Gemeenteblad van Vijfheerenlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Vijfheerenlanden | Gemeenteblad 2025, 240377 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Vijfheerenlanden | Gemeenteblad 2025, 240377 | overige overheidsinformatie |
Visie Wonen, Welzijn en Zorg Vijfheerenlanden 2025
Een thuis voor iedereen in Vijfheerenlanden – doorkijk naar 2040
Een thuis voor iedereen in Vijfheerenlanden. Was het maar zo vanzelfsprekend. Als je weinig geld te besteden hebt, je je niet helemaal (meer) zelf kunt redden of zorg nodig hebt, kan het moeilijk zijn om een passende woning te vinden. En als je een fijn huis hebt, dat te groot is geworden en niet meer handig is ingedeeld, hoe kun je dan een betaalbare seniorenwoning of een woning met zorg vinden? Of als je dak – of thuisloos bent en hulp nodig hebt om een dak boven je hoofd te vinden? Het Rijk wil meer doen voor deze aandachtsgroepen op de woningmarkt, die een huisvestingsvraag, een zorg- of ondersteuningsvraag hebben. Ook is er aandacht gevraagd voor de huisvesting van ouderen. Gemeenten, woningcorporaties en andere partners op het gebied van wonen, welzijn en zorg werken daarom samen om voor iedereen een thuis te vinden. Dat kan door meer woningen naar behoefte te bouwen, maar ook door slimmer te plannen, afspraken te maken en initiatieven te stimuleren die wonen, welzijn en zorg met elkaar verbinden.
Dit vraagt om een visie, waarin de lijnen voor deze samenwerking worden gelegd en waarin ieder vanuit zijn eigen rol en verantwoordelijkheden een bijdrage levert aan het helpen van deze aandachtsgroepen. Dat gaat verder dan het bouwen van woningen of het leveren van zorg. Het gaat erom samen slimmer na te denken over bijvoorbeeld woonzorgzones, het bouwen van sterke gemeenschappen waarin buren omzien naar elkaar en om onze inwoners te laten nadenken of hun woning nog wel bij hen past. Doorstroom op de woningmarkt kan helpen een beweging op gang te brengen, waarin jongeren, kwetsbare mensen, ouderen en andere aandachtsgroepen hun eigen thuis kunnen vinden. Dat kan een kamer bij een hospita zijn, een appartement in een woongroep of een eengezinswoning zijn, voor iedereen moet er woonruimte komen. Met de verwachte vergrijzing, de drukte op de woningmarkt en de prijzen voor huur- en koopwoningen is dat een enorme uitdaging. Samen zetten we ons daarvoor in. Deze visie beschrijft de ambities, opgaven en afspraken die we gezamenlijk aanpakken. Zo wordt Vijfheerenlanden een thuis voor iedereen.
Wethouders Wonen en Sociaal Domein
Heel Nederland staat voor een grote opgave op het gebied van wonen, welzijn en zorg. Ook gemeente Vijfheerenlanden heeft te maken met complexe maatschappelijke vraagstukken zoals dubbele vergrijzing, een toename van alleenstaanden, een groeiende diversiteit aan aandachtsgroepen en een toenemende vraag naar passende zorg en ondersteuning en de daarbij stijgende personeelstekorten in de zorg. Ook de doorcentralisatie, waarbij de verantwoordelijkheid voor beschermd wonen van de centrumgemeenten verplaatst naar de individuele gemeenten, vraagt om een andere aanpak. Met de Rijksprogramma’s ‘Een thuis voor iedereen’ en ‘Wonen en zorg voor ouderen’ wordt ingezet op voldoende betaalbare woningen voor mensen uit aandachtsgroepen, zoals personen met een sociale – of medische urgentie, personen die uitstromen uit intramurale instellingen en ouderen. Daarbij streven we naar een evenwichtige verdeling van woningen voor aandachtsgroepen over de gemeente met de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding waar dit nodig is. Voor deze inwoners is extra aandacht nodig omdat er voor hen onvoldoende geschikte woningen zijn en/of niet aan hen worden toegewezen. De Visie op Wonen, Welzijn en Zorg 2025 biedt een strategisch kader om wonen, zorg en welzijn toekomstbestendig te organiseren.
Voor gemeente Vijfheerenlanden is het van belang dat alle inwoners prettig in onze gemeente kunnen wonen, dat er een thuis is voor iedereen en dat langer zelfstandig wonen mogelijk wordt, al dan niet in combinatie met een ondersteunings- en/of zorgbehoefte. Dit vraagt om een gezamenlijke aanpak van alle betrokken partijen in zowel het fysieke – als sociaal domein. De volgende ambities zijn uitgangspunt van deze visie;
De visie richt zich met name op aandachtsgroepen die een huisvestings-, zorg– en ondersteuningsvraag hebben en op de doelgroep ouderen. Om uitvoering te geven aan deze ambities worden er uitvoeringafspraken gemaakt. Deze afspraken worden met betrokkenen opgesteld en krijgen uiteindelijk een plek in het Volkshuisvestingsprogramma van de gemeente.
Deze visie is mede gebaseerd op inzichten uit het provinciale woonzorgbehoeftenonderzoek van Companen (28 juni 2024), inzichten op basis van de vastgestelde dorps(woon)visies en gebiedsvisies in onze gemeente en andere relevante beleidsdocumenten waaronder de Woonvisie, Omgevingsvisie en de beleidsvisie Sociale Basis (6 februari 2025 vastgesteld). Deze visie richt zich op het bevorderen van zelfstandigheid, sociale cohesie en passende ondersteuning voor alle inwoners.
Allereerst wordt de aanleiding voor de visie op wonen, welzijn en zorg beschreven. Daarna wordt ingegaan op het doel en de scope van de visie; voor wie geldt deze visie en wat willen we bereiken. Vervolgens wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de opgave waar we voor staan. Vervolgens is in hoofdstuk 3 tot en met 6 te lezen wat de ambities van de gemeente Vijfheerenlanden zijn voor deze opgaven en welke uitvoeringsafspraken hiervoor mogelijk zijn. In hoofdstuk 7 geven we vorm aan de mate van samenwerking en hoe we opvolging geven aan de uitvoering. In de bijlagen wordt een overzicht gegeven van relevante definities en begrippen, het huidige aanbod aan huisvesting voor aandachtsgroepen in Vijfheerenlanden, de huidige beleidskaders en het doorlopen participatieproces.
Nederland staat voor een grote uitdaging op het gebied van wonen, welzijn en zorg. Gemeente Vijfheerenlanden vormt daar geen uitzondering op. We worden met elkaar steeds ouder en wonen steeds langer thuis en zelfstandig. Dit brengt uitdagingen met zich mee, want niet alleen het aantal ouderen neemt toe, maar daarmee ook de zorgvraag. Veilig en gezond ouder worden in de eigen omgeving, vormt daarbij een belangrijk thema. Ook de andere aandachtsgroepen die gehuisvest moeten worden zijn in aantal toegenomen, maar het geschikte woningaanbod blijft achter. Ook streven we ernaar dat mensen met een beperking zelfstandig kunnen wonen en volledig kunnen deelnemen aan de samenleving. Vandaar dat in de Nationale Woon- en Bouwagenda van het Rijk de programma’s ‘Een thuis voor iedereen’ en ‘Wonen en zorg voor ouderen’ zijn opgenomen.
Vijfheerenlanden is een dynamische gemeente met diverse kernen en wijken en buurten, waar de sociale samenhang een grote kracht is. Tegelijkertijd worden we geconfronteerd met uitdagingen zoals dubbele vergrijzing, aanwezige woningtekorten en een toenemende zorg- en ondersteuningsvraag. De geografische ligging van een aantal kernen leidt daarnaast tot uitdagingen ten aanzien van de mobiliteit (openbaar vervoer). Het is onze verantwoordelijkheid als gemeente om een omgeving te creëren waarin iedereen een thuis vindt en toegang heeft tot de ondersteuning die nodig is.
Deze visie schetst een toekomst waarin wonen, zorg en welzijn hand in hand gaan. We zetten in op een inclusieve en toegankelijke samenleving waar mensen – met of zonder ondersteuningsbehoefte – zich welkom en gewaardeerd voelen, meetellen en gelijkwaardig kunnen deelnemen aan de maatschappij.
Vanuit het programma ‘Een thuis voor Iedereen’ wordt een onderscheid gemaakt tussen een drietal aandachtsgroepen met elk hun eigen behoeften op het gebied van huisvesting, zorg en ondersteuning:
Aandachtsgroepen met een huisvestings-, zorg- en ondersteuningsvraag
Hiertoe behoren mensen met een sociale en/of medische urgentie, mensen die uitstromen uit een intramurale instelling (waaronder Beschermd Wonen), en vergunninghouders. Voor Vijfheerenlanden gaat het vooral om mensen met een lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke beperking; mensen met een (ernstige) psychische kwetsbaarheid; mensen die uitstromen uit beschermd wonen, de maatschappelijke opvang en jeugdhulp met verblijf.
Lang niet alle ouderen hebben een zorgvraag of behoefte aan een specifiek soort woning. Verreweg de meeste ouderen (65-plussers) wonen zelfstandig en zijn vitaal. Toch worden ouderen gezien als aandachtsgroep op de woningmarkt. Niet alleen vanwege het ontstaan van een zorgvraag of behoefte aan een specifiek soort woning, maar ook omdat het om een zeer grote groep mensen die door vergrijzing snel groeit.
De visie op wonen, welzijn en zorg richt zich voornamelijk op de aandachtsgroepen met een huisvestings-, zorg-, en ondersteuningsvraag en op ouderen.
