Gemeenteblad van Barneveld
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Barneveld | Gemeenteblad 2025, 251706 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Barneveld | Gemeenteblad 2025, 251706 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening jeugdhulp gemeente Barneveld
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
fraude: handelen dat opzettelijk in strijd is met de regels, gericht op eigen of andermans (financieel) gewin, waaronder valsheid in geschrifte, bedrog, benadeling van rechthebbenden of verduistering plegen of trachten te plegen ten nadele van de gemeente en/of haar inwoners, met het doel een betaling of ander voordeel te verkrijgen waarop men geen recht heeft of kan hebben;
Hoofdstuk 2 Vormen van Jeugdhulp
Artikel 2. Vormen van jeugdhulp
De deelovereenkomsten Jeugd Foodvalley ambulant, verblijf en veiligheid zijn te vinden op: https://www.jeugdfv.nl/aanbieders/inkoop.
Hoofdstuk 3 Voorzieningen: toegang, onderzoek en beoordeling
Artikel 4. Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts
Ter waarborging van een deskundige en juiste bepaling van de in te zetten individuele voorziening door een jeugdhulpaanbieder na een medische verwijzing stellen de gemeenten van de Jeugdhulpregio FoodValley een protocol “Jeugdhulp na verwijzing door huisarts, medisch specialist en jeugdarts” op, waaraan de jeugdhulpaanbieder gehouden is. Dit protocol is onderdeel van de gesloten overeenkomst met de jeugdhulpaanbieder en is te vinden op: https://www.jeugdfv.nl/aanbieders/documenten-en-downloads.
Het college is bij een verwijzing zoals bedoeld in het eerste lid niet verplicht jeugdhulp te vergoeden geleverd door een jeugdhulpaanbieder waarmee de gemeente geen contractrelatie heeft, tenzij het college met de gecontracteerde jeugdhulpaanbieders niet in staat is de bij de verwijzing passende jeugdhulp te laten leveren.
Het college verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel 8, van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn situatie en maakt vervolgens zo spoedig mogelijk met hem een afspraak voor een gesprek. Hierbij brengt het college de jeugdige en zijn ouders op de hoogte van de mogelijkheid om binnen een redelijke termijn een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet op te stellen. Als de jeugdige en zijn ouders daarom verzoeken, draagt het college zorg voor ondersteuning bij het opstellen van een familiegroepsplan.
Voor het gesprek verschaffen de jeugdige en/of zijn ouders aan het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. De jeugdige en/of zijn ouders verstrekken in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage.
Artikel 8 Onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte (het gesprek)
Bij het onderzoek informeert het college de jeugdige of zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger over welke mogelijkheden bestaan om te kiezen voor de verstrekking van een pgb. Het college licht de jeugdige of zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen in over de gevolgen van die keuze.
Artikel 9. Onderzoek naar draagkracht en draaglast (eigen kracht)
Een gezonde draagkracht betekent dat ouders of andere huisgenoten onderling zorg kunnen dragen voor normale, dagelijkse hulp. Ouder(s) zijn verplicht de tot hun gezin behorende minderjarige kinderen te verzorgen, op te voeden en toezicht op hen te houden. Dit geldt ook als sprake is van een minderjarig kind met een ziekte, aandoening of beperking. Voor zover het van toepassing is en tot de mogelijkheden behoort dat ouders hun kinderen zelf hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf bieden, kent het college geen individuele voorziening jeugdhulp toe.
Als de noodzakelijke hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf van ouders voor hun kinderen voor wat betreft de aard, frequentie en benodigde tijd voor deze handelingen zwaarder is dan de zorg die kinderen van dezelfde leeftijd redelijkerwijs nodig hebben, neemt het college in haar onderzoek (als bedoeld in artikel 8) de balans tussen draaglast en draagkracht mee. Het college bepaalt of de draagkracht van het gezin om zelf de nodige ondersteuning, hulp en zorg te kunnen bieden in overeenstemming is met de draaglast, op basis van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouders, samen met de personen die tot hun sociale omgeving behoren en beschikbare voorliggende voorzieningen.
Het college maakt voor wat betreft het vaststellen van de balans tussen draagkracht als bedoeld in het eerste lid en draaglast als bedoeld in het tweede lid een onderscheid in kortdurende en langdurende situaties: - Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het (gezondheids)probleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige. Het gaat hierbij over een aaneengesloten éénmalige periode van maximaal drie maanden in één kalenderjaar. - Langdurend: het gaat om chronische situaties waarbij naar verwachting de jeugdhulp langer dan drie maanden nodig zal zijn of meerdere periodes van drie maanden in één kalenderjaar.
In kortdurende situaties neemt het college aan dat draagkracht en draaglast in balans zijn en bieden ouder(s) of huisgenoten alle vormen van hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf zelf, tenzij dit gezien de aard van de benodigde hulp (geheel of gedeeltelijk) niet van ouder(s) of huisgenoten mag worden verwacht. In langdurende situaties bieden ouder(s) of huisgenoten alle vormen van hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf zelf als het college op basis van algemeen aanvaarde maatstaven vaststelt dat draaglast en draagkracht in balans zijn, tenzij dit gezien de aard van de benodigde hulp (geheel of gedeeltelijk) niet van ouder(s) of huisgenoten mag worden verwacht.
