Gemeenteblad van Veenendaal
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Veenendaal | Gemeenteblad 2025, 264753 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Veenendaal | Gemeenteblad 2025, 264753 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
RAADSBESLUIT tot vaststelling van de Huisvestingsverordening gemeente Veenendaal 2025 – 2028
HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder :
huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame, gemeenschappelijke huishouding voeren waarbij sprake is van bewuste wederzijdse zorg en taakverdeling die het enkel gezamenlijk bewonen van een bepaalde woonruimte te boven gaat en waarbij de intentie bestaat om voor onbepaalde tijd samen te wonen;
HOOFDSTUK 2. De huisvestingsvergunning voor huurwoningen van verhuurders
Dit hoofdstuk is van toepassing op woonruimte van verhuurders, aangewezen in artikel 2, eerste lid, onder a.
Paragraaf 2.1. De Huisvestingsvergunningplicht
Artikel 4a. Criteria voor verlening van de huisvestingsvergunning
In afwijking van het eerste lid, onder a, kunnen ook woningzoekenden met een hoger huishoudinkomen dan de daar bedoelde inkomensgrens, voor zover zij voldoen aan de in het eerste lid, onder b en c genoemde, voorwaarden in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning, mits met de verhuur waarvoor de huisvestingsvergunning aangevraagd wordt, het in artikel 48, eerste lid, van de Woningwet genoemde percentage niet wordt overschreden.
Paragraaf 2.2. Aanbieding van huurwoningen
Artikel 6. Inschrijfsysteem van woningzoekenden
Woningcorporaties stellen regels op over de wijze van inschrijving, registratie van gegevens, opschorting en einde van de inschrijving. Deze regels zijn in overeenstemming met het bepaalde in deze verordening en worden transparant medegedeeld aan huishoudens die zich willen inschrijven en aan woningzoekenden.
Paragraaf 2.3. Aanvragen, verlenen en weigeren van de Huisvestingsvergunning voor huurwoningen
Artikel 8. Beslissing op de aanvraag en inhoud van de huisvestingsvergunning
Artikel 9. Vruchteloze aanbieding
In overeenstemming met artikel 17 van de wet wordt in afwijking van artikel 8, derde lid, de huisvestingsvergunning verleend als de woonruimte door de eigenaar overeenkomstig de in het tweede en derde lid weergegeven procedure gedurende 13 weken vruchteloos is aangeboden aan de woningzoekenden die ingevolge deze verordening voor die woonruimte in aanmerking komen.
Als de eigenaar aan burgemeester en wethouders aannemelijk kan maken dat hij de woonruimte op andere, gelijkwaardig aan de in artikel 5 voorgeschreven wijze, vruchteloos heeft aangeboden aan de in het eerste lid bedoelde woningzoekenden, wordt eveneens toepassing gegeven aan het in het eerste lid bepaalde.
Artikel 10a. Rangorde waarin woningzoekenden bij nieuwbouw woonruimten in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning
Artikel 13. Voorrang bij woningtoewijzing voor specifieke doelgroepen
De verhuurder bepaalt bij het te huur aanbieden van woonruimte als bedoeld in artikel 4b en het bekendmaken van het aanbod als bedoeld in artikel 5, of sprake is van een in de tabel van het eerste lid genoemd woningtype. Indien in de tabel bij een woningtype meer dan twee doelgroepen genoemd zijn, bepaalt de verhuurder in welke volgorde aan de doelgroepen voorrang wordt gegeven bij het verlenen van een huisvestingsvergunning.
Indien het in lid 2 benoemde woningtype een nieuwbouw jongerenwoning betreft, verlenen woningcorporaties bij de toewijzing hiervan voorrang aan een huishouden waarvan alle leden niet ouder zijn dan 27 jaar, of een lagere leeftijd; voor de bouw van alle nieuwbouwwoningen geldt dat zeven procent van de woningen moet worden toegewezen aan jongeren; om welke woningen dit precies gaat is in aanvulling op de definitie onder artikel 1, onder p, ter beoordeling aan de woningcorporaties.
Artikel 14. Economische en maatschappelijke binding
Bij verlening van huisvestingsvergunningen wordt voor ten hoogste 50 procent van de in artikel 2, eerste lid, onder a, aangewezen categorieën woonruimte, voorrang gegeven aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn als bedoeld in artikel 14, vierde lid, van de wet aan de gemeente.
