Gemeenteblad van Maashorst
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Maashorst | Gemeenteblad 2025, 270209 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Maashorst | Gemeenteblad 2025, 270209 | beleidsregel |
Accommodatiebeleid en Tarifering maatschappelijk vastgoed gemeente Maashorst
Met trots presenteer ik jullie de nieuwe beleidsnota voor het accommodatiebeleid van onze gemeente. In deze nota geven we aan hoe we onze maatschappelijke gebouwen en faciliteiten - zoals sporthallen, culturele centra en buurthuizen - willen beheren en ontwikkelen. Deze plekken zijn belangrijk voor onze gemeenschap. Ze bieden ruimte om elkaar te ontmoeten, samen te sporten, cultuur te beleven en allerlei activiteiten te organiseren. We zien onze accommodaties niet alleen als gebouwen, maar vooral als plekken die bijdragen aan een fijne en leefbare gemeente voor iedereen.
Ons doel is om ervoor te zorgen dat deze voorzieningen voor iedereen laagdrempelig toegankelijk zijn en blijven inspelen op wat onze inwoners nodig hebben. We willen dat onze accommodaties goed gebruikt worden en bijdragen aan samenredzaamheid en saamhorigheid in onze gemeenschap. Dit beleid is vooral gericht op de inhoudelijke doelen, zoals het bevorderen van sociale interactie en gemeenschapsvorming. Hierbij is er aandacht voor de specifieke situatie en behoeften in de verschillende wijken en kernen binnen onze gemeente. Dit vraagt soms om oplossingen op maat. Hiernaast is het beleid er ook op gericht dat deze voorzieningen op de lange termijn betaalbaar blijven, zodat ze nog jarenlang een belangrijke rol kunnen spelen in onze gemeente.
Bij het opstellen van deze beleidsnota hebben we goed geluisterd naar de wensen en behoeften van onze beheerders en gebruikers van onze accommodaties. We hebben samengewerkt met verschillende groepen en organisaties om een beleid te maken dat aansluit op ons sociale beleid, breed gedragen wordt en goed uitvoerbaar is.
Ik ben ervan overtuigd dat we met dit beleid een belangrijke stap zetten naar een sterker en hechter Maashorst.
Wethouder Participatie & Dienstverlening, Vastgoed & Accommodaties, Mobiliteit, Sport en Cultuur & Erfgoed
1.1 Aanleiding en doelstelling
De aanleiding voor het ontwikkelen van een nieuw accommodatiebeleid voor het maatschappelijk vastgoed is om de grote diversiteit qua voorzieningen, beheer en exploitatie én tarieven voor de accommodaties binnen de gemeente Maashorst op te lossen.
Het doel van het accommodatiebeleid is tweeledig. Allereerst dat voor alle inwoners van de gemeente Maashorst een eenduidig beleid geldt ten aanzien van de maatschappelijke accommodaties. En ten tweede is er de ambitie om het accommodatiebeleid te optimaliseren en naadloos te laten aansluiten op de ambities uit het Bestuursakkoord, het beleid binnen het sociaal domein en het (strategisch) vastgoedbeleid.
Het accommodatiebeleid richt zich op het maatschappelijk vastgoed dat:
1. Ondersteunend is aan het beleid vanuit het domein Sociaal.
2. In eigendom is van de gemeente en wordt verhuurd/in gebruik wordt gegeven aan een vereniging of stichting. Accommodaties die niet in eigendom zijn van de gemeente vallen buiten het accommodatiebeleid.
Het buitensportaccommodatiebeleid is losgeknipt van het accommodatiebeleid en wordt apart aangeboden aan de raad in Q2 2025.
1.3 Samenhang gemeentelijk beleid
Het accommodatiebeleid heeft betrekking heeft op het beleidsondersteunend (maatschappelijk) vastgoed. Er ligt een sterk verband met het inhoudelijk beleid binnen domein Sociaal (beleid ‘Sterke sociale basis’, sport- en beweegbeleid en cultuurbeleid). Daarom is het accommodatiebeleid uitgewerkt in samenhang met het inhoudelijke beleid op de genoemde beleidsvelden binnen het sociaal domein.
1.4 Inhoud en opbouw accommodatiebeleid
Het accommodatiebeleid van de gemeente Maashorst richt zich op drie hoofdonderdelen:
Niveau van voorzieningen: Dit onderdeel gaat in op het gewenste niveau en de spreiding van accommodaties binnen de gemeente. Het gaat om het bepalen welke soorten voorzieningen nodig zijn en waar deze geplaatst moeten worden om aan de behoeften van de inwoners en de beleidsdoelstellingen te voldoen.
Tarieven: Het beleid bepaalt de prijsstelling voor het gebruik van gemeentelijke maatschappelijke accommodaties. Dit onderdeel zorgt ervoor dat de tarieven eerlijk en toegankelijk zijn, en reflecteert de kosten en waarde van de voorzieningen. Het tarievenbeleid is essentieel voor het waarborgen van de toegankelijkheid en financiële duurzaamheid van de accommodaties.
De verschillende typen accommodaties vertonen belangrijke verschillen, voortkomend uit de unieke kenmerken van elk type accommodatie. Deze variatie in karakteristieken zorgt ervoor dat elk type accommodatie een specifieke benadering vereist, zowel in termen van gebruik als beheer en exploitatie. Vanwege deze specifieke kenmerken is gekozen voor een gescheiden behandeling in de beleidsnota, waarbij - naast een aantal algemene beleidsuitgangspunten - de volgende onderdelen apart worden behandeld:
Dit zorgt voor een duidelijk, op maat gemaakt beleid dat recht doet aan de unieke behoeften en functies van elk type accommodatie en haar gebruikers.
