Gemeenteblad van Asten
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Asten | Gemeenteblad 2025, 2491 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Asten | Gemeenteblad 2025, 2491 | beleidsregel |
Reglement van orde van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Asten 2024
De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Asten van de gemeente Asten;
gelet op artikel 12 van de Verordening Commissie Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Asten 2024;
overwegende dat in de Verordening Commissie Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Asten 2024 is opgenomen dat Commissie Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Asten een reglement vaststelt en dat dit reglement uitvoering geeft aan deze verplichting;
vast te stellen het Reglement van orde van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Asten 2024.
In dit reglement wordt verstaan onder:
aanvrager: de aanvrager of diens machtigde van de aanvraag omgevingsvergunning of aanvraag wijziging van het omgevingsplan;
advies: het advies conform de taken en werkzaamheden uit artikel 2 van de verordening dat met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit gegeven wordt. Als de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit advies uitbrengt als bedoeld in dit reglement, fungeert de commissie als gemeentelijk Commissie Ruimtelijke Kwaliteit als bedoeld in artikel 17.9 van de wet;
casemanager: de behandelend ambtenaar die inhoudelijk betrokken is bij de te behandelen aanvraag;
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Asten ;
commissie: gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit als bedoeld in artikel 17.9 van de wet, genaamd de ‘Commissie Ruimtelijke Kwaliteit’;
cultureel erfgoed: cultureel erfgoed als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet;
goede omgevingskwaliteit: goede omgevingskwaliteit als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder a, van de verordening;
ODZOB: ODZOB als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder d, van de verordening.
raad: de raad van de gemeente Asten;
verordening: de ‘Verordening Commissie Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Asten 2024’ van 12 december 2023;
Indien een commissielid in enige vorm betrokken is bij een te beoordelen aanvraag, maakt het lid deze betrokkenheid tijdig kenbaar en wordt het plan behandeld zonder inbreng van het betreffende lid. Zij zijn tijdens de behandeling van en de besluitvorming over het advies niet in de vergadering aanwezig. Van deze formele stap wordt in het advies melding gemaakt. Indien nodig voor het minimaal gestelde quorum wordt een plaatsvervangend lid worden gevraagd.
Artikel 3. De voorzitter van de commissie
De voorzitter geeft leiding aan de vergadering en bewaakt de voortgang van de agenda. In discussies draagt hij of zij er zorg voor dat alle commissieleden hun mening voldoende naar voren kunnen brengen. Na de discussie geeft de voorzitter een korte, heldere samenvatting van het uit te brengen advies, als basis voor de schriftelijke uitwerking.
Artikel 4. De secretaris van de commissie
De secretaris organiseert met de commissie een jaarlijkse, inhoudelijke evaluatie van de werkzaamheden en heeft hiertoe tenminste eenmaal per jaar een evaluerend overleg met de ambtelijk voorbereider en casemanager eventueel aangevuld met een andere (ambtelijke)adviseurs op het gebied van omgevingskwaliteit. De uitkomsten van het evaluatiegesprek worden opgenomen in het jaarverslag van de commissie. Dit verslag maakt onderdeel uit van het jaarverslag van de ODZOB over al haar activiteiten.
Artikel 6. De casemanager van de aanvraag
De casemanager neemt de aanvraag in behandeling en bereidt de behandeling van de aanvraag voor. Hij controleert of het plan is voorzien van de benodigde bescheiden en draagt zorg het aanleveren van alle noodzakelijke informatie die nodig is voor een goede beoordeling. Dit is in ieder geval: alle informatie over de omgeving, de locatie, het plan, het welstandskader waarbinnen de aanvraag valt, indien van toepassing alle noodzakelijke informatie over de monumentale/cultuurhistorische waarden en indien aanwezig het eerder afgegeven pre-advies/gespreksnotitie.
Artikel 8. Werkwijze bij de advisering
Voor wat betreft de taken die op basis van de verordening in ieder geval vallen onder artikel 2, derde lid, onder a, onderdelen 1° tot en met 3° volgt de commissie bij welstandsadvisering de welstandscriteria zoals opgenomen in het omgevingsplan dan/wel het omgevingsplan van rechtswege (bruidschat), c.q. de aanwijzingen van de welstandsnota en beeldkwaliteitsplannen. Zij adviseert op basis van daarin genoemde welstandscriteria en aangegeven welstandsniveaus.
