Gemeenteblad van Haarlem
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Haarlem | Gemeenteblad 2025, 259432 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Haarlem | Gemeenteblad 2025, 259432 | ander besluit van algemene strekking |
Organisatiestatuut van de gemeente Haarlem 2025
Hoofdstuk 2 Hoofdkenmerken en werkwijze ambtelijke organisatie
Artikel 4 Algemene bepalingen voor de sturing van de organisatie
De organisatie, afdelingen en teams worden geleid volgens de principes van integraal management, binnen de kaders van dit organisatiestatuut. Onder integraal management wordt verstaan het uitgangspunt dat de manager, binnen vastgestelde kaders, verantwoordelijk is voor het realiseren van de door het bestuur gestelde doelen met de ter beschikking gestelde mensen en middelen.
Artikel 9 Verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden als algemeen directeur
De algemeen directeur is bevoegd de personele formatie van een of meer afdelingen te wijzigen als dit voor de uitvoering van de werkzaamheden van die afdeling(en) noodzakelijk is, binnen de door de raad of het college vastgestelde kaders. Tot de kaders behoren in elk geval de kadernota, de programmabegroting en gemeentelijke verordeningen.
Hoofdstuk 4 De concerncontroller
Artikel 14 Benoeming concerncontroller
Het college benoemt, schorst en ontslaat de concerncontroller op voordracht van de directie.
Artikel 15 Verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de concerncontroller
Hoofdstuk 5 Afdelingen en afdelingsmanagers
Artikel 18 Benoeming afdelingsmanagers
De algemeen directeur benoemt, schorst en ontslaat de afdelingsmanagers op voordracht van de directie.
Hoofdstuk 5a Programma- en gebiedsmanagers en programmadirecteur
Artikel 25 Onvoorziene gevallen
In alle gevallen waarin dit Organisatiestatuut niet voorziet beslist het college, op advies van de directie.
Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van 10 juni 2025
de secretaris,
de burgemeester,
Toelichting op organisatiestatuut
Op grond van artikel 160, eerste lid aanhef en onder c van de Gemeentewet stelt het college de regels vast over de ambtelijke organisatie van de gemeente, met uitzondering van de organisatie van de griffie. Op grond van artikel 103, tweede lid van de Gemeentewet stelt het college in een instructie nadere regels over de taak en de bevoegdheden van de secretaris vast.
Dit organisatiestatuut voldoet aan beide wettelijke verplichtingen van het college. Het beschrijft hoe de ambtelijke organisatie is opgebouwd uit organisatorische eenheden, zoals afdelingen en teams. Het beschrijft ook hoe de organisatie als geheel functioneert en welke leidinggevende functies er zijn met de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden die daarbij horen. Het organisatiestatuut bevat tevens de instructie voor de secretaris. Daarnaast beschrijft het de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van enkele bijzondere functies, zoals de concerncontroller en de chief information officer.
De inrichting en het functioneren van de ambtelijke organisatie is gebaseerd op een aantal uitgangspunten.
De sturing van de organisatie en de onderdelen daarbinnen gebeurt volgens het principe van integraal management. Dit betekent dat een manager ten aanzien van het organisatieonderdeel dat hij/zij als manager aanstuurt verantwoordelijk is voor het realiseren van de door het bestuur gestelde doelen met de ter beschikking gestelde mensen en middelen. Een manager houdt zich daarbij aan de door het bestuur of de directie vastgestelde kaders.
Binnen afdelingen en/of teams kan de rol van coördinator voorkomen. De rol van de coördinator is het bijstaan van de afdelings- of teammanager in capaciteitsverdeling en inhoudelijke coördinatie van dossiers. Coördinatoren hebben géén rol en/of mandaat als hiërarchisch leidinggevenden. Zij voeren bijvoorbeeld geen personeelsgesprekken.