In het verlengde hiervan hebben we ook aandacht een groep jongeren op de woningmarkt: jongeren die op eigen benen willen gaan staan maar door de omstandigheden op de woningmarkt niet in staat zijn om uit huis te gaan. Dit leidt in een aantal situaties tot een gespannen thuissfeer met soms ongewenste gevolgen. Ook voor deze groep hebben we aandacht in deze visie, aangezien we willen voorkomen dat deze bijvoorbeeld instromen in de geestelijke gezondheidszorg.
Wat valt buiten de scope van deze visie?
Voor de aandachtsgroepen met alleen een accent op woonruimte hebben we als gemeente reeds beleid geformuleerd (denk bijvoorbeeld aan woonwagenbeleid), wordt beleid herijkt (arbeidsmigranten) of wordt in regio verband samengewerkt aan de opgave. De opgave rondom vergunninghouders vormt ook geen onderdeel van deze visie. De asielopgave en (tijdelijke) opvang van Oekraïners valt eveneens buiten de scope van deze visie.
Deze visie draagt bij aan het verbinden van zowel het fysieke als sociale domein. De visie op wonen, welzijn en zorg staat niet op zichzelf, maar ligt in het verlengde van bestaand beleid, te weten; de Omgevingsvisie, Woonvisie, Lokaal Gezondheidsbeleid in Vijfheerenlanden, de verschillende dorps(woon)visies en gebiedsvisies, Sociale Basis, de Sociaal Maatschappelijke Agenda en het Regioplan Integraal Zorgakkoord (IZA), het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en het VN-Verdrag Handicap: Onbeperkt Meedoen.
Daarbij is het belangrijk dat mensen met een ondersteunings- of zorgvraag zelf kunnen kiezen waar en met wie ze wonen, en niet gedwongen moeten verhuizen. Of dat nu ouderen betreft of kwetsbare jongeren, het is belangrijk dat de woon- en leefomgeving en het formele en informele netwerk aan ondersteuning en zorg aansluit op de behoefte van deze aandachtsgroepen. De gemeente heeft de volgende ambities geformuleerd;
Een evenwichtige en evenredige verdeling van de woningvoorraad is wenselijk om in de woonvraag van deze aandachtsgroepen te voorzien. Met 2 steden, 14 dorpen en daarin een verdeling van 22 kernen, met een gevarieerd inwoneraantal en een groot buitengebied vormt dit een extra uitdaging. We hebben immers te maken met een aantal kernen met nauwelijks of geen voorzieningen, soms met een geografische ligging die bijvoorbeeld goed openbaar vervoer in de weg staat en waar bovendien de woningbouwmogelijkheden als gevolg van ruimtelijk provinciaal beleid beperkt zijn. Dit vergroot de noodzaak tot samenwerking tussen gemeente, zorg- en welzijnsaanbieders en woningcorporaties. Zij zijn mede verantwoordelijk voor variatie binnen het woningaanbod, de woonomgeving en de benodigde sociale- en zorginfrastructuur.
De wijze waarop we hier invulling aan willen geven, wordt in de volgende hoofdstukken toegelicht. We geven eerst een indicatie van de omvang van de huisvestingsopgave voor de verschillende aandachtsgroepen. Vervolgens wordt per ambitie uitgewerkt welke opgave we zien en waar we op inzetten. Tot slot wordt bij elke ambitie een voorzet gegeven voor mogelijke uitvoeringsafspraken.
2. Omvang van de huisvestingsopgave
Als gemeente zijn we binnen provincie Utrecht onderdeel van de regio U10 en de subregio Lekstroom. De lokale opgave staat in relatie tot de aanpak in omliggende gemeenten. Ook op het gebied van inkoop van jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning werken we samen in de regio Lekstroom. Waar het gaat om ondersteuning en zorg, zoals Wmo, Jeugdhulp, Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen (hierna: MOBW), werkt de gemeente Vijfheerenlanden samen binnen regio Lekstroom.
Met de term aandachtsgroepen wordt gedoeld op groepen inwoners van wie de woonbehoefte of huisvesting bijzondere aandacht behoeft, mede vanwege hun zwakkere positie op de woningmarkt. Deze groepen bevinden zich vaak in een kwetsbare positie en zijn vaak afhankelijk van extra zorg of begeleiding en moeten vaak hun leven (opnieuw) opbouwen. Daarnaast gaat het ook om personen of huishoudens die vanwege de krapte op de woningmarkt, noodgedwongen langer thuis bij ouders in moeten wonen, wat in een aantal situaties tot spanningen en soms ook een zorgvraag leidt. In dit hoofdstuk wordt uiteengezet welke behoefte er aan huisvesting-, zorg en ondersteuning is per doelgroep.
2.1 Huisvesting aandachtsgroepen
De aandachtsgroepen, voorheen bijzondere doelgroepen genoemd, zijn aangemerkt vanuit het Rijk om een eenduidige definitie te waarborgen. De aandachtsgroepen die zowel een huisvestings- als zorg– en ondersteuningsvraag hebben, zijn:
Vergunninghouders1.
De definities van deze doelgroepen worden in bijlage 1 toegelicht.
2.1.1. Opgave sociale- en medische urgentie
Voor de verschillende aandachtsgroepen hebben we de kwantitatieve huisvestingsopgave inzichtelijk gemaakt middels een regionaal Woonzorgbehoefte onderzoek dat is uitgevoerd door Companen in 2024. Daarbij wordt de huidige vraag naar woonvormen per doelgroep steeds afgezet tegen het aanbod op drie verschillende momenten, namelijk 2023, 2030 en 2040. Verder wordt in bijlage 4 een uitgebreid overzicht van het huidige woonzorgaanbod voor aandachtsgroepen gegeven.
Tabel 1 geeft inzicht in de huidige omvang van de groep mensen met een verstandelijke beperking in Vijfheerenlanden en de verwachte toename tot 2030 en tot 2040. Het gaat hierbij om mensen die vanwege hun beperking een specifieke woonvorm nodig hebben. Op dit moment is er voor deze mensen een aanbod van 284 geclusterde woonplekken. De huidige vraag naar deze woonplekken is op dit moment 340. Daarmee zijn vraag en aanbod op dit moment niet in balans. Verder blijkt uit de cijfers dat de vraag naar geclusterd wonen voor deze doelgroep zowel richting 2030 als 2040 nog toeneemt. Dat betekent concreet dat er in 2030 nog 101 extra geclusterde woonplekken nodig zijn en 35 gespikkelde woonplekken. In 2040 zijn er 186 geclusterde woonplekken nodig voor mensen met een verstandelijke beperking.
Tabel 1. Omvang doelgroep verstandelijke gehandicapten
Bron: Woonzorgbehoefteonderzoek Companen, basisscenario, 28 juni 2024
Tabel 2 laat de groei in omvang van de groep mensen met een lichamelijke beperking zien. Deze groei zal zich slechts voor een beperkt gedeelte vertalen naar een woningopgave, omdat de meeste mensen met een lichamelijke beperking in hun eigen reguliere (aangepaste) woning wonen.
Tabel 2. Omvang doelgroep mensen met een lichamelijke beperking
Bron: Woonzorgbehoefteonderzoek Companen, basisscenario, 28 juni 2024
2.1.2 Opgave GGZ-doelgroep beschermd wonen
Hier gaat het om inwoners met een psychische kwetsbaarheid die daardoor een specifieke (beschermde) woonvorm nodig hebben. Het aantal plekken (Wmo en Wlz) in Vijfheerenlanden voor mensen met een indicatie Beschermd Wonen is op dit moment 33.
De uitbreiding van de groep Beschermd Wonen is bescheiden, vanwege de transitie naar Beschermd Thuis. In 2030 zijn er ten opzichte van het huidige aanbod 27 extra plekken voor deze doelgroep nodig en richting 2040 37.
2.1.3. Opgave uitstroom uit intramurale instellingen
Voor de uitstroom uit verschillende intramurale instellingen is er behoefte aan zelfstandige woningen, soms met ambulante begeleiding. Onder intramurale instellingen vallen onder andere beschermd wonen, jeugdzorg met verblijf, maatschappelijke opvang, detentie en forensische zorg. Voor deze groep mensen is er jaarlijks behoefte aan 37 zelfstandige woningen. Tabel 4 geeft een specificatie van de omvang van de uitstroom uit de verschillende instellingen.
Tabel 4. Jaarlijkse behoefte aan zelfstandige woningen voor uitstroom intramurale instellingen
Naast de bovengenoemde mensen uit aandachtsgroepen die voortkomen uit het nationaal programma ‘Een thuis voor iedereen’ hebben we in Vijfheerenlanden extra aandacht voor een groep jongeren die vanwege de krapte op de woningmarkt en hun financiële situatie noodgedwongen lang thuis wonen. In een aantal situaties levert dit spanningen op. Om een toekomstige zorgvraag van deze doelgroep te voorkomen, hebben we in Vijfheerenlanden extra aandacht voor deze huisvestingsopgave. Omdat deze groep geen onderdeel is van de aandachtgroepen is dit niet meegenomen in het regionale woonbehoefteonderzoek en kunnen we de grote van deze groep niet kwantificeren.
Het aantal ouderen in Vijfheerenlanden zal net als in de rest van Nederland de komende jaren toenemen. Van ruim 8.000 huishoudens in 2023 (31% van alle huishoudens), naar ruim 9.800 in 2031 (35% van alle huishoudens) en ruim 38% in 2041 (ruim 11.600 huishoudens). Deze trend wordt in onderstaande figuren weergegeven.
