Besluit van de burgemeester van de gemeente Amsterdam tot wijziging van het collegebesluit van 8 juni 1999 in verband met de vestiging en verplaatsing van coffeeshops (vestigings- en verplaatsingscriteria coffeeshops Amsterdam 2025)

de burgemeester van Amsterdam,

 

gelet op artikel 13b van de Opiumwet

 

besluit:

Artikel I  

Het collegebesluit van 8 juni 1999 (nrs. V en VI) wordt als volgt gewijzigd:

 

  • a.

    Voorwaarden verplaatsing coffeeshop

    • 1.

      Ten aanzien van huidige locatie:

  • -

    De coffeeshop is gevestigd op een adres dat op de actuele gedooglijst staat en wordt met een geldige gedoogverklaring en geldige exploitatievergunning geëxploiteerd;

  • -

    De gedoogstatus van het adres is niet ‘bevroren’ vanwege (het voornemen tot) een bestuurlijke maatregel;

  • -

    Stappen uit het handhavingsarrangement die aan de exploitant zijn opgelegd vanwege overtredingen van de gedoogvoorwaarden blijven staan (verhuizen mee);

  • -

    de burgemeester is van mening dat er bij de coffeeshop sprake is van (niet-verwijtbare) overlast vanwege bijvoorbeeld de ongunstige ligging;

  • -

    het huidige adres wordt met de verplaatsing van de gedooglijst geschrapt.

     

    • 2.

      Ten aanzien van de nieuwe locatie:

  • -

    Verplaatsen naar/binnen het stadsdeel centrum is gelet op de coffeeshopdichtheid aldaar in beginsel niet mogelijk, met uitzondering van een tijdelijke verplaatsing vanwege funderingsherstel.

  • -

    De exploitant draagt een pand/locatie (waarover hij beschikt/kan beschikken) aan.

  • -

    Het pand heeft een horecabestemming III of IV/ aanduiding horeca (zwaartecategorie middelzwaar) in omgevingsplan;

  • -

    Het pand is gelegen aan/dichtbij hoofdnet auto of in een winkelgebied;

  • -

    Het pand heeft voldoende parkeergelegenheid;

  • -

    Het pand ligt niet direct nabij een jongerencentrum, of andere locatie waar regelmatig groepen jongeren beneden de 18 jaar bijeenkomen;

  • -

    Het pand ligt niet in directe nabijheid van een openbare speelgelegenheid voor kinderen;

  • -

    Het pand ligt op minimaal 250 meter loopafstand van een coffeeshop.

  • -

    Het pand ligt op minimaal 250 meter loopafstand van een school voor Voortgezet Onderwijs of voor Middelbaar Beroeps Onderwijs.

  • -

    Het zaakoppervlak (publiektoegankelijke ruimte) van de nieuwe locatie mag bij voorkeur niet groter zijn dan van de huidige locatie;

  • -

    Het dagelijks bestuur van het stadsdeel waarbinnen de beoogde coffeeshoplocatie ligt, adviseert de burgemeester over vestiging van de coffeeshop. Daarbij kan politie-informatie worden betrokken.

     

  • b.

    Voorwaarden aan exploitant/bedrijfsvoering bij nieuwe locatie coffeeshop

  • -

    Er wordt geen terrasvergunning verstrekt

  • -

    De exploitant stelt een beheersplan op waarin wordt aangegeven hoe overlast wordt voorkomen, dat onderdeel wordt van de exploitatievergunning

  • -

    De exploitant stelt een veiligheidsplan op, dat onderdeel wordt van de exploitatievergunning

  • -

    Duidelijk moet zijn welke natuurlijke persoon economisch belang, zeggenschap en leiding heeft in de coffeeshop, deze persoon dient het aanspreekpunt te zijn voor de gemeente. Mocht dit tussentijds wijzigen, dan is de vergunninghouder verplicht dit bij de gemeente te melden. Ook moet duidelijk zijn in hoeverre de coffeeshop gelieerd is aan andere coffeeshops in Amsterdam (op bedrijfs- of persoonsniveau).

  • -

    Leidinggevenden en personeelsleden dienen de cursus goed gastheerschap coffeeshoppersoneel te hebben gevolgd en voorlichtingsmateriaal moet voldoende aanwezig zijn.

  • -

    Bij afhalen cannabis moet verplicht een ‘bijsluiter’ verstrekt worden.

Artikel II  

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking

Artikel III  

Dit besluit wordt aangehaald als ‘vestigings- en verplaatsingscriteria coffeeshops Amsterdam 2025’

Aldus vastgesteld op 6 mei 2025

De burgemeester

Femke Halsema

Toelichting

Algemeen deel

In 1999 besloot het college na een evaluatie van het coffeeshopbeleid 1995-1997 een aantal beleidsaspecten nader uit te werken dan wel aan te passen. Ten aanzien van de locatie van coffeeshops geldt vanaf 1995:‘er wordt alleen de verkoop van soft drugs gedoogd in coffeeshops die op de lijst van coffeeshops staan vermeld, zoals die na 1 april 1995 is opgesteld en bijgehouden’.

