Gemeenteblad van Amersfoort
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amersfoort | Gemeenteblad 2025, 241064 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amersfoort | Gemeenteblad 2025, 241064 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening Ondergrondse Infrastructuur Amersfoort
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
kabels en leidingen: buizen bestemd voor het transport van vaste stoffen, vloeistoffen en gassen, of kabels bestemd voor het transport van elektrisch vermogen of informatieve data, gelegen in, op of boven de grond, met uitzondering van bovengrondse hoogspanningskabels, of in kunstwerken, met alle daarbij behorende voorzieningen, zoals transformatorstations, mantelbuizen, kabelgoten, afsluiters, brandkranen, kasten waarmee een algemeen belang wordt gediend of die gedoogd moeten worden;
Artikel 3 Nadere regels kabels en leidingen
Het college stelt nadere regels vast met betrekking tot het aanleggen, in stand houden, verplaatsen en verwijderen van kabels en leidingen, waarin het volgende kan worden geregeld:
Artikel 9 Geldigheidsduur, intrekkings- en wijzigingsgronden
De verleende vergunning komt van rechtswege te vervallen indien de leidingexploitant niet binnen twaalf maanden na het onherroepelijk worden van de vergunning de werkzaamheden als omschreven in de vergunning heeft uitgevoerd en voltooid. Het college kan hiervan afwijken in het besluit tot verlening van de vergunning.
Het college kan de vergunning intrekken of wijzigen, indien:
na het verlenen van de vergunning naar het oordeel van het college gegronde aanleiding bestaat te veronderstellen dat het van kracht blijven van de vergunning onaanvaardbare schadelijke gevolgen heeft voor mens, natuur of milieu en dit door het stellen van nadere voorschriften en beperkingen aan de verleende vergunning niet kan worden opgelost;
Indien er sprake is van een intrekking of wijziging van een vergunning op grond van dit artikel of op grond van artikel 10 van deze verordening, en een kabel of leiding verlegd of verwijderd moet worden dan voert de leidingexploitant op aanwijzing van het college, en binnen de door het college gestelde termijn, de in de aanwijzing omschreven werkzaamheden uit.
Artikel 10 Wijziging en intrekking vergunning op verzoek
De leidingexploitant die schriftelijk heeft verklaard dat hij een kabel of leiding aan een andere natuurlijk persoon of rechtspersoon wenst over te dragen blijft verantwoordelijk tot het moment dat aan de andere natuurlijk persoon of rechtspersoon een vergunning voor deze kabel of leiding is verleend.
Aan een leidingexploitant die als gevolg van een besluit van het college tot intrekking of wijziging van een vergunning op grond van artikel 9, derde lid, onderdeel f, of vierde lid, schade lijdt of zal lijden die redelijkerwijs niet of niet geheel tot het normale maatschappelijke risico kan worden gerekend en waarvan een vergoeding niet of niet voldoende is verzekerd, wordt op aanvraag een vergoeding voor de geleden schade toegekend.
Artikel 12 Meldingsplicht, onderzoek, opschorting exploitatie
Het college kan bij gebleken of ernstige dreiging van verontreiniging, gevaar of hinder in of nabij het tracé opschorting gelasten van de exploitatie van de betreffende kabel of leiding en, indien sprake is van een vergrote kans op verontreiniging, gevaar of hinder door belendende kabels en leidingen, van laatstgenoemde kabels en leidingen.
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de door het college aangewezen personen.
Artikel 14 Overgangsrecht kabels en leidingen
Een vergunning met betrekking tot kabel(s) en leiding(en), welke krachtens de reeds vervallen artikelen 2.1.5.2. of 2:11 van de Algemene Plaatselijke Verordening Amersfoort of artikel 5.5 van de Verordening fysieke leefomgeving Amersfoort is verleend, geldt als een vergunning verleend krachtens deze verordening.
Indien het college van oordeel is dat een kabel of leiding waarbij sprake is van een situatie als omschreven in het eerste, tweede of derde lid niet voldoet aan de voorschriften krachtens deze verordening, dan kan het college de leidingexploitant een termijn stellen waarbinnen nadere informatie over de kabel of leiding moet worden verschaft, of alsnog een aanvraag voor een vergunning moet worden ingediend. Het college kan met inachtneming van een redelijke termijn besluiten de bestaande vergunning in te trekken of te wijzigen.
Een aanvraag voor een vergunning op grond van artikel 5.5 van de Verordening fysieke leefomgeving Amersfoort, met betrekking tot kabel(s) of leiding(en), die vóór de datum van inwerkingtreding van deze verordening is ingediend, valt vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening, onder de bepalingen van deze verordening.
