Toelichting
Amstelveen wil in 2040 een fossiel onafhankelijke gemeente zijn. Dit betekent dat in dat jaar alle energie die in Amstelveen gebruikt wordt, van hernieuwbare energiebronnen afkomstig is (van binnen of buiten de gemeentegrenzen). Deze ambitie is uitgewerkt in het PLan voor de Energietransitie, Circulaire Economie en Klimaatadaptatie (PLECK Amstelveen, Gemeente Amstelveen, 2019). Om fossielonafhankelijk te worden, is de transitie naar een duurzaam verwarmde gebouwde omgeving essentieel.
Volgens het Klimaatakkoord zijn gemeenten de regisseurs van de warmtetransitie van de gebouwde omgeving. Alle Nederlandse gemeenten moeten uiterlijk in 2021 een Transitievisie Warmte (TVW) hebben opgesteld. In de TVW is het tijdspad vastgelegd waarop buurten overgaan op duurzame verwarming. Er zijn buurten die vóór 2030 overgaan op duurzame warmte, en andere buurten komen na 2030 aan de beurt? Voor de buurten die kansrijk zijn om voor 2030 te verduurzamen, geeft de TVW inzicht in de meest waarschijnlijke toekomstige manier van verwarmen.
Aanleiding
In het Klimaatakkoord van Parijs zijn afspraken gemaakt om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen met als doel de opwarming van de aarde te beperken. In Nederland is met het nationale Klimaatakkoord een centraal doel gesteld: in 2030 moet de uitstoot van broeikasgassen in Nederland minstens 49% lager zijn dan de uitstoot in 1990. In de gebouwde omgeving wordt gestreefd naar 3,4 Mton C02-reductie in 2030 en een volledig fossiel onafhankelijke vrije gebouwde omgeving in 2050. Ongeveer de helft van de C02-uitstoot van de gebouwde omgeving wordt veroorzaakt door verbruik van aardgas voor verwarming, warm water en om op te koken.
Voor het behalen van deze C02-reductiedoelstellingen is een transitie nodig naar een gebouwde omgeving die minder energie verbruikt en die duurzaam wordt verwarmd. Dit vereist een combinatie van energiebesparing én duurzame opwek van warmte. Deze transitie heeft een grote impact op alle woningen en andere gebouwen in Nederland en op de energie-infrastructuur.
Argumenten
Voor de ontwikkeling van de Transitievisie Warmte is onderzocht welke mogelijkheden er zijn om Amstelveen duurzaam te verwarmen. Er is gekeken bij een drietal studies gekeken naar de techniek en de betaalbaarheid van de warmte oplossingen.
In Amstelveen staan 42.000 woningen en 1,7 miljoen m2 andere gebouwen met een gezamenlijke warmtevraag van 2.245 terajoule (TJ) (Rijkswaterstaat, 2019) (PBL, 2019). Uit een analyse van de beschikbare warmtebronnen blijkt dat er op dit moment onvoldoende duurzame collectieve warmtebronnen zijn om heel Amstelveen fossiel onafhankelijk te verwarmen. Ook groengas en waterstof is de komende 10 jaar naar verwachting niet of onvoldoende beschikbaar.
Voor grote delen van de stad bestaat de verduurzaming daarom tot 2030 vooral uit isoleren en aanleg van efficiëntere systemen. In andere delen kan echter de omslag naar duurzame warmtenetten al wel voor 2030 gemaakt worden.
Voor de uitwerking van de Transitievisie Warmte is een aantal uitgangspunten benoemd. Deze uitgangspunten zijn tot stand gekomen op basis van de zorgen, vragen en meningen van de inwoners van Amstelveen en uit de aandachtspunten meegegeven door de werkgroep van professionele stakeholders:
- 1.
CO2-reductie staat voorop, aardgasvrij is geen doel op zich;
- 2.
de toekomstige warmtevoorziening is betaalbaar voor eindgebruikers;
- 3.
de warmteoptie met de laagste kosten voor de maatschappij heeft de voorkeur;
- 4.
we verbeteren comfort en leefbaarheid;
- 5.
onze keuzes zijn toekomstbestendig.
Op basis van de onderzoeksgegevens en de uitgangspunten is een afwegingskader ontwikkeld. Aan de hand van dit afwegingskader zijn kansrijke buurten benoemd. Dit zijn buurten die al kansrijk zijn om voor 2030 aan de slag te gaan met de transitie naar duurzaam verwarmen.. Het zijn buurten waar een warmtenet naar voren komt als robuuste warmte-optie, en buurten waar om andere redenen kansen liggen.
Het stimuleren van energie besparen
In alle buurten van Amstelveen wordt ingezet op energie besparen zodat woningen voorbereid zijn op de toekomstige warmtevoorziening.
Naast energie besparen kan in de buurten, waar uit de Transitievisie blijkt dat er nog geen warmte oplossing is, ingezet worden op hybride warmteoplossingen (warmtepomp aangevuld met een centrale verwarmingsketel voor de piek warmtevraag). Hiermee realiseren we voor 2030 ook een aanzienlijke C02-reductie. In goed geïsoleerde buurten kunnen woningeigenaren al individueel overgaan op all-electric technieken of (collectieve) Warmte Koude Opslag (WKO). In de toekomstige actualisaties van de Transitievisie Warmte zullen, met nieuwe informatie (bijvoorbeeld over de mogelijkheden van geothermie, waterstof en groengas), ook voor deze buurten nadere keuzes worden gemaakt.
Om de kosten voor het verduurzamen laag te houden is het belangrijk om zoveel mogelijk de natuurlijke momenten van zoals onderhoud, verbouwen en verhuizen te benutten. Speciale aandacht gaat daarbij uit naar Verenigingen van Eigenaren en bedrijven.
Bijlage:
Transitievisie Warmte Amstelveen