Gemeenteblad van Soest
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Soest | Gemeenteblad 2025, 265434 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Soest | Gemeenteblad 2025, 265434 | beleidsregel |
Maatschappelijke Voorzieningen – Rolneming huisvesting
Bij de vaststelling van de begroting van 2023 is afgesproken een inventarisatie te doen naar de huisvestingsbehoefte van maatschappelijke en culturele organisaties. Aanleiding hiervoor waren geluiden van maatschappelijke partners die geen (passende) huisvesting konden vinden. Meer inzicht in ‘vraag en aanbod’ was dus gewenst, zowel qua omvang (ruimtebehoefte) als qua locatie (locatiebehoefte).
In het voorjaar van 2024 is deze inventarisatie afgerond. Er is in de inventarisatie ingegaan op een 5-tal thema's: Onderwijs, Zorg & Jeugd, Welzijn, Kunst & Cultuur, Sport & Bewegen. In Bijlage 1 zijn de belangrijkste conclusies opgenomen.
Uit de inventarisatie is een aantal knelpunten naar voren gekomen, waarbij de huidige rol van de gemeente niet toereikend is om deze knelpunten op te lossen. Daarom is door het college een aanvullende opdracht verstrekt om de rolneming van de gemeente te formuleren. Dit moet leiden tot het oplossen van de knelpunten.
Doel van dit document is om op basis van de geïnventariseerde knelpunten een uitspraak te doen over de toekomstige rolneming van de gemeente op het betreffende thema, al dan niet van structurele of incidente aard.
Daar waar de gemeente een gewijzigde structurele rol wenst te nemen, zal dit in het beleid (onder andere in het IAB) verankerd moeten worden. Onderhavig document is een addendum op het IAB. Als de gemeente een incidentele rol wenst te pakken om knelpunten op te lossen, betekent dit document eigenlijk een startmoment voor het identificeren van aparte projecten of vervolgwerkzaamheden.
Dit document gaat enkel in op de rolneming die de gemeente heeft in het verzorgen van huisvesting van maatschappelijke voorzieningen. Dit is een van de onderwerpen die in het IAB zijn uitgewerkt. Andere onderwerpen zijn onder meer het verduurzamen van vastgoed en het vastgoedbeheer. Deze vallen buiten de scope van dit document.
Dit document is in een aantal delen opgesplitst, te weten:
Per thema is de gewenste rolneming uitgewerkt, gebaseerd op een nader uitgevoerde analyse, waaruit is gebleken wat de knelpunten waren. Deze zijn beknopt weergegeven in Bijlage 1. Uitgaande van die gewenste rolneming kunnen knelpunten worden opgelost.
2.1 Structurele rolneming gemeente
In onderstaande tabel is samengevat wat het advies is met betrekking tot de rolneming van de gemeente op de diverse thema’s. Het gaat dan om de structurele rolneming.
Tabel 1: Overzicht structurele rolneming.
Dat dit document een uitwerking is van c.q. addendum is bij het IAB, waardoor er meer helderheid ontstaat over de rolneming van de gemeente en de werkelijke gang van zaken m.b.t. het incidenteel aankopen van vastgoed of het in eigendom houden ervan, goed geborgd is en niet tot ad hoc beslissingen leidt.
2.2 Incidentele rolneming gemeente
De behoefte aan een incidentele rolneming speelt bij alle thema’s voor het oplossen van knelpunten. Concreet:
Incidenteel knelpunten oplossen: dit betekent dat als een makelende rol onvoldoende blijkt, de gemeente in principe bereid is om vastgoed aan te kopen of te stichten voor de betreffende maatschappelijke functie, om zo het knelpunt op te lossen. Dit betekent een afweging per casus met een bijbehorend college- en raadsbesluit, met een goede onderbouwing m.b.t. het hoe en waarom en wat de (financiële) consequenties zijn. Dit betekent dat er op dat moment bereidheid moet zijn van de gemeente om te investeren. Dit betekent niet dat het vastgoed altijd in handen van de gemeente moet blijven. Het kan ook weer vervreemd worden (met de juiste bestemming / activiteit).
De nadere inventarisatie laat zien dat er diverse knelpunten zijn. Die zijn niet allemaal meteen oplosbaar. Ondertussen zitten de maatschappelijke organisaties zelf ook niet stil, deels vanuit een wens, deels vanuit noodzaak andere huisvesting te vinden. Dat betekent dat er niet één eindbeeld is, maar dat er voor een aantal functies diverse mogelijkheden zijn om tot oplossingen te komen. Op basis van dit document kan dat worden uitgewerkt.
