Verkeersbesluit tot het instellen van parkeerverboden in de Zandzwaluw en de Zandroos
Kenmerk: dossier 7945082, document 7945470
BESLUIT
Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven (hierna: het college) neemt een verkeersbesluit voor de volgende straten:
·
Zandzwaluw
·
Zandroos
Voor het volgende inrichtingselement is een verkeersbesluit vereist:
·
het instellen van een parkeerverbod.
Wettelijk kader
De basis voor het nemen van dit verkeersbesluit is het bepaalde in:
·
de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994);
·
het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990);
·
het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW);
·
de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb).
Op grond van artikel 15, eerste lid, van de WVW 1994 moet een verkeersbesluit genomen worden voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het BABW genoemde verkeerstekens, alsmede voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd.
Het gemeentebestuur is bevoegd tot het nemen van dit besluit. De basis hiervoor is artikel 18, lid 1, sub d van de WVW 1994.
De bevoegdheid tot het nemen van verkeersbesluiten als bedoeld in artikel 15 van de WVW 1994 is krachtens het ‘Mandaatregister gemeente Eindhoven’ gemandateerd aan het hoofd van de afdeling Mobiliteitstransitie en Bereikbaarheid.
De onderstaande belangen zijn de basis voor het verkeersbesluit. Zij staan in artikel 2 van de WVW 1994:
1.
het verzekeren van de veiligheid op de weg;
2.
het beschermen van weggebruikers en passagiers;
3.
het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
4.
het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer.
Overeenkomstig artikel 24 van het BABW is overleg gepleegd met de politie Oost-Brabant, district Eindhoven, basisteam Eindhoven Noord. De politie is van oordeel dat de voorgenomen maatregelen op juridische en praktische gronden handhaafbaar zijn en geen afbreuk doen aan de veiligheid. Gelet op bovenstaande kan de politie positief adviseren op het voorgenomen verkeersbesluit.
Aanleiding
In de wijk Zandrijk kan in de openbare ruimte worden geparkeerd. Er zijn formele parkeervakken aanwezig, maar parkeren kan ook daarbuiten. Langs het fietspad dat parallel loopt aan de busbaan (Grasdreef) is een doorlopende (loop)strook aanwezig. Ter hoogte van de Zandzwaluw en Zandroos ligt deze strook langs de rijbaan, waardoor de strook ook gebruikt kan worden om te parkeren.
Stedenbouwkundig is de doorlopende strook bedoeld als verbinding tussen de verschillende buurten. Ter hoogte van de Zandzwaluw en de Zandroos moeten voetgangers een stuk over de rijbaan lopen als er auto’s staan geparkeerd. Het college wenst dit te voorkomen en de bruikbaarheid van de weg voor het voetgangersverkeer beter te waarborgen.
Verkeersmaatregel
Ten aanzien van de betreffende loopstrook worden ter hoogte van de Zandzwaluw en de Zandroos parkeerverboden ingesteld.
Onderstaande afbeelding, tekening VKO-20240050, geeft een goed beeld van de nieuwe inrichting en bebording.
Belangenafweging
Met het parkeerverbod kan tegemoet worden gekomen aan het oorspronkelijke doel van de strook als (veilige) loopverbinding.
Voor parkeren kunnen weggebruikers gebruikmaken van de alternatieve parkeergelegenheid in de wijk.
Het belang van het creëren van een veilige loopverbinding en het belang van waarborgen van de bruikbaarheid van de weg voor voetgangers prevaleren boven het parkeerbelang.
Het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer wordt eveneens van ondergeschikt belang geacht.
Op grond van artikel 3:4, lid 2, van de Awb mogen de voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.
De verkeersmaatregelen leiden volgens het college niet tot onevenredige hinder of overlast voor betrokkenen.
Besluit
Het college besluit tot het instellen van parkeerverboden door middel van het plaatsen van verkeersborden model E1 (conform bijlage 1 van het RVV 1990) en onderborden model OB501.
De maatregelen zijn weergegeven op tekening VKO-20240050 d.d. 1 juli 2024, gewijzigd d.d. 6 november 2024.
Eindhoven, 5 juni 2025
Hoogachtend,
namens burgemeester en wethouders van Eindhoven,
I.J.C. Brouwer
hoofd afdeling Mobiliteitstransitie en Bereikbaarheid
Bijlage 1: tekening VKO-20240050 d.d.1 juli 2024, gewijzigd d.d. 6 november 2024
Bezwaar
Belanghebbenden kunnen, tot uiterlijk 6 weken na publicatie van het besluit, schriftelijk bezwaar indienen bij burgemeester en wethouders, Postbus 90150, 5600 RB Eindhoven.
Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en bevat ten minste:
1.
de naam en het adres van de indiener
2.
de dagtekening
3.
een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht
4.
de gronden van het bezwaar.
Het bezwaar schorst niet de werking van het besluit.
Wel kan een belanghebbende, met een spoedeisend belang, binnen dezelfde termijn een voorlopige voorziening vragen bij de voorzieningenrechter van Rechtbank Oost-Brabant, Postbus 90125, 5200 MA ’s-Hertogenbosch.
Het verzoek om een voorlopige voorziening moet voldoen aan dezelfde eisen als een bezwaarschrift.
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.