Gemeenteblad van Westland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Westland | Gemeenteblad 2025, 251004 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Westland | Gemeenteblad 2025, 251004 | beleidsregel |
Beleidsregels Bijzondere Bijstand en Individuele Inkomenstoeslag gemeente Westland 2025
Het college van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westland,
Het college het wenselijk vindt om aan te geven in welke situaties en onder welke voorwaarden een inwoner in aanmerking kan komen voor een vergoeding bijzondere bijstand;
Hoofdstuk 1 ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 4 Vorm van de bijstand aan zelfstandigen
Analoog aan de verstrekking van de uitkering levensonderhoud van het Bbz, wordt de bijzondere bijstand aan zelfstandigen verstrekt in de vorm van een lening. Als na afloop van een boekjaar de Bbz-uitkering voor levensonderhoud omgezet wordt in een verstrekking om niet, omdat het inkomen lager dan of gelijk is aan de bijstandsnorm, wordt de verleende bijzondere bijstand ook omgezet naar een verstrekking om niet.
Artikel 5 Toegang tot bijzondere bijstand
Op de toegang tot de bijzondere bijstand zijn de volgende normen van toepassing:
|
% Inkomen gebaseerd op de van toepassing zijnde bijstandsnorm |
||
|
||
Wanneer een aanvrager een inkomen heeft dat hoger is dan de toegang, wordt de draagkracht in het inkomen berekend zoals beschreven in artikel 8. Dit geldt niet voor de regelingen die betrekking hebben op de gemeentepolis, de TPAZ en de computerregeling.
Draagkracht is dat deel van het inkomen of vermogen, genoemd in artikel 35, lid 1 van de wet, dat belanghebbende moet inzetten om de bijzondere kosten te voldoen.
Artikel 6 Draagkracht algemeen
De draagkracht wordt telkens voor de periode van 12 maanden vastgesteld, ingaande per de eerste van de maand waarin de aanvraag is gedaan. Draagkracht wordt zo veel mogelijk ineens in mindering gebracht op de te verstrekken bijzondere bijstand. Bij een inkomenswijziging van meer dan 50% per maand dient de draagkracht voor de resterende draagkrachtperiode opnieuw te worden vastgesteld. Voor aanvragen periodieke bijzondere bijstand wordt de draagkracht vastgesteld tot en met het einde van het betreffende kalenderjaar, waarna deze in de eerste van het nieuwe kalenderjaar opnieuw wordt beoordeeld.
Draagkracht wordt vastgesteld aan de hand van de inkomsten in de maand voorafgaand aan de aanvraag. Tenzij de aanvraag om bijzondere bijstand samenvalt met een aanvraag levensonderhoud op grond van de wet. In dat geval wordt de draagkracht vastgesteld op nihil. In het geval van wisselende inkomsten wordt het gemiddelde van een periode van 3 maanden in ogenschouw genomen.
Belanghebbende(n) met een uitkering voor levensonderhoud op grond van het Bbz en belanghebbenden met een regeling op grond van schuldhulpverlening (en deze nakomen), toegelaten zijn tot de WSNP of op wiens inkomen volledig beslag ligt, worden niet geacht over draagkracht te beschikken. Zij voldoen daarmee aan de toegangseisen van artikel 5 en kunnen, voor zover zij voldoen aan de voorwaarden van de Participatiewet, in aanmerking komen voor bijzondere bijstand.
Artikel 7 Draagkracht in het vermogen
In afwijking van het genoemde in lid 1 wordt bij een aanvraag voor algemene kosten van het bestaan (genoemd in hoofdstuk 4 en 5) géén vermogensvrijlating op grond van artikel 34, lid 2 onder c en lid 3 van de wet toegepast. Hierbij wordt, vanwege de verschillende betalingsmomenten van inkomsten 1,5 keer de op aanvrager van toepassing zijnde bijstandsnorm vrijgelaten en het overige in zijn geheel in aanmerking genomen.