Figuur 1. Ontwikkeling leeftijd huishoudens in Vijfheerenlanden, absoluut en relatief
Door de vergrijzing stijgt ook het aantal mensen met dementie exponentieel. Oplopende zorgkosten en toenemende personeelstekorten maken zorgaanbieding in de toekomst onzeker. Dit betekent dat ouderen langer in de reguliere woningvoorraad moeten blijven wonen. De realisatie van meer zorggeschikte, geclusterde en levensloopbestendige woningen kan hier een uitkomst voor bieden.
Tabel 5 laat zien dat we in de periode 2022 tot en met 2030 in Vijfheerenlanden tenminste respectievelijk 260 nultredenwoningen, 80 zorggeschikte woningen en 330 geclusterde woningen extra nodig hebben. In totaal zijn dat 670 voor ouderen geschikte woningen. Tot 2040 gaat het nog eens om ruim 1.000 woningen extra. Ten aanzien van de geclusterde woningen wordt dit zowel in de vorm van huur- en vooral ook koopwoningen voorgesteld. Deze drie woonvormen bestaan naast de reguliere woningen, waar het grootste deel van de ouderen nu in woont. Vaak is dit de woning waar mensen al jaren wonen en waarin zij ook zullen blijven als ze ouder worden.
Tabel 5. Vraag naar nultreden -, zorggeschikte- en geclusterde woningen voor ouderen
Bron: Provinciaal Woonzorgbehoefteonderzoek Companen, 28 juni 2024
Het huidige aanbod aan vormen van geclusterd wonen bevindt zich vooral in de grotere kernen. Op dit moment is zo’n 20% van de totale bestaande woningvoorraad al geschikt voor ouderen, terwijl het aandeel ouderen al meer dan 30% is. Verder blijkt uit het onderzoek dat zo’n 35% van de woningvoorraad geschikt gemaakt kan worden. De woonzorgopgave voor de groep ouderen betekent dus deels het geschikt maken van de bestaande woningvoorraad.
3. Passend wonen voor aandachtsgroepen
We streven ernaar dat iedereen in zijn eigen wijk of buurt kan blijven wonen. In de eigen omgeving is immers vaak een netwerk aan waardevolle relaties opgebouwd. Dit betekent dat we een gevarieerd aanbod aan woningen en woonvormen realiseren voor mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag, passend bij hun wensen en behoeften. We richten ons de komende jaren vooral op tussenvormen2 geschikt voor verschillende aandachtsgroepen nabij locaties waar intensieve zorg wordt geboden. Dit doen we met name op locaties waar grotere projecten worden gerealiseerd (zowel in centrumgebieden als in uitleglocaties). Ook zorgen we voor voldoende woningen voor mensen die uitstromen uit intramurale voorzieningen en een plek moeten vinden op de reguliere woningmarkt. Zo brengen we uitstroom op gang en maken we ruimte in het bestaande aanbod voor mensen die dat nodig hebben. Daarnaast geven we ook in de regio uitvoering aan het afsprakenkader voor aandachtsgroepen. Als gevolg van deze regionale aanpak voor de verschillende urgente aandachtsgroepen komen op termijn ook huidige contingent afspraken te vervallen.
3.2.1. Voldoende woonruimte voor aandachtsgroepen
De doordecentralisatie van de Maatschappelijke opvang en Beschermd wonen zorgt ervoor dat (op termijn) de centrumgemeentefunctie komt te vervallen. Ook zien we vanuit het Rijk een beweging naar een gelijkmatigere verdeling van de huisvestingsopgave van verschillende aandachtsgroepen over de verschillende gemeenten: het zogeheten ‘fair-share’3. Het Rijksbeleid is erop gericht dat gemeenten ook afspraken maken over de verdeling van andere kwetsbare groepen, zoals (economisch) dak – en thuislozen die niet in de opvang verblijven, of jongeren in een problematische thuissituatie. Voor Vijfheerenlanden kan dit betekenen dat mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag vaker dan nu in Vijfheerenlanden zullen blijven, of hier weer gaan wonen. Belangrijk is om daarin goed de focus aan te brengen; over wie hebben we het? En wat voor type woningen zijn nodig. Daarnaast is ook het aspect van begeleiding van belang.
De woonwaaier die in regionaal verband is opgesteld geeft een overzicht van instrumenten waarmee inwoners van regio Lekstroom ondersteund kunnen worden bij het vinden en/of behouden van een passende woonplek. Deze woonwaaier is zowel voor inwoners als voor personen en/of instanties die helpen in de begeleiding naar (zelfstandig) wonen zinvol.
Uit de opgaven (hoofdstuk 2) blijkt dat we jaarlijks te maken hebben met de uitstroom van zo’n 37 personen en met een toename van circa 10 Beschermd Wonen plekken in de periode tot 2030. Verder is er een opgave ten aanzien van de huisvesting van inwoners met een verstandelijke beperking.
De gemeente maakt afspraken met zorgpartijen, woningcorporaties en marktpartijen over het toevoegen of beschikbaar maken van de benodigde woningen. Ook maken we afspraken over begeleiding en ligt er voor de gemeente een regierol in het samenbrengen van partijen. Zo hebben we reeds afspraken over het aantal contingentenwoningen welke woningcorporaties beschikbaar stellen voor de uitstroom van kwetsbare aandachtsgroepen. We betrekken ervaringsdeskundigen bij het maken van plannen. Specifieke projecten als een woontrainingshuis voor jongens, ‘Kamers met aandacht’ en ‘Onder de Pannen’ tot worden tot uitvoering gebracht. Voor nieuwbouw gaat de voorkeur uit naar locaties nabij voorzieningen zoals een supermarkt, ontmoetingsplaatsen, openbaar vervoer of zorgsteunpunten. Bij zowel inbreidings- als uitleglocaties zetten we in om de opgave te realiseren. Ook maken we afspraken met de woningcorporaties om via nieuwbouw een meer gedifferentieerd woningaanbod te realiseren. Zowel in prijsklassen binnen de sociale huur als de realisatie van voldoende middenhuur. Op dit moment zijn er te weinig middenhuurwoningen beschikbaar.
Maar ook het benutten van de bestaande voorraad is belangrijk. Aanpassing van de bestaande woonvoorraad, transformatie van bestaand vastgoed of andere innovatieve woonvormen dragen eveneens bij aan het behalen van de doelen. Ook gaan we als gemeente inzetten op kamergewijze verhuur, hospitaverhuur en tussenvormen om personen (met ondersteuning) te laten wennen aan en te begeleiden richting zelfstandigheid.
3.2.2 Stimuleren gemengd wonen
Voor deze aandachtsgroepen zien we (anders dan bij ouderen) dat een menging van mensen met en zonder zorgvraag, de zogenoemde vragende en dragende inwoners, kan bijdragen aan succes. Het biedt kansen om het omzien naar elkaar te versterken. Een belangrijk fundament van gemengd wonen is wederkerigheid: ook mensen die ondersteuning ontvangen, kunnen immers iets betekenen voor anderen. Gemengde woonvormen kunnen ook plek bieden aan mensen die net buiten de definities van bepaalde doelgroepen vallen. Een goede spreiding in een buurt of kern voorkomt dat de opgave zich concentreert in enkele buurten waar veel sociale huurwoningen staan. Dit kan namelijk stigmatisering tot gevolg hebben en mogelijk de leefbaarheid onder druk zetten.
We maken ruimte voor gemengde woonvormen in een gemeentelijk afwegingskader voor nieuwbouwplannen, herstructurering en transformatie. Dit heeft met name aandacht in buurten en kernen waar veel woningen gepland staan nabij voorzieningen. Denk aan diverse locaties in de kernen Leerdam en Vianen. Het grote aandeel woningen dat hier tot 2040 gerealiseerd wordt, maakt dat er een unieke kans ligt om inwoners met een kwetsbaarheid te huisvesten met oog voor de draagkracht in de buurt. Ook bij ontwikkelingen in de kernen zoals Meerkerk is dit mogelijk, maar in een andere schaal en omvang. Met de woningcorporaties maken we prestatieafspraken over de spreiding van betaalbare woningen.
We zien binnen gemeente Vijfheerenlanden dat de meldingen rondom personen met onbegrepen gedrag de afgelopen jaren fors is toegenomen. Het is voor deze inwoners niet altijd haalbaar om binnen een buurt of kern te blijven wonen, bijvoorbeeld doordat er sprake is van overlast in de betreffende omgeving. Deze inwoners zijn gebaat bij een prikkelarme omgeving. Voor deze groep onderzoeken we de mogelijkheden voor het opstarten van een project als ‘Skaeve Huze’ en ‘kortdurende opvang’. Dit doen we in samenwerking met de woningcorporaties, zorgpartijen en omwonenden. Dit neemt niet weg dat inzetten op sociale cohesie ook van belang is.
3.2.3 Preventie dak- en thuisloosheid
Mensen die (tijdelijk) geen vorm van onderdak hebben, kunnen terecht bij de Maatschappelijke Opvang. Landelijk is er in de afgelopen jaren een groei te zien van het aantal jongeren en economisch dak – of thuislozen datzich meldt. Deze mensen hebben lang niet allemaal een begeleidingsvraag en zijn dus meer geholpen met een (tijdelijke) woning dan met een opvangplek. Er is sprake van een regionale aanpak dakloosheid en een uitvoeringsprogramma binnen de U10. Als gemeente zien we het als taak om hier zelf ook wat in de huisvesting en ondersteuning te betekenen.
