25e wijziging van de Algemene plaatselijke verordening 2014

De raad van de gemeente Apeldoorn;

 

gelezen het raadsvoorstel d.d. 16 mei 2025 nummer 50-2025, in verband met de 25e wijziging van de Algemene plaatselijke verordening 2014;

 

gelet op artikel 108 en 149 van de Gemeentewet;

 

BESLUIT:

 

vast te stellen de volgende wijziging van de Algemene plaatselijke verordening 2014

Artikel I Wijziging van de Algemene plaatselijke verordening 2014

 

A. Artikel 2:28 wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 2:28 Exploitatie terras bij een openbare inrichting

  • 1.

    Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een of meer bij een openbare inrichting behorende terrassen te exploiteren, voor zover deze zich op een openbare plaats bevinden.

  • 2.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van een terras bij de openbare inrichting.

  • 3.

    Bij de toepassing van de weigeringsgrond genoemd in het vorige lid houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van het horecabedrijf en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van een terras bij de openbare inrichting.

  • 4.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 en het gestelde in het tweede en derde lid kan de burgemeester de vergunning weigeren:

    • a.

      indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare plaats dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan;

    • b.

      indien dat gebruik een belemmering kan worden voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats;

    • c.

      indien het gebruik van het terras in strijd is met het ter plaatse geldende omgevingsplan.

  • 5.

    Het college kan ter behartiging van de in de vorige leden genoemde belangen voor de gehele gemeente of delen daarvan nadere regels stellen omtrent het gebruik van terrassen.

  • 6.

    Dit artikel is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor ten aanzien van het in dit artikel geregelde onderwerp regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.

  • 7.

    Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:28 Exploitatie terras bij een openbare inrichting

  • 1.

    Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een of meer bij een openbare inrichting behorende terrassen te exploiteren, voor zover deze zich op een openbare plaats bevinden.

  • 2.

    Bij de vergunningverlening kan een onderscheid worden gemaakt tussen een zomer- en een winterterras.

  • 3.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van een terras bij de openbare inrichting.

  • 4.

    Bij de toepassing van de weigeringsgrond genoemd in het vorige lid houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van het horecabedrijf en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van een terras bij de openbare inrichting.

  • 5.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 en het gestelde in het tweede en derde lid kan de burgemeester de vergunning weigeren:

    • a.

      indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare plaats dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan;

    • b.

      indien dat gebruik een belemmering kan worden voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats;

    • c.

      indien het gebruik van het terras in strijd is met het ter plaatse geldende omgevingsplan.

  • 6.

    Het college kan ter behartiging van de in de vorige leden genoemde belangen voor de gehele gemeente of delen daarvan nadere regels stellen omtrent het gebruik van terrassen.

  • 7.

    Dit artikel is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor ten aanzien van het in dit artikel geregelde onderwerp regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.

  • 8.

    Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

 

B: Artikel 2:28B wordt als volgt gewijzigd:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:28B Verwijdering terras

Als naar het oordeel van de burgemeester in verband met de openbare orde en veiligheid verwijdering van een terras noodzakelijk is, zorgt de exploitant of de leidinggevende onmiddellijk of binnen de daartoe gestelde termijn voor de verwijdering.

Artikel 2:28B Verwijdering terras

Als naar het oordeel van de burgemeester in verband met de openbare orde en veiligheid of vanwege werkzaamheden van gemeentewege in de openbare ruimte verwijdering van een terras noodzakelijk is, zorgt de exploitant of de leidinggevende onmiddellijk of binnen de daartoe gestelde termijn voor de verwijdering.

 

C: Artikel 2:29 wordt als volgt gewijzigd:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:29 Sluitingstijd

  • 1.

    Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00. uur en 06.00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 02.00 uur en 06.00 uur.

  • 2.

    Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd.

  • 3.

    De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd.

  • 4.

    Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing in die situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien.

  • 5.

    Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:29 Sluitingstijd

  • 1.

    Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00. uur en 06.00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 02.00 uur en 06.00 uur.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid is de burgemeester in het belang van de openbare orde en het woon- en leefklimaat bevoegd voor een terras eerdere sluitingstijden te bepalen.

  • 3.

    Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd.

  • 4.

    De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd.

  • 5.

    Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing in die situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien.

  • 6.

    Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

 

D: Artikel 2:40A wordt als volgt gewijzigd:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:40A Definities

  • 1.

