Gemeenteblad van Hollands Kroon
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hollands Kroon | Gemeenteblad 2025, 240420 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hollands Kroon | Gemeenteblad 2025, 240420 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening Adviesraad Sociaal Domein
De raad van de gemeente Hollands Kroon;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 22 april 2025;
gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, artikel 2.10 van de Jeugdwet, artikel 47 van de Participatiewet en artikel 2.1.3. van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015;
gelet op de adviezen van de Wmo-adviesraad en de Cliëntenraad Participatiewet van respectievelijk 28 oktober 2024 en 9 april 2025;
overwegende dat het wenselijk is verbinding tot stand te brengen tussen de verschillende beleidsterreinen in het sociaal domein;
overwegende dat het noodzakelijk is de wijze waarop inwoners of hun vertegenwoordigers betrokken worden bij de uitvoering van de bovengenoemde wetten, bij verordening te regelen;
Artikel 1. Begripsomschrijving
In deze verordening wordt verstaan onder:
client: een jeugdige of zijn ouders of pleegouders als bedoeld in artikel 1 van de Jeugdwet, voor zover de jeugdige (conform de Jeugdwet) woonplaats heeft in de gemeente Hollands Kroon; een persoon als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning; een persoon als bedoeld in artikel 7 van de Participatiewet en een persoon als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening;
Inwonersparticipatie: het tijdig betrekken van inwoners bij het beleidsproces op het gebied van het sociaal domein, de evaluatie van beleid op het terrein van het sociaal domein en de verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening bij de uitvoering van wetten en regelingen op het gebied van het sociaal domein, waarbij in openheid en op basis van gelijkwaardigheid en onderling debat problemen in kaart worden gebracht en oplossingen worden verkend die van invloed zijn op het uiteindelijke te nemen besluit;
maatschappelijke organisatie: een organisatie die direct of indirect te maken heeft met cliënten die ondersteuning ontvangen in het kader van de Wmo, Jeugdwet, Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, Participatiewet en aanverwante regelingen, het minimabeleid en andere aan het sociaal domein gerelateerde regelingen.
minimabeleid: beleid van de gemeente dat is gericht op extra inkomensondersteuning van individuen/huishoudens met de laagste inkomens. Onderdelen van het minimabeleid zijn: het verlenen van individuele en categoriale bijzondere bijstand, kwijtschelding van gemeentelijke heffingen en het verstrekken van voorzieningen voor maatschappelijke participatie op grond van de gemeentelijke Verordening voorzieningen voor maatschappelijke participatie gemeente Hollands Kroon;
sociaal domein: het sociaal domein gaat over alles wat mensen in hun directe bestaan raakt en de wijze waarop zij in staat zijn deel te nemen aan de samenleving. Het heeft primair betrekking op zorg, welzijn, arbeid, inkomen, onderwijs, gezondheidszorg, vrije tijdsbesteding, maar ook andere (sub)domeinen als huisvesting en infrastructuur voor zover dit het sociaal domein raakt. Als zodanig zijn ook anderen dan cliënten, zoals ouders, verzorgers en mantelzorgers, onderdeel van het sociaal domein;
Doel van deze verordening is het regelen van de wijze waarop inwoners of hun vertegenwoordigers, belangenorganisaties en maatschappelijke organisaties worden betrokken bij de voorbereiding, besluitvorming, uitvoering en evaluatie van het gemeentelijk beleid op het terrein van sociaal domein, via de Adviesraad Sociaal Domein.
De Adviesraad Sociaal Domein consulteert voor zover dat in het kader van een zorgvuldige en deugdelijke advisering noodzakelijk is zijn achterban. Het raadplegen van de achterban kan plaatsvinden door middel van organisatie van onder andere thema- of werkgroepen, themabijeenkomsten en/of het uitzetten van enquêtes.
De Adviesraad Sociaal Domein levert een bijdrage aan de kwaliteit van de dienstverlening bij de uitvoering van de Wmo, Jeugdwet, Participatiewet en Wet op de gemeentelijke schuldhulpverlening en verschaft inzicht wat er onder cliënten, maatschappelijke organisaties en belangenorganisaties leeft in samenhang met de beoordeling van de kwaliteit van de dienstverlening.
