Gemeenteblad van 's-Gravenhage
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| 's-Gravenhage | Gemeenteblad 2025, 278308 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| 's-Gravenhage | Gemeenteblad 2025, 278308 | ander besluit van algemene strekking |
Regeling treasurybeheer Den Haag 2025
De Verordening treasurystatuut Den Haag 2025 bepaalt de kaders van de Haagse treasury. Eind maart 2025 heeft de raad de Verordening treasurystatuut Den Haag 2025 vastgesteld (RIS321497). In de Regeling treasurybeheer Den Haag 2025 worden de bepalingen en regels van de uitvoering van het dagelijkse treasurybeheer ingevuld. Dit maakt een objectieve en transparante verantwoording achteraf mogelijk. De concerncontroller is belast met de uitvoering van het dagelijkse treasurybeheer (de dagelijkse treasuryactiviteiten) binnen de kaders van het treasurystatuut. Het college blijft eindverantwoordelijk.
Sinds de vaststelling van het Uitvoeringsbesluit Treasurybeheer Den Haag 2015 hebben verschillende interne en externe beleidsontwikkelingen plaatsgevonden, waardoor het noodzakelijk is om het huidige Uitvoeringsbesluit Treasurybeheer Den Haag 2015 te actualiseren. Het gaat om de volgende ontwikkelingen:
a. de vernieuwde Organisatieregeling Den Haag 2022;
b. een vernieuwde Algemene verordening financieel beheer en beleid Den Haag 2025;
c. veranderingen van de gemeentelijke organisatie (reorganisaties);
d. de ontwikkelingen op het gebied van betalingsverkeer en de stappen die de gemeente (intern) heeft gezet om het betaalproces te verbeteren.
Vrijwel alle artikelen van het Uitvoeringsbesluit Treasurybeheer Den Haag 2015 zijn herzien als gevolg van bovenstaande ontwikkelingen. Hierbij zijn gedeelten verwijderd, samengevoegd, geheel herschreven of verplaatst. Daarnaast zijn technische verbeteringen ten behoeve van de leesbaarheid en tekstuele verduidelijkingen, zonder de inhoudelijke strekking van deze passages aan te tasten. De voornaamste wijzigingen zijn:
• organisatorische correcties. In 2022 is de treasury ondergebracht bij de Directie Middelen en Control (DMC) van de Bestuursdienst. Het Uitvoeringsbesluit Treasurybeheer Den Haag 2015 is naar aanleiding van deze wijzigingen aangepast. Ook staat de treasury onder leiding van de directeur DMC, tevens concerncontroller;
• de financieringsinstrumenten (artikel 3:1:2, a. t/m f.), instrumenten voor uitzetten van overtollige middelen (artikel 3:1:3, lid 1,a. t/m h.), en de (toegestane) derivaten (artikel 3:1:4, lid 1) zijn benoemd;
• een formele afkadering (verantwoordelijkheidsverdeling) tussen DMC en de Dienst Bedrijfsvoering (DBV) met betrekking tot het betalingsverkeer (artikel 4:2:1). DMC (de concerncontroller) is verantwoordelijk voor de bancaire infrastructuur. DBV (de directeur Financiën en Inkoop) is verantwoordelijk voor de uitvoering van het betalingsverkeer.
Naast bovenstaande wijzigingen worden in de regeling de rollen, taken en verantwoordelijkheden van de betrokken stakeholders bij de treasuryfunctie beschreven. Hierdoor is tijdens de uitvoering van de treasuryfunctie duidelijk hoe de bevoegdheden binnen de gemeente zijn verdeeld. Voor de uitvoering van een aantal specifieke treasuryactiviteiten heeft de concerncontroller altijd toestemming nodig van het college. Deze treasuryactiviteiten zijn:
• het afsluiten van derivaten (artikel 3:4, lid 4);
• het vervroegd aflossen van opgenomen langlopende leningen indien er sprake is van risicoverhoging of lastenstijging (artikel 3:5, lid 1);
• het herstructureren of afkopen van de portefeuille opgenomen leningen, de portefeuille uitgezette geldleningen, de portefeuille derivaten of een combinatie daarvan, indien er sprake is van risicoverhoging of lastenstijging (artikel 3:6, lid 1);
• het openen van een rekening-courant ten behoeve van derden (artikel 3:9, lid 1);
• het overschrijden van de kasgeldlimiet in het derde achtereenvolgende kwartaal (artikel 3:11, lid 2).