Paragraaf 2.4. De urgentieverklaring
Artikel 17. Inhoud van de urgentieverklaring
Artikel 19. Intrekken of wijzigen van een urgentieverklaring
Burgemeester en wethouders kunnen een woningzoekende, al dan niet op zijn of haar verzoek, in een andere urgentiecategorie indelen als gewijzigde omstandigheden daartoe aanleiding geven. Indien zij daartoe overgaan, verstrekken burgemeester en wethouders de woningzoekende dan een nieuwe urgentieverklaring.
Paragraaf 2.5. Urgentiecategorieën
Artikel 20. Urgentie in verband met uitstroom uit een voorziening voor tijdelijke opvang van personen
Artikel 21. Urgentie in verband met mantelzorg
Een woningzoekende kan door verlening van een urgentieverklaring ingedeeld worden in de `urgentiecategorie ‘mantelzorg’ indien voldaan wordt aan de onder a tot en met h genoemde voorwaarden:
de mantelzorg – niet zijnde gebruikelijke ondersteuning zoals bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of het verrichten van niet zorgtaken zoals het huishoudelijke werkzaamheden en het doen van boodschappen – voor minimaal tien uur per week, verdeeld over minimaal vier Paragraaf dagen per week, wordt verricht en de zorgontvanger naar verwachting duurzaam afhankelijk is van de mantelzorgverlener;
in zijn of haar thuissituatie verpleging ontvangt, niet gepaard gaande met verblijf of geen kraamzorg zijnde, verstrekt op grond van de Zorgverzekeringswet, waarvan de noodzaak is vastgesteld door de wijkverpleegkundige, zoals verpleging of verzorging bij opstaan, wassen, aankleden, douchen, wondverzorging, het geven van injecties.
Artikel 23. Urgentie uitstroom uit overige instellingen
Als een in het eerste lid bedoelde zorg- of opvangvoorziening worden aangemerkt een door burgemeester en wethouders aangewezen instelling waar cliënten verblijven op basis van een door de gemeente Veenendaal verstrekte Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 beschikking voor verblijf in Beschermd Wonen, geclusterd Beschermd Thuis, Maatschappelijke Opvang of een door de gemeente Veenendaal verstrekte Jeugdwet beschikking voor Jeugdzorg met verblijf.
Artikel 24. Urgentie in verband met medische problematiek
Een woningzoekende kan door verlening van een urgentieverklaring ingedeeld worden in de urgentiecategorie ‘medische problematiek’ indien:
de woningzoekende of een lid van zijn of haar huishouden blijkens een indicatie bekend is met chronische medische problematiek, welke tot gevolg heeft dat de huidige woonruimte in ernstige mate duurzaam ongeschikt, en redelijkerwijs niet geschikt te maken is, voor bewoning door het huishouden van de woningzoekende; en:
Indien in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 een verhuisindicatie is toegekend, kunnen burgemeester en wethouders deze aanmerken als een in dit artikel bedoelde urgentieverklaring, indien voldaan wordt aan het in het eerste en tweede lid bepaalde en naar hun oordeel geen van de in artikel 16 bedoelde weigeringsgronden van toepassing is.
Artikel 25. Urgentie in verband met sociale problematiek
aanvrager als gevolg van de onder a. bedoelde omstandigheden naar het oordeel van burgemeester en wethouders redelijkerwijs niet anders kan, dan de huidige woonruimte binnen drie maanden te verlaten en verhuizing naar een nieuwe woonruimte in substantiële mate blijvend bijdraagt aan het wegnemen van deze problemen;
Artikel 26. Urgentie in verband met relatiebeëindiging
Indien het huwelijk of het geregistreerde partnerschap nog niet is beëindigd, verbinden burgemeester en wethouders aan de urgentieverklaring een opschortende voorwaarde op grond waarvan de urgentieverklaring pas in werking treedt, op het moment waarop de rechtbank een beschikking geeft waarmee het huwelijk of geregistreerd partnerschap wordt beëindigd.
Artikel 27. Urgentie in verband met stadsvernieuwing
Een woningzoekende kan door verlening van een urgentieverklaring ingedeeld worden in de urgentiecategorie ‘stadsvernieuwing’ indien:
de verhuurder met de huurder overeenstemming heeft bereikt over een tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten die tenminste gelijkwaardig is aan de tegemoetkoming op grond van het Sociaal Plan dat ten behoeve van de wijkontwikkelingsplannen door woningcorporaties, huurdersorganisaties en gemeente is overeengekomen.
