Verbeterpunten individuele bijzondere bijstand

Het college:

  • 1.

    verbetert het beleid voor individuele bijzondere bijstand (IBB)op basis van de ervaringen en de input recent geleverd in een aantal consultatierondes;

  • 2.

    minimaliseert het aanleveren van de benodigde gegevens voor de draagkrachtberekening voor inwoners zonder bijstandsuitkering die voldoen aan de toelatingseisen;

  • 3.

    verstrekt IBB als gift voor de essentiële duurzame gebruiksgoederen wasmachine, kooktoestel, matras, koelkast/koelvriescombinatie en verstrekt individuele bijzondere bijstand voor de overige duurzame gebruiksgoederen als lening;

  • 4.

    bakent de doelgroep af die in aanmerking komt voor volledige woninginrichting als gift tot statushouders, huishoudens uit de daklozen- en vrouwenopvang en huishoudens die na een scheiding geen bezittingen (meer) hebben;

  • 5.

    hanteert voldoende hoge vergoedingen voor energiezuinige aankopen gebaseerd op de prijzen van het Nibud (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting);

  • 6.

    stimuleert voor de volledige woninginrichting het gebruik van de circulaire economie door op termijn de aankoop van kringloopgoederen te faciliteren en de beschikbare vergoeding in lijn hiermee te verlagen per 1 januari 2026;

  • 7.

    informeert de raad met bijgaande raadsbrief.

Bijlage 2. Achtergronden bij individuele bijzondere bijstand (IBB)

 

Leeswijzer

In deze bijlage gaan we eerst in op het geldende wettelijke kader voor IBB en hoe we dat hebben toegepast in Tilburg. Daarna gaan we in op de voorgestelde verbeteringen en de financiële consequenties. We eindigen met algemene informatie over bijzondere bijstand, over zowel het aanvraagproces als over de verschillende kostensoorten.

 

Geldende Wettelijke kader en jurisprudentie voor de IBB:

 

Bijzondere bijstand is geregeld in de Participatiewet. Er is uiteraard ook jurisprudentie over IBB-beleid. Het wettelijke kader is:

 

Artikel 35 Participatiewet

In artikel 35 staat dat het college wettelijk verplicht is IBB te verstrekken, maar zelf een aantal kaders kan stellen, zoals de inkomens- en vermogensgrens voor de individuele bijzondere bijstand.

Onverminderd paragraaf 2.2, heeft de alleenstaande of het gezin recht op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, bedoeld in artikel 36, de studietoeslag, bedoeld in artikel 36b , het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, waarbij artikel 31, tweede lid, en artikel 34, tweede lid, niet van toepassing zijn. Het college bepaalt het begin en de duur van de periode waarover het vermogen en het inkomen in aanmerking wordt genomen.

Artikel 48 Participatiewet

In artikel 48 staat dat (bijzondere) bijstand - uitzonderingen daargelaten- als gift dient te worden gegeven.

Tenzij in deze wet anders is bepaald, wordt de bijstand verleend om niet.

Een uitzondering wordt gemaakt voor algemene noodzakelijk kosten van bestaan die uit het normale inkomen dienen te worden betaald, ook van een inkomen op bijstandsniveau. Hieronder vallen duurzame gebruiksgoederen, waarvoor het volgende artikel geldt:

Artikel 51 Participatiewet

Bijzondere bijstand voor de kosten van noodzakelijke duurzame gebruiksgoederen kan worden verleend in de vorm van een geldlening of borgtocht, dan wel in de vorm van een bedrag om niet.

 

Op basis van het wettelijke kader en jurisprudentie hanteren we in Tilburg de volgende uitgangspunten voor beleid:

 

Huidige beleid gemeente Tilburg op basis van de wetgeving

 

We handelen vanuit vertrouwen, nabijheid en maatwerk. Ieder aanvraag moet voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • 1.

    De criteria in de wet en jurisprudentie die bepalen wanneer een persoon of kostensoort wel of niet in aanmerking kan komen; (bv. Woont de aanvrager in Tilburg, doen de kosten zich voor, zijn ze noodzakelijk en bijzonder, kunnen ze betaald worden uit een andere regeling of voorziening, waren ze te voorkomen etc.)

