Gemeenteblad van Amsterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2025, 269417 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2025, 269417 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Derde wijzigingsverordening Vermakelijkheidsretributie te water 2020
De Verordening Vermakelijkheidsretributie te water 2020 als volgt te wijzigen:
Het algemeen deel van de toelichting bij de verordening wordt aangevuld met de volgende tekst:
Tariefsverhoging bij raadsbesluit van 9 november 2023
Met de vaststelling van de Eerste wijzigingsverordening Vermakelijkheidsretributie te water 2020 bij raadsbesluit van 9 november 2023 is het tarief per bezoeker, passagier, respectievelijk deelnemer aan vermakelijkheden, voor zover de vermakelijkheid plaatsvindt met, op, in of aan een gemotoriseerd, niet stationerend vaartuig, per 1 januari 2024 verhoogd van € 1,50 naar € 2,50.
Bij het raadsbesluit van 9 november 2023 zit al een toelichting. In die toelichting zijn de bij dat besluit betrokken belangen en de afwegingen die aan deze tariefverhoging ten grondslag lagen nog niet expliciet opgenomen. Met de vaststelling van deze aanvullende toelichting laat de gemeenteraad alsnog zien welke afwegingen van belangen er op het moment van vaststelling van die wijzigingsverordening bestuurlijk zijn gemaakt en aan de wijziging ten grondslag hebben gelegen.
De vermakelijkhedenretributie (VMR) is een belangrijk fiscaal instrument om een deel van de kosten te dekken die de gemeente maakt en waar eigenaren en gebruikers van de passagiersvaart van profiteren. Bezoekers leveren zo een eerlijke en redelijke financiële bijdrage aan de stad.
De gemeentelijke belangen bij de VMR, en meer specifiek het tarief en de tariefsverhoging, zijn afgewogen tegen de belangen van de exploitanten.
Een belangrijk doel voor de gemeente met de heffing van VMR is het genereren van opbrengsten in verband met de kosten van de voorzieningen die de gemeente maakt, waarvan degenen die bedrijfsmatig vermakelijkheden tegen vergoeding aanbieden profijt hebben. Dat belang is ook al onderkend bij de invoering van de VMR te water in 1995. Bij die invoering zijn de bezwaren van de rederijen nadrukkelijk gehoord en gewogen.
Bij de invoering van de VMR te water in 1995 is een indicatie gegeven van de kosten van de voorzieningen die de gemeente maakt waar aanbieders en gebruikers van rondvaarten profijt van hebben, te weten ongeveer ƒ 53.000.000 (circa € 24.000.000). Daarbij was nog geen rekening gehouden met de kosten van de gemeente voor onderhoud en verlichting van monumenten, afmeervoorzieningen, extra reinigingskosten en dergelijke meer. Sinds de invoering van de VMR te water in 1995 is het aantal bezoekers aan de stad alsmaar toegenomen. Deze voor de bedrijfsvoering van de exploitanten gunstige ontwikkeling heeft voor de gemeente geresulteerd in sterk toegenomen financiële lasten voor het aanbrengen en in stand houden van diezelfde voorzieningen waarvan de exploitanten profiteren. Het is evident dat de gemeentelijke kosten anno nu fors hoger zijn en een veelvoud bedragen van de opbrengsten van de VMR te water, die voor kalenderjaar 2024 zijn geraamd op € 12.400.000. Het gegeven dat de gemeente tegenwoordig aanzienlijk meer kosten maakt voor de voorzieningen waar de exploitanten hun toegenomen profijt mede aan te danken hebben, rechtvaardigt een verhoging van de VMR.
Het is van belang om nog op te merken dat er bij de VMR geen wettelijke opbrengstlimiet geldt. De gemeente hoeft alleen te laten zien dat de vermakelijkheden voor de gemeente kosten met zich meebrengen. Het gemeentelijk belang bij de (verhoging van de) opbrengst van de VMR wordt in dat opzicht dus niet beperkt.
De belangen van de belastingplichtigen
Anderzijds zijn er de belangen van de belastingplichtigen, te weten degenen die vermakelijkheden geven op het Amsterdamse water, de exploitanten. Het belang van exploitanten is niet alleen gelegen in een zo laag mogelijke heffing. De exploitanten hebben tevens belang bij een aantrekkelijke stad en bij de voorzieningen waarvan zij gebruikmaken en profijt hebben. Zonder deze voorzieningen zou het geven van vermakelijkheden minder aantrekkelijk, of zelfs helemaal niet mogelijk zijn. Het is dus ook in hun belang dat de gemeente voorzieningen treft, in stand houdt en dat kan blijven doen. De opbrengsten uit de VMR dragen daaraan bij.
