Wijzigingsbesluit van de Subsidieregeling Cultuur Nijmegen 2025a

Het college van burgemeester en wethouders,

 

Gelet op artikel 3 lid 5 Nijmeegse Kaderverordening Subsidies 2019.

 

Besluit

Vast te stellen de volgende wijziging van de Subsidieregeling Cultuur Nijmegen 2025a.

 

 

Titel van de beleidsregel

 

De titel ‘Subsidieregeling Cultuur Nijmegen 2025a’ wordt gewijzigd in ‘Subsidieregeling Cultuur Nijmegen.’

 

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

 

In lid 8 en lid 10 wordt het woord 'instrument' gewijzigd in 'gedragscode':

 

  • '8.

    Code Diversiteit & Inclusie: gedragscode om culturele diversiteit in de organisatie te verankeren.'

  • '10.

    Governance Code Cultuur: gedragscode voor goed bestuur en toezicht in de cultuursector.'

Artikel 3 Algemene bepalingen

 

Aan de tabel in lid 5, kolom ‘deadline voor aanvragen’ wordt voor elke datum het woord ‘voor’ toegevoegd:

 

Vóór 1 oktober (ieder jaar)

 

Vóór 1 maart (vanaf 2020 1 keer per 2 jaar)

 

Vóór 15 juni (vanaf 2020 1 keer per 4 jaar)

 

Artikel 4 Indieningsvereisten aanvraag

 

Lid 1 wordt gewijzigd in:

 

  • '1.

    Een aanvraag dient digitaal ingediend te worden via het subsidieportaal van de gemeente Nijmegen: subsidie.nijmegen.nl.'

Lid 2 komt te vervallen.

 

Lid 3 wordt lid 2.

 

Toegevoegd aan artikel 4, lid 2 wordt de bullit:

 

‘een volledig ingevuld aanvraagformulier.’

 

Artikel 6 Weigeringsgronden

 

Lid 1, V. komt te vervallen.

 

Lid 1, VI wordt V.

 

Lid 2, V. wordt toegevoegd:

 

  • ‘V.

    De aanvrager ook zonder subsidie over de benodigde gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij over middelen van derden kan beschikken om de kosten van zijn activiteiten te dekken;’

Lid 2, VI. wordt toegevoegd:

 

  • ‘VI.

    Gelet op artikel 8 lid 4 van de NKS 2019 worden bij de bepaling van het eigen vermogen van een aanvrager, de risico- en bestemmingsreserves buiten beschouwing gelaten.’

Artikel 10 Evaluatie

 

'Bezoek' wordt gewijzigd in 'monitorgesprek':

 

'De adviescommissie Groei. voert een monitorgesprek met instellingen die voor vier jaar worden gesubsidieerd op basis van de deelregelingen De Basis en Meerjarige Culturele Programma’s.'

 

Artikel 11 Subsidiecriteria

 

Toegevoegd wordt lid 2 tot en met lid 7:

 

  • “2.

    De adviescommissie hanteert de volgende puntensystematiek:

    Beoordeling vindt plaats per criterium met een score van -2 (onvoldoende), -1 (twijfelachtig), 1 (voldoende), 2 (goed) of 3 (zeer goed). Voor een toekenning moet voor alle criteria minimaal een voldoende (1) worden gescoord.

  • 3.

    Op basis van de puntentelling maakt de adviescommissie een rangschikking.

  • 4.

    Wanneer het budget niet toereikend is om alle subsidiabele aanvragen te honoreren, bepaalt de rangschikking welke aanvragen binnen het budgettaire kader kunnen worden toegekend.

  • 5.

    Als bij de laatste aanvraag vóór het subsidieplafond bereikt twee-derde of meer van het aangevraagde bedrag kan worden toegekend, wordt de aanvraag toegekend. In deze situatie zal het college de aanvrager vragen om een nieuwe, sluitende begroting toe te sturen. Als een-derde of minder van het aangevraagde bedrag kan worden toegekend, wordt de aanvraag afgewezen vanwege het bereiken van het subsidieplafond.

  • 6.

    Het volgende geldt als er nog slechts budget over is om één aanvraag in zijn geheel toe te kennen, maar er meerdere aanvragen met dezelfde score zijn: de score op meerwaarde voor de stad 2 keer wordt meegewogen. De scores worden vervolgens gedeeld door 4. De subsidie wordt toegekend aan de aanvrager met de hoogste score.

  • 7.

    Indien er ook dan nog sprake is van een gelijk aantal punten, wordt de subsidie toegekend aan de aanvrager met de hoogste score op artistieke kwaliteit.”

Artikel 12 Aanvullende voorwaarden voor subsidieverstrekking

 

Toegevoegd wordt lid 3:

 

  • ‘3.

    Maximaal 60% van het dekkingsplan mag bestaan uit middelen die door de gemeente Nijmegen zijn verstrekt.’

Lid 3 wordt lid 4.

 

Lid 5 komt te vervallen.

 

Artikel 13 Weigeringsgronden

 

Toegevoegd worden de Groeispurt en de Nachtpulse.