Voor wat betreft de taken die op basis van de verordening vallen onder artikel 2, derde lid, onder a, onderdelen 1° en 2° houdt de commissie bij de advisering over monumenten tevens rekening met het plaatsingsbesluit en de in de betreffende redengevende beschrijving genoemde waarden van het betrokken object. Indien aanwezig wordt tevens rekening gehouden met het uitgevoerde waardestellend onderzoek, bouwhistorisch onderzoek of vergelijkbaar.
Voor wat betreft de taken die op basis van de verordening vallen onder artikel 2, derde lid, onder a, onderdeel 3° en het betreft hierbij zaken met cultuurhistorische waarden, zoals opgenomen in het (van rechtswege geldende) omgevingsplan houdt de commissie bij haar advisering tevens rekening met de omschreven waarden uit de toelichting van het (van rechtswege) geldende omgevingsplan en/of de omschrijving uit de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord Brabant. Zodra de gemeente beschikt over een gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart wordt rekening gehouden met de hier omschreven waarden.
Voor wat betreft de zaken die vallen onder artikel 2, derde lid, onder a, onderdeel 4° en het derde lid, onder c tot en met h, houdt de commissie zover van toepassing rekening met de welstandscriteria, zoals opgenomen in het omgevingsplan dan/wel het omgevingsplan van rechtswege (bruidsschat), c.q. de aanwijzingen van de welstandsnota en beeldkwaliteitsplannen als ook andere van toepassing zijnde beleidskaders waaronder de omgevingsvisie.
De commissie kan zich overeenkomstig artikel 10 van de verordening laten bijstaan door aangewezen ambtenaren of extra adviseurs. Hun deskundigheid wordt gehoord, maar zij hebben geen stemrecht. Inzet van een extra adviseur gebeurt in samenspraak met de betrokken casemanager en/of ambtelijk voorbereider.
Artikel 9. De inrichting van het vooroverleg
Indien gewenst kan de commissie zich ook bij vooroverleg laten bijstaan door (een) extra adviseur(s). Inzet van een extra adviseur gebeurt in samenspraak met de ambtelijk voorbereider en/of betrokken casemanager. Vooroverleg kan door de commissie worden opgedragen aan een of meerdere van haar leden of een subcommissie. Besprekingen in het kader van vooroverleg worden in dat geval door hen teruggekoppeld met de commissie. Afspraken gemaakt in vooroverleg worden in de regel overgenomen door de commissie, tenzij dermate afwijkend van het geldende beleid en/of het behouden of bereiken van een goede omgevingskwaliteit.
De commissie draagt zorg voor consistente beoordelingen in de verschillende planfasen. Preadviezen worden opgenomen in het dossier. De commissie geeft aan in welke fase het plan werd beoordeeld en op basis van welke beleidscriteria de aanvraag voor een omgevingsvergunning uiteindelijk zal worden beoordeeld.
Artikel 10. Agenda en uitnodigen belanghebbenden
Op de website van de gemeente wordt algemene informatie verstrekt over de commissie. Op de website staat minimaal op welk tijdstip en waar doorgaans de vergadering van de commissie plaatsvindt, en waar of bij wie de agenda van de vergadering kan worden ingezien. Informatie over de agenda loopt via de ambtelijk voorbereider.
Artikel 11. Het vereiste quorum voor een besluitvormende vergadering
Over omgevingsplanactiviteiten die betrekking hebben op gemeentelijke monumenten en zaken met cultuurhistorische waarde zoals opgenomen in het (van rechtswegen geldende) omgevingsplan (conform artikel 2, derde lid, onder a, onder 2° en 3° van de verordening) is ten behoeve van de besluitvorming één commissielid met monumentendeskundigheid in de vergadering aanwezig is.
De voorzitter of zijn plaatsvervanger opent de besluitvormende vergadering op het vastgestelde tijdstip als het voor het quorum vereiste aantal leden aanwezig is. Wanneer ook de plaatsvervangende voorzitter is verhinderd, wijst de commissie tijdens de vergadering een lid als (plaatsvervangend) voorzitter aan.