Het organisatiestatuut is richtinggevend voor het functioneren van de organisatie. Daarom heeft het ook een relatie met andere documenten. Twee van de belangrijkste daarvan zijn het Mandateringsbesluit en de Budgethoudersregeling. In het Mandateringsbesluit staat beschreven wie waarover in opdracht van en namens het college en/of de burgemeester mag besluiten of handelen. Wie mag bijvoorbeeld namens het college een besluit over een subsidie nemen, wie mag namens het college een overeenkomst aangaan. Dat is belangrijk omdat een besluit dat door een onbevoegde functionaris is genomen daardoor ongeldig kan zijn, maar ook in bepaalde gevallen het college en/of de burgemeester kan binden terwijl dat niet de bedoeling is. En aangezien we als gemeente heel veel besluiten nemen, moet dit goed geregeld zijn. Dat is in het belang van de gemeente en van de inwoners, bedrijven en organisaties die met een besluit te maken krijgen. In de Budgethoudersregeling staat beschreven wie verantwoordelijk is voor welk budget. Wie is verantwoordelijk voor welke inkomsten en wie mag welke uitgaven doen.
Dit artikel definieert de begrippen die in het statuut worden gebruikt.
Dit artikel bevat de andere gemeentelijke regelingen en besluiten die medebepalend zijn voor de reikwijdte van het organisatiestatuut.
Artikel 3 Hoofdkenmerken van de organisatie
Dit artikel beschrijft de belangrijkste kenmerken van de inrichting en sturing van de organisatie. Het college is bestuurlijk verantwoordelijk voor het functioneren van de organisatie. De directie is ambtelijk verantwoordelijk, met de algemeen directeur/ secretaris als eindverantwoordelijke functionaris. Met een zo plat mogelijke organisatie als uitgangspunt, zijn er drie hiërarchisch leidinggevende niveaus: directie, afdelingsmanagers en teammanagers. Daarnaast zijn er managementfuncties die wel verantwoordelijk zijn voor de aansturing van een deel van de organisatie, maar die niet de personele verantwoordelijkheid hebben voor de medewerkers die zij daarbij aansturen. Een programmamanager kan bijvoorbeeld medewerkers van meerdere afdelingen aansturen voor het realiseren van de programmadoelen. Maar deze programmamanager voert niet de personeelsgesprekken met hen; dat blijft de verantwoordelijkheid van de afdelingsmanager (of teammanager).
De belangrijkste indeling van de organisatie is die in afdelingen, waarbij elke afdeling een samenhangend geheel aan taken heeft. Afdelingen kunnen worden onderverdeeld in teams, maar dat hoeft niet. Binnen de directie heeft elke directeur de verantwoordelijkheid voor een aantal samenhangende afdelingen en is daarmee de leidinggevende van de managers van die afdelingen. Deze afdelingen vormen samen een domein. Voor voldoende flexibiliteit in de indeling van de organisatie in afdelingen, teams en domeinen is de bevoegdheid voor het bepalen van de indeling in artikel 10 van het organisatiestatuut bij de directie belegd.
Artikel 4 Algemene bepalingen voor de sturing van de organisatie
De organisatie is ingedeeld in onderdelen (directie, afdelingen en teams), en functioneert daarbij steeds als eenheid. Het betekent dat de organisatie in al haar geledingen uitvoering geeft aan het gemeentebrede beleid en daarbij wordt ondersteund door de bedrijfsvoering die hiervoor is ingericht. Vanuit een centrale sturing (bestuurlijk het college, ambtelijk de directie) worden resultaten bereikt binnen de door de raad vastgestelde programmabegroting en overige kaders. Deze kaders worden in de organisatie inhoudelijk verder uitgewerkt naar een directieplan, domeinplannen, afdelings- en teamplannen. De personele sturing vindt plaats doordat de algemeen directeur de directeuren aanstuurt, die op hun beurt binnen het aan hen toegewezen domein de daarbinnen werkende afdelingsmanagers aansturen. Voor zover binnen afdelingen teammanagers functioneren, vallen deze onder de aansturing van de afdelingsmanagers. Teammanagers beschikken over een aantal mandaten om de teammedewerkers aan te sturen.
