Gemeenteblad van Krimpenerwaard
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Krimpenerwaard | Gemeenteblad 2025, 239410 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Krimpenerwaard | Gemeenteblad 2025, 239410 | beleidsregel |
Standplaatsenbeleid gemeente Krimpenerwaard
Standplaatsenbeleid Krimpenerwaard 2025
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Krimpenerwaard,
Gelet op artikel 5:18 Algemene Plaatselijke Verordening Krimpenerwaard
Het verkopen van goederen als groenten, fruit, kaas, bloemen, kleding en horeca vanuit een standplaats is binnen de Krimpenerwaard een veel voorkomende manier van ambulante handel. Deze standplaatsen staan individueel en los van de weekmarkt op de daarvoor aangewezen locaties. Het voorziet in de behoefte, biedt werkgelegenheid en verlevendigt het straatbeeld.
De standplaatsen dienen aanvullend te zijn en een verrijking voor het bestaande winkelgebied. Echter een overmaat aan standplaatsen kan juist het tegenovergestelde effect tot gevolg hebben en de leefbaarheid aantasten. Daarnaast kunnen omwonenden overlast ondervinden door stank, geluid en de aanwezigheid van zwerfafval.
Om te waarborgen dat de standplaatsen aanvullend zijn binnen de winkelgebieden en te voorkomen dat er overlast ontstaat door een wildgroei aan standplaatsen, kan het college op basis van artikel 5:17 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) nadere beleidsregels vaststellen. Hierin wordt onder meer aangegeven wanneer wel of niet tot het afgeven van een standplaatsvergunning wordt overgegaan.
Hoofdstuk 2 Locaties, dagdelen en tijden vaste standplaatsen
Het gebruik van openbaar gebied ten behoeve van detailhandelsactiviteiten, zoals het innemen van standplaatsen, heeft consequenties voor het gebied en de omliggende omgeving. Standplaatsen in de dorpskernen en bij winkelcentra vormen echter een waardevolle aanvulling op het bestaande voorzieningenniveau.
Er wordt onderscheid gemaakt in de volgende standplaatsen:
Deze notitie beperkt zich tot de standplaatsen als bedoeld in hoofdstuk 5, afdeling 4 van de APV. Onder een standplaats wordt verstaan: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. Het gaat hier over standplaatsen in de openbare ruimte. Dit kan zowel gemeentegrond, als particuliere grond zijn.
Bij een standplaats moet voldoende ruimte beschikbaar zijn voor de verkoopinrichting. In de nabijheid van deze verkoopinrichting moet ruimte beschikbaar zijn waar klanten kunnen parkeren. Een gebrek aan parkeerruimte in de onmiddellijke nabijheid kan tot (verkeers)gevaarlijke of hinderlijke situaties leiden, omdat dan geparkeerd wordt op plaatsen waar dat niet mogelijk of toegestaan is.
2.3 Locaties vaste standplaatsen
Voor een goede balans en gezonde concurrentie in de dorpen is een maximaal aantal standplaatsen bepaald. Deze hangt af van de grootte van het dorpscentrum. Door een maximum aantal standplaatsen is er sprake van schaarse vergunningen voor bepaalde tijd.
De vaste standplaatsen tot het vaststellen van dit beleid:
Een overzicht van de vaste standplaatsen is te vinden in bijlage 3 bij dit Standplaatsenbeleid. In bijlage 3 zijn ook de standplaatskaarten terug te vinden.
Hoofdstuk 5 Aanvraag vergunning
Een standplaatsvergunning is een persoonsgebonden vergunning en mag derhalve niet aan een ander worden afgestaan of in gebruik worden gegeven.
Indien de aanvraag voor een standplaatsvergunning wordt ingediend door een rechtspersoon dient op het aanvraagformulier te worden opgenomen welke natuurlijke persoon de standplaats daadwerkelijk inneemt. Deze natuurlijke persoon moet een overwegende invloed hebben op de bedrijfsuitvoering en het besluitvormingsproces binnen de rechtspersoon.
Vaste standplaatsen, die tussentijds en na afloop van de vergunningsperiode vrijkomen, worden openbaar kenbaar gemaakt via de gemeentelijke website en www.overheid.nl.
Aanvragen voor incidentele (tijdelijke) standplaatsen worden per aanvraag afgehandeld.
