Gemeenteblad van Amsterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2025, 258220 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2025, 258220 | beleidsregel |
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam tot wijziging van de Beleidsregels bodem onder de Omgevingswet Amsterdam in verband met nadere uitleg van het begrip andere beschermende maatregel bij het overschrijden van de waarde toelaatbare kwaliteit bodem bij het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie (Beleidsregel andere beschermende maatregelen bij bouwen bodemgevoelig gebouw)
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,
gelet op artikel 2.4 van de Omgevingswet, artikel 160 lid 1 van de Gemeentewet, artikel 4.81 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 5.89k van het Besluit kwaliteit leefomgeving, artikel 4.28 e.v. van het Omgevingsplan gemeente Amsterdam,
De Beleidsregels bodem onder de Omgevingswet Amsterdam als volgt te wijzigen:
Na Hoofdstuk 6 wordt een nieuw hoofdstuk ingevoegd onder vernummering van Hoofdstuk 7 tot Hoofdstuk 8:
Hoofdstuk 7 Andere beschermende maatregel bij bouwen bodemgevoelig gebouw
Een andere beschermende maatregel is alleen toegestaan in de tuin of andere onverharde buitenruimte bij het bouwen van een bodemgevoelig gebouw als de initiatiefnemer aantoont op de in het vijfde lid beschreven wijze dat geen sprake is van een overschrijding van het maximaal toelaatbaar humaan risico.
Met het vaststellen van deze beleidsregel wordt een onbedoelde verstrenging van het bodembeleid als gevolg van het in werking treden van de Omgevingswet gerepareerd. De reparatie is nodig omdat de strengere uitwerking van omgevingsplanregels in de praktijk vooraf onvoldoende kon worden ingeschat. Met het vaststellen van deze beleidsregel wordt het beleid op geen enkel punt soepeler dan voor het in werking treden van de Omgevingswet.
Omstreeks 1 juli 2025 wordt in het omgevingsplan Amsterdam een verwijzing naar deze beleidsregel opgenomen.
Inhoudelijk betreft de beleidsregel een beschrijving van de wijze waarop en onder welke omstandigheden ingestemd kan worden met het opleggen van “andere beschermende maatregelen” bij het overschrijden van de waarde toelaatbare kwaliteit bodem bij de bouw van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie. Dit is een aanvulling op de standaard saneringsaanpakken die zijn beschreven in paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Saneren van de bodem) binnen de ruimte die artikel 5.89k van het Besluit kwaliteit leefomgeving geeft voor het opleggen van “andere beschermende maatregelen".
Ad 1. Voor de stof lood is de waarde toelaatbare kwaliteit bodem (370 mg/kg) gebaseerd op de gezondheidskundige advieswaarde van de GGD. Boven deze waarde is potentieel sprake van een verlies van meer dan 3 IQ-punten bij jonge kinderen. Daarom beschouwt Amsterdam deze waarde voor lood als het maximaal toelaatbaar humaan risico en is deze waarde opgenomen in het omgevingsplan. Boven deze waarde gelden de standaardsaneringswijzen van de bodem. Dat zijn het afdekken van de bodem (met verharding of met de vloer van een gebouw), het verwijderen van alle verontreinigde grond of het aanbrengen van een leeflaag.
Ad 2. In punt 2 wordt voor stoffen anders dan lood beschreven onder welke voorwaarden ingestemd kan worden met het opleggen van een “andere beschermende maatregel”. Het toetsinstrument hiervoor is de Risicotoolbox Bodem. De Risicotoolbox Bodem is ontwikkeld en wordt beheerd door het RIVM en is de landelijk voorgeschreven tool om te beoordelen of de bodemkwaliteit in huidige of toekomstige situaties leidt tot risico’s voor de gezondheid.
Tot aan het niveau van het maximaal toelaatbaar humaan risico kan, bij overschrijding van de waarde toelaatbare kwaliteit bodem volstaan worden met een andere beschermende maatregel. Hiermee komt het bodembeleid onder de Omgevingswet zoveel mogelijk in lijn met het beleid van voor het in werking treden van de Omgevingswet, toen saneren verplicht was als sprake was van (humane) spoedeisendheid. Het onder de Wet bodembescherming geldende niveau van spoedeisendheid komt overeen met het maximaal toelaatbaar humaan risico.
In punt 2 zijn geen toetsingswaarden opgenomen voor het maximaal toelaatbaar humaan risico omdat deze waarden per stof en per situatie kunnen verschillen. Voor sommige stoffen kan ook sprake zijn van afwijkende waarden als ze in combinatie met elkaar voorkomen (combinatietoxiciteit). Daarnaast kunnen wetenschappelijke inzichten wijzigen.
Ad 3. In punt 3 wordt beschreven wat bijvoorbeeld onder ‘andere beschermende maatregelen’ kan worden verstaan. De belangrijkste blootstellingsroute in een tuin betreft het eten van ‘blad- en knolgewassen’ uit eigen tuin (RIVM-rapport 711701023, Appendix 3A: Relevance of human exposure routes). Met de gebruiksbeperking groente in bakken schone grond te kweken wordt deze blootstellingsroute beperkt.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-258220.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.