mogelijkheid gebruik te maken van gratis clientondersteuning en op de mogelijkheden conform artikel 2.3.2, tweede lid, van de wet, een persoonlijk plan in te dienen (binnen 7 werkdagen na de melding).
Een gesprek maakt deel uit van het onderzoek. Met inachtneming van artikel 2.3.2, vierde, vijfde en zesde lid, van de wet, onderzoekt het college zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken na ontvangst van de melding, de behoefte aan ondersteuning in samenspraak met degene door of namens wie de melding is gedaan en waar mogelijk met de mantelzorger en voor zover nodig andere personen om de zelfredzaamheid of de maatschappelijke participatie te handhaven of te verbeteren.
In aanvulling op hetgeen is bepaald in artikel 2.3.2, vierde, vijfde en zesde lid, van de wet, betrekt het college de volgende aspecten in het onderzoek:
De mogelijkheden om met gebruikmaking van algemene voorziening of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie of de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;
De mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid, zijn participatie of aan beschermd wonen of opvang’
de mogelijkheid om te kiezen voor een pgb wanneer een maatwerkvoorziening als mogelijke oplossing voor zijn/haar hulpvraag wordt overwogen. Hierbij wordt de inwoner in begrijpelijke bewoordingen ingelicht over de gevolgen van die keuze, de werkwijze bij het pgb en de daaraan verbonden rechten en plichten.
Hoofdstuk 3 Besluitvorming maatwerkvoorziening
Artikel 8. Algemene criteria voor een maatwerkvoorziening
De Wmo maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 4 van deze Verordening bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de inwoner in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven;
Artikel 9. Voorwaarden en weigeringsgronden
Het college verstrekt geen maatwerkvoorziening:
als de inwoner het probleem op eigen kracht kan oplossen of met gebruikelijke hulp, mantelzorg of me hulp van anderen personen uit zijn sociaal netwerk of met algemene voorzieningen, met algemeen gebruikelijke voorzieningen, met collectieve voorzieningen, met hulp van andere organisaties, of met andere voorzieningen in staat is tot zelfredzaamheid of participatie of beperkingen kan verminderen;
Als de inwoner de gevraagde hulp/ondersteuning zelf heeft gerealiseerd of geaccepteerd voordat de melding is gedaan of de aanvraag is ingediend. Als de inwoner de gevraagde voorziening heeft gerealiseerd of geaccepteerd na de datum van melding en vóór datum van besluit dan weigert de gemeente de hulp ook, tenzij de gemeente daarvoor schriftelijk (incl. plan van aanpak en budget) toestemming heeft gegeven of dat de acute noodzaak, passendheid en gemaakte kosten van de hulp alsnog kan vaststellen. Als die weigering betekent dat de inwoner grote problemen zal krijgen (onevenredig nadeel ervaart) dan kan de gemeente besluiten om de hulp/voorziening wel toe te kennen.
voor zover een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking heeft reeds eerder in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet verstreken is, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de inwoner zijn toe te rekenen, of tenzij de inwoner geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten.
Het college verstrekt geen woonvoorziening:
voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting;
Hoofdstuk 4 Besluitvorming persoonsgebonden budget (pgb)
Als een inwoner in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening en de ondersteuning zelf wenst in te kopen door middel van een pgb, toetst het college of voldaan wordt aan de in artikel 2.3.6. lid 2 van de wet opgenomen voorwaarden. De cliënt dient daarvoor een budgetplan in volgens een door het college ter beschikking gesteld format. In het budgetplan is in elk geval opgenomen:
Artikel 12. Onderscheid formele en informele hulp
Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van personen uit het sociaal netwerk van de inwoner:
Personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en die beschikken over relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of;
Personen die aangemerkt zijn als Zelfstandige zonder personeel. Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregister 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor de uitoefening van de desbetreffende taken.