Zoals in de visie van gemeente Maashorst staat aangegeven, vinden wij inwonersparticipatie zeer belangrijk. Om de inwonersparticipatie goed vorm te kunnen geven, heeft de participatie rondom het accommodatiebeleid plaatsgevonden volgens de participatieladder van de gemeente Maashorst.
Binnen de gemeente Maashorst maken meer dan 184 verenigingen gebruik van de maatschappelijke accommodaties van de gemeente Maashorst. Om de participatie met al deze verenigingen goed vorm te geven, is in het proces de dialoog gevoerd met en advies gevraagd aan diverse groepen, waaronder besturen en beheerders van (wijk) accommodaties en vertegenwoordigers van gebruikersgroepen. Dit daar zij de verenigingen en vrijwilligers vertegenwoordigen die op haar accommodaties actief zijn.
Om alle verenigingen en gebruikers te informeren, heeft de gemeente informatiebijeenkomsten georganiseerd per wijkaccommodatie, daar waar de tarieven wijzigen. Deze informatiebijeenkomsten waren voor de betrokken verenigingen en vrijwilligers. Hier ontvingen verenigingen informatie over het nieuwe beleid en werden de verenigingen in de gelegenheid gesteld om vragen te stellen. Met de verenigingen waarbij de tariefswijziging grote impact had zijn één op één gesprekken gevoerd.
Gezien de complexe materie betreffende het onderwerp, is er een externe projectleider met relevante kennis en ervaring, betrokken geweest bij de projectgroep. Daarnaast zijn de omliggende gemeentes bevraagd en geraadpleegd.
In hoofdstuk 1 is een Inleiding opgenomen met daarin, naast de aanleiding en de gehanteerde werkwijze, ook de reikwijdte en de afbakening van het accommodatiebeleid.
In hoofdstuk 2 Kaders en uitgangspunten worden de beleidsmatige kaders en algemene richtlijnen die van invloed zijn op het accommodatiebeleid behandeld zoals het Bestuursakkoord, strategisch beleidskader sociaal domein, en specifiek beleid voor sport, cultuur en maatschappelijke voorzieningen.
Hoofdstuk 3 Algemene zaken betreffende accommodatiebeleid beschrijft de algemene aspecten van het beleid, zoals eigenaars- en gebruikersverplichtingen en uitgangspunten voor tarifering. Dit deel is van toepassing op alle typen maatschappelijk vastgoed.
De hoofdstukken 4, 5 en 6 behandelen het accommodatiebeleid voor de specifieke sectoren van maatschappelijk vastgoed, zoals wijkaccommodaties, binnensport, cultuur- en jeugdaccommodaties, met elk hun eigen beleid en benaderingen.
In dit hoofdstuk wordt in paragraaf 2.1 en 2.2 uiteengezet welke beleidsmatige en algemene kaders belangrijk zijn geweest voor de totstandkoming van het accommodatiebeleid. Denk hierbij aan het Bestuursakkoord, het beleid Sterke sociale basis en beleid voor sport, cultuur en andere voorzieningen. In paragraaf 2.3 staan de kaders en uitgangspunten voor het accommodatiebeleid zelf opgenoemd.
Het Bestuursakkoord van de gemeente Maashorst bevat een aantal punten die van belang zijn voor het accommodatiebeleid. Het akkoord accentueert het belang van het creëren van een levendige en betrokken gemeenschap, met een sterke nadruk op het stimuleren van lokale initiatieven, het bevorderen van sociale samenhang en het ondersteunen van het sociale en culturele leven.
Het bestuursakkoord geeft de volgende richtlijnen mee om tot een nieuw accommodatiebeleid te komen:
2.1.2 Beleid Sterke sociale basis
Het beleid 'Sterke Sociale Basis' van de gemeente Maashorst richt zich op het creëren van een veerkrachtige gemeenschap door de inzet op preventie en het versterken van de lokale netwerken. Het gaat over het geven en ontvangen van ondersteuning aan elkaar (‘samenredzaamheid'), in de eigen omgeving van inwoners. Het gaat over samenleven in verscheidenheid, en omzien naar elkaar waardoor ondersteuningsvragen (vroeg) opgepakt worden en erger wordt voorkomen.
Het beleid 'Sterke Sociale Basis' geeft de volgende richtlijnen mee om tot een nieuw accommodatiebeleid te komen:
Verbinder in de wijk: Binnen het lokale team in een wijk/kern is één van de professionals, naast de reguliere taken, de ‘verbinder in de wijk’. Vanuit deze rol is deze professional de verbindende schakel die coördineert dat de samenwerking lokaal op een goede manier vorm krijgt, netwerken onderhouden blijven en initiatieven worden verbonden.
Het cultuurbeleid wil de lokale culturele sector sterker maken en culturele activiteiten stimuleren. Het doel is dat cultuur toegankelijk is voor iedereen, ongeacht achtergrond. Cultuur speelt namelijk een belangrijke rol in het verbinden van mensen, persoonlijke groei en het versterken van gemeenschappen.
De gemeente helpt door cultuur te stimuleren, subsidies te geven en cultuurprojecten mogelijk te maken. Ook moedigt de gemeente inwoners aan om mee te doen aan cultuur en cultuureducatie
Het cultuurbeleid geeft de volgende richtlijnen mee om tot een nieuw accommodatiebeleid te komen:
De Sport- en Beweegvisie richt zich op het stimuleren van sport en beweging onder de inwoners. De visie benadrukt het belang van toegankelijke en veelzijdige sport- en beweegmogelijkheden voor alle leeftijdsgroepen en zet vooral in op het stimuleren van breedtesport (in plaats van topsport).
