Verkeersbesluit opheffen ruiterpad en instellen geslotenverklaringen voor fietsers en voetgangers in de Boezemlaan te Rotterdam

Rotterdam, Kralingen-Crooswijk, AS25/02859 25/0006458

 

De directeur van cluster Stadsontwikkeling,

overwegende,

 

dat de Boezemlaan gelegen is in de wijk Crooswijk binnen het gebied Kralingen-Crooswijkvan de gemeente Rotterdam;

dat de Boezemlaan een gebiedsontsluitingsweg betreft, waarbij er een maximumsnelheid van 50 km per uur geldt;

dat de Boezemlaan gescheiden rijbanen heeft en aan beide zijden van de rijbanen vrij liggende fietspaden heeft, waarbij aan de oostkant een twee richtingen fietspad gelegen is;

dat langs het twee richtingen fietspad een ruiterpad gelegen is;

dat de Boezemlaan een drukke weg is, waarbij hulpdiensten regelmatig hinder ondervinden van deze drukte in het geval van calamiteiten;

dat hulpdiensten niet gebruik kunnen maken van de andere rijbaan vanwege de aanwezigheid van de midden geleider en de beplanting;

dat het voor de doorstroming van hulpdiensten noodzakelijk is om een alternatieve calamiteitenroute aan te leggen op de locatie van het huidige ruiterpad;

dat hiervoor het verplichte ruiterpad wordt opgeheven welke parallel loopt aan de Boezemlaan vanaf de Paradijsbrug tot aan de Veilingbrug;

dat voor het realiseren van de calamiteitenroute het ten behoeve van de veiligheid voor voetgangers en fietsers gewenst is om het voetpad en het twee richtingen fietspad tijdelijk af te sluiten;

dat fietsers en voetgangers omgeleid worden aan de westelijke kant langs de Boezemlaan;

dat het fietspad aan de westelijke kant van de weg gedurende de werkzaamheden een twee richtingen fietspad wordt, tussen de kruising met de Kerkhoflaan en de Veilingbrug;

dat in verband met de werkzaamheden een lagere maximumsnelheid ingesteld wordt op de Boezemlaan, tussen de kruising met de Crooswijksebrug en de kruising met de Kerkhoflaan;

dat de werkzaamheden voor de calamiteitenroute zullen duren van het heden tot en met 1december of zoveel korter als mogelijk of langer indien noodzakelijk is; 

dat door het opheffen van het ruiterpad een calamiteitenroute aangelegd kan worden wat de doorstroming voor hulpdiensten verbeterd;

dat de maatregel, gelet op artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994 (Wvw, besluit van 21 april 1994, Staatsblad (Stb.) 1994, 475, zoals nadien gewijzigd), strekt tot:

  • het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;

  • het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer;

  • het verzekeren van de veiligheid op de weg;

  • het beschermen van weggebruikers en passagiers;

dat de weg onder beheer is van de gemeente Rotterdam;

dat in het kader van artikel 24 sub a. van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (BABW, besluit van 26 juli 1990, 460, of zoals nadien gewijzigd) wel overleg heeft plaatsgevonden met de Politie, eenheid Rotterdam, waarbij de Politie positief heeft geadviseerd.

 

Gelet op artikel 18 aanhef en onder d van de Wegenverkeerswet 1994 (Staatsblad 1994, nr. 475, zoals nadien gewijzigd), het bepaalde in het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 en het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer en daartoe bevoegd krachtens door het college van Burgemeester en Wethouders verleend mandaat in het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Rotterdam 2022 (gemeenteblad 2022-187, zoals nadien gewijzigd);

Besluit:

namens het college van Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,

Tot het opheffen van het ruiterpad aan de Boezemlaan tussen de Paradijsbrug en de Veilingbrug, middels

  • het verwijderen van de G09 borden zoals bedoeld in bijlage I van het RVV 1990;

 

Het tijdelijk verlagen van de maximumsnelheid op de Boezemlaan, tussen de kruising met de Crooswijksebrug en de kruising met de Kerkhoflaan, middels

  • het plaatsen van borden A01-030 zoals bedoeld in bijlage I van het RVV 1990, op de oostelijke rijbaan van de Boezemlaan ter hoogte van de kruising met de Kerhoflaan, op de westelijke rijbaan van de Boezemlaan ter hoogte van de kruising met de Crooswijksebrug en op de Crooswijksebrug.

