Verordening tot wijziging van de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Kampen 2019

De gemeenteraad van Kampen;

Gelezen het voorstel van het presidium d.d. 12 mei 2025;

Gelet op artikel 96, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet, de artikelen 3.1.4, eerste lid, 3.1.4a, eerste lid en 3.4.2 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers;

Gezien het advies van de commissie Raadsbrede vraagstukken & Bestuur.

Besluit:

Vast te stellen de volgende verordening: Verordening tot wijziging van de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Kampen 2019 (eerste wijziging):

 

Artikel I

De Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Kampen 2019 wordt als volgt gewijzigd:

 

A

Aan artikel 1 wordt toegevoegd:

  • e.

    commissievoorzitter: een raadslid dat door de raad is aangewezen als commissievoorzitter, als bedoeld in artikel 82, vierde lid, van de Gemeentewet of diens plaatsvervanger voor zover de vervanging niet incidenteel is.

 

B

De titel van artikel 3 wordt gewijzigd in ‘Toelage raadslid onderzoekscommissie, bijzondere commissie en commissievoorzitters’

 

C

In artikel 3, tweede lid wordt ‘van maximaal € 120,-- per maand’ vervangen door: ‘de maximale vergoeding per maand’

 

D

Aan artikel 3 wordt een derde lid toegevoegd, luidende als volgt:

  • 3.

    Een raadslid die commissievoorzitter is als bedoeld in 82, vierde lid, van de Gemeentewet wordt voor de duur van de activiteiten van de commissie een toelage toegekend van de maximale vergoeding per maand, overeenkomstig artikel 3.1.4a, eerste lid van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

 

E

Aan artikel 3 wordt een vierde lid toegevoegd, luidende als volgt:

  • 4.

    Indien de plaatsvervangend commissievoorzitter de toelage ontvangt, dan stopt gedurende die vervanging de toelage van de commissievoorzitter die vervangen wordt.

 

F

Artikel 4 komt te luiden:

Artikel 4. Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden

  • 1.

    Voor reizen als bedoeld in artikel 3.1 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.1.7 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers worden aan een raads- of commissielid vergoed:

    • a.

      de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;

    • b.

      bij gebruik van een eigen vervoersmiddel het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt alsmede de parkeer- of stallingskosten, veerkosten en tolkosten;

  • 2.

    Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.

  • 3.

    Als een raadslid of commissielid een functionele beperking heeft, kan incidenteel een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking worden gesteld.

  • 4.

    De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden ten laste van de gemeente vergoed.

 

G

Artikel 6, eerste lid komt te luiden:

  • 1.

    Als een raadslid van een gemeente kosten maakt om zich tijdens het ambt te oriënteren op zijn verdere loopbaan of mobiliteit bevorderende activiteiten ontplooit, als bedoeld in artikel 3.1.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dan worden die kosten ten laste van de gemeente vergoed.

 

H

Artikel 7, tweede lid komt te luiden:

  • 2.

    Het raads- of commissielid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente. Overname van de informatie- en communicatievoorzieningen na schoning is mogelijk tegen vergoeding van de resterende waarde van de voorzieningen in het economisch verkeer.

 

I

In artikel 8, onderdeel a wordt na ‘taakgebied van de commissie’ ingevoegd: voor deelneming aan haar werkzaamheden.

 

J

Artikel 11, tweede lid komt te luiden:

  • 2.

    Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. Het vereiste om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft.

 

 

Artikel II

Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking. Voor onderdeel D van artikel I geldt inwerkingtreding met terugwerkende kracht tot en met 1 februari 2025.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Kampen d.d. 3 juni 2025

M.E. Veldhoen,

griffier

S. de Rouwe,

voorzitter

Naar boven