Het beleid gaat uit van integratie van sport en bewegen in de dagelijkse leefomgeving, het stimuleren van een actieve leefstijl en het bevorderen van de gezondheid en het welzijn van de gemeenschap.
Specifiek voor het accommodatiebeleid zijn de volgende zaken van belang:
Het vastgoedbeleid van de gemeente Maashorst geeft richtlijnen gericht op het efficiënt en doelmatig beheren van het maatschappelijk vastgoed. Dit beleid vormt de basis voor de beslissingen over de gemeentelijke vastgoedportefeuille, waaronder het aantrekken of afstoten van vastgoed, het beheer en de exploitatie van vastgoed.
Voor het accommodatiebeleid betekent dit:
In de basis dient actualisatie van beleid plaats te vinden binnen de huidige budgetten. Daarnaast geldt als kader voor het accommodatiebeleid dat de accommodaties en het gebruik ervan ook in de toekomst duurzaam betaalbaar moeten zijn.
Vanuit de Overheid zijn er diverse kaders en richtlijnen bepaald, die aangeven hoe een gemeente om moet gaan met het verhuren (of verkopen) van vastgoed. Het gaat hier om de volgende relevante kaders en richtlijnen:
Didam-arrest: De Hoge Raad heeft in het Didam-arrest bepaald dat de overheid bij de verkoop of verhuur van vastgoed iedereen een gelijke kans moet geven. Dit betekent dat vastgoed niet zomaar aan één partij mag worden verhuurd (of verkocht) zonder een open en eerlijke procedure. Dit is belangrijk voor het accommodatiebeleid, omdat het zorgt voor gelijke kansen en transparantie bij de uitgifte van gemeentelijk vastgoed.
Beleidsregel uitgifte grond en vastgoed gemeente Maashorst: De gemeente Maashorst heeft regels opgesteld om vastgoed op een eerlijke manier te verhuren of verkopen (Beleidsregel uitgifte grond en vastgoed gemeente Maashorst1). Dit gebeurt via een openbare procedure waarbij iedereen gelijke kansen krijgt. Er zijn ook uitzonderingen, bijvoorbeeld voor unieke aanbieders die maatschappelijke diensten leveren2. Een uitzondering geldt voor voorzieningen zoals buurthuizen, sportlocaties en musea. Deze mogen direct aan één partij worden verhuurd, bijvoorbeeld aan niet-commerciële professionele organisaties, zoals verenigingen of stichtingen of waarmee de gemeente vaak al een langdurige rechtsrelatie en/of een subsidierelatie heeft.
Besluit Algemeen Belang Mededingingswet: De Mededingingswet geeft regels voor eerlijke concurrentie. De Mededingingswet geeft de gemeenteraad de bevoegd om te kunnen besluiten dat sommige activiteiten in het algemeen belang vallen, zodat deze regels niet gelden3.
Paracommercie en regels in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV): Paracommercie betekent dat niet-commerciële organisaties, zoals sportclubs of buurthuizen, soms kunnen concurreren met horeca. Om dit te voorkomen, staan er regels in de APV betreffende het schenken van alcohol en het organiseren van evenementen. De hoofregels zijn:
2.3 Kaders en uitgangspunten voor het accommodatiebeleid
Op basis van de in de in paragrafen 2.1 en 2.2 beschreven kaders gelden voor het accommodatiebeleid de volgende kaders en uitgangspunten:
Ontmoetingsplek in elke kern/buurt
Om betrokken bij en in contact met elkaar te blijven, zijn ontmoetingsplekken dichtbij nodig, evenals verenigingen en vrijwilligers. Behoud (en waar nodig ontwikkeling) van ontmoetingsplekken in elk gebied is dan ook het uitgangspunt. Dit kan een wijkaccommodatie zijn maar ook een andere voorziening. Het ontmoeten staat centraal.
Het beheer van de voorzieningen is herkenbaar en professioneel. Toegang tot accommodaties wordt laagdrempelig als de voorzieningen goed en professioneel beheerd worden en de mensen herkenbaar zijn. Als bezoekers, vrijwilligers, bedrijfsleider en personeel elkaar leren kennen, worden hulpvragen eerder gezien of gesteld.
Er is een georganiseerd overleg tussen de gemeente en het bestuur van een accommodatie. De gemeente en besturen gaan periodiek met elkaar in gesprek over bijvoorbeeld de inhoudelijke doelstellingen van een accommodatie of activiteit, de financiële gang van zaken of gewenste ondersteuning. Uitgangspunt is immers samenwerking. Door deze dialoog kan indien nodig ook tijdig naar oplossingen gezocht worden als zaken anders lopen dan gepland.
3. Algemene zaken betreffende het Accommodatiebeleid
In deze hoofdstuk worden de algemene aspecten van het beleid uiteengezet die gelden voor alle soorten maatschappelijk vastgoed. In de volgende hoofdstukken wordt ingaan op de specifieke sectoren, zoals wijkaccommodaties, sportfaciliteiten en cultuuraccommodaties, om de unieke kenmerken en behoeften van elk type accommodatie goed in het beleid te vertalen. Deze hoofdstukken bevatten beleid dat specifiek voor de betreffende sector van toepassing is.
3.2 Demarcatie eigenaars- en gebruikersverplichtingen
De verdeling van verantwoordelijkheden tussen eigenaar en gebruiker van vastgoed wordt vastgelegd in duidelijke lijsten (demarcatielijsten). Deze lijsten zijn gebaseerd op de Algemene Bepalingen van de Raad voor Onroerende Zaken (ROZ). Deze methode wordt vaak gebruikt, ook voor gebouwen met een maatschappelijke functie.