  • 2.

    Het beleid zoals dit is vastgelegd door het college;

  • 3.

    Wat de beste oplossing is voor de individuele omstandigheden van de belanghebbende (maatwerk)?

  • 4.

    Als er een nadelig besluit volgt op basis van het wettelijk en/of gemeentelijk beleid: zijn er dringende of bijzondere omstandigheden om hiervan af te wijken?

Iedere aanvraag IBB wordt individueel beoordeeld op noodzaak en of de kosten bijzonder zijn, op basis van wettelijk en gemeentelijk beleid. Als na het doorlopen van deze afwegingen de kosten bijzonder en noodzakelijk worden gevonden, wordt gekeken of aanvrager zelf de kosten kan betalen en vervolgens of de bijzondere bijstand een gift of een lening wordt.

 

In onze beleidsregels hebben we de volgende uitgangspunten vastgelegd:

Inkomen:

Voor de kostensoorten duurzame gebruiksgoederen en volledige woninginrichting doen we een draagkrachtberekeninig op basis van 100 % van het minimuminkomen. Dit sluit aan op afspraken uit jurisprudentie. Voor alle overige kostensoorten doen we een draagkrachtberekening op basis van 120 % van het minimuminkomen.

Vermogen:

In de berekeningen houden we rekening met dezelfde normen als voor de algemene bijstand: een vrijgesteld vermogen van € 15.150 voor gezamenlijke huishoudens en eenoudergezinnen en € 7.575 voor alleenstaanden (art 34-3 Participatiewet).

Gift of lening:

Behalve voor duurzame gebruiksgoederen en voor volledige woninginrichting is bijzondere bijstand een gift. Voor duurzame gebruiksgoederen is bijzondere bijstand een lening behalve als een huishouden al drie jaar op bijstandsniveau leeft, dan is het een gift. Bij volledige woninginrichting zijn de onderdelen die vallen onder duurzame gebruiksgoederen (bijvoorbeeld wasmachine, tafel, stoel, stofzuiger) een lening. De overige onderdelen van volledige woninginrichting (zoals vloerbedekking, gordijnen, verf) een gift.

 

In Tilburg is bepaald dat voor de meeste kostensoorten er draagkracht is vanaf een inkomen van 120% van de toepasselijke bijstandsnorm. Voor de algemene noodzakelijke kosten van bestaan (zoals duurzame gebruiksgoederen en een bijdrage in de woonkosten) wordt aangesloten bij jurisprudentie en wordt een inkomensgrens van 100% van de toepasselijke bijstandsnorm aangehouden. Voor de vermogensnorm is gekozen om aan te sluiten bij de bedragen die al gelden voor de algemene bijstand (bedragen staan in artikel 34, lid 3),

 

Hoe zijn de voorgestelde wijzigingen tot stand gekomen.

We hebben met raad, inwoners, medewerkers, Sociale Raad en maatschappelijke organisaties gesproken over mogelijke verbeteringen. We hebben de voorstellen getoetst aan het volgende model:

 

De commissie Sociaal Minimum heeft in haar rapport ’Naar een toekomstbestendig stelsel van het sociaal minimum’ een behoorlijkheidskader opgesteld om beleid en uitvoering te kunnen wegen. Gebaseerd op dit beleid heeft adviesbureau BMC een model ontwikkeld om af te meten of het beleid , voorspelbaar, toegankelijk, uitvoerbaar en houdbaar is. De eerste twee aspecten zijn belangrijk voor inwoners, de laatste twee voor gemeenten.

Voorspelbaar

Toegankelijk

Uitvoerbaar

Houdbaar

  • De regels zijn eenduidig, begrijpelijk en kenbaar.

     

  • Ambtenaren handelen voorspelbaar op basis van de regels.

     

  • Inwoners moeten kunnen vertrouwen op bestaande afspraken en regels die in beginsel voor iedereen gelijk zijn.

     

  • Inwoners weten wat hun rechten en plichten zijn en hebben zekerheid over wat er gebeurt als hun persoonlijke situatie verandert.