Artikel 4. Taken en bevoegdheden Adviesraad Sociaal Domein
De Adviesraad Sociaal Domein geeft gevraagd en ongevraagd advies of doet voorstellen aan het college over zaken die betrekking hebben op de ontwikkeling en evaluatie van het gemeentelijke beleid op het terrein van het sociaal domein en de kwaliteit van de dienstverlening bij de uitvoering op het gebied van de Wmo, Wet op de gemeentelijke schuldhulpverlening, Jeugdwet, Participatiewet en aanverwante regelingen, het gemeentelijke minimabeleid en andere aan het sociaal domein gerelateerde regelingen. Het college geeft, voor zover het een ongevraagd advies betreft, binnen zes weken hierop een schriftelijke reactie.
Artikel 5. Adviesrol Adviesraad Sociaal Domein
Het college vraagt de Adviesraad Sociaal Domein in ieder geval advies over het gemeentelijke beleid, de ontwikkeling en evaluatie daarvan op het terrein van het sociaal domein en over de kwaliteit van de dienstverlening bij de uitvoering van de Jeugdwet, Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, Wmo, de Participatiewet en aanverwante regelingen, het gemeentelijke minimabeleid en andere aan het sociaal domein gerelateerde regelingen.
Het college vraagt op een zodanig tijdstip de Adviesraad Sociaal Domein om advies, dat het door de adviesraad uitgebrachte advies van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit. Indien het college een besluit neemt dat afwijkt van het advies van de adviesraad, dan brengt het college dit gemotiveerd ter kennis van de adviesraad.
Artikel 6. Samenstelling van de Adviesraad Sociaal Domein
De Adviesraad Sociaal Domein kan één of meerdere deskundigen uitnodigen om aan een vergadering van de adviesraad of werkgroep(en) van die raad deel te nemen. Deze perso(o)n(en) tellen niet mee voor de bepaling van het officiële ledenaantal. Zij hebben geen stemrecht inzake de door de adviesraad uit te brengen adviezen.
Artikel 8. Voorzitter van de Adviesraad Sociaal Domein
De voorzitter zit de vergaderingen van de Adviesraad Sociaal Domein technisch voor, zorgt samen met de secretaris dat er een agenda is en let erop dat gemaakte afspraken worden nagekomen. Tevens zorgt hij ervoor dat ieder lid aan het woord komt. Ook bewaakt hij de sfeer en structuur binnen de adviesraad. Ten slotte ziet hij erop toe dat er een integraal en zorgvuldig gewogen advies tot stand komt.
Artikel 9. Vergadering en besluiten
Ten minste tweemaal per jaar vindt een overleg plaats tussen de Adviesraad Sociaal Domein en de wethouder(s) Sociaal Domein van de gemeente. Dit overleg wordt voorgezeten door de voorzitter van de Adviesraad Sociaal Domein. De agenda voor dit overleg wordt opgesteld door de secretaris en de voorzitter van de Adviesraad van het Sociaal Domein in samenspraak met de wethouder(s) Sociaal Domein. Van het overleg wordt door de secretaris van de adviesraad een verslag gemaakt en een afschrift van dit verslag wordt verzonden aan het college.
De Adviesraad Sociaal Domein kan werkgroepen instellen die op thema’s adviseren aan de Adviesraad Sociaal Domein. Deze werkgroepen worden gevormd door adviesraadsleden, waarbij de adviesraad ervoor kan kiezen leden in specifieke gevallen op basis van hun expertise tot het lidmaatschap van een werkgroep uit te nodigen.
Artikel 10. Ondersteuning van de Adviesraad Sociaal Domein
Het college zendt in samenspraak met de Adviesraad Sociaal Domein binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze verordening aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze verordening.
Deze verordening kan worden aangehaald als: ‘Verordening Adviesraad Sociaal Domein Gemeente Hollands Kroon’.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 22 mei 2025,
Griffier
J.M.M. Vriend
Burgemeester
A. van Dam
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
In dit artikel wordt aangegeven wat het doel is van deze verordening, namelijk het regelen van de wijze waarop inwoners of hun vertegenwoordigers, belangenorganisaties en maatschappelijke organisaties worden betrokken bij de voorbereiding, besluitvorming, uitvoering en evaluatie van het gemeentelijk beleid op het terrein van sociaal domein. Er is ervoor gekozen het begrip sociaal domein zeer ruim te omschrijven. Het sociaal domein gaat over alles wat mensen in hun directe bestaan raakt en de wijze waarop zij in staat zijn deel te nemen aan de samenleving. Het heeft primair betrekking op zorg, welzijn, arbeid, inkomen, onderwijs, gezondheidszorg, vrije tijdsbesteding, maar ook andere (sub)domeinen als huisvesting en infrastructuur voor zover dit het sociaal domein raakt.
