|
Nr.
|
Betreffend onderdeel van het Algemeen
mandaatbesluitAmsterdam
|
Omschrijving bevoegdheid
|
Grondslag genoemd in het Algemeen mandaat-besluit Amsterdam
|
Bevoegd
bestuurs-orgaan
|
Bijzonderheden en beperkingen op basis van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam
|
Ondermandaat
/
ondervolmacht
/
ondermachtiging
verleend aan
|
|
1.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 1
|
Het verwerven en vervreemden van onroerende zaken in verband met de opdracht aan de directie Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie
|
Artikel 160, eerste lid, onder d, Gemeentewet
|
College
|
Positief advies van het Commissariaat Fysieke Domein indien dat op grond van het Reglement Commissariaat Fysieke Domein nodig is
|
Neen
|
|
2.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 2
|
Het uitoefenen van alle overige taken en bevoegdheden in het kader van de opdracht aan de directie Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie
|
Bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 2
|
College
|
Positief advies van het Commissariaat Fysieke Domein indien dat op grond van het Reglement Commissariaat Fysieke Domein nodig is
|
Neen
|
|
3.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 3
|
Het buiten rechte vertegenwoordigen van de gemeente bij het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen met de mogelijkheid gevolmachtigden aan te wijzen en met recht van substitutie ten behoeve van notarissen en medewerkers van het kantoor van de behandelend notaris in de zin van artikel 171, eerste lid, van de Gemeentewet
|
Artikel 171, eerste lid, Gemeentewet
Bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 3
|
Burgemeester
|
Neen
|
Neen
|
|
4.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 4
|
Het wijzigen van grenzen van een interferentiegebied en/of de aanwijzing van nieuwe
interferentiegebieden op grond van artikel 2 van de Verordening interferentiegebieden
bodemenergie-systemen 2014
|
Artikel 160, eerste lid, onder d, Gemeentewet
Bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder4
|
College
|
Neen
|
Afdelingsmanager Energie voor de Stad
|
|
5.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 5
|
Het vaststellen van beleidsregels voor de vergunning verlening van bodemenergie-systemen
binnen een interferentiegebied op grond van artikel 9.220 van het Omgevingsplan gemeente
Amsterdam, juncto artikel 5:8 Omgevingswet
|
Artikel 160, eerste lid, onder d, Gemeentewet
Bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 5
|
College
|
Dit mandaat geldt niet in het geval van
vaststelling van definitieve beleidsregels waartegen een of meerdere zienswijzen zijn
ingediend of er een negatief advies vanuit het betrokken stadsdeel wordt gegeven op grond
van de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022
|
Afdelingsmanager Energie voor de Stad
|
|
6.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 6
|
Het instemmen met de ontwerpbesluiten van de besluiten bedoeld onder nummer 4
en nummer 5
|
Artikel 160, eerste lid, onder d, Gemeentewet
Bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 6
|
College
|
Neen
|
Afdelingsmanager Energie voor de Stad
|
|
7.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 11, in samenhang met bijlage 2,
hoofdstuk 0, paragraaf 1,
onder 1, in samenhang met bijlage 1, hoofdstuk 1, nummer 2, onder a en in samenhang met artikel 6,
eerste lid, onder a
|
Het op grond van artikel 160, eerste lid, onder d, van de Gemeentewet besluiten tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen in verband met aangaan, aanpassen, beëindigen en uitvoeren van arbeids-overeenkomsten
van medewerkers met wie de gemeente een arbeids-overeenkomst heeft, heeft gehad of zal aangaan op grond van artikel 160 van de Gemeentewet en de daarmee verband houdende rechtshandelingen
|
Artikel 160, eerste lid, onder d van de Gemeentewet, in samenhang met artikel 669 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en in samenhang met artikel 671b van Boek 7 van het Burgerlijk
Wetboek
|
College
|
Met uitzondering van hetgeen is opgenomen in bijlage 1, hoofdstuk 1, onder 2, sub a, toevoegingen a tot en met d
|
Neen
|
|
8.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 11 en in samenhang bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 1 en in samenhang met bijlage 1, hoofdstuk 1, nummer 2, onder b
|
Het besluiten tot het aangaan van een beëindigings-overeenkomst in de zin van artikel 670b van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en titel 15 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, voor zover het bedrag aan extra tegemoet-komingen, uitstijgt boven € 75.000,- bruto
|
Artikel 670b van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en in samenhang met titel 15 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek
|
College
|
Beperkt tot € 75.000,-.