  • Sociale voorzieningen zijn toegankelijk.

     

  • Inwoners moeten kunnen rekenen op een respectvolle bejegening en privacy, zodat zij zich gezien en gehoord voelen.

     

  • Voor die inwoner waar geen standaard oplossing voor is, wordt gekeken naar een maatwerkoplossing. Ook als deze inwoners geen modelgedrag vertonen.

  • Uitvoerende professionals kunnen uit de voeten met de regels en de doelen.

     

  • De doelen van het beleid zijn te realiseren met de beschikbare mensen, middelen en tijd.

  • Draagvlak vergt dat een stelsel uit te leggen is aan de samenleving.

     

  • Betaalbaarheid vergt dat gemeentegeld zo veel als mogelijk terechtkomt bij de mensen die dat nodig hebben.

 

Dat heeft geleid tot de volgende voorstellen:

 

Minimaliseren aanleveren gegevens

Van inwoners met Algemene Bijstand weten we hoe hoog hun inkomen is. Zij hoeven weinig extra gegevens aan te leveren wanneer zij een beroep doen op IBB. Van huishoudens die inkomen hebben uit andere bron, zoals AOW of werk, weten we dat niet. Om het recht op IBB te bepalen, vragen we hen behoorlijk wat gegevens die we gebruiken om een draagkrachtberekening te maken. Dat maakt maatwerk mogelijk, door rekening te houden met aftrekposten en meerkosten ten opzichte van huishoudens met een inkomen op bijstandsniveau. We maken het eenvoudiger door minder individuele gegevens te vragen en in plaats daarvan de draagkracht te berekenen met vaste bedragen voor posten die voor die huishoudens gelden, zoals huur en huurtoeslag, zorgtoeslag en kosten van een eventuele koopwoning.

 

Gift of lening

We maken voorafgaand aan de aanvraag aan inwoners duidelijk of de IBB-verlening een gift of een lening is. Bijna alle kostensoorten in de IBB worden verleend als gift, in de juridische term ‘om niet’. Uitgezonderd zijn kosten die uit het normale inkomen betaald dienen te worden, zoals duurzame gebruiksgoederen (woninginrichting, meubels, witgoed) of kosten die tijdelijk zijn en de inwoner later weer terugkrijgt, zoals geld voor een borgsom. Die kostensoorten worden volgens jurisprudentie als lening verstrekt. Daarnaast wordt de IBB als lening verstrekt als het kosten betreft die de inwoner had kunnen voorkomen, bijvoorbeeld als de kosten ontstaan doordat hij zich niet heeft verzekerd. Dit heet ‘tekortschietend besef van verantwoordelijkheid’. We voeren een beleid waarbinnen IBB voor duurzame gebruiksgoederen, voor huishoudens die al 3 jaar leven op bijstandsniveau, niet standaard een lening is, maar een gift. Door dit beleid is slechts 20% van de toekenningen voor duurzame gebruiksgoederen een lening en 80% een gift. Huishoudens met een inkomen boven bijstandsniveau komen in de praktijk niet in aanmerking voor IBB voor duurzame gebruiksgoederen. Of IBB voor duurzame gebruiksgoederen een lening of gift is, wordt voortaan niet meer afhankelijk van hoelang een huishouden al een inkomen op bijstandsniveau heeft en wordt niet meer pas duidelijk tijdens het aanvraagproces.

 

Dit leidt tot de volgende uitgangspunten:

  • Essentiële vijf duurzame gebruiksgoederen kooktoestel, bed, matras, wasmachine en koelkast/koelvriescombinatie: altijd als een gift

  • Overige duurzame gebruiksgoederen: altijd als een lening

  • Volledige woninginrichting: altijd als een gift

Algemeen noodzakelijke kosten voor bestaan

Zonder huisraad en zonder de essentiële vijf duurzame gebruiksgoederen is het wel erg lastig om te leven. Deze essentiële zaken geven we voortaan dan ook als gift.