 

Het college stelde op 8 juni 1999 in afwijking daarvan vast dat:

indien afdoende kan worden aangetoond dat het niet meer (voldoende) aanwezig zijn van officieel gedoogde verkooppunten in een stadsdeel tot een niet te accepteren druk op het woon- en leefklimaat leidt, kan binnen het kader van het gemeentebeleid door verhuizing uit overconcentratiegebieden aldaar een toename van het aantal coffeeshops worden toegestaan; en indien officieel gedoogde verkooppunten vanwege een ongunstige ligging overlast veroorzaken, kan binnen het kader van gemeentebeleid worden verhuisd naar een locatie waar naar verwachting de druk op het woon- en leefklimaat minder zal zijn.’

 

Pilot coffeeshops

Het afdoende aantonen van een hoge/toegenomen druk op het woon-en leefklimaat veroorzaakt door een tekort aan coffeeshops blijkt in de praktijk lastig en gaat ook verder dan de eisen voor vestiging van een andere horecagelegenheid zoals een café of een restaurant.

In 2012 is daarom de Pilot coffeeshops gestart. De pilot moest inzicht geven in overlast van en beeldvorming over de coffeeshops. Ook moest de pilot onderzoeken welke voorwaarden (aan o.a. locatie, exploitant en bedrijfsvoering) gesteld kunnen worden om bij te dragen aan een kleinschalige, transparante en beheersbare branche, die verantwoordelijkheid neemt voor de omgeving en risicovol gebruik. In de pilot zijn één nieuwe en vier bestaande coffeeshops met inachtneming van nieuwe locatievoorwaarden op een voorheen niet gedoogde locatie in Amsterdam gaan exploiteren.

In november 2023 is de pilot coffeeshops afgerond. De nieuwe vestigingen waren allen succesvol. Uit de monitors is gebleken dat belangrijke randvoorwaarden bij de nieuwe vestiging van coffeeshops de goede bereikbaarheid van de coffeeshop, ruime parkeermogelijkheden en het adequaat managen van de openbare ruimte door de coffeeshop zijn. Het maakt niet uit of er sprake is van een exploitatievorm waarbij uitsluitend cannabis mag worden afgehaald (wat binnen de pilot bij wijze van uitzondering als exploitatievorm kon worden gekozen), of van een functie met de mogelijkheid tot het binnen consumeren van cannabis. Uit de pilot blijkt tot slot dat er vanuit de plaatselijke bewoners wel behoefte bestaat aan verkooppunten van cannabis. De weerstand en de vrees die vooraf soms bestaat tegen een toename van overlast door de komst van een coffeeshop, blijkt in de praktijk dan ook al snel ongegrond.

Dit geeft de aanleiding om, gehoord de stadsdeelvoorzitters, de driehoek en de gemeenteraad, nieuwe vestiging- en verplaatsingscriteria vast te stellen.

 

Artikelsgewijze toelichting

Artikel I

 

  • a.

    Voorwaarden verplaatsing coffeeshop

    • 1.

      Ten aanzien van huidige locatie:

Amsterdam heeft van oudsher meer coffeeshops dan welke andere coffeeshopgemeente dan ook (zo’n 30% van het totaal aantal coffeeshops in Nederland). In Amsterdam is nooit een minimum of een maximum aantal coffeeshops vastgesteld, maar de burgemeester houdt een gedooglijst bij die uitsluitend de adressen bevat waar de verkoop van cannabis wordt gedoogd. Met deze lijst bewaakt de burgemeester de ongewenste groei van het aantal coffeeshops. Ook behoudt de burgemeester daarmee de mogelijkheid om in het kader van de openbare orde en veiligheid een nieuwe coffeeshoplocatie toe te staan..

Verplaatsing van een coffeeshop kan nog steeds uitsluitend als deze met een geldige gedoogverklaring en geldige exploitatievergunning op een gedoogd adres wordt geëxploiteerd. Dat betekent dat coffeeshops waarvan de vergunning en gedoogverklaring definitief zijn ingetrokken niet mogen verplaatsen. Als een coffeeshop tijdelijk is gesloten op last van de burgemeester of een (voornemen tot het nemen van een) bestuurlijke maatregel vanwege overtreding van de gedoogvoorwaarden heeft ontvangen, bevriest de burgemeester de gedoogstatus van het adres. In die gevallen kan een coffeeshopexploitant de exploitatie niet als coffeeshop kan overdragen, omdat de burgemeester gedurende de tijdelijke sluiting, het voornemen en de executie van de bestuurlijke maatregel geen wijzigingen van vergunninghouder zal toestaan. Na heropening of na de executie of intrekking van de bestuurlijke maatregel kan een coffeeshop wel worden overgedragen en dus ook verplaatsen. De burgemeester bespreekt een voornemen tot het toevoegen van een adres aan de gedooglijst met de driehoek.

 

De eventueel opgelegde stappen uit het handhavingsplan voor coffeeshops verhuizen met de coffeeshop mee. Dit wordt hier vastgelegd, om te voorkomen dat een exploitant wil verhuizen om een eventueel dreigende definitieve sluiting van de coffeeshop te voorkomen.