Artikel 8 Draagkracht in het inkomen
Wanneer een aanvraag om de computerregeling, Gemeentepolis Westland of TPAZ wordt gedaan, waarbij het inkomen hoger is dan 120% van de bijstandsnorm, wordt de aanvrager geacht voldoende draagkracht te bezitten en bestaat er geen recht op toegang tot de computerregeling, Gemeentepolis Westland en TPAZ.
Hoofdstuk 4 DUURZAME GEBRUIKSGOEDEREN EN WONINGINRICHTING
Het uitgangspunt is dat kosten van vervanging of aanschaf van gebruiksgoederen en inrichting behoren tot de algemene kosten van het bestaan. Men wordt geacht voor deze kosten te reserveren en te betalen uit het inkomen, het vermogen of de individuele inkomenstoeslag.
Draagkracht: 100% van het inkomen boven de bijstandsnorm en 100% van het beschikbare vermogen.
Artikel 10 Kosten van woninginrichting en duurzame gebruiksgoederen
Bij de vaststelling van de hoogte van de bijzondere bijstand wordt gezocht naar de goedkoopste en passende oplossing in het individuele geval. Als gemeente stimuleren wij de mogelijkheden van gebruikte goederen via kringloopwinkels en het particuliere aanbod via internet. Voor witgoed gaan we uit van het aanschaffen van energiezuinige apparaten die minimaal het energielabel D hebben.
De bedragen die maximaal als renteloze lening worden verstrekt voor delen van de woninginrichting en duurzame gebruiksgoederen bedragen maximaal 50% van de genoemde bedragen in de prijzengids van het Nibud. Voor witgoedapparaten geldt een uitzondering. Deze worden verstrekt tot maximaal 100% van het aangeschafte apparaat als dat apparaat voldoende energiezuinig is en minimaal het energielabel D heeft.
Deze kosten behoren tot de algemene kosten van bestaan en moeten uit het inkomen, het vermogen of de individuele inkomenstoeslag worden betaald. Alleen op grond van bijzondere omstandigheden waarbij de gemeente de noodzaak heeft vastgesteld, kan bijstand verleend worden voor het verhuizen van verhuisbare goederen, opknapkosten en stofferingskosten.
Draagkracht: 100% van het inkomen boven de bijstandsnorm en 100% van het beschikbare vermogen.
Deze kosten behoren tot de algemene kosten van bestaan en de eigen verantwoording van de belanghebbende(n). In het geval een beroep op bijzondere bijstand moet worden gedaan, op grond van lid 3 t/m 6 van dit artikel, is de bijstand bedoeld als overbrugging naar de situatie tot deze kosten wel weer uit het inkomen kunnen worden voldaan.
Het gestelde in lid 5 is in zijn geheel overeenkomstig van toepassing bij bewoning van een woning in eigendom, waarvan de woonkosten gelet op artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag wél een belemmering vormt voor huurtoeslag, indien het een huurwoning zou betreffen en voor zover het een reële maandelijkse hypotheeklast betreft. Hierbij geldt een verlaging van de woonlasten via de hypotheekverstrekker en interventie door de gemeentelijke schuldhulpverlening als voorliggende voorziening op bijstand.
Jongeren onder de 23 jaar zonder kinderen, die een beroep doen op woonkostentoeslag omdat zij een woning bewonen waarvan de hoogte van de woonkosten gelet op artikel 13 lid 1 sub b van de Wet op de huurtoeslag wél een belemmering vormt voor toekenning van huurtoeslag, komen niet in aanmerking voor woonkostentoeslag. Uitzondering hierop betreft statushouders jonger dan 23 jaar die in het kader van de taakstelling bedoeld in artikel 28 van de Huisvestingswet 2014 een woning boven de voor hen van toepassing zijnde huurtoeslaggrens krijgen toegewezen.
Artikel 13 Aanvulling levensonderhoud jongeren 18 t/m 20 jaar
Een jongere van 18, 19 of 20 jaar heeft slechts recht op bijzondere bijstand voor zover de bestaanskosten uitgaan boven de bijstandsnorm en voor deze kosten geen beroep kan worden gedaan op de ouders, omdat de middelen van de ouders niet toereikend zijn of de belanghebbende redelijkerwijs het onderhoudsrecht jegens de ouders niet te gelde kan maken.
