Gemeenteblad van Ridderkerk
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ridderkerk | Gemeenteblad 2025, 242825 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ridderkerk | Gemeenteblad 2025, 242825 | ander besluit van algemene strekking |
Beheerplan Civiele Kunstwerken 2025 -2029
Om op een gestructureerde, effectieve wijze het beheer en onderhoud de komende jaren vorm te geven, is het noodzakelijk om een nieuw beheerplan op te stellen. Het vorige beheerplan besloeg de periode 2020-2024. Dit wordt ook voorgeschreven door het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Het BBV bepaalt dat er voor de kapitaalgoederen (waaronder dus de civiele kunstwerken) een beleidskader wordt opgesteld inclusief de daaruit voortvloeiende financiële consequenties. Het voorliggende beheerplan bevat dit beleidskader en de financiële consequenties. Hiermee geeft dit beheerplan verdere invulling aan de beantwoording van raadsvragen over het beheer en onderhoud van civiele kunstwerken (raadstoezegging ID3467).
De basis van dit beheerplan wordt gevormd door wet- en regelgeving die geldt voor civiele kunstwerken en de in 2024 uitgevoerde inspectie door ingenieursbureau Iv.
Hoofdstuk 2 beschrijft het huidige areaal zoals de aantallen, de kwaliteit en de leeftijd. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de landelijke wet- en regelgeving en het gemeentelijke beleid in relatie tot kunstwerken. In hoofdstuk 4 wordt de beheervisie en de daaruit vloeiende kwaliteitsniveaus toegelicht. In hoofdstuk 5 wordt het noodzakelijke onderhoud en de daarbij benodigde kosten toegelicht. In hoofdstuk 6 worden de financiën, risico’s en aanbevelingen behandeld.
2.1. Beschrijving huidig areaal
Het huidige areaal (stand december 2024) aan civiele kunstwerken wat de gemeente Ridderkerk in beheer heeft omvat 330 kunstwerken. In bijlage 1 is een complete lijst van het areaal opgenomen.
Het areaal dat de gemeente in beheer heeft bestaat voor het overgrote deel uit fiets-voetbruggen, trappen en duikers. In onderstaande figuur zijn de verschillende aantallen en typeringen weergegeven. Te zien is dat het areaal een grote verscheidenheid kent van verschillende type objecten.
De figuur hieronder geeft een overzicht van de kwaliteitsbeoordeling van de civiele kunstwerken binnen de gemeente Ridderkerk. De kunstwerken zijn, tijdens een inspectie in 2024, beoordeeld op basis van hun staat, variërend van "zeer goed" tot "zeer slecht". Het overgrote deel van de kunstwerken, 233 stuks, heeft kwaliteitsniveau Basis of beter. De beschrijving van de kwaliteitsniveaus is te vinden in paragraaf 4.1.
De inspectieresultaten tonen aan dat ruim 70% van het areaal (233 van de 330 kunstwerken) voldoet aan het gewenste kwaliteitsniveau Basis (zie hoofdstuk 4). Van 18 kunstwerken is het kwaliteitsniveau onbekend. Dit betreffen over het algemeen duikers die voor inspectie niet toegankelijk zijn. Er zijn 61 kunstwerken die kwaliteitsniveau matig hebben. Met het vaste en correctieve onderhoud (zie hoofdstuk 5) worden deze kunstwerken weer op het kwaliteitsniveau Basis gebracht.
Er zijn 18 kunstwerken die in slechte of zeer slechte staat verkeren. Deze kunstwerken staan in onderstaande tabel weergegeven. Per kunstwerk is aangegeven op welke wijze deze weer op kwaliteitsniveau Basis of beter worden gebracht.
Op basis van de inspectie zoals is uitgevoerd en de theoretische levensduur van stalen, houten en betonnen kunstwerken is de technische restlevensduur van een kunstwerk bepaald. De restlevensduur geeft een indicatie van de periode waarin deze kunstwerken nog naar behoren kunnen functioneren voordat er ingrijpend onderhoud of vervanging nodig is. Dit heeft invloed op de investeringen die de komende jaren gedaan moeten worden voor het vervangen van kunstwerken.
In onderstaande figuur staat een overzicht van de theoretische vervangingskosten die er de komende jaren aankomen gebaseerd op de technische restlevensduur. Deze vervangingskosten zijn een schatting op basis van de financiële waarde van het areaal. Het is dus een indicatie van de daadwerkelijke vervangingskosten en dit kan dus nog veranderen. In totaal is de vervangingswaarde van het areaal bijna € 53 miljoen.
De volgende kunstwerken vereisen extra aandacht in dit beheerplan vanwege hun beperkte theoretische restlevensduur. Aangezien deze kunstwerken zich ook in slechte tot zeer slechte staat bevinden worden deze kunstwerken binnen afzienbare tijd al vervangen/ gerenoveerd. Het betreft de kunstwerken in onderstaande tabel.
2.2. Toekomstige areaalveranderingen
De komende beheerperiode worden er nog nieuwe kunstwerken gerealiseerd. Uiteraard zijn niet alle uitbreidingen al bekend. In onderstaande tabel staat een overzicht van nieuwe kunstwerken die de komende periode gerealiseerd worden. Deze kunstwerken worden in de volgende beheerperiode toegevoegd aan het areaal en behoeven in deze periode nagenoeg geen onderhoud.