|
Neen
|
|
9.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 11 en in samenhang bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 1 en in samenhang met bijlage 1, hoofdstuk 1, nummer 2, onder c
|
Rechts-handelingen waarbij de gemeente-secretaris belanghebbende is
|
Artikel 160, eerste lid, onder d van de Gemeentewet
|
College
|
Neen
|
Neen
|
|
10.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 11 en in samenhang bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 1 en in samenhang met bijlage 1, hoofdstuk 1, nummer 2, onder d
|
In een individueel geval in het voordeel van de werknemer afwijken van de Cao Gemeenten als naar het oordeel van de werkgever toepassing ervan leidt tot onevenredig nadeel van de werknemer bedoeld in artikel 1.7 van de Cao Gemeenten en artikel 0.5 van de Cao Amsterdam
|
Artikel 1.7 van de Cao Gemeen-ten en in samenhang met artikel
0.5 van de Cao Amsterdam
|
College
|
Voor zover het hiermee gemoeide bedrag uitstijgt boven
€ 75.000,- bruto
|
Neen
|
|
11.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 11, in samenhang bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 1, in samenhang met bijlage 1, hoofdstuk 1, nummer 3 en in samenhang met artikel 6, eerste lid, onder a
|
Het nemen van besluiten over het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen op grond van de Gemeentewet
|
Artikel 160, eerste lid, onder d, van de Gemeente-wet en in samenhang met de Budgethou-dersregeling Amsterdam 2023
|
College
|
Op voorwaarde dat:
a.
zij geen betrekking hebben op onderwerpen die politiek of bestuurlijk gevoelig zijn;
b.
zij geen betrekking hebben op:
i.
de oprichting van of deelneming in een rechtspersoon;
ii.
het lenen of uitlenen van geld;
iii.
borg-stelling of
garantstelling voor
schulden van derden; of
iv.
andere arbeidsrechtelijke bevoegdheden anders dan genoemd in randnummer 2 hoofdstuk 1, bijlage 1 ; en
c.
de desbetreffende rechtshandeling plaatsvindt binnen de door college en raad
vastgestelde beleidskaders zoals het Inkoop- en Aanbestedings-beleid van de gemeente Amsterdam en de daarop gebaseerde werkinstructies, de ‘Notitie 10 Wegen naar een innovatiever aanbestedingsbeleid en een professioneler opdrachtgever-schap’, de ‘Notitie Samen Inkopen’, de ‘Notitie Doelgericht op afstand 2’, het ‘Lening- en garantiebeleid van de gemeente Amsterdam’ en het gemeentelijk integriteitsbeleid
|
- a.
Afdelingsmanager Staf Financiën en Projectcontrol tot een maximum transactiebedrag van € 250.000,- per transactie
- b.
Afdelingsmanager Staf Organisatie, Kwaliteit en Facilitering tot een maximum transactiebedrag van € 250.000,- per transactie
- c.
Afdelingsmanager MIRT-verkenning OV-verbinding Sloterdijk – Amsterdam centrum tot een maximum transactiebedrag van € 250.000,- per transactie
- d.
Afdelingsmanager MIRT-verkenning OV-Verbinding Amsterdam – Haarlemmermeer
tot een maximum transactiebedrag van € 250.000,- per transactie
- e.
Afdelingsmanager Energie voor de Stad tot een maximum transactiebedrag van € 250.000,- per transactie
- f.
Afdelingsmanager Tunnelprojecten tot een maximum transactiebedrag van € 250.000,- per transactie
- g.
Teammanager Tijdelijke Eindhalte Amsteltram tot een maximum transactiebedrag van € 50.000,- per transactie
- h.
Teammanager Programmamanagement tot een maximum transactiebedrag van € 250.000,- per transactie
- i.
Teammanager Uitvoeringsregie tot een maximum transactiebedrag van € 50.000,- per transactie
- j.
Teammanager Collectieve Warmte Amsterdam tot een maximum transactiebedrag van € 50.000,- per transactie
- k.
Teammanager Elektriciteits- Voorziening Amsterdam tot een maximum transactiebedrag van € 50.000,- per transactie
- l.
Teammanager Warmte Bestaande Stad tot een maximum transactiebedrag van € 50.000,- per transactie
- m.
Teammanager Duurzame Opwek tot een maximum transactiebedrag van € 50.000,- per transactie
- n.
Teammanager Uitvoerings-strategie tot een maximum transactiebedrag van € 50.000,- per transactie
- o.
