Gemeenteblad van Diemen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Diemen | Gemeenteblad 2025, 242275 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Diemen | Gemeenteblad 2025, 242275 | overige overheidsinformatie |
Afwegingskader distributiepunten mei 2025
Nederland wil uiterlijk in 2050 CO2-neutraal zijn. Daarom stoppen we ook in Diemen met het gebruik van aardgas en stappen we over op duurzame energie. De gemeente wil dit in 2040 al gerealiseerd hebben. Deze ontwikkeling verloopt sneller dan verwacht, waardoor het huidige elektriciteitsnet het niet aankan. Om het net te versterken, worden niet alleen de elektriciteitskabels vervangen, maar zullen er ook meer distributiepunten geplaatst moeten worden, vaak in de openbare ruimte. We weten dat dit grote impact zal hebben op de inrichting van de openbare ruimte, zowel bovengronds als ondergronds. Daarom stellen we nu al een duidelijk afwegingskader en werkproces vast. Dit thema raakt namelijk verschillende teams en belangen. Gezien de uiteenlopende belangen en het belang van de energietransitie, zal niet altijd de ideale oplossing worden gevonden. De opgestelde voorkeursvolgorde helpt vooral bij het voeren van een goed gesprek met de aanvrager, omwonenden en de gemeente. Deze beleidsnota wordt door het college vastgesteld en wordt gepubliceerd op www.overheid.nl.
Dit beleid gaat over het plaatsen van bouwwerken die niet vergunningplichtig zijn op grond van de Omgevingswet en te maken hebben met elektriciteit of warmte. In dit beleid noemen we dit voor het gemak distributiepunten. Dit zijn lokale knooppunten waar energie doorheen stroomt, zoals transformatiehuisjes, wijkstations, POP-stations (points of presence) voor glasvezel, warmtewijkcentrales en bijvoorbeeld buurtbatterijen. Het betreft dus niet de grote stations van Liander of TenneT.
Naar verwachting moeten er tot 2050 meer dan 100 elektriciteits-huisjes bijkomen in de gemeente Diemen. In 2023 waren er 74 huisjes binnen de gemeente.
Distributiepunten zijn in de Omgevingswet omschreven als 'een bouwwerk ten behoeve van een nutsvoorziening'. Als dit bouwwerk niet hoger is dan 3 meter en de oppervlakte niet groter is dan 15 m², kan dit volledig vergunningvrij geplaatst worden (art. 2, lid 18, onder a Bijlage II Besluit omgevingsrecht). Dit betekent dat er noch voor het bouwen noch voor het (eventueel) handelen in strijd met het bestemmingsplan een vergunning vereist is.
Wel is de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur (AVOI) van toepassing. Vanuit deze verordening geldt een vergunningplicht voor kabels en leidingen. Ook objecten die nodig zijn voor deze werkzaamheden, zoals distributiepunten, vallen onder de reikwijdte van de AVOI.
Naast de publiekrechtelijke vergunning op basis van de AVOI verleent de gemeente, als zij grondeigenaar is, medewerking door de uitgifte van een opstalrecht. De voorwaarden voor uitgifte zijn vastgelegd in de Nota Grondprijzen en gelden in principe voor de duur van 40 jaar, waarna jaarlijks stilzwijgend wordt verlengd. De gemeente is bevoegd om, in het kader van het algemeen belang, het opstalrecht op te zeggen.
Binnen de gemeente Diemen is Liander de netbeheerder van gas en elektriciteit. Zij leggen kabels en leidingen aan en beheren het energienetwerk. Liander werkt dagelijks aan het verzwaren, uitbreiden en verslimmen van het elektriciteitsnet. Over het algemeen zullen zij dan ook de aanvrager voor een distributiepunt zijn.