HOOFDSTUK 3. Huisvestingsvergunning voor koopwoningen
Dit hoofdstuk is van toepassing op nieuw te bouwen voor verkoop bestemde woonruimte, aangewezen in artikel 2, eerste lid, onder b.
Paragraaf 3.1. Aanbod van nieuw te bouwen voor verkoop bestemde woonruimte
Paragraaf 3.2. Aanvragen, verlenen en weigeren van de Huisvestingsvergunning voor nieuw te bouwen voor verkoop bestemde woonruimte
Artikel 33. Beslissing op de aanvraag en inhoud van de huisvestingsvergunning
Burgemeester en wethouders verlenen een huisvestingsvergunning alleen aan woningzoekenden die voldoen aan de volgende voorwaarden:
het huishoudinkomen van de aanvrager voor een sociale koopwoning (artikel 6.5, tweede lid, uit het Omgevingsplan Veenendaal) bedraagt maximaal € 55.000,- (of indien op basis van de gestelde voorwaarden een hoger inkomen in aanmerking komt tot maximaal € 65.000,-) in het jaar voorafgaand aan de start van de inschrijfprocedure voor de betreffende woning.
Artikel 34. Rangorde waarin woningzoekenden in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning voor nieuw te bouwen voor verkoop bestemde woonruimte
Bij verlening van huisvestingsvergunningen wordt voor ten hoogste 50 procent van de in artikel 2, eerste lid, onder b, aangewezen categorieën woonruimte, voorrang gegeven aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn als bedoeld in artikel 14, vierde lid, van de wet aan de gemeente.
HOOFDSTUK 4. Wijzigingen in de woningvoorraad
De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op alle huurwoningen met een huurprijs van ten hoogste de huurtoeslaggrens.
Artikel 41. Bestuurlijke boete
In afwijking van het vorige lid, onder b, bedraagt de bestuurlijke boete voor een overtreding van het verbod bedoeld in artikel 8 van de wet, tweede lid, ten hoogste € 90.000,- indien binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan een constatering door een toezichthouder van die overtreding een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van hetzelfde verbod.
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ten gunste van de woningzoekende af te wijken van deze verordening voor zover toepassing gelet op de in artikel 2 van de wet genoemde belangen naar hun oordeel leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 43. Intrekking oude verordeningen en overgangsrecht
Indien op het moment waarop deze verordening inwerking treedt, nog niet besloten is op een bezwaar dat ingesteld is tegen een besluit dat op grond van de Huisvestingsverordening Veenendaal 2024 – 2027 of ter handhaving van het bepaalde in de wet en de daarop berustende bepalingen is genomen, blijft het recht zoals dat gold ten tijde van het nemen van dat besluit van toepassing.
Indien op het moment waarop deze verordening inwerking treedt, een beroep of hoger beroep is ingesteld tegen een besluit dat op grond van de Huisvestingsverordening Veenendaal 2024 – 2027 of ter handhaving van het bepaalde in de wet en de daarop berustende bepalingen is genomen, blijft het recht zoals dat gold ten tijde van het nemen van dat besluit van toepassing.
Vastgesteld in de openbare vergadering van 20 maart 2025,
de heer Peter van Vugt
griffier
de heer Gert-Jan Kats
voorzitter
Bijlage 1: Zorgwoningen en woongroepen
De volgende woonruimten zijn aangewezen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder e:
Uitgezonderd van de in artikel 8 van de wet genoemde vergunningplicht zijn woonruimten die uitsluitend verhuurd worden aan huishoudens waarvan één of meer leden zorg ontvangen, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
Uitgezonderd van de in artikel 8 van de wet genoemde vergunningplicht zijn woonruimten die verhuurd worden aan de volgende woongroepen:
Bijlage 2: Aanvullende bepalingen voor urgentie in verband met mantelzorg
Artikel 1. Toepassingsbereik bijlage 2
Deze bijlage is alleen van toepassing op aanvragen om een urgentieverklaring als bedoeld in artikel 21.
Artikel 2. Bewijsstukken die in ieder geval ingediend worden
Bijlage 3: Aanvullende bepalingen voor urgentie in verband met relatiebeëindiging
Artikel 1. Toepassingsbereik Bijlage 3
Deze bijlage is alleen van toepassing op aanvragen om een urgentieverklaring als bedoeld in artikel 26.
