Aanwijzingsbesluit tot plaatsing camera’s Fluitpolderplein in Leidschendam 2025 (ex artikel 2:77 Algemene plaatselijke verordening Leidschendam-Voorburg)

 

Besluit plaatsing camera’s Fluitpolderplein in Leidschendam 2025

 

De burgemeester van Leidschendam-Voorburg,

 

Overwegende,

 

  • -

    dat hij op grond van artikel 151c van de Gemeentewet juncto artikel 2.77 van de Algemene plaatselijke verordening Leidschendam-Voorburg kan besluiten tot het plaatsen van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van toezicht op een openbare plaats en aangewezen andere plaatsen in het kader van de handhaving van de openbare orde;

 

  • -

    dat het Fluitpolderplein in Leidschendam een openbare plaats is zodat hij in beginsel bevoegd is om tot cameratoezicht te besluiten;

 

  • -

    dat uit een rapportage van de politie blijkt dat in de periode van februari 2025 tot en met 4 juni 2025 in totaal 35 incidenten zijn geregistreerd op en rond het Fluitpolderplein in Leidschendam;

 

  • -

    dat deze incidenten bestonden uit verstoringen van de openbare orde zoals brandstichtingen, overlast door jeugdgroepen, diefstallen en vernielingen;

 

  • -

    dat opvallend is dat in de maand mei 2025 sprake was van een significante toename van het aantal incidenten waarbij de openbare orde werd verstoord;

 

  • -

    dat naast een toename van het aantal incidenten ook de ernst van de verstoringen van de openbare orde is toegenomen;

 

  • -

    dat de verstoringen van de openbare orde zorgen voor gevoelens van onveiligheid bij bewoners van het Fluitpolderplein in Leidschendam;

 

  • -

    dat het cameratoezicht noodzakelijk is en plaats vindt ter handhaving van de openbare orde;

 

  • -

    dat flexibele camera’s worden geplaatst in de als hotspotgebied aangewezen delen van het Fluitpolderplein in Leidschendam;

 

  • -

    dat de camera’s worden ingezet op twee locaties op het Fluitpolderplein in Leidschendam zoals aangegeven op de bij dit besluit behorende situatieschets;

 

  • -

    dat voor het cameratoezicht binnen de eenheid Den Haag een gegevensbeschermingseffectbeoordeling (GEB) is opgemaakt;

  •  

  • -

    dat het cameratoezicht onder de volgende voorwaarden plaatsvindt:

    •  

    • -

      na incidenten worden de beelden van het cameratoezicht bekeken door de politie;

    • -

      de camerabeelden worden 24 uur per dag opgenomen en opgeslagen;

    • -

      de opgenomen beelden worden maximaal 28 dagen opgeslagen en als de opgenomen beelden niet noodzakelijk zijn voor onderzoek worden deze na 28 dagen vernietigd;

    • -

      de beelden die noodzakelijk zijn voor onderzoek kunnen langer worden bewaard als dat noodzakelijk is in het kader van de opsporingstaak van de politie;

     

  • -

    dat de camera's worden geplaatst voor de duur van een jaar;

 

  • -

    dat cameratoezicht een ingrijpend middel is dat een beperking vormt op het grondrecht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer van individuele burgers;

 

  • -

    dat in dit geval het belang van handhaving van de openbare orde zwaarder weegt dan de belangen van individuele burgers;

 

  • -

    dat de duur van de aanwijzing en de omvang van het gebied proportioneel zijn in relatie tot het legitieme beoogde doel;

 

  • -

    dat vast staat dat de significante toename van de verstoringen van de openbare orde zijn ontstaan kort na beëindiging van het (eerdere) cameratoezicht;

 

  • -

    dat hiermee is aangetoond dat het inzetten van cameratoezicht bijdraagt aan het herstel van rust en veiligheid in het gebied waar het toezicht plaatsvindt;

  •  

  • -

    dat op de betreffende locatie eerder initiatieven zijn ondernomen om te komen tot verbetering van de situatie maar dat deze initiatieven niet toereikend zijn gebleken;

  •  

  • -

    dat de politie en de Officier van Justitie hebben ingestemd met het inzetten van cameratoezicht en hun medewerking daaraan zullen verlenen;

  •  

  • -

    dat de periode van cameratoezicht kan worden verlengd indien dat noodzakelijk is voor de handhaving van de openbare orde maar ook kan worden verkort als de inzet van camera’s niet langer noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de openbare orde;

 

Besluit;

 

  • 1.

    Het plaatsen van twee flexibele camera’s op het Fluitpolderplein in Leidschendam, zoals aangeduid op de aan dit besluit gehechte situatieschets, voor de duur van een jaar, te weten voor de periode van 18 juni 2025 tot en met 18 juni 2026.

  • 2.

    Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking.

 

Bezwaarclausule

 

Tegen dit besluit kunnen belanghebbenden een bezwaarschrift indienen. De termijn voor het indienen van het bezwaarschrift bedraagt, op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht, zes weken. De termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit openbaar bekend is gemaakt. Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan de Burgemeester van de Leidschendam-Voorburg, postbus 1005, 2260 BA Leidschendam.

 

Het bezwaarschrift moet zijn ondertekend. Het bevat ten minste de naam en het adres van indiener, telefoonnummer, handtekening, de dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen bezwaar is gericht en de gronden van het bezwaar.

 

Het indienen van een bezwaar schorst niet de werking van dit besluit. In spoedeisende gevallen kan een verzoek om voorlopige voorziening worden ingediend bij de voorzieningenrechter van de Rechtbank te Den Haag, Sector Bestuursrecht, Postbus 20302, 2500 EH Den Haag. Voor het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening is griffierecht verschuldigd.

 

Aldus besloten door de burgemeester op 12 juni 2025

de burgemeester van Leidschendam-Voorburg

M.W. Vroom

Bijlage

Naar boven