De aanvullende bijzondere bijstand bedraagt het verschil tussen de norm voor een alleenstaande (ouder) van 21 jaar of ouder en de norm voor een alleenstaande (ouder) van 18, 19 of 20 jaar als bedoeld in artikel 21 van de wet. In geval van gehuwden die beide jonger zijn dan 21 jaar wordt de hoogte van de bijzondere bijstand gerelateerd aan de norm voor gehuwden waarvan 1 persoon jonger is dan 21 jaar.
Als een jongere van 18, 19 of 20 jaar in een inrichting verblijft en geen beroep kan doen op zijn ouders, omdat de middelen van de ouders niet toereikend zijn of de belanghebbende redelijkerwijs het onderhoudsrecht jegens de ouders niet te gelde kan maken, dan bedraagt de hoogte van de bijzondere bijstand het bedrag van de norm uit artikel 20, lid 1 onder a van de wet.
Hoofdstuk 6 INDIVIDUELE BIJZONDERE KOSTEN
Draagkracht: Hoofdstuk 2 van deze beleidsregels is van toepassing op de individuele bijzondere kostensoorten. De bijzondere bijstand wordt in principe om niet verstrekt.
Artikel 14 Overbruggingsuitkering
In uitzonderlijk schrijnende situaties kan de belanghebbende, die over geen of onvoldoende middelen beschikt om in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan te kunnen voorzien vanaf de aanvang van de bijstandsverlening tot de eerste uitbetaling van de algemene bijstand, een aanvraag indienen voor een overbruggingsuitkering. Het college bepaalt of sprake is van een dergelijke situatie;
Artikel 15 Kosten van de kinderopvang
In het geval er sprake is van ‘doelgroepkinderen’ die vanuit de beoordeling van Stichting Jeugdgezondheidszorg Zuid Holland West (JGZ-ZHW) in aanmerking komen voor Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) wordt bijzondere bijstand verstrekt voor de eigen bijdrage in de kosten van gesubsidieerde peuteropvang met VVE.
Als gevolg van bijzondere omstandigheden kan tijdelijk extra behoefte aan vervoer buiten de regio optreden, waarvoor in de individuele situatie bijzonder bijstand kan worden verstrekt. Reiskosten worden geacht te kunnen worden betaald uit het inkomen ter hoogte van de bijstandsnorm. Hieronder vallen ook incidentele bezoeken aan een ziekenhuis, tandarts of psycholoog/psychiater. Voor deze incidentele reizen binnen een straal van 10 kilometer kan tegen een redelijke vergoeding gebruik worden gemaakt van regiovervoer. Deze kosten worden niet vergoed;
Voor de reiskosten van bezoek aan een tot een normaliter tot het gezin behorend gezinslid verblijvend in een voorziening zoals onder meer: het ziekenhuis, in detentie, een asielzoekerscentrum of in een (verpleeg)inrichting of in een andere soortgelijke voorziening verblijvend, wordt bijzondere bijstand verstrekt.
Artikel 22 Individuele inkomenstoeslag ( behorend bij de Verordening individuele inkomenstoeslag 2023)
Individuele inkomenstoeslag is een aanvulling op het inkomen voor personen die gedurende een periode van 36 maanden een inkomen hebben van 110% of lager van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Het college beoordeelt aan de hand van de individuele omstandigheden van het geval of de aanvrager geen uitzicht op inkomensverbetering heeft. Hierbij neemt het college in ieder geval in aanmerking:
Het dagelijks bestuur kan in bijzondere gevallen, in het voordeel van de belanghebbende, afwijken van deze uitvoeringsregels, als toepassing van deze regels tot onbillijkheden van overwegende aard leidt en wetten in formele zin daardoor niet worden doorkruist.
Indien de bijstand niet besteed wordt aan het doel waarvoor deze is verstrekt, kan het recht op bijstand herzien worden en/of teruggevorderd overeenkomstig artikel 58 van de wet.
Aldus vastgesteld te Naaldwijk op 3 juni 2025,
Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Westland,
de secretaris,
M.L.M. Weerts
de burgemeester,
B.R. Arends
Toelichting Artikelsgewijze toelichting Beleidsregels Bijzondere Bijstand en Individuele Inkomenstoeslag gemeente Westland 2025, onder meer vanwege geïndexeerde bedragen.