Artikel 2. Bewijsstukken die in ieder geval ingediend worden
Artikel 3. Bewijsstukken die ingediend worden als aanvrager een woning verlaat
Huisvestingswet en Artikelgewijze toelichting
Korte toelichting op de Huisvestingswet 2014 en de huisvestingsverordening
De Huisvestingswet 2014 bevat onder meer instrumenten waarmee de gemeente kan ingrijpen in de woonruimteverdeling, of te wel het proces waarmee een huurder gevonden wordt voor een vrijkomende (huur)woning.
Aanvullend kan in de huisvestingsverordening bepaald worden:
De huisvestingsverordening geldt voor (ten hoogste) vier jaar (zie artikel 4, eerste lid, van de wet). Als ingrijpen na die termijn nog steeds nodig is, wordt een nieuwe huisvestingsverordening vastgesteld.
Toelichting Huisvestingsverordening Veenendaal 2025 – 2028
De Huisvestingswet 2014 (hierna: wet) biedt gemeenten de mogelijkheid om in te grijpen in de verdeling van woonruimte. Gebruikmaken van dit instrumentarium – door een Huisvestingsverordening vast te stellen – is niet vanzelfsprekend en dient periodiek onderbouwd en getoetst te worden. Het instrumentarium bestaat uit het vaststellen van een Huisvestingsverordening, die regels bevat met betrekking tot het in gebruik geven en nemen van goedkope dan wel betaalbare woonruimte.
Het uitgangspunt van de wet is de vrijheid van vestiging. Iedereen die rechtmatig in Nederland verblijft, heeft het recht om zich vrijelijk te verplaatsen en te vestigen. Dit grondrecht kan alleen worden beperkt indien noodzakelijk voor het algemeen belang. Dat belang kan volgens de wet gelegen zijn in het tegengaan van de onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan goedkope woonruimte. Als hier aantoonbaar sprake van is – en als het instrumentarium van de wet geschikt en proportioneel is om die effecten te bestrijden – kunnen gemeenten verdelingsregels stellen. De schaarste kan betrekking hebben op schaarste aan goedkope woonruimte in het algemeen, schaarste aan woonruimte met specifieke voorzieningen of schaarste aan woonruimte voor de huidige inwoners van een gemeente.
Het bestaan van schaarste op zich is onvoldoende reden om van de wet gebruik te maken: er moet tevens sprake zijn van verdringing van kwetsbare groepen, als gevolg van die schaarste. Teneinde de rechten van woningzoekenden niet onnodig te beperken, dient ingrijpen beperkt te blijven tot die delen van de woningmarkt waar de onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste zich voordoen.
Deze Huisvestingsverordening is van toepassing op zelfstandige woonruimten in eigendom van corporaties en (professionele) verhuurders met een huurprijs beneden de huurtoeslaggrens in de gemeente Veenendaal. De aanwezige schaarste met onrechtvaardige en onevenwichtige effecten als gevolg (verdringing van doelgroepen) is aangetoond in de memo Schaarste in de sociale huur gemeente Veenendaal (RIGO Research en Advies, d.d. 27 februari 2023). Daarnaast is deze Huisvestingsverordening van toepassing op zelfstandige nieuwbouw betaalbare woonruimten die te koop worden aangeboden. De aanwezige schaarste met onrechtvaardige en onevenwichtige effecten als gevolg (verdringing van doelgroepen) is aangetoond in de memo Schaarste onderbouwing nieuwbouw betaalbare koop (RIGO Research en Advies, d.d. 9 juli 2024).
De huisvestingsverordening is een instrument van tijdelijke aard (maximaal vier jaar), waarbij de wet stelt dat gemeenten geacht worden beleid te formuleren en uit te voeren teneinde de schaarste aan de onder de verordening vallende woningvoorraad, teniet te doen. In het Raadsakkoord 2022 – 2026 van gemeente Veenendaal is de ambitie opgenomen om schaarste op de woningmarkt terug te dringen, met oog voor Veenendaalse starters, jongeren, senioren en inwoners in een kwetsbare positie. Dat doen wij door inbreiding, herbestemming, uitbreiding (buiten de gemeentegrenzen) en het bevorderen van doorstroming, zodat voor eenieder voldoende woonruimte beschikbaar is. Op dit moment valt al meer dan 30 procent van de woningvoorraad in de categorie sociale huur. In juni 2022 heeft de raad de woonvisie 2022 – 2025 vastgesteld. Hierin wordt op verschillende manieren ingezet op het vergroten van de sociale woningvoorraad. Veenendaal zet erop in dat twee derde deel van de nieuw te realiseren woningvoorraad betaalbaar is; met daarbij in ieder geval 30 procent sociale huur.