Voor de leesbaarheid is ervoor gekozen om een geheel nieuwe regeling vast te stellen.
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,
gelet op artikel 212 van de Gemeentewet,
besluit vast te stellen de Regeling treasurybeheer Den Haag 2025:
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
De regeling is van toepassing op:
Hoofdstuk 2 Treasuryfunctie en treasurybeheer
Artikel 2:1 Treasuryfunctie en treasurybeheer
Slechts de concerncontroller is, met uitsluiting van alle andere gemeentelijke organisatieonderdelen, bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten van geldleningen, zowel ten behoeve van de financiering van de eigen gemeentelijke financiële bedrijfshuishouding als ten behoeve van de financiering van derden, waarvoor separate besluitvorming door het college of raad benodigd is.
Hoofdstuk 3 Financiering en risicobeheer
Artikel 3:1 Tegenpartijen en intermediairs bij transacties
Artikel 3:2 Financieringsinstrumenten
De volgende instrumenten worden uitsluitend ten behoeve van het aantrekken van financieringsmiddelen gebruikt:
De instrumenten genoemd onder letters a. tot en met d. zijn kortlopende financieringsmiddelen.
De instrumenten genoemd onder letters e. tot en met f. zijn langlopende financieringsmiddelen.
Artikel 3:3 Instrumenten voor uitzetten overtollige middelen
Artikel 3:4 Toegestane derivaten
De derivaten worden alleen afgesloten bij financiële ondernemingen die:
a. gevestigd zijn in een lidstaat van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte (EER), die ten minste beschikt over een AA-rating, afgegeven door minimaal twee ratingbureaus; en
b. voor henzelf of voor de door hen uitgegeven waardepapieren kunnen aantonen dat ze ten minste beschikken over een A-minusrating, afgegeven door minimaal twee ratingbureaus.
Artikel 3:5 Vervroegde aflossing leningen
Artikel 3:6 Herstructurering of afkoop leningen, uitzettingen of derivaten
Artikel 3:8 Het verlenen van financieringssteun aan derden
De Regeling leningverstrekking en garantieverlening gemeente Den Haag is van toepassing op het verlenen van financieringssteun aan derden.
Artikel 3:9 Rekening-courantverkeer met derden
Artikel 3:10 Register leningen, uitzettingen en derivaten
De treasury houdt een register bij van afgesloten leningen, uitzettingen en derivaten.
Artikel 3:11 Renterisicobeheer
Artikel 3:12 Intern liquiditeitsrisicobeheer
De concerncontroller sluit alleen kortlopende en langlopende leningen af en zet alleen tijdelijke overtollige geldmiddelen uit als er een accurate liquiditeitsprognose en rentevisie aanwezig is ter onderbouwing daarvan.
Artikel 3:13 Valutarisicobeheer
Leningen en derivaten worden uitsluitend aangegaan, verstrekt of gegarandeerd in euro’s.
Artikel 3:14 Toepassing derivaten
Artikel 3:15 Stortingen aan derden
Uitsluitend de concerncontroller is bevoegd om (tijdelijk) kapitaal (gelden) uit te zetten bij derden.
Paragraaf 4:1 Saldo- en liquiditeitenbeheer
De concerncontroller is verantwoordelijk voor het dagelijks (saldo)beheer van de liquiditeitsposities op de gemeentelijke bankrekeningen.