Hoofdstuk 1 ALGEMENE BEPALINGEN
In deze beleidsregels worden dezelfde begripsbepalingen gebruikt als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht. Dit artikel verduidelijkt enkele begrippen uit de Participatiewet en legt begrippen vast die niet in de Participatiewet zijn vastgelegd.
Er moet sprake zijn van kosten waar nog niet in is voorzien. Het uitgangspunt is dat als al in de kosten is voorzien er geen bijstand meer nodig. Soms is het niet mogelijk omdat de kosten zich plotseling voordoen of omdat van te voren niet duidelijk is dat of welke kosten er betaald moeten worden. In dat geval kan binnen 3 maanden na ontvangst van de factuur toch een aanvraag in behandeling worden genomen.
Artikel 3 Hoogte bijzondere bijstand
Artikel 4 Vorm van de bijstand aan zelfstandigen
Een zelfstandige met een uitkering voor levensonderhoud heeft op het moment van aanvraag een nog niet vast te stellen inkomen. Daarom wordt bijzondere bijstand in de vorm van een lening verstrekt. Blijkt na afloop van het boekjaar dat het inkomen voldeed aan de voorwaarde voor bijzondere bijstand, dan wordt de lening omgezet in een ‘om niet’ verstrekking.
Artikel 5 Toegang tot bijzondere bijstand
Dit artikel bepaalt met welk inkomen er recht bestaat op de verschillende vergoedingen. Wanneer iemand een inkomen heeft dat lager is dan de toegangsgrens, dan bestaat er recht op bijzondere bijstand.
Onder de van toepassing zijnde bijstandsnorm in dit artikel wordt de bijstandsnorm inclusief vakantiegeld verstaan. Bij de toegang tot bijzondere bijstand wordt de kostendelersnorm niet toegepast en afstemmingen op de bijstandsnorm niet meegenomen.
Is het inkomen hoger dan de toegangsgrenzen, dan moet een draagkrachtberekening plaatsvinden over het meerdere inkomen boven de toegangsgrens. Dit is niet het geval bij alle regelingen. Bij het desbetreffende artikel wordt vermeld waar rekening mee wordt gehouden. Voor deze vergoedingen geldt alleen de toegangsgrens, en wordt geen draagkrachtberekening gemaakt. Ook hoeft er geen draagkrachtberekening te worden uitgevoerd voor belanghebbenden die geacht worden geen draagkracht te hebben omdat er sprake is van Bbz-levensonderhoud, beslag, een minnelijke schuldhulpregeling of toelating tot de WSNP.
Artikel 6 Draagkracht algemeen
Dit artikel bepaalt met welk inkomen rekening gehouden moet worden voor de draagkrachtberekening.
De kostendelersnorm is bedoeld om het schaalvoordeel van het kunnen delen van woonkosten in de norm te verwerken. Bijzondere bijstand is voor individuele kosten. Deze kosten worden niet lager door het kunnen delen van de woonkosten. De kostendelersnorm wordt daarom niet toegepast bij de bijzondere bijstand.
Draagkracht is niet van toepassing op de computerregeling, de gemeentepolis en de TPAZ omdat dit verstrekkingen in natura en/of producten zijn. Het recht is afhankelijk van de toegangseis zoals in artikel 5 is opgenomen. Inkomen of vermogen boven de gestelde inkomens- en vermogensgrenzen geven geen recht op de verstrekkingen.
Het college neemt bij de draagkrachtvaststelling alleen inkomsten en vermogen in aanmerking die feitelijk kunnen worden aangewend om te voorzien in de kosten waarvoor bijzondere bijstand is gevraagd. Daarom worden belanghebbende(n) met een uitkering voor levensonderhoud op grond van het Bbz en belanghebbenden met schuldhulpverlening niet geacht over draagkracht te beschikken.
