OVERWEGENDE:
dat de Groenewoudlaan na een grootschalige reconstructie in april 2025 weer open is gesteld voor het openbaar verkeer;
dat de nieuwe wegindeling voornamelijk bijdraagt aan de veiligheid van het langzaam verkeer en een rustiger wegbeeld is ontstaan;
dat de nieuwe wegindeling ook tot gevolg heeft gehad dat het trottoir aan noordzijde van de rijbaan enigszins is versmald;
dat met de nieuwe wegindeling ook de fietssuggestiestroken zijn komen te vervallen;
dat de as van de rijbaan daardoor iets is opgeschoven naar het noorden;
dat dat inhoudt dat autoverkeer nu op kleinere afstand van de perceelsgrenzen langs rijdt dan voor de reconstructie;
dat tevens ter hoogte van de Zonnedauwstraat de voor de reconstructie aanwezige vluchtheuvel is verlengd omwille van de oversteekbaarheid;
dat daarmee echter de uitritconstructie op de Zonnedauwstraat wat verder naar achteren is komen te liggen;
dat de zichthoek voor verkeer komende uit de Zonnedauwstraat op het verkeer van de Groenewoudlaan komende uit het oosten is veranderd;
dat in de nieuwe zichthoek tevens een voortuin is gelegen met opgaand groen waardoor het zicht wordt geblokkeerd;
dat voor voldoende oprijzicht in theorie 75 meter wordt aangehouden in het ASVV 2021, met de kanttekening dat dit in praktijk vaak niet tot nauwelijks te realiseren is;
dat het oprijzicht van verkeer vanuit de Zonnedauwstraat op het verkeer op de Groenewoudlaan uit het oosten heel erg beperkt is tot minder dan 15 meter;
dat wachtende voertuigen op de Zonnedauwstraat eerder het risico zullen nemen om dan toch op te rijden, terwijl er in theorie zich op 15 meter afstand een auto op de Groenewoudlaan kan bevinden;
dat de stopafstand (reactietijd + remtijd) voor verkeer op de Groenewoudlaan (50 km per uur max) ongeveer 27,5 meter bedraagt;
dat de oprijafstand van minder dan 15 meter ongeveer overeenkomt met de afgelegde weg tijdens de reactietijd en een auto op de Groenewoudlaan die dan nog moet beginnen met afremmen;
dat een automobilist op de Groenewoudlaan in het ergste geval met 50 km per uur bovenop een oprijdend voertuig zou kunnen rijden;
dat er in potentie van de Zonnedauwstraat veel verschillende soorten en typen weggebruikers gebruik kunnen maken met elk een eigen risicoperceptie, die niet veelal is opgebouwd met ervaringen op deze kruising;
dat het college van mening is dat het oprijden van de Groenewoudlaan vanaf de Zonnedauwstraat een onacceptabel gevaar is voor de verkeersveiligheid;
dat fietsers zich flexibeler kunnen opstellen op de uitritconstructie om zichzelf voldoende zicht te verschaffen;
dat het plaatsen van spiegels om indirect oprijzicht te verkrijgen op deze locatie niet wenselijk is, omdat er met indirect zicht moet worden gewerkt, de snelheid van het verkeer op de Groenewoudlaan via ene spiegel moeilijker is in te schatten en tegelijkertijd ook soms de andere rijrichting in de gaten moet worden gehouden waardoor het complexer wordt en onterecht de indruk kan worden verkregen dat er vrij kan worden opgereden;
dat de erfafscheiding met opgaand groen een legale situatie is en derhalve een gegeven;
dat de bewuste verkeersbeweging ook onmogelijk kan worden gemaakt om onveilige situatie niet voor te laten komen;
dat het onmogelijk maken van het oprijden van deze kruising kan worden gerealiseerd door op de Zonnedauwstraat éénrichtingsverkeer in te stellen van zuid naar noord;
dat overeenkomstig artikel 24 van het BABW, overleg met de chef van het politieteam Waalwijk heeft plaatsgevonden, waarbij deze heeft aangegeven met de maatregelen te kunnen instemmen.
BESLUIT
Het college besluit om éénrichtingsverkeer in te stellen in de Zonnedauwstraat tussen Groenewoudlaan en Acaciastraat in de richting van de Acaciastraat ( van zuid naar noord).
Dit besluit wordt uitgevoerd door middel van het plaatsen van een verkeersbord C3 op de hoek van de kruising met de Groenewoudlaan en door middel van het plaatsen van verkeersbord C2 ter hoogte van de kruising met de Acaciastraat. Één en ander conform bijgevoegde tekening / schets.