De gemeente, als eigenaar, zorgt voor groot onderhoud en verbeteringen aan de gebouwen. Dit betekent dat de gemeente verantwoordelijk is voor bijvoorbeeld het onderhoud van de buitenkant van het gebouw en het vervangen van installaties. Deze werkzaamheden worden opgenomen in een Meerjaren OnderhoudsPlan (MJOP). Het geld hiervoor is al geregeld in de begroting van de gemeente.
De gebruikers van het gebouw, zoals verenigingen of huurders, zijn verantwoordelijk voor het dagelijks beheer, klein onderhoud en het gebruik van het gebouw. Dit houdt in:
3.3 Systeem voor het bepalen van de huurtarieven
Verhuur en onderverhuur van vastgoed
De gemeente maakt onderscheid tussen twee soorten verhuur:
De regels in deze paragraaf gelden voor de verhuur door de gemeente aan exploitanten. Voor beleid en tarieven die betrekking hebben op de onderverhuur/zalenverhuur door de exploitant, wordt verwezen naar paragrafen 4.3 en 5.3.
Verhuur maatschappelijk vastgoed
Bij de verhuur van maatschappelijk vastgoed aan exploitanten door de gemeente worden de volgende principes gebruikt:
Kostprijsdekkende huur. De huurprijs is gebaseerd op de werkelijke kosten van het gebouw, zoals onderhoud en investeringen. Dit zorgt voor financiële duidelijkheid en duurzaamheid. De kostprijsdekkende huur omvat alle kosten die samenhangen met het eigendom en het beheer van het vastgoed, waaronder onderhoud, beheer en eventuele investeringen. Er wordt een afslag van 80% toegepast op de kostprijs van de accommodatie om de maatschappelijke huurprijs voor de exploitant (zelfbeheerstichting) te bepalen.
Onderverhuur van ruimten. Indien een stichting of vereniging (die vastgoed huurt van de gemeente) de ruimten onderverhuurt, zoals bijvoorbeeld bij de wijkaccommodaties en sommige cultuurinstellingen het geval is, dienen zij het tarievenbeleid van de gemeente Maashorst te hanteren. Dit voorkomt concurrentie tussen gebouwen.
In het Bestuursakkoord is met betrekking tot duurzaamheid opgenomen dat:
Deze ambities zijn nader uitgewerkt in een Uitvoeringsplan dat in de zomer van 2023 door het College is vastgesteld. Actielijn 12 uit dit uitvoeringsplan gaat over het gemeentelijk (maatschappelijk) vastgoed, waarbij de gemeente in 2030 55% minder CO2 wil uitstoten en in 2050 alle gebouwen aardgaslos dienen te zijn.
Momenteel wordt dit verder uitgewerkt in een uitvoeringsplan verduurzaming gemeentelijk vastgoed 2026 - 2050. Hierin wordt per accommodatie een routekaart opgesteld zodat inzichtelijk is welke maatregelen genomen moeten worden, inclusief de financiële consequenties, om de doelstellingen te kunnen halen. De verduurzaming van het gemeentelijk maatschappelijk vastgoed is geborgd in dit traject. Daarom is in het accommodatiebeleid geen apart beleid op het vlak van duurzaamheid opgenomen.
4. Accommodatiebeleid betreffende wijkaccommodaties
Het accommodatiebeleid voor wijkaccommodaties is gericht op het creëren van ontmoetingsplekken die laagdrempelig en multifunctioneel zijn en kent de volgende kernpunten:
Een analyse van de bezettingsgraden van de wijkaccommodaties laat zien dat de bezetting in lijn ligt met de benchmarkgegevens voor buurthuizen in vergelijkbare (kleine kernen) gemeenten. Het maximaliseren van de bezetting blijft echter wel het streven omdat dit een bijdrage kan leveren aan het ook op lange termijn betaalbaar houden van de accommodaties. Optimalisatie van bezetting is ook bevorderlijk voor ontmoeting, samenwerking tussen verschillende partners en efficiëntere inzet van middelen.
Activiteiten en accommodaties die (deels) gesubsidieerd worden mogen geen oneerlijke concurrentie vormen voor ondernemers. Verhuur aan commerciële activiteiten (binnen wettelijke kaders) is mogelijk zolang deze maatschappelijke activiteiten niet verdringen.
Er wordt gestreefd naar bestuur van de wijkaccommodaties door zelfbeheerstichtingen vanwege:
Indien bestuur door vrijwilligers in een buurt of kern niet lukt, biedt de gemeente een vangnet in de zin dat de gemeente ervoor zorgt dat een basis ontmoetingsfunctie in de wijk geborgd is. Dit hoeft geen wijkaccommodatie te zijn, maar kan ook een school, zorgplein etc. zijn.
Rolverdeling bestuur en gemeente
Voor het maatschappelijk vastgoed, waaronder de wijkaccommodaties, is de verdeling van rollen en verantwoordelijkheden op hoofdlijnen:
Prestatieafspraken tussen gemeente en bestuur
Om ervoor te zorgen dat de doelen welke belangrijk zijn voor een betreffende wijk/kern, in het kader van dit accommodatiebeleid, ook behaald worden, maken het bestuur en de gemeente samen (prestatie) afspraken. Bij deze afspraken wordt gekeken naar wat de wijk nodig heeft en welke rol de wijkaccommodatie hierin kan spelen. Voor elke wijk of kern wordt een plan op maat gemaakt.