De basis van deze uitwerking ligt in Deel I, de inventarisatie. De uitkomsten hiervan zijn opgenomen in Bijlage 1.Voor het bepalen van de rolneming is per thema de analyse uitgediept, op basis waarvan de rolneming van de gemeente is bepaald. Ook dit is in Bijlage 1 opgenomen.
3.1 Nader onderzoek vraag en aanbod
Onderdeel van deze nadere uitwerking is het laten uitvoeren van een onderzoek om meer inzicht te krijgen in de vraag naar ruimtes door maatschappelijke partijen en het aanbod dat voorhanden is. Dit onderzoek is uitgevoerd door een landelijk opererend onderzoeksbureau in nauwe samenwerking met een lokale makelaar. Op deze manier is kennis van lokaal, regionaal en landelijk niveau aan elkaar verbonden.,
De huurprijsniveau’s van maatschappelijk vastgoed in Soest en omliggende gemeenten is inzichtelijk gemaakt. Zowel het huidige aanbod van maatschappelijk vastgoed als reeds verhuurde objecten zijn meegenomen, waarbij er ook is gekeken naar breder ‘consument-verzorgend’ vastgoed zoals winkels en horeca. Er is tot vijf jaar terug gekeken. De brede blik als de tijdsperiode zijn beide nodig om een goed beeld te krijgen van het aanbod en de transactiedynamiek. De rapportage is bijgevoegd als Bijlage 2.
Het ontbreken van aanbod lijkt met name de bottleneck. Dit kan opgelost worden door het verruimen van bestemmingen van kantoor- en winkelpanden1.
In de Actualisatie Integraal Huisvestingsplan 2021 – 2035 (dat op 4 juli 2024 door de raad is vastgesteld) is het volgende opgenomen over de rol van de gemeente bij de huisvesting van kinderopvang:
Schoolbesturen en kinderopvang zetten in op het behouden, versterken en waar nodig uitbreiden van samenwerking tussen het PO en kinderopvang, peuteropvang en buitenschoolse opvang. De samenwerking richt zich op de afstemming van de pedagogiek en didactiek van beide partijen. In het IHP 2021-2035, paragraaf 3.1.3, wordt het belang van een verdere ontwikkeling en verdieping van samenwerking tussen kindvoorzieningen in de gemeente Soest onderschreven. “De gemeente onderstreept het belang van IKC-ontwikkeling en wil, ondanks dat dit geen wettelijke taak van de gemeente is, nadenken over het mee-investeren in huisvesting voor kinderopvang. Uiteraard is de bereidheid van de kinderopvangorganisaties om voor een langdurige periode een huurovereenkomst af te sluiten, hierbij een vereiste.” De gemeente wil nadenken over mee-investeren in huisvesting voor kinderopvang, mits de kinderopvangorganisaties een langdurig huurovereenkomst afsluiten.
Speciale aandacht gaat uit naar kinderopvanglocaties die bij sportclubs ruimte huren op momenten dat de sportclubs hun clubhuis of buitenruimte niet nodig hebben. Kinderopvangorganisaties en sportclubs regelen dit onderling. Dit geldt ook voor kinderopvangorganisaties met een commercieel karakter, die schoolgebouwen gebruiken als BSO locatie. Enerzijds mag verwacht worden dat de gemeente hier (deels) revenuen uit haalt gezien de eigendomssituatie van deze gebouwen (intensiever gebruik vraagt ook eerder om – groot – onderhoud) en de financieringsstromen. Immers, sportverenigingen vragen aan de kinderopvang een (marktconforme) huurprijs, maar betalen zelf ongeveer 20% van de marktconforme huurprijs aan de gemeente. Anderzijds kan het ondernemerschap gewaardeerd worden, gebouwen worden immers op deze manier (meervoudig) optimaal gebruikt. Wel moet voorkomen worden dat sportclubs bij de gemeente aankloppen met de vraag om meer ruimte, veroorzaakt door het huisvesten van de kinderopvang. Ook compensatie m.b.t. bijvoorbeeld een hogere energierekening door het intensievere gebruik van de ruimte kan een uitvloeisel zijn van de samenwerking, die niet bij de gemeente kan worden neergelegd. Dit geldt ook voor de scholen wanneer het gaat om ‘onderverhuur’ aan kinderopvangorganisaties in geval van ruimte voor een BSO.
Advies is inzichtelijk te maken welke afspraken er tussen partijen gemaakt zijn en een meldplicht in te voeren bij doorverhuren van ruimten2. Op die manier wordt de totale situatie duidelijker, kunnen eventuele ruimtetekorten sneller worden onderkend en daar waar mogelijk opgelost. Dit sluit ook aan bij het IAB:
De gemeente wil multifunctioneel gebruik graag blijven bevorderen, maar maakt onderscheid in onderverhuur aan maatschappelijke (niet-commerciële) functies en commerciële functies. De gemeente zoekt een balans in het in stand houden van het multifunctionele gebruik enerzijds en het optimaliseren van de ingezette maatschappelijke middelen anderzijds. Daarbij heeft de gemeente de wens om maatschappelijke middelen ook zoveel mogelijk maatschappelijk in te zetten.
