Gemeenteblad van Amsterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2025, 269419 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2025, 269419 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening Kinderopvang SMI Amsterdam
Het doel van de verordening is om door het tijdelijk beschikbaar stellen van een voorziening kinderopvang SMI, ouders die vanwege sociaal medische problematiek onvoldoende kunnen zorgdragen voor de verzorging, opvoeding en een goede ontwikkeling van hun thuiswonende kinderen, de mogelijkheid te bieden tot het structureel aanpakken van hun problemen ter verbetering van de thuissituatie en de ontwikkelkansen van de betrokken kinderen.
De aanvragen voor een voorziening SMI worden afgehandeld in volgorde van binnenkomst van een complete aanvraag.
Artikel 6 Beoordeling inkomensgegevens
Het college kan de inkomensgegevens bedoeld in artikel 5, tweede lid, onder d van dit artikel controleren bij de belastingdienst.
Het college kan ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze verordening, indien de toepassing van de verordening zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 11 juni 2025
De voorzitter
Femke Halsema
De plaatsvervangend raadsgriffier
Dafne Struijk
De Wet kinderopvang geeft ouders recht op kinderopvangtoeslag wanneer zij de zorg voor kinderen (0-12) combineren met werk, studie of een re-integratietraject. De doelgroep van SMI bestaat uit gezinnen met kinderen tot en met 10 jaar waarvan de ouder(s) geen recht hebben op kinderopvangtoeslag. Bijvoorbeeld omdat de ouder of ouders niet (allebei) werken en vanwege sociaal medische problematiek ook niet in staat zijn om voor hun kinderen te zorgen. Denk bijvoorbeeld aan ouders met een (chronische) lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking of aan een sociale crisissituatie in een gezin. Het kan ook voorkomen dat hierdoor er voor kinderen tijdelijk geen gezond opvoedklimaat is. Kinderopvang kan dan van belang zijn voor een goede ontwikkeling van het kind en om ouder(s) de gelegenheid te geven om actie te ondernemen om hun problematiek te verminderen en daarmee de thuissituatie te verbeteren.
Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) stort sinds 2005 geld in het Gemeentefonds met de opdracht aan gemeenten om voor gezinnen waar ernstige sociaal medische problematiek speelt en waar geen recht op kinderopvangtoeslag is, kinderopvang te regelen: kinderopvang op sociaal medische indicatie (SMI). Het rijk laat het aan gemeenten om te bepalen in welke gevallen gezinnen voor kinderopvang SMI in aanmerking komen, voor welke periode, voor hoeveel dagen per week etc.
De bevoegdheid om een voorziening kinderopvang SMI te verstrekken is een buitenwettelijke bevoegdheid, waarin het college zijn eigen beleid kan voeren. In het verleden waren de stadsdeelbesturen verantwoordelijk voor kinderopvang SMI. Sommigen hadden hiervoor ook een verordening vastgesteld. Sinds de centralisatie van het toezicht op de kinderopvang in 2015 verstrekt het college een voorziening kinderopvang SMI op basis van een vaste gedragsregel, waarbij de volgende voorwaarden gelden:
Met het oog op de rechtszekerheid van de aanvragers is het nodig om voortaan de voorziening kinderopvang SMI te verstrekken op basis van een wettelijk voorschrift: de Verordening Kinderopvang SMI Amsterdam. Hierin zijn de voorwaarden als hiervoor omschreven opgenomen.
Waar in de verordening wordt gesproken over sociaal medische problematiek, gaat het altijd om sociaal medische problematiek van de ouders of de verzorgers van het kind waarop de aanvraag om een voorziening kinderopvang SMI betrekking heeft. Deze problematiek kan ook het gevolg zijn van medische problematiek van een broertje of zusje van het kind of de kinderen waarop de aanvraag betrekking heeft. Psychische problematiek valt ook onder medische problematiek.
De overige begripsbepalingen behoeven geen toelichting.
Een voorziening kinderopvang SMI heeft tot doel de leefomgeving van een kind te verbeteren. Doordat een kind één of enkele dagen per week naar de kinderopvang gaat, krijgen ouders ruimte om aan hun problemen te werken en krijgt het kind de kans om zich, ondanks de problematiek in het gezin, zo normaal mogelijk te ontwikkelen. Kinderopvang SMI is daarmee ook een preventieve interventie. Door kinderen een tijdelijk gezond tweede leefmilieu te bieden, wordt geprobeerd latere problemen te voorkomen of zo klein mogelijk te houden.