Op grond van artikel 5:18 APV is het verboden een standplaats in te nemen of te hebben zonder vergunning van het college. De standplaatsvergunning kan op grond van artikelen 1:8 en 5:18 APV geweigerd worden in het belang van:
Een uitwerking van deze weigeringsgronden is opgenomen in bijlage 1.
5.5 Voorschriften welke verbonden zijn aan de vergunning
Het college heeft de mogelijkheid om aan de vergunning voorschriften of beperkingen te verbinden op grond van artikel 1:4 van de APV. De voorschriften gelden voor zowel de vergunninghouder van de vaste standplaatsen alsook voor de vergunninghouder van de incidentele standplaatsen.
De vergunning wordt verleend voor de branche welke wordt aangevraagd. Het is niet toegestaan zonder aanvraag en toestemming van het college hier wijzigen op aan te brengen.
Een uitwerking van deze vergunningsvoorschriften is opgenomen in bijlage 2.
Op aangewezen locaties van vaste standplaatsen zijn stroomkasten aanwezig. Deze mogen door de standplaatshouders worden gebruikt ten behoeve van de standplaats. De sleutel voor de stroomkast wordt middels een getekende overeenkomst overhandigd en dient bij het beëindigen van de standplaats ingeleverd te worden. Voor de sleutel wordt een borg van €50 in rekening gebracht. Na beëindiging van deze standplaats en het inleveren van de sleutel wordt dit bedrag geretourneerd. Eigen stroomvoorziening van bijvoorbeeld aggregaten is niet toegestaan, tenzij het geluidloze aggregaten betreft. Stroom aftappen bij derden is niet toegestaan.
5.7 Geldigheidsduur vaste standplaatsen
Vergunningen voor vaste standplaatsen gelden voor maximaal 15 jaar. Gelet op het feit dat standplaatsvergunningen volgens de meest recente jurisprudentie schaarse vergunningen zijn is het verlenen van een vaste standplaatsvergunning voor onbepaalde tijd niet mogelijk.
Standplaatsen komen vrij wanneer de vergunningsperiode is afgelopen, de vergunningshouder vraagt om wijziging van de in de vergunning opgenomen dag voor het innemen van de standplaats of wanneer de vergunning om een andere reden eerder wordt ingetrokken.
Standplaatsvergunningen kunnen tussentijds worden ingetrokken op grond van artikel 1:6 van de APV. Een herinrichting/ herstructurering van de openbare ruimte of gebiedsontwikkeling kan ook aanleiding geven om de standplaatsvergunning niet te verlengen. Indien een zodanige situatie zich voordoet, zal de betreffende standplaatshouder hiervan tijdig op de hoogte worden gesteld.
5.8 Aanwezigheidsplicht vergunninghouder
De persoonlijke vergunning is in beginsel niet overdraagbaar. Uitzondering hierop vormt de overdracht van de vergunning aan echtgenoot/ echtgenote, partner of bloed- of aanverwant in de eerste graad.
Indien de vergunninghouder een rechtspersoon is kan het college in bijzondere gevallen, op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder toestaan dat een andere persoon de in de vergunning vermelde natuurlijke persoon vervangt. Onder bijzondere gevallen wordt onder andere verstaan: een ongeval, ziekte of overlijden van de in de vergunning vermelde natuurlijke persoon. Afhankelijk van de bijzondere situatie stelt het college de vervangingstermijn vast.
Hoofdstuk 7 Overgangs- en slotbepalingen
De eerder vastgestelde beleidsregel voor standplaatsen, namelijk Standplaatsenbeleid Krimpenerwaard 2020 d.d. 30 januari 2020 wordt hierbij ingetrokken.
De vergunning van de huidige vergunninghouders, die een jaar geldig zijn, wordt na vaststelling van dit beleid ambtshalve omgezet naar een vergunning voor een periode van maximaal 15 jaar (na inwerkingtreding van dit beleid) voor dezelfde standplaatslocatie en dezelfde duur. Dit met inachtneming van de voorschriften genoemd in dit Standplaatsenbeleid. Na deze periode is de overgangsregeling ten einde en kunnen de standplaatshouders, net als andere geïnteresseerde ondernemers meedingen naar een nieuwe vergunning voor maximaal 15 jaar, conform bovenstaande toewijzingssystematiek.