 

Afbakenen doelgroep voor volledige woninginrichting

Volledige woninginrichting kan gaan om grote bedragen, tot € 12.000. Vandaar dat we willen dat alleen inwoners die dat echt nodig hebben, hier gebruik van kunnen maken. Het gaat om statushouders, huishoudens uit de daklozen- en vrouwenopvang en huishoudens die na een scheiding (met hun minderjarige kinderen) geen bezittingen hebben en geen aanspraak kunnen maken op boedel of geld. In het geval van schrijnende situaties passen we maatwerk toe. Huishoudens met een uitgewoond huis komen dus niet in aanmerking.

 

Voldoende hoge vergoedingen voor witgoed

De vergoedingen van de IBB voor duurzame gebruiksgoederen zijn gebaseerd op de prijzen die het Nibud (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting) aangeeft in haar prijzengids. De vergoeding voor witgoed is niet altijd hoog genoeg om een energiezuinig apparaat aan te schaffen. Tweedehands witgoed is in het algemeen niet energiezuinig en goedkopere apparaten zijn evenmin energiezuinig. Door hogere vergoedingen voor koelkast en wasmachine kunnen inwoners energiezuinig witgoed aanschaffen.

 

Aankoop kringloopgoederen

Bij het bedrag voor volledige woninginrichting gaan we ervan uit dat een deel van de goederen tweedehands wordt gekocht. Het gaat dan om de niet essentiële goederen zoals tafels, stoelen, banken, kasten, stofzuiger, borden en bestek. We onderzoeken de mogelijkheden voor inwoners om gebruik te maken van de circulaire economie, waarbij het uitgangspunt is dat inwoners worden ontzorgd. Eind volgend jaar hebben we daartoe een uitgewerkt voorstel en kan de lagere vergoeding ingaan. We schatten in dat het gaat om een lagere bijdrage van € 300 voor de volledige woninginrichting.

 

In onderstaande tabel zijn de wijzigingen nog eens schematisch weergegeven:

 

Uitgangspunt  

Huidige situatie 

Toekomstige situatie 

 

 

 

Minimaliseren van benodigde gegevens voor de draagkrachtberekening

Huishoudens met een ander inkomen dan bijstand moeten veel gegevens aanleveren, zoals inkomen, huurprijs en ontvangen zorgtoeslag, om inkomen en aftrekposten te kunnen bepalen. 

 

Huishoudens met een ander inkomen dan bijstand hoeven minder gegevens aan te leveren, omdat er minder bewijzen over aftrekposten worden gevraagd. In plaats daarvan gaan we werken met vaste aftrekposten, die recht doen aan de werkelijke bestedingsruimte van deze huishoudens 

 

Voor inwoners met bijstand hebben we het aantal gegevens dat we vragen al geminimaliseerd.

Duidelijkheid over lening of gift. Verduidelijken of het gaat om een lening of een gift;

Volgens jurisprudentie is bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen altijd in de vorm van een lening. In Tilburg is apart beleid: Afhankelijk van hoelang een huishouden een inkomen op bijstandsniveau heeft, is bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen een lening of een gift. Lening of gift wordt pas tijdens de beoordeling van de aanvraag berekend, dus is niet op voorhand duidelijk. Alle inkomen boven bijstandsniveau telt mee als draagkracht voor duurzame gebruiksgoederen (= wat aanvrager kan bijdragen aan de kosten). Hierdoor komen huishoudens met een iets hoger inkomen dan bijstand in de praktijk niet in aanmerking voor IBB voor deze goederen.

Bijzondere bijstand voor de essentiële vijf gebruiksgoederen (koelkast, wasmachine, kooktoestel, matras en bed) wordt standaard een gift. Bijzondere bijstand voor andere duurzame gebruiksgoederen is standaard een lening.  

Heldere communicatie naar inwoners en stad over de voorwaarden voor bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen.  

Stimuleren van energiezuinige aankopen; Stimuleren aankoop van kringloop goederen

De huidige bedragen (die worden gebaseerd op de NIBUD-prijzengids) zijn niet voldoende om een energiezuinige koelkast of wasmachine te kunnen kopen.  

