Besluit tot wijziging van Verordening re-integratie en tegenprestatie Participatiewet gemeente Utrecht

De raad van de gemeente Utrecht

  • Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 maart 2025;

  • Gelet op de artikelen 8a en 10b, zevende lid, van de Participatiewet, artikel 35 aanhef en sub d van de IOAW en artikel 35 aanhef en sub d van de IOAZ;

 

Overwegende dat enkele tekstuele en drie inhoudelijke aanpassingen nodig zijn om:

  • een volledig en actueel overzicht te bieden van alle re-integratievoorzieningen;

  • aanvullende financiering voor kinderopvang mogelijk te maken; en

  • de voorwaarden en wijze van aanbieden van scholingstrajecten te kunnen specificeren.

Besluit de Verordening re-integratie en tegenprestatie Participatiewet gemeente Utrecht als volgt te wijzigen

Artikel I

De Verordening re-integratie en tegenprestatie Participatiewet gemeente Utrecht wordt als volgt gewijzigd:

 

  • A.

    In artikel 1 wordt “a: voorziening ...” vervangen door “f: voorziening ...” en “b. wet: Participatiewet” door “g. wet: Participatiewet”.

 

  • B.

    Na artikel 8, derde lid, wordt een vierde lid toegevoegd, luidende:

4. Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen onder welke voorwaarden en de wijze waarop een scholingstraject wordt aangeboden.

 

  • C.

    Artikel 10 komt te luiden:

  • 1.

    Burgemeester en wethouders kunnen aan personen die behoren tot de doelgroep een tegemoetkoming toekennen voor reiskosten voor zover die voortkomen uit activiteiten in het kader van een re-integratie- of participatietraject.

  • 2.

    Indien aanspraak kan worden gemaakt op een vergoeding van de werkgever in de reiskosten of van een andere regeling, wordt deze vergoeding in aanvulling daarop verstrekt.  

  • 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen over de voorwaarden en hoogte van de tegemoetkoming en de wijze waarop deze tegemoetkoming wordt verstrekt.

 

  • D.

    Voor de bestaande tekst van artikel 11 wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst. Toegevoegd worden twee nieuwe leden, die luiden:

2. Burgemeester en wethouders kunnen een aanvullende financiële tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang boven het wettelijk tarief verstrekken aan de persoon uit het vorige lid. Dit kan indien en voor zo lang er geen passende kinderopvang beschikbaar is en zonder deze kinderopvang geen gebruik gemaakt kan worden van een voorziening, gericht op arbeidsinschakeling. Deze persoon moet dan voldoen aan de volgende voorwaarden:  

  • a.

    deze persoon ontvangt een kinderopvangtoeslag op grond van de Wet kinderopvang;  

  • b.

    deze persoon ontvangt een gemeentelijke tegemoetkoming op grond van artikel 1.13 van de Wet kinderopvang;  

  • c.

    er is geen kinderopvang tegen kosten tot maximaal het wettelijk tarief op korte termijn beschikbaar. Bij de beschikbaarheid wordt ook gekeken of aanwezige kinderopvang in redelijkheid voor deze persoon bereikbaar is;

  • d.

    deze persoon heeft actief gezocht naar kinderopvang tot maximaal het wettelijk tarief en blijft zoeken. 

3. Burgemeester en wethouders geven bij het toekennen van deze aanvullende financiële tegemoetkoming de periode aan waarvoor deze wordt verstrekt.   

 

  • E.

    In artikel 19 vervalt het tweede lid en vervalt de aanduiding ‘1.’ voor de tekst van het eerste lid.

 

  • F.

    Artikel 21 komt te luiden:

Artikel 21. Werkbegeleiding

  • 1.

    Burgemeester en wethouders kunnen op aanvraag subsidie voor het organiseren van werkbegeleiding verlenen aan de werkgever. 

  • 2.

    De in te zetten werkbegeleiding wordt bepaald op basis van de volgende begeleidingsregimes: licht, middel.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen over de kwaliteitseisen van een werkbegeleider, regimes, doelgroep, soorten en voorwaarden van werkbegeleiding. 

 

  • G.

    Artikel 22 komt te luiden:

Artikel 22. Specifieke voorwaarden toekenning vervoersvoorziening

  • 1.

    Burgemeester en wethouders kunnen een vervoersvoorziening toekennen aan een persoon die door zijn beperking niet zelfstandig, met het openbaar vervoer of zonder aangepast vervoersmiddel naar zijn werkplek, proefplaats of opleidingslocatie kan reizen.

  • 2.

    De vervoersvoorziening, zoals bedoeld in lid 1, kan zowel in natura als in de vorm van een vergoeding in geld worden verstrekt.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders bieden alleen een vervoersvoorziening aan voor vervoer dat beperkt is tot woon-werkverkeer.

  • 4.

    De hoogte van de vergoeding in geld hangt af van het aantal dagen dat moet worden gewerkt en bedraagt het in de markt reguliere tarief voor een taxi of een andere vorm van vervoer.

  • 5.

    Burgemeester en wethouders brengen een eventueel bedrag voor een vervoersvoorziening van de werkgever aan de werknemer in mindering op de te verstrekken vervoersvoorziening.

  • 6.

    Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen over de voorwaarden en hoogte van deze voorziening en de wijze waarop deze voorziening wordt verstrekt.

 

  • H.

    Artikel 23, tweede lid, komt te luiden:

    • 1.

      Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen over de voorwaarden en hoogte van deze voorziening en de wijze waarop deze voorziening wordt verstrekt. 

 

  • I.

    Artikel 24, derde lid, komt te luiden:

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen over de voorwaarden en hoogte van deze voorziening en de wijze waarop deze voorziening wordt verstrekt. 

 

  • J.

    Artikel 25 komt te luiden:

  • 1.

    Burgemeester en wethouders kunnen een aanpassing van de werkplek toekennen aan de werkgever van een persoon, als de persoon dit nodig heeft om zijn werk uit te voeren. 

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen over de voorwaarden en hoogte van deze voorziening en de wijze waarop deze voorziening wordt verstrekt.

 

  • K.

    Artikel 26, derde lid, komt te luiden:

  • 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen over de voorwaarden en hoogte van deze voorziening en de wijze waarop deze voorziening wordt verstrekt.

 

  • L.

    Na artikel 26 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

  • Artikel 26a . Werknemerscheque

  • 1.

    Burgemeester en wethouders kunnen ter ondersteuning voor het krijgen of behouden van een baan, een proefplaats, stage- of leerwerkplek een werknemerscheque verstrekken aan een persoon uit de doelgroep als tegemoetkoming in aantoonbare extra kosten.  

  • 2.

    Voor de in lid 1 genoemde kosten geldt dat deze noodzakelijk zijn en niet op een andere manier zijn of kunnen worden vergoed. 

  • 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen over de voorwaarden en hoogte van deze voorziening en de wijze waarop deze voorziening wordt verstrekt. 

 

Artikel II

Dit besluit treedt in werking vijf weken na bekendmaking in het gemeenteblad.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 12 juni 2025

De burgemeester

Sharon A.M. Dijksma

De griffier,

Miguel Israel

Naar boven