De komende beheerperiode verliezen ook 4 civiele kunstwerken hun functie vanwege de realisatie van de steunberm in de Nieuwe Maas. Aangezien deze kunstwerken geen functie meer hebben komen ze ook te vervallen wat betreft beheer en onderhoud. Dit betreffen de kunstwerken in onderstaande tabel.
2.3. Beheerovereenkomsten derden
In het kunstwerkareaal van de gemeente Ridderkerk is op dit moment 1 kunstwerk (#81515 Onderdoorgang Rijksstraatweg – Verlengde Voorweg) opgenomen die ligt in het bedrijventerrein Nieuw Reijerwaard. Dit kunstwerk wordt door de gemeenschappelijke regeling voor dit bedrijventerrein (GRNR) onderhouden. Hiervoor is voor de duur van de grondexploitatie een beheerovereenkomst. Na het sluiten van de grondexploitatie wordt de openbare ruimte overgedragen aan de gemeente en komt het beheer te vallen onder de gemeente Ridderkerk, wordt het kunstwerk toegevoegd aan het areaal van de gemeente en worden de financiële consequenties in beeld gebracht.
Dit civiele kunstwerk betreft een onderdoorgang die de Rijksstraatweg laat kruisen met de Verlengde Voorweg. In dit kunstwerk bevinden zich ook waterkeringsdeuren die gesloten kunnen worden om te dienen als waterkering. Dit aangezien het kunstwerk zich in een dijklichaam bevindt. Het waterschap is alleen verantwoordelijk voor het jaarlijks testen van de waterkering.
De R-net halte in Oostendam is in beheer en onderhoud van de gemeente. Er is een samenwerkingsovereenkomst met de provincie waarin is vastgelegd dat de provincie de haltes inclusief haltevoorzieningen aanlegt en de gemeente vervolgens eigenaar van de voorzieningen wordt en verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud. De twee abri’s en fietsenstalling zijn daartoe toebedeeld aan civiele kunstwerken.
2.4. Terugblik voorgaande beheerplan/beheerperiode
De afgelopen jaren zijn de civiele kunstwerken onderhouden op basis van uitgevoerde inspecties. Daar waar kunstwerken schades vertoonden zijn deze hersteld. Daarnaast zijn de afgelopen jaren veel onderdelen van kunstwerken vervangen. Denk hierbij aan nieuwe rijdekken, trapleuningen, damwanden en dijktrappen. Daarnaast is er ook een kunstwerk gesloopt namelijk ‘Pier Werfkade’.
3. Wettelijke kaders en beleid
De landelijke wet- en regelgeving maar ook gemeentebeleid vormen het kader waarbinnen het beheer van de civiele kunstwerken moet worden uitgevoerd. In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste landelijke wet- en regelgeving en het gemeentelijke beleid opgenomen die op dit moment gelden.
3.1. Landelijke wet- en regelgeving
Burgerlijk wetboek (artikelen 162 en 174)
Vanuit de landelijk geldende wetgeving, vastgelegd in het Burgerlijk wetboek, zijn er meerdere wetsartikelen die ingaan op de veiligheid en de zorgplicht. Vanuit deze wetgeving heeft de gemeente vanuit haar rol als eigenaar de wettelijke plicht zorg te dragen voor een aantoonbaar veilige situatie van in dit geval de in haar beheer zijnde civiele kunstwerken. De burger kan de gemeente als eigenaar van een kunstwerk, bij geleden schade aansprakelijk stellen op grond van de artikelen 1621 en 1742 van het Burgerlijk wetboek. Aansprakelijkheid treedt in, onafhankelijk van de vraag of
Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht geworden. Deze wet heeft 26 wetten en tal van regels en voorschriften over onze fysieke leefomgeving gebundeld tot 1 wet. Zo ook de woningwet en het bouwbesluit. In deze beide oude wetten waren regels en vereisten opgenomen in relatie tot civiele kunstwerken. Deze zijn nu dus onderdeel van de Omgevingswet. De Omgevingswet bestaat grofweg uit 5 onderdelen namelijk:
Omgevingsbesluit: In het Omgevingsbesluit staan de regels over het bevoegd gezag voor omgevingsvergunningen, over procedures, handhaving en uitvoering, en over het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het Omgevingsbesluit geldt voor alle partijen die actief zijn in de fysieke leefomgeving – burgers, bedrijven en overheid.
Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl): In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan rijksregels voor de overheid. Er staat onder andere in wat er in omgevingsplannen, omgevingsverordeningen en waterschapsverordeningen moet staan. Ook omgevingswaarden van het Rijk staan in het Bkl. Verder geeft het Bkl regels voor het toetsen en verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning. En regels over monitoring en gegevensverzameling.
Besluit activiteiten leefomgeving (Bal): In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staan rijksregels voor burgers en bedrijven. De regels gelden voor bijvoorbeeld milieubelastende activiteiten, activiteiten in een beperkingengebied of activiteiten met gevolgen voor de natuur. Het Bal bevat algemene regels, meldingsplichten, vergunningplichten, maatwerkmogelijkheden en specifieke zorgplichten.
Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl): In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) staan rijksregels voor burgers en bedrijven. Het zijn allemaal regels die met bouwwerken te maken hebben. Ofwel het bouwen, in stand houden, gebruiken of slopen van bouwwerken. De regels gaan over onderwerpen als veiligheid, duurzaamheid en bruikbaarheid. Het Bbl bevat algemene regels, meldingsplichten, vergunningplichten, maatwerkmogelijkheden en specifieke zorgplichten.