De komende jaren zal, mede in het licht van de Energietransitie, de ondergrond volop in beweging blijven. De vergunningverlening voor kabels en leidingen die niet onder de reikwijdte van de Telecommunicatiewet valt vindt nu nog plaats door toepassing van artikel 5.5 van de Verordening fysieke leefomgeving Amersfoort. Door de elkaar snel opvolgende technologische ontwikkelingen, de schaars beschikbare ondergrond en de behoefte als gemeente snel te kunnen ingrijpen bij ontwikkelingen die mogelijkerwijs een impact op een effectief en efficiënt gebruik van de ondergrond kunnen hebben is besloten de vergunningverlening voor de ondergrondse infrastructuur een meer prominente plaats in een aparte verordening te geven en nader uit te werken. Deze verordening maakt het bovendien mogelijk voor het college om nadere regels vast te stellen en aan te passen als daartoe een noodzaak bestaat.
Het leggen, houden, onderhouden, exploiteren en verwijderen van kabels en leidingen wordt door middel van deze verordening publiekrechtelijk vergund. Deze vergunningen werden voor het in werking treden van deze verordening afgegeven op grond van de reeds vervallen artikel 2.1.5.2. of artikel 2:11 van de vigerende Algemene Plaatselijke Verordening Amersfoort en later op grond van artikel 5.5 van de Verordening fysieke leefomgeving Amersfoort. Voor het leggen en houden van telecomkabels is de Telecommunicatieverordening Amersfoort 2009 de juridische basis.
Deze verordening is gebaseerd op de verordenende bevoegdheid uit artikel 149 van de Gemeentewet en beoogt een uitputtende publiekrechtelijke regeling in het leven te roepen. Kernartikel van de verordening is artikel 4. Op grond van artikel 4 is het verboden in de openbare gronden een kabel of leiding aan te leggen, te houden, te onderhouden te exploiteren en te verwijderen zonder een vergunning van het college.
Kernpunten van deze verordening en de daaraan gekoppelde vergunningen zijn:
Deze verordening geeft in artikel 3 het college de bevoegdheid om nadere regels te stellen ter uitvoering van deze verordening. Deze nadere regels worden neergelegd in de ‘Nadere regels betreffende het aanleggen, in stand houden, verplaatsen en verwijderen van kabels en leidingen Amersfoort’, en bevatten voornamelijk technische eisen alsmede (procesmatige) eisen waaraan bijvoorbeeld een aanvraag moet voldoen. Deze opzet is gekozen om het college in staat te stellen flexibel te reageren op nieuwe ontwikkelingen op technisch gebied.
Daarnaast geeft deze verordening in artikel 11, tweede lid, het college de bevoegdheid tot het stellen van nadere regels die zien op het toekennen van nadeelcompensatie. Deze worden vastgelegd in de ‘Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen Amersfoort’.
In sommige gevallen zullen behalve een vergunning op basis van deze verordening ook vergunningen op grond van andere wettelijke regelingen nodig zijn. Zo laat deze verordening de afgifte van eventuele milieu- en omgevingsvergunningen onverlet. Ook kunnen vergunningen van andere dan de gemeentelijke organisatie nodig zijn, zoals vergunningen van waterschappen, de Provincie, Rijkswaterstaat of ProRail.
Deze verordening is van toepassing op alle kabels en leidingen die zich bevinden in openbare gronden binnen de gemeente Amersfoort en bevat daarvoor een uitputtende publiekrechtelijke regeling. Het begrip ‘openbare gronden’ moet breed worden opgevat en daarom is aangesloten bij de definitie van openbare gronden in de zin van de Telecommunicatiewet. Het begrip ‘openbare gronden’ bevat in beginsel alle openbare ruimte die al dan niet met enige beperking algemeen toegankelijk is en waarvan de gemeente minimaal mede-eigenaar is of naar verwachting in de nabije toekomst zal worden.
Deze verordening is niet van toepassing op kabels als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet en op situaties die onder de verantwoordelijkheid van een andere bevoegde instantie of rechthebbende vallen.
In dit artikel zijn de begripsomschrijvingen neergelegd. Van belang is op te merken dat in beginsel alle (horizontale maar ook verticale) kabels en leidingen in de openbare gronden binnen de gemeente Amersfoort onder de reikwijdte van deze verordening vallen.