In dit artikel wordt het begrip ‘inwoners’ gebezigd. Hiermee wordt tot uitdrukking gebracht dat het bij participatie niet alleen gaat om cliënten, ouders, verzorgers of mantelzorgers.
In het eerste lid is bepaald dat de Adviesraad Sociaal Domein een centraal orgaan is in de inwonersparticipatie binnen het sociaal domein.
In het tweede lid wordt bepaald dat de Adviesraad Sociaal Domein, voor zover dat in het kader van een zorgvuldige en deugdelijke advisering noodzakelijk is, zijn achterban dient raad te plegen. Onder achterban wordt verstaan: inwoners, cliënten en/of hun vertegenwoordigers, belangenorganisaties en maatschappelijke organisaties in het sociaal domein.
In het derde lid wordt bepaald dat de Adviesraad Sociaal Domein een plan opstelt waarin staat beschreven op welke wijze de adviesraad zijn achterban raadpleegt en hiermee communiceert. Het raadplegen van de achterban is van groot belang. De achterban moet immers kunnen vaststellen dat hun belangen op een goede manier behartigd worden. Wanneer de adviesraad zichtbaar is, duidelijk laat zien welke resultaten hij behaalt, versterkt hij ook zijn positie in de gemeente.
In het vierde lid wordt bepaald dat het college, door het betrekken van de Adviesraad Sociaal Domein bij beleidsvorming en uitvoering van het beleid inzake het sociaal domein, bevordert dat er vanuit het cliëntperspectief een integraal en evenwichtig gemeentelijk beleid tot stand komt. Geconstateerd kan worden dat de hulpvragen van de inwoners steeds complexer worden en zich over meerdere beleidsterreinen binnen het sociaal domein uitstrekken. Het is omwille van een adequate dienstverlening aan de inwoners van Hollands Kroon noodzakelijk om de verschillende beleidsterreinen binnen het sociaal domein met elkaar te verbinden. Deze verbinding kan alleen worden gerealiseerd als binnen de muren van het gemeentehuis, zowel bij de beleidsontwikkeling als de uitvoering van wet- en regelgeving, integraal wordt gewerkt. Bij integraal werken gaat het over de samenhang tussen verschillende onderwerpen binnen het sociaal domein en het afwegen van de verschillende perspectieven en belangen. Met andere woorden, de gemeente moet kijken naar het grotere plaatje en daarna een afweging maken. Een open blik en samenwerken zijn belangrijk bij deze manier van werken. Deze integrale benadering dient ook door te werken in de advisering door de cliënten- en adviesraden.
In het vijfde lid is geregeld dat de Adviesraad Sociaal Domein een bijdrage levert aan de kwaliteit van de dienstverlening bij de uitvoering van de Wmo, Jeugdwet, Participatiewet en Wet op de gemeentelijke schuldhulpverlening en inzicht geeft wat er onder cliënten, maatschappelijke organisaties en belangenorganisaties leeft in samenhang met de beoordeling van de kwaliteit van de dienstverlening.
In het zesde lid wordt bepaald dat de Adviesraad Sociaal Domein in de gemeente fungeert als contactpunt voor cliënten en/of vertegenwoordigers, maatschappelijke organisaties en belangenorganisaties. En dat hij tevens aanspreekpunt is voor het college.
Artikel 4. Taken en bevoegdheden van de Adviesraad Sociaal Domein
In het eerste lid is bepaald dat de Adviesraad Sociaal Domein, zowel gevraagd als ongevraagd, advies of voorstellen doet aan het college over zaken die betrekking hebben op het beleid, de beleidsontwikkeling, de beleidsevaluatie en de kwaliteit van de dienstverlening bij de uitvoering op het gebied van de Wmo, Wet op de gemeentelijke schuldhulpverlening, Jeugdwet, Participatiewet en aanverwante regelingen, het gemeentelijke minimabeleid en andere aan het sociaal domein gerelateerde regelingen. Wat de kwaliteit van de dienstverlening bij de uitvoering betreft, kan bijvoorbeeld aan het volgende worden gedacht: bejegening van cliënten, de schriftelijke en mondelinge informatievoorziening, het serviceniveau, de bereikbaarheid, wachttijden, privacybescherming, (klachten-) procedures, evenals het signaleren van ontwikkelingen en klanttevredenheidsonderzoeken.
