Gemeenteblad van Ermelo
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ermelo | Gemeenteblad 2025, 248595 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ermelo | Gemeenteblad 2025, 248595 | beleidsregel |
Beleidsregel tijdelijke bewoning gemeente Ermelo
Burgemeester en wethouders van de gemeente Ermelo,
gelezen het voorstel van de beleidsadviseur wonen van 22 mei 2025;
overwegende, dat het college op grond van de Omgevingswet bevoegd is een aanvraag voor een omgevingsvergunning te verlenen voor tijdelijke bewoning waarmee met toepassing van artikel 5.1, lid 1 onder a, artikel 5:18 en artikel 5:21, tweede lid onder b. Omgevingswet juncto artikel 8.0a, lid 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving , kan worden afgeweken van het omgevingsplan;
De Beleidsregel tijdelijke bewoning gemeente Ermelo (e250018927) vast te stellen.
achtererfgebied: het gebouwerf dat begint op 1 meter achter de voorkant van het hoofdgebouw. Als het gebouwerf niet grenst aan openbaar toegankelijk gebied, dan loopt deze lijn vanaf de zijkant van het hoofgebouw door tot aan de perceelgrens met het naastgelegen perceel. Grenst het gebouwerf wel aan openbaar gebied, dan loopt de lijn vanaf de zijkant van het hoofgebouw parallel met het aangrenzend openbaar gebied (voor volledige definitie, zie Besluit kwaliteit leefomgeving);
Artikel 2. Algemene voorwaarden tijdelijke woningen
Aanvragen voor tijdelijke woningen moeten voldoen aan de volgende uitgangspunten:
Artikel 3. Nadere voorwaarden nieuw te plaatsen tijdelijke woningen
Aanvragen voor nieuw te plaatsen tijdelijke woningen moeten, bovenop de beleidsregels uit Artikel 2, voldoen aan de volgende beleidsregels:
Artikel 4. Nadere voorwaarden realisatie tijdelijke bewoning in een bestaand (bij)gebouw
Aanvragen voor de realisatie van tijdelijke bewoning in bestaande (bij)gebouwen moeten, bovenop de beleidsregels uit Artikel 2, voldoen aan de volgende beleidsregels:
Artikel 5. Voorwaarden tijdelijke woonvormen in een pré-mantelzorgsituatie
Aanvragen voor de realisatie van pré-mantelzorgwoningen moeten voldoen aan de volgende beleidsregels:
Artikel 7. Omgevingsvergunningsaanvraag
De aanvrager levert bij de omgevingsvergunningaanvraag de volgende informatie aan:
een ingevuld participatieformulier voor kleine plannen en projecten (zie https://www.ermelo.nl/omgevingsplein/participatie).
Burgemeester en wethouders blijven bevoegd om af te wijken van deze regeling wanneer deze voor één of meer belanghebbenden gevolgen hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen. In een dergelijk geval zal een aparte gemotiveerde beoordeling gemaakt worden.
Het verlenen van medewerking aan een omgevingsvergunning met artikel 5.1, lid 1 onder a, van de Omgevingswet is geen verplichting maar een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders. Dat wil zeggen dat burgemeester en wethouders, ook al is het bouwplan in overeenstemming met de beleidsregels, medewerking via deze afwijkingsmogelijkheid kunnen weigeren, mits deze weigering gemotiveerd is.
Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders van de gemeente Ermelo van 3 juni 2025.
Het college van burgemeester en wethouders van Ermelo,
M. Jacobs,
secretaris.
P.J.T. van Daalen,
burgemeester.
Hieronder wordt op bepaalde artikelen een nadere toelichting gegeven. Dit moet worden meegenomen bij de toetsing van aanvragen.
Er is een grote vraag naar betaalbare woningen in de gemeente Ermelo. Dit zorgt voor lange wachtlijsten en een extra hoge druk op de huisvesting. De situatie vraagt om actie. Omdat het realiseren van nieuwbouwwoningen een lange doorlooptijd kent, is er behoefte aan een flexibele woningvoorraad: woningen die sneller worden gebouwd én op tijdelijk beschikbare locaties kunnen worden geplaatst. Deze beleidsregel voorziet in voorwaarden om het realiseren van individuele tijdelijke woningen mogelijk te maken.
Het realiseren van een dergelijke tijdelijke woning voldoet bijna nooit aan het omgevingsplan. Daarvoor is dan een omgevingsvergunning nodig, waarbij tijdelijk wordt afgeweken van het omgevingsplan. Bij het verlenen van de omgevingsvergunning vindt er een afweging plaats. Om deze afweging beter te kunnen maken, is er behoefte aan een toetsingskader. Dit om sneller een besluit te kunnen nemen, maar ook om rechtsgelijkheid te creëren. Met het oog op de rechtsgelijkheid van de aanvragers en de uniformiteit van de toepassing van de regelgeving, is het van belang dat er duidelijkheid bestaat over de gevallen waarin het wenselijk is om een omgevingsvergunning te verlenen voor een tijdelijke woning en in welke gevallen niet. Deze beleidsregel voorziet daar in. Om tijdelijke woningen te onderscheiden van permanente woningen wordt voor verleende vergunningen die onder deze beleidsregel vallen de huisnummertoevoeging ‘T’ gebruikt.
Met de invoering van de Wet vaste huurcontracten (per 1 juli 2024) is het als particuliere verhuurder in de basis niet meer mogelijk om tijdelijke huurcontracten op te stellen. De tijdelijke bewoning van objecten die tijdelijk voor bewoning bestemd zijn blijft echter mogelijk onder de nieuwe wetgeving. Het huurcontract wordt beëindigd als de woonfunctie vanuit het omgevingsrecht eindigt (Burgerlijk Wetboek, artikel 7:274, eerste lid onder g).
