De Hoge Raad heeft op 26 november 2021 het Didam-arrest gewezen (ECLI:NL:HR: 2021:1778). In dit arrest is bepaald dat een overheidslichaam dat een onroerende zaak wil verkopen, aan (potentiële) gegadigden de gelegenheid moet bieden om mee te dingen naar deze onroerende zaak indien er meerdere gegadigden zijn voor de aankoop of redelijkerwijs te verwachten is dat er meerdere gegadigden zijn.
Deze mededingingsruimte hoeft niet te worden geboden als bij voorbaat al vaststaat of mag worden aangenomen dat op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt voor de verkoop.
Adres: Dokter Crasbornplein, Kerkstraat en Sint Jansstraat (ongenummerd) te Roermond.
Percelen: Swalmen, sectie C, nummer(s) 2409 (geheel), 3934 (geheel) en 3936 (gedeeltelijk), totaal groot circa 6.140 m2.
De ontwikkelaar van de gemeentelijke percelen is de enige serieuze gegadigde
Naar het oordeel van de gemeente is de ontwikkelaar van de hiervoor vermelde gemeentelijke percelen, de enige serieuze gegadigde die in aanmerking komt voor aankoop van de voornoemde percelen.
Op 10 december 2024 zijn de gemeente Roermond en de ontwikkelaar een anterieure overeenkomst inzake Kostenverhaal aangegaan inzake de uitbreiding van de bestaande winkelruimte gelegen Dokter Crasbornplein 9 te Swalmen en de herinrichting van het openbaar gebied en het parkeerterrein.
De gemeente en de ontwikkelaar zijn overeengekomen dat zij de benodigde gronden in eigendom wensen te leveren. Voormelde percelen maken onderdeel uit van het openbaar gebied welke door ontwikkelaar opnieuw wordt ingericht en die door de ontwikkelaar na de aanpassing van de openbare ruimte, aan de gemeente in eigendom worden terug geleverd.
De gemeente wenst bovengenoemde percelen enkel te verkopen en in eigendom over te dragen aan de ontwikkelaar om deze ontwikkeling en de herinrichting van de openbare ruimte mogelijk te maken.
De ontwikkelaar is daarmee de enige partij die na aankoop van de gronden de ontwikkeling kan realiseren. Om deze reden wordt geen verdere mededingingsruimte geboden in lijn met het Didam-arrest.
Vervaltermijn
Bent u het niet eens met dit voornemen, dan dient u uiterlijk binnen 20 dagen na publicatie van dit voornemen (tot en met 23 juni 2025) een kort geding tegen dit voornemen te starten bij de voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg.
Bij gebreke van een tijdig gestart kort geding, vervalt het recht tegen al het voornoemde in rechte op te komen en/of daarop enige vordering tot schadevergoeding of welke andere aanspraak dan ook te baseren, althans kunt u daar geen beroep meer op doen.
De gemeente en de beoogde koper zouden immers onredelijk worden benadeeld indien pas na deze (duidelijk) kenbaar gemaakte termijn van 20 dagen alsnog tegen (een van) deze voornemens zou worden opgenomen.