Het college kan een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie (medisch adviseur) om advies vragen indien het dit van belang acht voor de beoordeling van de aanvraag om een gemeentelijke vangnetvoorziening. Het college betrekt de cliënt en zijn eventuele gemachtigde of mantelzorger bij de adviesaanvraag en informeert hem over de uitkomsten daarvan.
Artikel 13 Deskundig onderzoek, deskundige toeleiding en beoordeling
De uitvoeringstaken in het kader van de Jeugdwet kunnen extern zijn belegd of de besluitvorming op aanvragen voor jeugdhulp kan zijn gemandateerd aan andere bestuursorganen of aanbieders. In die gevallen draagt het college zorg voor het voorkomen van een rolvermenging bij advisering, gemandateerde besluitvorming en levering van individuele voorzieningen door deze partijen.
Hoofdstuk 4 Afbakening andere wetten
Artikel 15. Afbakening Jeugdwet met andere wetten
Op grond van artikel 1.2 lid 1 sub b van de Jeugdwet treft het college geen voorziening als naar het oordeel van het college met betrekking tot de problematiek een aanspraak bestaat op een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling, zoals de Wet op passend onderwijs, Wet langdurige zorg (Wlz), de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015), de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Participatiewet.
Artikel 16. Afbakening Jeugdwet en Wet op passend onderwijs
Als de jeugdige naast het behalen van onderwijsdoelen begeleiding en/of persoonlijke verzorging nodig heeft op school in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen of psychische problemen en stoornissen, valt de ondersteuning – voor zover aan de voorwaarden voor toekenning wordt voldaan - onder de jeugdhulpplicht van de Jeugdwet.
Als op basis van wettelijke bepalingen onduidelijk is of de hulpvraag valt onder de Wet passend onderwijs of onder de Jeugdwet, dan rust op het college de verplichting om in samenwerking met het onderwijs met behulp van het onderzoeksverslag en het ontwikkelperspectief tot een passende oplossing te komen voor de hulpvraag.
Artikel 17. Afbakening Jeugdwet en de Wet langdurige zorg
Als een jeugdige recht heeft op ondersteuning vanuit de Wlz zoals genoemd in het tweede en vierde lid van dit artikel, die overeenkomt met de aangevraagde ondersteuning op grond van de Jeugdwet, gaat de Wlz in rangorde voor op de Jeugdwet en treft het college geen individuele voorziening op grond van de Jeugdwet.
Een uitzondering op het eerste lid is wanneer er meerdere oorzaken ten grondslag liggen aan de problemen van de jeugdige en er daardoor recht is op een soortgelijke voorziening op grond van zowel de Jeugdwet als de Wlz. In dat geval is het college gehouden een individuele voorziening op grond van de Jeugdwet te treffen voor zover aan de voorwaarden voor toekenning wordt voldaan.
Wanneer de jeugdige en/of de ouder(s) weigeren mee te werken aan het verkrijgen van een indicatiebesluit Wlz terwijl er gegronde redenen zijn die aannemelijk maken dat de jeugdige een indicatie voor Wlz-zorg zou kunnen krijgen, weigert het college een individuele voorziening op grond van de Jeugdwet.
Als de jeugdige een Wlz-indicatie heeft en daarnaast een behandeling nodig heeft voor een psychische stoornis, valt deze behandeling – voor zover aan de voorwaarden voor toekenning wordt voldaan - onder de jeugdhulpplicht van de Jeugdwet, tenzij de behandeling integraal onderdeel uitmaakt van de geboden behandeling vanuit de Wlz.
Artikel 18. Afbakening Jeugdwet en Zorgverzekeringswet
Als de jeugdige medisch noodzakelijke zorg nodig heeft die niet is gericht op psychische problemen en stoornissen of psychosociale problemen, dan valt dit niet onder de jeugdhulpplicht van de Jeugdwet en is er geen recht op een individuele voorziening op basis van de Jeugdwet, behoudens het bepaalde in artikel 1.1 Jeugdwet. Voorbeelden van zorg op basis van de Zvw zijn:
Een uitzondering op het eerste lid is wanneer er meerdere oorzaken ten grondslag liggen aan de problemen van jeugdige en er daardoor recht is op een soortgelijke voorziening op grond van zowel de Jeugdwet als de Zvw. In dat geval is het college gehouden een individuele voorziening op grond van de Jeugdwet te treffen voor zover aan de voorwaarden voor toekenning wordt voldaan.