We verkennen de mogelijkheden om versneld (tijdelijke) woonruimten te realiseren. Deze woningen kunnen niet alleen worden ingezet voor urgent woningzoekenden, jongeren, (jonge)vergunninghouders, maar ook als uitstroomwoning voor mensen die vanuit de maatschappelijke opvang komen. Daarnaast zetten we in op preventie van dak- en thuisloosheid. Daarbij is inzetten op vroegsignalering van schuldenproblematiek en preventie van belang. Daarnaast borgen we samen met Avres dat er een goede samenwerking is met de sociaal teams en dat maatwerk wordt geboden in moeilijke situaties waar uithuisplaatsing dreigt. Verder zetten we in op goede ambulante begeleiding van mensen die moeite hebben om helemaal zelfstandig te functioneren in de maatschappij (laatste kansbeleid). We sluiten ons aan bij het Nationaal Actieplan Dakloosheid. Daarmee stellen we onszelf als doel dat in 2030 niemand meer op straat slaapt omdat er geen veilige opvang is. We omarmen de een ‘Wonen eerst’ benadering. Ook proberen we met projecten als ‘Kamers met Aandacht’ en ‘Onder de Pannen’ woningeigenaren te bereiken die kwetsbare inwoners op kunnen nemen in hun woning. Tot slot geven we in regionaal verband uitvoering aan het uitvoeringsprogramma Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen (MOBW) 2025-2026. En maken we tevens een lokaal uitvoeringsplan MOBW 2025-2028.
3.2.3 Regionaal uitvoering geven aan het afsprakenkader aandachtsgroepen
De ‘Woondeal Regio Utrecht 2023’ wordt verrijkt met een afsprakenkader voor aandachtsgroepen. Hier wordt in regionaal verband, in samenwerking met het Rijk en de Provincie, uitvoering gegeven aan de opgave om een zo evenwichtige en evenredige spreiding voor aandachtsgroepen te realiseren. Randvoorwaarden voor een adequate uitvoering zijn ook onderdeel van de landelijke akkoorden IZA en GALA en bijbehorende regioplannen.
Naar de randvoorwaarden zijn ook een aantal uitgangspunten geformuleerd waar nadere afspraken over gemaakt worden, dit zijn:
3.2.4 Inzetten op technologie en innovatie
Technologische ontwikkeling en E-Health gaan een steeds belangrijkere rol spelen bij het mogelijk maken van langer en weer zelfstandig wonen. Denk aan domotica, valdetectie, beeldbellen, de inzet van zorgrobots en automatische medicijndispensers. Ook is een integrale aanpak en een goede samenwerking van belang.
Gemeente Vijfheerenlanden stimuleert de samenwerking tussen de diverse partijen om gezamenlijk af te stemmen welke technologieën we de komende jaren willen toepassen. Zo kan personeel efficiënt worden getraind. Ook wordt waar nodig afstemming gezocht met de corporaties zodat deze bij de realisatie van woningen rekening houden met de toepassingen waar partijen op in gaan zetten.
3.2.5 Voorzet voor het uitvoeringsprogramma
Om onze ambities te realiseren, zijn verschillende instrumenten en afspraken met betrokken partijen mogelijk. Minimaal de volgende maatregelen willen we nader onderzoeken om op te nemen in het uitvoeringsprogramma. Van belang is om ook de rol van zowel de gemeente als de overige betrokkenen inzichtelijk te maken. En welke randvoorwaarden zijn noodzakelijk om een goede inhoudelijke uitvoering te waarborgen? Deze hebben we geprioriteerd van hoog naar laag:
4. Passend wonen voor alle ouderen
We maken langer zelfstandig wonen voor ouderen mogelijk in gemeente Vijfheerenlanden door in te zetten op voldoende, aantrekkelijk woonaanbod in de vorm van geclusterde, zorggeschikte en levensloopbestendige woningen voor ouderen verspreid over de kernen en wijken en buurten van onze gemeente. Van belang is dat woningen die deze kenmerken hebben niet alleen toegankelijk zijn, maar dat ook een (sociaal) vangnet aanwezig kan zijn. De behoefte per kern speelt hierbij ook een belangrijke rol, daar waar in de kleinere kernen andere behoeften leven, dan bijvoorbeeld in de grotere kernen als Leerdam of Vianen. Dit draagt bij aan een wederkerig proces. We zetten hierbij met name in op appartementen en grondgebonden seniorenwoningen, die geschikt zijn voor mensen met én zonder zorgvraag. Waarbij ook rekening gehouden moet worden met voldoende betaalbare woningen in de koopsector. We willen woningen die betaalbaar zijn voor mensen met een grotere maar ook kleinere portemonnee. We kijken daarbij naar mogelijkheden in de nieuwbouw en ook expliciet naar de mogelijkheden in de bestaande woningvoorraad (zoals vernieuwbouw, splitsing, optoppen, inbreiding, functieverandering). Met het oog op de benodigde schaal om zorg en ondersteuning te leveren, realiseren we deze woonvormen met name nabij voorzieningen, sociale ontmoetingsplekken en zorgvastgoed. Zo kunnen woonzorgzones ontstaan. Dit is met het oog op de schaal en aanwezige voorzieningen niet in alle kernen en delen van onze gemeente mogelijk en dat betekent dat sommige mensen voor hun (intensieve) zorg of ondersteuningsbehoefte moeten verhuizen. Met zorgorganisaties verkennen we de mogelijkheden van gemengd wonen (jong en oud, vitaal en kwetsbaar) en de welzijnsactiviteiten op een aantal locaties om zo ook de verbinding aan te gaan met de directe omgeving. Kwetsbare bewoners begeleiden we hierin zodat zij goed aarden in hun nieuwe omgeving. Daarnaast zoeken we naar manieren om bewoners meer invloed te geven op hun toekomstige woonsituatie, onder meer om doorstroom te bevorderen.
Tot slot is er ook vanuit de regio en de herijking van de Woondeal aandacht voor de huisvesting van ouderen. De totale opgave voor de regio Utrecht bedraagt 9.470 woningen, onderverdeeld in nultredenwoningen, geclusterde woningen en zorggeschikte woningen.
Vijfheerenlanden is een gemeente in transitie. Waren we decennialang een gemeente gericht op gezinnen (bijna 80% van de woningvoorraad betreft eengezinswoningen), nu zien we ook steeds meer huishoudens waar de kinderen het huis uit zijn en de bewoners ouder worden. De inwoners van onze dorpen en wijken en buurten zijn nog onvoldoende voorbereid op deze vergrijzing (zie hoofdstuk 2). Veel ouderen wonen in een woning die niet levensloopgeschikt is, en ook niet eenvoudig geschikt te maken is. Circa 30% van de ouderen in Vijfheerenlanden woont in een geschikte woning, 30% van hen woont in een woning die geschikt is te maken en 40% van de ouderen woont in een woning die niet geschikt is te maken, zo blijkt uit onderzoek van Companen. Binnen de totale voorraad is circa 45% niet geschikt te maken. Dit speelt vooral in de kleinere kernen, in de grotere kernen Leerdam en Vianen staan relatief en absoluut de meeste geschikte woningen. We verwachten dus dat veel mensen hun (eengezins-) woning zullen willen aanpassen, bijvoorbeeld door een traplift te laten plaatsen, al dan niet met een bijdrage vanuit de Wmo. Als gemeente stimuleren we dat ouderen die in een ongeschikte woning (en niet geschikt te maken woning) wonen, verhuizen naar een geschiktere woning, waar mogelijk binnen de eigen omgeving. Op die manier kunnen ouderen langer veilig en comfortabel wonen, hun vertrouwde gemeenschap/netwerk (en daarmee hun persoonlijke basis) intact houden en daarmee langer zelfredzaam blijven.
4.2.2. Het tekort aan geclusterde, zorggeschikte en levensloopbestendige woningen neemt toe
Het kabinetsbeleid geeft aan dat er bijna geen verpleeghuisplekken in ons land meer bijkomen. Vervangende nieuwbouw is nog wel mogelijk. Zorg leveren zoals we dat nu doen, is in de toekomst niet meer mogelijk vanwege de sterk oplopende kosten en gebrek aan gekwalificeerd personeel. De realisatie van meer zorggeschikte, geclusterde en levensloopbestendige woningen kan hier een uitkomst bieden.
In onze dorps(woon)visies en gebiedsvisies die in 2023 en 2024 voor alle kernen zijn opgesteld (en de laatste in 2025 volgen) komt de behoefte aan meer (betaalbare) ouderenwoningen nadrukkelijk naar voren, met de wens om oud te worden in de eigen omgeving in een comfortabele, veilige ouderenwoning.
Huisvesting kan intramuraal, maar ook geclusterd of in de vorm van individuele huisvesting zijn. In een geclusterde woning wonen mensen zelfstandig maar toch samen, met gedeelde voorzieningen als een huiskamer en ontmoetingsruimte in het complex of op korte afstand in de buurt. Geclusterd wonen kan eenzaamheid tegengaan en zelf- en samenredzaamheid bevorderen: de stap naar een woonzorgvoorziening kan hierdoor worden uitgesteld of afgesteld mits er voldoende voorwaarden gerealiseerd worden zoals aanvaardbare afstanden tot voorzieningen en een of meerdere zorgaanbieders die zorg kunnen leveren.
Tot 2030 is er een uitbreidingsvraag van tenminste 330 geclusterde woningen voor ouderen, zowel in de sociale huur maar met name ook in de koopsector. Daar bovenop is er een behoefte aan genoemde uitbreiding met 80 plekken waar (intensieve) zorg geboden kan worden, bijvoorbeeld voor mensen met zware dementie of een somatische (lichamelijke) aandoening. Ook deze opgave zal (deels) in geclusterd wonen moeten worden opgevangen.
De benodigde uitbreiding van geclusterde woningen kunnen we niet alleen via nieuwbouw invullen. Het is daarom nodig om ook te kijken hoe we de bestaande voorraad kunnen aanpassen. Bijvoorbeeld door toevoeging van een ontmoetingsruimte in bestaande complexen, het optoppen met extra verdiepingen of het toevoegen van een lift.