De beleidsregel is van toepassing op individuele tijdelijke woningen die worden gerealiseerd door, en op gronden van, particulieren. Er zijn uitzonderingen waarop deze beleidsregel niet van toepassing is:
Het mogelijk maken van tijdelijke bewoning op locaties met andere gebruiksfuncties dan wonen, zoals natuur, recreatie of industrie, vraagt vaak om extra onderzoeken en langere procedures. Dat gaat buiten de scope van deze beleidsregels om. Het is wel mogelijk om een tijdelijke woning te realiseren naast een bestaande (bedrijfs)woning. Wel moet er bij de aanvraag worden aangetoond dat er geen beperkingen bestaan ten opzichte van het aanwezige bedrijf en de omgeving.
De nieuw te realiseren tijdelijke woning wordt geregistreerd als zelfstandige woning en krijgt hiermee ook een eigen adres. Een bewoner schrijft zich in de gemeentelijke basisadministratie in.
Het is onwenselijk dat er meer dan één tijdelijke kleine woning wordt gerealiseerd naast een bestaand (hoofd)gebouw. Dit tast de stedenbouwkundige structuur van de omgeving aan en de druk op de leefbaarheid neemt hierdoor toe. Het realiseren van meerdere tijdelijke (flex)woningen op particuliere gronden blijft mogelijk. Aanvragen hiervoor worden echter buiten deze beleidsregels om beoordeeld.
Uitgangspunt is dat per bewoner minimaal 15 m2 aan gebruiksoppervlakte beschikbaar is, zodat het leefklimaat in de woning voldoende acceptabel is. Daarnaast geldt het maximum van drie bewoners per tijdelijke woning, zodat de toename van druk op de leefbaarheid in de directe omgeving niet te intensief wordt.
Bij iedere vergunningsaanvraag wordt de verkeerssituatie beoordeeld. Het uitgangspunt is dat parkeren zoveel mogelijk op eigen terrein wordt ingepast. Het aanleggen van een extra (tijdelijke) ontsluiting is onwenselijk en niet in lijn met bestaand beleid. Als een aansluiting op de bestaande rioolvoorziening niet mogelijk is, kan er via de gemeentelijke website een nieuwe rioolaansluiting worden aangevraagd. Ten slotte wordt er beoordeeld of de directe omgeving geen onevenredige hinder ondervindt van het realiseren van de tijdelijke kleine woning.
Het plaatsen van een nieuwe tijdelijke woning heeft invloed op het bebouwingsbeeld. Er gelden daarom landelijke regels, die onderdeel zijn van het Besluit kwaliteit leefomgeving, om de negatieve effecten voor de directe omgeving te minimaliseren. Voorbeelden van nieuwe tijdelijke woningen zijn tiny houses en microwoningen.
In geval van het vergunnen van het plaatsen van een tijdelijke woning in het buitengebied geldt niet de verplichting tot aanleveren van sloopmeters op grond van de structuurvisie functieverandering.
De eigenaar is verplicht om het bestaande object na afloop van de termijn weer in overeenstemming te brengen met de regels van het omgevingsplan dan wel (indien van toepassing) de verleende vergunning.
Het college acht het wenselijk om, naast te faciliteren in nieuwe innovatieve huisvestingsconcepten, de doorstroming te stimuleren. Daarom wordt het realiseren van pré-mantelzorgwoningen met deze beleidsregel mogelijk gemaakt. Het college wilt meewerken aan de situatie waarbij de senioren die nog géén directe zorg (geen zorgindicatie) nodig hebben, wel al bij de familie kunnen gaan wonen. Dit kan in een nieuw te plaatsen pré-mantelzorgwoning, of in een bestaand gebouw.
De voorwaarden sluiten zoveel mogelijk aan bij de landelijke uitgangspunten rondom mantelzorg. De technische bouwregels voor een mantelzorgwoning staan in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Meer informatie over de landelijke uitgangspunten is te vinden op www.mantelzorg.nl.
Het is verder noodzakelijk om een indicatieve leeftijdsgrens in te stellen. Een redelijke leeftijdsgrens is de leeftijd van 67 jaar. Daarna ontstaat vaak de behoefte om kleiner te gaan wonen en wordt de kans op een mantelzorgrelatie groter.
Met een tijdelijke vergunning kan maximaal 10 jaar worden afgeweken van de oorspronkelijke gebruiksfunctie van een gebouw of kan een object voor maximaal 10 jaar worden geplaatst. Na 10 jaar komt de omgevingsvergunning te vervallen. Er is gekozen voor een maximumtermijn van 10 jaar omdat het plaatsen van een tijdelijke kleine woning, of het verbouwen van een (bij)gebouw, kan leiden tot dermate hoge investering waardoor een kortere maximumtermijn, bijvoorbeeld van 5 jaar, de realisatie van de tijdelijke woning financieel niet haalbaar maakt.
Na het verstrijken van de termijn die is gesteld in de omgevingsvergunning of wanneer er geen sprake meer is van een huisvestingsituatie zoals bedoeld in deze beleidsregels, moet de tijdelijke huisvesting worden verwijderd binnen een termijn van 12 weken.
In het geval van een pré-mantelzorgwoning is er de mogelijkheid om de termijn van de vergunning met 10 jaar te verlengen. Zonder verlenging komt de omgevingsvergunning te vervallen (of eerder in geval van overlijden of verhuizing). De vergunning komt ook te vervallen als in de loop van de 10 jaar een ‘echte’ mantelzorgsituatie ontstaat waarbij de woning conform landelijke wetgeving vergunningsvrij is. Houdt de (pré)mantelzorgsituatie op, dan mag het bouwwerk niet langer gebruikt worden als woning.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-248595.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.