In het tweede lid is geregeld dat de Adviesraad Sociaal Domein bevoegd is alle aangelegenheden die de uitvoering en de kwaliteit van de dienstverlening in het sociaal domein raken in overlegsituaties met het college aan de orde te stellen.
In het derde lid is geregeld dat de Adviesraad Sociaal Domein het recht heeft om over alle informatie te beschikken die hij nodig acht voor een adequate vervulling van zijn taken, mits het verkrijgen van die informatie niet in strijd is met wet en/of regelgeving. Hierbij kan gedacht worden aan informatie die het college op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) niet mag delen met de adviesraad.
In het vierde lid is bepaald dat de Adviesraad Sociaal Domein jaarlijks een plan opstelt waarin staat beschreven welke werkzaamheden hij het komende jaar gaat verrichten.
Blijkens het vijfde lid stelt de Adviesraad Sociaal Domein jaarlijks een inhoudelijk verslag op over de werkzaamheden die betrekking hebben op het voorgaande jaar. Dit verslag bevat in ieder geval:
In het zesde lid staat vermeld dat de Adviesraad Sociaal Domein niet bevoegd is te adviseren over klachten, bezwaar- en beroepschriften en andere zaken die op individuele cliënten of hun vertegenwoordigers betrekking hebben. De adviesraad is, met andere woorden, niet bevoegd om aan individuele belangenbehartiging te doen.
Artikel 5. Adviesrol Adviesraad Sociaal Domein
In het eerste lid is bepaald dat het college In het kader van de participatie van inwoners en hun vertegenwoordigers de Adviesraad Sociaal Domein om advies vraagt.
In het tweede lid staat vermeld dat het college de Adviesraad Sociaal Domein in ieder geval om advies vraagt over de ontwikkeling en evaluatie van het gemeentelijk beleid op het terrein van het sociaal domein en over de kwaliteit van de dienstverlening bij de uitvoering van de Jeugdwet, Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, Wmo, de Participatiewet en aanverwante regelingen, het gemeentelijke minimabeleid en andere aan het sociaal domein gerelateerde regelingen.
Blijkens het derde lid vraagt het college op een zodanig tijdstip de Adviesraad Sociaal Domein om advies, dat het door de adviesraad uitgebrachte advies van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit. Indien het college een besluit neemt dat afwijkt van het advies van de adviesraad, dan brengt het college dit gemotiveerd ter kennis van de adviesraad.
Uit het vierde lid volgt dat het uitbrengen van een advies aan een termijn is gebonden, omdat dit advies toegevoegd moet worden aan de stukken voor het college of de gemeenteraad. Een termijn van zes weken wordt normaliter gehanteerd, met uitzondering van gevallen waarvoor meer tijd noodzakelijk is, zoals bij klanttevredenheidsonderzoeken. De adviesraad stelt het college schriftelijk op de hoogte van zijn advies.
Artikel 6. Samenstelling van de Adviesraad Sociaal Domein
In het eerste lid is bepaald dat de Adviesraad Sociaal Domein bestaat uit inwoners die met hun affiniteit, ervaring, kennis en kunde een zo breed mogelijke vertegenwoordiging vormen van de verschillende (sub)domeinen van het sociaal domein en de daarbij betrokken maatschappelijke organisaties en belangenorganisaties. Hoe breder de verschillende subdomeinen van het sociaal domein zijn vertegenwoordigd, des te beter is de adviesraad in staat om integraal te kijken naar inwoners die een beroep doen op ondersteuning van de gemeente. Want mensen hebben vaak op meerdere levensterreinen tegelijk problemen. Denk aan het gezin met een aanvullende uitkering, waarin één ouder arbeidsongeschikt is en een kind met een verstandelijke beperking extra zorg nodig heeft. Dit vraagt dus om een brede blik.