Naast de geldige gedoogverklaring en exploitatievergunning moet er naar de mening van de burgemeester bij de coffeeshop net als voorheen sprake zijn van (niet-verwijtbare) overlast vanwege bijvoorbeeld de ongunstige ligging. Als een coffeeshop verwijtbaar overlast veroorzaakt, dan handhaaft de burgemeester daarop. Maar als een coffeeshop ondanks dat de exploitant al het mogelijke doet om overlast te voorkomen of te beperken toch overlast genereert, kan dat een reden zijn om te verplaatsen. Het is direct ook de enige omstandigheid waaronder kan worden verplaatst, om te voorkomen dat coffeeshops om andere redenen (financieel-economische motieven) willen verplaatsen. Voor coffeeshops in het stadsdeel Centrum hoeft niet te worden aangetoond dat zij niet-verwijtbaar overlast veroorzaken. De aanwezigheid van coffeeshops in dit gebied heeft vanwege de aantrekkingskracht daarvan op toeristen tot gevolg dat de leefbaarheid structureel onder druk staat. Hiermee beoogt het college verplaatsing van deze coffeeshops naar andere delen van de stad te bevorderen.

 

    • 2.

      Ten aanzien van de nieuwe locatie:

Omdat meer dan een derde van alle coffeeshops zich in Amsterdam Centrum bevinden is verplaatsen naar/binnen het stadsdeel centrum gelet op de coffeeshopdichtheid aldaar in beginsel niet mogelijk, met uitzondering van een tijdelijke verplaatsing vanwege funderingsherstel.

Een verplaatsing vindt plaats op initiatief van de exploitant. Deze dient zelf te zoeken naar een nieuwe locatie waarover hij kan beschikken. Bij meer dan één verzoek tot verplaatsing naar een specifieke locatie/adres, wordt de verplaatsing gefaciliteerd indien verzoeker aantoonbaar over de locatie kan beschikken en indien aan alle andere voorwaarden voor verplaatsing wordt voldaan.

De nieuwe locatie moet, evenals voorheen, een bestemming horeca III of IV hebben of kunnen krijgen (door middel van een omgevingsvergunning). De eisen voor de nieuwe locatie zijn voorts aangepast en vastgesteld naar aanleiding van de uitkomsten van de pilot coffeeshops. Zij dienen ter voorkoming van overlast en van zichtbaarheid voor jeugdigen. Het afstandscriterium (minimaal 250 meter loopafstand tussen bestaande coffeeshops en scholen voor voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs) wordt voor bestaande coffeeshops niet meer gehandhaafd. Bij het faciliteren van een nieuwe coffeeshoplocatie wordt wel een minimale afstand van 250 meter tussen coffeeshops en scholen voor VO en MBO gehanteerd. Dezelfde afstand wordt gehanteerd voor de afstand ten opzichte van andere coffeeshops. Het DB van het beoogde stadsdeel kan advies uitbrengen over de nieuwe locatie, bij voorkeur onderbouwd met informatie van de politie. Dit advies behelst bij voorkeur een oordeel over de geschiktheid van de locatie. Het advies is niet bindend.

 

  • b.

    Voorwaarden aan exploitant/bedrijfsvoering bij nieuwe locatie coffeeshop

Ook aan de exploitant worden enkele voorwaarden gesteld ter voorkoming van overlast en ter bescherming van de openbare orde en veiligheid rond de coffeeshop. In een beheersplan en in een veiligheidsplan dient de exploitant maatregelen op te nemen ten aanzien van de voorkoming van overlast en bescherming van de openbare orde en veiligheid. Het beheersplan moet worden goedgekeurd door het stadsdeel en het veiligheidsplan moet worden goedgekeurd door de politie. Doordat deze plannen onderdeel van de exploitatievergunning worden, kan op de naleving van de maatregelen worden gehandhaafd.

 

Transparantie is belangrijk in de gedoogde coffeeshopbranche. Om goed toezicht te kunnen houden en in voorkomende gevallen toerekenbaarheid vast te kunnen stellen moet duidelijk duidelijk zijn welke natuurlijke persoon economisch belang, zeggenschap en leiding heeft in de coffeeshop. Deze persoon dient het aanspreekpunt te zijn voor de gemeente. Mocht dit tussentijds wijzigen, dan is de vergunninghouder verplicht dit bij de gemeente te melden. Ook moet duidelijk zijn in hoeverre de coffeeshop gelieerd is aan andere coffeeshops in Amsterdam (op bedrijfs- of persoonsniveau).

Voorlichting bij de verkoop van softdrugs is zeer belangrijk. Leidinggevenden en personeelsleden dienen daarom de cursus goed gastheerschap coffeeshoppersoneel te hebben gevolgd en voorlichtingsmateriaal moet voldoende aanwezig zijn en bij afhalen cannabis moet verplicht een ‘bijsluiter’ verstrekt worden met informatie over de werkzaamheid en sterkte van de verschillende soorten softdrugs.

 

Vastgesteld 6 mei 2025

Naar boven