Artikel 3 Aard, omvang en duur van de voorziening kinderopvang SMI
Een voorziening kinderopvang SMI wordt verstrekt voor maximaal 2 dagen per week. Dit geldt voor kinderen in de leeftijd van 3 maanden totdat zij naar de voorschool kunnen gaan en voor kinderen van 4 tot en met 10 jaar. De voorschool is een kinderdagverblijf met een educatief programma ter voorbereiding op de basisschool. Kinderen kunnen hier 12 tot 16 uur per week naar toe. De voorschool is daarmee in Amsterdam een voorliggende voorziening ten opzichte van kinderopvang SMI. Slechts bij uitzondering is een combinatie van voorschool en een voorziening kinderopvang SMI mogelijk.
Een voorziening kinderopvang SMI is een tijdelijke voorziening, gericht op daadwerkelijke verbetering van de thuissituatie. Ouders moeten zich inspannen om te zorgen dat hun situatie verbetert en de voorziening niet meer nodig is. De indicatie is daarom altijd voor een bepaalde periode en in beginsel niet langer dan 12 maanden. Na deze periode is een herbeoordeling nodig als ouders voor een verlenging in aanmerking willen komen. Bij deze herbeoordeling wordt opnieuw gekeken of de voorziening noodzakelijk is en of dit nog steeds de juiste oplossing is voor het gezin. Natuurlijk zijn er problemen die niet (snel) op te lossen zijn, bijvoorbeeld wanneer sprake is van een zware lichamelijke beperking of een psychische stoornis. In dergelijke gevallen kan worden gekeken of bijvoorbeeld door een netwerk rond het gezin te creëren, een voorziening kinderopvang SMI na enige tijd niet meer nodig is.
Het derde lid regelt dat het college indien de sociaal medische problematiek van ouder(s) dit noodzakelijk maakt, kan afwijken van de hoofdregels betreffende de leeftijd van de kinderen en de omvang en duur van de voorziening. In de praktijk gebeurt dit op advies van de jeugdarts van de GGD, indien de sociaal medische problematiek hiertoe noodzaakt. Het gaat dan om uitzonderlijke situaties. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om een gezin waarbij bij een ouder uitsluitend sprake is van een structurele fysieke of licht verstandelijke beperking, maar waar verder geen ernstige sociale problematiek speelt. Daarbij kan worden gedacht aan een ouder met bijvoorbeeld een dwarslaesie, niet aangeboren hersenletsel of een auto-immuunziekte. Kinderopvang kan dan ouder(s) lucht geven om de rest van de tijd wel de ouderrol te kunnen vervullen en voor de andere ouder om te blijven werken. Ook is het bijvoorbeeld mogelijk om ter overbrugging van een periode voorafgaand aan plaatsing op een voorschool, een voorziening kinderopvang SMI voor een (iets) langere periode dan 12 maanden te verlenen. Dit voorkomt een onnodige herbeoordeling en een periode waarbij ouder(s) en het kind door het ontbreken van kinderopvang tussen wal en schip vallen, terwijl kinderopvang gelet op de sociaal medische problematiek van ouders noodzakelijk is.
De gemeenteraad neemt jaarlijks budget op voor de voorziening SMI. Tot nu toe is dit budget toereikend gebleken. Mocht dit tijdens een kalenderjaar anders blijken, dan voorziet de verordening in een verdeelsystematiek en een bijbehorende weigeringsgrond die opgenomen is in artikel 8, eerste lid onder g. De aanvragen voor een voorziening SMI worden afgehandeld in volgorde van binnenkomst van een complete aanvraag. Het college weigert een voorziening als er nog onvoldoende budget beschikbaar is in een kalenderjaar.
Artikel 4 bepaalt dat een aanvraag wordt gedaan door de ouders van het kind. Een aanvraag kan makkelijk en veilig worden gedaan in ZorgNed met het DigiD van één van de ouders. Door vragen met antwoordvelden worden ouders meegenomen in de gegevens die nodig zijn om op de aanvraag te kunnen beslissen. Onder meer wordt gevraagd naar de gezinssamenstelling en het bsn van ouder(s) en van het kind of de kinderen waarop de aanvraag betrekking heeft. Als ouders niet beschikken over een bsn is maatwerk mogelijk en kan de aanvraag in overleg met de medewerkers van team SMI van de gemeente ook zonder DigiD worden gedaan. Team SMI is ook beschikbaar voor telefonische vragen over de aanvraag.