Bedrag voor koel(vries)kast en wasmachine wordt aangepast, zodat tenminste een nieuw apparaat met energielabel C kan worden gekocht. Gebruik van de circulaire economie wordt gestimuleerd door het bedrag voor volledige woninginrichting aan te passen voor de aanschaf van tweedehands goederen.     

Afbakenen van de doelgroep die in aanmerking komt voor volledige woninginrichting;

Huishoudens die naar een lege woning verhuizen kunnen een aanvraag doen voor een complete inboedel plus stoffering.  

Afhankelijk van hoelang een huishouden een inkomen op bijstandsniveau heeft,

is bijzondere bijstand voor volledige woninginrichting een lening of een gift. Lening of gift wordt pas tijdens de beoordeling van de aanvraag berekend, dus is niet op voorhand voor iedereen duidelijk.

 

De bedragen voor woninginrichting zijn gebaseerd op een verouderde standaard die onvoldoende aansluit bij energiezuinige aankopen en de circulaire economie.  

 

Afgebakende (en daarmee kleinere) groep komt in aanmerking voor woninginrichting. Aangewezen doelgroepen (statushouders, huishoudens uit de daklozen en vrouwen opvang) komen als zij moeten verhuizen in aanmerking voor volledige woninginrichting. Huishoudens uit deze groepen krijgen de bijzondere bijstand voor volledige woninginrichting als gift, als zij een inkomen op bijstandsniveau hebben.  

 

Het nieuwe forfaitaire bedrag is lager, maar nog steeds voldoende voor het volledig inrichten van een woning, waaronder de essentiële vijf gebruiksgoederen en overige duurzame gebruiksgoederen en niet duurzame zaken als verf en behang. Het totaalbedrag wordt op termijn steeds meer afgestemd op de aanschaf van tweedehands goederen, en dus verlaagd.  

 

Berekening van de kosten

 

We hebben berekend wat de voorgestelde wijzigingen betekenen voor de kosten. De wijzigingen hebben invloed op de kosten voor de essentiële 5 duurzame gebruiksgoederen, de overige gebruiksgoederen en de volledige woninginrichting. We hebben het effect van de witgoedregeling (huishoudens met een laag inkomen konden hun energieslurpend witgoed omruilen voor een energiezuinig exemplaar) buiten beschouwing gelaten. Bij volledige woninginrichting zijn we uitgegaan van een effect van de circulaire economie van € 300. De ervaring leert dat van leningen 2/3de deel wordt terugbetaald. We zijn steeds uitgegaan van gelijkblijvende aantallen. De cijfers voor 2024 zijn tot en met september.

 

Het verstekken van de essentiële 5 via een gift kost per jaar circa € 36.000, de wijzigingen bij de volledige woninginrichting kosten circa € 39.000 en de wijzigingen bij de overige duurzame gebruiksgoederen leveren circa € 93.000 op. De berekeningen zijn gebaseerd op aannames. Vandaar dat we in de nota bandbreedtes hebben gehanteerd.

 

De kosten nemen toe omdat we het niet=gebruik tegengaan. Omdat bijzondere bijstand een open-eind regeling is, is dit lastig te berekenen. Uiteraard moeten de aanvragen blijven voldoen aan de voorwaarden.

 

 

 

 

Algemene informatie IBB

 

Kostensoorten binnen de IBB

 

In de volgende paragrafen lichten we de kostensoorten bewindvoering en duurzame gebruiksgoederen (volledige woninginrichting en losse duurzame gebruiksgoederen) toe.

Bewindvoering is de grootste kostenpost binnen de IBB, waarop we slechts beperkte invloed hebben. Het is belangrijk om inzicht in te geven in deze ondersteuning voor onze inwoners waar zoveel geld naartoe gaat.

De verschillende posten onder duurzame gebruiksgoederen verdienen ook een toelichting omdat de uitgangpunten voor het nieuwe beleid leiden tot zowel méér als minder uitgaven op deze kostenpost.