Relevant ten aanzien van het belang van de exploitanten is verder dat zij de VMR doorberekenen in de prijzen van tickets. Ook dat belang is bij de invoering van de VMR te water in 1995 onderkend. De VMR heeft zo bezien het karakter van een gebruikersheffing: met de VMR wordt (indirect) een bijdrage van bezoekers gevraagd, die de heffing betalen bij het kopen van een kaartje. De aanbieder brengt de VMR in rekening via zijn tickets en draagt de heffing af aan de gemeente. Aanpassingen in de tarieven hoeven daarmee geen directe effecten op de lasten voor de betreffende aanbieders te hebben. Indirect kunnen er wel effecten zijn. Wanneer een exploitant besluit de tariefverhoging door te belasten in de prijs van een ticket, leidt dit tot een hogere ticketprijs voor bezoekers. Dit zou voor bezoekers misschien aanleiding kunnen zijn om geen rondvaart te maken. Dergelijke prijselastische effecten zijn echter inherent aan veel belastingen, en vormen in dit geval geen reden voor de gemeente om niet te heffen of af te zien van een verhoging van de tarieven. Passagiers betalen voor een rondvaart – in 2022 door Tripadvisor nog uitgeroepen als ‘beste ervaring ter wereld’ en (een van) de populairste attracties van Amsterdam én van Nederland – gemiddeld een bedrag tussen de € 15 en € 20. Een stijging van het tarief van € 1,50 naar € 2,50 betekent - wanneer deze tariefverhoging volledig wordt doorberekend - een stijging van de consumentenprijs van 5 - 6,7%. Met het nieuwe tarief is geen sprake van onevenredige belastingheffing: de gevolgen voor de exploitanten zijn niet onevenredig nadelig in verhouding tot de doelen van de belastingheffing. Het tarief van € 2,50 staat daarnaast nog steeds in verhouding tot het profijt dat de exploitanten hebben van de voorzieningen.
Specifiek ten aanzien van de tariefsverhoging per 1 januari 2024 van € 1,50 naar € 2,50 en de belangen van de exploitanten daarbij geldt nog het volgende. Belastingplichtigen moeten erop bedacht zijn dat tarieven kunnen stijgen. Het is bij gemeentelijke belastingen gebruikelijk dat jaarlijks verordeningen en daarin opgenomen tarieven worden aangepast, en dat wijzigingen ingaan bij het begin van een kalenderjaar. Een stijging is op zichzelf geen reden om die stijging achterwege te laten. Wel is het belang van de exploitanten met name erin gelegen de hogere tarieven te kunnen doorberekenen, en hun bedrijfsvoering daarop te kunnen aanpassen, waarvoor ze een zekere tijd nodig hebben. In de raadsvergadering van 9 november 2023 is besloten om de tarieven te verhogen naar € 2,50. Vanaf dat moment kon het de exploitanten duidelijk zijn dat het nieuwe tarief per 1 januari 2024 zou gaan gelden. Vergaderingen, de daarin genomen besluiten en vergaderstukken zijn immers openbaar. De wijzigingsverordening is elektronisch bekendgemaakt in het Gemeenteblad op 20 november 2023. De periode tussen besluitvorming en ingangsdatum van het nieuwe tarief is ongeveer 8 weken, en tussen bekendmaking en ingangsdatum ongeveer 6 weken. Dat is voldoende tijd voor de exploitanten om hun bedrijfsvoering op aan te passen. In dat verband is nog van belang dat bij rondvaarten doorgaans ter plekke door de passagiers een ticket wordt gekocht om die rondvaart op dat moment te maken.
Alternatieven in de vorm van het achterwege laten van heffing van VMR of een lager tarief zijn er redelijkerwijs niet. Het doel is juist het genereren van (meer) opbrengst ter zake van belastbare feiten die worden begaan door degenen die profijt hebben van de gemeentelijke voorzieningen.
De toelichting bij de verordening 2024 wordt aangevuld om meer recht te doen aan de intentie van de Raad zoals die er was ten tijde van het vaststellen van de verordening VMR te water 2024.
Met de vaststelling van deze Aanvullende toelichting verandert er niets aan de tarieven zoals die golden in 2024 en gelden in 2025 maar laat de gemeenteraad alsnog zien welke afwegingen van belangen er op het moment van vaststelling van die wijzigingsverordening bestuurlijk zijn gemaakt en aan de wijziging ten grondslag hebben gelegen.
De tarieven blijven dezelfde hoogte hebben, als vastgesteld in artikel 5 bij de tweede wijzigingsverordening, te weten € 2,60 per passagier van gemotoriseerde, niet stationerende vaartuigen en € 0,80 voor passagiers van stationerende of niet-gemotoriseerde vaartuigen.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 12 juni 2025.
De voorzitter
Femke Halsema
De plaatsvervangend raadsgriffier
Dafne Struijk
Met de vaststelling van deze Aanvullende toelichting verandert er niets aan de tarieven zoals die golden in 2024 en gelden in 2025 maar laat de gemeenteraad alsnog zien welke afwegingen van belangen er op het moment van vaststelling van die Tweede wijzigingsverordening Vermakelijkheidsretributie te water 2020 bestuurlijk zijn gemaakt en aan de wijziging ten grondslag hebben gelegen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-269417.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.