Om deze afspraken goed te maken, werkt het bestuur in lijn met het beleid ‘sterke sociale basis’ samen met verenigingen, gebruikers en andere partners, zoals zorg- en maatschappelijke organisaties. Samen maken zij een plan (convenant) waarin staat hoe ze samenwerken en wat ieders rol is. Iedereen krijgt de kans om te doen waar ze goed in zijn.
De gemeente bepaalt de hoogte van de te verstrekken exploitatiesubsidie die het bestuur krijgt op basis van deze afspraken. Daarnaast hebben de gemeente en het bestuur regelmatig overleg. Ze bespreken daarbij ook afspraken die de stichting maakt met gebruikers van andere gebouwen, zodat de regels overal gelijk zijn.
Bij complexe zaken zoals juridische vraagstukken, personeelszaken en fondsenwerving kunnen vrijwilligersbesturen ondersteuning vragen aan de gemeente Maashorst.
Bij het opstellen van het accommodatiebeleid is het van belang dat er eenduidigheid heerst rondom de huurtarieven van wijkaccommodaties. Hierbij zijn de volgende zaken van belang:
In de voormalige gemeenten Uden en Landerd waren de huurtarieven verschillend. De gemeente Uden hanteerde een maatschappelijk huurtarief van maximaal €0,12 per m2 per uur en de gemeente Landerd hanteerde een bandbreedte van €0,16 - €0,18 cent per m2 per uur. Daar de tarieven van de gemeenten verschillend zijn, is gekozen om een benchmark onderzoek te doen naar landelijke benchmark gegevens van vergelijkbare gemeenten en naar de tarieven van onze buurgemeenten.
Uit de opgehaalde input uit participatiebijeenkomsten is gebleken dat veel verenigingen in de gemeente Maashorst worstelen met gestegen kosten en een teruggelopen ledenaantal na Corona. Om de verenigingen te ondersteunen is ervoor gekozen om de huurtarieven niet aan te passen naar het gemiddelde van de benchmark, maar om de tarieven zo min mogelijk te laten stijgen, rekening houdend met de betaalbaarheid van het vastgoed voor de gemeente op de lange termijn en het financiële kader. Dit heeft ertoe geleid dat het nieuwe huurtarief voor maatschappelijk vastgoed vastgesteld is met een bandbreedte van €0,16-€0,18 cent per m2 per uur.
Met deze nieuwe tarieven blijft er een groep verenigingen die er op achteruit gaan en waarbij de huurkosten zullen stijgen. Om de verenigingen de kans te geven deze kostenstijging op te vangen, hanteren we een ingroeitermijn van 4 jaar. Daarnaast bieden we verenigingen de mogelijkheid om extra inkomsten te genereren door inzet van samenwerkzaamheid. Bijvoorbeeld door het overnemen van bardiensten, waar inkomsten voor de vereniging tegenover staan.
Kijkende naar de tarieven voor de consumpties is het belangrijk om deze tarieven aan te laten sluiten bij de gangbare commerciële tarieven. Dit om oneerlijke concurrentie met de commerciële horeca te voorkomen. Voor de wijkaccommodaties waar dit nog niet van toepassing is zal dit een verhoging van de tarieven betekenen. Er wordt een ingroeiregeling van 3 jaar gehanteerd.
Om ontmoeting en het gebruik van de wijkaccommodaties te stimuleren is koffie, thee en ranja tijdens een aantal inloopmomenten gratis in de ontmoetingsruimte. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten:
Alle wijkaccommodaties, behalve de Nieuwe Pit, zijn doordeweeks al op de meeste dagdelen open. Dit biedt voldoende ruimte voor het bestuur of de bedrijfsleider om de inloopmomenten zelf in te richten.
Samenwerkzaamheid vanuit verenigingen
Onze verenigingen spelen een belangrijke rol in onze wijkgebouwen. Samenwerkzaamheid kan in de vorm van bardiensten, schoonmaak of anderszins in overleg met de bedrijfsleider worden uitgewerkt. Wanneer er voor deze samenwerkzaamheid minder betaald personeel ingezet wordt krijgt de vereniging hiervoor een vergoeding met een maximum van de totale jaarlijkse huur. De vergoeding is bepaald met als referentie het bruto uurloon uit de CAO van schoonmaak/horecamedewerkers in onze wijkaccommodaties, zegge €13,- per uur prijspeil 2023/2024. Vrijwilligersbesturen bepalen voor haar accommodaties zelf het uurtarief, het advies is om aan te sluiten bij het tarief van de gemeente Maashorst. De vergoeding voor samenwerkzaamheid is lager dan loonkosten voor in te huren personeel. Voor zowel de verenigingen als de gemeente en vrijwilligersbesturen is dit financieel aantrekkelijk.
Richtlijnen samenwerkzaamheid:
Naast samenwerkzaamheid voor verenigingen zijn er ook individuele vrijwilligers.
Besturen kunnen daarnaast aan individuele vrijwilligers een onkostenvergoeding uitkeren, dit bedrag is wettelijk vastgelegd op een maximum van €5,60 per uur (prijspeil 2025). Met een maximum van €210,- per maand en €2.100 per jaar.
5 Accommodatiebeleid betreffende binnensport
De gemeente Maashorst voorziet in een aanbod van gymzalen en sporthallen dat is afgestemd op de vraag. Vanuit het oogpunt van efficiënt en multifunctioneel gebruik alsmede de doelstellingen vanuit de Sport- en beweegvisie gelden de volgende uitgangspunten:
Het aanbieden van een horecavoorziening in sporthallen vraagt om een specifieke benadering. De keuze om horeca wel of niet aan te bieden, is mede afhankelijk van voorzieningen in de directe omgeving. De mogelijkheid om elkaar voor en na het sporten te ontmoeten vindt de gemeente belangrijk, maar dat kan ook in horecavoorzieningen in de directe omgeving van een sporthal.