In Veenendaal moeten tot aan 2030 ongeveer 5.000 woningen gerealiseerd worden. Dit is verspreid over diverse gebieden, waaronder Veenendaal-Oost (met name Groenpoort) en Spoorzone (met name het Ambacht). In de komende jaren groeit de bevolking van Veenendaal naar verwachting van 70.000 inwoners nu naar (op termijn) meer dan 80.000 inwoners. In het kader van de regionale woondeal en regionale verstedelijkingsstrategie (regio Foodvalley) hebben de woningcorporaties aangegeven tot 20230 in totaal 12.000 sociale huurwoningen in deze regio te realiseren. Een gedeelte van deze woningen worden in Veenendaal gerealiseerd. Veenendaal poogt daarmee in een gespannen woningmarkt te zorgen voor de realisatie van (voldoende en betaalbare) woningbouw.
In artikel 1 van de huisvestingsverordening zijn alle relevante begrippen uit de huisvestingsverordening voorzien van een definitie.
De huisvestingsvergunningsplicht
De in de huisvestingsverordening aangewezen woonruimte mag niet voor bewoning in gebruik genomen of gegeven worden zonder een huisvestingsvergunning. De vergunningplicht – het verbod op het zonder huisvestingsvergunning voor bewoning in gebruik geven en nemen van woonruimte – is opgenomen in artikel 8 van de wet. Gelet op artikel 2 van de huisvestingsverordening geldt huisvestingsvergunningplicht voor – kort gezegd – woonruimte van verhuurders, met een huurprijs van ten hoogste de huurtoeslaggrens. In lid 2 van dit artikel zijn uitzonderingen op de vergunningsplicht benoemd. Nieuw in deze verordening is dat het segment ‘betaalbare koop nieuwbouw’ is toegevoegd. Hiervoor geldt dat verkopers via deze verordening verplicht worden om – binnen de grenzen van de wet – voorrang te geven aan woningzoekenden met lokale binding bij de (eerste) verkoop van deze woningen.
Artikel 3 bevat het toepassingsbereik gericht op het verhuren van sociale huurwoningen.
Artikel 4a van de huisvestingsverordening bevat een aantal criteria (inkomen, leeftijd, inschrijving) die aan woningzoekenden worden gesteld voor het verkrijgen van een huisvestingsvergunning.
Artikel 4b omschrijft op welke wijze verhuurders vraag en aanbod mogen ‘matchen’ (aanbodmodel, loting of directe bemiddeling). Directe bemiddeling kan bijvoorbeeld worden ingezet bij de huisvesting van urgenten of bij woningruil. Ook in hele specifieke situaties (bijvoorbeeld toewijzing rekening houdend met nauwelijks te automatiseren omstandigheden, zoals ‘prikkelarm’) kan directe bemiddeling een uitkomst zijn. Daarnaast is in artikel 4 een bepaling opgenomen die ervoor zorgt dat woningen waarin veel Wmo-gelden zijn geïnvesteerd, allereerst worden aangeboden aan woningzoekenden die zo’n woning hard nodig hebben. In de artikelen 5 en 6 zijn bepalingen opgenomen t.a.v. de wijze waarop het woningaanbod bekend gemaakt dient te worden respectievelijk de eisen die worden gesteld aan het inschrijfsysteem van woningcorporaties.
Aanvragen, verlenen en weigeren van de huisvestingsvergunning
Artikel 7 beschrijft aan welke eisen woningzoekenden moeten voldoen bij de aanvraag van een huisvestingsvergunning, in artikel 8 is opgenomen hoe een dergelijke aanvraag wordt beoordeeld. De huisvestingsvergunning is een beschikking als bedoeld in artikel 1:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De huisvestingsvergunning wordt verleend of geweigerd door het college van burgemeester en wethouders en aangevraagd door de woningzoekende.
In de praktijk hebben de colleges van burgemeester en wethouders aan woningcorporaties machtiging en mandaat verleend voor de behandeling van en het beslissen op aanvragen. De corporaties beoordelen dus aan de hand van de Huisvestingswet 2014 en de huisvestingsverordening welke van de woningzoekenden die op een te huur aangeboden woning reageren, de huisvestingsvergunning zou kunnen krijgen én aan wie zij de woning – gelet op hun wettelijke taak op grond van de Woningwet en hun verhuurbeleid – zouden kunnen verhuren. De woningzoekende die door beide ‘selecties’ komt, krijgt bij het sluiten van de huurovereenkomst ook een huisvestingsvergunning. De andere, tevens op de aangeboden woning reagerende, woningzoekenden, ontvangen een weigeringsbeschikking, zie het zesde lid van artikel 8.