Ouders verstrekken bij de aanvraag gegevens zodat het college kan beoordelen of zij aanspraak kunnen maken op kinderopvangtoeslag op grond van de Wet kinderopvang. In dat geval komen ouders niet in aanmerking voor een voorziening kinderopvang SMI. Om dit te kunnen beoordelen worden enkele vragen gesteld over de inkomenssituatie van ouders. Zo wordt bijvoorbeeld gevraagd om een loonstrook of de uitkeringsspecificatie over de maand voorafgaand aan de aanvraag. Verder is van belang of ouders zijn ingeschreven voor een opleiding of inburgeringscursus, of sprake is van een traject richting werk of re-integratie, of één van de ouders een persoonsgebonden budget ontvangt en of een ouder een permanente zorgindicatie heeft op grond van de Wet langdurige zorg.
Op het aanvraagformulier vullen ouders ook een beknopte toelichting in op de situatie van het gezin. Het college heeft die gegevens nodig om te kunnen beoordelen of de aanvraag ziet op een situatie die te maken heeft met sociaal medische problematiek binnen het gezin van ouder(s). En dat het bijvoorbeeld niet gaat om problematiek van een familielid buiten het gezin waarvoor mantelzorg wordt verleend of om problematiek van het kind waarvoor de voorziening kinderopvang SMI wordt aangevraagd. Daarvoor is de voorziening kinderopvang SMI niet bedoeld. Door hier direct naar te vragen wordt het voor ouders zo snel mogelijk duidelijk dat zij waarschijnlijk niet voor een voorziening kinderopvang SMI in aanmerking komen. Ook wordt hiermee een onnodige gang langs de jeugdarts van de GGD voorkomen. Het is bij de beknopte toelichting op het aanvraagformulier niet de bedoeling dat ouders medische gegevens delen. Voor een inhoudelijke beoordeling van de sociaal medische problematiek en de gevolgen daarvan voor de ontwikkeling van de kinderen, vraagt het college advies aan de GGD.
Ouders zijn verantwoordelijk voor het tijdig leveren van de benodigde informatie om op de aanvraag te kunnen beslissen. Als informatie ontbreekt, zijn de regels van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Dit betekent dat ouders een termijn krijgen om de aanvraag aan te vullen. Als ouders de informatie niet tijdig aanleveren, kan de aanvraag buiten behandeling worden gesteld.
Bij de aanvraag geven ouder(s) een machtiging aan de jeugdarts van de GGD om informatie op te vragen bij de behandelaar of hulpverlener. Ouder(s) kunnen aan de jeugdarts van de GGD ook nadere informatie verstrekken die hun aanvraag ondersteunt. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan een ondersteuningsplan dat is opgesteld in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning, een integraal plan jeugd of een familiegroepsplan jeugd, opgesteld in het kader van de Jeugdwet. Hierdoor kan worden voorkomen dat de jeugdarts van de GGD een vergaand onderzoek moet uitvoeren. De met de jeugdarts gedeelde informatie wordt niet gedeeld met de medewerkers SMI van de gemeente.
Zoals volgt uit artikel 3 wordt een voorziening kinderopvang SMI in beginsel niet langer dan voor de duur van 12 maanden verstrekt. Indien ouders om een verlenging van de SMI vragen, is altijd een herbeoordeling nodig. Dit is omdat de omstandigheden die van belang zijn voor het verstrekken van de voorziening, kunnen wijzigen. Denk aan veranderingen in de sociaal medische situatie van ouder(s), in de ontwikkeling van het kind, het netwerk van ouder(s), het recht op kinderopvangtoeslag, het effect van acties om de gezinssituatie te verbeteren, etc.
Bij een verlenging is het belangrijk dat de aanvraag daartoe uiterlijk 12 weken voor de einddatum van de eerder verstrekte voorziening wordt gedaan. Dit is nodig om enkele weken voor de einddatum van de eerder verstrekte voorziening duidelijkheid te hebben over of de voorziening kinderopvang wordt verlengd. De gemeente kan het kindercentrum dan tijdig verzoeken om de kindplaats opnieuw beschikbaar te stellen voor het kind. Het kind kan dan in de vertrouwde opvangomgeving blijven.