Artikel 19. Afbakening Jeugdwet en Wet maatschappelijke ondersteuning 2015
Als naar het oordeel van het college met betrekking tot de problematiek een aanspraak bestaat op een voorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, dan verleent het college geen voorziening op grond van de Jeugdwet. Het betreft dan bijvoorbeeld:
Hoofdstuk 6 Persoonsgebonden budget
Artikel 23. Onderscheid professionele aanbieder en informele aanbieder
Van een professionele aanbieder is sprake indien de hulp verleend wordt door één van de onderstaande personen, met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad van de budgethouder:
Personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en die beschikken over de relevante zorg gerelateerde diploma’s en een recent afgegeven VOG die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of;
Personen die aangemerkt zijn als Zelfstandige Zonder Personeel (ZZP). Daarnaast moeten deze personen ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante zorg gerelateerde diploma’s en recente VOG die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of;
Artikel 24. Voorwaarden voor ondersteuning door een professionele aanbieder
De kwaliteit van de met het pgb ingekochte professionele ondersteuning, voldoet minimaal aan dezelfde eisen die de gemeente stelt aan de gecontracteerde zorgaanbieders die vergelijkbare ondersteuning leveren. Deze eisen zijn vastgelegd in de Deelovereenkomsten van de Foodvalley: www.jeugdfv.nl/aanbieders/inkoop (laatste versie).
Artikel 25. Voorwaarden ondersteuning door een informele aanbieder
Artikel 26. Hoogte van het pgb en declaratie
Onverminderd het tweede lid, wordt voor de bepaling van de omvang van het persoonsgebonden budget dat wordt uitbetaald aan een persoon die behoort tot het sociale netwerk van de jeugdige en/of zijn ouders en de persoon die niet als jeugdprofessional wordt aangemerkt, aangesloten bij de Wet minimumloon. Hierbij wordt de toepasselijke norm, geldend per 1 januari 2025, vermeerderd met het geschatte indexatiepercentage voor een periode van 4 jaar. Dit betekent dat:
Als de cliënt langer dan twee maanden verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet kan het college de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor de duur van de opname.
Hoofdstuk 7 Overige bepalingen
Artikel 28. Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen individuele voorzieningen en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet
Het college treft de nodige maatregelen om misbruik of het oneigenlijk gebruik van individuele voorzieningen tegen te gaan. Tot deze maatregelen behoren in ieder geval:
het maken van afspraken met jeugdhulpaanbieders over de facturatie, resultaatsturingen, accountantscontrole en productieverantwoordingen, zodat declaraties en uitbetalingen in overeenstemming zijn met de contractuele afspraken, de leveringsopdracht, de prestatieafspraken en de feitelijk geleverde prestaties;
Onverminderd artikel 8.1.2 van de Jeugdwet doen een jeugdige of zijn ouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening of pgb.
Indien het college een beslissing op grond van het derde lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten pgb.
Artikel 29. Onderzoek naar recht- en doelmatigheid individuele voorzieningen en pgb’s
Het college wijst één of meerdere toezichthouders aan die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van een rechtmatige en doelmatige uitvoering van het bepaalde bij of krachtens de wet en deze verordening, waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van de wet en de verordening.
Voor zover de toezichthoudende ambtenaar door inzage in bescheiden bij de vervulling van zijn taak dan wel door verstrekking van gegevens in het kader van een melding gegevens, daaronder begrepen bijzondere persoonsgegevens als bedoeld in de Algemene verordening gegevensbescherming, heeft verkregen, ter zake waarvan de beroepskracht uit hoofde van zijn beroep tot geheimhouding verplicht is, geldt gelijke verplichting voor de toezichthoudende ambtenaar.
Het college voert een actief fraudepreventiebeleid. Onderdeel van dit beleid is dat het college cliënten en betrokken derden informeert over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een individuele voorziening zijn verbonden en over de consequenties van misbruik en oneigenlijk gebruik daarvan.
Het college kan onderzoek doen naar de reden van de beëindiging van de aanspraak op een voorziening en op basis daarvan besluiten nemen met betrekking tot de rechtmatigheid van de voorziening en de wederzijds tussen het college en de jeugdige of zijn ouder resterende verplichtingen en de afhandeling daarvan.
Artikel 31. Maatregelen bij onrechtmatigheid
Als uit onderzoek van de toezichthouder blijkt dat de ondersteuning niet conform de gestelde (kwaliteits-) eisen is geleverd of onrechtmatig is gedeclareerd dan handelt het college conform artikel 18 van de regionale procesovereenkomst (https://www.jeugdfv.nl/fileadmin/jeugd_foodvalley/Procesovereenkomsten/Procesovereenkomst_1_januari_2025__CS_.pdf).
Artikel 32. Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering
Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, rekening met:
Artikel 33. Betrekken van ingezetenen bij het beleid
Het college stelt cliënten en vertegenwoordigers van cliëntgroepen vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende jeugdhulp te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende jeugdhulp, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen.
Vastgesteld in de openbare vergadering van 28 mei 2025.
De raad voornoemd,
de griffier,
de voorzitter,
Bijlage 1: SOORTEN VOORZIENINGEN
Categorie A - soorten overige voorzieningen
|
Aantal gesprekken (ongeveer 5) + follow up na 5 maanden Korte individuele training/cursus en andere kortdurende interventies Langdurige ondersteuning door vrijwilligers |
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-251706.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.