Ingevolge het tweede lid is het aantal leden van de Adviesraad Sociaal Domein, exclusief de voorzitter, oneven. Het minimum aantal leden van de adviesraad is vijf en het maximum aantal leden vijftien.
Uit het derde lid volgt dat de leden uit hun midden een secretaris en penningmeester kiezen.
In het vierde lid is bepaald dat bij het lidmaatschap van de Adviesraad Sociaal Domein elke schijn van belangenverstrengeling uit oogpunt van integriteit moet worden vermeden. Belangenverstrengeling is een situatie waarbij iemand meerdere belangen dient die een zodanige invloed op elkaar kunnen uitoefenen dat de integriteit ten aanzien van het ene of het andere belang in het geding komt. Integriteit is de persoonlijke eigenschap, karaktereigenschap, van een individu die inhoudt dat de betrokkene eerlijk en oprecht is en niet omkoopbaar. De persoon beschikt over een intrinsieke betrouwbaarheid, liegt niet, houdt woord en heeft geen verborgen agenda. De kwestie van belangenverstrengeling speelt vooral bij functies en beroepen waarin een grote mate van integriteit mag worden verwacht. Het lidmaatschap van de Adviesraad Sociaal Domein kan hier zeker onder worden geschaard. Zelfs als er geen bewijs is van daadwerkelijke beïnvloeding van het ene belang door het ander kan er wel belangenverstrengeling bestaan, zolang beide conflicterende belangen aanwezig zijn. Met andere woorden, ook de schijn van belangenverstrengeling wordt gezien als zodanig, zelfs als betreffende persoon beide belangen (bijvoorbeeld uit ethische overwegingen) kan onderscheiden.
Het gaat dus niet alleen om het voorkomen van belangenverstrengeling maar ook om de schijn daarvan. Dit betekent dat het lidmaatschap van de Adviesraad Sociaal Domein onverenigbaar is met het bekleden van de functie van lid van de gemeenteraad, lid van een commissie uit de gemeenteraad, fractie-assistent, lid van het college of ambtenaar van de gemeente, en werknemerschap, adviseurschap of bekleding van een bestuurs-, directie- of toezichtsfunctie bij maatschappelijke organisaties, belangenorganisatie of ondernemingen die in het sociaal domein in de regio Noordkop actief zijn, of andere functies waarmee een mogelijke belangenverstrengeling kan plaatsvinden tussen taken van de adviesraad en taken van die functie.
In het vijfde lid is geregeld dat de Adviesraad Sociaal Domein één of meerdere deskundigen kan uitnodigen om aan een vergadering van de adviesraad of werkgroep(en) van die raad deel te nemen. Deze perso(o)n(en) tellen niet mee voor de bepaling van het officiële ledenaantal. Zij hebben dus geen stemrecht inzake de door de adviesraad uit te brengen adviezen.
Artikel 7. Lidmaatschap Adviesraad Sociaal Domein
In het eerste lid wordt bepaald dat de benoeming van leden van de eerste Adviesraad Sociaal Domein, bij zijn instelling, geschiedt aan de hand van een door het college in te stellen aanstellingsprocedure.
Ingevolge het tweede lid stemmen de leden van de Adviesraad Sociaal Domein stemmen zonder last. Stemmen zonder last (dat wil zeggen: zonder opdracht) betekent dat een lid van de adviesraad zich niet mag laten opdragen in een stemming een bepaald standpunt in te nemen. Het lid moet op basis van eigen inzicht en overtuiging een oordeel vellen.
In het derde lid is geregeld dat de Adviesraad Sociaal Domein kandidaten voordraagt aan het college.
In het vierde lid wordt bepaald dat de leden van de Adviesraad Sociaal Domein op voorstel van de Adviesraad Sociaal Domein door het college worden benoemd.
In het vijfde lid is geregeld dat de leden van de Adviesraad Sociaal Domein worden benoemd voor een periode van vier jaar. Na deze periode van vier jaar kan herbenoeming volgen van nog één keer vier jaar.
In zesde lid is geregeld in welke gevallen het lidmaatschap van een lid van de Adviesraad Sociaal Domein eindigt.
In het zevende lid is bepaald dat het lidmaatschap tevens eindigt als er naar het oordeel van het college tegen (verdere) deelname ernstige bezwaren zijn gerezen, die aanleiding zijn tot onderzoek inzake integriteit, misstanden, en dergelijke.