De concerngedachte betekent ook dat men in de organisatie de samenwerking opzoekt, om de aan de gemeente opgedragen publieke taken zo goed mogelijk en zo integraal mogelijk uit te voeren. De organisatie kan worden getypeerd als een ketengerichte en flexibele netwerkorganisatie. In deze keten werkt de organisatie als één systeem, rekening houdend met inwoners, bedrijven en instellingen in de stad en het dorp die niet alleen als ‘toeleveranciers’ van de gemeente fungeren, maar ook ‘afnemers’ zijn van de diensten van de gemeente. Als flexibele organisatie wordt zoveel mogelijk ingespeeld op de actualiteit en de behoeften van de stad en het dorp, ook als deze onvoorzien opkomen. Het vraagt om een organisatie die wendbaar is, in de wijze waarop deze is georganiseerd en in de houding van de mensen die er werken.
Artikel 5 Samenstelling directie
De vaste samenstelling van de directie bestaat uit de algemeen directeur en de directeuren. Directeuren zijn de vaste vervangers van de algemeen directeur/secretaris in diens afwezigheid. De concerncontroller maakt geen onderdeel uit van de directie, maar is als adviseur in de directievergaderingen aanwezig. De concerncontroller neemt deel aan de vervangingsregeling als de secretaris afwezig is. De concerncontroller vervangt de algemeen directeur dus niet. Dat is logisch, omdat de concerncontroller adviseur is van de directie (artikel 15). Die beide rollen kunnen niet tegelijkertijd worden vervuld door dezelfde functionaris.
Programmadirecteuren vervangen de algemeen directeur niet, nu zij geen personele verantwoordelijkheid dragen.
De secretaris van Zandvoort neemt deel aan de overleggen van de directie om de bestuurlijke besluitvorming van Zandvoort toe te lichten en ten behoeve van de behartiging van het belang van de eigenheid van de gemeente Zandvoort.
Artikel 6 Benoeming en ontslag directieleden
Zowel de algemeen directeur als de directeuren worden door het college, als bevoegd orgaan op grond van de Gemeentewet, benoemd, geschorst en ontslagen. Dit is passend, gelet op de zwaarte van de functies. Betrokkenheid van ook de OR is om die reden vereist.
De algemeen directeur benoemt, schorst en ontslaat programmadirecteuren op voordracht van de directie.
Artikel 7 Hoofdtaken secretaris
Artikel 7 en 8 betreffen de instructie voor de secretaris als bedoeld in artikel 103, tweede lid van de Gemeentewet. De secretaris is de wettelijk verplichte ambtelijk functionaris die het college, de burgemeester en door hen ingestelde commissies bij de uitoefening van hun taak terzijde staat. De secretaris is in de vergadering van het college aanwezig. Naast deze wettelijke rol, is de secretaris van Haarlem tevens algemeen directeur en de bestuurder als bedoeld in de Wet op de ondernemingsraden.
Artikel 8 Verantwoordelijkheden als secretaris en algemeen adviseur van het college
De in artikel 8 opgenomen verantwoordelijkheden van de secretaris zijn passend bij de wettelijk taak. De rol van de secretaris is immers om het college bij te staan, in en buiten de vergadering. Dat omvat een adequate informatievoorziening en advisering, op een wijze (tijdig, juist, compleet) dat het college een reëel handelingsperspectief verkrijgt en de juiste besluiten kan nemen. Die besluiten vragen om een gedegen voorbereiding en om adequate uitvoering, ook dat is de (eind)verantwoordelijkheid van de secretaris.
Ten aanzien van de griffie, die de raad ondersteunt, is de secretaris de eerstverantwoordelijke contactpersoon en gesprekspartner vanuit de ambtelijke organisatie. In overleg en afstemming met de griffier draagt de secretaris zorg voor een goed verlopend bestuurlijk besluitvormingsproces, waarvan ook de informatievoorziening en verantwoording aan de raad door het collegeonderdeel vormt.