Artikel 4:1:2 Liquiditeitenbeheer
Artikel 4:1:3 Vereisten rekening-courantstelsels
Paragraaf 4:2 Betalingsverkeer
Artikel 4:2:1 Bevoegdheden en verantwoordelijkheden betalingsverkeer concerncontroller
De concerncontroller is met betrekking tot het betalingsverkeer verantwoordelijk voor en is belast met:
a. het zo goed en efficiënt mogelijk organiseren van de bancaire infrastructuur (het netwerk van huisbankier en overige banken) van het gemeentelijke betalingsverkeer en het toezicht daarop;
b. het aangaan, wijzigen en opzeggen van overeenkomsten met banken met betrekking tot rekening-courantstelsels en het hieraan gekoppelde betalingsverkeer;
c. het beheer van de bankrekeningen;
d. het periodieke evalueren van contracten betreffende het betalingsverkeer m.b.t. de bancaire infrastructuur;
e. (het aanwijzen van) de bancaire dienstverlening t.b.v. het gemeentelijke betalingsverkeer;
f. het toezicht bij het opstellen van de kaders t.b.v. de procedures en Haagse Standaarden (contante en girale geldstromen).
Artikel 4: 2:2 Aangaan overeenkomsten met banken
Artikel 4:2:3 Openen, wijzigen en sluiten bankrekeningen
Artikel 4:2:4 Relatiebeheer banken
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de Verordening treasurystatuut Den Haag 2025 inwerking treedt.
Het Uitvoeringsbesluit Treasurybeheer Den Haag 2015 (RIS 280737) wordt ingetrokken op het moment dat deze regeling in werking treedt.
De Regeling treasurybeheer Den Haag 2025 wordt minimaal elke vier jaar geëvalueerd of eerder indien nodig.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling treasurybeheer Den Haag 2025.
Bancaire partijen en partijen waarmee derivaten worden afgesloten moeten onder toezicht staan van instellingen zoals de Europese Centrale Bank, De Nederlandse Bank, andere centrale banken of andere door een overheid aangewezen toezichtsorganen. Intermediairs, zoals geldmakelaars, moeten ingeschreven staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en een vergunning hebben. Hierdoor is er toezicht op deze partijen door de AFM. De eerder vanuit de raad geventileerde wens in de sfeer van duurzaamheid ten aanzien van bancaire zaken is in dit artikel verankerd.
De wetgever erkent dat derivaten een rol kunnen spelen bij de beheersing van renterisico’s en staat het gebruik ervan dus toe. Voorwaarde is wel dat financiële derivaten alleen dienen ter beperking van financiële risico’s.
Alvorens over te gaan tot het afsluiten van derivaten moet dit inzichtelijk worden gemaakt, zie ook artikel 3:14. Daarnaast is het gemeenten niet toegestaan om een niet-effectieve positie in te nemen omdat in dat geval de risico’s toenemen in plaats van afnemen. Mocht die positie toch ontstaan, dan moeten er noodzakelijke maatregelen genomen worden om dit binnen redelijke termijn weer ongedaan te maken.
De voorwaarden van een (onderhandse) lening kan een clausule bevatten dat de geldnemer op van tevoren vastgestelde momenten het recht heeft om gebruik te maken van vervroegde aflossing. Hiervoor betaalt deze meestal een boeterente, waarbij de hoogte van de boeterente afhangt van de resterende looptijd van de lening.
Bij vervroegde aflossing is er een voordeel te behalen wanneer het rentepercentage van een nieuwe lening met dezelfde modaliteiten voor de resterende looptijd lager is dan het rentepercentage van de bestaande lening. Indien het rentevoordeel aanmerkelijk groter is dan de boeterente, is het interessant om de lening vervroegd af te lossen.