Teammanager FZ en P/P-ondersteuning tot een maximum transactiebedrag van € 50.000,- per transactie
- p.
Teammanager ICT en DIV tot een maximum transactiebedrag van € 50.000,- per transactie
- q.
Teammanager Control & Projectbeheersing tot een maximum transactiebedrag van € 50.000,- per transactie
- r.
Teammanager MIRT-verkenning OV verbinding Sloterdijk-Amsterdam Centrum tot een maximum transactiebedrag van € 50.000,- per transactie
- s.
Teammanager MIRT-verkenning OV-verbinding A;dam-Haarlemmermeer tot een maximum transactiebedrag van € 50.000,- per transactie
- t.
Teammanager Verkeerscentrale Amsterdam tot een maximum transactiebedrag van € 50.000,- per transactie
- u.
Teammanager Arena-tunnel tot een maximum transactiebedrag van € 50.000,- per transactie
- v.
Teammanager Vervangings-onderhoud IJ-tunnel tot een maximum transactiebedrag van € 50.000,- per transactie
- w.
Teammanager Kleine Projecten tot een maximum transactiebedrag van € 50.000,- per transactie
|
|
12.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 11 en in samenhang bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 2
|
De bevoegd-heden en feitelijke handelingen op grond van de Algemene Verordening Gegevens-bescherming:
a.
die verband houden met de uitoefening van de rechten van betrokkene als bedoeld in hoofdstuk III van de Algemene Verordening Gegevens-bescherming, artikelen 12 tot en met 23;
b.
die verband houden met een melding van een inbreuk in verband met persoons-gegevens aan de betrokkene in de zin van artikel 34 van de Algemene Verordening Gegevens-bescherming;
c.
die verband houden met de voorafgaande raadpleging bij de Autoriteit Persoons-gegevens in de zin van artikel 36 van de Algemene Verordening
Gegevensbescherming
|
Algemene Verordening Gegevens-bescherming
|
College
|
Neen
|
Neen
|
|
13.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 11 en in samenhang bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1,
onder 3
|
Het beslissen op een aanvraag om nadeel-compensatie
|
Algemene wet bestuursrecht artikel 4:126, lid 1
|
College
|
De beslissing is in overeenstemming met het uitgebracht advies van de adviescommissie als bedoeld in artikel 4 van de Verordening Nadeelcompensatie 2022 dan wel in overeenstemming is met het conceptbesluit, zoals door het Schadeloket Algemene Nadeelcompensatie is vastgesteld
|
Neen
|
|
14.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 11 en in samenhang bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1,
onder 4
|
Het verlenen van goedkeuring van de met de schade-beperkende maatregelen gemoeide kosten
|
Algemene wet bestuursrecht artikel 4:129 aanhef en onder a.
|
College
|
Neen
|
Neen
|
|
15.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 11 en in samenhang bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1,
onder 5
|
Het beslissen op een aanvraag om een voorschot te verlenen
|
Verordening Nadeel-compensatie Amsterdam 2022 artikel 7 lid 1
|
College
|
Neen
|
Neen
|
|
16.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onder 11 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 6
|
De volgende bevoegdheden op grond van de Archiefwet 1995, Archiefbesluit 1995 en Besluit informatiebeheer 2010 na overleg met en instemming van de conform artikel 32, derde lid, van de Archiefwet 1995 door burgemeester en wethouders benoemde functionaris (de gemeente-archivaris):
a.
het vervangen van archiefbescheiden door reproducties, teneinde de aldus vervangen bescheiden te vernietigen in de zin van artikel 7 van de Archiefwet 1995 en artikel 6 van het Archiefbesluit 1995;
b.
het opmaken van een verklaring van vervanging van archiefbescheiden door reproducties in de zin van artikel 8 van het Archiefbesluit 1995;
c.
het vervreemden van archiefbescheiden in de zin van artikel 8, eerste en tweede lid, van de Archiefwet 1995 en artikel 7 en 8 van het Archiefbesluit 1995;
d.
het opmaken van een verklaring van vervreemding van archiefbescheiden in de zin van artikel 8 van het Archiefbesluit 1995;
e.
het overbrengen van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaar-plaats (artikel 12, eerste lid, van de Archiefwet 1995 en artikel 9 van het Archiefbesluit 1995);
f.
het vervroegd overbrengen van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats (directie Stadsarchief Amsterdam) in de zin van artikel 13, eerste lid, van de Archiefwet 1995;
g.