In de Verordening ambtelijke bijstand is nog een bijzondere taak voor de secretaris opgenomen, namelijk het beslissen op verzoeken van de raad om ondersteuning vanuit de ambtelijke organisatie. Ook hierover voert de secretaris overleg met de griffier.
Artikel 9 Verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden als algemeen directeur
In Haarlem is ervoor gekozen om de secretaris tevens de rol van algemeen directeur te geven, zoals overigens in de meeste gemeenten het geval is. Er is dus sprake van een dubbelfunctie/-rol.
In dit artikel komt tot uitdrukking wat ook in artikel 4 in zekere zin is verwoord: de algemeen directeur draagt de eindverantwoordelijkheid voor het functioneren van de organisatie, zowel in personele als in inhoudelijke zin. Aansluitend bij de verantwoordelijkheid voor het bijstaan van het college als secretaris, is de algemeen directeur verantwoordelijk voor de voorbereiding en uitvoering van bestuurlijke besluiten en beleid.
Tot de verantwoordelijkheden van de algemeen directeur behoort ook het binnen de (financiële) kaders van raad en college wijzigen van personele formatie.
Artikel 10 Verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden van de directie
De directie van de gemeente Haarlem bestaat uit de algemeen directeur en de directeuren. Los van de aan de algemeen directeur toebedeeld verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden als opgenomen in artikel 9, heeft de directie gezamenlijk ook bepaalde verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden gekregen op basis van het organisatiestatuut. Waar de algemeen directeur de eindverantwoordelijkheid draagt voor de organisatie en de organisatieontwikkeling, draagt de directie als geheel de verantwoordelijkheid voor deze taken. Het verschil is dat de verantwoordelijke directeur uiteindelijk aan de algemeen directeur verantwoording aflegt over de taken en de algemeen directeur dus ook de eindverantwoordelijkheid draagt van alle door de directie in dit verband genomen besluiten en verrichte handelingen.
Directeuren krijgen ieder een eigen domein toegewezen, waarvoor zij de verantwoordelijkheid dragen. De huidige domeinen zijn: fysiek domein, sociaal domein, burger en bestuur, en bedrijfsvoering. De binnen een bepaald domein functionerende afdelingen vallen onder de directeur. Een domeinplan biedt het kader voor de uitvoering, en is een afgeleide van de door de raad en het college vastgestelde kaders als van het directieplan.
Artikel 11 Vergaderingen van de directie
De algemeen directeur en de directeuren vergaderen periodiek. In de praktijk vinden de vergaderingen wekelijks plaats.
De concerncontroller is geen directielid maar wel aanwezig bij de directievergaderingen. Dit, omdat de concerncontroller tot taak heeft om de directie gevraagd en ongevraagd te adviseren (zie artikel 14).
De directie wordt bijgestaan door de directiesecretaris. Dit kunnen overigens ook meer functionarissen zijn. De directiesecretaris heeft tot taak om de vergaderingen goed voor te bereiden en de verslaglegging ervan te verzorgen. Hierbij behoort ook de taak om in de ambtelijke organisatie overleg en afstemming te zoeken over zaken die de directie aangaan en/of in de directievergadering worden geagendeerd.
In de staande ambtelijke organisatie is het soms nodig of gewenst dat er tijdelijke dwarsverbanden worden gevormd om bepaalde onderwerpen tot ontwikkeling en uitvoering te brengen. Dat gebeurt door het instellen van een stuurgroep waarin medewerkers uit verschillende afdelingen en teams samenwerken. De aansturing van een stuurgroep vindt plaats door een directeur, waarbij het onderwerp bepalend is voor de vraag welke directeur hiervoor wordt aangesteld. De directeur is verantwoordelijk voor de informatievoorziening en de afstemming met de directie, alsook voor de verantwoording over de voortgang van de stuurgroep.