 

‘ Subsidie wordt geweigerd voor culturele activiteiten die door een organisatie worden georganiseerd die reeds subsidie ontvangt vanuit de Groeispurt, Nachtpulse, de deelregeling Meerjarige Culturele Programma’s of De Basis.’

 

Artikel 16 Subsidiecriteria

 

Toegevoegd wordt lid 2 tot en met 7:

 

  • ‘2.

    De adviescommissie hanteert de volgende puntensystematiek:

    Beoordeling vindt plaats per criterium met een score van -2 (onvoldoende), -1 (twijfelachtig), 1 (voldoende), 2 (goed) of 3 (zeer goed). Voor een toekenning moet voor alle criteria minimaal een voldoende (1) worden gescoord.

  • 3.

    Op basis van de puntentelling maakt de adviescommissie een rangschikking.

  • 4.

    Wanneer het budget niet toereikend is om alle subsidiabele aanvragen te honoreren, bepaalt de rangschikking welke aanvragen binnen het budgettaire kader kunnen worden toegekend.

  • 5.

    Als bij de laatste aanvraag vóór het subsidieplafond bereikt twee-derde of meer van het aangevraagde bedrag kan worden toegekend, wordt de aanvraag toegekend. In deze situatie zal het college de aanvrager vragen om een nieuwe, sluitende begroting toe te sturen. Als een-derde of minder van het aangevraagde bedrag kan worden toegekend, wordt de aanvraag afgewezen vanwege het bereiken van het subsidieplafond.

  • 6.

    Het volgende geldt als er nog slechts budget over is om één aanvraag in zijn geheel toe te kennen, maar er meerdere aanvragen met dezelfde score zijn: de score op meerwaarde voor de stad 2 keer wordt meegewogen. De scores worden vervolgens gedeeld door 4. De subsidie wordt toegekend aan de aanvrager met de hoogste score.

  • 7.

    Indien er ook dan nog sprake is van een gelijk aantal punten, wordt de subsidie toegekend aan de aanvrager met de hoogste score op artistieke kwaliteit.’

Artikel 17 Aanvullende voorwaarden voor subsidieverstrekking

 

Toegevoegd wordt lid 3:

 

  • ‘3.

    Maximaal 60% van het dekkingsplan mag bestaan uit middelen die door de gemeente Nijmegen zijn verstrekt.’

Lid 6: ‘landelijke fondsen’ wordt gewijzigd in ‘rijkscultuurfondsen’.

 

Lid 8 komt te vervallen.

 

Lid 3 wordt lid 4.

 

Lid 4 wordt lid 5.

 

Lid 5 wordt lid 6.

 

Lid 6 wordt lid 7.

 

Lid 7 wordt lid 8. In lid 8 wordt ‘landelijke fondsen’ gewijzigd in ‘rijkscultuurfondsen’.

 

Toegevoegd wordt aan lid 9: de Groeispurt en de Nachtpulse:

 

  • ‘9.

    die door een organisatie worden georganiseerd die reeds subsidie ontvangt vanuit de Groeispurt, Nachtpulse, de deelregelingen Meerjarige Culturele Programma’s of De Basis’.

Toelichting bij artikel 3 Algemene bepalingen

 

Derde lid

 

De toelichting bij artikel 3, derde lid, komt te vervallen.

 

Toelichting bij artikel 11, 16, 19 en 21 subcriteria

 

De tekst van de toelichting op Artistieke kwaliteit wordt gewijzigd in:

 

‘Artistieke kwaliteit

 

Kernbegrippen voor de beoordeling van kwaliteit zijn vakmanschap, zeggingskracht en oorspronkelijkheid. Het gaat niet uitsluitend om bewezen kwaliteit, voortkomend uit eerder opgedane ervaring, maar ook om potentiële kwaliteit. Bij dit criterium wordt beoordeeld:

 

  • -

    Vakmanschap: vakmanschap heeft betrekking op de vaardigheden van de makers die bij de organisatie van het programma betrokken zijn. De commissie beoordeelt of de vaardigheid van de betrokkenen vertrouwen geeft in een goed artistiek, cultuureducatief of cultuurparticipatief resultaat.

  • -

    Zeggingskracht: dit gaat over de impact van de activiteiten op het publiek of de beoogde deelnemers. Dat wil zeggen dat de activiteiten aansprekend zijn voor het publiek of deelnemers en dat zij worden geroerd, geprikkeld of aan het denken worden gezet. Gekeken wordt of er een overtuigende visie is op wat de aanvrager voor wie maakt of vertoont. De commissie beoordeelt bij dit subcriterium de relatie tussen de artistieke keuzes en het beoogde publiek voor wat betreft de te verwachten impact van het werk op publiek of deelnemers.

  • -

    Oorspronkelijkheid: de oorspronkelijkheid van de activiteiten heeft betrekking op de herkenbare (artistieke) signatuur die onlosmakelijk is verbonden met de betreffende organisatie waardoor een bijzondere of zelfs unieke bijdrage aan de sector wordt geleverd. Er wordt ook gekeken of de artistieke signatuur wordt vertaald naar artistieke activiteiten. De commissie beoordeelt de intrinsieke artistieke voornemens en de uitwerking daarvan. Het uitgangspunt is de eigenheid (originaliteit of signatuur, het prikkelende, het aansprekende, etc.) van het artistieke idee of concept.