In aanvulling op bovengenoemde meldplicht is het voorstel om bij doorverhuur van ruimten aan een commerciële partij dit aan de gemeente voor akkoord voor te leggen. De gemeente houdt zich dan het recht voor om nadere randvoorwaarden te stellen. Denk daarbij aan de activiteiten die in het gebouw / op grond van de gemeente plaatsvinden.
Tot de maatschappelijke functies behoren in het algemeen verenigingen, tot de commerciële functies behoort onder andere kinderopvang. Met name sportclubs verhuren hun ruimten door aan kinderopvangorganisaties. Hier is dan in het vervolg akkoord van de gemeente voor nodig. Voor de basisscholen geldt dit niet, omdat de schoolbesturen zelf voor het (groot) onderhoud van de panden moet zorgen en intensiever gebruik daardoor geen financiele consequenties voor de gemeente heeft.
Veel eerstelijns zorg heeft moeite met het vinden van passende huisvesting. Voor het verbeteren van de zorg willen partijen graag bij elkaar (onder één dak) zitten. Voor de dagbesteding – ook onderdeel van zorg – geldt dat de verwachting is dat er extra ruimtebehoefte gaat ontstaan. Een indicatie van de omvang is lastig te maken. Dagbesteding zit in allerlei panden, onder andere in woon-zorgcomplexen.
Voor eerstelijnszorg is de huidige rol van de gemeente vrij duidelijk. Het IAB zegt hierover:
Voor alle overige maatschappelijke voorzieningen geldt dat zij ofwel hun eigen ruimte dienen te zoeken, dan wel dat de gemeente de afweging maakt een dergelijke voorziening te willen faciliteren door vastgoed hiervoor te realiseren en exploiteren. Het genoemde afwegingskader uit het IAB wordt nu gebruikt voor het invullen van de rollen.
Huisartsen en andere eerstelijnszorg staan - op basis van het huidige beleid - zelf aan de lat voor hun huisvesting3. De gemeente heeft een minimale betrokkenheid. Dit leidt tot problemen die de sector zelf niet weet op te lossen. Om ook op termijn voldoende eerstelijnszorg in de wijken zeker te stellen, wordt voorgesteld om de rolneming van de gemeente structureel uit te breiden door:
Door nadrukkelijk op bepaalde locaties maatschappelijke voorzieningen (of: activiteiten) mogelijk te maken in het omgevingsplan, wordt aan deze voorzieningen meer mogelijkheden geboden. We gaan daarbij uit van verbreding van de functiemogelijkheden, niet het ontnemen van bestaande functies, tenzij dit in overleg met de eigenaar van het vastgoed mogelijk is.
Door actief maatschappelijke voorzieningen te programmeren, zouden tekorten kunnen worden voorkomen. Met name locaties langs doorgaande routes, nabij andere voorzieningen of op locaties waar (relatief) veel senioren wonen zijn geschikt. Het actief meenemen van maatschappelijke voorzieningen bij initiatieven (bij de initiatief- en omgevingstafel) is daarom aan te raden. Deze werkwijze is enige tijd geleden ingezet. Borging op de langere termijn vraagt nog extra aandacht.
Maatschappelijke voorzieningen zitten verspreid in de woonwijken als zij een wijkfunctie hebben, maar kunnen ook op een centrale plek in een kern gevestigd zijn als zij een functie voor die hele kern hebben. Vanuit de Omgevingsvisie zijn er centrumgebieden aangemerkt, die hiervoor haakjes bieden. Dit is nader uitgewerkt in het Omgevingsprogramma Werken.
Er is geen vanzelfsprekende relatie tussen het sociale domein, waar de maatschappelijke voorzieningen zijn ondergebracht, en het fysieke domein waar de ruimtelijke vraagstukken landen. Ook is het niet vanzelfsprekend dat door het ‘beter bestemmen’ dan vanzelf de problemen oplossen. Één persoon, die het werkveld overziet van de beide domeinen, op de hoogte is van vraag en aanbod van (gemeentelijk) vastgoed én centraal aanspreekpunt is voor maatschappelijke partijen die met een huisvestingsopgave zitten, is van grote toegevoegde waarde. Ook dit komt terug in het Omgevingsprogramma Werken. Dit kan een rol zijn voor de assetmanager, dit wordt momenteel vormgegeven.