Artikel 6 Beoordeling inkomensgegevens
Artikel 6 voorziet in een wettelijke basis om indien nodig inkomensgegevens op te vragen en/of te controleren bij de belastingdienst. De wettelijke grondslag hiervoor wordt gevormd door artikel 149 van de Gemeentewet dat bepaalt dat de raad de verordeningen maakt die hij in het belang van de gemeente nodig oordeelt. Er bestaat geen andere wet of regeling op basis waarvan de raad in het kader van medebewind verplicht is tot het vaststellen van deze verordening. Wel heeft de gemeente van de Minister van Sociale Zaken de publieke taak gekregen om te voorzien in een vangnet voor ouder(s) die niet in aanmerking komen voor een kinderopvangtoeslag, maar waarvoor kinderopvang gelet op hun sociaal medische problematiek wel nodig is. In het kader van de uitoefening van deze publieke taak is het noodzakelijk om te kunnen controleren of ouder(s) in aanmerking komen voor een SMI-voorziening, dan wel dat er sprake is van een voorliggende voorziening. Daarmee valt deze verwerking onder artikel 6, eerste lid aanhef en onder e. van de Algemene verordening gegevensbescherming dat bepaalt wanneer een gegevensverwerking rechtmatig is.
Artikel 7 Advies van de jeugdarts van de GGD Amsterdam over sociaal medische indicatie
Voordat de jeugdarts van de GGD wordt gevraagd om advies uit te brengen, toetst het college op basis van de aanvraag eerst of ouder(s) in aanmerking komen voor een voorliggende voorziening. Dit is bijvoorbeeld het geval als ouder(s) recht hebben op kinderopvangtoeslag of als het kind de leeftijd heeft dat het naar de voorschool kan gaan. Ook wordt de aanvraag gescreend op situaties die niet vallen onder de verordening. Bijvoorbeeld ouder(s) die vanwege mantelzorg buiten het eigen gezin of vrijwilligerswerk, onvoldoende tijd hebben voor hun kinderen. In de praktijk verricht team SMI van de gemeente deze toets. Indien al bij deze eerste toets duidelijk is dat ouders geen aanspraak kunnen maken op kinderopvang SMI wijst het college de aanvraag af en geeft daarbij de reden aan.
In alle andere gevallen vraagt het college advies aan de jeugdarts van de GGD over de sociaal medische noodzaak voor de kinderopvang. Het advies van de jeugdarts van de GGD heeft betrekking op de vraag of de ouder(s) vanwege sociaal medische problematiek aangewezen is/zijn op een voorziening kinderopvang SMI, mede gelet op de ontwikkelkansen van het kind en voor welke periode en hoeveel dagen. De jeugdarts verricht onderzoek en nodigt de ouder(s) uit voor een gesprek. Dit gesprek is in beginsel telefonisch. Als de jeugdarts meent dat hij voldoende (schriftelijke) informatie heeft, kan een gesprek met ouders soms achterwege blijven. De arts geeft dan bij zijn advies aan waarom een onderzoekgesprek niet nodig was. Indien nodig vraagt de jeugdarts informatie aan de hulpverlener of behandelaar van ouder(s). Deze informatie wordt niet gedeeld met het college. De jeugdarts gaat in zijn advies ook in op of er voldoende aanknopingspunten zijn voor een structurele verbetering van de gezinsproblematiek en als dat mogelijk is binnen welke termijn. Daarbij wordt gedacht aan acties die ouders ondernemen waardoor een voorziening kinderopvang SMI in de toekomst niet meer nodig is. De jeugdarts onderzoekt ook of sprake is van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in artikel 3, derde lid.