Uitrusting van binnensportaccommodaties
Bij de binnensport is in de regel sprake van medegebruik van de accommodatie. Meerdere verenigingen maken gebruik van dezelfde accommodatie. Gebruikers komen vaker niet uit de buurt waar de accommodatie ligt. De relatie tussen de maatschappelijke doelstellingen in een wijk/kern en (het aanjagen van) het gebruik van de accommodatie is hierdoor vaak niet te leggen of in ieder geval veel minder dan bij wijkaccommodaties. Het bestuur en beheer van de accommodatie heeft hierdoor een ander karakter dan bij de wijkaccommodaties. Het heeft meer de kenmerken van ‘zalenverhuur’.
Tegen deze achtergrond ligt voor de binnensport het bestuur en de verantwoordelijkheid voor beheer en exploitatie van de accommodatie bij de gemeente en daarmee in beginsel niet bij de verenigingen of een vrijwilligersbestuur. De gemeente is voor de binnensport verantwoordelijk voor de kwaliteit en instandhouding (onderhoud) van de accommodatie alsmede voor beheer en exploitatie. Om die reden voorziet de gemeente in vaste ambulant beheerders als aanspreekpunt voor de gebruikers, voor het openen/sluiten, kwaliteit etc. De aanwezigheid van een vaste poule van ambulant beheerders draagt bij aan een goede relatie met de verenigingen en de kwaliteit van de accommodatie.
In specifieke situaties, zoals bijvoorbeeld bij Sport & Spel Reek, kan het beheer van een binnensportaccommodatie bij een vrijwilligersbestuur worden gelegd als dat in de totale opgave meerwaarde heeft.
Het beheer en de exploitatie van de aanwezige horecavoorzieningen ligt bij de gemeente. Om de kosten beheersbaar te houden, is het beleid:
Verenigingen kunnen werkzaamheden (bardiensten of schoonmaak) overnemen van de gemeente. Zij zullen hiervoor een vergoeding krijgen (zie paragraaf 4.3). Dit is in lijn met de ‘samenwerkzaamheid’ die ook bij buitensport gehanteerd wordt. De vergoeding voor samenwerkzaamheid is lager dan de uurtarieven voor in te huren personeel. Voor zowel de verenigingen als de gemeente is dit financieel aantrekkelijk.
Op de langere termijn is de ambitie om de horecavoorzieningen in zelfbeheer bij de verenigingen te brengen. Op dit moment is onvoldoende draagvlak voor deze grote verandering. De komende periode wordt gemonitord of de invoering van samenwerkzaamheid door de verenigingen gaat zorgen voor meer draagvlak voor een verdergaande rol van de verenigingen in het beheer van de horecavoorzieningen.
Bij het uitwerken van de nieuwe tarievenstructuur voor de binnensport zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:
Vereenvoudigen van de tarieven. Het onderscheid in tarieven voor jeugd en volwassenen, zoals dat momenteel in Uden wordt gehanteerd, vervalt. Vanuit het sport- en beweegbeleid is jeugd geen aparte doelgroep. Het stimuleren van bewegen onder volwassenen en ouderen is even belangrijk als het stimuleren van bewegen door jeugd.
Daar de tarieven van de gemeenten verschillend zijn is gekozen om een benchmark onderzoek te doen naar landelijke benchmark gegevens van vergelijkbare gemeenten en naar de tarieven van onze buurgemeenten.
Uit de opgehaalde input uit participatiebijeenkomsten is gebleken dat veel verenigingen in de gemeente Maashorst worstelen met gestegen kosten en een teruggelopen ledenaantal na Corona. Om de verenigingen te ondersteunen is ervoor gekozen om de huurtarieven niet aan te passen naar het gemiddelde van de benchmark, maar om de tarieven zo min mogelijk te laten stijgen, rekening houdend met de betaalbaarheid van het vastgoed voor de gemeente op de lange termijn en het financieel kader. Dit heeft ertoe geleid dat het nieuwe tarief binnensport €36,24 per uur, per sporthal (3 zaaldelen) is. Dit tarief is zowel voor de jeugd als de volwassen.
De nieuwe tarievenstructuur zorgt voor de meeste verenigingen niet voor grote verschillen op verenigingsniveau. Als verenigingen meer gaan betalen, wordt dit veroorzaakt door het vervallen van het jeugdtarief in de voormalige gemeente Uden.
Om de verenigingen de kans te geven deze kostenstijging op de vangen hanteren we een ingroeitermijn van 4 jaar. Daarnaast bieden we verenigingen de mogelijkheid om extra inkomsten te genereren door inzet van samenwerkzaamheid. Bijvoorbeeld door het overnemen van bardiensten waar inkomsten voor de vereniging tegenover staan.
Voor de consumptietarieven gelden dezelfde minimale tarieven en ingroeiregeling zoals deze worden vastgesteld voor de wijkaccommodaties. Zie paragraaf 4.3.
6 Accommodatiebeleid betreffende overige accommodaties
6.1 Cultuur- en jeugdaccommodaties (waaronder bibliotheken)
Voor de cultuur- en jeugdaccommodaties zijn er geen algemene richtlijnen als het gaat om het niveau van voorzieningen dat de gemeente in stand houdt. Per situatie en per wijk/kern wordt afgewogen welke huisvesting passend is bij de inhoudelijke beleidsdoelstellingen en (financieel) verantwoord is.
