Gemeenteblad van Raalte
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Raalte | Gemeenteblad 2025, 238929 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Raalte | Gemeenteblad 2025, 238929 | beleidsregel |
Beleidsregel verwijderen (brom)fietsen stationsgebieden gemeente Raalte
Burgemeester en wethouders van de gemeente Raalte;
Overwegende dat het wenselijk is de bevoegdheid tot het verwijderen van (brom)fietsen in stationsgebieden in de gemeente Raalte uit te werken in een beleidsregel;
Gelet op het bepaalde in artikel 125 van de Gemeentewet, artikel 5:21 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 5:5 en artikel 5:12 van de Algemene plaatselijk verordening gemeente Raalte en het Aanwijzingsbesluit verwijderen (brom)fietsen stationsgebieden gemeente Raalte;
vast te stellen de volgende Beleidsregel verwijderen (brom)fietsen stationsgebieden gemeente Raalte
In deze beleidsregel wordt aangegeven hoe wordt gehandhaafd op fietswrakken, weesfietsen en verkeerd, hinderlijk of gevaarlijk gestalde fietsen. In de stationsgebieden in Heino en Raalte leidt het stallen van fietsen buiten de daarvoor bestemde stallingen tot problemen en het gedurende lange tijd achterlaten van (brom)fietsen tot onveilige situaties, een wanordelijk gezicht en irritaties bij reizigers. Het tast ook de kwaliteit van het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte aan.
Het gebied rondom de stations in Heino en Raalte is door het college volgens artikel 5:12 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Raalte (hierna: Apv) aangewezen als gebied waar het niet is toegestaan om:
In deze beleidsregel maakt onderscheid in drie varianten van hinderlijk gestalde fietsen: fietswrakken, weesfietsen en verkeerd gestalde fietsen. Deze beleidsregel maakt gebruik van de volgende definities:
Een voertuig zoals genoemd in artikel 1, eerste lid sub e van de Wegenverkeerswet 1994. Hieronder vallen onder andere ook: bromfietsen, elektrische fietsen, snorfietsen, scooters en speed pedelecs.
Een fiets, die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeerd. Hiervan is sprake als er basisonderdelen zoals bijvoorbeeld een wiel, stuur, banden, zadel ontbreken of als de fiets verroest is of de banden niet meer op de velg zitten (niet limitatief).
Fiets die langer dan de maximale stallingsduur op een stallingsplaats is gestald, zonder dat zij gebruikt wordt. Weesfietsen verkeren vaak in goede staat, maar lijkt niemand meer toe te behoren.
Dit zijn fietsen die, in het door het college op grond van artikel 5:12, eerste lid van de Apv aangewezen gebied, niet zijn geplaatst in de daarvoor bestemde voorzieningen, stallingen, ruimten of plaatsen. Hieronder verstaan wij ook fietsen die tegen een boom, lantaarnpaal, struik of ergens anders in de openbare ruimte staan gestald op een plek die niet bedoeld zijn als stallingsplekken voor fietsen.
Deze beleidsregel is een uitwerking van de verboden en randvoorwaarden uit in de Algemene plaatselijke verordening gemeente Raalte en de Algemene wet bestuursrecht (hierna Awb).
In de Apv is vastgelegd dat het verboden is:
In het ‘Aanwijzingsbesluit verwijderen (brom)fietsen stationsgebieden gemeente Raalte’ zijn de stationsgebieden in Heino en Raalte aangewezen als gebieden waar het verboden is fietsen en bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimte te laten staan en fietsen en bromfietsen langer dan 4 weken onafgebroken (binnen de daartoe bestemde ruimten) te laten staan.
Wanneer er sprake is van een overtreding van een overtreding van de Apv of de Wegenverkeerswet kan het college gebruik maken van de algemene bestuursdwangbevoegdheid (artikel 5:21 e.v.). In de Algemene wet bestuursrecht is vastgelegd welke regels er gelden ten aanzien van het kostenverhaal, bezwaartermijn en rechtsbescherming.