Een aantal categorieën zijn echter van de werkingssfeer van deze verordening uitgezonderd. Zie daarvoor de toelichting bij artikel 2. Het bereik van deze verordening is niet beperkt tot kabels en leidingen die in de grond liggen: ook kabels en leidingen en bijbehorende voorzieningen die (deels) bovengronds liggen, en/of die door of over zogeheten kunstwerken zijn gelegd vallen onder de reikwijdte van deze verordening. Met de toevoeging “waarmee een algemeen belang wordt gediend of die gedoogd moeten worden” aan de definitie van het begrip kabels en leidingen toe te voegen wordt bewerkstelligd dat particuliere kabels en leidingen die uitsluitend of voornamelijk een persoonlijk belang dienen uit de schaarse openbare gronden geweerd (kunnen) worden.
Met kunstwerken wordt bedoeld infrastructuur die voor kabels en leidingen is aangelegd om bijvoorbeeld een natuurlijke barrière (zoals een rivier) over te kunnen steken. Hierbij zij gedacht aan leidingentunnels en leidingenviaducten. Ook worden voorzieningen in bestaande infrastructuur (zoals bruggen) in deze verordening als kunstwerken beschouwd.
Met het begrip leidingexploitant wordt in eerste instantie bedoeld de natuurlijke persoon of rechtspersoon in wiens opdracht de kabel of leiding bedrijfsmatig wordt aangelegd. Leidingexploitanten zijn met name de netbeheerders van nutsvoorzieningen als gas, water en elektriciteit. Voor het gemak wordt de aanvrager van een vergunning ook als leidingexploitant aangemerkt, hoewel daar feitelijk nog geen sprake van kan zijn (er is immers in dat geval nog geen kabel of leiding aanwezig die wordt geëxploiteerd). Nadat de kabel of leiding is aangelegd, zal de exploitant of beheerder van de kabel of leiding worden beschouwd als leidingexploitant. Veelal zal dat degene zijn onder wiens verantwoordelijkheid de kabel of leiding is aangelegd, maar dat hoeft niet altijd het geval te zijn omdat de kabel of leiding ook kan worden overgedragen waarna de nieuwe vergunninghouder de leidingexploitant wordt.
Een aantal begrippen die in het kader van de Telecommunicatieverordening reeds zijn ingevuld worden overeenkomstig uitgelegd in deze verordening.
In dit artikel wordt het toepassingsbereik van deze verordening weergegeven. Telecomkabels vallende onder de Telecommunicatiewet en kabels en leidingen die volledig in gronden van een andere bevoegde instantie (denk bijvoorbeeld aan het Waterschap, de Provincie, Rijkswaterstaat of ProRail) of een andere rechthebbende dan de gemeente (met name gronden van particulieren) worden gelegd vallen buiten het bereik van deze verordening.
Het in het vierde lid van overeenkomstige toepassing verklaren van de artikelen 2, 3 en 4 uit de Telecommunicatieverordening heeft tot doel dat de procedures voor het doen van een melding en het verhelpen van storingen en het aanleveren voor de bij die procedures benodigde gegevens ook gelden voor kabels en leidingen in de zin van deze verordening
Artikel 3 Nadere regels kabels en leidingen
Dit artikel biedt de grondslag voor het college om ter uitvoering van deze verordening nadere regels vast te stellen over het aanleggen, in stand houden, verplaatsen en verwijderen van kabels en leidingen.
Zo geven de onderdelen b, d en e van dit artikel mede in het licht gezien van artikel 7 van deze verordening het college de mogelijkheid nadere regels vast te stellen waarbij het een leidingexploitant door middel van een besluit, kan verzoeken binnen een bepaalde termijn, op de door het college voorgeschreven wijze, informatie te geven welke het college nodig acht voor een goed beheer van de openbare gronden. Hieronder wordt mede begrepen informatie over toekomstige werkzaamheden, en informatie over mogelijke toekomstige uitbreidingen of aanpassingen van een netwerk.
Dit artikel vormt de kern van het vergunningstelsel. Het is verboden om een kabel of leiding aan te leggen, te exploiteren, te onderhouden, te wijzigen, te verplaatsen (waaronder verticale verplaatsingen) of te verwijderen, tenzij hiervoor een vergunning is verleend.
Dit artikel regelt de procedurele aspecten van de vergunningverlening. Degene die een kabel of leiding wenst aan te leggen (of te wijzigen of verwijderen etc.) dient daartoe een aanvraag in bij het college. Dit kan door het invullen van een digitaal aanvraagformulier.