Het uitgangspunt is dat de bestaande voorzieningenstructuur in stand blijft, waarbij wel (conform de uitgangspunten van het accommodatiebeleid) wordt gestreefd naar multifunctioneel en efficiënt gebruik van voorzieningen.
Voor de cultuur- en jeugdaccommodaties wordt aangesloten bij het voorstel voor de wijkaccommodaties, het bestuur en beheer van de accommodatie ligt bij de stichting/instelling omdat het bestuur hiermee goed geworteld is in de samenleving. Hierdoor weet het bestuur wat er speelt en op welke manier de accommodatie maximaal kan bijdragen aan de inhoudelijke beleidsdoelstellingen. Het bestuur kent verenigingen, inwoners, (professionele) partners en is goed in staat om verbanden te leggen, activiteiten aan te jagen en vrijwilligers te activeren.
Rolverdeling bestuur en gemeente
Voor het gemeentelijk maatschappelijk vastgoed, waaronder de cultuur- en jeugdaccommodaties, is de verdeling van rollen en verantwoordelijkheden op hoofdlijnen:
Prestatieafspraken tussen gemeente en bestuur
Om ervoor te zorgen dat de doelen welke belangrijk zijn voor de cultuur- en jeugdaccommodaties, maken het bestuur en de gemeente samen (prestatie) afspraken.
Om deze afspraken goed te maken, werkt het bestuur in lijn met het beleid ‘sterke sociale basis’ samen met verenigingen, gebruikers en andere partners, zoals zorg- en maatschappelijke organisaties. Samen maken zij een plan (convenant) waarin staat hoe ze samenwerken en wat ieders rol is. Iedereen krijgt de kans om te doen waar ze goed in zijn.
De gemeente bepaalt de hoogte van de te verstrekken exploitatiesubsidie subsidie die het bestuur krijgt op basis van deze afspraken. Daarnaast hebben de gemeente en het bestuur regelmatig overleg. Ze bespreken daarbij ook afspraken die de stichting maakt met gebruikers van andere gebouwen, zodat de regels overal gelijk zijn.
Bij complexe zaken zoals juridische vraagstukken, personeelszaken en fondsenwerving kunnen vrijwilligersbesturen ondersteuning vragen aan de gemeente Maashorst.
De huurprijs die voor de accommodatie door de gemeente aan de stichting/instelling in rekening wordt gebracht, wordt bepaald op basis van de volgende systematiek:
De overgang naar een op de kostprijs gebaseerde huur is in dit voorstel budgettair neutraal. Het saldo van de huurinkomsten voor de gemeente wordt verrekend in de exploitatiesubsidie die aan de stichting of instelling wordt verstrekt.
Voor het onderverhuren van ruimten door de instelling gelden de tarieven voor zaalhuur zoals vastgesteld voor de wijkaccommodaties (zie paragraaf 4.3).
Momenteel zijn de dierenparken eigendom van de gemeente en worden om niet in gebruik gegeven aan een vrijwilligersbestuur.
De enige uitzondering is de kinderboerderij in Uden. De grond is in eigendom van de gemeente en wordt verhuurd aan de stichting. De opstallen zijn in eigendom van de stichting. Het bestuur van de kinderboerderij ervaart de eigendom van de accommodatie niet als een last en het lukt het bestuur ook goed om met vrijwilligers, giften en sponsoring de accommodatie goed in stand te houden. Er is dan ook geen aanleiding om deze (eigendoms)situatie te veranderen. Vanuit het accommodatiebeleid is het geen doelstelling dat eigendom van maatschappelijk vastgoed bij de gemeente moet liggen.
Het bestuur van de dierenparken ligt, zoals nu ook het geval is, bij vrijwilligersbesturen. Dit werkt in de praktijk goed. Er zijn echter signalen dat het bestuur en beheer van de dierenparken door vrijwilligers (nu en in de nabije toekomst) kwetsbaar is. Er is of er dreigt een tekort aan vrijwilligers. In het geval het beheer van een dierenpark vanwege een gebrek aan vrijwilligers niet goed geborgd is, wordt afgewogen óf en in welke vorm het dierenpark in stand gehouden kan worden.
Voor de kinderboerderij Uden geldt dat de gemeente vanwege de educatieve functie én het feit dat de kinderboerderij een ‘uitje’ biedt voor inwoners die weinig te besteden hebben – en de activiteiten die in dat kader georganiseerd worden – het vangnet is als de continuïteit in gevaar komt.
Rolverdeling bestuur en gemeente
In lijn met de overige onderdelen van het accommodatiebeleid is de verdeling van rollen en verantwoordelijkheden op hoofdlijnen:
De stichting kan een aantal eigenaarsverplichtingen overnemen in ruil voor een samenwerkzaamheidsvergoeding. Voor de hoogte van de vergoeding kan worden aangesloten bij de hoogte van de vergoeding per uur die wordt gehanteerd bij de buiten/binnensport.
Prestatieafspraken tussen gemeente en bestuur
Het bestuur maakt met de gemeente prestatieafspraken:
De dierenparken worden om niet in gebruik gegeven. Er is geen sprake van huur.
Op dit moment lopen eigenaars- en gebruikerslasten door elkaar. De gemeente (eigenaar) betaalt een aantal gebruikerslasten en de stichting betaalt een aantal eigenaarslasten. Als het accommodatiebeleid wordt geïmplementeerd, zal dit hervormd worden. Het uitgangspunt is dat verantwoordelijkheden verschuiven inclusief de bijbehorende kosten en budgetten. De implementatie op dit punt zal daarom budgettair neutraal verlopen.