Artikel 9 is een artikel dat een vangnet biedt voor verhuurders, in het geval er gedurende een langere periode geen woningzoekenden interesse tonen in het geadverteerde aanbod. In de huidige gespannen woningmarkt zal van dit artikel zelden gebruik worden gemaakt.
De artikelen 10, 10A, 11 en 12 regelen hoe de rangorde van woningzoekenden moet worden bepaald. Urgenten gaan voor op voorrangsgroepen, die weer voor gaan op regulier woningzoekenden. Binnen deze groepen zijn er ook weer bepalingen opgenomen die voorschrijven hoe tot een ‘rangordelijst’ gekomen dient te worden. In artikel 13 is aangegeven welke groepen voorrang kunnen (verhuurder bepaalt of hiervan gebruik wordt gemaakt en meldt dit bij de advertentie) en moeten (verhuurder is verplicht om de voorrang toe te passen) krijgen bij welk type woningen. Passendheid en doorstroming zijn de voornaamste doelen van de opgenomen voorrangsbepalingen.
Artikel 14 verwijst naar de wettelijke (Huisvestingswet) mogelijkheid om voorrang te verlenen aan regionaal of lokaal woningzoekenden. De huisvestingsverordening geeft verhuurders hiertoe de maximaal toegestane ruimte. Deze ruimte is per 1 januari 2024 in de Huisvestingswet en nu ook in deze verordening gewijzigd naar 50 procent.
Onder economische binding moet op grond van de Huisvestingswet worden verstaan dat men een redelijk belang heeft zich in de regio, gemeente of kern te vestigen. Van maatschappelijke binding is sprake als een woningzoekende:
1. een redelijk, met de plaatselijke samenleving verband houdend belang heeft zich in die woningmarktregio, die gemeente of die kern te vestigen, of
2. ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is dan wel gedurende de voorafgaande tien jaar ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is geweest van die woningmarktregio, die gemeente of die kern.
De artikelen 15 t/m 18 beschrijven de wijze waarop urgentie dient te worden aangevraagd , hoe deze aanvraag wordt beoordeeld en wat de werking is van de urgentieverklaring nadat deze is verleend. Bij het aanvragen van een urgentieverklaring worden in ieder geval de volgende bewijsstukken ingediend:
Burgemeester en wethouders bepaalt uiteindelijk welke bewijsstukken essentieel zijn om tot een zorgvuldig besluit te komen en vraagt met het oog daarop zo nodig aanvullende stukken aan de aanvrager. Wanneer de aanvrager hieraan niet voldoet zal de aanvraag niet in behandeling worden genomen. Een urgentieverklaring is een door het college van burgemeester en wethouders afgegeven beschikking waarmee een urgent woningzoekende in een bepaalde urgentiecategorie wordt ingedeeld.
Naast de aan specifieke urgentiecategorieën gekoppelde voorwaarden zijn er ook voorwaarden die voor alle urgentiecategorieën gelden (zie artikel 16). De rode draad bij deze ‘algemene voorwaarden’ is, dat het huisvestingsprobleem niet aan aanvrager zelf te wijten is, dat aanvrager niet zelf in staat is om het huisvestingsprobleem op te lossen, de aanvragen zich heeft zich ingespannen om het probleem zelf op te lossen én dat het huisvestingsprobleem niet beter of sneller op een andere manier (dan via een urgentieverklaring) opgelost kan worden. De clustering van al deze voorwaarden wordt noodzakelijk gevonden gelet op de schaarse vrijkomende sociale huurwoningen.
Urgent woningzoekenden zijn – kort gezegd – woningzoekenden met een urgent huisvestingsprobleem. In de huisvestingsverordening wordt wel gesproken over ‘noodsituatie waarin het voor aanvrager noodzakelijk is om binnen een half jaar te verhuizen’ en ‘woonprobleem’ (zie artikel 16, tweede lid). Het hoofduitgangspunt is dat een urgentieverklaring alleen wordt toegekend indien sprake is van een onverwacht optredende noodsituatie. Er zijn diverse situaties denkbaar waarbij er sprake is van voorzienbaarheid of een eigen verantwoordelijkheid zoals: terugkeer uit het buitenland, terugkeer uit detentie, ruimtegebrek/gezinsuitbreiding/gezinshereniging, burenruzie/overlast, onderhoudsproblemen of gebreken van de huidige woning, generatieconflicten (ouders-kinderen), het vrijwillig verlaten van de woning, onregelmatige werktijden, beëindiging tijdelijk huurcontract/inwoning/illegale bewoning etc.