Artikel 12. De vergaderorde en orde van de beraadslaging
Commissieleden, hun eventuele plaatsvervangers of extra adviseurs nemen niet deel aan de beraadslaging en de vaststelling van een advies waarbij zij direct of zijdelings betrokken zijn of zijn geweest uit andere hoofde dan het commissielidmaatschap. Zij zijn tijdens de behandeling van en de besluitvorming over het advies niet in de vergadering aanwezig.
Artikel 13. Onderzoek ter plaatse
De commissie stelt een onderzoek ter plaatse in, indien zij van oordeel is dat dit onderzoek redelijkerwijs voor de vervulling van haar taak nodig is.
Artikel 14. Toelichting aanvrager
Een plantoelichting is bedoeld voor een korte toelichting op de planfilosofie en de gemaakte keuzes in relatie tot de ruimtelijke en maatschappelijke context en het gemeentelijke beleid. De toelichting wordt gegeven voorafgaand aan de beraadslaging door de commissie en bedraagt maximaal vijf minuten, voor omvangrijke ontwikkelingen maximaal vijftien minuten. De exacte tijd kan afhankelijk van het plan door de voorzitter worden verruimd.
Artikel 15. Notulering en dossiervorming
De commissie adviseert schriftelijk en gemotiveerd per plan. De commissie-secretaris stelt een geanonimiseerd verslag op van de vergaderingen van de commissie. Het verslag van de beraadslagingen van de commissie kan worden opgevat als de motivering behorend bij het positieve of negatieve advies. Het advies geeft aan op welke toetsingscriteria de beoordeling is gebaseerd.
Artikel 17. Conclusie van een welstandsadvies
Een welstandsadvies kan de volgende conclusies hebben:
Het college van burgemeester en wethouders nemen het advies en geformuleerde bezwaren over. Bij het indienen van een aangepast plan wordt voorafgaande aan de vergunningverlening ambtelijk getoetst of aan de gestelde eisen wordt voldaan. Wil de commissie het plan zelf beoordelen wordt dit nadrukkelijk in het advies opgenomen.
Artikel 18. De instelling van subcommissies en afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie
In overleg met de ambtelijk voorbereider / casemanager kan de commissie uit haar midden een lid, enkele leden, een subcommissie of subcommissies aanwijzen die naast het bepaalde in artikel 17.9, eerste lid, van de wet, de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning of over de voorbereiding van een andere beschikking onder verantwoordelijkheid van de commissie uitvoeren.
Bij de taakomschrijving, als bedoeld onder het derde lid, geeft het college in ieder geval aan of de supervisor, een kwaliteitsteam of vergelijkbare planbegeleiders volledig zelfstandig opereert, dan wel in nauwe samenwerking met een lid van de commissie dat bevoegd is te adviseren namens de commissie, dan wel wordt benoemd als lid van de commissie met de bevoegdheid te adviseren namens de commissie.
Indien de aard van een te beoordelen plan dan wel het beleid daartoe aanleiding geeft, kan het college op ad hoc of permanente basis specifieke deskundigen als adviseur van de commissie aanstellen, zoals op het gebied van archeologie, landschap of elk ander relevant vakgebied of specialisme. Ook gemeentelijke adviseur(s) stedenbouw, monumenten, groen erfgoed of cultuurhistorie kunnen worden ingeschakeld als adviseur.
Artikel 21. Afwijken van het advies op inhoudelijke grond / second opinion
Wanneer het college op inhoudelijke grond afwijkt van het advies van de commissie indien het tot het oordeel komt dat de commissie de van toepassing zijnde criteria niet juist heeft geïnterpreteerd, of de commissie naar zijn oordeel niet de juiste criteria heeft toegepast vraagt het college een second opinion aan bij een andere commissie elders in de regio.
Artikel 22. Afwijken van het advies om andere redenen
Het college kan bij het in strijd zijn van een bouwplan met redelijke eisen van welstand, toch de omgevingsvergunning verlenen indien het van oordeel is dat daarvoor andere redenen zijn. Het college stelt de commissie hiervan op de hoogte.
Artikel 23. Vervallen oude regeling
Het bij hoofdstuk 9 van de ‘Wijziging van de Bouwverordening gemeente Asten’ als bijlage toegevoegde ‘Reglement van orde van de welstandscommissie’ vervalt met ingang van de in artikel 24, eerste lid, genoemde datum van inwerkingtreding van dit reglement conform artikel 17 van de verordening.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-2491.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.