Figuur 1: werkverdeling TenneT en Liander
Naar verwachting wordt er medio 2025 een netbelastingkaart opgeleverd door Liander. Deze kaart toont de verwachte belasting op het laagspanningsnet per CBS-buurt tot en met 2030 en tot en met 2034. Vervolgens maakt Liander op basis van deze kaart een planning voor de wijken waar als eerste extra kabels en distributiepunten worden geplaatst. Dan wordt in een buurtaanpak, in samenwerking met de gemeente, per buurt bepaald hoeveel distributiepunten er moeten komen, welke kabels moeten worden vervangen en wat er verder moet gebeuren. Het kan enkele jaren duren voordat Liander aan de slag gaat met de buurtaanpak binnen Diemen. Tot die tijd zal per geval bepaald worden waar het distributiepunt moet worden geplaatst.
Overal waar stroom loopt ontstaan zowel elektrische als magnetische velden. Elektrische velden in elektriciteitsinfrastructuur worden in grote mate afgezwakt door het isolatiemateriaal om de elektriciteitskabels, muren en andere hindernissen. Bij elektriciteitsinfrastructuur word je in de praktijk dus vooral blootgesteld aan magneetvelden. Door het Rijk is met netbeheerders afgesproken dat zij, bij aanleg van nieuwe en wijzigingen van bestaande distributiepunten proportionele bronmaatregelen treffen om de effecten van magneetvelden te beperken.
Op dit moment is Liander de voornaamste partij die distributiepunten plaatst (veelal in de vorm van trafohuisjes). De verwachting is dat er in de komende jaren, als gevolg van de energie- en warmtetransitie, nieuwe aanvragers bijkomen. Denk hierbij aan de gemeente zelf (bijvoorbeeld buurtwarmtecentrales) of een wijkcoöperatie (buurtbatterijen). Daarnaast plaatsen telecombedrijven nu al POP-ruimtes in de openbare ruimte van Diemen.
Met vertegenwoordigers van de verschillende betrokken teams is eerst inzichtelijk gemaakt welk proces een aanvraag voor een distributiepunt doorloopt. Vervolgens is een voorkeursvolgorde opgesteld, waarmee een locatie voor een distributiepunt wordt gekozen. In de toelichting op de voorkeursvolgorde is aanvullende informatie opgenomen.
1. Proces aanvraag distributiepunten
Op pagina 6 is het aanvraagproces afgebeeld. Voorheen kwamen aanvragen op verschillende manieren bij de gemeente binnen: bij projectleiders, beleidsmedewerkers en de vergunningverlener voor kabels en leidingen. Soms ging dat via het systeem Moor, en soms niet. Voortaan komen alle aanvragen voor distributiepunten binnen via het systeem Moor. Dit platform ondersteunt alle processen die te maken hebben met werkzaamheden aan de ondergrondse infrastructuur. Ook is besloten dat er altijd eerst een vooroverleg moet worden aangevraagd via Moor, zodat de gemeente een aantal geschikte locaties kan doorgeven. Daarnaast is inzichtelijk gemaakt welke onderwerpen in welke fase van het proces worden getoetst.
Voordat er überhaupt gekeken wordt waar een distributiepunt wordt geplaatst, zal de gemeente de afweging maken of dit distributiepunt gewenst is. In de gevallen waarin Liander de aanvrager is, zal er in de praktijk al snel sprake zijn van een maatschappelijk belang. De gemeente zal in principe dan ook aan deze aanvraag meewerken. Als de aanvrager een privaat en/of commercieel belang heeft, dan kan het zijn dat deze afweging anders uitvalt.
Op pagina 7 is een schema opgenomen, waarmee inzichtelijk wordt gemaakt wat de voorkeursvolgorde van de gemeente is. Uit deze voorkeursvolgorde blijkt dat eerst gekeken moet worden naar het inpandig plaatsen van distributiepunten. Bij nieuwbouw is dit de enige mogelijkheid. Mocht inpandig plaatsen bij bestaande bouw, zoals een bestaande wijk, niet mogelijk zijn, dan kan opeenvolgend gekeken worden naar privaat terrein, verharde restruimte in de openbare ruimte, parkeerplaatsen en pas als laatste optie naar groen. Hierbij wordt altijd gekeken naar de omgevingskwaliteit en de verkeers- en sociale veiligheid.