De tekst van de toelichting op Uitvoerbaarheid wordt gewijzigd in:

 

‘Uitvoerbaarheid

 

Bij dit criterium wordt beoordeeld:

 

  • -

    Aanpak: het gaat erom dat het plan een heldere aanpak laat zien, inclusief een duidelijke doelstelling met daarbij passende activiteiten en een realistische planning. Gekeken wordt of organisatie, omvang van de activiteiten en werkwijze dusdanig bij beoogde activiteiten dat het aannemelijk is dat het plan kan worden gerealiseerd.

  • -

    Kennis en ervaring uitvoerders: ook wordt beoordeeld of de betrokken uitvoerders beschikken over de benodigde kennis en ervaring om het projectplan te verwezenlijken.

  • -

    Begroting: er wordt getoetst of de begroting voldoende inzichtelijk, redelijk en realistisch is. Het gaat hierbij onder meer over de aansluiting van de begroting op de voorgenomen activiteiten zoals beschreven in het projectplan en de vergoeding van betrokkenen die het project mogelijk maken. Bij de beoordeling houdt de commissie rekening met het ontwikkelstadium van de organisatie. Of iets al dan niet realistisch is kan gaan om zowel de aard als de omvang van de kosten en inkomsten. De commissie kan van mening zijn dat kosten of inkomsten te hoog, of juist te laag zijn ingeschat.

    Ook kijkt de commissie of er sprake is van een gezonde financieringsmix met bijdragen van verschillende financiers, zodat risico’s worden gespreid. Het plan biedt daarom zicht op de haalbaarheid van die inkomsten en kosten (bijvoorbeeld de inspanningen om de voorgenomen stijging van publieksinkomsten te realiseren of kosten terug te dringen).

  • -

    Codes: in dit criterium worden ook de principes uit de Governance Code Cultuur en de Fair Practice Code betrokken.

  • -

    Marketing en communicatie: verder wordt gekeken of er een passend marketing- en communicatieplan is dat bestaande en beoogde doelgroepen voor de verschillende typen activiteiten benoemt. Het marketing- en communicatieplan geeft een beeld van het realiteitsgehalte van het bereik onder deze doelgroepen. Het laat zien of er een gedifferentieerde aanpak is voor verschillende typen activiteiten of doelgroepen en of de organisatie gebruik maakt van passende communicatiekanalen. Ook de ervaring en expertise die de aanvrager in huis heeft of via samenwerking inzet om beoogde doelgroepen te bereiken, speelt een rol.’

De tekst van de toelichting op Meerwaarde voor de stad wordt gewijzigd in:

 

‘Meerwaarde voor de stad

 

Bij dit criterium wordt beoordeeld:

 

  • -

    Diversiteit aanbod: hier wordt getoetst of de activiteiten van toegevoegde waarde zijn op het bestaande aanbod in de stad. Er wordt gekeken of activiteiten bijdragen aan de diversiteit van het totale aanbod in de stad. Ook wordt gekeken hoe het plan zich verhoudt tot vergelijkbare initiatieven in (en eventueel buiten) Nijmegen.

  • -

    Nieuw en/of meer divers publiek: er wordt bekeken in hoeverre de organisatie een nieuw en/of meer divers publiek bereikt en in hoeverre een aanvrager zich hier bewust van is.

  • -

    Code Diversiteit & Inclusie: Hier komen de principes uit de Code Diversiteit & Inclusie aan de orde. Niet al het aanbod hoeft voor iedereen te zijn, maar wel wordt belang gehecht aan bewustzijn en aan de stappen die gemaakt worden ten aanzien van een divers programma, publiek, personeel en partners.

  • -

    Maatschappelijke betekenis: de commissie beoordeelt de maatschappelijke betekenis. Dit kan gaan over de bijdrage van cultuur aan andere domeinen (zoals zorg, welzijn, duurzaamheid of economie) en welke rol de aanvrager daarin neemt. Het kan ook gaan over de betekenis zijn van de organisatie voor zijn directe omgeving. Dat kan zowel smal als breed, door bijvoorbeeld buurtinitiatieven, aansluiting bij bredere stadsthematiek, of door maatschappelijke projecten of samenwerkingen. Gekeken wordt naar de samenwerking die gezocht wordt binnen het eigen werkveld maar ook daarbuiten.

  • -

    Bovenregionale en/of (inter)nationale uitstraling: in dit criterium wordt ook gekeken naar in hoeverre de organisatie een bovenregionale en/of (inter)nationale ambitie en uitstraling nastreeft. Dit blijkt onder andere uit financiering vanuit de BIS, landelijke fondsen en/of provincie.’

Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2025.

Aldus vastgesteld d.d. 3 juni 2025.

Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen,

de gemeentesecretaris

A.P.W. van de Klift

de burgemeester

H.M.F. Bruls

Naar boven