Het tweede lid van dit artikel regelt de beslistermijn en het derde lid bepaalt dat de lex silencio positivo niet van toepassing is op aanvragen. Dit houdt in dat er bij het niet halen van de beslistermijn er niet automatisch een vergunning wordt verleend.
Artikel 6 Karakter van de vergunning
De vergunning is zaaksgebonden en ‘volgt’ het object. Deze bepaling brengt tot uitdrukking dat in geval van overdracht (bijv. verkoop) van een kabel of leiding de vergunning die op die kabel of leiding betrekking heeft, inclusief alle rechten en plichten, overgaan op de nieuwe leidingexploitant. Indien wijziging van leidingexploitant plaatsvindt (bij overdracht, maar ook ingeval de rechtspersoonlijkheid wijzigt) moeten zowel de oude als de nieuwe leidingexploitant hiervan melding doen aan het college. De tenaamstelling van de vergunning kan vervolgens worden gewijzigd waarbij de naam van de nieuwe leidingexploitant op de vergunning komt te staan. Vanzelfsprekend dient de nieuwe leidingexploitant zich volledig te houden aan de in de vergunning vermelde voorschriften.
De weigeringsgronden dienen ter bescherming van gemeentelijke en maatschappelijke belangen. Speciale aandacht verdient de weigeringsgrond in het belang van de bescherming van de ondergrondse ordening. Als gevolg van de opgave in het kader van de energietransitie zal gas bijvoorbeeld vervangen gaan worden door warmteleidingen. Voor deze warmteleidingen zal derhalve ruimte moeten worden gereserveerd zodat in voorkomende gevallen aanvragen om een vergunning geweigerd kunnen worden als verlening van die vergunning inhoudt dat er geen ruimte meer overblijft voor een beoogde warmteleiding.
De weigeringsgrond die spreekt van coördinatie is in het belang van het voorkomen of beperken van overlast (geen twee partijen op zelfde moment in hetzelfde tracé) en de samenloop met bijvoorbeeld een project van de gemeente of een andere partij.
Dit artikel biedt de basis om aan de vergunning voorschriften te verbinden. Deze verordening en de nadere regels vormen daarvoor gezamenlijk het kader.
In het tweede lid staat een limitatieve lijst van belangen waartoe de voorwaarden en beperkingen kunnen strekken.
Artikel 9 Geldigheidsduur, intrekkings- en wijzigingsgronden
In het eerste lid is bepaald dat de geldigheid van een verleende vergunning van rechtswege komt te vervallen indien de leidingexploitant niet binnen twaalf maanden na het onherroepelijk worden van de vergunning de werkzaamheden heeft afgerond. Op die manier is het niet noodzakelijk een verleende vergunning actief in te trekken indien niet tijdig gebruik wordt gemaakt van die vergunning. De vergunning komt overigens niet van rechtswege te vervallen indien het college dat in een specifiek geval uitdrukkelijk bepaalt. Het niet tijdig aanvangen van de werkzaamheden is immers redelijkerwijs niet altijd aan de leidingexploitant te wijten.
Daarnaast geeft dit artikel het college de bevoegdheid om een vergunning in te trekken of te wijzigen indien sprake is van één of meer van de in het derde lid genoemde gronden. De belangrijkste grond betreft het intrekken indien de leidingexploitant de voorschriften van de verordening, de nadere regels of de vergunning niet naleeft. Onderdeel e is een vangnetbepaling, die het college de bevoegdheid geeft om in te grijpen indien er ernstige gevolgen voor gezondheid en milieu dreigen als gevolg van het in standhouden van de vergunning. Deze bevoegdheid kan echter als laatste middel gebruikt worden aangezien eerst moet worden bezien of de dreiging kan worden weggenomen door aanpassing van de vergunning of door het stellen van nadere eisen. Onderdeel f betreft de situatie waarin er werken ter plaatse moeten worden uitgevoerd die redelijkerwijs noodzakelijk zijn vanwege het belang van het ontwikkelen, gebruiken en beheren van de fysieke leefomgeving, waardoor een vergunde kabel of leiding niet kan blijven liggen of moet worden aangepast.
Het vierde lid biedt de basis voor het college om na afgifte uit eigen beweging een vergunning te wijzigen of aan te vullen.
Het vijfde lid bepaald dat indien er sprake is van een intrekking of wijziging van een vergunning op grond van artikel 9 of 10 van deze verordening, en een kabel of leiding verlegd of verwijderd moet worden, het college aan deze intrekking of wijziging middels een aanwijzing de verplichting kan verbinden om de betreffende leiding(en) binnen een bepaalde termijn aan te passen (verleggen) of te verwijderen.