Een ‘belanghebbende met schuldhulpverlening’ is iemand met een schuldsaneringsregeling op grond van de Wsnp of een minnelijke schuldregeling. De belanghebbende verkeert in het voortraject of reeds in een lopende schuldregeling en kan daarmee aanspraak kan maken op bijzondere bijstand. Dit sluit aan bij de omschrijving uit de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (het ondersteunen bij het vinden van een adequate oplossing gericht op de aflossing van schulden indien redelijkerwijs is te voorzien dat een natuurlijke persoon niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, alsmede de nazorg.)
Voorwaarde is dat de belanghebbende goed meewerkt mee aan aflossen en/of reserveren voor het afbetalen van de schulden.
Belanghebbenden op wiens inkomen beslag ligt beschikken ook niet over draagkracht. Want hij kan dat inkomensdeel immers niet feitelijk besteden, is ter zake niet beschikkingsbevoegd en kan ook niet aan de beslaglegende partij vragen om dat inkomensdeel aan hem uit te betalen.
Artikel 7 Draagkracht in het vermogen
Artikel 8 Draagkracht in het inkomen
Het meerinkomen is het inkomen dat meer is dan de gestelde toegang in artikel 5 van deze beleidsregels. Het kan dus gaan om het meerdere inkomen boven 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, of het meerdere inkomen boven 100% van de bijstandsnorm.
Artikel 31, lid 2 is van toepassing bij het bepalen wat inkomen is. Hierdoor wordt de toeslag alleenstaande ouders (ALO-kop) van het kindgebonden budget, vallend onder de Awir, niet meegerekend als inkomen.
Met ingang van 1 januari 2015 bestaat het inkomen van de alleenstaande ouder in de bijstand uit 70% van het sociaal minimum plus vrijlating van de toeslag alleenstaande ouders (ALO-kop) van het kind budget.
Het percentage van 110% van de alleenstaande norm geeft een lagere toegang. De verhoging van het kindgebonden budget met de tegemoetkoming voor alleenstaande ouders (ALO-kop) verhoogt echter het totale inkomen van de alleenstaande ouder. De alleenstaande ouder behoudt de tegemoetkoming voor alleenstaande ouders wanneer werk wordt aanvaard. Het totale inkomen stijgt, en het inkomen gaat vooruit bij uitstroom. Een iets lagere toegang is daarmee gerechtvaardigd, omdat de alleenstaande ouder via het kindgebonden budget en de toeslag alleenstaande ouders wordt gecompenseerd.
Medische kosten komen niet in aanmerking voor bijzondere bijstand. De vergoedingen vanuit de Zvw en de Wlz zijn voorliggende voorzieningen die passend en toereikend worden geacht. Indien de voorliggende voorziening de kosten niet vergoedt, zijn deze niet noodzakelijk en kan daarvoor ook geen bijzondere bijstand worden verleend.
Wanneer men geen gebruik wenst te maken van de Gemeentepolis CAV Westland kan men op grond van de regeling Tegemoetkoming Premie Aanvullende Zorgverzekering in aanmerking komen voor premievergoeding. De hoogte van deze vergoeding is gelijk aan tot het maximale bedrag van de premievergoeding van de Gemeentepolis AV Standaard.
Hoofdstuk 4 DUURZAME GEBRUIKSGOEDEREN EN WONINGINRICHTING
Het uitgangspunt is dat kosten van vervanging of aanschaf van gebruiksgoederen en inrichting behoren tot de algemene kosten van het bestaan. Men wordt geacht voor deze kosten te reserveren en te betalen uit het inkomen, het vermogen of de individuele inkomenstoeslag.
Draagkracht: 100% van het inkomen boven de bijstandsnorm en 100% van het beschikbare vermogen.
Artikel 10 Kosten van woninginrichting en duurzame gebruiksgoederen
Wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden bijstandsverlening toch noodzakelijk is, kan een renteloze lening worden verstrekt. De bedragen die maximaal als renteloze lening worden verstrekt voor volledige woninginrichting en duurzame gebruiksgoederen zijn afhankelijk van de samenstelling van het gezin en op basis van onderstaande tabellen.