Als gemeente willen we in ons beleid sturen op de realisatie van de opgaven. We maken ook hierover afspraken met onze woningcorporaties, met marktpartijen, zorgpartijen en het zorgkantoor. Hier is ook behoefte aan maatwerk; wat is er per complex nodig en op welke manier maken we gebruik van ontmoetingsplaatsen. Recent woningbehoeftenonderzoek laat duidelijk een behoefte aan de genoemde woonvormen zien. In onze gemeentelijke nieuwbouwprogrammering tot en met 2030 zitten de benodigde aantallen zorggeschikte en levensloopbestendige woningen ruim voldoende opgenomen. Het aantal geclusterde woningen verdient nog aandacht. In overleg en samenwerking met al onze partners (inclusief projectontwikkelaars) gaan we de kansen in kaart brengen van complexen die geschikt zijn voor transformatie. Niet alleen het aantal woningen is van belang, ook dienen we rekening te houden met het type kern en de behoefte die er in de kern is aan type woningen. De gemeente heeft een regierol op het gebied van samenbrengen van partijen. Zo kunnen woonzorgzones opgebouwd worden binnen de bestaande kernen, waarbij de juiste partijen aansluiten.
Daarnaast stellen we een afwegingskader op met heldere eisen, wensen en prioritering voor nieuwe zorginitiatieven. Hiermee toetsen we in hoeverre een nieuwbouwinitiatief bijdraagt aan de uitgangspunten van deze visie. Een aandachtspunt hierbij is de ‘toekomstgerichtheid’ van de nieuwbouw: woningen die we nu realiseren, moeten in de toekomst bij voorkeur ook geschikt zijn voor andere doelgroepen. Dit is anders wanneer we huisvesting in zorgvastgoed faciliteren.
Geclusterd wonen kan op verschillende manieren worden ingevuld. Om tegemoet te komen aan de uiteenlopende wensen van ouderen bieden we ruimte aan uiteenlopende woonconcepten zoals appartementencomplexen, maar ook kleinschalige initiatieven zoals woonhofjes, groepswonen of een zorgbuurthuis. Zo loopt er een initiatief voor een Knarrenhof in Leerdam, waar we als gemeente bij betrokken zijn.
Om te zorgen dat de geclusterde woningen die in onze gemeente worden toegevoegd aansluiten bij de behoefte, wordt met ketenpartners en ouderen besproken hoe dit eruit moet komen te zien.
4.2.2. We bouwen flexibel en toekomstgericht, waarbij aanpasbaar en toegankelijk bouwen de norm is
In onze gemeente willen we dat iedereen goed kan wonen en willen we bevorderen dat al bij de bouw rekening wordt gehouden met mensen die behoefte hebben aan ondersteuning en zorg. Op dit moment kunnen we tot op zekere hoogte anticiperen op (demografische) trends. Dit kan echter niet met complete zekerheid. Hoe verder in de toekomst we kijken, hoe minder voorspelbaar ontwikkelingen zijn. Om de woonvoorraad toekomstbestendig te maken, zetten we in op ‘aanpasbaar’ bouwen en dit – waar dat binnen onze mogelijkheden als gemeente ligt - stimuleren. Dit wil zeggen dat we woningen en woonvormen realiseren die voor meerdere doelgroepen bruikbaar zijn en die gemakkelijk voor meerdere doelgroepen geschikt te maken zijn. Hierbij speelt ook de toegankelijkheid een belangrijke rol. We verkennen de praktische uitwerking hiervan en de verschillende methoden die mogelijk zijn. Op die wijze vergroten we de flexibiliteit van de woningvoorraad en zijn we op onzekerheid in de toekomst voorbereid.
4.2.3. Doorstroming stimuleren
Naast het realiseren van het juiste aanbod zullen we het makkelijker en aantrekkelijker moeten maken voor ouderen om te verhuizen naar een geschikte woning. Doorstroming heeft als bijkomend voordeel dat bestaande eengezinswoningen vrijkomen voor andere doelgroepen zoals gezinnen. Ouderen zijn over het algemeen niet vaak bereid om te verhuizen. Recent onderzoek laat zien dat 9% van de ouderen van 75 jaar en ouder een verhuiswens heeft, bij de groep 65-75 jaar ligt dit op 13%. Een verhuiswens is vaak aanwezig, maar wordt pas acuut als het eigenlijk te laat is, bijvoorbeeld omdat het ondersteuningsnetwerk wegvalt. Dit heeft gedwongen verhuizingen tot gevolg. Op tijd doorstromen naar een geschikte woning in de eigen kern of buurt kan dit voorkomen en kan de zelfredzaamheid en kwaliteit van leven verbeteren. Daarnaast kan doorstroom naar geclusterde, levensloopgeschikte woningen bijdragen aan het voorkomen van eenzaamheid en hoge kosten voor woningaanpassing. Dit maakt een efficiënte(re) inrichting van de zorg mogelijk. Het is dan ook van belang om ouderen te stimuleren na te denken over hoe zij willen wonen als ze ouder zijn. Ook is het belangrijk ouderen te ondersteunen in dit proces.
We voeren een campagne voor de huur- en koopsector om ouderen bewust te maken van hun woonsituatie en de voordelen van doorstroming. Voor de (sociale) huursector doen we dit gezamenlijk met de woningcorporaties in onze gemeente, die ook specifiek beleid en maatregelen geformuleerd hebben om deze doorstroming te stimuleren.
Bij aanvragen voor woningaanpassingen zetten we het huidige beleid voort. Bij verkoop van nieuwbouwprojecten kan er bewust ingezet worden op de doelgroep ouderen. Tot slot stimuleren we dat inwoners zelf meer grip krijgen op hun toekomstige woonsituatie. We stimuleren dat ontwikkelaars, alsook onze woningcorporaties, toekomstige bewoners in een vroeg stadium betrekken bij projecten en meedenken over de manier waarop zij zelf en met anderen willen wonen. Een andere manier is het faciliteren van collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO). Als bewoners zelf de eigenaar zijn van een initiatief, is de bereidheid om te gaan verhuizen immers groter en krijgen we doorstroom op gang.
4.2.4. Meer ruimte voor innovatieve woonvormen
Zelfs als we voldoende geclusterde woningen realiseren, kan de zorg niet (altijd) meer geleverd worden zoals we dat nu gewend zijn. Dit betekent dat er in de toekomst een groter beroep zal worden gedaan op mantelzorgers. Hier zitten echter wel grenzen aan. Om mantelzorgers in staat te stellen deze rol vol te houden, is een goed aanbod aan mantelzorgondersteuning essentieel (advies, respijtzorg, logeerzorg). Daarnaast geven mantelzorgers aan graag dicht bij degene te wonen voor wie ze zorgen. Dit kunnen we beter mogelijk maken door het planologisch faciliteren van mantelzorgwoningen, maar ook ‘preventieve mantelzorgwoningen’: units die geplaatst worden voordat daadwerkelijk sprake is van een mantelzorgsituatie. In Vijfheerenlanden is hier al beleid voor opgesteld, wat mogelijk nog verder uitgebreid kan worden. Daarnaast kan de gemeente mantelzorgers via de huisvestingsverordening met voorrang een woning toewijzen aan een sociale huurwoning. Verder onderzoeken we of het wenselijk is om woningsplitsing en woningdeling (beter) te faciliteren, bijvoorbeeld via een eenvoudiger vergunningstraject.
4.2.5 We werken het afsprakenkader ouderenhuisvesting regionaal uit
Met de herijking van de ‘Woondeal Regio Utrecht 2023’ wordt naast het afsprakenkader voor aandachtsgroepen ook een afsprakenkader voor ouderen geïntroduceerd, Deze afspraken moeten op regionaal niveau ook bijdragen aan een evenwichtige en evenredige spreiding van deze specifieke aandachtsgroep. Daarin zien we ook een lokale opgave, gelet op het feit dat deze regionale afspraken verankerd moeten worden in het gemeentelijk volkshuivestingsprogramma.
Vanuit de regio worden de volgende afspraken gemaakt:
Bovenstaande afspraken worden verankerd in het volkshuivestingsprogramma. Een belangrijk aandachtspunt zijn de afspraken in relatie tot urgenten en de huisvestingsverordening. Wanneer de Wet regie op de volkshuisvesting in werking treedt, wordt op het gebied van urgenties meer gestuurd op regionale afspraken. Tot slot monitoren we deze afspraken via de regio.
4.2.6 Voorzet voor het uitvoeringsprogramma
Om onze ambities te realiseren, zijn verschillende instrumenten en afspraken met betrokken partijen mogelijk. Minimaal de volgende maatregelen willen we nader onderzoeken om op te nemen in het Volkshuisvestingsprogramma. Deze hebben we geprioriteerd van hoog naar laag:
5. De sociale basis wordt versterkt
We dragen als gemeente bij om de sociale basis te versterken en sterk te houden, zodat de zelf- en samenredzaamheid van onze inwoners wordt versterkt, waarbij zij zoveel mogelijk regie hebben over hun leven. Samen met onze ketenpartners zetten we in op een gemengde samenleving waarin groepen naast én met elkaar wonen en leven. De samenredzaamheid en daarmee de veerkracht van de samenleving als geheel wordt vergroot. Hierdoor kan het gebruik van maatwerkvoorzieningen op termijn worden ingeperkt.