Als een urgent woningzoekende met een urgentieverklaring ingedeeld is in een urgentiecategorie, heeft de urgent woningzoekenden bij het verlenen van huisvestingsvergunningen (vaak) voorrang op andere woningzoekenden (zie artikel 10). Artikel 18 regelt dat urgent woningzoekenden zelf – op basis van een zoekprofiel - een woning kunnen zoeken, tenzij de woningcorporatie ervoor kiest om de urgent woningzoekende via directe bemiddeling aan een woning te helpen. Dat laatste is o.a. relevant voor urgent woningzoekenden die niet goed in staat zijn om zelf te reageren op woningaanbod en/of stadsvernieuwingsurgenten, die als eerste de mogelijkheid krijgen om naar de nieuwbouw terug te keren (met behulp van directe bemiddeling).
Een urgentie is in principe geldig voor de volgende woningtypen: corridorflat, galerijflat, maisonnette, portiekflat, portiekwoning, bovenwoning, benedenwoning. Burgemeester en wethouders kunnen in uitzonderlijke gevallen (bijvoorbeeld o.b.v. gezinsgrootte) het zoekprofiel uitbreiden. Het zoekprofiel voor stadsvernieuwingsurgenten (zie artikel 27) wordt bepaald in het sociaal plan en/of het sociaal statuut.
De urgentiecategorieën (zie artikel 20 tot en met 28 van de verordeningstekst) houden verband met de oorzaak van het huisvestingsprobleem. Per urgentiecategorie is aangegeven, aan welke voorwaarden een urgent woningzoekende moet voldoen om in de urgentiecategorie ingedeeld te worden. Artikelen 20 (uitstroom uit instellingen i.v.m. huiselijk geweld) en 21 (mantelzorg) bevatten de wettelijk verplichte urgentiecategorieën. Artikelen 22 en 23 voorzien in taakstellingen t.a.v. vergunninghouders en andere uitstromers uit maatschappelijke instellingen. Artikelen 24, 25 en 26 zijn gericht op respectievelijk medisch urgenten, sociaal urgenten of relatiebeëindiging urgenten.
Beëindiging van een samenwoningvorm is op zichzelf geen reden voor een woonurgentie. Als het huisvestingsprobleem primair is ontstaan door het beëindigen van een samenwoningvorm, is het in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de woningzoekende om zelf in andere huisvesting te voorzien. De aanvrager van een woonurgentie moet al het mogelijke hebben gedaan om het woonrecht in de oude woning te behouden, tenzij dit aantoonbaar op juridische- en/of financiële gronden niet haalbaar is gebleken. Iemand die zelf vrijwillig met de kinderen de woning verlaat, kan de ontstane huisvestingsproblematiek niet afwentelen op de gemeente/woningcorporatie. Nadrukkelijk moet er eerst sprake zijn van een onhoudbare situatie en daarna wordt pas beoordeeld of er wordt voldaan aan de aanvullende bepalingen. Onder ‘minderjarig’ wordt in artikel 26 jonger dan 18 jaar bedoeld.
Artikel 27 voorziet in een urgentiecategorie voor woningzoekenden waarvan de woning wordt gesloopt. Bij sloop krijgen huurders als eerste de mogelijkheid om terug te keren in de nieuwbouw op de sloop/nieuwbouw locatie. Dit wordt geeffectueerd middels directe bemiddeling door de betreffende woningcorporatie. Artikel 28 geeft woningzoekenden die wonen in een aangepaste woning maar geen beperking (meer) ervaren die past bij de betreffende woning, de mogelijkheid om met urgentie te verhuizen naar een andere woning, teneinde de aangepaste woning beschikbaar te maken voor iemand met een beperking.
Nieuw te bouwen voor verkoop bestemde woonruimte
De artikelen 29 t/m 34 zijn nieuw toegevoegd aan deze verordening en gaan over de wijze waarop nieuw te bouwen voor verkoop bestemde woonruimte moet worden aangeboden aan woningzoekenden.