Bij herstructurering vinden buitencontractuele aanpassingen van contracten van opgenomen of uitgezette leningen of derivaten plaats. Omdat dit buitencontractuele wijzigingen betreffen, moeten geldgever en geldnemer allebei akkoord gaan. Een voorbeeld is voortijdige afkoop van leningen. Een ander voorbeeld is een herstructurering door het wijzigen van het aflossingsschema of de looptijd. Ook kan tegen betaling van een eenmalige vergoeding het rentepercentage van bestaande opgenomen geldleningen worden verlaagd.
Nadat is vastgesteld wat de omvang van de financieringsbehoefte is, voor welke looptijd, in welke vorm en wat het gewenste verloop is, vraagt de treasury offertes op de geld- of kapitaalmarkt. Dit kan direct bij banken of andere geldgevers, maar ook via intermediairs (geldmakelaars). Wanneer het kortlopende geldleningen betreft gebeurt dit telefonisch. Voor langlopende geldleningen doet de treasury een aankondiging met daarin de voorwaarden van de betreffende lening. De offertes worden in dat geval per e-mail uitgebracht. De opzet van de offertes is zodanig dat de geoffreerde rentetarieven direct vergelijkbaar zijn (effectief percentage inclusief eventuele provisies tegen dezelfde renteconventie). De offertes worden geregistreerd op een transactieformulier.
Het beleid met betrekking tot het verstrekken van een gemeentelening of het afgeven van een gemeentegarantie (financieringssteun) ligt vast in de Regeling leningverstrekking en garantieverlening.
Als uitgangspunt geldt dat rechtspersonen en private marktpartijen (kredietverstrekkers) de zaken onderling regelen vanuit hun eigen verantwoordelijkheid, dus zonder tussenkomst van de gemeente. De gemeente stelt zich terughoudend op bij het verstrekken van geldleningen of het verlenen van garanties. Het beleidsuitgangspunt op dit gebied is ‘nee, tenzij’. De gemeente treedt op als financier als er geen andere alternatieven meer zijn ("lender of last resort").
De aanvrager moet aantonen over onvoldoende gelden te beschikken om de kosten van de investeringen te dekken, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden (bijvoorbeeld in de vorm van subsidies). De aanvrager moet daarnaast aantonen dat zelfstandig geen financiering kan worden verkregen (dit kan door middel van een zogenaamde marktverkenning). Hierbij overlegt hij ten minste twee offertes of bankverklaringen waaruit blijkt dat er door de geldgevers geen lening tegen aanvaarbare voorwaarden (tarieven, looptijden, zekerheden) wordt verstrekt zonder aanvullende overheidssteun.
Met deze wijze van financiering van derden wordt (uit oogpunt van risico) zeer zorgvuldig mee omgegaan en wordt de werkwijze of afweging uit het lening en garantiebeleid gevolgd. Het beleidsuitgangspunt op dit gebied is “nee, tenzij” en “lender of last resort”.
Vastlegging van alle leningen, uitzettingen en derivaten vindt plaats in een beheersysteem, dat voortdurend actueel moet zijn.
Een belangrijk uitgangspunt van de Wet fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van gemeenten. Om een grens te stellen aan korte financiering (rentetypische looptijd tot één jaar) is in de Wet fido de kasgeldlimiet opgenomen. Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten. De kasgeldlimiet is gelijk aan een percentage (voor gemeenten 8,5%) van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar. Elk kwartaal vindt toetsing plaats van de gemiddelde korte financiering (de netto vlottende schuld) aan de kasgeldlimiet. Hiertoe wordt het gemiddelde genomen van de korte financiering op de eerste dag van de drie kalendermaanden in een kwartaal.
De ontvangsten en uitgaven van de gemeente zijn niet optimaal gespreid over het jaar. Daarom is een tijdelijke overschrijding (meestal één of twee kwartalen) van de kasgeldlimiet soms onvermijdelijk en ook toegestaan in de wet. Pas als de netto vlottende schuld de kasgeldlimiet voor het derde achtereenvolgende kwartaal 0verschrijdt, dan moet een kwartaalrapportage en een plan om binnen de kasgeldlimiet te blijven ter goedkeuring aan de provincie worden gestuurd.