Bijlage 1: Toelichting weigeringsgronden APV
De APV kent zeven gronden om een standplaatsvergunning te weigeren. De weigeringsgronden zijn limitatief opgesomd en het gaat hierbij vooral om de te waarborgen openbare belangen. NB: deze weigeringsgronden zijn alleen van toepassing op kramen die geen inrichting als bedoelt in de Wet Milieubeheer.
Artikel 1:8 APV vermeldt de volgende weigeringsgronden:
Artikel 5:18 APV vermeldt de volgende weigeringsgronden:
Ad a en b: de openbare orde en veiligheid
De eerste weigeringsgrond die in artikel 1:8, onder a, is geformuleerd, heeft betrekking op de openbare orde. Deze weigeringsgrond sluit nauw aan bij de weigeringsgrond zoals opgenomen in artikel 1:8, onder b, de openbare veiligheid. Beide weigeringsgronden worden veelvuldig gehanteerd in combinatie, bijvoorbeeld in het kader van:
Het beperken van overlast, verkeersvrijheid en – veiligheid, het ordelijke en veilige verloop van de verkeersbewegingen: verkoopwagens en kramen mogen een vlotte doorstroom van voetgangers, rolstoelen, scootmobielen, fietsers etc. niet blokkeren. Een standplaats mag geen verkeer- of parkeerhinder tot gevolg hebben, bijvoorbeeld wanneer zij het zicht op naderend verkeer ontneemt. Ook mag de standplaats niet leiden tot een verhoogde parkeerdruk en moet rekening gehouden worden met de toegankelijkheid voor hulpverleningsdiensten in geval van calamiteiten.
Ad c en d: de volksgezondheid en milieu
In de standplaatsvergunning zijn voorschriften opgenomen over het schoonhouden van de standplaats en het voorkomen van overlast. Te denken valt aan geluidsoverlast, geurhinder, overlast veroorzaakt door stof, afval en dergelijke. Deze weigeringsgrond is vooral van toepassing op standplaatshouders die snacks/ etenswaren verkopen.
Ad e: vanwege strijd met het geldend omgevingsplan
Bij de aanvraag wordt beoordeeld of het ter plaatse geldende bestemmingsplan zich daartegen verzet.
Ad f: eisen redelijke welstand
Wanneer een standplaats, door het gebruikte middel of de situering van de standplaats zelf, het uiterlijk aanzien van de omgeving, het straatbeeld of het stedenbouwkundig concept van de omgeving zodanig verstoort dat het karakter van de omgeving wordt aangetast, kan de gemeente een standplaats weigeren. Voor karakteristieke locaties kan bepaald worden dat (of onder bepaalde voorwaarden) standplaatsen niet mogen worden ingenomen ter bescherming van het aanzien.
Hiervoor kan overleg worden gepleegd met de welstandscommissie.
Ad g: gevaar redelijk verzorgingsniveau voor de consument
Het bepalende element om tot het niet verstrekken van een vergunning over te gaan is het verzorgingsniveau voor de consument. In beginsel is de concurrentiepositie van een gevestigde winkelier geen reden om een standplaatsvergunning te weigeren.
Weigeren van een vergunning voor het innemen van een standplaats in verband met het gevaar komen van het verzorgingsniveau voor de consument kan volgens jurisprudentie slechts geaccepteerd worden in twee situaties:
Of sprake is van redelijk verzorgingsniveau en of dit in gevaar komt, wordt bekeken vanuit de positie van de consument en niet vanuit de positie van winkeliers. Een vergunning kan slechts op deze grond geweigerd worden als winkelier, mede aan de hand van de boekhouding, aantoont dat het voortbestaan van de winkel in gevaar komt als vanaf een standplaats dezelfde goederen worden aangeboden.
Bijlage 2: Vergunningsvoorschriften
Omschrijving vaste standplaatsvergunning
In geval van overlijden, blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder, in geval van bedrijfsbeëindiging of indien de vergunninghouder niet langer zelf gebruik wenst te maken van de vergunning, kan de vaste standplaatsvergunning worden overgeschreven op de echtgenoot, de geregistreerde partner of een andere achterblijvende persoon met wie hij duurzaam samenwoonde, of zijn kind.
Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste lid, kan een medewerk(st)er van de vergunninghouder de vergunning voor een vaste standplaats krijgen indien hij tenminste drie jaar in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd.
Afwezigheid wegens vakantie of bijzondere omstandigheden
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-239410.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.