Gemeenteblad van Neder-Betuwe
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Reactietermijn |
|---|---|---|---|---|
| Neder-Betuwe | Gemeenteblad 2025, 262194 | beleidsregel | 31-07-2025 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Reactietermijn |
|---|---|---|---|---|
| Neder-Betuwe | Gemeenteblad 2025, 262194 | beleidsregel | 31-07-2025 |
Beleidsregel standplaatsen gemeente Neder-Betuwe
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Neder-Betuwe,
gelet op hoofdstuk 4, titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb);
gelet op het bepaalde in artikel 1:8 en artikel 5:18 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV);
vast te stellen de Beleidsregel standplaatsen gemeente Neder-Betuwe
De standplaatshouders verrijken het voorzieningenaanbod voor consumenten in onze gemeente en stimuleren het sociale contact. Standplaatsen zijn daarom belangrijk voor de leefbaarheid en vitaliteit van de kernen. In elke kern worden vaste standplaatsen toegestaan. Deze locaties zijn hiervoor geschikt gebleken.
Aanleiding voor een actualisering is dat het huidige beleid stamt uit 2002 en we de aansluiting met de Omgevingswet zoeken en bovendien een stelsel omtrent de schaarse vergunning moeten opnemen.
De regels die gelden voor het innemen van standplaatsen worden in dit beleid uitgewerkt. Het oogmerk van het beleid is een verantwoord gebruik van de fysieke leefomgeving.
In Neder-Betuwe vindt ook een weekmarkt/warenmarkt plaats. Deze valt onder de Marktverordening. Ook zijn er soms standplaatsen op evenementen. Deze vallen onder de regels van de evenementenvergunning. Verder is het belangrijk om te benoemen dat de vergunningen voor het innemen van een standplaatsen persoonsgebonden zijn en in principe niet doorgegeven kunnen worden.
De vergunningsplicht voor het innemen van een standplaats berust op artikel 5:18 van de APV. Deze vergunning kan worden geweigerd op de gronden uit artikel 1:8 en artikel 5:18 van de APV. Hieronder volgt een toelichting van de weigeringsgronden:
Ad 1a. en 1b. Openbare orde en openbare veiligheid (art. 1:8 APV)
De weigeringsgronden openbare orde en openbare veiligheid hebben nauw verband met elkaar en worden daarom samen uitgelegd. Onder openbare veiligheid wordt onder andere de verkeersveiligheid verstaan. De aanwezigheid van een standplaats, maar ook de aantrekkende werking die er van uit kan gaan, kan een verstoring van de openbare rust van omwonenden opleveren. Het innemen van een standplaats zal maar een enkele keer een gevaar opleveren voor de openbare orde. Deze weigeringsgrond wordt daarom vaak gehanteerd in combinatie met de weigeringsgrond “openbare veiligheid”. Standplaatsen waar goederen te koop worden aangeboden hebben in de praktijk een verkeersaantrekkend karakter. Door deze verkeersaantrekkende werking ontstaat mogelijk ongewenst verkeersgedrag. Bijvoorbeeld door ongewenste oversteekbewegingen door voetgangers, kunnen looproutes geblokkeerd worden en kan ontoelaatbaar fietsverkeer in voetgangersgebieden ontstaan. Ook parkerende en geparkeerde auto´s kunnen overlast veroorzaken. In het belang van de verkeersveiligheid is het daarom niet mogelijk om overal een standplaats in te nemen.
Ad 1c. en 1d. Volksgezondheid en bescherming van het milieu (art. 1:8 APV)
Het milieubegrip omvat alle soorten van overlast die gerelateerd zijn aan de omgeving / het milieu. Met name standplaatsen waar etenswaren voor directe consumptie worden bereid hebben een impact op het milieu. Zoals geluidsoverlast, geurhinder, overlast veroorzaakt door stof, afval en dergelijke. In de praktijk is wat betreft overlast voor de omgeving onderscheid te maken tussen standplaatsen waaruit ter plaatse etenswaren worden bereid (zoals snack- en frietkramen) en overige standplaatsen. Bij de eerste groep is de kans op (geur)overlast groter dan bij de overige standplaatsen. Problemen kunnen worden voorkomen of beperkt door voldoende afstand te houden tussen de standplaats en omliggende woningen. De voorschriften van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit omgevingsrecht (Bor) bieden hiervoor normen.
Ad 2. Omgevingssplan , beheersverordening , exploitatieplan of voorbereidingsbesluit (art. 5:18 APV)
Een van de redenen om een vergunning voor het innemen van een standplaats te weigeren is strijdigheid met het omgevingsplan. Omdat een standplaats een mobiel karakter heeft, zal meestal geen sprake zijn van een definitieve planologische reservering. Toch is bij het innemen van standplaatsen meestal geen sprake meer van incidenten, zodat het gebruik van de grond in planologisch opzicht van belang is en in het omgevingsplan staat. In het Omgevingsplan is opgenomen op welke gronden het mogelijk is om een standplaats in te nemen.