In dit artikel wordt geregeld dat de concerncontroller voorafgaand toestemming moet geven voor een overschrijding van de kasgeldlimiet in een tweede achtereenvolgende kwartaal. Het college moet voorafgaande toestemming geven om de kasgeldlimiet voor een derde achtereenvolgende kwartaal te overschrijden.
Bij de structurering van de lange schuld moet de gemeente rekening houden met de renterisiconorm. Het totale renterisico mag niet groter zijn dan 20% van het begrotingstotaal van de oorspronkelijke begroting. Het renterisico op de vaste schuld wordt in de Wet fido gedefinieerd als de mate waarin het saldo van rentelasten en rentebaten van de gemeente verandert door wijzigingen in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van één jaar of langer. Het renterisico bestaat uit twee componenten: herfinanciering van de aflossingen op de vaste schuld en renteherzieningen op de vaste schuld.
Om te kunnen bepalen welke transacties de treasury moet verrichten op de geld- en kapitaalmarkt, is inzicht nodig in de toekomstige liquiditeitsposities. Hierbij is een liquiditeitsprognose een noodzakelijk instrument. De liquiditeitsprognose dient inzicht te geven in de liquiditeitspositie en -behoefte van een gemeente. Op basis van een zo nauwkeurig mogelijke voorspelling van de in- en uitgaande geldstromen kan de treasury tijdig actie ondernemen om tekorten aan te vullen en overschotten uit te zetten. Naast deze functie is de liquiditeitsprognose een hulpmiddel om de rente-exposure te bepalen en het dagelijkse saldo te beheren. De informatie met betrekking tot betalingen en ontvangsten is voor de treasury ook van belang in het kader van benodigde saldoregulatie.
Om valutarisico’s uit te sluiten mogen geen transacties worden gedaan in andere valuta dan euro’s.
Tegenover het beschikbaar stellen van kapitaal aan derden staat een vergoeding in de vorm van (interne omslag) rente, dividend dan wel een andere vorm van financiële vergoeding. Voorbeelden van uitzettingen van gelden aan derden zijn het verstrekken van een lening op basis van een leningovereenkomst, het storten van aandelenkapitaal en het doen van kapitaalstortingen in fondsen. Betalingen van subsidies vallen niet onder dit artikel.
De informatie met betrekking tot betalingen en ontvangsten is voor de treasury van belang in het kader van benodigde saldoregulatie en de liquiditeitenplanning.
De Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) stelt geen directe eisen aan de banken die voor gemeenten het betalingsverkeer verrichten. Wel is in de wet opgenomen dat uitzettingen - voor zover die het drempelbedrag van het schatkistbankieren niet overschrijden - voor een periode tot 3 maanden alleen mogen plaatsvinden bij financiële ondernemingen met ten minste een A-rating, afgegeven door twee ratingbureaus. Een ratingbureau is een bedrijf dat de kredietwaardigheid beoordeelt van bedrijven, banken, nationale en lokale overheden, en non-profitorganisaties, alsmede van door hen uitgegeven schuldbewijzen. Positieve saldi op bankrekeningen zijn zeer kortlopende uitzettingen. Daarom is ervoor gekozen om deze eis met betrekking tot de kredietwaardigheid ook toe te passen op tegenpartijen waarbij de gemeente een rekening-courantstelsel aanhoudt. Om valutarisico’s uit te sluiten worden rekening-courantstelsels alleen aangehouden in euro’s. Als de rating van een bank via welke de gemeente haar betalingsverkeer laat verlopen zodanig verslechtert dat deze onder de gestelde norm zakt, dan wordt binnen een jaar een aanbesteding van het betalingsverkeer in gang gezet. Het doel is om het betalingsverkeer onder te brengen bij een bank die wel aan de gestelde eisen voldoet.