In het achtste lid is geregeld dat indien omstandigheden, als bedoeld in het zesde en zevende lid, zich voordoen, de beslissing tot beëindiging van het lidmaatschap van de Adviesraad Sociaal Domein wordt genomen door het college, al dan niet op voorstel van de adviesraad.
In het negende lid is geregeld dat bij disfunctioneren van een lid van de Adviesraad Sociaal Domein het college op voordracht van de adviesraad de benoeming van het betreffende lid kan intrekken.
Ingevolge het tiende lid dient binnen twee weken nadat het college een besluit, als bedoeld in het eerste, vierde, vijfde, achtste of negende lid, heeft genomen, de desbetreffende persoon daarvan schriftelijk en gemotiveerd in kennis te worden gesteld.
Artikel 8. Voorzitter van de Adviesraad Sociaal Domein
In het eerste lid is bepaald dat het college op basis van een opgesteld functieprofiel de voorzitter van de Adviesraad Sociaal Domein benoemd. Dit functieprofiel wordt uiteraard in samenspraak met de adviesraad opgesteld. Bij de oprichting van de Adviesraad Sociaal Domein worden eerst de leden geworven, geselecteerd en benoemd. De door het college benoemde leden gaan dan samen met het college zich buigen over het functieprofiel van de voorzitter. Ook zal een aantal leden plaats gaan nemen in de selectiecommissie.
In het tweede lid staat vermeld dat de voorzitter wordt benoemd voor een periode van vier jaar. Na deze periode van vier jaar kan herbenoeming volgen van nog één keer vier jaar.
In het derde lid worden artikel 7 lid 6 sub a, c, d, en e, de leden 7, 8, 9 en 10 van overeenkomstige toepassing verklaard, met dien verstande dat de adviesraad een voorstel aan het college kan doen om de voorzitter te ontslaan. De uitdrukking “is van overeenkomstige toepassing” wordt gebruikt, indien de bepaling waarnaar wordt verwezen, niet geheel letterlijk kan worden toegepast, maar misverstand over de toe te passen tekst uitgesloten is.
In het vierde lid wordt aangeven welke taken de voorzitter heeft. De voorzitter heeft ook de taak om ervoor te verzorgen dat er een integraal en zorgvuldig gewogen advies tot stand komt.
In het vijfde lid wordt bepaald dat de voorzitter geen stemrecht heeft inzake de door de adviesraad uit te brengen adviezen.
De gemeente heeft, zo blijkt uit het vorenstaande, gekozen voor een onafhankelijke voorzitter die benoemd wordt door het college. Een onafhankelijk voorzitter is dus geen lid van de adviesraad. Hij of zij is puur voor het proces tijdens de vergadering en voor de praktische voorbereiding en uitwerking van de vergadering. Hij stemt ook niet mee en geeft niet zijn mening over het onderwerp wat besproken wordt.
Artikel 9. Vergadering en besluiten
Blijkens het eerste lid stelt de Adviesraad Sociaal Domein zijn eigen vergadercyclus en -agenda vast en vergadert ten minste viermaal per jaar.
In het tweede lid is bepaald dat ten minste tweemaal per jaar een overleg plaatsvindt tussen de Adviesraad Sociaal Domein en de wethouder(s) Sociaal Domein van de gemeente. Dit overleg wordt voorgezeten door de voorzitter van de Adviesraad Sociaal Domein. De agenda voor dit overleg wordt opgesteld door de secretaris en de voorzitter van de Adviesraad van het Sociaal Domein in samenspraak met de wethouder(s) Sociaal Domein. Van het overleg wordt door de secretaris van de adviesraad een verslag gemaakt en een afschrift van dit verslag wordt verzonden aan het college.
Volgens het derde lid wordt een advies van de Adviesraad Sociaal Domein met meerderheid van stemmen uitgebracht en schriftelijk vastgelegd.
Het vierde lid regelt het quorum. Het quorum is het minimale aantal leden dat aanwezig moet zijn om besluiten te mogen nemen. In de adviesraad is dat 50% van het aantal leden. Een quorum is essentieel om ernstige gevallen van minderheidsadvisering te voorkomen. Elke situatie waarin een klein aantal leden namens de adviesraad beslissingen neemt, moet te allen tijde worden vermeden.