Daarnaast wordt voorgesteld om de rolneming van de gemeente incidenteel4 uit te breiden voor locaties c.q. wijken waar zich nu echt een knelpunt voordoet; voor de huisartsen en eventuele andere eerstelijnszorg nemen we tijdelijk een actieve rol om te zoeken naar een geschikt pand of locatie.
We beschouwen het niet kunnen vinden van passende5 huisvesting als een knelpunt als een partij langer dan een jaar actief zoekt naar huisvesting en deze niet kan vinden. We pakken een actieve, makelende rol en als dit niet voldoende is, dan is de gemeente in principe bereid om vastgoed aan te kopen (na onderzoek en besluitvorming) of te stichten voor de betreffende maatschappelijke functie, om zo het knelpunt op te lossen. Dit betekent een afweging per casus met een bijbehorend college- en raadsbesluit.
Indien de gevonden locatie een locatie van de gemeente betreft, geven we die bij geschiktheid een maatschappelijke bestemming (functie). Voor het vinden van passende huisvesting ligt onze focus op de 5 thema’s.
Op dit moment is de rolneming van de gemeente als het gaat om de huisvesting vergelijkbaar met die van de eerstelijnszorg, met dien verstande dat het aanbieden van de dienstverlening wel verplicht is. Partijen staan zelf aan de lat voor hun huisvesting te zorgen. De oplossingsrichtingen zijn daarmee ook vergelijkbaar. Zie hiervoor paragraaf 5.2.
De huidige rol is dat er geen wettelijke verplichting is om welzijnsvoorzieningen aan te bieden, noch een verplichting om in de huisvesting te voorzien. Vanuit de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de gemeente is er echter wel een wens dat dit aanbod aanwezig.
Los van de wens tot clustering, zien we dat er m.b.t. Welzijn een aantal vraagstukken leeft. Op basis van het voorgaande kan gesteld worden dat de rol van de gemeente op dit moment groter is dan ‘formeel’ is vastgelegd in beleid. Denk hierbij aan onder meer De Plantage, waar de gemeente eigenaar van is.
Ook de welzijnspartijen zullen gebaat zijn bij het breder bestemmen van vastgoedpanden. Dat zal in elk geval verlichting geven. Voor een deel van de activiteiten zijn echter vrij specifieke ruimtes nodig.
Hoewel de beleidslijn in het IAB is dat we alleen huisvesting bieden aan maatschappelijke voorzieningen als dit een wettelijke taak betreft6, is de werkelijkheid een stuk genuanceerder. Naast het in eigendom hebben van het Willaertgebouw (Idea), heeft de gemeente de Bachschool recentelijk aangekocht en was het Odeongebouw al eigendom van de gemeente (beide kunst & cultuuraanbod gerelateerd). In de praktijk blijkt dat er anders gehandeld wordt dan beleidsmatig nu is vastgelegd. Er wordt met enige regelmaat van de beleidslijn afgeweken. In de praktijk neemt de gemeente nu al een grotere rol in dan op basis van het beleid mag worden verwacht
Om helderheid te creëren over de rolneming van de gemeente, werkten we deze per functie uit. We gebruikten hiervoor het VNG ringenmodel als basis (Bijlage 3). Het ringenmodel is een indeling naar grootte van de kern en welk kunst- en cultuuraanbod verwacht mag worden (passend bij het inwonertal). Het model geeft houvast om in te kunnen schatten over welke culturele infrastructuur de gemeente zou moeten beschikken als basisvoorziening. Het ringenmodel is in een tabelvorm weergegeven in de bijlage. Vervolgens is er een vertaling gemaakt in tabel 2: per type voorziening een uitspraak gedaan over de rol van de gemeente. Door per functie een concrete uitspraak te doen over de rolneming van de gemeente, wordt onduidelijkheid zo veel mogelijk voorkomen.
Specifieke aandacht is besteed aan de aard van de functie: is het een commerciële functie c.q. een functie die zelfstandig kan functioneren, of is een vorm van ondersteuning van de gemeente nodig voor het kunnen bestaan. In het eerste geval ziet de gemeente geen rol voor zichzelf (kolom 3 of 4) in het tweede geval ziet de gemeente een rol bij het vinden van huisvesting (kolom 2). Het is deze categorie waar per casus de rolneming van de gemeente nader bepaald kan worden. Op deze manier kan nog steeds invulling worden gegeven aan de (politieke) behoefte om voor voldoende voorzieningen op het gebied van kunst & cultuur te zorgen.