Voor het beheren en onderhoud van civiele kunstwerken zijn voornamelijk de Bbl en de Bkl van belang. Deze relatie wordt in onderstaande tekst toegelicht.
Besluit bouwwerken leefomgeving
In het Besluit bouwwerken leefomgeving is een hoofdstuk opgenomen over het in stand houden van bestaande bouw. Hier vallen dus ook de civiele kunstwerken van de gemeente Ridderkerk onder.
In artikel 3.5 wordt gesproken over de zorgplicht.3
Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de staat van het bouwwerk tot gevaar voor de gezondheid of veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.
In artikel 3.6 wordt gesproken over de onderzoeksplicht.4
De eigenaar van een bouwwerk of degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het treffen van voorzieningen aan dat bouwwerk is verplicht onderzoek te doen naar de staat van dat bouwwerk als het behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie bouwwerken waarvan redelijkerwijs is komen vast te staan dat die een gevaar voor de gezondheid of veiligheid kunnen opleveren.
In artikel 3.6a. wordt gesproken over de periodieke beoordeling.5
De eigenaar van een bouwwerk of degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het treffen van voorzieningen aan dat bouwwerk is verplicht periodiek een beoordeling te doen van de constructieve veiligheid van dat bouwwerk als het behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie bouwwerken.
Op basis van bovenstaande artikelen is de gemeente Ridderkerk dus verplicht om de staat van haar civiele kunstwerken te kennen (uitvoeren inspecties en onderzoeken) en op basis hiervan de verplichting om maatregelen te nemen die redelijkerwijs nodig zijn om de veiligheid en gezondheid van de gebruiker te garanderen (uitvoeren van onderhoudsmaatregelen). Hoe hieraan invulling wordt gegeven is te lezen in hoofdstuk 5.
Besluit kwaliteit leefomgeving
Op het moment van schrijven van dit beheerplan heeft de gemeente Ridderkerk geen civiele kunstwerken in beheer die zijn aangemerkt als Rijksmonument of gemeentelijk monument. De Erfgoedwet en het Besluit kwaliteit leefomgeving hebben daarom op dit moment geen directe invloed op het beheer en onderhoud van civiele kunstwerken in Ridderkerk.
Wegenwet (artikel 16) 6
Conform de Wegenwet moet de gemeente zorgen dat alle wegen die zich op haar grondgebied bevinden en die zij ook moet beheren, in goede staat verkeren. Dit geldt dus ook voor alle kunstwerken die onderdeel uit maken van deze wegen. Er wordt in dit artikel in tegenstelling tot het burgerlijk wetboek niet gesproken over aansprakelijk maar er wordt alleen een beroep gedaan om, in dit geval, de kunstwerken op een goede wijze in stand te houden. De Wegenwet is vooralsnog niet opgenomen in de Omgevingswet.
Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV)
Om het toezicht op gemeenten doelmatig te kunnen uitvoeren, is een reglement opgesteld om begrotingen en dergelijke uniform op te stellen. Dit reglement heet Besluit Begrotingen en Verantwoording (BBV). In dit besluit is onder andere opgenomen dat het opstellen van een beleidskader noodzakelijk is, zie hoofdstuk 1. Daarnaast zijn in het BBV ook definities beschreven rond het begroten en onderverdelen van onderhoud aan kapitaalgoederen. Kunstwerken worden hierin niet expliciet benoemd maar vallen wel onder deze kapitaalgoederen. Vanuit het BBV wordt de volgende indeling gemaakt:
Onderhoudskosten zijn lasten voor de instandhouding die in de jaarrekening (exploitatierekening) worden opgenomen. Onderhoudskosten zijn onderverdeeld in:
Klein onderhoud: Dit betreft dagelijkse niet voorziene reparaties of jaarlijks terugkerende onderhoudslasten (o.a. preventieve maatregelen en onderhoudscontracten) die nodig zijn om het civiele kunstwerk in functionele en veilige staat te houden conform het vastgestelde kwaliteitsniveau (zie hoofdstuk 4).
Waterschapsverordening waterschap Hollandse Delta
Waterschappen hebben op basis van artikel 59 lid 1 en artikel 78 lid 1 Waterschapswet een verordende bevoegdheid. Dit is ook opgenomen in de Omgevingswet Artikel 2.1. Deze verordening wordt conform de Omgevingswet artikel 2.5 een Waterschapsverordening genoemd. Voor de invoering van de omgevingswet werd dit de Keur genoemd. De gemeente Ridderkerk valt onder het waterschap Hollandse Delta. Dit waterschap heeft ook een Waterschapsverordening opgesteld. Deze is per 14 augustus 2024 in werking getreden. In de verordening staan de regels (met name geboden en verboden) die het waterschap hanteert bij de bescherming van onder andere waterkeringen, watergangen en bijbehorende kunstwerken. Deze regels voorkomen dat dijken en oevers beschadigen. Ook zijn er regels voor het onderhoud van sloten, beken, rivieren en andere waterlopen om de waterafvoer in dit oppervlaktewater te waarborgen.