In de recent opgestelde dorps(woon)visies en gebiedsvisies blijkt dat in een groot aantal (maar niet alle) kernen de sociale cohesie en de veerkracht aardig op orde zijn. Dit komt mede door de aanwezige (sociale) netwerken en voorzieningen, waarbij er ook suggesties zijn gedaan hoe deze verder kunnen worden versterkt en/of worden behouden.
In Vijfheerenlanden verstaan we onder ‘sociale basis’ de elkaar steunende en naar elkaar omkijkende gemeenschap(pen) dichtbij. Het gaat om netwerken van familie, vrienden, buren, geloofsgemeenschappen, verenigingen en organisaties. Daar waar je in een veilige, laagdrempelige sfeer en op basis van vertrouwen elkaar ontmoet, ondersteunt en met elkaar meedoet. Bijdragen aan het versterken van de sociale basis betekent dat we onder andere inzetten op (vrij toegankelijke) activiteiten van, voor en door mensen in bovengenoemde gemeenschappen. Deze activiteiten maken dat mensen contact hebben, bij elkaar komen en prettig samenleven.
Om die stevige sociale basis te bereiken, is een gezamenlijke inspanning vereist. Niet alleen vanuit de gemeente. Iedereen heeft daarin een verantwoordelijkheid, allereerst de inwoners zelf, maar ook de gemeenschappen en organisaties die onze gemeente telt, zowel binnen als buiten de welzijns- en zorgsector.
5.2.1 Netwerken verstevigen, eenzaamheid voorkomen
Als steeds meer mensen langer en weer zelfstandig gaan wonen, is het van belang om met name de sociale netwerken van deze mensen te helpen versterken. Dit kan helpen om onderlinge steun te bevorderen, eenzaamheid te voorkomen en in sommige gevallen een zorg- of ondersteuningsvraag uit te stellen. Dit wordt in de toekomst een belangrijk onderdeel om zorg en ondersteuning vorm te kunnen blijven geven.
De nieuwe beleidsvisie Sociale Basis zet hiervoor de lijnen uit. De koerswijziging komt erop neer dat de gemeente Vijfheerenlanden inzet op de samenredzaamheid van inwoners. Bewoners kunnen immers veel zelf en samen. Ook sluiten we beter aan op wat inwoners, maatschappelijke organisaties, verenigingen en bedrijven zelf doen. Zo versterken we samen de sociale basis. Bij een beroep op zorg en ondersteuning gaan we eerst uit van oplossingen in het netwerk, voordat professionele zorg en ondersteuning wordt ingeschakeld, (deze zien we als achterwacht). Er liggen hier ook kansen. De vergrijzing zorgt ervoor dat een groter aandeel van de bevolking gepensioneerd is. Deze mensen zijn ook op steeds hogere leeftijd vitaal. Hier ligt dus een groot potentieel aan vrijwilligers. Er zit natuurlijk wel een grens aan wat er vanuit de samenleving georganiseerd kan worden. De gemeente ziet hier dan ook een opgave om te zorgen voor goede herkenbare voorzieningen in de buurten en het ondersteunen van vrijwilligers of mantelzorgers. We zien een groeiende behoefte aan plekken waar ouderen met een zorgvraag tijdelijk kunnen verblijven, om zo hun mantelzorgers op adem te laten komen (respijtzorg). Ook respijtzorg aan huis (vervangende mantelzorg) is een manier om aan deze behoefte tegemoet te komen.
Waar mogelijk maken we gebruik van nieuwe fondsen die vanuit het Rijk beschikbaar komen via het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Hierbij sluiten we zoveel mogelijk aan bij ‘Werkagenda 2025’.
5.2.2 Bewustwording en positieve gezondheid
Samenredzaamheid vraagt om een inzet van de gehele samenleving. Daarom zetten we in op bewustwording bij inwoners van het feit dat de beschikbaarheid van professionele zorg afneemt en zorg en ondersteuning er in de toekomst anders uit zullen zien dan nu. Dat is nodig om zorg te kunnen blijven garanderen. Daarnaast stimuleren we zo veel mogelijk dat mensen de regie houden over hun leven. Daarbij is het belangrijk om verder te kijken dan lichamelijke gezondheid. Bewustwording gaat over meerdere thema’s, zo kennen we positieve gezondheid, dat uitgaat van: ‘wat kan wél’. Daarbij gaat de aandacht uit naar onder meer lichamelijk welbevinden (gezond en fit), mentaal welbevinden (opgewekt), zingeving (vertrouwen in eigen toekomst), kwaliteit van leven (genieten van het leven), meedoen (goed contact met anderen) en dagelijks leven (goed voor jezelf kunnen zorgen). Het realiseren van gemixte kernen en buurten kan bijdragen aan ieders welzijn en gezondheid. We sluiten dan ook aan bij regionale en landelijke campagnes vanuit IZA, als ‘beweging naar voren’ en ‘gezond ouder worden’. Tot slot is ook het omkijken naar elkaar essentieel voor een veerkrachtige gemeenschap.
We moedigen mensen met advies, trainingen en coaching aan om actief en zelfstandig mee te doen in de samenleving. Daarnaast zetten we in op positieve gezondheid. Hier geven we invulling aan samen met welzijnsorganisaties, maar ook met scholen, vrijwilligersorganisaties en het verenigingsleven. We werken aan het voorkomen en bestrijden van eenzaamheid en het leggen van verbindingen tussen bewoners in de wijken of buurten. Positieve gezondheid laat zich nog niet makkelijk meten op kern, wijk- of buurtniveau. Het opstellen van kritische prestatie indicatoren (KPI’s) voor het meten van positieve gezondheid in samenspraak met de ketenpartners kan hierin helpend zijn. De GGD monitor en monitor ‘Sociale Kracht’ geven aardige indicaties.
5.2.3 Versterken gemeenschapsgevoel
Enkel het realiseren van ontmoetingsplaatsen is niet voldoende om te komen tot een sterk gemeenschapsgevoel. In de kleinere kernen van onze gemeente zoals Kedichem of Everdingen gaat dit op een natuurlijkere wijze. Vanwege de kleinere schaal van het dorp kennen mensen elkaar. Zij zien al makkelijk naar elkaar om.. In groter kernen als Leerdam en Vianen (en iets mindere mate ook Meerkerk) ligt dit wat anders. Hier is extra inzet nodig om te zorgen voor gemeenschapsgevoel, mede omdat sommige buurten sterk aan verandering onderhevig zijn (zoals vergrijzing, of sterke instroom van bepaalde doelgroepen).
We zetten in op wederkerigheid. Dit betekent onder andere dat woonzorglocaties een functie vervullen voor de buurt waarin ze gebouwd worden. Omwonenden moeten hiervan gebruik kunnen maken. Andersom willen we zorgpartijen stimuleren de buurt of wijk ‘naar binnen te halen’. Bijvoorbeeld door het werven van vrijwilligers in de kern of wijk of buurt en het stimuleren van het omzien naar elkaar. Dit doen we bijvoorbeeld door het identificeren van buurtverbindende4 bewoners en hen (waar nodig) te faciliteren of ondersteunen. Hierbij ligt er een belangrijke opgave voor het welzijnswerk (Bindkracht). In een tijd waarin de zorg in toenemende mate zal worden geleverd door mantelzorgers en informele netwerken, is het van belang om te werken aan de verbindingen tussen bewoners. Dit vraagt opbouwwerk. Met onze welzijnspartners gaan we hier afspraken over maken.
5.2.4 Voorzet voor het uitvoeringsprogramma
Om onze ambities te realiseren, zijn verschillende instrumenten en afspraken met betrokken partijen mogelijk. Minimaal de volgende maatregelen willen we nader onderzoeken om op te nemen in het uitvoeringsprogramma. Deze hebben we geprioriteerd van hoog naar laag:
Samen bouwen we aan toekomstbestendige, veilige buurten, wijken en kernen. We willen dat de leefomgeving zo is ingericht dat deze een plek biedt aan iedereen, uitnodigt tot beweging en optimaal is ingericht om andere bewoners te ontmoeten en te ondersteunen. Op die manier telt iedereen mee en kan iedereen meedoen. Een buurt of kern die omziet naar elkaar ontstaat echter niet vanzelf. Dit vraagt ook om een versterking van het gemeenschapsgevoel. Daarom zorgen we voor een goede spreiding van ontmoetingsplekken over buurten en kernen. In het vorige hoofdstuk lag de nadruk op wat nodig is om lang en weer zelfstandig te wonen. Hier beschrijven we met name wat er (fysiek) nodig is in de woonomgeving en vanuit de gemeenschap.
6.2.1 Een toegankelijke woonomgeving met voorzieningen
Een inclusieve buurt, wijk (of kern) heeft een goed ingerichte leefomgeving en openbare ruimte die de mentale en fysieke gezondheid positief beïnvloedt. Zo’n buurt, wijk (of kern) heeft plekken die uitnodigen tot ontmoeting, verblijven en bewegen. Een aantal kenmerken zijn: een groene, natuur inclusieve woonomgeving, waar hittestress wordt tegengegaan en lichaamsbeweging wordt bevorderd. Denk hierbij aan rustplekken met bankjes met rugleuning, doorgangsroutes, maar ook herkenningspunten voor mensen die vergeetachtig zijn of dementie hebben. Daarnaast is het met name voor mensen met een lagere mobiliteit van belang dat voorzieningen zoals ontmoetingsplekken nabij en toegankelijk zijn en dat er openbaar of deelvervoer aanwezig is.