3. Toelichting voorkeursvolgorde
Bij het plaatsen van een energiedistributiepunt spelen veel belangen: behoud van groen, behoud van parkeerplaatsen, omgevingskwaliteit, enzovoort. Vaak bestaat er tussen die verschillende belangen ook spanning. Door in dit beleid de verschillende belangen goed toe te lichten en in een voorkeursvolgorde op te nemen, hopen we die spanning weg te nemen. Vanwege de vele belangen in een toch al overvolle omgeving, heeft de gemeente een voorkeur voor een dubbelfunctie, zoals een educatieve functie (bijvoorbeeld uitleg voor kinderen over minder energieverbruik) of een meerwaarde voor de biodiversiteit.
Wanneer er een verzoek voor een distributiepunt binnenkomt, worden altijd een aantal algemene zaken getoetst. Zo wordt gekeken of er geen kabels en leidingen in de weg liggen (KLIC-melding), via de Klimaatatlas wordt gekeken of er geen extreme risico’s zijn op overstromingen, er wordt getoetst of er op deze locatie geen andere ontwikkelingen gepland staan en er wordt gekeken of het distributiepunt toegankelijk is vanuit de openbare ruimte.
In het geval van nieuwbouw, klein of groot, zullen de distributiepunten inpandig geplaatst moeten worden. Hierbij moet rekening worden gehouden met integratie in het gevelbeeld, zodat het passend is bij de architectuur.
Bij het (her)inrichten van buurten en wijken, waarbij meerdere hoofdgebouwen worden gebouwd (gebiedsontwikkelingen), wordt gewerkt met een programma van eisen en/of een beeldkwaliteitsplan. Hierin wordt door de stedenbouwkundige opgenomen dat eventuele distributiepunten inpandig gerealiseerd moeten worden. Op deze manier kunnen ontwerpbureaus aan de voorkant rekening houden met de benodigde ruimte.
Bij kleinere ontwikkelingen van maximaal één hoofdgebouw zal niet altijd een programma van eisen worden opgesteld. In deze processen wordt het uitgangspunt van inpandige distributiepunten meegenomen in de uitgangspunten van de stedenbouwkundige.
In het geval van nieuwe ontwikkelingen maakt de gemeente geen uitzondering op de regel dat het distributiepunt inpandig gerealiseerd moet worden. Voor bestaande wijken moet eerst worden gekeken of het distributiepunt inpandig geïntegreerd kan worden in bestaande bebouwing, zoals garageboxen of bergingen. Daarna kunnen pas andere opties worden overwogen. Het is aan de aanvrager om aan te tonen dat het distributiepunt niet inpandig geplaatst kan worden.
Mocht het in bestaande wijken niet mogelijk zijn om het distributiepunt inpandig te plaatsen, dan zal eerst gekeken worden of het op privaatterrein geplaatst kan worden, bij voorkeur uit het zicht van de openbare ruimte.
Pas als het distributiepunt echt niet inpandig of op privaatterrein geplaatst kan worden, wordt gekeken naar de openbare ruimte. Hierbij wordt eerst gekeken naar verharde restruimte, dan pas naar parkeerplaatsen en als laatste naar groen.
Als een distributiepunt in de openbare ruimte wordt geplaatst, wordt rekening gehouden met onderstaande uitgangspunten.
Diemen is een gezond stedelijk dorp, verbonden met een groen buitengebied. De te plaatsen distributiepunten moeten ruimtelijk ingepast worden in de omgeving; ze moeten zich voegen naar de omgeving. Het distributiepunt mag zo min mogelijk afdoen aan de kwaliteit van de openbare ruimte. Daarbij worden enkele aandachtspunten genoemd:
Er wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de architectuur van het distributiepunt; deze moet in lijn zijn met de architectuur van de omgeving en/of andere distributiepunten in de omgeving. Op sommige plaatsen kan een educatieve functie passend zijn (een afbeelding over energiebesparing voor kinderen bijvoorbeeld), op andere een kunstuiting of biodiversiteit.