Het beheren en onderhouden van civiele kunstwerken moet conform de Waterschapsverordening aan bepaalde richtlijnen voldoen. Dit moet aantoonbaar zijn. De gemeente dient zich aan deze regels te houden. In deze Waterschapsverordening worden voor wat betreft de civiele kunstwerken de volgende specifieke verplichtingen gesteld:
Rondom het bouwen en in stand houden van civiele kunstwerken zijn veel normen en aanbevelingen van toepassing. Deze willen we hier niet allemaal specifiek benoemen. Eén aanbeveling benoemen we hier wel aangezien deze bepaalt hoe de inspecties vormgegeven dienen te worden. Inspecties en advisering zijn van groot belang voor beheer en onderhoud van civiele kunstwerken. Een systematische werkwijze is belangrijk, zeker als er veel kunstwerken moeten worden onderhouden. Deze systematische werkwijze staan beschreven in de CUR-aanbeveling 117 (CUR-117).
3.2. Gemeentelijke kaders en beleid
De verharding van rijbanen, voetpaden en fietspaden die zich op civieltechnische kunstwerken zoals bruggen, tunnels en duikers bevinden hebben uiteraard een relatie met het beheerplan wegen. De exacte scheiding of de verharding valt onder beheerplan wegen of beheerplan civiele kunstwerken is opgenomen in GeoVisia7. In hoofdlijnen komt het erop neer dat verharding op de landhoofden van de civiele kunstwerken onderdeel is van het beheerplan wegen. Als er op de brug/viaduct en ander soort verharding ligt dan op de landhoofden wordt toegepast dan valt dit onder het beheerplan civiele kunstwerken.
De Klimaatvisie Ridderkerk: de route naar een duurzaam 2050
De gemeente Ridderkerk heeft een hoofddoel opgesteld: ‘Een CO2 -neutrale en circulaire samenleving in 2050’. Om deze hoofddoelstelling te realiseren, is er een klimaatvisie ontwikkeld die zich richt op vijf concrete thema's. De volgende drie thema's worden van belang geacht voor het beheer en onderhoud van civiele kunstwerken:
De relatie met dit beheerplan is vooral gericht op het duurzaam gebruik van materialen (circulaire samenleving).
Inkoop- en aanbestedingsbeleid
De gemeente Ridderkerk zet zich in voor volledig duurzame inkoop, waarbij sociale en milieufactoren centraal staan in het inkoopproces. Daarnaast heeft de gemeente oog voor de sociaal zwakkeren in de samenleving. Zij stimuleren daarom - waar mogelijk en doelmatig - de participatie van arbeidsgehandicapten, langdurig werkeloze uitkeringsgerechtigden of jongeren in het arbeidsproces.
De relatie met dit beheerplan is enkel als het uitvoeren van inspecties of onderhoud wordt aanbesteed, dit conform de regels uit het inkoop- en aanbestedingsbeleid moet.
De gemeente Ridderkerk hanteert de volgende visie: minder afhankelijk worden van de auto, de voetganger en fietser komen in beleid en inrichting op de eerste plaats. Door duurzame, efficiënte en actieve mobiliteit ontstaat er meer ruimte voor inwoners om actief te bewegen een openbare ruimte die uitnodigt tot ontmoeting. Hierbij staan de volgende drie thema’s centraal:
Het mobiliteitsplan geeft voorrang aan de fiets. Bij keuzes in het onderhoud hebben maatregelen voor de fiets dan ook voorrang voor die van de auto. Dit uiteraard onder de voorwaarde dat elk civiel kunstwerk (constructief) veilig moet zijn.
Ridderkerk heeft sinds 2017 een omgevingsvisie, opgesteld naar aanleiding van trends en specifieke opgaven zoals duurzaamheid. Hieruit zijn drie kernwaarden naar voren gekomen namelijk 1) sterke wijken, 2) groenblauwe oase en 3) Kloppend hart. Inmiddels is deze visie ingehaald door de tijd, onder andere door de invoering van de Omgevingswet. Ook is de horizon tot 2035 niet meer de horizon die voor een langetermijnvisie wordt beoogd. In dit beheerplan is nog wel uitgegaan van de huidige omgevingsvisie. In 2025 wordt de omgevingsvisie geactualiseerd
Uit de recente beleidsanalyse blijkt dat het aangekondigde fietsplan, bedoeld voor onderhoud, het oplossen van ontbrekende schakels en het aanleggen van noodzakelijke voorzieningen om het fietsgebruik te stimuleren, nog niet is gerealiseerd. Daarnaast ontbreekt een duidelijke visie op de integratie van duurzamere vervoersmiddelen in het straatbeeld en hoe deze aantrekkelijker kunnen worden gemaakt. Ook is geconstateerd dat de duurzame economie, ondanks de groeiende relevantie door de opkomst van de circulaire economie, nog steeds onvoldoende aandacht krijgt in sectorale beleidsstukken.
Deze punten zullen naar verwachting worden opgenomen in de herziene omgevingsvisie. Als de omgevingsvisie is herzien moet ook worden bekeken in hoeverre dit nog van invloed is op het beheerplan civiele kunstwerken. Krijgen bijvoorbeeld bepaalde civiele kunstwerken een belangrijke status in het fietsnetwerk en is daarom meer onderhoud gewenst. Of moet er bijvoorbeeld meer vergroend worden waardoor het onderhoud aan civiele kunstwerken ook hiermee rekening moet houden.