het verzoeken om het verlenen van een machtiging door Gedeputeerde Staten tot opschorting van de overbrenging van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaar-plaats (directie Stadsarchief Amsterdam) in de zin van artikel 13, derde en vierde lid, van de Archiefwet 1995;
h.
het opmaken van een verklaring van overbrenging van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats (directie Stadsarchief Amsterdam) in de zin van artikel 8 van het Archiefbesluit 1995;
i.
het opmaken van een verklaring van vernietiging van archiefbescheiden in de zin van artikel 8 van het Archiefbesluit 1995;
j.
het stellen van beperkingen aan de openbaarheid van archiefbescheiden in de zin van artikel 15, eerste en tweede lid, en artikel 16, tweede lid, van de Archiefwet 1995 en artikel 10 Archiefbesluit 1995;
k.
het overdragen van informatie (archiefbescheiden) van een organisatieonderdeel aan een ander organisatieonderdeel in de zin van artikel 4, onder d van het Besluit informatiebeheer 2010;
l.
het beslissen inzake verzoeken tot het opvragen of hergebruiken van gemeentelijke databanken in de zin van artikel 2 Databankenverordening Amsterdam
|
Archiefwet 1995, Archiefbesluit 1995 en Besluit informatie-beheer 2010
|
College
|
Neen
|
Afdelingsmanager Staf Organisatie, Kwaliteit en Facilitering
|
|
17.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder a
|
Het nemen van alle conservatoire maatregelen en doen wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht en bezit, behalve beslaglegging, als bedoeld in artikel 160, derde lid, van de Gemeentewet
|
Gemeente-wet
|
College
|
Neen
|
Neen
|
|
18.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder d
|
Het kennis geven van de verdaging van een beslissing op een aanvraag, als bedoeld in artikel 4:14 van de Algemene wet bestuursrecht
|
Algemene wet bestuursrecht
|
College
|
Neen
|
Neen
|
|
19.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder e en in samenhang met artikel 6, eerste lid, onder a
|
In het geval van niet tijdig beslissen de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom bij beschikking vaststellen, als bedoeld in artikel 4:18 van de Algemene wet bestuursrecht
|
Algemene wet bestuursrecht
|
College
|
Neen
|
Neen
|
|
20.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder g
|
Het nemen van beslissingen inzake verrekening, als bedoeld in artikel 4:93 van de Algemene wet bestuursrecht
|
Algemene wet bestuursrecht
|
College
|
Neen
|
Neen
|
|
21.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder k
|
Het bij beschikking vaststellen van de wettelijke rente, als bedoeld in artikel 4:99 van de Algemene wet bestuursrecht
|
Algemene wet bestuursrecht
|
College
|
Neen
|
Neen
|
|
22.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder l
|
Het geheel of gedeeltelijk verlenen van kwijtschelding
|
Algemene wet bestuursrecht
|
College
|
Neen
|
Neen
|
|
23.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder m
|
Het aanmanen van de schuldenaar die in verzuim is, als bedoeld in artikel 4:112 van de Algemene wet bestuursrecht
|
Algemene wet bestuursrecht
|
College
|
Neen
|
Neen
|
|
24.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder n
|
Het uitvaardigen van een dwangbevel om de betaling van een geldsom af te dwingen, als bedoeld in de artikelen 4:114 en 4:115 van de Algemene wet bestuursrecht
|
Algemene wet bestuursrecht
|
College
|
Neen
|
Neen
|
|
25.
|
Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder o
|
Het beslissen tot het nemen van executiemaatregelen ter uitvoering van dwangbevelen
|
Algemene wet bestuursrecht
|
College
|
Neen
|
Neen
|
|
26.
|
Artikel 5, tweede lid, en in samenhang met artikel 6, eerste lid, onder a en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder q
|
Het behandelen en afdoen van klachten met inachtneming van titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht
|
Algemene wet bestuursrecht
|
College
|
Neen
|
Neen
|
|
27.
|
Artikel 5, tweede lid, en in samenhang met artikel 6, eerste lid, onder a en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder r
|
Het beslissen op verzoeken om verstrekking van informatie met betrekking tot publieke informatie, als bedoeld in hoofdstuk 4 Wet open overheid
|
Wet open overheid
|
College
|
Neen
|
Neen
|
|
28.
|
Artikel 5, tweede lid, en in samenhang met artikel 6, eerste lid, onder a en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder s
|
Het beslissen inzake de actieve openbaarmaking van informatie, als bedoeld in artikel 3.3 van de Wet open overheid
|
Wet open overheid
|
College
|
Neen
|
Neen
|