Artikel 13 Informatievoorziening, informatiebeheer en ICT
De directie wijst een medewerker van de organisatie aan als Chief Information Officer. Dit kan een directeur of een andere medewerker zijn.
Artikel 14 Benoeming concerncontroller
De concerncontroller wordt evenals de secretaris benoemd, geschorst en ontslagen door het college. Dit is passend bij de zwaarte van de functie. De directie doet de voordracht aan het college,
Artikel 15 Verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de concerncontroller
De concerncontroller heeft een eigenstandige rol, taak en verantwoordelijkheid en beschikt om die reden over vérstrekkende bevoegdheden. De gemeentelijke controlfunctie omvat ondermeer de financieel-organisatorische inrichting van de organisatie, het managementcontrolsysteem en de interne auditfunctie. Hiertoe mag de concerncontroller gevraagd en ongevraagd het gemeentebestuur en de directie adviseren. De concerncontroller is bevoegd om zich rechtstreeks tot het college te wenden, zonder eerst de directie hierbij te betrekken of te consulteren.
Ook is de concerncontroller bevoegd om in de organisatie informatie op te vragen, als hij van mening is dat dit nodig is voor zijn goede taakuitoefening.
In Haarlem combineert de concerncontroller zijn taken met het leiden van de afdeling Concerncontrol.
De treasuryfunctie omvat het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s.
Artikel 16 Vervanging concerncontroller
Als de concerncontroller afwezig is (verlof, ziekte) is een daartoe specifiek aangewezen medewerker in de afdeling zijn vervanger. Voor de taak als manager van de afdeling Concerncontrol geldt de vervangingsregeling als opgenomen in artikel 20.
Artikel 17 Hoofdtaken afdelingsmanagers
De taak van de afdelingen is primair om het bestuurlijk vast te stellen beleid voor te bereiden en uit te voeren. De dienstverlening aan de stad en het dorp staat daarbij voorop.
Artikel 18 Benoeming afdelingsmanagers
Aan de algemeen directeur is de verantwoordelijkheid opgedragen om afdelingsmanagers te benoemen, te schorsen en te ontslaan. De directie is betrokken doordat deze de voordracht hiervoor doet. De algemeen directeur is aan het college verantwoording verschuldigd over deze taak.
Artikel 19 Verantwoordelijkheden en bevoegdheden afdelingsmanagers
In de organisatie zijn afdelingen de centrale organisatieonderdelen. De afdelingsmanager is belast met de eindverantwoordelijkheid van de desbetreffende afdeling. Elke afdeling is belast met (een) bepaald(e) beleidsterrein(en) en is ervoor verantwoordelijk dat binnen dit werkterrein de juiste beslissingen worden voorbereid en uitgevoerd. Dit gebeurt zoals hiervoor gesteld in samenwerking met andere afdelingen en vanuit de gedachte dat de organisatie als één geheel functioneert. Een wezenlijk onderdeel van de eindverantwoordelijkheid van een afdelingsmanager is dan ook dat er integraal wordt gewerkt, in overleg en afstemming binnen en buiten de organisatie.
Afdelingen werken binnen vastgestelde kaders, waaronder de gemeentelijke begroting en het gemeentelijk beleid.
Artikel 20 Vervanging afdelingsmanagers
Uitgaande van de gedachte dat teammanagers bepaalde personele verantwoordelijkheden dragen, is in het organisatiestatuut bepaald dat een afdelingsmanager bij afwezigheid wordt vervangen door een teammanager binnen de afdeling (verticale vervanging). De keuze voor verticale vervanging is gemaakt vanuit de gedachte dat de managers binnen een afdeling het beste op de hoogte zijn van het reilen en zeilen in de afdeling en daarom ook het beste in staat zijn om tijdelijk in elkaars verantwoordelijkheden en bevoegdheden te treden. Slechts in het geval er geen teammanagers in de afdeling zijn, wordt de afdelingsmanager door een andere afdelingsmanager binnen hetzelfde domein vervangen (horizontale) vervanging.