Collegeprogramma Ridderkerk 2022-2026
De gemeente Ridderkerk heeft een collegeprogramma opgesteld waarin programmavisies zijn vastgelegd die als uitgangspunt dienen voor de gemeentebegrotingen. De volgende punten worden als relevant beschouwd voor dit beheerplan:
Verkeersveiligheid van wegen en straten blijft een topprioriteit voor de gemeente Ridderkerk. Voet-, fiets- en wandelpaden worden zorgvuldig onderhouden om de veiligheid van alle verkeersdeelnemers te waarborgen. Oversteekplaatsen moeten goed verlicht en veilig zijn, en ontbrekende schakels in het fiets- en wandelpadennetwerk worden waar mogelijk aangelegd.
Daarnaast ziet de gemeente Ridderkerk ruimte voor verbetering van het onderhoudsniveau, ondanks investeringen in de buitenruimte. Dit wordt zoveel mogelijk uitgevoerd door eigen medewerkers via een uitbreiding van wijkteams, in plaats van uitbesteding. Waar mogelijk worden verschillende werkzaamheden in de buitenruimte beter op elkaar afgestemd, en meldingen zoals scheve stoeptegels of kapotte lantaarnpalen dienen sneller afgehandeld te worden.
Voor het beheer en onderhoud is een visie ontwikkeld. Deze visie is in lijn met de geldende wetgeving en de door de gemeente Ridderkerk gehanteerde beleidskaders. Deze visie is verankerd in de volgende thema’s:
In onderstaande alinea’s zijn deze thema’s verder uitgewerkt.
Met doelmatig beheer en onderhoud van kunstwerken wordt bedoeld dat de middelen die de gemeente Ridderkerk besteedt aan het beheer en onderhoud zodanig besteed worden dat:
Dit om zo te voorkomen dat er kapitaalverlies optreedt.
Duurzaamheid krijgt bij beheer en onderhoud van civiele kunstwerken de volgende invulling:
Levensduurverlenging: als civiele kunstwerken het einde van hun technische levensduur bereiken wordt er altijd gezocht naar oplossingen om de levensduur te verlengen. Dit uiteraard onder de voorwaarde dat de (constructieve) veiligheid en de functie van het civiele kunstwerk wordt gegarandeerd. Het verlengen van de levensduur is de meest duurzame en circulaire oplossing aangezien het gebruik van grondstoffen wordt beperkt. Mocht een civiel kunstwerk toch vervangen moeten worden dan wordt altijd gestreefd naar het maximale hergebruik van materialen.
Toepassing duurzame materialen8 en hergebruik: Bij onderhoud wordt daar waar mogelijk gebruik gemaakt van duurzame materialen. Hierbij is er aandacht om dit zo veel als mogelijk circulair te doen. Belangrijk hierbij is om de afweging van het gebruik van duurzame materialen altijd te zien over de gehele levensduur van een civiel kunstwerk.
Goed inzicht in de staat van het areaal: Bij het bewaken van de kwaliteit wordt gekozen voor een strakke beheersystematiek. Inspecties op frequente basis vormen de ruggengraat van deze beheersystematiek. Door het frequent uitvoeren van inspecties worden schades of degradatie tijdig onderkend. Op deze wijze is de afdeling Ontwikkeling en Beheer in staat om tijdig te handelen om zo hoge vervangings- of herstelkosten te voorkomen.
Bovenstaande aanpak sluit aan bij het duurzaamheidsbeleid zoals de gemeente Ridderkerk dat heeft vastgesteld. Met name als het gaat om circulariteit.
Veiligheid wordt in dit beheerplan onderverdeeld in drie soorten veiligheid namelijk sociale veiligheid, gebruiksveiligheid en constructieve veiligheid.
Sociale veiligheid: Met sociale veiligheid wordt in het geval van civiele kunstwerken bedoeld dat mensen zich in de nabijheid van deze kunstwerken of bij het gebruik van deze kunstwerken niet onveilig voelen. Een goed voorbeeld is een tunnel die er verloederd uitziet. Door bijvoorbeeld graffiti ontstaat er een gevoel van onveiligheid.
Constructieve veiligheid: Met de constructieve veiligheid van een kunstwerk wordt bedoeld in hoeverre de hoofddraagconstructie nog voldoende sterk is om de belasting te kunnen dragen die volgens de norm wordt uitgeoefend op dit kunstwerk. De draagkracht van de hoofddraagconstructie moet zodanig zijn dat het kunstwerk haar functie veilig kan vervullen. De constructieve veiligheid valt, zoals is aangegeven in paragraaf 3.1, onder de wettelijke zorgplicht van de beheerder van de kunstwerken. Concreet betekent dit dat de gemeente als eigenaar van de kunstwerken zorg moet dragen voor een veilige situatie. De toegenomen aandacht voor de wetgeving leidt ertoe dat de gemeente een extra inspanning moet leveren om deze constructieve veiligheid aan te tonen volgens de geldende normen en richtlijnen. De reden waarom deze aantoonbaarheid nu niet volledig is, is samen te vatten in onderstaande drie punten:
Leefbaarheid en aantrekkelijkheid
De kernwaarden vanuit de omgevingsvisie (zie paragraaf 3.2) maken dat de gemeente Ridderkerk ernaar streeft om de identiteit van wijken te versterken en wijken onderling te verbinden. Dit door de kwaliteit van de openbare ruimte te verbeteren. De openbare ruimte moet aantrekkelijk zijn en uitnodigen om in te bewegen. De civiele kunstwerken zijn wezenlijk onderdeel van de openbare ruimte en moeten daarom ook zo onderhouden worden dat het de aantrekkelijkheid van de openbare ruimte vergroot.