Tabel 2: Overzicht rolneming Kunst & Cultuur
Voor de bibliotheek geldt het volgende: vanaf 2026 wordt het voor gemeenten een wettelijke taak een bibliotheek aan te bieden. Op dit moment is nog niet duidelijk of het daadwerkelijk aanbieden van een accommodatie onderdeel wordt van deze wettelijke taak. Omdat de ruimte voor een bibliotheek een hele specifieke ruimte is, ligt het voor de hand dat de gemeente wel een rol pakt in het aanbieden van een accommodatie. De bibliotheek zit op dit moment in het Willaertgebouw in Soest en in De Basis in Soesterberg.
Bij Sport wordt onderscheid gemaakt in een aantal typen, te weten binnensport, georganiseerde veldsport en sporten en spelen in de openbare ruimte.
Er is behoefte aan een scherpere afbakening, zodat enerzijds heldere keuzes worden gemaakt als het gaat om het inwilligen van de sportwensen, anderzijds kan op basis van recente ontwikkelingen geconstateerd worden dat de rolneming van de gemeente niet altijd duidelijk is. Een heldere rolneming zorgt ervoor dat zowel intern als extern de verwachtingen hetzelfde zijn.
Vanuit het wettelijk kader is de rol van de gemeenten enkel het bewegingsonderwijs faciliteren. Er is nog geen Sportwet. De beleidsnota Sport en Bewegen (2009 – 2012) en de nota Sport versterkt (2024 – 2028) bieden handvatten voor de (toekomstige) rolneming van de gemeente. In Bijlage 4 is een samenvatting van dit beleid opgenomen, inclusief een overzicht wat de rol van de gemeente is m.b.t. een flink aantal sporten.
Het genoemde overzicht is niet meer up to date. Bovendien is de indeling niet altijd toereikend voor het scherp krijgen van de rol. Om die reden is er een nieuw overzicht opgesteld, die betere handvatten biedt. De sporten zijn ingedeeld in zes categorieën. De criteria zoals die nu ook al in het beleid zijn opgenomen (zie Bijlage 5) zijn hierbij ook gebruikt. Het gaat in alle gevallen om relatieve begrippen, waardoor deze criteria niet heel hard te maken zijn. Desalniettemin is de verwachting dat deze indeling voor meer helderheid en sturing zorgt.
|
GEEN gemeentelijke verantwoordelijkheid (optioneel/ geen rol bij vinden huisvesting) |
Gemeentelijke verantwoordelijkheid en eventueel regionale afweging (wenselijk) |
GEEN gemeentelijke verantwoordelijkheid en regionale afweging (optioneel) |
|
Regionaa 7 : |
||
Tabel 3: Overzicht rolneming Sport naar sporten.
Indien een accommodatie multifunctioneel gebruikt kan worden, kunnen er meer mensen gebruik van maken en wordt een accommodatie optimaal benut. Multifunctioneel kan betekenen voor een andere sport, maar een accommodatie als een clubhuis of de velden zelf kan / kunnen ook voor andere maatschappelijke doelen worden ingezet. Dit heeft de voorkeur i.r.t. de inzet van middelen. De gemeente ziet het niet als haar rol om (binnensport) accommodaties te realiseren voor één enkele sport c.q. voor specifieke sporten.
Het beleid geeft aan dat we sportvoorzieningen laten aansluiten bij de vraag, voor iedereen bereikbaar en toegankelijk zijn, duurzaam zijn, zoveel mogelijk multifunctioneel gebruik worden en de openbare ruimte sportief, inclusief en sociaal is ingericht.
|
Huisvesting voor bewegingsonderwijs, optimaliseren gebruik door sportverenigingen |
Geen wijziging: we stichten binnensportaccommodaties voor het faciliteren van bewegingsonderwijs en bevorderen het multifunctionele gebruik en optimale bezetting. We realiseren geen binnensportfaciliteit voor één enkele sportvereniging. |
|
|
Realiseren en onderhouden van de sportfaciliteiten voor een selectie van sporten. |
Realiseren en onderhouden van de sportfaciliteiten voor een selectie van sporten. Nieuwe tennisverenigingen / padel moeten op eigen benen kunnen staan. Voor veldsporten die buiten de selectie vallen en die wenselijk worden geacht een faciliterende / makelende rol vervullen: meehelpen zoeken naar een geschikte locatie. |
|
|
Nog geen formeel beleid, m.u.v. wandel- fiets- en ruiterpaden. In de praktijk zoeken we naar mogelijkheden om aan initiatieven gehoor te geven. Aanvankelijke inrichting en beheer door de gemeente. |
Geen wijziging m.b.t. wandel-, fiets- en ruiterpaden. Op eigen grond is de gemeente verantwoordelijk hiervoor. Lokaal: faciliteren door sport- of spellocaties te ontwikkelen en daarna in onderhoud te nemen of bestaande locaties te verbeteren. We zoeken koppelkansen bij gebieden die heringericht moeten worden. |
|
|
Voor sporten die wenselijk worden geacht een faciliterende / makelende rol vervullen: meehelpen zoeken naar een geschikte locatie. Geen rol bij overige sporten die optioneel zijn. Deze sporten dienen hun eigen huisvesting te vinden. Geen rol bij overige sporten waar een regionale afweging plaatsvindt. Bij een haalbare business case kan de gemeente een garantstelling afgeven indien nodig8. |
Tabel 4: Overzicht rolneming sport naar typologie.
