Gemeenteblad van Bodegraven-Reeuwijk
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Bodegraven-Reeuwijk | Gemeenteblad 2025, 253192 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Bodegraven-Reeuwijk | Gemeenteblad 2025, 253192 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening van de raad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk houdende regels voor het verstrekken van subsidie ter stimulering van klimaatadaptieve maatregelen bij bestaande gebouwen en bij bestaande bedrijfspanden (Subsidieverordening klimaatadaptieve maatregelen Bodegraven-Reeuwijk 2025-2027)
De raad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 mei 2025;
gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;
Subsidieverordening klimaatadaptieve maatregelen Bodegraven-Reeuwijk 2025-2027
Hoofdstuk 1.Algemene bepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
bestaand stads- en dorpsgebied: bestaand stedelijk gebied binnen de gemeente Bodegraven-Reeuwijk als bedoeld in artikel 1.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening; [1])
Artikel 2. Toepasselijkheid Algemene subsidieverordening Gemeente Bodegraven-Reeuwijk 2024
De Algemene subsidieverordening Bodegraven-Reeuwijk 2024 is niet van toepassing op deze verordening.
Artikel 3. Bevoegdheid van het college
Hoofdstuk 2. Subsidieprogramma
Het doel van deze subsidieverordening is het stimuleren van klimaatadaptieve maatregelen bij bestaande gebouwen en bestaande bedrijfspanden, die een bijdrage leveren aan de waterafvoervertragende en hittebeperkende eigenschappen van het bestaand stads- en dorpsgebied in Bodegraven-Reeuwijk.
Artikel 5. Subsidiabele maatregelen
Het college verleent een eenmalige subsidie, met inachtneming van het bepaalde in artikel 9, tweede lid, van deze verordening, voor de volgende maatregelen aan bestaande gebouwen en bestaande bedrijfspanden, niet zijnde nieuwbouw, binnen het bestaand stads- en dorpsgebied:
het vergroenen van een verharde oprit op privaat terrein van minimaal 5 m2 en maximaal 24 m², door toepassing van doorgroeibare verharding. De open ruimte van het toegepaste materiaal moet minimaal 40% zijn. Het openbare deel van een oprit, bijv. trottoir waarover de parkeerplaats bereikbaar is, valt hier nadrukkelijk niet onder.
Artikel 6. Subsidiabele kosten
Artikel 7. Hoogte van de subsidie
Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door:
Artikel 9. Aanvraag en bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
In aanvulling op het derde lid van dit artikel wordt bij de aanschaf van een regenton of regenschutting een aankoopbon overgelegd en een bewijs waaruit duidelijk de wateropslagcapaciteit blijkt. Indien de aanvraag gedaan wordt door de houder van een Groene Hartpas dient een print screen uit de app of site van de Groene Hartpas toegevoegd te worden, waarin de naam en het pasnummer zichtbaar is.
Het college weigert subsidie te verlenen, indien:
Artikel 11. Aanvullende verplichtingen
De subsidieontvanger dient aan de door het college met controle belaste personen toegang te verlenen tot de zaak waarvoor subsidie is gegeven alsmede alle inlichtingen en bescheiden te verstrekken die naar het oordeel van die personen noodzakelijk zijn voor het op een juiste toepassing beoordelen van de regeling en om te toetsen of de voorschriften bij de subsidieverlening zijn nageleefd.
Artikel 12. Vaststelling subsidie
Subsidies worden direct door het college vastgesteld.
Het college beslist binnen 8 weken na ontvangst op een ingediende subsidieaanvraag. Het college kan deze termijn eenmalig met 4 weken verlengen.
Artikel 14. Subsidieplafond en volgorde
De aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen. Indien meerdere volledige aanvragen op dezelfde dag zijn ontvangen en honorering van deze aanvragen leidt tot overschrijding van het subsidieplafond, vindt de rangschikking van deze aanvragen plaats op basis van loting.
Artikel 15. Inwerkingtreding en geldigheidsduur
Het college kan in bijzondere gevallen van het bepaalde in deze verordening afwijken of bepalingen buiten toepassing laten, voor zover toepassing ervan leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Deze verordening wordt aangehaald als: Subsidieverordening klimaatadaptieve maatregelen Bodegraven-Reeuwijk 2025-2027.
[1] ) Bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.
De griffier,
drs. J.H. Reijs MMC
De noodzaak om ons aan te passen aan het veranderende klimaat wordt steeds urgenter. Klimaatadaptatie richt zich hoofdzakelijk op het voorkomen of verminderen van de effecten van hittestress, wateroverlast in verband met piekbuien, droogte en overstroming. Met name tegen hitte, piekbuien en droogte zijn kleine en grotere maatregelen te nemen door zowel de gemeente in de openbare ruimte als inwoners van de gemeente. De gemeente wil haar inwoners en ondernemers stimuleren om klimaat adaptieve maatregelen te nemen bij hun woning, garage, schuur of bedrijfspand en hiermee wateroverlast bij piekbuien en hittestress te verminderen en de biodiversiteit te vergroten. De gemeente stelt voor maatregelen die hieraan bijdragen subsidie beschikbaar.