Liander heeft een menukaart ontwikkeld voor de vormgeving van trafohuisjes. Deze huisjes hebben een standaardmaat. De stedenbouwkundige bepaalt aan de hand van deze menukaart het type materiaal, de kleur en de aankleding van het trafohuisje, welke passend moet zijn bij de omgeving. Er wordt nog gewerkt aan een materialenhandboek voor de gemeente Diemen, waarin distributiepunten ook opgenomen zullen worden. Bij voorkeur worden er duurzame materialen gebruikt, zoals biobased materialen. De gemeente blijft bij Liander aandringen op meer keuzemogelijkheden in de menukaart voor de vormgeving van distributiepunten.
De plaatsing van het distributiepunt mag geen negatieve effecten hebben op zichtlijnen van weggebruikers. Over het algemeen zal een distributiepunt dan ook niet in een bocht of tegen een kruising geplaatst kunnen worden. Dit moet echter per situatie worden beoordeeld.
Door het plaatsen van distributiepunten mogen geen onveilige of onoverzichtelijke plekken ontstaan. Ze mogen geen hangplekken worden die vandalisme of urineren uitlokken. Ook mag het distributiepunt niet uitnodigen tot beklimmen.
Als een distributiepunt echt niet inpandig of op privaat terrein geplaatst kan worden, wordt gekeken naar verharde restruimte in de openbare ruimte. In de eerste plaats wordt gezocht naar ongebruikte verharde trottoirs of restruimte op parkeerterreinen (niet zijnde parkeerplaatsen).
Mocht het distributiepunt niet inpandig, op privaat terrein of op verharde restruimte geplaatst kunnen worden, dan wordt gekeken of er parkeerplaatsen opgeofferd kunnen worden. Bij voorkeur gebeurt dit op parkeerkoffers of parkeerterreinen. In dit geval moet worden onderzocht of het aantal parkeerplaatsen op deze locatie verminderd kan worden. Een distributiepunt kan alleen op een parkeerplaats aan de straat worden geplaatst als het niet tussen 'hoofdverkeersstromen' in wordt geplaatst (bijvoorbeeld tussen een fietspad en rijbaan). Het zal zelden voorkomen dat een huisje of station geplaatst kan worden op een parkeerplaats aan de straat. Toch moet dit getoetst worden voordat naar het groen wordt gekeken.
Mocht inpandige plaatsing, verharde restruimte of parkeerplaatsen geen optie zijn, dan wordt pas gekeken naar plaatsing van het distributiepunt in het groen. Daarbij geldt te allen tijde dat distributiepunten niet geplaatst worden in de Hoofdgroenstructuren of de Hoofdbomenstructuren en dat er geen bomen worden opgeofferd. Voor distributiepunten in het groen geldt de volgende voorkeursvolgorde:
Bij groot groen wordt gedacht aan parken, groene routes en plantsoenen. Bij klein groen aan een plant/grasvlak of plantsoen om de ruimte op te vullen. Bij intensief gebruik gaat het bijvoorbeeld om een (groene) speel- of ontmoetingsplek of een veelgebruikte wandelroute.
De distributiepunten worden bij voorkeur groen ingepast. Een smalle strook verharding rondom distributiepunten hoeft geen stoeptegels te zijn; dit kan ook halfverharding zijn. Het huisje of station zal een toegevoegde waarde voor de biodiversiteit moeten hebben. Uitgangspunt is dat alle nieuw te plaatsen distributiepunten een sedumdak krijgen.
De aanvrager is verantwoordelijk voor het contact met bewoners en bedrijven in de omgeving van het te plaatsen distributiepunt. De gemeente kijkt wel mee met de communicatie die wordt verstuurd. Dit is anders wanneer Liander aan de slag gaat met een buurtaanpak. Dan worden bewoners van de specifieke wijk betrokken. De participatie wordt in de buurtaanpak verder uitgewerkt.
Omdat er een andere manier van werken is opgezet, zowel procesmatig als inhoudelijk, is het belangrijk om dit beleid na een jaar te evalueren. Ook wordt verwacht dat als gevolg van de energie- en warmtetransitie, aanvullingen nodig zullen zijn. Deze evaluatie zal worden geïnitieerd door team infra, maar er zal ook input geleverd worden vanuit de thema’s duurzaamheid en ruimtelijke ordening.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-242275.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.