De bedragen die maximaal als renteloze lening worden verstrekt voor delen van de woninginrichting en duurzame gebruiksgoederen bedragen maximaal 50% van de genoemde bedragen in de prijzengids van Nibud. Voor witgoedapparaten geldt een uitzondering. Deze moeten minimaal het energielabel C hebben en de bijstand wordt verstrekt tot maximaal 100% van het aangeschafte apparaat.
De ontvanger van de bijstand kan voor de duur van 10 jaar geen beroep doen op bijstand voor woninginrichting en duurzame gebruiksgoederen. De termijn voor 10 jaar wordt door het Nibud aangegeven voor de levensduur van de aangeschafte goederen voor de inrichting van een woning.
Bij de verstrekking van de leenbijstand voor woninginrichting en duurzame gebruiksgoederen wordt uitgegaan dat de verstrekte bijstand wordt besteed aan de inrichting van de woning. Er kan controle van de besteding van de bijstand plaatsvinden.
Inboedelpakketten voor één volwassene (tabel 1A)
Inboedelpakketten voor twee volwassenen (tabel 1B)
Inboedelpakketten voor gezinshereniging met partner (tabel 2A)
Inboedelpakketten voor gezinshereniging zonder partner (tabel 2B)
Zijn er meer dan 4 kinderen dan wordt de stofferingskosten verhoogd met € 50 perinwonend minderjarig kind. De inrichtingskosten wordt verhoogd met € 400 per inwonend minderjarige kind.
Indien een gezinshereniging tot stand komt bij urgentie of een statushouder wordt tabel 2A en 2B gehanteerd. Voorwaarde hiervan is dat de gezinshereniging wordt gerealiseerd binnen 24 maanden.
Deze kosten behoren tot de algemene kosten van bestaan en moeten in beginsel uit het inkomen, het vermogen of de individuele inkomenstoeslag worden betaald. Alleen op grond van bijzondere omstandigheden waarbij de gemeente de noodzaak heeft vastgesteld, kan bijstand verleend worden door (1) de vertrekkende gemeente voor het verhuizen van verhuisbare goederen en (2) opknapkosten en inrichtingskosten door de gemeente van vestiging.
Draagkracht: 100% van het inkomen boven de bijstandsnorm en 100% van het beschikbare vermogen.
Artikel 11 Kosten in verband met verhuizing en stofferingskosten
Er is sprake van urgentie in die gevallen die voldoen aan de voorwaarden van een urgentieverklaring.
Bij een medische urgentie is de huidige woonsituatie onvoldoende passend voor de gezondheidssituatie van de belanghebbende en de benodigde zorg kan niet in de huidige woning worden aangeboden c.q. de woning is niet geschikt te maken. De persoonlijke situatie is bepalend voor het toekennen van deze urgentie.
Een verhuisverplichting zoals bedoeld bij de woonkostentoeslag wordt gelijkgesteld aan een urgentieverklaring.
De in artikel 11, lid 2 onder d genoemde noodzakelijke stofferingskosten worden vastgesteld naar gezinssamenstelling en op basis van de tabellen zoals benoemd in de toelichting op artikel 10. In geval van statushouders wordt de COA-toelage aangemerkt als een voorliggende voorziening.
Bij de verstrekking van de gift voor stofferingskosten wordt ervan uit gegaan dat de verstrekte bijstand wordt besteed aan het stofferen van de woning. Er vindt geen controle van de besteding van de bijstand plaats.
Gemeente Westland is verplicht op grond van de taakstelling huisvesting vergunninghouders een bepaald aantal vergunninghouders te huisvesten. Bij het toewijzen van de plaatsen vergunninghouders wordt geen rekening gehouden met de leeftijd van de vergunninghouder. De woningbouwverenigingen in Westland hebben bijna geen woningen voor jongeren tot 23 jaar. Deze jongeren worden noodgedwongen in woningen geplaatst waarvan de rekenhuur te hoog is om huurtoeslag te kunnen ontvangen. Deze jongeren komen daarom in aanmerking voor woonkostentoeslag. Er is immers geen voorliggende voorziening en de kosten zijn noodzakelijke kosten van het bestaan die veroorzaakt worden voor bijzondere omstandigheden.