Artikel 29 beschrijft het toepassingsbereik van het hoofdstuk, namelijk nieuw te bouwen voor verkoop bestemde woonruimte.
Artikel 30 bevat voorschriften op basis waarvan de woonruimte te koop moet worden aangeboden.
Artikel 31 bevat voorschriften ten aanzien van de wijze waarop de verkoper documenteert hoe het aanbod van nieuw te bouwen voor verkoop bestemde woonruimte heeft plaatsgevonden.
Artikel 32 bevat voorschriften op basis waarvan de huisvestingsvergunning moet worden aangevraagd.
Artikel 33 bevat voorschriften op basis waarvan een huisvestingsvergunning wordt verleend of geweigerd, etc.
Artikel 34 bevat de rangordebepalingen waarop de woonruimte wordt toegewezen aan woningzoekenden.
Wijzigingen in de woonruimtevoorraad
In de artikelen 35 t/m 39 zijn bepalingen opgenomen over het wijzigen van de woonruimtevoorraad.
Artikel 35 benoemt dat de bepalingen over het wijzigen van de woonruimtevoorraad betrekking hebben op alle huurwoningen met een huur beneden de huurtoeslaggrens.
Artikel 36 betreft een uitwerking van artikel 21 van de wet en is van toepassing op alle woonruimte in Veenendaal. Hiermee worden twee soorten wijzigingen in de woningvoorraad gereguleerd, te weten (1) omzetting (‘van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte om te zetten’) en (2) woningvorming (‘te verbouwen tot twee of meer woonruimten’).
Artikel 37 stelt op grond van artikel 35, eerste lid van de wet regels met betrekking tot de wijze waarop een vergunning kan worden aangevraagd, de gegevens die door de aanvrager moeten worden verstrekt met het oog op de beoogdeling vna de aanvraag. De vergunning wordt aangevraagd bij het bestuursorgaan dat bevoegd is op de aanvraag te beslissen: het college van burgemeester en wethouders. In het tweede lid is aangegeven welke gegevens en bescheiden in ieder geval bij de aanvraag dienen te worden overlegd. In het derde lid wordt tenslotte de mogelijkheid geopend om advies in te winnen bij de Kamer van Koophandel, waarmee de belangenafweging nog beter kan plaatsvinden.
Artikelen 38 en 39 gaan over de voorwaarden en voorschriften van de vergunning, evenals de weigeringsgronden. De gemeenteraad dient in de huisvestingsverordening mogelijke voorwaarden en voorschriften en weigeringsgronden op te nemen ten aanzien van een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet. Een weigeringsgrond is slechts aan de orde als door het stellen van voorwaarden en voorschriften het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad onvoldoende kan worden gewaarborgd. Uitgangspunt is dat er een belangenafweging moet plaatsvinden tussen het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad en het belang van de aanvrager. Onder het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad valt het belang van het tegengaan en verder voorkomen van schaarste en het belang van een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het desbetreffende pand, oftewel de leefbaarheid. In artikel 26 van de wet zijn intrekkingsgronden opgenomen. Deze gelden rechtstreeks en zijn in de verordening niet herhaald. Onder artikel 39, sub b (voorschriften in het kader van de borging van een goed woon- en leefklimaat), vallen bijvoorbeeld voorschriften over de aanwezigheid van voldoende ruimte ten behoeve van (fiets)parkeren, het voorkomen van (geluids)hinder, het voorkomen van verrommeling etc. Om het kader voor vergunningverlening - met name in het kader van de controle op een goed woon- en leefklimaat - scherper te maken, zijn beleidsregels opgesteld. Deze worden bij de toetsing van een aanvraag betrokken.
In de artikelen 40 t/m 45 zijn enkele slotbepalingen opgenomen. Artikel 40 regelt dat – onder voorwaarden – op experimentbasis mag worden afgeweken van de regel in de verordeningstekst. Artikel 41 geeft het college van B&W de mogelijkheid om een boete op te leggen aan verhuurders / verkopers of woningzoekenden die in strijd met de huisvestingsverordening handelen. Artikel 42 (de hardheidsclausule) geeft het college van B&W de mogelijkheid om ten gunste van de woningzoekende af te wijken van de regel in de verordening. Artikel 43 regelt de intrekking van de oude verordening en het overgangsrecht, artikel 44 de inwerkingtreding van de nieuwe verordening en artikel 45 hoe deze Huisvestingsverordening wordt genoemd.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-264753.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.