De bovenstaande Tabel 3 met de zes categorieën zijn in Tabel 4 naar typologie weergegeven. Tevens is de huidige rolneming afgezet tegen de nieuwe voorgestelde rolneming. Indien een sport niet in de bovenstaande tabel staat, dan kan aan de hand van het type sport alsnog een uitspraak over de rolneming van de gemeente worden gedaan.
9.2.1 Georganiseerde veldsport
Ter uitwerking van de rolneming en om vanuit beleid te kunnen sturen op de invulling van de georganiseerde veldsport, worden de volgende maatregelen getroffen:
We gaan een ondergrens hanteren voor het al dan niet aanspraak kunnen maken op voorzieningen van de gemeente (locatie / faciliteiten). Voorstel hierbij is te kijken naar het ledenaantal van een sportclub over een periode van 3 jaar. Indien een sportclub langer dan 3 jaar minder leden heeft dan 75% van het maximaal aantal leden dat zij aankan, dan kan deze sportclub haar aanspraak op een locatie / faciliteiten verliezen. Dit haakt in op het huidige sportbeleid: een van de afwegingen van nieuwe sportaccommodaties is de afweging of er voldoende gebruik gemaakt van gaat worden. Dit kan ook van toepassing worden verklaard op bestaande sportclubs. Zij moeten op die manier hun bestaansrecht blijven bewijzen, waarbij we van de langere trends uitgaan.
Ter uitwerking van de rolneming en om vanuit beleid te kunnen sturen op de invulling van de binnensport, worden de volgende maatregelen getroffen:
We blijven de capaciteit monitoren, omdat het aantal inwoners groeit en we een tekort verwachten. We doen dit doordat er jaarlijks een zaalruimteverdeling wordt gemaakt. Dan wordt ook inzichtelijk waar nog capaciteit zit of dat er echt een tekort ontstaat, waar we maatregelen op willen nemen. Let op: bewegingsonderwijs is verplicht c.q. een wettelijke taak en gaat altijd voor.
Voor binnensport monitoren we de ontwikkeling van het aantal uren dat een vereniging zaalruimte huurt. Een sportclub kan online zalen bijboeken, maar ook annuleren. In de jaarlijkse account gesprekken bespreken we het ledental en de ontwikkeling ervan. Bij de jaarlijkse toedeling van de beschikbare ruimten (seizoensplanning) hanteren we een standaard systematiek, gebaseerd op een aantal criteria, zoals aantal jaar dat een club al structureel zaalruimte huurt (vaste gebruikers) en het aantal zalen dat wordt gehuurd. Om nieuwe sporten en nieuwe clubs ook de gelegenheid te geven een ‘vaste gebruiker’ te worden, wordt aan de genoemde systematiek een regel toegevoegd. Indien een sportclub structureel minder uren afneemt (door zalen te annuleren) dan in de seizoensplanning is opgenomen over een periode van 3 jaar, houdt de gemeente zich het recht voor om deze club niet langer als ‘vaste gebruiker’ te beschouwen en niet meer standaard mee te nemen in de seizoensplanning, maar een andere club met een hoog aantal afgenomen zaaluren eerst ruimte te bieden.
BIJLAGE 1 CONCLUSIES INVENTARISATIE EN NADERE ANALYSE
In het voorjaar van 2024 is de inventarisatie naar de maatschappelijke voorzieningen afgerond.
De toen opgehaalde informatie was een momentopname en is samengevat in een aantal tabellen.
Per thema is een aantal gegevens op een rij gezet en zijn – indien aanwezig – de knelpunten benoemd.
Op de volgende pagina’s zijn deze tabellen uit de inventarisatie opgenomen.
Omdat het een momentopname betreft, is sommige specifieke informatie inmiddels achterhaald.
Onder elke tabel staan de belangrijkste uitkomsten van de nadere analyse opgesomd.
Ook dit betreft een momentopname, namelijk van najaar 2024.
Het formuleren van het advies over de rolneming komt voort uit zowel de inventarisatie als de nadere analyse. Er is dus over een langere periode gekeken, waardoor tot een goed onderbouwd advies kon worden gekomen.