Er is voor 2025, 2026 en 2027 jaarlijks €21.053 door de raad beschikbaar gesteld voor een subsidieverordening die de woningeigenaren en huurders en eigenaren van bedrijfspanden stimuleert tot het treffen van deze maatregelen.
In dit artikel zijn de begrippen uitgelegd die van belang zijn om de inhoud en voorwaarden van de verordening te begrijpen.
De contouren van het bestaand stads- en dorpsgebied zijn op 22 december 2024 vastgesteld door de provincie Zuid-Holland. Deze kaart is te vinden op de website bij het aanvraagformulier.In deze gebieden zijn de gevolgen van klimaatverandering groter dan daarbuiten, er is in deze gebieden meer hittestress en meer wateroverlast. Vandaar dat alleen in deze gebieden het nemen van klimaatadaptieve maatregelen ondersteund wordt.
Alleen parkeerplaatsen op privaat terrein waarvoor een inritvergunning is afgegeven komen in aanmerking voor subsidie. Parkeerplaatsen op privaat terrein die zijn aangelegd voor de invoeringsdatum van de inritvergunning komen ook in aanmerking.
Voor deze subsidie is het uitgangspunt dat parkeerplaatsen die ouder zijn dan 15 jaar voor de invoering van de vergunningsplicht zijn aangelegd. De invoering van de vergunningsplicht is van voor de fusie van gemeente Bodegraven en gemeente Reeuwijk. Daardoor is er niet 1 ingangsdatum voor inritvergunningen. Deze aanlegdatum kan eenvoudig gecontroleerd worden met behulp van de Geoviewer en/of Google Maps.
Artikel 5. Subsidiabele maatregelen
Om voor subsidie in aanmerking te komen moet de woning of het bedrijfspand zijn gelegen binnen het bestaand stads- en dorpsgebied van de gemeente (zie artikel 1).
Slechts een aantal maatregelen komen in aanmerking voor subsidieverlening. De lijst met maatregelen is uitputtend en er is geen restcategorie. Hieronder volgt een toelichting per maatregel.
Groene daken. De oppervlakte is minimaal 5 m2 en maximaal 40 m2 en de vereiste minimale wateropslagcapaciteit 25 liter per m2. Er kunnen per aanvraag meerdere daken worden ingediend, mits de omvang niet wordt overschreden. Indien dit daken betreft van meerdere eigenaren, dient er toestemming van alle eigenaren te zijn.
Vergroenen van oprit. De oppervlakte is minimaal 5 m2 en maximaal 24 m². De open ruimte van het toegepaste materiaal dient minimaal 40%. (bijv. grasplaten en gras(beton)tegel, te koop bij bouwmarkten en tuincentra). Alleen een bestaande, geheel verharde oprit komt in aanmerking voor subsidie. Bij het uitvoeren van een parkeervak als ‘karrenspoor’ (twee verharde stroken in een plantvak) komt alleen het groene deel in aanmerking voor de subsidie, het verharde spoor niet, omdat deze niet vergroend wordt en ook niet voor 40% uit open ruimte bestaat. Een oprit uitgevoerd in grind komt niet in aanmerking voor subsidie, in verband met vervuiling van de aangrenzende openbare ruimte.
De subsidieregeling is alleen voor bestaande gebouwen die voor 1 juni 2021 zijn opgeleverd, dus niet voor nieuwbouw. Nieuwbouw wordt uitgesloten omdat wordt aangenomen dat bij nieuwbouw het al gemeengoed is dat wordt gestreefd naar minder wateroverlast en minder hittestress. Klimaatadaptatie wordt bij nieuwbouw dus al voldoende geborgd.
Een nieuwe uit- of aanbouw aan een bestaand gebouw wordt niet als nieuwbouw beschouwd en de aanleg van een groen dak op de uit- of aanbouw komt dus in aanmerking voor subsidie.
Artikel 7. Hoogte van de subsidie
De hoogte van de subsidie is bepaald op basis van de mate waarin de doelstellingen van de regeling worden behaald. Hoe groter de waterbergende capaciteit en hittebeperkende capaciteit van de maatregel, hoe hoger de subsidie.
Advieskosten voor de berekening van de draagconstructie van een groene dak zijn subsidiabel tot een maximum van € 125,-, mits de maatregelen daadwerkelijk worden uitgevoerd. Indien uit de berekening blijkt dat het dak niet geschikt is, wordt maximaal € 75,- vergoed voor advieskosten. Indien het dak wel geschikt is, maar de aanvrager besluit het dak niet aan te leggen, dan worden geen advieskosten gesubsidieerd.
Subsidie kan worden aangevraagd door particuliere eigenaren en huurders van bestaande woningen en gebouwen en door eigenaren van bestaande bedrijfspanden. Voor woningen geldt dat zowel grondgebonden woningen als appartementen (waarbij vaak sprake is van een vereniging van eigenaren) voor subsidie in aanmerking komen. Indien er geen vereniging van eigenaren is, kunnen eigenaren ook gezamenlijk een aanvraag indienen, bijv. in geval van garages of schuurtje op mandelig terrein. Huurders moeten een schriftelijk akkoord van de verhuurder aanleveren.