4.2. Beheervisie/kwaliteitsniveaus
4.2.1. Omschrijving kwaliteitsniveaus
De in de voorgaande paragraaf omschreven beheervisie wordt in deze paragraaf vertaald naar verschillende kwaliteitsniveaus waaraan de kunstwerken kunnen voldoen. De beschrijving voor het kwaliteitsniveau geldt alleen als er echt op dit niveau wordt onderhouden en het niveau dus jarenlang minimaal gelijk blijft. Bijvoorbeeld een kunstwerk wat tijdig van matig naar basis wordt gebracht valt dus niet onder onderstaande omschrijvingen. Er worden vijf kwaliteitsniveaus onderscheiden te weten:
Het kunstwerk is in zeer goede conditie, heeft geen zichtbare schades en geen beginnende veroudering. Qua aanzien is het kunstwerk nagenoeg ongeschonden. Het kunstwerk is als nieuw te beschouwen en bevindt zich technisch en qua aanzien in uitstekende staat. Bij dit niveau wordt geen enkele concessie gedaan in het onderhoud en alles is erop gericht om het kunstwerk in deze staat te behouden.
Het kunstwerk heeft incidenteel beginnende schades en beginnende veroudering. Zo worden bijvoorbeeld zeer lichte schades en een lichte achteruitgang geaccepteerd, waardoor het kunstwerk een minder aantrekkelijk uiterlijk kan hebben. Doordat het om beginnende veroudering of schades gaat, zijn deze eenvoudig te verhelpen. Kortom, het kunstwerk bevindt zich technisch gezien in uitstekende staat en qua aanzien is het totaalbeeld nog steeds verzorgd. Bij dit niveau worden er wel enkele concessies gedaan in het onderhoud en dan vooral op het vlak van aanzien.
Het kunstwerk heeft zichtbare schades en plaatselijk ook zichtbare veroudering. De schades aan het kunstwerk kunnen leiden tot meer schades. Zaken als aanslag en vuil worden geaccepteerd zolang dit geen invloed heeft op de sociale veiligheid. Kortom, dit is het minimale onderhoudsniveau die het veilig gebruik en de constructieve veiligheid van dit kunstwerk garandeert maar qua aanzien minder aantrekkelijk is. Bij dit niveau wordt het kunstwerk alleen onderhouden om de technische, functionele en economische levensduur van een kunstwerk niet in het geding te laten komen.
Het kunstwerk heeft veel schades waardoor sommige onderdelen van het kunstwerk niet meer in staat zijn hun functie te vervullen. Daarnaast kunnen de schades aan het kunstwerk leiden tot meer of andere schades en geven de schades het kunstwerk een onaantrekkelijk uiterlijk. Het herstel van deze schades is tijdrovend en brengt behoorlijke kosten met zich mee. Het gevolg van dit onderhoudsniveau is dat het kunstwerk met voldoende tussentijdse controles voldoende veilig is, maar dat dit wel een negatief effect heeft op de levensduur van het kunstwerk. Bij dit niveau wordt het kunstwerk alleen onderhouden om te garanderen dat het kunstwerk veilig gebruikt kan worden.
Het kunstwerk is in slechte tot zeer slechte conditie en is onderhevig aan onomkeerbare veroudering. Door de vele zichtbaar aanwezige schades zal het kunstwerk een zeer onaantrekkelijk uiterlijk hebben. De schades en de staat van het kunstwerk kunnen zodanig zijn dat dit tot onveilige situaties kan leiden. Het herstellen van schades is tijdrovend en brengt hoge kosten met zich. In sommige gevallen zal het doelmatiger zijn om een kunstwerk in zijn geheel te vervangen.
De gemeente Ridderkerk beheert haar civiele kunstwerken op kwaliteitsniveau Basis.
4.2.1. Keuze kwaliteitsniveaus
De gemeente Ridderkerk beheert haar civiele kunstwerken op kwaliteitsniveau Basis. Beeldkwaliteit is onderdeel van dit niveau. Hierbij wordt gestreefd naar beeldkwaliteitsniveau B conform de CROW.
Constructieve veiligheid: het is de wettelijke zorgplicht van de gemeente Ridderkerk dat haar civiele kunstwerken aantoonbaar constructief veilig zijn. Onderhoud op dit vlak moet dan ook altijd plaatsvinden. Met deze randvoorwaarde komen alleen de kwaliteitsniveaus Zeer goed, goed en basis in aanmerking.
Sociale veiligheid: Civiele kunstwerken mogen het sociale veiligheidsgevoel niet negatief beïnvloeden. Een onaantrekkelijk uiterlijk wat van invloed is op het sociale veiligheidsgevoel is dan ook geen optie. Om deze reden wordt ervoor gekozen om de civiele kunstwerken wel schoon te houden. Het kwaliteitsniveau Basis voldoet net aan deze eis.
Aantrekkelijkheid/esthetica: De gemeente hanteert voor de openbare ruimte de beeldkwaliteitslatten van het CROW. Per 2020 is besloten dat de gemeente Ridderkerk in alle gebieden op B wordt onderhouden met een differentiatie op bedrijventerreinen, deze worden op C onderhouden. Beeldkwaliteit B komt overeen met het gekozen kwaliteitsniveau Basis.