Om te zorgen dat iedereen zich veilig en thuis kan voelen in de eigen buurt, richten we de woonomgeving in naar de menselijke maat, met oog voor veiligheid, beschutting en toegankelijkheid. Dit is vanuit het langer en weer zelfstandig wonen één van onze belangrijkste opgaven die we nadrukkelijk gezamenlijk met onze partners willen oppakken. We benutten kansen om de woonomgeving aan te passen bij reguliere ingrepen in de openbare ruimte (denk aan woningbouw, het vervangen van infrastructuur zoals riolering of verzwaring van het energienet). De gemeente gaat daarom heldere uitgangspunten opstellen voor project- of gebiedsontwikkeling.
In de dorps(woon)visies en gebiedsvisies zijn soms gebiedsgericht aanbevelingen gedaan (bijvoorbeeld voor het realiseren van route voor een ommetje, de plaatsing van bankjes) waar we dankbaar gebruik van kunnen maken.
Verder sturen we op een goede spreiding van voorzieningen. Waar het voorzieningenniveau onvoldoende is, proberen we in eerste instantie de verbinding te leggen met bestaande voorzieningen. Daarnaast betrekken we onze partners, maar ook ondernemers die hier mogelijk een positieve bijdrage in kunnen leveren. Hierbij kijken we specifiek naar voorbeelden waar dit al gebeurt.
6.2.2 Een laagdrempelige ontmoetingsplaats in elke kern
Een ontmoetingsruimte (zowel fysiek als in de buitenruimte) vervult veel functies. Het is een centrale plek in de buurt of wijk die mensen met elkaar verbindt, die eenzaamheid helpt voorkomen, en waar mensen met of zonder zorgvraag ongedwongen samen kunnen komen. Met de beweging naar langer en (weer) zelfstandig wonen, worden deze plekken extra belangrijk. Het verlies van een partner, eenzaamheid, en teruggang van mobiliteit en cognitieve vaardigheden leiden tot een grotere behoefte aan laagdrempelig contact op korte afstand van de woning. Daarom zetten we in op minimaal één toegankelijke ontmoetingsplaats per buurt/wijk/kern. Hier ligt een opgave voor gemeente en zorg- en welzijnspartijen om dit vorm te geven.
Waar er nog geen ontmoetingsplaats is, stimuleren en faciliteren we dat onze ketenpartners dit realiseren. In 2025 zal een beleidsvisie ‘Sociale ontmoetingsplaatsen’ worden opgesteld. Een ontmoetingsplaats kan in allerlei vormen gerealiseerd worden. Naast bestaande dorpshuizen of wijkgebouwen, wordt ook onderzocht welke overige locaties zich hiervoor lenen, denk aan scholen of verenigingsgebouwen. Een dergelijke plek biedt bijvoorbeeld een belangrijke ruimte in een woonzorgzone en kan voor een verbinding met de omgeving zorgen. Ook de openbare ruimte biedt mogelijkheden voor ontmoeten. In sommige gevallen zal een ontmoetingsplaats zich vooral richten op een bepaalde groep (bijvoorbeeld jongeren), in andere gevallen is het bedoeld voor een meerdere doelgroepen. We werken op gebieds- en kernniveau uit wat een passend aanbod is, op basis van behoeften van bewoners en de mogelijkheden van ondernemers, verenigingen en maatschappelijke organisaties. We zoeken samen met partijen naar financieringsmogelijkheden. Als blijkt dat een aanwezige ontmoetingsplaats niet voldoende bekend is, werken we aan de bekendheid. Daarnaast geven ketenpartners aan dat ontmoetingsplaatsen ook ingezet kunnen worden voor het verdiepen van de samenwerking tussen partijen zelf. Idealiter werken partijen in of rondom deze ontmoetingsplaatsen vanuit dezelfde gebouwen, zodat korte lijnen tussen alle partijen in een kern, wijk of buurt ontstaan. In de prestatieafspraken met relevante partners gaan we hier afspraken over maken.
Toegankelijkheid van de ontmoetingsplaatsen is cruciaal. Veel van de sociale ontmoetingsplaatsen zijn momenteel slecht toegankelijk voor mensen met een beperking. We zullen als gemeente het toegankelijk maken van de bestaande ontmoetingsplaatsen de komende jaren verder stimuleren.
De groeiende vraag naar wonen met zorg of ondersteuning vraagt om een andere inrichting van het zorglandschap. Belangrijk is dat we rekening houden met de menselijke maat en betaalbaarheid voor mensen die zorg ontvangen. Dit moeten we echter goed balanceren met uitvoerbaarheid voor zorgpartijen. Momenteel werken 4 op de 10 mensen in de zorg. Als we doorgaan op dezelfde weg, moet dat in 2040 er 7 op de 10 zijn. Dat is niet realistisch. Om uitvoerbaarheid van de zorg door zorgpartijen te kunnen blijven garanderen, is een ruime reikwijdte nodig. In een woonzorgzone vormt een centrale ontmoetingsplek en/of een 24-uurszorgvoorziening (bestaand of nieuw) de kern. Daaromheen wonen mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag; geclusterd of zelfstandig (gespikkeld). De woonzorgzone vormt de basis om de voordelen van geclusterd wonen (wonen en zorg gescheiden en langer zelfstandig) toe te passen in de praktijk. We onderscheiden twee soorten woonzorgzones; 1.woonzorgzones met 24-uurszorgvoorziening nabij en 2; woonzorgzones zonder 24-uurszorgvoorziening nabij. Het concept ‘Knarrenhofjes’ met een mix van koop en (sociale) huur is een beproefde woonvorm van een woonzorgzone zonder 24-uurszorg nabij. Deze vorm is ook goed te realiseren in de kleinere kernen van onze gemeente.
Hoe bouwen we de woonzorgzones op?
We realiseren woonzorgzones met en zonder 24-uurszorg op strategische plekken in onze gemeente. De exacte locaties bepalen de ketenpartners gezamenlijk. We starten in gebieden waar al 24-uurszorg geleverd wordt en waar voorzieningen als huisarts en apotheek aanwezig zijn en voor sport, spelen, onderwijs, mobiliteit (OV, belbus etc. etc.) en supermarkten aanwezig zijn. Zo bouwen we voort op wat er staat en realiseren we zo min mogelijk nieuw. We benutten ook bestaande ontmoetingsplekken in bijvoorbeeld buurthuizen of bibliotheken of inlopen van organisaties (zoals GGZ in Vianen en Leerdam). In de woonzorgzones werken we zoveel mogelijk met één of twee voorkeursaanbieder(s). In gebieden waar thuiszorg/ wijkverpleging wel door verschillende partijen geleverd wordt, stimuleren we deze zorgaanbieders om onderling afspraken te maken over wie in welk gebied de snelle opvolging van personenalarmering/nachtzorg garandeert.
We gaan met relevante partijen dit onderwerp verder uitwerken, waarbij initiatieven welkom zijn. In de gemeentelijke programmering krijgt dit onderwerp een plek.
Woningen voor mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag worden met name in deze woonzorgzones toegevoegd. We stimuleren partijen om afspraken te maken over de eigenaars- en financieringsrol bij de exploitatie van ontmoetingsruimtes. Daarnaast nemen we in de prestatieafspraken met de corporaties op dat bestaande sociale huurwoningen die beschikbaar komen in de woonzorgzones (zo veel als mogelijk) met voorrang worden toegewezen aan mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag. Hiervoor benutten we de mogelijkheden voor toewijzen in de huisvestingsverordening.
Met zorgorganisaties verkennen we de mogelijkheden van gemengd wonen (jong en oud, vitaal en kwetsbaar) en de activiteiten op een aantal locaties om zo ook de verbinding aan te gaan met de directe omgeving.
6.2.4 Voorzet voor het uitvoeringsprogramma
Om onze ambities te realiseren, zijn verschillende instrumenten en afspraken met betrokken partijen mogelijk. Minimaal de volgende maatregelen willen we nader onderzoeken om op te nemen in het uitvoeringsprogramma. Deze hebben we geprioriteerd van hoog naar laag:
7. Samenwerken in wonen, zorg en welzijn
7.1. Wat willen we met elkaar bereiken?
De opgaven die voor ons liggen, zijn zo groot dat vergaande samenwerking nodig is tussen gemeente, zorgaanbieders, welzijnspartijen, Platform Gehandicaptenbeleid Vijfheerenlanden, woningcorporaties en inwoners-(organisaties). Dit vraagt vertrouwen en wederzijds respect zodat partijen open en transparant met elkaar durven te communiceren over elkaars mogelijkheden en financiële middelen. Hier ligt een rol voor de gemeente. Als gemeente gaan we hier de komende jaren een verbindende, faciliterende en coördinerende rol in spelen. We zorgen dat de juiste partijen aangehaakt zijn (en blijven) door hen uit te nodigen voor bestaande of nieuwe overleggen. We grijpen regelmatige overleggen met elkaar aan om onze voortgang, knelpunten of het niet nakomen van afspraken te bespreken. Tot slot zorgen we voor een gezamenlijk begrip van de opgave. Dit betekent dat we alle ketenpartners (inclusief niet-investerende partijen zoals inwoners, huurdersorganisaties en cliëntenbelangenorganisaties) nadrukkelijk betrekken bij plannen die volgen uit deze woonzorgvisie
7.2. Hoe gaan we dit bereiken?
7.2.1. Prestatieafspraken wonen zorg en welzijn
Momenteel maakt gemeente Vijfheerenlanden jaarlijks afspraken met de woningcorporaties LekstedeWonen, Kleurrijk Wonen, Fien Wonen (uitvoerig) en met Woonzorg Nederland en Habion (beperkt) en met hun Huurdersverenigingen. Daarbij gaat het over de ontwikkeling en samenstelling van de sociale huurvoorraad en aangrenzende thema’s, zoals betaalbaarheid, leefbaarheid en duurzaamheid.
