Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Waadhoeke 2019

De raad van de gemeente Waadhoeke;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13 mei 2025;

 

b e s l u i t :

 

vast te stellen de Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Waadhoeke 2019

Artikel I Wijziging verordening

De Algemene plaatselijke verordening gemeente Waadhoeke 2019 wordt als volgt gewijzigd:

 

A.

 

Artikel 2:11 Evenement komt te luiden:

 

Artikel 2:11 Evenement

  • 1.

    Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

  • 2.

    Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.

  • 3.

    Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien:

    • a.

      het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 150 personen;

    • b.

      het evenement tussen 07.00 uur en 01.00 uur plaats vindt;

    • c.

      de organisator binnen 10 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester;

    • d.

      geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 23.00 uur.

  • 4.

    De burgemeester kan binnen 5 dagen na ontvangst van de melding besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

  • 5.

    Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op of aan de weg, voor zover daarin wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.

  • 6.

    Een uitzondering op bovenstaande voorwaarden geldt voor (sport)evenementen met een zeer laag risicogehalte, zoals wandel- en toertochten, triatlons en hardloopwedstrijden. Deze evenementen kunnen, ondanks dat ze niet volledig aan de gestelde voorwaarden voldoen, toch in aanmerking komen voor een melding klein evenement.

B.

 

Na artikel 2:36 wordt een artikel 2:36a Handel binnen openbare inrichtingen toegevoegd:

 

Artikel 2:36a Handel binnen openbare inrichtingen

  • 1.

    De leidinggevende van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige wijze overdraagt.

  • 2.

    Het verbod geldt niet voor openbare verkopingen en veilingen.

C.

 

Artikel 2:40 Gebiedsontzeggingen komt te luiden:

 

Artikel 2:40 Gebiedsontzeggingen

  • 1.

    De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- en leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid, aan een persoon die strafbare feiten pleegt of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven om zich gedurende 24 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.

  • 2.

    De burgemeester kan, met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen, aan degene aan wie eerder een bevel is gegeven en ten aanzien van wie wordt geconstateerd, dat hij opnieuw een strafbaar feit pleegt of opnieuw een openbare orde verstorende handeling verricht, een bevel geven om zich gedurende (ten hoogste) vier weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.

  • 3.

    Een bevel als genoemd in het tweede lid kan slechts worden uitgereikt indien het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling wordt geconstateerd binnen zes maanden na het opleggen van een eerder bevel op grond van het eerste of tweede lid.

  • 4.

    De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede lid genoemde bevelen indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is, of in verband met de in het eerste lid genoemde belangen verantwoord.

  • 5.

    Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester gegeven bevel.

D.

 

Na artikel 2:40 wordt een Afdeling 12 Aanpak woonoverlast toegevoegd:

 

Afdeling 12 Aanpak woonoverlast

 

Artikel 2:41 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet

  • 1.

    Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.

  • 2.

    Als de burgemeester een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang oplegt naar aanleiding van een schending van deze zorgplicht kan hij daarbij aanwijzingen geven over wat de overtreder dient te doen of na te laten om verdere schending te voorkomen. De burgemeester stelt beleidsregels vast over het gebruik van deze bevoegdheid.

  • 3.

    De last kan in ieder geval worden opgelegd bij ernstige en herhaaldelijke:

    • a.

      geluid- of geurhinder;

    • b.

      hinder van dieren;

    • c.

      hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn;

    • d.

      overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf; en/of

    • e.

      intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.

E.

 

Na artikel 2:41 wordt een Afdeling 13 Sluiting voor publiek openstaande gebouwen toegevoegd:

 

Afdeling 13 Sluiting voor publiek openstaande gebouwen

 

Artikel 2:42 Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen

  • 1.

    De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat besluiten tot de gehele of gedeeltelijke sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 2:30, eerste lid, of artikel 13b van de Opiumwet voorziet.

  • 3.

    De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf.

  • 4.

    Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is.

  • 5.