Duurzaam onderhoud: Met duurzaam onderhouden wordt bedoeld dat onderhoud dusdanig wordt uitgevoerd dat er geen kapitaalvernietiging optreedt. Het uitstellen of anders uitvoeren van onderhoud mag nooit leiden tot extra schades en dus meer kosten. Zowel de niveaus matig als slecht/zeer slecht leiden tot kapitaalvernietiging en zijn dus geen optie. Bij niveau Basis wordt het civiele kunstwerk dusdanig onderhouden dat er geen kapitaalvernietiging plaatsvindt.
In dit hoofdstuk zijn de bedragen voor onderhoud, vervanging of renovatie weergegeven. In de praktijk wordt vóór aanvang van werkzaamheden altijd nagegaan of een kunstwerk nog noodzakelijk is. In het geval dat dat niet zo is, is er mogelijk sprake van sloop-, afvoer- en herstelkosten. Het is ook mogelijk dat een te vervangen kunstwerk in een andere vorm wordt teruggeplaatst, bijvoorbeeld als gevolg van nieuwe inzichten of andere maatschappelijke behoeften. In dat geval kunnen de kosten zowel lager als hoger uitvallen.
5.1. Toelichting onderhoudstypen
Conform de BBV (zie H3.1) zijn er verschillende type onderhoud te onderscheiden namelijk:
Klein onderhoud (vast en correctief)
Onder correctief onderhoud wordt voornamelijk het dagelijkse (kleine) onderhoud verstaan waarmee kleine schades worden hersteld. Voor de kunstwerken betekent dit concreet:
Het uitvoeren van kleine (correctieve) reparatiewerkzaamheden zoals:
Onder vast onderhoud wordt verstaan onderhoud wat op regelmatige basis wordt uitgevoerd om het areaal of object in stand te houden. Voorbeelden hiervan zijn:
Groot onderhoud is onderhoud waarbij gedeelten van het areaal of object gereconstrueerd of vervangen worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om:
Dit betreft het compleet vervangen of renoveren van civiele kunstwerken.
Om het areaal goed te kunnen onderhouden is het van belang om goed inzicht te hebben in de status van het areaal. Onder deze categorie vallen maatregelen als:
Met dit beheerplan wordt er voorgeschreven dat de civiele kunstwerken elke vijf jaar uitgebreid geïnspecteerd worden volgens de CUR 117 aanbeveling categorie B2 (toestandsinspectie), B5 (herstel advies) en C2 (meerjarenonderhoudsplanning en budgetraming). Houten bruggen en kunstwerken, die meer onderhoud vragen, worden in de tussenliggende periode een aantal keer visueel geschouwd.
Op basis van de inspectie in 2024 zijn de maatregelen voor de komende 5 jaar vastgesteld. Deze beheermaatregelen zijn gericht om het areaal aan civiele kunstwerken op kwaliteitsniveau Basis te brengen en te houden. Onderstaand overzicht toont de exploitatiekosten voor de periode 2025-2029. De kosten zijn uitgesplitst per type onderhoud en per jaar. Per jaar is gemiddeld € 239.400 nodig. De kosten voor renovatie en vervanging zijn opgenomen in hoofdstuk 5.3.
Bij bovenstaande kosten zijn de volgende opmerkingen te maken:
5.3. Kosten vervanging & renovatie
Op basis van de status van de kunstwerken, zie hoofdstuk 2, staan onderstaande objecten op de nominatie om vervangen te worden. In totaal is hiervoor deze beheerperiode een budget van €171.000 benodigd.
*Kunstwerk 52005 (Brug Kinderboerderij) verkeerd in matige staat. Gezien het feit dat er bij dit kunstwerk sprake is van houtrot en dit kunstwerk deels in het water ligt is het de verwachting dat dit kunstwerk zonder een vervanging binnen enkele jaren kwaliteitsniveau slecht krijgt.
Zoals in hoofdstuk 2.1 is aangegeven is van 3 kunstwerken nog niet duidelijk hoe deze op kwaliteitsniveau Basis worden gebracht. Hiervoor zijn nog nadere onderzoeken noodzakelijk. Deze onderzoeken worden in 2025/2026 uitgevoerd. Het aan te vragen budget wordt na afronding van deze onderzoeken wellicht nog hoger.
Naast het reguliere onderhoud en de renovatie/vervanging is er ook een aantal projecten binnen de gemeente waarvoor aanvullend budget is aangevraagd. Dit betreffen de onderstaande projecten.
Project Oeverconstructies Park Maasdonck (budget reeds ter beschikking gesteld)
Om de stabiliteit van de oeverconstructies te borgen wordt een steunberm in de rivier ter hoogte van Park Maasdonck aangelegd. In 2023 werd duidelijk dat de oeverconstructie bij de toren aan de Ankerplaats toe is aan vervanging. De gemeenteraad stelde daarom budget beschikbaar voor onderzoeken en metingen binnen het gebied Park Maasdonck om tot een goede maatregel te komen. Uit onderzoek is gebleken dat het vervangen van de bestaande oeverconstructies of het aanbrengen van nieuwe oeverconstructies vanaf het land nauwelijks tot niet haalbaar is. Daarom is gekozen (na overleg met Rijkswaterstaat) voor het aanbrengen van een steunberm in de rivier over de gehele lengte van Park Maasdonck. Daarmee worden de huidige oeverconstructies opgesloten en hebben deze geen functie meer. De aanleg van de steunberm vindt plaats vanuit de rivier. Door de aanleg van deze steunberm wordt ruimte ingenomen in de rivier. Om te zorgen dat er voldoende ruimte blijft voor het water dient dit gecompenseerd te worden, zogenoemde watercompensatie. Het is daarom noodzakelijk dat een groot deel van de pier nabij de Werfkade gesloopt wordt.