Tabel: Conclusies inventarisatie op hoofdlijnen – voorjaar 2024
Opvallend is dat in geheel Soesterberg geen kinderopvang is van 0-4 jaar, alleen van 2-4 jaar. Ouders uit Soesterberg moeten nu naar Zeist, Huis ter Heide of Soest voor kinderopvang 0-4 jaar). Ook zijn er kinderopvangorganisaties die zich graag willen vestigen in Soesterberg, maar geen geschikte locatie kunnen vinden.
Tabel: Conclusies inventarisatie op hoofdlijnen – voorjaar 2024
|
Kwantitatief voldoet het aantal huisartsen op dit moment. Op termijn zijn er naar verwachting 2 extra (fte) nodig (circa 400 m2). Er is een nadrukkelijke wens van huisartsen om méér met elkaar onder één dak te zitten (met name in Soestdijk). |
het is de verwachting dat er op termijn 3 extra huisartsen nodig zijn (circa 600 m2). Voor de overige eerstelijnszorg zijn geen kwantitatieve uitspraken te doen. |
||
|
In het algemeen is het vinden van passende huisvesting een grote uitdaging. Er is een wens om meer gezamenlijk onder één dak te gaan zitten. |
In het algemeen is het vinden van passende huisvesting een grote uitdaging. |
||
|
één extra (150 m2 bvo9) |
|||
|
Vraag en aanbod zijn redelijk in evenwicht. Met een verschuiving naar meer informele dagbesteding zal hier ruimtebehoefte ontstaan. |
|||
|
De GGD is naarstig op zoek naar een locatie. Gewenste omvang circa 250 m2 bvo. |
De huidige locatie is te klein en eigenlijk niet geschikt. Met de groei van Soesterberg zal er een nieuwe locatie gevonden moeten worden. Indicatief: 190 - 250 m2 bvo. |
||
|
MetMaya heeft net onderdak gevonden in de voormalige Rabobank. In de nabije toekomst is een tweede locatie van circa 275 m2 bvo nodig. |
Op termijn wordt een locatie in Soesterberg gewenst (200 – 250 m2 bvo.). |
||
|
Eerstelijnszorg en apotheek: minimale betrokkenheid (ROL 1); Jeugdgezondheidszorg en Jeugdhulpverlening: ROL 2 (wel aanbieden, geen huisvestingsverplichting) Dagbesteding: ROL 3: niet verplicht, mogelijk wel wenselijk om te faciliteren. |
|||
|
Op dit moment zijn er geen zorgfuncties in gemeentelijk vastgoed gehuisvest, behalve in de PWA-school. Hierin is de Amerpoort met dagbesteding gehuisvest. Het gaat hier om een tijdelijke situatie. |
|||
|
Het vinden van huisvesting is aan de zorgfuncties zelf. Gezien de lange zoektocht van eerstelijns zorg en de GGD is de constatering dat de markt dit blijkbaar niet zelf op weet te lossen. Clustering levert voor partijen meerwaarde op. Als de gemeente huisvesting wil faciliteren, heeft dat direct financiele gevolgen. |
|||
Veel eerstelijns zorg heeft moeite met het vinden van passende huisvesting. Voor het verbeteren van de zorg willen partijen graag bij elkaar (onder één dak) zitten. Een van de knelpunten is het ontbreken van panden met een geschikte bestemming. Daarnaast is het programmeren van maatschappelijke voorzieningen niet altijd top of mind (geweest), ondanks de groei van het aantal inwoners door woningbouw.
Voor de dagbesteding geldt dat de verwachting is dat er extra ruimtebehoefte gaat ontstaan. Een indicatie van de omvang is lastig te maken. Dagbesteding zit in allerlei panden, onder andere in woon-zorgcomplexen. Monitoring van de ontwikkelingen in de dagbesteding en de hiermee gepaard gaande ruimtebehoefte is daarom belangrijk. Voor het vinden van locaties is het belangrijk bij het bestemmen van locaties ook deze functie in het achterhoofd te houden.
Het aantal partijen dat actief is in de jeugdhulpverlening is beperkt. Daarmee is ook de huisvestingsopgave te overzien. Jeugdhulp en Jeugdgezondheidszorg zijn essentiële maatschappelijke voorzieningen die laagdrempelig en toegankelijk moeten zijn en waarbij de locatie bepalend is voor het gebruik ervan.
Tabel: Conclusies inventarisatie op hoofdlijnen – voorjaar 2024
Voor Balans is het belangrijk dichtbij hun doelgroep te zitten. De Plantage (Breed Educatief Centrum, met meerdere functies onder één dak) is hun basislocatie en voldoet hieraan. Behoud van deze locatie is de insteek, wel is verduurzaming nodig (reeds in gang gezet). Met de groei van Soest en daarmee de vraag naar het werk dat Balans doet, is het niet uitgesloten dat een deel van de activiteiten van Balans ook elders plaats kunnen / moeten gaan vinden.