Artikel 20a Verantwoordelijkheden en bevoegdheden teammanagers
Als een afdeling teammanagers heeft, zijn deze verantwoordelijk voor het inhoudelijk en in personeel opzicht functioneren van het team. Aan de teammanagers zijn in het Mandateringsbesluit bepaalde personele bevoegdheden toegekend.
Artikel 20b Vervanging teammanagers
Waar de teammanager de afdelingsmanager bij afwezigheid vervangt, is het andersom zo dat de afdelingsmanager de teammanager vervangt (verticale vervanging).
Artikel 20c Verantwoordelijkheden en bevoegdheden programmamanagers
Programmamanagers dragen de verantwoordelijkheid voor een specifiek programma, en zijn daarmee opdrachtnemer van de directie. Programmamanagers dragen geen personele verantwoordelijkheid voor de medewerkers die in het programma werkzaam zijn. Dat is en blijft een verantwoordelijkheid voor de afdelings- en teammanagers.
Artikel 20d Verantwoordelijkheden en bevoegdheden gebiedsmanagers
In Haarlem en Zandvoort wordt gebiedsgericht gewerkt. Daartoe is de stad Haarlem in gebieden verdeeld en geldt Zandvoort als één gebied. Elk gebied heeft een gebiedsmanager die de verantwoordelijkheid draagt voor een door de directie vastgestelde gebiedsopgave. De gebiedsmanagers dragen geen personele verantwoordelijkheid voor de medewerkers die in het gebiedsteam werken. Dat is de verantwoordelijkheid van de afdelings- c.q. teammanager van de betreffende medewerker.
Artikel 20e Verantwoordelijkheden en bevoegdheden programmadirecteur
De programmadirecteur stuurt programmanagers en projectleiders functioneel aan op basis van een programmaplan en heeft geen personeelsverantwoordelijkheid. De personele verantwoordelijkheid blijft vallen onder de direct leidinggevende waaronder de functionaris organisatorisch is ondergebracht.
Artikel 21 Taken en verantwoordelijkheden
Het college wordt bijgestaan door de secretaris. Dat is in de Gemeentewet bepaald.
Individuele collegeleden worden daarnaast ondersteund vanuit de directie. De betreffende directeur is aanspreekpunt vanuit de directie voor een collegelid en draagt daarmee de verantwoordelijkheid voor een goede ondersteuning en advisering van het collegelid.
Artikel 23 Nadere regels en instructies
Het college is als bestuurlijk verantwoordelijk orgaan voor de ambtelijke organisatie ook het orgaan dat aanvullend op het organisatiestatuut (met daarin opgenomen de instructie voor de secretaris) aanvullende regels en instructies mag uitvaardigen voor de ambtelijke organisatie. Het college doet dat zelf ten aanzien van de directieleden (algemeen directeur en directeuren) vanwege de zwaarte van hun functies. Als er nadere regels of instructies nodig zijn ten aanzien van andere functionarissen in de ambtelijke organisatie, dan is dat de verantwoordelijkheid en bevoegdheid van de directie.
Artikel 24 Onverenigbare functies
De concerncontroller kan alleen de secretaris vervangen bij afwezigheid en niet de positie van algemeen directeur. De positie van algemeen directeur wordt bij afwezigheid vervangen door één van de directeuren.
Artikel 25 Onvoorziene gevallen
Het organisatiestatuut beoogt de indeling van, de verantwoordelijkheden en bevoegdheden en de onderlinge afhankelijkheden in de organisatie te regelen. Omdat een organisatie voortdurend in ontwikkeling is, kunnen zich omstandigheden voordoen waarin het organisatiestatuut niet voorziet. Het is dan aan het college om hierin een beslissing te nemen, waarbij de directie adviseert.
Artikel 26 Intrekking Organisatiestatuut
Bij vaststelling van dit organisatiestatuut wordt het voorgaande organisatiestatuut dat in 2017 is vastgesteld ingetrokken. Er is geen overgangsrecht opgenomen in het organisatiestatuut.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-259432.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.