    In deze paragraaf wordt verstaan onder:

    • a.

      wet: Wet op de kansspelen;

    • b.

      Speelautomatenbesluit: KB van 23 mei 200, Stb. 224,, houdende regels ter uitvoering van titel Va van de wet, zoals gewijzigd bij besluit van 14 september 2001, Stb. 2001, 415;

    • c.

      speelautomaat: een toestel, ingericht voor de beoefening van een spel, dat bestaat uit een door de speler in werking gesteld mechanisch, elektrisch of elektronisch proces, waarbij het resultaat kan leiden tot de middellijke of onmiddellijke uitkering van prijzen of premies, daaronder begrepen het recht om gratis verder te spelen;

    • d.

      kansspelautomaat: een speelautomaat die geen behendigheidsautomaat is;

    • e.

      Speelautomatenhal: een inrichting, bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten te beoefenen, als bedoeld in artikel 30 c, eerste lid, onder b, van de wet ;

    • f.

      exploitant: de natuurlijke of rechtspersoon die de speelautomatenhal exploiteert;

    • g.

      beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent of uitoefenen in een speelautomatenhal;

  • 2.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 1.1 wordt onder ‘weg’ mede verstaan: kampeerplaatsen of aan de wegen of paden liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen.

Artikel 2:40A Definities

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a.

    wet: Wet op de kansspelen;

  • b.

    Speelautomatenbesluit: KB van 23 mei 200, Stb. 224,, houdende regels ter uitvoering van titel Va van de wet, zoals gewijzigd bij besluit van 14 september 2001, Stb. 2001, 415;

  • c.

    speelautomaat: een toestel, ingericht voor de beoefening van een spel, dat bestaat uit een door de speler in werking gesteld mechanisch, elektrisch of elektronisch proces, waarbij het resultaat kan leiden tot de middellijke of onmiddellijke uitkering van prijzen of premies, daaronder begrepen het recht om gratis verder te spelen;

  • d.

    kansspelautomaat: een speelautomaat die geen behendigheidsautomaat is;

  • e.

    Speelautomatenhal: een inrichting, bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten te beoefenen, als bedoeld in artikel 30 c, eerste lid, onder b, van de wet ;

  • f.

    exploitant: de natuurlijke of rechtspersoon die de speelautomatenhal exploiteert;

  • g.

    beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent of uitoefenen in een speelautomatenhal.

 

E. Na artikel 4:9A wordt een nieuw artikel ingevoegd luidende:

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

 

Artikel 4:9B Uitsteken van bloemen en planten; hout sprokkelen; verwijderen van paddenstoelen; verzamelen van zaden, vruchten en noten

  • 1.

    In dit artikel wordt verstaan onder het sprokkelen van hout: het verzamelen en verwijderen van staand of losliggend, vermolmd dan wel uitdrogend dood hout.

  • 2.

    Ter bescherming van natuur en landschap is het op openbare plaatsen verboden om grootschalig:

    • a.

      bloemen of planten te plukken, uit te steken of bij zich te hebben;

    • b.

      hout te sprokkelen of gesprokkeld hout bij zich te hebben;

    • c.

      paddenstoelen van hun groeiplaats te verwijderen of bij zich te hebben;

    • d.

      zaden, vruchten en noten van bomen, struiken, planten en bloemen te verzamelen of bij zich te hebben.

  • 3

    Het verbod geldt niet:

    • a.

      ten aanzien van door de rechthebbende of met toestemming van de rechthebbende ter plaatse verkregen dan wel elders afkomstige bloemen of planten, hout, paddenstoelen of zaden, vruchten en noten;

    • b.

      in dien de in dit artikel bedoelde handelingen worden verricht in het kader van normale onderhoudswerkzaamheden of ter herinrichting van het openbaar groen.

  • 4.

    Het in het tweede lid, onder b, bepaalde geldt voorts niet wanneer er voor het sprokkelen van hout of voor het gesprokkeld hout bij zich hebben een vergunning of ontheffing is verleend door het bevoegde bestuursorgaan.

  • 5.

    Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Omgevingswet of het Wetboek van Strafrecht.

 

Artikel II Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de achtste dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin dit besluit wordt geplaatst.

Aldus besloten in de openbare vergadering van 22 mei 2025.

De raad voornoemd,

S.M. Stam

Raadsgriffier

A.J.M. Heerts

voorzitter

Naar boven