 

Het instellen van een tijdelijke geslotenverklaring van het verplichte fiets- en voetpad langs de oostelijke rijbaan van de Boezemlaan, tussen de kruising met de Crooswijksebrug en het kruispunt met de Bosdreef, middels

  • het plaatsen van bord C14 zoals bedoeld in bijlage I van het RVV 1990, op het fietspad aan de Boezemlaan op de kruising met de Paradijsbrug en de kruising met de Crooswijksebrug, op de fietsoversteek over de Boezemlaan ter hoogte van de kruising met de Kerkhoflaan en aan het begin van de Barakkenbrug;

  • het plaatsen van bord C16 zoals bedoeld in bijlage I van het RVV 1990, op het fietspad aan de Boezemlaan op de kruising met de Paradijsbrug en de kruising met de Crooswijksebrug, op de fietsoversteek over de Boezemlaan ter hoogte van de kruising met de Kerkhoflaan en aan het begin van de Barakkenbrug;

  • het plaatsen van bord C14 met OB401 met de tekst 300 m zoals bedoeld in bijlage I van het RVV 1990, op het fietspad aan de noordzijde van de Boezemlaan ter hoogte van de kruising met de veiligbrug;

  • het plaatsen van bord C16 met OB401 met de tekst 300 m zoals bedoeld in bijlage I van het RVV 1990, op het fietspad aan de noordzijde van de Boezemlaan ter hoogte van de kruising met de veiligbrug;

  • het afplakken van bord C15 zoals bedoeld in bijlage I van het RVV 1990, op het fietspad op de kruising met de Kerkhoflaan;

 

Het instellen van een tijdelijk twee richtingen fietspad langs de westelijke rijbaan van de Boezemlaan, tussen de kruising met de Kerkhoflaan en de kruising met de Veilingbrug, middels

  • het plaatsen van borden G11 met onderbord OB505 ‘twee richtingen’ zoals bedoeld in bijlage I van het RVV 1990, op het westelijke fietspad langs de Boezemlaan;

  •  

De directeur van Cluster Stadsbeheer wordt belast met de uitvoering van dit besluit.

Dit besluit wordt zowel in het Gemeenteblad als op de voor de gemeente gebruikelijke wijze gepubliceerd.

 

Rotterdam, 3 juni 2025

Namens het college van Burgemeester en Wethouders

de directeur van het cluster Stadsontwikkeling,

voor deze, het hoofd Mobiliteit,

Remco de Goederen

Hoofd van de afdeling Mobiliteit

Belanghebbenden kunnen tegen dit besluit binnen zes weken na datum van publicatie, een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en wethouders.

 

Dit bezwaarschrift moet ondertekend zijn en moet ten minste bevatten:

- naam en adres van de indiener

- datum bezwaarschrift

- de gronden van het bezwaar

- een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar zich richt.

 

Het bezwaarschrift moet worden gezonden naar:

Het college van burgemeester en wethouders,

t.a.v. de Algemene Bezwaarschriftencommissie, postbus 1011, 3000 BA te ROTTERDAM.

Faxnummer Algemene Bezwaarschriftencommissie: (010) 2676300.

 

U kunt uw bezwaarschrift ook digitaal indienen op: www.rotterdam.nl/bezwaar

U kunt, indien u een bezwaarschrift bij het college heeft ingediend, een verzoek om voorlopige voorziening (o.a. schorsing) indienen bij:

Rechtbank Rotterdam, sector Bestuursrecht, postbus 50951, 3007 BM te ROTTERDAM.

Voor een dergelijk verzoek is griffiegeld verschuldigd.

Naar boven