Ad 3a. Redelijke eisen van welstand (art. 5:18 APV)
Deze weigeringsgrond kan worden gehanteerd als een of meer standplaatsen worden ingenomen op een zodanige plaats dat het straatbeeld ernstig verstoord wordt. Omdat standplaatsen niet zijn opgenomen in de welstandsnota en dus geen objectieve criteria voor standplaatsen zijn vastgesteld, kan niet snel geoordeeld worden dat sprake is van strijd met redelijke eisen van welstand.
Ad. 3b. Redelijk voorzieningenniveau (art.5:18 APV)
Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State blijkt dat het reguleren van de concurrentieverhoudingen niet als een huishoudelijk belang van de gemeente wordt aangemerkt. Hierop wordt door de Afdeling rechtspraak van de Raad van State één uitzondering gemaakt, namelijk wanneer het voorzieningenniveau voor de consument in gevaar komt door een standplaats. Hier zal niet snel sprake van zijn. Wanneer het college op deze weigeringsgrond een vergunning wil weigeren moet er wel aangetoond worden, mede aan de hand van de boekhouding van de winkelier, dat het voortbestaan van de winkel in gevaar komt door het verlenen van een vergunning voor het innemen van een standplaats.
De gemeente laat standplaatsen toe op de specifieke locaties en aantallen. Dit resulteert in een beleidsmatige schaarste. Er is namelijk maar een beperkt aantal standplaatsen beschikbaar. Om deze reden bepaalt artikel 33 lid 4 sub b en lid 5 van de Dienstenwet dat vergunningen alleen voor een passende beperkte duur verleend kunnen worden. Dit is om te voorkomen dat een standplaatshouder ten onrechte wordt bevooroordeeld ten opzichte van andere potentiële standplaatshouders.
Standplaats: dat wat hieronder wordt verstaan volgens art. 5:17 APV
Uit deze definitie volgt dat het begrip “openbare plaats” verder reikt dan enkel de openbare weg. Ook particuliere terreinen die opengesteld worden voor verkoop van goederen of diensten aan particulieren vallen onder de definitie van standplaats en geldt in beginsel een verbod om deze in te nemen zonder vergunning.
Vaste (permanente) standplaats: standplaats die op een vastgestelde locatie tijdens 1 of meerdere dag(del)en per week voor een langere periode wordt ingenomen.
Periodieke- of seizoensstandplaats: standplaats die op een vastgestelde locatie tijdens een bepaalde periode van het jaar (seizoen) wordt ingenomen.
Incidentele standplaats: standplaats die incidenteel, slechts voor 1 of enkele dagen per jaar, wordt ingenomen.
De gemeente Neder-Betuwe heeft ervoor gekozen om locaties voor standplaatsen aan te wijzen waar vaste standplaatsen mogen worden ingenomen (zie bijlage 1). Dit zijn locaties waar sinds jaar en dag standplaatsen aanwezig zijn, naar kennelijke tevredenheid van alle betrokken partijen.
Het aanwijzen van vaste standplaatsen is bedoeld om een goed gebruik van de fysieke leefomgeving te waarborgen. Ook komt de verdeling van de standplaatslocaties ten goede aan de verkeersveiligheid. Daarnaast wordt beoogd te voorkomen dat openbare parkeerplaatsen door standplaatshouders worden ingenomen. Hierdoor wordt het aantal parkeerplaatsen voor bijvoorbeeld bezoekers van winkels behouden. Ook is met de aanwijzing van de standplaatslocaties rekening gehouden met geuroverlast in verband met het bakken van producten.
Vergunningaanvragen voor incidentele standplaatsen zien op situaties waarin voor één of enkele dagen in een jaar een plaats wordt ingenomen buiten de aangewezen standplaatslocaties. Denk aan een vereniging die voor een supermarkt of op een plein voor een maatschappelijk doel een verkoopactie houdt. Voor deze incidentele aanvragen wordt beoordeeld of de beoogde locatie geschikt is aan de hand van de weigeringsgronden.
4.4 Standplaatsen buitengebied
De verkoop van streekproducten zoals eieren, zelfgemaakte jam, of fruit versterken het imago en de identiteit van Neder-Betuwe. Hiermee onderscheidt onze regio zich van andere regio’s. Dit benadrukt de authenticiteit van onze regio. De gemeente ziet dit als een mooie ontwikkeling en juicht dit toe. Deze stallen vallen buiten het bereik van deze beleidsregel als wordt voldaan aan de beleidsregels houdende regels omtrent fruitstallen en fruitautomaten.
In een onderzoek uit 2021, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, blijkt dat de terugverdientijd van investeringen in de ambulante handel minimaal negen en maximaal twaalf jaar bedragen. De vergunning voor het innemen van een standplaats in de gemeente Neder-Betuwe wordt derhalve verleend voor een periode van 12 jaar.
6.1 Ontvankelijkheid vergunningaanvraag
De vergunningsaanvraag dient ontvankelijk te zijn. De aanvraag dient alle gevraagde gegevens en bescheiden te bevatten, te weten:
Voor de aanvraag van een vergunning dient gebruik te worden gemaakt van het aanvraagformulier. Deze is te vinden op de website van de gemeente Neder-Betuwe. Een aanvraag waarbij geen gebruik is gemaakt van het aanvraagformulier wordt niet in behandeling genomen (art. 4:4 Algemene wet bestuursrecht).