Op het advies van de jeugdarts van de GGD is het correctie- en blokkeringsrecht van toepassing. Dit betekent dat voordat het advies naar het college wordt gestuurd, ouders het advies ontvangen. Binnen een redelijke termijn (meestal vijf werkdagen) kunnen ouders verzoeken om correctie van feitelijke onjuistheden. Een termijn van vijf werkdagen is naar verwachting voldoende voor de meeste ouders en in lijn met de urgentie van de aanvragen. In voorkomende gevallen kan de arts al dan niet op verzoek van ouders ook een iets langere termijn geven (maximaal tien werkdagen). Bijvoorbeeld in geval van een complexe zaak, een afwijzend advies of tijdens een vakantieperiode. Ouders kunnen het ook aangeven als zij niet willen dat het advies wordt doorgestuurd naar het college. In dat geval zal het college de aanvraag afwijzen omdat dan onvoldoende informatie beschikbaar is om de aanvraag inhoudelijk te beoordelen. Als ouders niet reageren binnen de gegeven termijn, worden zij actief benaderd door de GGD en krijgen zij (indien gewenst) extra tijd om te reageren. Als ouders niet reageren stuurt de jeugdarts van de GGD het advies niet naar het college. In dat geval heeft het college onvoldoende informatie om te beoordelen of kinderopvang SMI noodzakelijk is. Het college wijst de aanvraag dan af.
Een voorziening kinderopvang SMI is zinvol als er perspectief is op structurele verbetering van de problematiek binnen het gezin. Kinderopvang SMI is nadrukkelijk níet bedoeld voor situaties, waarbij ernstige sociaal medische problematiek of onveiligheid in gezinnen niet of onvoldoende wordt aangepakt. In zo’n situatie verwordt kinderopvang SMI tot niets meer dan een gedeeltelijke verbetering in een ook voor het kind structureel problematische of onveilige thuissituatie. De gemeente wil dit niet faciliteren. Hierop zien onder meer de weigeringsgronden opgenomen in artikel 8, eerste lid, onder d en in het tweede lid.
Een voorziening kinderopvang SMI is er ook niet om leemtes in de Wet kinderopvang op te vangen of om kinderopvang te regelen voor groepen die niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag. De gemeente is niet bij machte om dit op te lossen. Het SMI-budget is hiervoor eenvoudigweg niet toereikend. De voorziening kinderopvang SMI staat bijvoorbeeld niet open voor het opvangen van sociaal medische problematiek van personen buiten het gezin van ouder(s). Hierbij kan gedacht worden aan familieleden waarvoor ouders de mantelzorg dragen. Deze situatie valt onder de weigeringsgrond in artikel 8, eerste lid, onder b.
De weigeringsgronden in artikel 8, eerste lid, onder e en f zien erop dat de voorziening alleen wordt verstrekt als dit echt nodig is, gelet op de ontwikkeling van de betrokken kinderen en het (onvoldoende) netwerk van ouders. Dit is overeenkomstig het doel van de verordening zoals opgenomen in artikel 2.In de hierboven genoemde situaties weigert het college de gevraagde voorziening altijd.
Artikel 9 Beslistermijn en inhoud van het besluit voorziening kinderopvang SMI
Het college beslist in de regel binnen 10 weken. Binnen deze termijn vinden ook het onderzoek en de advisering door de jeugdarts van de GGD plaats. Als meer tijd nodig is, stelt het college de aanvrager hiervan op de hoogte.
In het besluit op de aanvraag staat voor welk kind een voorziening kinderopvang SMI wordt verstrekt, voor hoeveel dagen en voor welke duur. De periode waarvoor de voorziening wordt verstrekt, gaat in op de dag nadat het besluit aan ouders wordt verzonden. Het is van belang voor ouders en kind dat zo snel mogelijk van de voorziening gebruik wordt gemaakt. De gemeente werkt samen met een groot aantal kindercentra en bemiddelt bij de plaatsing. Hierdoor kan een kind na een positief besluit in de praktijk meestal ook op korte termijn worden geplaatst op een geschikt kindercentrum. Een voorziening kinderopvang SMI wordt niet met terugwerkende kracht verstrekt. Voordat een kind daadwerkelijk wordt geplaatst op een kindercentrum en de ouders een plaatsingsovereenkomst tekenen met het kindercentrum, is het dus belangrijk dat de gemeente toestemming heeft gegeven voor de plaatsing op het betreffende kindercentrum.