Het zesde lid bepaald dat het college voorschriften kan verbinden aan de aanwijzing tot aanpassing, verlegging of verwijdering die volgt uit de intrekking of wijziging van een vergunning zoals bedoeld in het vijfde lid.
Artikel 10 Wijziging en intrekking vergunning op verzoek
In geval de leidingexploitant niet langer van een vergunning gebruik wenst te maken, kan hij hiervan schriftelijk mededeling doen aan het college. Met het afstand doen van de vergunning vervallen alle rechten die met de vergunning gepaard gaan. De leidingexploitant kan vervolgens verplicht worden de kabel of leiding te verwijderen (artikel 9, vijfde lid). Om te voorkomen dat een leidingexploitant door het afstand doen van een vergunning niet langer aanspreekbaar zou kunnen zijn, is in het tweede lid aangegeven dat de opzegger nog steeds wordt beschouwd als leidingexploitant in de zin van deze verordening. De verwijderingsplicht rust dan ook op hem. Dit geldt niet indien de kabel of leiding is overgedragen aan een andere (rechts)persoon. In dat geval wordt de nieuwe eigenaar, nadat aan hem vergunning is overgedragen, als leidingexploitant beschouwd. Uit oogpunt van een effectieve handhaving is het derde lid opgenomen waarin staat aangegeven dat in geval van een persoonsgebonden vergunning (conform artikel 6, derde lid) de vergunninghouder te allen tijde als leidingexploitant wordt beschouwd. Dit is alleen anders wanneer hij schriftelijk verklaart van de vergunning geen gebruik meer te maken, de exploitatie van de kabel of leiding staakt of de kabel of leiding verwijdert.
Op basis van artikel 9, derde lid, sub f kan het college een vergunning intrekken of wijzigen indien ter plaatse werken moeten worden uitgevoerd die redelijkerwijs noodzakelijk zijn vanwege het belang van het ontwikkelen, gebruiken en beheren van de fysieke leefomgeving. Op basis van artikel 9, vierde lid, kan de vergunning worden gewijzigd door het college wanneer dit vanwege de bescherming van bepaalde belangen noodzakelijk is.
Voor zover de leidingexploitant daarbij schade lijdt die niet tot het normale maatschappelijke risico behoort en niet (voldoende) is verzekerd, zal het college hem op verzoek een redelijke en billijke schadevergoeding toekennen (nadeelcompensatie). Het college stelt nadere regels vast die de behandeling van verzoeken tot nadeelcompensatie verder uitwerken.
Artikel 12 Meldingsplicht, onderzoek, opschorting exploitatie
Dit artikel betreft een incidentenregeling en behelst verplichtingen voor de leidingexploitant in geval van storingen en incidenten waarbij gevaar, hinder of verontreiniging plaatsvindt. Het geeft het college overigens de bevoegdheid om in voorkomende gevallen (waaronder ook concrete dreiging) maatregelen te treffen ten aanzien van de kabel of leiding die gevaar, hinder of verontreiniging veroorzaakt, maar ook – indien noodzakelijk – ten aanzien van de naburige kabels en leidingen. Het in het tweede lid bedoelde onderzoek komt voor rekening van de leidingexploitant.
Deze bepaling behoeft geen toelichting.
Artikel 14 Overgangsrecht kabels en leidingen
Deze bepaling regelt het overgangsrecht in verschillende situaties. Het op grond van het derde lid aannemelijk maken dat een kabel of leiding rechtmatig in de openbare gronden ligt zal in de praktijk, vanwege de bewijsproblematiek rondom mondelinge afspraken en toezeggingen, veelal door middel van een schriftelijk document plaatsvinden. Indien eenmaal is vastgesteld dat de kabel of leiding rechtmatig in de openbare gronden ligt, kan het college vervolgens voor de vraag gesteld worden of het de ongestoorde ligging van die kabel of leiding nog verder wil toestaan. Daarbij zal het college naar de specifieke omstandigheden van het geval kijken om dit te beoordelen. Aspecten die bij deze afweging onder andere een rol kunnen spelen zijn of het om een particuliere kabel of leiding gaat, wat voor soort kabel of leiding het betreft, of de kabel of leiding al dan niet in gebruik is, welke (bedrijfs)belangen ermee worden gediend en welke impact de aanwezigheid van de kabel of leiding in de schaarse ondergrond voor toekomstige ontwikkelingen in het gebied kan hebben.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-241064.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.