Er is behoefte aan nieuwe kantoorruimtes. Dit komt door de groei van de organisaties en daarmee het aantal medewerkers enerzijds, en door situatie van de huidige gehuurde ruimtes anderzijds. De kantoorruimtes kunnen op een andere locatie gevestigd zijn dan de locatie waar deze partijen hun diensten aanbieden.
Tabel: Conclusies inventarisatie op hoofdlijnen – voorjaar 2024
Kunstenhuis Idea biedt een aantal voorzieningen op het gebied van kunst en cultuur op kern verzorgend niveau. In Soest doen zij dit in het Willaertgebouw. Het gaat om de bibliotheek, theaterzaal en multifunctioneel inzetbare ruimtes voor cursussen en bijeenkomsten. Uit de analyse is al gebleken dat er bij partijen die kunst & cultuur en welzijnswerk verzorgen in de gemeente, draagvlak is voor het realiseren van een centrale voorziening in de kern Soest.
Het Willaertgebouw wordt wel gebruikt door een paar andere partijen (Danner en Danner, Vluchtelingenwerk), maar kent niet eenzelfde mate van integraliteit, noch de toegankelijkheid en de centrale ligging, die wel gewenst is om invulling te geven aan de wensen om het ontmoeten te stimuleren en dit onder andere te stimuleren door het clusteren van functies. Dit doen we per kern voor functies die op kernniveau functioneren. De wijkgerichte functies behouden we zo veel mogelijk in de wijken.
Tabel: Conclusies op hoofdlijnen – voorjaar 2024
Uit de eerdere analyse is gebleken dat er diverse knelpunten zijn, maar ook dat er veel is gebeurd de afgelopen periode met het realiseren van een nieuwe sporthal aan de Dalweg en de te realiseren sportfaciliteiten bij het nieuwe Grifland. Met betrekking tot de georganiseerde veldsport is geconstateerd dat er nog een ruimteopgave ligt van circa 14.000 m2 terrein in Soest en circa 18.500 m2 terrein in Soesterberg als uitbreiding ten opzichte van het huidige aanbod.
Er is een duidelijke trend waarneembaar dat er steeds meer clubs alleen op zaterdag wedstrijden spelen. Mensen willen graag de zondag vrij houden, waar in het geval van voetbal de KNVB dan ook op inspeelt. De clubs volgen deze trend, met druk op de velden tot gevolg. Het is voor de gemeente lastig om hier invloed op uit te oefenen. Bekend is dat de gemeente Utrecht hiertoe pogingen onderneemt, maar er eigenlijk ook niet echt in slaagt hierop te sturen.
Behoefte: ca. 14.000 m2 terrein in Soest en ca. 18.500 m2 terrein in Soesterberg deze meters zijn niet aan sporten toegewezen en hier zijn nog geen locaties voor aangewezen! Deze oppervlaktes gaan (nog) niet uit van eventueel dubbelgebruik. In de nota sport en bewegen wordt hierop wel ingezet. Ook is er nog geen rekening gehouden met de intensivering van bestaande velden door van echt gras over te stappen naar kunstgras10. Hier liggen nog wel kansen als het gaat om het ruimtegebruik, maar betekent tevens flinke investeringen.
De binnensport(faciliteiten) zijn op dit moment op orde. Het reserveringssysteem laat zien dat er op dit moment nog beperkte ruimte is, maar dit zijn de minder reguliere momenten. Op populaire tijden is de capaciteit van de binnensportaccommodaties ontoereikend (latente behoefte). Met het in gebruik nemen van 3 zaaldelen bij Het Griftland College wordt extra capaciteit toegevoegd. Ook bij de zaalsporten is de trend waarneembaar dat de zondag minder populair wordt.
Betreffende de accommodaties zien we:
Sporten en bewegen in de openbare ruimte:
BIJLAGE 4: SAMENVATTING SPORTBELEID
De beleidsnota Sport en Bewegen hanteert een aantal uitgangspunten die te maken hebben met de rolneming van de gemeente:
De nota Sport versterkt vult aan:
Op dit moment wordt de volgende indeling gehanteerd:
|
|
|
Huidig sportbeleid – afgestemd met beleid:
Aanvragen voor nieuwe sportaccommodaties (inclusief veldsporten) alleen als alle ‘seinen op groen staan’. Dit is een aantal voorwaarden waar tot op heden aan getoetst wordt:
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-265434.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.