    Het is verboden een gesloten gebouw of erf te bezoeken, als bezoeker daarin of daarop te verblijven of een bezoeker daarin of daarop te laten verblijven zonder toestemming van de burgemeester.

  • 6.

    De burgemeester kan een sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.

F.

 

Na artikel 2:42 wordt een Afdeling 14 Vergunningsplicht voor aangewezen risicovolle panden, gebieden of branches toegevoegd:

 

Artikel 2:43 Begripsbepalingen

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  • a.

    bedrijfsmatige activiteit: activiteit in de uitoefening van een beroep of bedrijf, die niet valt onder de vergunningplicht bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet of de artikelen 2:12f of 3:3;

  • b.

    beheerder: natuurlijk persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteit;

  • c.

    exploitant: natuurlijk persoon of bestuurder van een rechtspersoon of de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend.

Artikel 2:44 Vergunningplicht

  • 1.

    De burgemeester kan in het belang van de leefbaarheid, de openbare orde en veiligheid of ter voorkoming van een nadelige beïnvloeding daarvan bedrijfsmatige activiteiten en gebouwen of bij die gebouwen behorende erven of gebieden aanwijzen waarop het verbod uit het tweede lid van toepassing is.

  • 2.

    Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een door hem aangewezen bedrijfsmatige activiteit uit te oefenen in een door hem aangewezen gebouw, op een bij dat gebouw behorend erf of in een door hem aangewezen gebied.

  • 3.

    In afwijking van het tweede lid geldt het verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit al een onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteit verricht, voor die bestaande activiteit op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of, als dat eerder is, met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering van een door hem aangevraagde vergunning of intrekking van een aan hem verleende vergunning.

Artikel 2:45 Vergunningsaanvraag

  • 1.

    De exploitant vraagt de vergunning aan door in elk geval de volgende gegevens te verstrekken:

    • a.

      voor welke bedrijfsmatige activiteit de vergunning wordt gevraagd;

    • b.

      de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant en beheerder;

    • c.

      het adres en telefoonnummer van de locatie waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend;

    • d.

      het nummer van inschrijving in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel;

    • e.

      voor zover van toepassing, de verblijfstitel van de exploitant en beheerder;

    • f.

      voor zover van toepassing, een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant en beheerder gerechtigd zijn om in Nederland arbeid te verrichten;

    • g.

      een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is te beschikken over de locatie/ ruimte waar de bedrijfsmatige activiteit(en) worden uitgeoefend;

    • h.

      een verklaring omtrent het gedrag van de exploitant en beheerder.

  • 2.

    Indien de burgemeester dat nodig acht voor de beoordeling van een aanvraag kan hij verlangen dat aanvullende gegevens worden overgelegd.

  • 3.

    Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:46 Weigeren aanvraag

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in artikel 2:44 weigeren, indien:

  • a.

    de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed;

  • b.

    de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

  • c.

    redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;

  • d.

    niet voldaan is aan de bij of krachtens artikel 2:45 gestelde eisen voor de aanvraag;

  • e.

    er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;

  • f.

    het uitoefenen van de bedrijfsmatige activiteit in strijd is met het omgevingsplan of de Wet milieubeheer.

Artikel 2:47 Vergunning intrekken of wijzigen

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:5 kan de burgemeester een vergunning intrekken of wijzigen als de omstandigheden sinds de vergunningverlening zijn gewijzigd, doordat:

  • a.

    de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed;

  • b.

    de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

  • c.

    de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten die verband houden met de bedrijfsmatige activiteit of toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed;

  • d.

    er in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit strafbare feiten hebben plaatsgevonden of plaatsvinden;

  • e.

    er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;

  • f.

    de exploitant de bedrijfsmatige activiteit heeft beëindigd of gewijzigd; of

  • g.

    redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is.

Artikel 2:48 Sluiting van de locatie

  • 1.

    Als de bedrijfsmatige activiteit in strijd met de vergunning of het verbod wordt uitgeoefend of als een van de situaties bedoeld in artikel 2:47 van toepassing is, kan de burgemeester een besluit nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend.