Het college verstrekt de voorziening kinderopvang SMI in natura. Het college koopt de kinderopvang in bij kinderopvangorganisaties, waarmee hiertoe een raamovereenkomst is afgesloten. De gemeente zorgt er zo voor dat de kinderopvang die wordt geboden goed van kwaliteit is en dat het bij dagopvang bijvoorbeeld gaat om een kindercentrum dat tevens een voorschool is. Bij de plaatsing wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de voorkeur van ouders. In een bijlage bij het besluit tot verstrekking wordt een aantal mogelijke kindercentra in de buurt van het woonadres genoemd. Ouders kunnen zich hierop oriënteren. De gemeente neemt vervolgens contact op met de ouders en gaat na of er daadwerkelijk plaats is op het kindercentrum dat de voorkeur heeft of biedt een alternatief aan dat zoveel mogelijk aansluit op de wensen van ouders.
Het besluit op de aanvraag moet uiteraard voldoen aan de vereisten die de Algemene wet bestuursrecht stelt, zoals een deugdelijke motivering en een bezwaarclausule. Voor de motivering van het besluit zal in veel gevallen kunnen worden volstaan met een verwijzing naar het door de jeugdarts van de GGD uitgebrachte advies, dat ook de motivering daarvan bevat. Het college moet er wel zeker van zijn dat het onderzoek zorgvuldig is gedaan. Wanneer een medisch advies onvolledig is of vragen oproept, wordt de jeugdarts gevraagd het advies aan te vullen of te verduidelijken. Indien het besluit van het college afwijkt van het advies van de jeugdarts, wordt dat met de redenen voor de afwijking in de motivering vermeld.
Artikel 10 Verplichtingen verbonden aan een voorziening kinderopvang SMI
Voordat ouders gebruik kunnen maken van de kinderopvangplaats gaan zij zoals gebruikelijk is, een plaatsingsovereenkomst aan met de kinderopvangorganisatie, waarin over en weer de rechten en plichten zijn opgenomen. Hierbij ontbreekt de financiële vergoeding, omdat de gemeente hiervoor zorgdraagt. Ouders zijn verplicht om hun kind naar de opvang te brengen. En het kindercentrum is verplicht de gemeente te informeren als dit te vaak of zonder opgaaf van reden niet gebeurt.
Een voorziening kinderopvang SMI wordt verstrekt om ouders de nodige ruimte te geven aan hun sociaal medische problematiek te werken en zo de thuissituatie voor het kind te verbeteren. Er is dus sprake van wederkerigheid, op ouders rust een inspanningsverplichting om de situatie te verbeteren. De adviserend arts neemt de acties die ouders zullen ondernemen en de verbetering die hierdoor op termijn wordt verwacht mee bij de advisering. Bij een advies over een verlenging wordt nagegaan in hoeverre ouders deze acties hebben ondernomen en of dit daadwerkelijk tot de nodige verbetering leidt. Als dit onvoldoende het geval is, kan dit leiden tot een negatief advies van de arts en het beëindigen van de voorziening kinderopvang SMI door het college.
Ouders zijn verder verplicht de gemeente zo spoedig mogelijk op de hoogte te stellen van omstandigheden die gevolgen kunnen hebben voor hun recht op de voorziening. Hierbij kan worden gedacht aan dat ouders gaan werken en in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag. Of bijvoorbeeld aan de situatie dat een kind uit huis wordt geplaatst. Gedurende de looptijd van de voorziening kan het college ook onderzoeken of ouders nog wel in aanmerking komen voor kinderopvang SMI. Dit kan bijvoorbeeld bij een vermoeden dat geen of onvoldoende gebruik wordt gemaakt van de kinderopvang. Ook kan ouders worden gevraagd worden om recente informatie over hun inkomen (loonstrook of uitkeringsspecificatie). Ouders zijn verplicht aan onderzoek door de gemeente mee te werken.
Artikel 11 Intrekking gedurende de looptijd van de voorziening kinderopvang SMI
In dit artikel zijn de situaties omschreven wanneer het college de voorziening kinderopvang tussentijds beëindigt. Deze situaties komen grotendeels overeen met de weigeringsgronden en behoeven hier geen verdere bespreking.
Het college kan in zeer uitzonderlijke gevallen ten gunste van ouders afwijken van de bepalingen van deze verordening. Dit afwijken kan alleen ten gunste en nooit ten nadele van de ouder zijn. Het gebruik maken van de hardheidsclausule moet nadrukkelijk worden beschouwd als een uitzondering voor onvoorziene situaties. Bij de beoordeling van de aanvraag kan het college zelf aanleiding zien om de hardheidsclausule toe te passen. Ouders kunnen hiertoe ook een verzoek indienen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-269419.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.