 

De grootse kostensoorten in de IBB:

  • -

    Bewindvoering (inclusief curatele en mentorschap) (Uitleg over deze kostensoort in de paragraaf hieronder. Gift; uitgaven hiervoor beslaan meer dan de helft van het totale budget IBB)

  • -

    Duurzame gebruiksgoederen:

    Volledige woninginrichting (volgens jurisprudentie een lening; dankzij begunstigend collegebeleid vaker een gift dan een lening)

    Losse duurzame gebruiksgoederen: Witgoed en meubels en babyuitzet (volgens jurisprudentie een lening; dankzij begunstigend collegebeleid vaker een gift dan een lening)

  • -

    Jongerentoeslag (gift) (een financiële aanvulling vanuit de IBB op de bijstandsnorm voor bijstandsgerechtigde jongeren <21 jaar. Alleen voor jongeren met een uitkering die noodgedwongen zelfstandig moeten wonen omdat ze hogere kosten van levensonderhoud hebben dan jongeren die nog thuis kunnen wonen)

  • -

    Rechtsbijstand (gift; huishoudens met een laag inkomen kunnen overheidssubsidie krijgen voor de kosten van een advocaat dmv een toevoeging van de Raad voor Rechtsbijstand. Via de IBB wordt de eigen bijdrage bij die subsidie vergoedt).

Bedrag x 1000

Kostensoort

Gift of lening

4.360.

Bewindvoering (incl. curatele en mentorschap)

Gift

1.400

Volledige woninginrichting

Gift en lening (zie opmerking 1. en 2. hieronder)

215

Losse duurzame gebruiksgoederen: Witgoed en meubels en babyuitzet

Gift en lening (zie opmerking 2. hieronder)

447

Jongerentoeslag

Gift

240

Rechtsbijstand

Gift

Tabel 2 Grootste kostensoorten binnen de IBB 2023

Opmerkingen:

  • 1.

    De uitgaven voor volledige woninginrichting fluctueren met name met de opgave statushouders.

  • 2.

    Volgens jurisprudentie een lening; dankzij begunstigend collegebeleid vaker een gift dan een lening.

Bewindvoering

 

  • -

    We kunnen slechts beperkt invloed uitoefenen op de uitgaven bijzondere bijstand voor Beschermingsbewind, curatele, en mentorschap; we zijn gebonden aan uitspraken van de rechtbank en vastgestelde tarieven.

  • -

    De uitgangspunten voor verbeteren IBB leiden niet tot wijzigingen in deze kostensoort

  • -

    Alle Nederlandse gemeenten hebben hoge uitgaven via de bijzondere bijstand voor deze kostenpost.

  • -

    De uitgaven voor bewindvoering stijgen nog steeds, maar langzaam. Stijging is vooral te danken aan stijging tarieven, niet zoals in het verleden door grotere instroom.

 

Beschermingsbewind, curatele, en mentorschap zijn verschillende maatregelen om mensen te beschermen die zelf niet goed beslissingen over hun financiën of hun verzorging kunnen nemen. Bijvoorbeeld door een geestelijke handicap, problematische schulden, verslaving of dementie. De Rechtbank spreekt bewindvoering (of curatele of mentorschap) uit, waarmee het recht tot het nemen van financiële beslissingen of beslissingen over iemands verzorging wordt overgedragen naar een bewindvoerder, curator of mentor. Het is een heel ingrijpende, vrijheidsinperkende maatregel, die alleen door de rechtbank uitgesproken mag worden. De tarieven voor bewindvoerder, curator of mentor zijn bij wet vastgesteld.

 

Als een rechtbank beschermingsbewind uitspreekt dan hebben wij als gemeente geen beoordelingsruimte over noodzaak van de kosten en de vraag of de kosten bijzonder zijn. Dat zijn ze op basis van de gerechtelijke uitspraak altijd. We hebben alleen nog te beoordelen of de inwoners voldoende geld heeft de kosten zelf te betalen om in aanmerking te komen voor bijzondere bijstand. Voor inwoners met een laag inkomen, betaalt de gemeente via de bijzondere bijstand de kosten van bewindvoering (of curatele of mentorschap). Deze bijzondere bijstand is altijd een gift.