Artikel 9. Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
Een volledige aanvraag bevat de in dit artikel genoemde documenten en gegevens.
De aangeleverde betaalbewijzen kunnen bestaan uit bankrekeningafschriften en kwitanties waarop de betaalde facturen inzichtelijk zijn. Op een pinbon staan niet genoeg gegevens vermeld om de uitgaven te kunnen controleren. Pinbonnen en soortgelijke bewijzen gelden daarom niet als betaalbewijs.
Een bewijs bankrekeningnummer kan in de vorm van een afbeelding van een bankpas of een bankafschrift waarop duidelijk het rekeningnummer en de daaraan gekoppelde naam te zien is.
Het is voor de gemeente, zonder buitensporige administratieve lasten, niet mogelijk om te bepalen wanneer maatregelen zijn uitgevoerd.
Gedurende de verleningsfase kan uitsluitend geconstateerd worden dat een offerte voor een groen dak recent en geldig is. In de praktijk is het echter eenvoudig om een recente en geldige offerte te verkrijgen, ook als het werkzaamheden betreft die reeds uitgevoerd zijn. De waarde van de offerte om dit te toetsen is zeer beperkt. In de vaststellingsfase ontvangt de gemeente facturen en bewijzen dat facturen voldaan zijn. De datum van de facturen en de datum waarop de facturen voldaan zijn, zijn sterkere instrumenten om te controleren of de werkzaamheden uitgevoerd waren op het moment van aanvraag. Als gedurende de vaststellingsfase blijkt dat bepaalde werkzaamheden al waren uitgevoerd kan de subsidie lager of opnihil vastgesteld worden. De datum waarop maatregelen uitgevoerd worden of moeten worden geacht te zijn uitgevoerd, valt samen met die van de btw-plichtige factuur van de uitvoerende partij die betrekking heeft op de uitvoering van de te subsidiëren maatregelen. Als de aanvrager zelf de maatregelen treft, dan is de datum van de aanschaf van noodzakelijke materialen leidend. Alle kosten die voor de aanvraagdatum zijn gefactureerd, zijn niet subsidiabel. Datzelfde geldt ook voor termijnfacturen. Termijnbedragen die vóór de aanvraagdatum zijn gefactureerd, zijn niet subsidiabel.
Voor de aanschaf van een regenwateropvang is aan de hand van de datum op de aankoopbon eenvoudige te controleren of deze niet al eerder was aangekocht.
Artikel 11. Aanvullende verplichtingen
Het ontwerp, de aanleg en instandhouding van de voorzieningen dient deugdelijk en zorgvuldig te worden uitgevoerd. De aanvrager draagt zelf zorg voor eventuele vergunningen en ontheffingen ten behoeve van de gesubsidieerde maatregelen. Voor de meeste groene daken is geen vergunning nodig. Een bouwvergunning is in ieder geval nodig als:
Tevens dienen de maatregelen ook ten minste vijf jaar in stand te worden gehouden. Het permanente karakter van de maatregel is belangrijk voor de mate waarin Bodegraven-Reeuwijk is aangepast aan klimaatverandering.
De subsidie wordt vastgesteld en uitgekeerd voordat het groene dak is aangebracht of de regenwateropvang aangesloten is. De verantwoording vindt achteraf plaats door middel van het aanleveren van foto’s van de uitgevoerde maatregelen (artikel 11 van deze verordening). De subsidie wordt daarmee verleend op basis van vertrouwen dat de maatregelen ook daadwerkelijk uitgevoerd worden. Deze werkwijze maakt het meedoen voor aanvragers laagdrempelig en de ambtelijk afhandeling eenvoudig.
De beslistermijn is 8 weken. Indien het college nadere stukken vereist, wordt de beslistermijn opgeschort met het aantal dagen dat het college in afwachting is van de nadere stukken (artikel 4:15 Awb).
Artikel 14. Subsidieplafond en verdeelsleutel
De aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst, met dien verstande dat indien het college nadere stukken vereist omdat het dossier incompleet is, het aantal dagen dat verstrijkt tussen het verzoek om de nadere stukken en de aanlevering daarvan door de aanvrager, bij de datum van binnenkomst worden opgeteld. Dit is van belang op het moment dat het subsidieplafond is bereikt.
Voorbeeld: Aanvrager A en aanvrager B dienen op 10 mei een subsidieaanvraag in. Beide dossiers zijn incompleet. Het college verzoekt aanvrager A op 11 mei het dossier aan te vullen en aanvrager B op 12 mei. Beiden dienen het volledige dossier in op 13 mei. Aanvrager A heeft er twee dagen over gedaan om het dossier aan te vullen en aanvrager B heeft er 1 dag over gedaan om het dossier aan te vullen. Bij aanvrager A wordt de datum van indiening 12 mei en bij aanvrager B wordt de datum van indiening 11 mei.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-253192.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.