Lid 3 geeft een inspanningsplicht aan. Onder het verrichten van inspanning moet men denken aan; ingeschreven staan bij Woonnet Haaglanden, consistent reageren op woningen en eventueel ook inschrijven bij andere regio’s.
Artikel 13 Aanvulling levensonderhoud jongeren 18 t/m 20 jaar
Bij de beoordeling van een aanvraag om bijzondere bijstand voor de noodzakelijke bestaanskosten voor een jongere, rust op of namens het college de plicht om zich een zo goed mogelijk beeld te vormen van de hoogte van de noodzakelijke bestaanskosten van de aanvrager. Daarbij zullen zij onder andere in aanmerking kunnen nemen of voor de aanvrager zelfstandige huisvesting wel of niet noodzakelijk is. Er is dus een gericht onderzoek naar alle van belang zijnde omstandigheden van de aanvrager nodig 2
Ouders van de belanghebbende wordt verzocht om in het kader van de beoordeling van de aanvraag gegevens aan te leveren. Het niet (tijdig) inleveren van deze gegevens kan worden gezien als weigering om mee te werken aan het onderzoek.
Voor een jongere van 18,19 of 20 jaar die in een inrichting verblijft, kan als de ouders financieel niet kunnen bijdragen, zak en kleedgeld verstrekt worden die is afgestemd op de jongerennorm.
Hoofdstuk 6 INDIVIDUELE BIJZONDERE KOSTEN
Draagkracht: Hoofdstuk 2 van deze beleidsregels is van toepassing op de individuele bijzondere kostensoorten. De bijzondere bijstand wordt om niet verstrekt.
Artikel 14 Overbruggingsuitkering
Salarissen en maanduitkeringen worden in het algemeen achteraf betaald. Iemand die een bijstandsuitkering voor levensonderhoud gaat ontvangen kan dus de periode tussen de ingangsdatum van de uitkering en de eerste volledige uitbetaling zelf overbruggen. Het komt echter voor dat iemand de periode tot de eerste volledige uitbetaling niet kan overbruggen, omdat er voorafgaand aan de uitkering geen inkomen was of een inkomen met een ander betalingsritme. Er is sprake van een “platzak” situatie, die op geen enkele andere wijze kan worden opgelost.
Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan;
In dergelijke situaties is een overbrugging via de bijzondere bijstand mogelijk. In beginsel gaat het hier om bijstand “om niet”. Wanneer het overbruggingsprobleem echter geheel of gedeeltelijk een gevolg is van ongenoegzaam besef van verantwoordelijkheid is het mogelijk om de overbrugging in de vorm van leenbijstand te verstrekken. De overbrugging is bedoeld om te voorzien in de eerste levensbehoeften zoals eten en drinken.
De bijstand wordt om niet verstrekt. Indien de aanvraag om algemene bijstand wordt afgewezen, kan de overbruggingsuitkering worden teruggevorderd op grond van artikel 58 Participatiewet.
Maximaal kan een overbruggingsuitkering worden verstrekt met een hoogte die gelijk is aan de van toepassing zijnde bijstandsnorm minus de vakantietoeslag, het beschikbare inkomen en vermogen waarover de belanghebbende redelijkerwijs direct kan beschikken.
Artikel 15 Kosten van de kinderopvang
Kinderopvang op grond van sociaal-medische indicatie is van toepassing op:
Voor het bepalen van het aantal kilometers voor reisafstand wordt uitgegaan van de kortste weg volgens de routerplanner (bij voorbeeld gebaseerd op de routerplanner van ANWB) Reiskosten kunnen worden versterkt aan tot het gezin behorende gezinsleden. Ook familieleden tot de derde graad kunnen indien nodig voor bezoek aan familieleden in aanmerking komen voor vergoeding van reiskosten.
Artikel 17 Verblijfsvergunningen
Artikel 18 Eigen bijdrage juridische ondersteuning
Het Juridisch Loket helpt met verheldering van de vraag en geeft gratis juridisch advies. Als dat nodig is, verwijst het Juridisch Loket door naar de juiste persoon of instantie die verder kan helpen.