Dit artikel beschrijft o.a. de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de concerncontroller m.b.t. het betalingsverkeer. De concerncontroller draagt geen verantwoordelijkheid voor de feitelijke uitvoering van het betalingsverkeer binnen de gemeente.
De concerncontroller treedt op als gemeentelijke vertegenwoordiger en houder van alle gemeentelijke bankrekeningen en heeft per definitie de bevoegdheid om over alle bankrekeningen te kunnen beschikken ter uitoefening van de treasuryfunctie (saldo- en liquiditeitenbeheer). Denk daarbij aan het periodiek reguleren van saldi op de gemeentelijke bankrekeningen of het afromen van op te heffen bankrekeningen. Overeenkomsten zoals raamovereenkomsten die financiering (bijvoorbeeld kredietfaciliteit of renteafspraken) betreffen worden door de concerncontroller ondertekend.
De directeur Financiën en Inkoop van DBV is met betrekking tot het betalingsverkeer verantwoordelijk voor de uitvoering van het betalingsverkeer en het opstellen en actueel houden van de spelregels van de betaalorganisatie. Deze spelregels zijn verder uitgewerkt in werkprocedures en Haagse standaarden. De gemeentelijke diensten (bepaalorganisatie, het primaire proces) zijn verantwoordelijk voor de verdere inrichting van hun systemen. Procedures en Haagse standaarden moeten door de bepaalorganisatie worden geïmplementeerd.
De concerncontroller is bevoegd om zowel betalingen als incasso’s te verrichten op de treasuryrekeningen uitsluitend voor de uitvoering van treasury-activiteiten. De treasury kan over de uitvoering van transacties op de treasuryrekening afspraken maken met de betaalorganisatie.
De concerncontroller is bevoegd om zowel betalingen als incasso’s te verrichten op alle gemeentelijke bankrekeningen uitsluitend voor de uitvoering van treasury-activiteiten, te weten saldo- en liquiditeitenbeheer. De concerncontroller vervult met betrekking tot het betalingsverkeer (vernieuwingen en wijzigingen van betaalproducten en -diensten) de rol van coördinator en aanjager. De concerncontroller heeft de positie om zowel ambtelijk als bestuurlijk op te schalen en onderwerpen en aandachtspunten te agenderen. De concerncontroller heeft voorvisie op ambtelijke en bestuurlijke voorstellen inzake het betalingsverkeer. De concerncontroller informeert en adviseert (gevraagd en ongevraagd), de interne organisatie over betalingsverkeer (voorzien in efficiënte betaal- en ontvangstmethodes) en over wet- en regelgeving op het gebied van betalingsverkeer.
De concerncontroller inventariseert de behoefte aan bancaire diensten/producten van de interne organisatie en beveelt bancaire diensten/producten van de huisbank aan of, indien (nog) niet beschikbaar, de huisbank ertoe te bewegen hierin in de toekomst wel te voorzien.
De bepaling dat de concerncontroller alle formulieren, met uitzondering van betaalopdrachten, ondertekent is nodig om hem in staat te stellen invulling te geven aan zijn taak op basis van een mandaat.
Uitgangspunt is dat het betalingsverkeer verloopt via de huisbank. Indien specifieke dienstverlening niet door de huisbank kan worden geleverd of het laten verlopen van betalingsverkeer via de huisbank tot hoge kosten of risico’s leidt, dan kan dergelijk betalingsverkeer via een andere bank verlopen.
Het openen en sluiten van bankrekeningen is een exclusieve bevoegdheid van de concerncontroller (grip op de bankrekeningen en zicht op kasstromen).
Bij de periodieke beoordeling van banken met betrekking tot het betalingsverkeer worden aspecten zoals klanttevredenheid, productassortiment en prijsstelling bekeken en worden de bancaire condities en voorwaarden doorgelicht.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-278308.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.