 

De uitgaven voor bewindvoering zijn sinds 2015 sterk gestegen, niet alleen in Tilburg, maar in heel Nederland, zodat het nu meer dan de helft van de totale uitgaven bijzondere bijstand beslaat. Sinds 2020 hebben we de stijging van de kosten in weten te dammen door met de rechtbank af te spreken dat de rechtbank pas schuldenbewind uitspreekt als er een positief advies wordt afgegeven door de gemeentelijke schuldhulpverlening. Dankzij deze adviesplicht, die nu verankerd is in de wet, is de instroom van schuldenbewind teruggelopen. De stijging is weliswaar tot een halt gebracht, maar nog steeds is een aanzienlijke groep inwoners aangewezen op bewind en zijn wij als gemeente gebonden deze kosten te betalen, volgens het wettelijk tarief. Hier kunnen we verder geen invloed op uitoefenen.

 

Bijzondere bijstand, aantal personen en kosten bewindvoering (inclusief curatele en mentorschap)

 

 

Aantal personen in bewind*

kosten

Personen met schuldenbewind

2022

2607

€ 4.46 milj.

 

2023

2533

€ 4.36 milj.

 

2024 tot en met sept.**

2504

€ 4.70 milj.

593***

Tabel 3. Aantal personen en kosten bewindvoering (inclusief curatele en mentorschap)

  • *

    deze aantallen zijn alleen personen die bijzondere bijstand krijgen, er zijn ook Tilburgers die wel bewind maar geen bijzondere bijstand hebben.

  • **

    prognose op basis van cijfers tot en met september 2024

  • ***

    vanaf 2024 wordt bijzondere bijstand voor schuldenbewind apart geregistreerd.

Duurzame gebruiksgoederen

Duurzame gebruiksgoederen zijn goederen nodig voor het voeren van een huishouden en om een woning in te richten. Een aanvraag IBB kan gedaan worden voor losse artikelen zoals witgoed (bv. koelkast, wasmachine), meubelen, babyuitzet, maar ook voor een volledige woninginrichting. Duurzame gebruiksgoederen zijn normale kosten van bestaan die uit het eigen inkomen betaald moeten worden, ook vanuit een inkomen op bijstandsniveau. Als een inwoner hiervoor niet heeft kunnen sparen of lenen is IBB mogelijk. De gangbare vorm van de IBB voor duurzame gebruiksgoederen is een lening. Tilburg voert sinds 2014 een ruimhartig beleid waarbij zij een gift geeft als een huishouden al langdurig (36 maanden) een inkomen heeft op bijstandsniveau. Deze begunstigende keuze mag het college maken op grond van artikel 51 van de Participatiewet. Door deze regel wordt in de praktijk in ca. 80% van de gevallen voor duurzame gebruiksgoederen een gift verstrekt. Inwoners weten pas tijdens de beoordeling van hun aanvraag of zij een lening of gift krijgen, dus niet op voorhand.

 

Volledige woninginrichting

IBB voor volledige woninginrichting is mogelijk bij een noodzakelijke verhuizing naar een lege woning en als het huishouden helemaal geen spullen heeft om de nieuwe woning in te richten en te stofferen. In het huidige beleid kan iedereen die een volledige nieuwe woninginrichting nodig heeft, deze aanvragen. Volledige woninginrichting is een forfaitair bedrag afhankelijk van de samenstelling van het huishouden. Volgens jurisprudentie wordt dit gegeven als een lening; dankzij begunstigend Tilburgs collegebeleid is het een gift als het huishouden al lang een inkomen heeft op bijstandsniveau of, in geval van statushouders, jarenlang geen inkomen had en niet heeft kunnen sparen. Huishoudens hoeven ook een aanzienlijke som aan spaargeld niet aan te spreken (voor een gezin wordt ca €15.000 vrijgelaten). Feitelijk betekent het dat ca. 80 % van de IBB voor volledige woninginrichting verstrekt wordt als een gift.