Artikel 13. De hoogte van een pgb
wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om tijdig veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor kosten van redelijke overhead, onderhoud en verzekering, en waarbij, voor zover van toepassing, rekening is gehouden met de in deze verordening gestelde voorwaarden betreffende het tarief voor inzet van een persoon die tot het sociale netwerk behoort en;
De hoogte van een pgb voor formele hulp:
dagbesteding uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon in dienst van een zorgaanbieder of waarvoor bijzondere deskundigheden zijn vereist: wordt bepaald op basis van het laagste toepasselijke tarief dat voor dergelijk begeleiding zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder;
Een cliënt aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, niet zijnde op onverplichte basis verleende maatschappelijke ondersteuning, onder de voorwaarden dat:
Artikel 14. Weigeringsgronden persoonsgebonden budget
Een aanvraag voor een pgb kan geweigerd worden als:
er is sprake van een vastgestelde blijvende cognitieve stoornis bij de inwoner of vertegenwoordiger. Hieronder wordt verstaan de diverse vormen van dementie, de ziekte van Korsakov en (de gevolgen van) ander niet-aangeboren hersenletsel waardoor het niet mogelijk is om de regie te voren over een pgb;
de inwoner of vertegenwoordiger niet beschikt over de taken, kennis en vaardigheden die nodig zijn om het pgb goed te kunnen beheren, waaronder wordt verstaan het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal in woord en geschrift. Het college werkt de taken, kennis en vaardigheden uit in de nadere regels;
Hoofdstuk 5 Bijdrage voor het gebruik van voorzieningen
Artikel 16. Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen
Voor maatwerkvoorzieningen of een persoonsgebonden budget bedraagt de hoogte van de bijdrage het bedrag genoemd in artikel 2.1.4, derde lid en artikel 2.1.4a, vierde lid, van de wet, per maand voor de ongehuwde inwoner of de gehuwde inwoner en diens echtgenoot tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4.a, vijfde lid van de wet, of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd.
In afwijking van lid 3 onder b is een inwoner een lagere eigen bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik van de was- en strijkservice, ter hoogte van €7,- per waszak indien uit onderzoek zoals bedoeld in artikel 4 blijkt dat, naar het oordeel van het college, de inwoner niet de mogelijkheid heeft tot compensatie in de zelfredzaamheid van het doen van de was en het strijken.
De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of een pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige inwoner is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een inwoner.
Hoofdstuk 6 Afstemming met andere voorzieningen
Artikel 17. Afstemming met voorliggende voorzieningen en andere vormen van hulp en ondersteuning
Het college stemt de ondersteuning waaraan een inwoner behoefte heeft, ten minste af op het aanbod van activiteiten, diensten of middelen op grond van:
a. voorzieningen vanuit de Jeugdwet;
b. voorzieningen vanuit de Leerplichtwet;
c. voorzieningen vanuit de Participatiewet;
d. voorzieningen vanuit de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening;
e. voorzieningen vanuit de Wet Inburgering 2021;
f. voorzieningen vanuit de Wet langdurige zorg;
g. voorzieningen vanuit de Wet passend onderwijs;
h. voorzieningen vanuit de Wet publieke gezondheid;
i. voorzieningen vanuit de Wet tijdelijk huisverbod;
j. voorzieningen vanuit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg;
k. voorzieningen vanuit de Zorgverzekeringswet.
zodat deze zoveel mogelijk op elkaar aansluiten en ondersteunt de inwoner actief bij het verkrijgen van toegang tot de andere voorziening(en) of bij behoud van de continuïteit van de zorg op grond van de benodigde zorg.
Hoofdstuk 7 Kwaliteit, klachten en betrekken inwoners
Artikel 18. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning
Artikel 19. Verhouding prijs en kwaliteit levering dienst door derden
Artikel 20. Onderzoek naar kwaliteit en recht- en doelmatigheid maatwerkvoorzieningen en pgb’s
Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerkvoorzieningen en pgb’s met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan.
Artikel 21. Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen maatwerkvoorzieningen en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet
In aanvulling op artikel 2.3.10 van de wet kan het college een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat een pgb binnen 3 maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.
In aanvulling op artikel 2.3.10 van de wet kan het college de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken als er ten aanzien van een client een ernstig vermoeden is gerezen dat er sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid, onder a, d of e van de wet, dan wel voor de duur van de opname als de inwoner langer dan vier weken verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet.
Als het college een beslissing heeft ingetrokken omdat de inwoner onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de inwoner opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van de inwoner en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten pgb.
Artikel 23. Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning
Aanbieders zijn verplicht te beschikken over een regeling voor de medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder die voor de gebruikers van belang zijn ten aanzien van individuele voorzieningen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-279097.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.