Artikel 5 Wegenverkeerswet 1994 bevat een strafrechtelijke bepaling:
Het is een ieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd.
Het strafrechtelijk handhaven valt buiten het bereik van deze beleidsregel.
Het verwijderen van de fiets van de overtreder gebeurt op basis van art. 125 Gemeentewet in samenhang met de artikelen 5:21 e.v. Awb op kosten van de overtreder. Het gaat hier om de kosten van het feitelijk optreden en de voorbereiding daarvan zoals het labelen, het verwijderen en meevoeren op opslaan van fietsen. Het college geeft de fiets pas af op het moment dat de verschuldigde kosten zijn voldaan. Dit is bepaald in artikel 5:29, vierde lid van de Awb.
In artikel 5:30 Awb is vastgelegd dat de bewaartermijn van verwijderde fietsen minimaal 13 weken bedraagt. Na deze bewaartermijn mag het college overgaan tot verkoop van de fiets. Als verkoop niet mogelijk is, is het mogelijk de fiets te vernietigen of te schenken.
De periode van 13 weken mag teruggebracht worden tot minimaal 14 dagen, als de kosten van de opslag in verhouding tot de waarde van de fiets onevenredig hoog worden. Hiervan zal in beginsel vaak sprake zijn wanneer het gaat om een fietswrak.
Bij constatering van fietswrakken, weesfietsen of verkeerd gestalde fietsen, wordt tegen deze overtreding opgetreden door middel van het toepassen van bestuursdwang.
De uitvoering van de handhaving verwijderen fietsen uit stationsgebieden bestaat uit een aantal basisactiviteiten.
Deze activiteiten zijn in het algemeen voor elke fiets hetzelfde, maar hebben bij concrete uitvoering specifieke kenmerken die afhankelijk zijn van de situatie of sprake is van een fietswrak, weesfiets of verkeerd gestalde fiets.
De bepaling in de Apv vormt het primaire wettelijk kader. Op basis daarvan wordt het toezicht uitgeoefend en vindt handhaving plaats.
Toelichting op de activiteiten:
a. Het vaststellen van een overtreding op grond van de Apv
Periodieke handhavingsacties worden aangekondigd door middel van het plaatsen van aankondigingsborden in de stationsgebieden en berichtgeving via de gebruikelijke gemeentelijke nieuwskanalen.
Een bevoegd medewerker stelt vast of een fiets geplaatst is in strijd is met de regels van artikel 5:12 van de Apv.
Om een overtreding van het verbod om een fiets langer dan 4 weken onafgebroken (binnen de daartoe bestemde ruimten) te laten staan, wordt aan de fiets een label bevestigen. Het labelen vindt plaats op een specifieke datum. Het label is voorzien van een volgnummer.
Als de fiets, voorzien van een label zich na 4 weken nog steeds in het aangewezen gebied staat, is sprake van een overtreding. Of sprake is van een fietswrak wordt beoordeeld aan de hand van uiterlijke criteria.
Als een fiets direct gevaar of ernstige hinder veroorzaakt voor de openbare ruimte, wordt de fiets niet gelabeld, maar direct verwijderd.
b. Het aanzeggen van bestuursdwang (opmaken van een beschikking)
Na het constateren van een overtreding neemt het college het besluit om bestuursdwang aan te zeggen door een beschikking op te maken. Deze beschikking kan echter in veruit de meeste gevallen niet aan de overtreder zelf worden overhandigd, omdat de rechthebbende van de fiets in het algemeen niet bekend is. In de praktijk wordt de beschikking daarom in de vorm van een label aan de fiets bevestigd. Het label is een voorbedrukte mededeling waarop de datum, de overtreding, de vervolgacties en een verwijzing naar informatie op de gemeentelijke website zijn vermeld.