Deze corporaties vervullen een belangrijke rol in het tot uitvoering brengen van deze visie. Om activiteiten beter op elkaar af te stemmen, nodigen we de lokale zorg- en welzijnspartijen uit op onderwerpen die gerelateerd zijn aan wonen en zorg. Wij maken met deze partijen gezamenlijk langjarige prestatieafspraken.
7.2.2. Samenwerking tussen zorgaanbieders stimuleren
Uit gesprekken met corporaties, zorg- en welzijnsorganisaties blijkt dat er al veel wordt samengewerkt in Vijfheerenlanden en in regionaal verband (U10 en Lekstroom).
Bijvoorbeeld over de uitstroom uit intramurale voorzieningen. De partijen weten elkaar dus zowel via allerlei overlegstructuren als op projectbasis goed te vinden. De opgave is echter zo groot dat gecoördineerde en structurele samenwerking vereist is.
Bij het vormgeven van de samenwerking zien we voor onszelf als gemeente een belangrijke rol weggelegd. De maatregelen die hieraan kunnen bijdragen zijn;
Vanuit onze verbindende rol stimuleren we bijvoorbeeld dat partijen in de woonzorgzones vanuit dezelfde gebouwen gaan werken. Vanuit de regierol zoeken we hoe we partijen beter om tafel kunnen krijgen om activiteiten en investeringen op elkaar af te stemmen. Dit doen we onder andere door het uitvoeringsprogramma van deze woonzorgvisie niet alleen door de gemeente, maar in nauwe samenwerking met de hier werkzame woningcorporaties en zorg- en welzijnspartijen op te stellen. In het uitvoeringsprogramma leggen we vast welke acties we uitvoeren, wanneer we dit doen, wie hiervoor primair verantwoordelijk is en welke partijen hierbij ondersteunend zijn.
Samenwerking gedijt bij vertrouwen - en vertrouwen groeit met successen. Daarom zetten we in het uitvoeringsprogramma, naast activiteiten die op de langere termijn bijdragen aan de ambities van de visie, ook in op haalbare acties die op korte termijn resultaat opleveren.
In het uitvoeringsprogramma stellen we ook een overlegstructuur vast. Die sluit nadrukkelijk zoveel mogelijk aan op bestaande overleggen waarbij we wellicht nieuwe partijen uitnodigen (zoals het zorgkantoor). Tot slot zien we voor onszelf een actieve rol weggelegd op regionale tafels om vanuit de uitgangspunten van deze visie regionale en bovenregionale vraagstukken te agenderen.
7.2.3 Ontschotten financiering
Investeringen in preventie en domotica kunnen zorg- en/of ondersteuningsvragen voorkomen of uitstellen. Het realiseren van de juiste woningen, zorgen voor flexibele op- en afschaalbare zorg, de realisatie van ontmoetingsplekken, preventiemaatregelen zoals valpreventie voor senioren en stimuleren van een gezonde leefstijl, de inzet van sociaal werkers/consulenten die helpen bij het oplossen of voorkomen van schuldenproblematiek: het zijn allemaal maatregelen die hieraan kunnen bijdragen. Al deze investeringen leveren in de toekomst besparingen op. In het huidige (zorg)systeem geldt dat de baten vooral terecht komen bij het minder inkopen van langdurige zorg bij de zorgkantoren, terwijl de kosten worden gedragen door andere partijen. Het zorgkantoor kan vanuit de Wlz bijvoorbeeld niet zomaar een ontmoetings- ruimte financieren die ook toegankelijk is voor de rest van de buurt, omdat mensen zonder indicatie dan ‘meeprofiteren’ van voorzieningen die zijn gefinancierd uit budgetten waarvoor een indicatie verplicht is. Ook zien we dat eerstelijnswerkers niet altijd kunnen doen wat nodig is als gevolg van richtlijnen voor indicaties.
Het veld rond het financieren van activiteiten die zijn gericht op preventie is in beweging. Er komt ruimte om te experimenteren met het ‘ontschotten’ van budgetten. Die ruimte gaan we gezamenlijk met onze partners verkennen, bijvoorbeeld in een pilot waarbij een ontmoetingsruimte voor bewoners wordt bekostigd vanuit verschillende financieringsregimes (welzijn, Wmo, Wlz). In de begroting van IZA 2025 wordt er mogelijkheid geboden voor een pilot ‘Van individueel naar collectief’. Ook gaan we medewerkers van onze gemeente in de eerste lijn meer autonomie geven om zorg- en ondersteuning samen met de inwoner in te richten. Het doel is om de effectiviteit van onze dienstverlening te verbeteren.
7.2.4 Voorzet voor het uitvoeringsprogramma
Om onze ambities te realiseren, zijn verschillende instrumenten en afspraken met betrokken partijen mogelijk. Minimaal de volgende maatregelen willen we nader onderzoeken om op te nemen in het uitvoeringsprogramma:
7.3. Naar een Volkshuisvestingsprogramma
De voorgestelde uitvoeringsafspraken krijgen een plek in het zogeheten Volkshuisvestingsprogramma. Hiermee wordt in 2025 een begin gemaakt. Dit programma vervangt in het kader van de Omgevingswet de woonvisie van een gemeente.
Het doel van het Volkshuisvestingsprogramma is de verdere uitwerking van de visie op het woonbeleid en om concrete maatregelen te bevatten om tot realisering van het beleid te komen. Waaronder de opgave om te komen tot passende huisvesting van aandachtsgroepen. Er wordt een verbinding gemaakt tussen wonen en zorg en ondersteuning (en de koppeling met Wmo). Er wordt daarbij ook een integrale aanpak verlangd om, samen met relevante maatschappelijke partners, te komen tot een verbetering van de fysieke leefomgeving. In dat verband worden gemeenten geacht een Huisvestingsverordening (of urgentieregeling) en een Wmo-plan te hebben en verder Prestatieafspraken met de in de gemeente actieve woningcorporaties te hebben.
Daarnaast zal dit programma regionaal moeten worden afgestemd.
Het is van belang dat partijen gezamenlijk de opgave rondom wonen, zorg en welzijn zien als een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid. Een blijvende inzet en betrokkenheid is van belang om het welbevinden en de gezondheid van al onze inwoners te waarborgen. Om tot een adequate uitvoering te komen van de visie zijn de volgende uitgangspunten van belang bij de uitvoering:
De Visie op Wonen, Welzijn en Zorg vormt de basis om op lokaal niveau bindende wederkerige afspraken te maken alle partijen in het fysiek en sociaal domein, over de prestaties die geleverd moeten worden om aan de woon- en zorgbehoeften te voldoen. Zorgpartijen worden dan ook in de toekomst betrokken bij het opstellen van de prestatieafspraken onder de Woningwet met de woningcorporaties, huurdersorganisaties en gemeente. Daarmee wordt verankerd dat alle partijen samenwerken en dat een adequate uitvoering geborgd wordt.
Tot de vaststelling van dit Volkshuisvestingsprogramma, wordt ondertussen met de voorgestelde afspraken gewerkt.
Bijlage 1: Afkortingen en definities
Deze visie is tot stand gekomen via een participatieproces waarin alle partners voor de opgave wonen, welzijn en zorg een bijdrage hebben geleverd. De betrokken partners zijn woningcorporaties, zorg- en welzijnsorganisatie actief binnen Vijfheerenlanden. Daarnaast zijn de Adviesraad Sociaal Domein, huurdersorganisaties en het Platform Gehandicaptenbeleid betrokken als vertegenwoordigers van inwoners. Omdat binnen de opgave alle partners een eigen verantwoordelijkheid hebben, zien we samenwerking als vereiste.
Allereerst is de omvang van de opgave in beeld gebracht, zowel via een onderzoek dat specifiek voor onze gemeente is uitgevoerd, en later in de provinciale woonzorganalyse, beide uitgevoerd door Companen. Onze lokale partners zijn in een gezamenlijke bijeenkomst bevraagd op de duiding van de voorlopige onderzoeksresultaten. De uitkomsten van deze onderzoeken vormen het vertrek punt voor het opstellen van onze ambities en doelstellingen.
Vervolgens hebben we in verschillende bijeenkomsten met onze partners verkend waar de visie aan moet voldoen, welke thema’s aan bod moeten komen en zijn de ambities en doelen doorgesproken. De input uit deze sessies is verwerkt in de verschillende conceptversies van de visie. Deze zijn telkens nog eens teruggelegd aan de deelnemende partners. Zo is aan een visie gewerkt die zowel rechtdoet aan de inzichten van betrokken partners en steeds scherper in beeld brengt waar we in onze gemeente mee aan de slag moeten op het gebied van wonen, welzijn en zorg. Inbreng die inwoners hebben gegeven in het kader van de dorpswoonvisies, waarin ook veel informatie is opgehaald die van belang is voor het thema, wonen, welzijn en zog, en voor de sociale basis is eveneens verwerkt in de visie.
Opiniërende bespreking raadscommissie
Om te komen tot een breed gedragen visie heeft het college vervolgens een aantal dilemma’s voorgelegd aan de commissie Welzijn, Onderwijs en Sport in de vorm van een opinievoorstel. De accenten en aandachtspunten die hierin door de commissie zijn benoemd, zijn verwerkt in de visie.
In een laatste bijeenkomst met woningcorporaties, zorg- en welzijnspartijen is gewerkt aan de uitvoeringsmaatregelen en de rollen van de verschillende organisaties daarin. Al deze input is verwerkt in een definitief concept. Dat is een laatste keer ter consultatie voorgelegd aan alle partners. Daarmee is het participatieproces voor de visie Wonen, welzijn en zorg afgerond.
Bijlage 4: Overzicht woonzorgaanbod Vijfheerenlanden
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-240377.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.