In het vijfde lid is bepaald dat stemming hoofdelijk of schriftelijk gebeurt. Bij hoofdelijke stemming worden de namen van alle leden die aanwezig zijn opgelezen. Ieder lid stemt met de woorden 'voor' of 'tegen', zonder enige toevoeging. In de praktijk zal het vaakst hoofdelijk worden gestemd. Er kan ook schriftelijk worden gestemd. Stemmingen over personen (benoemingen, voordrachten, keuzen) worden bij voorkeur schriftelijk gedaan. De aanwezige leden vullen de naam van een kandidaat in op een briefje en deponeren dat in een stembus waarmee de voorzitter rondgaat. De voorzitter telt in aanwezigheid van de leden de stemmen en doet hiervan verslag in de vergadering.
Ingevolge het zesde lid verzendt de Adviesraad Sociaal Domein de notulen van de vergaderingen ter kennisname aan het college.
In het zevende lid is geregeld dat de vergaderingen in beginsel openbaar zijn, tenzij de meerderheid van de aanwezige leden van oordeel is dat het onderwerp in kwestie naar zijn aard niet geschikt is voor een behandeling ter openbare vergadering.
In het achtste lid staat vermeld dat de Adviesraad Sociaal Domein werkgroepen kan instellen die op thema’s adviseren aan de Adviesraad Sociaal Domein.
Artikel 10. Ondersteuning van de Adviesraad Sociaal Domein
In het eerste lid is bepaald dat het college zorgt voor ondersteuning van de Adviesraad Sociaal Domein. Tot deze ondersteuning behoort in elk geval:
Wat de vergoeding van de voorzitter betreft, wordt aangesloten bij de vergoeding die de voorzitter van de commissie bezwaarschriften Hollands Kroon ontvangt.
Om te voorkomen dat, indien van toepassing, deze persoonlijke onkostenvergoeding in mindering gebracht wordt op een uitkering, wordt het bedrag als een onkostenvergoeding vrijwilligerswerk aangemerkt (artikel 31 tweede lid sub k Participatiewet). Het bedrag is afgestemd op de fiscale forfaitaire vrijwilligersregeling zoals die op grond van de Coördinatiewet sociale verzekeringen geldt voor de werknemersverzekering en deze vergoeding wordt ook door de belastingdienst buiten beschouwing gelaten.
In het tweede lid wordt geregeld welke kosten ten laste van het budget kunnen worden gebracht.
In het derde lid is bepaald dat de adviesraad de besteding van het budget binnen een kwartaal na afloop van dat boekjaar schriftelijk aan het college dient te verantwoorden.
Blijkens het vierde lid kunnen de leden van de Adviesraad Sociaal Domein een persoonlijke onkostenvergoeding ontvangen voor noodzakelijkerwijs gemaakte kosten. Een onkostenvergoeding is een vergoeding van de kosten die een lid daadwerkelijk en aantoonbaar maakt voor zijn werkzaamheden als lid van de adviesraad. Denk hierbij aan reiskosten. Het is belangrijk dat de gemeente kan aantonen dat het betreffende lid de kosten ook echt heeft gemaakt. Dit doe je met behulp van administratieve bewijzen zoals bonnetjes en een declaratieformulier. In de gemeentelijke boekhouding wordt opgenomen dat een onkostenvergoeding is verstrekt. De onkostenvergoeding dekt alleen de daadwerkelijk door de vrijwilliger gemaakte kosten. Daarmee zit er ook geen maximum aan de onkostenvergoeding die de vrijwilliger kan ontvangen. Ook hoeft er over de onkostenvergoeding geen belasting te worden betaald, maar dit geldt alleen als het bedrag van deze vergoeding gelijk is aan de kosten die de vrijwilliger heeft gemaakt.