c. Het bieden van gelegenheid aan de overtreder om de overtreding te herstellen (de begunstigingstermijn)
Als de overtreding is geconstateerd, moet er een begunstigingstermijn (hersteltermijn) worden geboden. Een begunstigingstermijn is een bepaalde periode waarin de rechthebbende van de fiets de gelegenheid krijgt om de overtreding te herstellen, voordat de fiets wordt verwijderd. De begunstigingstermijn is vermeld op het label.
d. Het feitelijk toepassen van bestuursdwang (het verwijderen van de fiets)
De verwijdering van de fiets wordt op de voor de rechthebbende minst bezwarende wijze uitgevoerd. Dit betekent dat geen dan wel zo weinig mogelijk schade aan de fiets wordt veroorzaakt. Als de fiets vaststaat met een kettingslot, zal dit slot worden doorgeslepen.
Van de verwijdering wordt een proces-verbaal opgemaakt. Bij dit proces-verbaal wordt een foto van de fiets gevoegd, de datum waarop de fiets is verwijderd, waarom de fiets is verwijderd en de locatie.
Zodra een fiets of bromfiets in bewaring is genomen, wordt er een schriftelijke verklaring opgemaakt, die de volgende gegevens bevat:
Deze verklaring wordt opgenomen in een bewaarregister.
e. De opslag van de verwijderde fiets
Verwijderde fietsen worden opgeslagen op de gemeentewerf van de gemeente Raalte (Enkstraat 27 te Raalte). Verwijderde fietsen worden op een afgesloten terrein bewaard waar redelijke maatregelen zijn getroffen voor instandhouding van de opgeslagen fietsen.
Fietsen met een waarde kleiner dan €450,- worden gedurende vier weken opgeslagen, gerekend vanaf de dag waarop de fiets is verwijderd.
Fietsen met een waarde groter dan €450,- worden gedurende 13 weken opgeslagen, gerekend vanaf de dag waarop de (brom)fiets is verwijderd.
Waardebepaling gebeurt door een daartoe bevoegde medewerker.
Voor het ophalen van de verwijderde fiets kan de rechthebbende telefonisch een afspraak maken via het algemene nummer van de gemeente. De rechthebbende kan, binnen de bewaartermijn, de fiets ophalen tegen betaling van de kosten van het toepassen van bestuursdwang. De hoogte van deze kosten wordt door het college vastgesteld. De kosten, verbonden aan toepassen van bestuursdwang bedragen bij vaststelling van deze beleidsregel € 25. De rechthebbende op de verwijderde fiets moet aantonen dat hij daadwerkelijk de rechthebbende is, bijvoorbeeld door een passend sleuteltje mee te nemen of door middel van een aankoop- of verzekeringsbewijs van de fiets. Ook moet hij een geldig legitimatiebewijs tonen. De fiets wordt pas meegegeven op het moment dat de rechthebbende de verschuldigde kosten voor het toepassen van bestuursdwang heeft voldaan. De medewerker van de gemeente registreert aan wie en wanneer de fiets is meegegeven.
Als de rechthebbende de fiets op komt halen, dan krijgt de rechthebbende de beschikking op grond waarvan bestuursdwang was toegepast overhandigd. De beschikking is het label dat bij het aanzeggen van bestuursdwang aan de fiets is bevestigd.
g. Het vernietigen/verkopen/schenken van de niet opgehaalde fiets
Als de verwijderde fiets niet binnen de termijn van opslag door de rechthebbende is opgehaald, zal de gemeente de fiets verkopen, vernietigen of overgedragen aan een derde.
Als ambtenaren, bevoegd tot uitvoering van dit beleid, worden aangewezen de ambtenaren aan wie een algemene opsporingsbevoegdheid is verleend alsmede de buitengewoon opsporingsambtenaren, die op basis van interne instructie zijn belast met dit beleid en het toepassen van bestuursdwang.
Bevoegdheden op het gebied van bestuursrechtelijke handhaving zijn gemandateerd aan medewerkers van de gemeente Raalte. Een actueel overzicht van functies waaraan gemandateerde bevoegdheden zijn verbonden is te vinden in het geldende mandaatbesluit van de gemeente Raalte.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-238929.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.