Een standplaats mag worden ingenomen op maandag t/m zaterdag op het in de vergunning vermelde tijdvak.
Een standplaats mag niet worden ingenomen op Nieuwjaarsdag, Goede Vrijdag na 19:00 uur, 2e Paasdag, 4 mei na 19:00 uur, op Hemelvaartsdag, op 2e Pinksterdag, op 24 december na 19:00 uur en op 1e en 2e Kerstdag.
De volgende voorschriften gelden voor alle standplaatshouders:
Indien het terrein dat als standplaatslocatie is aangewezen, nodig is ten behoeve van een evenement dan is de werking van de vergunning voor het innemen van een standplaats van rechtswege, gedurende de periode dat dit voor het evenement noodzakelijk is en voor dat deel van de weg dat ten behoeve van het evenement wordt gebruikt, geschorst. In dat geval kan geen aanspraak op enigerlei schadevergoeding worden gemaakt;
Naast bovengenoemde algemene voorschriften kunnen ook maatwerkvoorschriften worden opgenomen in de vergunning voor het innemen van een standplaats.
Uit oogpunt van een gevarieerd aanbod voor het publiek/de consument en een verdeling van de schaarse plaatsen is een evenwichtige brancheverdeling nodig (zie bijlage 1). Voor de hele gemeente geldt dat bij vaste standplaatsen:
Alle branches 1 zijn toegestaan op de verschillende standplaatslocaties;
In een kern2 wordt per branche niet meer dan 1 vergunning per dag verleend;
Voor incidentele standplaatsen geldt geen branchering. Hierbij wordt uitgegaan van maatwerk. Voor periodieke- of seizoensstandplaatsen geldt dat er per branche maar één vergunning per kern wordt afgegeven. Hierdoor wordt voorkomen dat per branche op dezelfde locatie tegelijkertijd meerdere aanbieders zijn.
Een standplaats kan op de volgende manieren worden overgedragen aan een andere partij:
Wanneer een vergunninghouder lijdt aan een ziekte, is overleden of onder curatele is gesteld, kan het college op aanvraag van de vergunninghouder, zijn erven of zijn curator de vergunning overschrijven op naam van zijn echtgenoot, geregistreerd partner of ander persoon waarmee duurzaam samen wordt of werd gewoond;
Wanneer de regel in sub 1 niet kan worden gevolgd, kan op aanvraag van de vergunninghouder, zijn erven of curator de vergunning worden overgeschreven op een medewerker of mede-eigenaar van de onderneming mits deze minstens twee jaar in loondienst heeft gewerkt of heeft gefunctioneerd als mede-eigenaar;
Voor standplaatsen die zijn vrijgekomen zonder opvolging via overdracht wordt gebruik gemaakt van een vergelijkende toets. Wanneer een standplaats vrijkomt wordt dit op passende wijze bekendgemaakt zodat alle partijen die een plek willen de mogelijkheid hebben om te reageren. We verlenen de vergunning aan de partij die op basis van vooraf bekendgemaakte kwalitatieve criteria het beste scoren met hun aanvraag.
Een ieder die aan de formele eisen voldoet kan bij het college van burgemeester en wethouders een vergunning aanvragen voor een (vrijvallende) reguliere standplaats of voor een nog niet bezet dagdeel.
De beoordeling van aanvragen gebeurt aansluitend op basis van de volgende vooraf bekendgemaakte selectiecriteria:
Zijn er meerdere aanvragen voor een standplaats? En alle ondernemers voldoen aan de voorwaarden? Dan controleert de vergunningverlener het aanvraagformulier en beoordeelt op de selectiecriteria. De ondernemer die in totaal het hoogst scoort, krijgt de vergunning. Scoren meerdere ondernemers even hoog? Dan tellen de punten voor binding met de wijk dubbel. Is de score dan nog steeds gelijk? Dan wordt de vergunning verleend door middel van loting.
De inwerkingtreding van dit beleid vindt plaats op de dag nadat het beleid is bekendgemaakt op www.overheid.nl.
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe in de vergadering van 10 juni 2025.
De secretaris,
N. de Geus - de Bruijn
de burgemeester,
A.J. Kottelenberg
Bijlage 1 Overzicht standplaatsen per dorp, branches en aantallen per dag
woensdagmiddag 3 standplaatsen
zaterdagmorgen 4 standplaatsen
zaterdagmiddag 2 standplaatsen
woensdagmiddag 2 standplaatsen
woensdagmorgen 4 standplaatsen
zaterdagmorgen/-middag 5 standplaatsen (verdeeld over de gehele dag, maximaal 4 per dagdeel)
donderdagochtend/-middag 2 standplaatsen
vrijdagochtend/-middag 2 standplaatsen
zaterdagmorgen/-middag 6 standplaatsen (verdeeld over de gehele dag, maximaal 3 per dagdeel)
woensdagmiddag 2 standplaatsen
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-262194.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.