Let op: de onkostenvergoeding is niet zelfde als de hiervoor genoemde vrijwilligersvergoeding. Dit is een vaste vergoeding die je de vrijwilliger geeft, bijvoorbeeld per uur, per dag(deel) of per week. Hiermee betaalt de vrijwilliger eventuele reiskosten, telefoonkosten, materialen etc. Het voordeel van het geven van een vrijwilligersvergoeding ten opzichte van een onkostenvergoeding is dat je als organisatie geen bewijs van de gemaakte onkosten (bonnetjes, tramkaartjes) hoeft te vragen aan de vrijwilliger. Dit scheelt voor zowel de gemeente als het lid van de adviesraad veel administratief werk. In de gemeentelijke boekhouding wordt opgenomen dat er een vrijwilligersvergoeding is verstrekt, en de gemeente bewaart daarvan een bewijs, bijvoorbeeld in de vorm van een declaratieformulier. Voor de vrijwilligersvergoeding gelden maximumbedragen per uur, maand en jaar die zijn vastgesteld door de Belastingdienst. Voor 2025 is dat € 5,60 per uur (€ 3,30 voor jongeren tot 22 jaar), € 210 per maand en € 2.100 per jaar. Let op: geeft de gemeente een hogere vergoeding, dan kan de gemeente als organisatie aangeslagen worden voor premies sociale verzekeringen en belastingen. Bovendien moet de gemeente als zij een vrijwilliger meer betaalt dan € 5,60 of € 3,30 per uur, aannemelijk maken dat deze hogere vergoeding geen marktconforme beloning is. Lukt dit niet, dan gelden de normale regels voor de loonheffingen. Krijgt de vrijwilliger naast de vergoeding voor zijn inzet ook een vergoeding voor de gemaakte onkosten? Dan telt de fiscus de onkostenvergoeding op bij de ontvangen vergoeding voor het vrijwilligerswerk. Is dit samen opgeteld meer dan € 210 per maand of € 2.100 per jaar? Dan houdt de gemeente meestal belasting in op de vrijwilligersvergoeding en betaalt dit aan de fiscus. Heeft de gemeente geen belasting ingehouden? Dan heeft de fiscus de vergoeding niet voor de vrijwilliger ingevuld in de aangifte inkomstenbelasting. De vrijwilliger moet de vergoeding dan zelf opgeven.
In het vijfde lid is bepaald dat het college er zorg voor draagt dat aan de Adviesraad Sociaal Domein de nodige informatie tijdig wordt verstrekt voor het naar behoren kunnen functioneren van de adviesraad. Het betreft hier alle informatie die noodzakelijk is om beleid en uitvoering te begrijpen en ontwikkelingen te kunnen volgen.
In het zesde lid is geregeld dat het college zorgdraagt voor een contactpersoon binnen de gemeente die als eerste aanspreekpunt fungeert voor de Adviesraad Sociaal Domein en die bij de vergaderingen van de adviesraad aanwezig is.
Ingevolge het zevende lid stelt het college vergaderruimte en kopieerfaciliteiten in het gemeentehuis beschikbaar ten behoeve van het naar behoren kunnen functioneren van de Adviesraad Sociaal Domein.
In het achtste lid wordt bepaald dat het college zijn ambtenaren in staat stelt een vergadering van de Adviesraad Sociaal Domein bij te wonen om toelichting of uitleg te geven, indien de Adviesraad Sociaal Domein daarom verzocht heeft.
In het eerste lid is bepaald dat leden van de Adviesraad Sociaal Domein, deskundigen die een vergadering bijwonen en derden die geraadpleegd verplicht zijn tot geheimhouding van al hetgeen zij in de hiervoor aangeduide hoedanigheid vernemen in zoverre zij dit door de Adviesraad Sociaal Domein opgelegd krijgen.
Ingevolge het tweede lid dient het voornemen tot geheimhouding van tevoren bekend te zijn gemaakt. De duur en de inhoud van de geheimhouding moet van tevoren bekend zijn gemaakt en zo exact mogelijk zijn aangegeven.
In het derde lid is geregeld dat de geheimhoudingsplicht alleen betrekking kan hebben op het besloten deel van de vergadering.
Artikel 12. Huishoudelijk reglement
Ingevolge het eerste lid stelt de Adviesraad Sociaal Domein voor zijn eigen functioneren een huishoudelijk reglement op. Van dit reglement verstrekt de adviesraad een afschrift aan het college.
In het tweede lid wordt bepaald welke onderwerpen in ieder geval in het huishoudelijk reglement moeten worden geregeld.
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
In dit artikel is bepaald dat het college in samenspraak met de Adviesraad Sociaal Domein binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze verordening een verslag zendt aan de gemeenteraad over de doeltreffendheid en de effecten van deze verordening.
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Artikel 16. Inwerkingtreding verordening en intrekking oude verordening
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 22 mei 2025
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-240420.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.