  • 2.

    De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit tot sluiting aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of erf.

  • 3.

    Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is.

  • 4.

    Het is een ieder verboden een gesloten gebouw of erf te betreden of daarin te verblijven.

  • 5.

    De burgemeester kan de sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.

Artikel 2:49 Overige bepalingen

  • 1.

    De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijfsmatige activiteit waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens, zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als de bedrijfsmatige activiteit aan de vereisten voldoet.

  • 2.

    Het is verboden het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of beheerder aanwezig is.

  • 3.

    De exploitant of de beheerder ziet erop toe dat in of vanuit het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend geen strafbare feiten plaatsvinden.

G.

 

Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten komt te luiden:

 

Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten

  • 1.

    Het college heeft de mogelijkheid om collectieve festiviteiten aan te wijzen. Tijdens deze festiviteiten gelden de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit niet.

  • 2.

    De beperking met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening op sportterreinen als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid, van het Besluit geldt niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.

  • 3.

    De aanwijzing als bedoeld in het eerste en het tweede lid kan de gehele gemeente betreffen, of een in de aanwijzing aangegeven gedeelte daarvan.

  • 4.

    Het college publiceert ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar in één of meer huis aan huisbladen welke festiviteiten binnen de gemeente of een gedeelte van de gemeente worden aangemerkt als collectieve festiviteit in het nieuwe kalenderjaar.

  • 5.

    Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit direct als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen.

  • 6.

    Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19, 2.20 van het Besluit – uiterlijk om 02.00 uur beëindigd.

  • 7.

    In afwijking van het zesde lid wordt het buiten de bebouwing ten gehore brengen van de genoemde extra muziek in de nachten van zondag tot en met donderdag uiterlijk om 00.00 uur beëindigd en in de nachten van vrijdag en zaterdag uiterlijk om 01:00 uur beëindigd*.

     

    *) voor de dag van de préPC, de PC en de Agrarische Dagen wordt de eindtijd genoemd in het zevende lid verschoven naar 02.00 uur, tenzij door het college een andere eindtijd is vastgelegd, zoals bedoeld in het vierde lid.

H.

 

Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten komt te luiden:

 

Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten

  • 1.

    Het is verboden om zonder ontheffing een incidentele festiviteit te organiseren, toe te laten, feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen.

  • 2.

    De ontheffing kan een houder van een inrichting worden geweigerd,

    • a.

      indien het maximum aantal ontheffingen per jaar is bereikt;

    • b.

      indien de houder bij een vorige ontheffing de ontheffingsvoorwaarden niet heeft nageleefd;

    • c.

      in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast voor de woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting.

  • 3.

    Het college kan aan de houder van een in de gemeente gevestigde inrichting maximaal voor twaalf incidentele festiviteiten per kalenderjaar ontheffing verlenen van de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit.

  • 4.

    Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is.

  • 5.

    De houder van een inrichting die voornemens is een incidentele festiviteit te houden is verplicht ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit bij het college een ontheffing aan te vragen.

  • 6.

    De ontheffing wordt tevens geacht te zijn verleend wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, direct toestaat.

  • 7.

    Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19, 2.20 van het Besluit –uiterlijk om 02.00 uur beëindigd.

  • 8.

    In afwijking van het zevende lid wordt het buiten de bebouwing ten gehore brengen van de genoemde extra muziek in de nachten van zondag tot en met donderdag uiterlijk om 00.00 uur beëindigd en in de nachten van vrijdag en zaterdag uiterlijk om 01:00 uur beëindigd.

  • 9.

    Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid binnen de bebouwing en na de eindtijden als genoemd in het zevende en achtste lid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

  • 10.

    De buurtbewoners binnen een straal van 100 meter van de inrichting worden minimaal één week van te voren schriftelijk door de aanvrager geïnformeerd over de geluidsontheffing.

Artikel II Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.

  • 2.

    Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Waadhoeke 2019.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 19 juni 2025.

De voorzitter,

De griffier,

Naar boven