 

Met het uitgangpunt duidelijkheid wie in aanmerking komt voor individuele bijzondere bijstand voor volledige woninginrichting gaan alleen nog aangewezen doelgroepen (zoals statushouders, huishoudens uit daklozen- of vrouwenopvang) in aanmerking komen voor volledige woninginrichting; zij krijgen dit standaard als een gift. Dat zorgt voor een stijging van de uitgaven. Echter, doordat bijzondere bijstand voor volledige woninginrichting alleen nog beschikbaar is voor aangewezen doelgroepen, verwachten we minder aanvragen dan voorheen. Andere kosten verminderende voornemens: We willen het forfaitaire bedrag aanpassen, met bedragen die voldoend ruimte laten voor aanschaf van een deel van de spullen uit de circulaire economie, in plaats van nieuw.

 

Volledige woninginrichting.

 

 

Aantal* toekenningen

Gemiddeld bedrag per toekenning**

% /aantal als lening

% als gift

Uitgaven x 1000

2022

327

€ 3600

18% / 59

82%

€ 1.180

2023

331

€ 4169

20% / 66

80%

€ 1.380

2024 (t/m sept)

287

€ 2850

21% /

79%

€ 820

Tabel 6. Aantallen volledige woninginrichting,

  • *

    Gemiddeld aantal toekenningen per jaar 329, waarvan er gemiddeld 63 worden verstrekt als lening.

  • **

    Langjarig gemiddeld bedrag €3800 per toekenning.

Losse duurzame gebruiksgoederen.

Het gaat hierbij over alle verstrekkingen IBB voor duurzame gebruiksgoederen die niet een volledige woninginrichting zijn. Dat zijn bv. koelkast, wasmachine, maar het kan ook voor een salontafel, een bank of babyuitzet zijn. Bijzondere bijstand voor losse duurzame gebruiksgoederen is mogelijk als de kosten noodzakelijk en bijzonder zijn. Er is doorgaans geen IBB mogelijk voor de eerste keer dat deze spullen aangeschaft worden, omdat de eerste aanschaf niet bijzonder is. Iedereen gaat op een gegeven moment op zichzelf wonen en kan ruim van tevoren voorzien dat er kosten voor deze spullen aan komen, zodat hiervoor gespaard kan worden en/of via netwerk of kringloop de spullen geregeld kunnen worden.

 

De inwoner kan noodzaak aantonen als het artikel versleten is of niet meer bruikbaar en niet redelijkerwijs gerepareerd kan worden. Daarnaast moet de inwoner een laag inkomen (op bijstandsniveau) hebben.

Ervaringscijfers losse duurzame gebruiksgoederen

 

 

Aantal toekenningen

 

% als lening

% als gift

Uitgaven x 1000

 

2022

458

18%

82%

195

2023

474

20%

80%

217

2024 (tot en met sept)

159

21%

79%

110 *

Tabel 4. Aantallen verstrekte losse duurzame gebruiksgoederen, hoeveel daarvan lening of gift en kosten

  • *

    tot en met september 2024

Verwachte verandering als de essentiële 5 standaard als gift wordt gegeven, (wasmachine, koekkast, kooktoestel, bed en matras). Nu in 20% van de gevallen een lening.

 

 

toekenningen witgoed

 

% lening in huidig beleid

toename van giften

2022

377

18%

82 giften

2023

370

20%

83 giften

2024 (tot en met sept)

130*

21%

 

Tabel 5. toename van giften als essentiële 5 standaard een gift worden.

  • *

    aanvragen en uitgaven voor witgoed liggen lager dan in voorgaande jaren vanwege het effect van de witgoedregeling. Inwoners die recht hadden op de energietoeslag (minima tot 120% van de bijstandsnorm), kregen een voucher waarmee ze een koelkast of wasmachine konden aanschaffen.

Verwachte verandering als losse duurzame gebruiksgoederen (niet zijnde de essentiële 5) standaard worden gegeven als lening. Nu in 80% van de gevallen een gift.

 

 

Toekenningen overige duurzame gebruiksgoederen

 

Huidig beleid: lening/gift

Toename van leningen

2022

95

17/78

78 leningen

2023

104

21/83

83 leningen

2024 (tot en met sept)

29

21%

 

Tabel 6. Toename van leningen als overige losse duurzame gebruiksgoederen standaard lening worden

Naar boven