De gemeenteraad heeft voor dit project een investeringsbudget van € 9.200.000 ter beschikking gesteld voor aanleg van de steunberm (raadsbesluit 26 september 2024).
Keerwand Benedenrijweg ter hoogte van Huys ten Donck (budget reeds ter beschikking gesteld)
Aan de Benedenrijweg, ter hoogte van Huys ten Donck is een houten damwand. Deze damwand dient als tegendruk voor het verkeer onderaan de waterkering. De houten damwand is in slechte staat en niet meer geschikt voor de huidige verkeersbelasting. Om de houten damwand te vervangen is een zogenaamde kuip- of kistdam-constructie nodig. Eén op één vervanging van de houten damwand is niet mogelijk vanwege het waterwingebied én de veel grotere verkeersbelasting.
In de Begroting 2024 heeft de gemeenteraad een investeringsbudget van € 3.082.000 ter beschikking gesteld voor de realisatie van een stalen kist-damconstructie. Het project is nog niet gerealiseerd, planning is 2025.
De damwand wordt sinds oktober 2023 gemonitord op verplaatsingen. In 2024 bleek dat deze verplaatsing niet meer lineair is maar richting exponentieel ging. Daarom zijn er vanaf november 2024 verkeersmaatregelen van kracht. Uit de metingen blijkt dat dit effect heeft, de verplaatsing is redelijk gestabiliseerd.
Project damwanden De Schans en Boelewerf (aanvullend budget noodzakelijk)
In 2024 is budget beschikbaar gesteld om de damwanden bij De Schans en Boelewerf te onderzoeken. Doel is om de sterkte en stabiliteit van deze damwanden te waarborgen. In 2024 zijn hiervoor al werkzaamheden uitgevoerd. Om de objecten op kwaliteitsniveau Basis te houden is aanvullend budget nodig om de geadviseerde maatregelen te kunnen uitvoeren. Daarnaast is een staaldiktemeting onder water nodig om de restlevensduur van de damwanden nauwkeuriger te bepalen. Ook hiervoor is aanvullend budget nodig. In totaal is er een aanvullend budget nodig van € 200.000. Met dit beheerplan wordt dit aanvullende budget voor 2025 aangevraagd.
6. Financiën, risico’s en aanbevelingen
6.1. Huidig onderhoudsbudget t.o.v. benodigd budget
Het huidige budget voor jaarlijks onderhoud bedraagt € 130.400 en vanaf 2026 €135.400. Op basis van de uitgevoerde inspectie en de kosten die nodig zijn voor het beheer en onderhoud van het areaal is er voor de komende jaren een budget nodig van € 239.400 per jaar. Dit is een forse verhoging van het huidige budget.
Gezien de omvang van het areaal aan kunstwerken is dit geen hoog budget. Als indicatie wordt voor onderhoudskosten van een areaal aan kunstwerken gemiddeld 1% van de totale vervangingswaarde aangehouden. De vervangingswaarde wordt op € 53 miljoen geschat. Op basis van deze indicatie is dan een budget van ongeveer € 530.000 benodigd. De gevraagde € 239.400 per jaar is hiervan ongeveer de helft.
6.2. Huidig vervangingsbudget t.o.v. benodigd budget
Op dit moment zijn er geen budgetten vrijgemaakt voor de vervanging en renovatie van de genoemde kunstwerken in paragraaf 5.3. Ook is er nog geen aanvullend budget vrijgemaakt voor het Project damwanden De Schans en Boelewerf. In onderstaande tabel is een overzicht van de benodigde budgetten voor de komende jaren.
In hoofdstuk 4 is aangegeven dat er gestreefd wordt naar kwaliteitsniveau Basis. Om dit niveau na te streven zijn de genoemde kosten in de voorgaande paragraaf noodzakelijk. Bij minder te besteden middelen wordt het risico gelopen dat het kwaliteitsniveau niet wordt gehaald. Concreet kan dit leiden tot de volgende risico’s:
Constructieve onveiligheid: het is de wettelijke zorgplicht van de gemeente Ridderkerk dat haar civiele kunstwerken aantoonbaar constructief veilig zijn. Als onderhoud op dit vlak niet wordt uitgevoerd voldoet de gemeente niet aan haar wettelijke zorgplicht. Als dit tot incidenten leidt kan de gemeente hiervoor aansprakelijk worden gesteld. Daarnaast kunnen kunstwerken afgesloten worden voor verkeer of kan er een last- en aslastbeperking worden opgelegd. Dit risico is al opgetreden voor het Viaduct Ringdijk en Viaduct Havenkanaal. Beide objecten kennen een aslastbeperking en met deze beperking voldoen ze weer maar functioneel gezien kennen deze kunstwerken dus wel een beperking,
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-242825.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.