Om het accommodatiebeleid in de praktijk te brengen, zullen de volgende acties worden uitgevoerd:
Algemene zaken betreffende het Accommodatiebeleid (hoofdstuk 3)
Berekenen van kostprijs dekkende huren en de hierop gebaseerde maatschappelijke huur.
In 2025 worden de kostprijs dekkende huurprijzen voor de wijkaccommodaties berekend en in 2026 voor de overige accommodaties. Deze methodiek gebruiken we om de huurprijs van onze accommodaties te bepalen voor de vrijwilligersbesturen.
De Algemene SubsidieVerordening (ASV) hoeft niet gewijzigd te worden, dit is de algemene kapstok voor de subsidieverlening. Vanuit de ASV volgen individuele subsidie toekenningen. of subsidieregelingen volgen.
Op dit moment is de inschatting dat er geen subsidieregelingen gewijzigd moeten worden via een college besluit.
Aanpassen exploitatiesubsidies
In aansluiting op het vorige punt zal dit ook gefaseerd gebeuren.
Het advies is om te inventariseren welke subsidies er naar soortgelijke accommodaties en stichtingen is gegaan de afgelopen jaren, met de bijbehorende voorwaarden, om te kijken of daar een gemeenschappelijke deler uit te halen is, zodat daar een subsidieregeling op geschreven kan worden.
Als er teveel uitzonderingen zijn, vinden de aanpassingen plaats middels individuele subsidietoekenningen. Deze kunnen jaarlijks in één collegebesluit worden gebundeld.
Accommodatiebeleid betreffende wijkaccommodaties (hoofdstuk 4)
Opzetten structuur ‘Sterke sociale basis’ in de wijken
De samenwerking tussen de besturen van wijkaccommodaties en de (zorg)partners in de wijken en de bijbehorende overlegstructuur, zal vorm krijgen in de 2e helft van 2025. In 2025 zal een begin worden gemaakt met het formuleren van de doelstellingen en acties in een wijk én afstemmen van de rol van alle partijen hierin (prestatieafspraken).
Onderzoeken samenwerking en multifunctioneel gebruik van voorzieningen
Met name in de kernen Volkel, Odiliapeel en Schaijk liggen kansen of zijn al initiatieven om voorzieningen te combineren en meer multifunctioneel gebruik te maken van voorzieningen. In Schaijk, waar dit gesprek al loopt, kan dit worden voortgezet. In Volkel en Odiliapeel kan hiermee in 2025 worden gestart.
Accommodatiebeleid betreffende binnensport (hoofdstuk 5)
Accommodatiebeleid betreffende Dierenparken (hoofdstuk 6.2)
Herschikken eigenaars- en gebruikersverplichtingen voor dierenparken
De inventarisatie van de huidige afspraken en bijbehorende vergoedingen wordt gestart in de 2e helft van 2025. Het maken van de financiële afspraken (aanpassen subsidie en budgetten op de gemeentelijke begroting) vindt plaats in 2025 zodat de nieuwe structuur per 2026 ingevoerd kan worden. Hiervoor zal een nieuwe subsidieregeling worden opgesteld.
Bijlage 2 Blauwdruk taakomschrijving bestuur wijkaccommodaties
Rol vanuit de gemeenschap: Het bevorderen van betrokkenheid van de wijkbewoners en de gemeenschap bij de accommodatie. De wijkaccommodatie is ván de wijk – vóór de wijk. Het bestuur signaleert welke behoefte aan activiteiten wijkbewoners hebben en faciliteert deze samen met vrijwilligers en verenigingen middels het verhuren van een ruimte of middels het organiseren van activiteiten (niet gericht op zorg- en hulpverlening).
Beheer en Onderhoud: Het bestuur is verantwoordelijk voor het beheer, klein-dagelijks gebruikersonderhoud (eigenaarsonderhoud wordt uitgevoerd door de gemeente) en veiligheid van de accommodatie, inclusief regelmatige inspecties en het coördineren van reparaties. Het bestuur stuurt de beheerder aan op dit punt. De demarcatielijst die gesloten is met de gemeente is leidend hierin.
Vrijwilligersbeheer: Werven en onderhouden van de relaties met vrijwilligers die betrokken zijn bij de accommodatie en die volledig zelfstandig de nodige taken en activiteiten kunnen uitvoeren en/of het organiserend vermogen hebben om elkaar en zelfs anderen daarin aan te sturen. Andere vrijwilligers daarentegen hebben iets meer begeleiding nodig. Waar nodig gaan we in overleg met de lokale professionele en vrijwillige organisaties onderzoeken wat een gepaste oplossing is. Daarbij sluiten we aan bij het beleid Sterke sociale basis.
Deze taken zijn een blauwdruk en kunnen – binnen de geldende beleidskaders - worden aanpast aan de specifieke behoeften en omstandigheden van een specifieke accommodatie en de betreffende gemeenschap.
Bijlage 3 Blauwdruk taakomschrijving bedrijfsleider wijkaccommodaties
De werkzaamheden bevatten een combinatie van activiteiten op de volgende werkgebieden:
Plaats in de organisatie en takenpakket:
De bedrijfsleider vertegenwoordigt de opdrachtgever en voert met grote mate van zelfstandigheid zijn/haar werkzaamheden uit in opdracht van de gemeente.
Deze taken zijn een blauwdruk en kunnen – binnen de geldende beleidskaders - worden aanpast aan de specifieke behoeften en omstandigheden van een specifieke accommodatie en de betreffende gemeenschap.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-270209.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.