Wanneer eerst advies gevraagd wordt aan het Juridisch Loket en deze een doorverwijzing geeft naar een advocaat, bestaat recht op een korting op de eigen bijdrage van de tegemoetkoming in de advocaatkosten.
Het besluit waarmee de Raad voor Rechtsbijstand gesubsidieerde mediation of rechtsbijstand toekent heet ' toevoeging'. Wanneer een klant een toevoeging krijgt, betaalt de Raad (een groot gedeelte van) de salariskosten van de mediator of advocaat. De toevoeging kan door de klant worden aangevraagd via de mediator of advocaat.
Als de Raad voor Rechtsbijstand beslist dat de klant recht heeft op een toevoeging, dan krijgen zij automatisch de korting op hun eigen bijdrage. De hoogte van de korting staat vermeld op www.rechtsbijstand.nl
Artikel 19 Kosten bewindvoering en budgetbeheer
Artikel 20 Kosten Sociale participatie en gezonde leefstijl volwassenen
Om eenzaamheid en sociaal isolement te voorkomen en een gezonde leefstijl te bevorderen is per volwassene van 18 jaar en ouder bijzondere bijstand mogelijk van € 342. Dit bedrag kan door het college worden verhoogd met indexatie. Uitbetaling vindt in één keer plaats op basis van een eenvoudig bestedingsplan waarin belanghebbende aankruist waar hij het budget voor inzet. Als er sprake is van gezinshereniging dan kan de partner al in het kalenderjaar van de hereniging gebruik maken van het budget sociale participatie. Dat wil zeggen dat na gezinshereniging voor het nieuwe gezinslid een aanvraag kan worden ingediend.
Artikel 21 Aanschaf van een computer
Er kan ééns per vijf jaar een computer verstrekt worden. Dit is de gebruikelijke levensduur van een computer. Het maximale bedrag van € 527 geldt voor het geheel van de verstrekking. Dit geldt voor desktop, tablet of een laptop, software en printer. Dit bedrag kan door het college worden verhoogd met indexatie. De computer wordt in natura verstrekt via de Westlandpas. De computer wordt aan de aanvrager verstrekt door leveranciers die hierover afspraken hebben gemaakt met Westlandpas.
Artikel 22 Individuele inkomenstoeslag
De beoordeling van het criterium 'geen uitzicht op inkomensverbetering' zal door of namens het college aan de hand van de individuele omstandigheden van het geval moeten plaatsvinden. Aan de hand van de weging van de individuele omstandigheden stelt het college vast of de belanghebbende naar het oordeel van het college al dan niet "zicht op inkomensverbetering" heeft en recht heeft op een individuele inkomenstoeslag.
Gemeente Westland en zorgverzekeraar DSW hebben een collectieve aanvullende zorgverzekering (Gemeentepolis Westland) afgesloten zodat belanghebbenden met een minimum inkomen zich extra kunnen verzekeren tegen medische kosten.
Artikel 23 De collectieve aanvullende zorgverzekering (Gemeentepolis Westland)
Er zijn twee pakketten binnen de Gemeentepolis Westland:
In beide pakketten zijn extra vergoedingen afgesproken met DSW. De gemeente heeft afspraken gemaakt over de financiële bijdrage van de gemeente. Hierdoor zijn de pakketten goedkoper voor mensen met een laag inkomen. Op Externe link: www.gezondverzekerd.nl staan de vergoedingenlijsten.
Artikel 24 Tegemoetkoming Premie Aanvullende Zorgverzekering (TPAZ)
De regeling TPAZ biedt inwoners van Westland de mogelijkheid om een tegemoetkoming te krijgen in de premie van een aanvullende verzekering zonder over te hoeven stappen naar DSW. De maximale bijdrage in de kosten voor een aanvullende zorgverzekering is gelijk aan de premievergoeding voor de Gemeentepolis Westland Standaard van het betreffende kalenderjaar.
Wanneer blijkt dat de bijstand niet is gebruikt voor het doel waarvoor deze is verstrekt, kan de bijstand worden teruggevorderd of herzien. Het college kan de uitgaven contoleren en hiervoor bewijstukken bij belanghebbenden opvragen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-251004.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.