20 juni 2025
De burgemeester van Haarlem,
Overwegende:
dat ik op grond van artikel 2.77 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), juncto artikel 151c Gemeentewet, de bevoegdheid heb om te kunnen besluiten tot plaatsing van camera's voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats als dat naar mijn oordeel noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de openbare orde;
Noodzaak
In de nacht van 7 op 8 maart 2025 en in de nacht van 15 op 16 maart 2025 zijn er explosieven tot ontploffing gebracht bij een pand aan de Stresemannlaan 60, met brand en ernstige schade tot gevolg. Door deze ernstige incidenten is de openbare orde en de veiligheid van de omgeving verstoord. Sinds deze incidenten is het pand niet in gebruik.
Het pand wordt binnenkort opnieuw in gebruik genomen. Er moet voorkomen worden dat het pand nogmaals doelwit wordt van explosies. Daarom heb ik, in overleg met de politie en de officier van justitie als bedoeld in artikel 151c, derde lid, van de Gemeentewet, besloten tot het plaatsen van twee camera’s richting dit pand voor de duur van drie maanden. Dit acht ik noodzakelijk in het belang van de onmiddellijke handhaving van de openbare orde en ter bescherming van de veiligheid van gebruikers van het pand en de omwonenden. De omvang van het aangewezen gebied betreft alleen de straat waar de explosies hebben plaatsgevonden en de openbare orde is verstoord.
Belangenafweging
Het plaatsen van camera’s maakt inbreuk op de privacy van mensen die zich bevinden in het aangewezen gebied, zoals omwonenden en passanten. In dit geval wegen de belangen van de openbare orde en de veiligheid rondom het pand aan de Edward Jennerstraat 60, het handhaven van de openbare orde en het voorkomen van wanordelijkheden zwaarder dan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van omwonenden en passanten. Het inzetten van cameratoezicht heeft een preventieve werking, met als doel om te voorkomen dat de openbare orde ter plaatse opnieuw wordt verstoord en daarmee de veiligheid van bewoners en passanten opnieuw in het geding komt. Het waarborgen van de openbare orde en veiligheid kan niet met een minder ingrijpende middel worden bereikt. Mijn besluit tot het instellen van cameratoezicht zal onmiddellijk worden ingetrokken indien het cameratoezicht niet meer noodzakelijk is voor de handhaving van de openbare orde.
Gelet op artikel 151c Gemeentewet juncto artikel 2.77 APV;
Besluit